Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
seniorennet.beseniorennet.be

Naar Mechelen

In een late oktobermaand tweeduizend-en-zes
hadden we gehoopt nog voor het schemer terug te zijn
terwijl het koud moest zijn
maar zo was het niet.
Ze plukte per ongeluk het licht van haar fiets.
We dronken daarna trappistenbier.
De tafel kantelt af en toe door mijn schuld
terwijl we spreken over schoonheid en nog niet gemiste kansen.
Ik hou van steen en weet niks van metaal, zegt ze.
Zo zit ze daar vol verlangen aan een af en toe kantelende tafel door mijn schuld.
Ik zeg: het is fantastisch hier eens samen te zijn, en zie die mensen om ons heen.
Hoor je die muziek, vraagt ze.
Links of rechts?
Rechts. Ik vind het een tof nummer.
Dan ga ik eens kijken want ik hoor het alleen van links.
Rechts is een optreden aan de gang.
De nacht is verlicht en de tafel kantelt opnieuw. Het trappistenbier schuimt opnieuw.
Veel later rook ik bij haar en haar vriend een laatste sigaret. We drinken wijn.
Ze zegt: ik ga mijn tanden poetsen en dan ga ik slapen.
Ik vraag: een komma of een punt?
Een punt zegt ze terwijl haar vriend over haar schouders wrijft.
Dan kust ze mij op de mond.
Weeral goede mensen waarvan ik hou, denk ik in mijn binnenste voor het slapen gaan.
Nu, in de beweging van een nieuwe dag, ben ik bij een ander als passant naar huis.
Ze steekt iets in haar ogen en schenkt een Tonissteiner in.
In de Matriks, een oergevoel Believe the unbelievable.
Zit ik weeral aan tafel voor een tweede keer met iemand anders met een vriend en twee dochters
te luisteren naar muziek.
Weet ge waarvoor ik nu goesting heb?
Neen.
Om te neuken met een knap wijf.
Ze lachen, ze steekt een duim in de lucht.
Voordien was ik met de koning en de koningin bevriend. Ze zaten boven met haar
en de kinderen te praten toen ik in een klamme kelder vijf gitaren achteloos tegen
een vochtige muur zag staan.
Ik maakte me hierover zorgen en toen ik ze mee naar boven nam begonnen ze
te zingen in de mooiste accoorden.
Dan gingen we op stap met de koning en de koningin. Ik dacht naar een spectakel te gaan
maar op een open vlakte zeiden ze: kom, we keren terug.
Wat later kwamen we in de drukte terecht en verloren we elkaar uit het oog.
Ik liep in looppas langs plaatsen uit mijn kindertijd naar huis waar een loopkoers bezig was.
Niemand herkende me. Het was een begin van een vrijdag in oktober tweeduizend-en-zes.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Verjaardagsfeest

