manfles


manfles

raven
circusCircus Ronaldo had zijn tenten opgezet.
De inkomhal was gedrapeerd met bordeaurood fluweel.
Er was een kleine bar. Op de toog lag een boek waarvan de inhoud mij zo bekoorde dat ik het meteen wou kopen.
In de tent was een decor opgebouwd. Achteraan stond een orgel.
In het midden hing een enorme luchter met gedoofde kaarsen.
Toen de voorstelling begon ging het licht uit.
Aan een tafel werd een kaars aangestoken en klom een man als een acrobaat in de luchter en stak hij daar ook de kaarsen aan.
Dan begon het spectakel dat in feite een tweemanstoneelstuk was, maar dan ongesproken.
Uit het publiek werden twee figuranten gekozen. Die zaten heel de voorstelling aan een houten tafel. De mimiek van de acteurs was zo goed, dat woorden hun spel zouden breken.
Vanuit het samengeschoolde publiek op de banken klonk vrolijk gelach. Ik besefte plots hoe artistiek die woonwagenbewoners zoveel mensen konden vermaken.
Na de voorstelling keek ik opnieuw in het boek. Toen ik het wilde terug leggen stond ik oog in oog met een beeldschone vrouw. Onze ogen raakten heel even elkaar. Ze wou ook het boek inkijken.
Ik zag hoe zacht ze met haar slanke handen erin bladerde. Met een in zichzelf gekeerde glimlach stond ze stil in de mensenstroom te lezen. Ik had het gevoel dat ik haar eerder al had ontmoet. Ik wou haar alleenzijn niet verstoren en ging verder, door de mist naar twee geliefden.
Hoe mooi zou ze geweest zijn, moest ze in de atmosfeer van die avond, de marmeren trappen van een kasteel afdalen.
schrijfster
amsterdamGeven en helpen schenken mij vreugde.
Jij moet zoiets zeggen. In het verkeer zit je te vloeken en te tieren.
Geven en helpen is een eigenschap die ieder mens diep in zijn hart draagt maar waarvan weinigen gebruik maken. Spijtig. Het wereldbeeld zou anders zijn. Er zouden minder conflicten zijn en onze handel zou bloeien.
Dat is onrealistisch. De mens is een dier dat wil overleven en draagt fundamenteel het
kwaad dat hij daarvoor nodig heeft met zich mee.
Als ik om me heen kijk zie ik hoe goed iedereen het doet, bijna volmaakt. Ze vertellen zonder haperen, bijna vlot.
Bij mij is niks bijna. Niks wordt nauwelijks iets en iets is meestal niks.
Neem nu die dame die me gisteren tijdens het middaguur belde. Ik zat buiten en had net een dagschotel besteld. Ze vroeg of ik even tijd had om een paar vragen te beantwoorden.
Natuurlijk had ik even tijd terwijl ik wachtte op een maaltijd.
Waren de mensen vriendelijk en beleefd aan de telefoon, vroeg ze.
Ja, ze waren vriendelijk en beleefd, antwoordde ik.
En de mensen die je ter plaatse ontmoet hebt, ben je daarover tevreden?
Ja, ik ben daarover tevreden.
Na nog vragen die ik deftig beantwoordde, mocht ik als een schoolmeester een beoordeling tussen nul en vier geven.
Drie op vier, zei ik.
Toen de stem me nog een prettige dag toewenste dacht ik: wat een klotejob.
’s Anderendaags had ik enige moeite om in het centrum van de stad te geraken. Het was nog schemervroeg. De mensen van de vuilkar ruimden het afval van de nacht en spoten met water de straten EN mijn fiets schoon.
Terwijl ik erdoor reed dacht ik: deze stad kan nog stilte bewaren.
Dan reed ik langs brede sloten waar woonboten aangemeerd lagen en zag ik een wegwijzer naar het Vondelpark.
Iets minder dan veertig jaar geleden was ik liftend hier naartoe gekomen. Mijn god, wat gaat de tijd toch snel. En ik ga altijd maar trager.
De hippies van toen lopen nu bejaard met een poedel door het park.
Het beest in mij is nog niet gebroken. Ik kom met de fiets vanuit Tervuren een leeg Amsterdam bekijken.
Nog voor het ochtendgejoel begint, fiets ik verder naar Rotterdam. Ik wil er nog voor zonsondergang aankomen.
Dat is me gelukt toen ik langs een enorme brug over een haveninham reed.
Het was een mooi zicht, die spiegelende splinternieuwe torens waarvan ik vermoed dat het kantoorgebouwen waren.
Ik heb ze niet van dichtbij gezien want veel tijd had ik daarvoor niet. Ik moest nog door die wanhopige ontroerende schoonheid van stadslandschappen voor het helemaal donker werd..
geneveld
foert!
nachtvuur
kakka
zonlicht 20 september 2007
geur
droomfeest
pop
zondag 9 september 2007
moeder
zielsgenoot
wind
musfiets
| . | ![]() |
zwervenAlles wat zich afspeelt daarboven en aan de
horizon fascineert mij. Het is een adembenemend schouwspel dat zich elke
dag herhaalt.
Ik ben verleden jaar, begin mei, naar Amsterdam gefietst. Vier dagen
onderweg, heen en terug. Ik had een klein tentje mee, een slaapzak, een hoed,
een fototoestel, wc-papier en schrijfgerief. Ik weet nog dat ik de eerste nacht
de moeite niet kon om mijn tent op te slaan. Ik lag mij in mijn
slaapzak in een berm waar het kruid doorweekt was met dauw.
Vroeg opstaan en vroeg slapen gaan. De tent net voor
zonsondergang opzetten en bij dageraad opbergen.
Het duurt niet lang of je kleren worden vuil. Je begint te stinken. Je ruikt
het aan de anderen, die ruiken precies naar zeep. Ook je haren zijn niet
gewassen of gekamd, tanden alleen met water gepoetst en je blijft ongeschoren.
Ik heb gevoeld hoe het is om een zwerver te zijn. Het was niet zozeer het
slordig voorkomen van mijn persoon dat me intrigeerde, maar wel dat
thuisloze gevoel.
Binnenkort komt de herfst eraan en wordt het winter.
De zon zal dan ‘s morgens door de kou breken, onze ijskoude neuzen
verwarmen, ze zal opkomen en ondergaan, de hele winter door. En dan zien we
weeral de lente komen en groeien naar de zomer. Ondertussen hebben we
onze familie en vrienden een gelukkig nieuw jaar gewenst.
We kijken naar elkaar, we hunkeren naar genegenheid, soms in blinde liefde. Dat is allemaal fijn. Volgens mij heeft het iets te maken met
overlevensdrang.
2 reacties op dit bericht
manfles
Alleen de maker kent de waarheid en die is: het is een fles spuitwater en de man rolt een sigaret.
Maar inderdaad, zoals jij het beeld interpreteert lijkt ontegensprekelijk.
Manfles.
Met een onuitspreekbaar schuldgevoel afhankelijk zijn van de versmachtende inhoud van een fles.
Het schuine hoofd met de gesloten ogen benadrukt sterk de zwakte van de man.
Tenzij mijn ogen me bedriegen.