Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
akke.beakke.be

Archief

hommel

Ze was rustig onderweg. Ze slenterde zelfs. Regelmatig bleef ze staan om geuren op te snuiven. Mijn ouwe hond. Deze dag is fris in tegenwind, heeft witte lucht en schittert licht. Ik ga de kroonlijst doen. De keuken is opgeruimd. Even neusbloeden.
Het schuurpapier schort de nerven zacht. Het schuurt glad.

Papa, ik ga naar de bakker. Wil jij ook een broodje?
Neen, ik heb al gegeten.

De hond staat voor het hek. Haar rughaar kuift omhoog. Hoe vermagerd ze ook is, nu ziet ze er als een krachtpatser uit.
Ik schuur verder. Daarna schilderen, ook al motregent het zacht. De ladder op. De verfborstel is minder glad. Vanavond maak ik een gestoofde kippenbil met ajuin en wortel klaar. Doe nu het gereedschap weg en poets de grond. De dag is zo voorbij. Zie hoe die hommel weg kruipt over de betonstenen. Hij is doordrenkt met water. Als hij voor het donker niet opdroogt is hij verloren. Ik zal hem op een schotel lokken en in huis te drogen leggen. Dan kan hij morgen zijn tocht verder zetten… of ik stamp hem dood. Als mens kan ik hierover beslissen. Toch niet. Hij is vanzelf gestorven.
Het eten is bijna gaar.
Insecten stuiven met dodelijke kracht in het tegenlicht. Nu zie ik het pas. De merels fluiten de regen door.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:06 1 reactie Reageer op dit bericht

azuurblauwe morgen

Azuurblauwe morgen. De kraai vliegt in het gouden tegenlicht, samen met spurtende fazanten door dauw. Ik blijf staan en kijk naar het zonovergoten heuvellandschap. Van huiruit zie ik alle windstreken. In het Oosten hangen nog mistslierten in dalen. In het Westen ligt mijn schaduw op omgeploegde leemgrond. Ze roffelen de tijd. De dovenetels bloeien al.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 12:35 Reageer op dit bericht

roofvogel

Er zit een roofvogel op een weidepaal. Hij vliegt weg als hij mij ziet. Ik bewonder zijn vlucht.

Vanmorgen zag ik op een weidepaal een grote roofvogel uitrusten. We waren zo dicht bij elkaar dat ik zijn blik kon zien. Zijn bruine veren waren verward. Hij vloog weg toen hij me zag. Met bewondering keek ik naar zijn vleugelslag. We gingen onze eigen weg.
Het einde van de dag nadert. Het verkeer raast nog door. De zon spuwt haar schoonste warm. Ik wacht op de merelzang.
Ik hou van steen. Een heel klein beetje begraaf ik mezelf in zijn verleden. Stenen vertellen een oeroud verhaal over erosie en hun ontstaan.
Als kind droomde ik vaak hoe ik naar de diepste krochten in de aarde trachtte af te dalen. Zou ik er de hel ontmoeten of juist niet?
Stenen bewaren in hun binnenste hetzelfde geheim.
De zon is onder. De hemel is naakt. Het wordt koud. Het lawaai is onuitstaanbaar. Ik doe mijn hoorapparaten uit.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:46 1 reactie Reageer op dit bericht

zaterdag twaalf april 2008

Het blijft droog. Ik cementeer de achtergevel per vierkante centimeter. Tussen de mortel in knabbellen aan een varkenspens. Verdomde vleeseter. De wind blaast over mijn schouders. Ik presteer vandaag. Zijbijmij zal blij zijn vanavond met het resultaat.
Tussentijds zie ik de spirea bloeien, kleurt de aankomende lente geel. De zoon komt thuis. Hij riekt naar zweet en tabak van een voorbije nacht. Mijn lijf riekt naar cement. Voor het schemert ga ik het gereedschap kuisen, me wassen en een maaltijd prepareren. Veel overschot van tijd is er niet.
De vooravond is stabiel. Terwijl de gloed straalt worden stilaan de patatten gaar. In de keuken ruikt het naar waterdamp. Ik wacht op haar.
Nu de maaltijd verteert ga ik weg langs een veldweg met mijn bejaarde hond en kijk naar haar niet aflatende speelsheid in licht dat strijkt. We spelen stokje gooi, ook al heb ik een zere rug. Geel word goud in men ogen. We schreeuwen een onverstaanbare taal. Dan wordt het donker in een restant van omgeploegd stoppelgraan. Witlicht schemert vanuit een halfbewolkte hemel. Langzaam, later in de nacht,  blijft de maan verscholen in joelende wind. De berk verliest zijn laatste najaarstakken. Hier, …elders schreeuwt de wereld een lied.Het wordt tijd om naar huis te gaan.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:44 1 reactie Reageer op dit bericht