Al rond negen uur vanmorgen belde ze me om te vragen of ik paté klaar gemaakt had.
Neen, rats vergeten.
Wat doen we nu?
Awel, ik ga bij een traiteur paté kopen en we maken iedereen wijs dat ik hem zelf gemaakt heb.
Is het vandaag dat ge verjaart?
Natuurlijk!
dat van die paté
dat blijft onder ons
De dag verloopt en rond een uur of zeven drukken we op een bel met een vals contact.
Door het venster zie ik hem ijsberen in het huis. Natuurlijk heeft hij de bel niet
gehoord want ze marcheert niet. Al jaren spreek ik hem bij het binnenkomen aan over die bel,
maar telkens zegt hij dat ik niet goed hoor. Tenslotte tik ik zoals gewoonlijk op de vensterruit.
We zijn nog veel te vroeg. Ik sta nu ook te ijsberen.
Dan komen ze stapsgewijs: Greet, Corinne,  Marijke, Christine, Lieve, Nadine, Lange Mark,
Pierrot, Patrik, Fhillip Collon, Fillip second, Den Boelle, De Lusse,...
Chris Dupont is ook binnen gekomen met Daniel die een pet met het klepje in zijn nek draagt.
Voor mij is alles nieuw, ik ken de mensen hier niet, zegt hij.
Dat wordt dan boeiend, zeg ik. Vooral de vrouwen voltooien hier de schepping.
Lange Mark vertelt dat zijn vrouw onlangs gestruikeld is. Hij is alleen en praat tegen iedereen.
De gitarist chambreert zijn instrument terwijl de percussionist, een jonge vrouw met kort blond haar,
onwennig met een sympathieke glimlach zich naar de plaats van haar optreden begeeft.
Ze stemmen, proberen, repeteren,  en niet veel later zingt André  zijn hart uit zijn lijf.
Bezielde lichamen bewegen onvergeeflijk passioneel op  de Cubaanse muziek
en daarna,
daarna, wanneer de muzikanten uitgeput hun instrumenten opbergen en de microfoon nog aanstaat,
haal ik, trillend in mijn binnenste, een stuk papier uit mijn hemdszak voor een discour.
Ja,
Anita jong,
welkom in de jonkheid van de ouderdom.
Waar is de tijd dat ge toen nog met lang haar en met kreten van genot
de grijsaard die hier staat onder ons bezocht in dat huizeke in Sterrebeek.
Nu, meer dan dertig jaar later, sta ik met een blad papier in mijn bevende hand te mijmeren over toentertijd.
Zie hem daar staan
zie u daar staan, omringd door ons.
Een beter cadeau kan een mens zichzelf niet toewensen.
Wij besluiten in alle plechtigheid deze verjaardag te vieren.
Maar zie, ik heb nog maar nietszeggendheid uitgesproken of ge denkt al:
hij heeft zijn speech gegeven.
Er kriebelt nog iets in onze buik.
Een onuitgesprokenheid.
Ik heb mezelf beloofd niet beginnen te filosoferen,
geen lofwoorden aan te halen in een poging om poëtische uitspraken te doen.
Ge zijt een tof mens gebleven, met een innerlijke bekoorlijkheid die weinig mensen siert.
Daarom, alleen daarom zingen we een cliché: lang zal ze...
Ik heb haar getoucheerd met mijn palaver. Hem neem ik ook innig in mijn armen. Iedereen kijkt toe.
Het feest gaat verder met meetzucht naar het mateloze. De minuten, uren, vliegen naamloos voorbij
in een verdwaalde snik van geschiedenis.
Bonjour, comment va?
Bien, et vous?
Aussi comme vous. Sa fait déjà long temps que...
Voor ik het besef tilt iemand mij van de grond. Het is de Lusse die zijn spierkracht toont.
Fillip, speelt ge nog altijd in de fanfare?
Oui, je joue trombone, en Marijke ook.
Ze is verdikt sinds die tien jaar dat ik haar niet meer zag. Vele vrouwen verdikken in de ouderdom. Mannen ook.
Het valt op bij diegenen die ik jaren niet meer gezien heb. Zij hebben het bij zichzelf veel eerder ontdekt
in een achteruitkijkspiegel in de badkamer. Sommigen niet. Velen zijn van tanden gewisseld.
Zo dans ik de ganse avond met verdikte en slank gebleven dames. Een ding is zeker: iedereen is hier tegen de vijftig aan
en schuwt geen oogcontact.  Integendeel, het zijn de ogen die meespreken. Ze dichten een gat in mij.
Buiten sta ik tegen Corrin te filosoferen over gehoor en doofheid, het plezier van bestaan en de grens van het onvermijdelijke.
Ik spreek Nederlands, zij Frans. Greet staat erbij en vertaalt wanneer het niet anders kan. Ze is vanavond aanhankelijk.
En waar is Willem en An gebleven?
Die is op kroegentocht, zegt Mark. Hij speelt ergens in een café in Brussel muziek. Mijn zus en mijn broer moeten
ook ergens optreden.

j'ai vu pleurer une danseuse après sa danse dans une église sombré
c'est vrai, elle aborde quelque chose,
peut être pour le désir d'aimer quelque chose ou quelqu’un
Ik citeer iets uit andermans taal: " Nous ne sommes que de passage : semence vivante, viande imaginée...
de quoi  questionner la vie, l'homme et sa conscience..."
Mais pourquoi pas de ne pas faire?
We zitten in een soort 'filet d'anvers' gevangen, notre corps,
gefileerd comme une expression
mais qui je suis de parler comme ça beaucoup de mots?
un enfant de la vie je suis
et vous aussi comme tout le monde
als ik niet om een andere redeloosheid niet kom, kom ik af.
Als de laatsten rond zes uur in de morgen vertrekken ga ik nog even buiten zitten
en waait de wind het braaksel van genot uit mijn mond.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

Verbruikte toekomst

maandag

Terwijl ik op een bank aan een met kiezel platgestampt fiets- wandelpad de verkiezingsuitslagen lees
staat het hemelfirmanent stil. Geen wolk die verroert. Alleen voorbijgangers bewegen snel, lopend,
spurtend of kalm langs mijn aanwezigheid.
slenterende voetganger
wandelende fietser
Ik zie ze voorbijgaan, waarheen?
Ik moet verder gaan, denk ik met bekruipende haast. Nog even blijven zitten tot de drang om verder
te gaan het behagen overmeestert.
het opstaan
het gaan
de rede om dat te doen
Ik zal hier niet blijven zitten tot de laatste passant voorbij is gegaan.
De bomen ruiven terwijl het onkruid bloeit. De maan staat aan de overkant
van de opkomende zon.
Het lijkt als een obsessieve verbinding tussen waarnemen en gevoel.
Een schreeuw, een vuist, maar spreekt de waarheid hieruit?
De wereld kan het zich niet permiteren zulke gedachtengang aan zijn lot over te laten.
Ik klaag de meerderheid van mijn soortgenoten aan medeplichtig te zijn aan lawaai,
stank en zelfgenoegzaamheid.
Hoe doe ik eer aan de waarheid die hieruit spreekt zonder zelfbedrog?

Feitelijk zijn we passanten in de toekomst

zonder zeker te weten wat die toekomst is
Verbruikte toekomst in een mensenleven, elk moment geput tot op de drempel van leven en het niets.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

Begraafplaats

Als ik een rustigere plaats dan de rust in mijn hart wil opzoeken, begeef ik me steevast naar
een afgelegen begraafplaats om bijna plechtig naar de inscripties en beeltenissen te kijken van
overledenen.
In dat sereen landschap met zijn stenen zerken
rust de nagedachtenis als een heiligdom op een grens naar niemandsland
ik slenter erdoor als een levende passant
langs zij die ons voorafgingen
lichamen, vergaan in deze grond
Ik hoor mijn voetstappen in de kiezel en ga verder zonder een ogenblik stil te blijven staan.
Verderop is nog een begraafplaats van onbekenden waar geen grafzerken staan
maar wel wit geschilderde kruisen met namen ingegrift.
Een plaats perfect onderhouden uit respect voor heldenmensen uit een tragiek
van een recent verleden. Geen teken van kruidsleven.
Op een keer, toen ik er aan de trappen op een viersteense muur appelsienen at,
was een spin een web aan het maken tussen mijn fietszadel en een dichtbijzijnde struik.
Ik vroeg me af hoe ze dat deed. Vooral het begin moest moeilijk zijn.
Soms zit ik daar aan rust en stilte bezweken
te kijken naar afgestorven bladeren opgehoopt in kieren
van een brede stenen drietredentrap.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

Feest

lagen we als onbekenden afzijdig als slangen in een mysterie aan elkaar gekleefd
als ik haar kus zegt ze: zo heb ik niemand gekend
beneden is er een groot feest aan de gang
de genodigden zijn bekenden
de kinderen slapen buiten met een roofdier dat ik meegebracht heb
overspelig zat mijn vader in het vroege uur nog aan een glas cognac te nippen
terwijl hij zei: overdrijven we nu niet?
in feite konden we mekaar niet verstaan in onze dovemansoren
en ik miste iemand die niet gekomen was
dan was plots het feest gedaan, sliepen de bekenden
zat ik met verlangen in een medogenloze ruimte
kwam er vuur uit de hemel
en ging ik met de kinderen ondergronds
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten