weetik?
En breng wat stoute schoenen en stormkledij mee. Je weet maar nooit.
De slaapkamer wordt verlucht, de badkamer proper gemaakt. Alleen de sifon moet ik morgenvroeg nog ontstoppen.
Ultieme grijswaarde is hier troef. Ik bedoel het weer. De wind die waait. Soms valt er nattigheid uit de lucht. Ja, uit die grijze lucht kletsen regendruppels neer.
De houtstoof jankt de hitte uit haar gietijzeren lijf. Ik zorg ervoor dat haar vuur niet voor middernacht zal uitgaan.
Ondertussen riek ik aan de zoetigheid van een vinger, een deel van mijn pols. Die van haar en die van mij. In een flits heb ik ouderwets welgenoegen ontdekt. Heerlijk is deze stommeliggenhilariteit.
Opnieuw leunt zijbijmij dicht bij mij en zoenen we mekaar. Zo wereldwijds.