Brussel

De milt van boestering staat in de oven te stoven. Het vriest, de hemel is wit. Rijm blijft aan takken hangen. Na een half uur beginnen blote vingers te tintelen van de kou. Het is de charme van de winter. Bij deze wens ik U in dit nieuw jaar hetzelfde dat ik mezelf zou toewensen. Ooit zien we elkaar nog wel eens, misschien op een fiets. Laten we daarover niet onzeker blijven. Zelf heb ik mij gedistantieerd als een vlierenfluiter die uw landschap probeert te versieren. Deze samenleving reguleert zichzelf wel zonder mij. Ga nu maar slapen en kruip weg in een droom die je zelf niet gekozen hebt. Misschien ga je wel vliegen over afgronden of opnieuw dingen doen die je heel lang geleden gedaan hebt of wilde doen.
Slaap en droom, kameraad.

Hij is in slaap gevallen en niet meer wakker geworden. Hij was een merkwaardig figuur.  Eigenzinnig overleefde hij de nachten in koude seizoenen buiten. Hij was een stille. Nooit grootse dingen van zichzelf verwacht, in de krochten van de geest geleefd, zichzelf afvragend waar de zin eindigt en de waan begint.
Het is drie februari tweeduizend en zes, namiddag tegen het avonduur. Ze hunkert. We vertrekken.
De omgeving is met vorst bedekt. Er vallen sneeuwvlokken heel even maar. Het wordt donker. Het gaat nog harder vriezen.
De ochtend daarna is de omgeving ontdooid. Voorlopig geen vodden aan deurkieren meer leggen, geen vorstbril tegen tranende ogen meer, handschoenen uit. De strijd tegen de vrieskou is daarom nog niet gestreden. De winter ligt nog altijd op de loer.
De boenwas is op.  Ik fiets langs het Zoniënwoud naar de Hoogstraat in Brussel om een nieuwe pot. Het verkeer loeit de stilte weg en teert de longen. De Franklin Rooseveltlaan, langs beide zijden geflankeerd door appartement- en bureelgebouwen met onbelopen voetpaden, heb ik lang niet meer bereden. Dan de chique avenue Louise. Ik ben Brussel binnen gereden. Van hieruit gaat het naar de Marollen. Langs het Zuid strand ik in Anderlecht in stegen waar het zwerfvuil zich opgestapeld heeft. Er is een kapperszaak. Voor de vitrine hangt een poster van Jacques Dutrong en Jonny Halliday. Ertussenin een blad papier met handschrift beschreven: cinq euro la coup. Het zit er stampensvol. Het haar wordt hier geknipt zonder onderscheid van gestalte, ouderdom of afkomst. Iedereen is er gelijk. De tondeuze wordt met de hand bediend. Als kind ondervond ik dat het soms pijnlijk kan zijn. In het café op de hoek, chez Sharif, zitten ouderlingen getooid in lichtbruine wollen puien, broederlijk te slurpen aan in limonadeglazen uitgeschonken thee. Hun ogen zijn helder, hun lippen spreken welgemeend. Die Arabische taal heeft iets heftigs en zangerigs. Marokkanen en Algerijnen  zullen me hier niet omver rijden. De Afrikanen wonen aan het Zuid. Daar zijn de reisbureaus die je voor een appel en een ei met een minibusje naar verre oorden brengen. Moslims, zatlappen, schooiers, brabbelaars met een pruik op hun kop. Hier hoeft men zich voor niets te schamen.
Aan de rivier onder de spoorwegbrug zitten twee eenden mekaars veren te schikken. De loodsen aan de overkant lijken verlaten. Toch spuwen schouwen witte rook. Er rijdt een goederentrein voorbij. De pilaren van de brug zijn met graffiti beschilderd. Een rood hartje met een pijl doorkliefd en daarnaast de namen van Gert en Fien.
Het wordt tijd voor een dronk uit de trog. Wat bent u mooi, lieg ik veel later tegen het oprukkende donker.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 20:20 1 reactie Reageer op dit bericht

droomhuis

Dan komt de droom als een bloot lijf… naakt laat geen verbeelding meer toe.
Er is een huis met ruimten die me toebehoren. Ik ben niet alleen. In het huis is een kleine stoffige ruimte vol spinnenwebben. Alleen ik ga daarbinnen. In het huis bevinden zich plaatsen waar verondersteld wordt dat ik die niet betreed. Weelderige ruimten die ik stiekem verken. Verlaten ruimten die onaangeroerd horen te blijven. Onbewoond. Toch is er iemand als ik er niet ben.

Onverwacht schuiven zwarte turbulente wolken over daken, loeit de wind. De sterren aan de hemel bewegen snel in flitsende explosies.
Na de storm fiets ik langs grauwe straten met smeltende sneeuw.
In een vlaag van helderziendheid zie ik een kind omkomen.

Ik spoed me naar de plaats waar het ongeluk gaat gebeuren en zie het kind aan de straatkant onbedachtzaam spelen. Het loopt nog onstabiel met de handjes graaiend in de lucht.
De weg is glad. Er komt razendsnel een motor zigzag aangereden. Ik ken die motor. De bestuurder is een vriend van mij. Ik snap niet wat hem bezielt. Ik sta als aan de grond genageld en kan niets doen.
Vooraleer er verder iets gebeurt sta ik bij dageraad in een verlaten straat. Ook hier ligt smeltende sneeuw. Het is de straat waar ik opgegroeid ben.
Het licht schijnt beneden in het ouderhuis. Ik zie mijn moeder in kamerjas ronddwalen.

Verder dan de voortuin kom ik niet. Ik ben om een of andere reden bang om met haar geconfronteerd te worden, ook al weet ik dat ze ongerust is omdat ik al twee dagen weggebleven ben.
Dan word ik wakker met mijn vingers in haar haren gedompeld.
Ze slaapt verder.
Ik sta op in wakende dagelijksheid, zit nu het beeld van mijn droom te boetseren in een opkomende zon. Ik rook een sigaret en blijf  maar zitten. De droomnevel trekt langzaam weg.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 05:49 1 reactie Reageer op dit bericht

dampende mest

Vanmorgen onderweg

keek ik naar dampende mest.

En nu…

is er veel verkeer op de brug

met graffiti op haar peilers.

 

Hoogspanningsmasten grijpen verbonden

in een wolkenloze hemel.

Zonlicht schijnt over lentebloesem

vingerschaduw op dit blad.

 

Aan een oorlogsbunker blijf ik staan

en kijk naar de voorbijrazende trein op een verhoogde berm.


De pisbloemen bloeien al dood.

 



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

vrijdag 20 augustus 2004

Het heeft vannacht geregend. Op het nat wegdek weerkaatst de oostengloed. Het is nog vroeg met onopgeschrikt wild. Fazanten lopen  wanordelijk voor me heen. Pas als ik dichtbij kom vliegen ze als logge overbeladen vliegers weg. In de dalen heeft de  regenval het slijk over de weg gespoeld. De ochtendwind is licht. Straks priemt de zon zich een weg door de nevels.
Nu, vier uur later, is het beginnen te regenen langs oude platanen aan voortuinen van statige herenhuizen , weliswaar verkommerd door vergane glorie. Op de brug waar de boulevard aansluit met de avenue blijf ik staan, leunend tegen een monumentale arduinen balustrade die gebouwd werd in de tijd toen de tweede koning nog regeerde. Vanop dit plateau zie je door de bomen heen een kerk en een lager gelegen park. Ik kan me de kokette dames voorstellen die hier een eeuw geleden in paardenkoetsen paradeerden tussen het centrum van de stad en zijn voorbuurten. Besnorde heren, getooid met strakke hoge zwarte buishoeden , te paard, voorbij de spelende kinderen op de brede trottoirs. De vogelzang moet hier concertaal geweest zijn. Nu razen er slierten auto’s voorbij en passeert er zelden nog een voetganger. Ik fiets verder tot in de Marollen waar ik aan een kraam vlakbij de kapel op het eind van de rue Blaes een met andalousesaus overgoten pitta uit de vuist eet. Tijdens de rit is het overwegend droog gebleven. Er breken nu zelfs blauwe gaten door het wolkendek.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:07 Reageer op dit bericht

schaduw

Nooit aflatend gekolk van golven op de rand van water en land

waar geen schaduwen van bomen zijn

alleen een schaduw in glinsterend zand

Schaduwen zijn nooit vermoeid noch verminkt,

ik kijk ernaar.

Een onweer drijft de wolken uiteen

bombastisch geweld

dat een kind doet schrikken,

maar ik ben volwassen nu.

Kijk naar die dikke regendruppels waarin het zonlicht weerkaatst
op een wijnvlek van plezier.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 12:06 Reageer op dit bericht

vraag me af

 

Het kaarslicht danst met vlagen, laat lange schaduwen leven,
verdrinken nachtvlinders in een halfvol glas wijn
er is leven in de nacht.

Ik raak je aan met een handdruk nu

lieg de waarheid met een verzonnen verhaal

wat is dit, spiegel aan de wand

geen verlangen kan nijger zijn
de ouderschoot ontgaan
ik vraag me af of het verlangen om een vogel te zijn
verdwijnt door ontbering in dit leven
net zoals dat kortstondig moment tussen jeugd en volwassenheid

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 12:03 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten