Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
akke.beakke.be

Archief

kat, lang haar en ik

Hij schenkt anderhalf glas Wodca in een glas.
    Oei, een schotelvod vlug! Dat was uit gulzigheid.
In het salon staat een massiefhouten tablet dat dit besmeurd aanrecht zal vervangen. Hij heeft het voor haar meegebracht. Een woord is een woord. Bovendien hebben tafels wel iets. Je zit er met je knokels op te discusiëren over recht en onrecht. Ze zijn bemorste getuigen van achterklap, gezwets  en baldadigheid.
    Omdat ik net dan in het buitenland ben kan ik niet stemmen voor de politiek. Een volmacht aan iemand geven kan ook niet.
Allé, dat kan toch niet, zegt ze.
    Jawel, zeg ik overtuigd van mijn gelijk. Zij bij mij is zich op het gemeentehuis gaan renseigneren en de rest heb ik in een kwaliteitskrant gelezen.
Zo zitten we aan een versleten aanrecht onder ons drie tien minuten over politiek te discusiëren. Twee mannen en een vrouw met beginnende sleet in de organen.
Hij reed lang geleden met een blauw afgebleekte Kever en voordien met een brommer. Af en toe mocht ik daar achterop gaan zitten en reden we samen naar school. Haar heb ik ook in die periode leren kennen. Lang geleden. Nu nog zie ik hen langs mijn overspelige weg.
    Een tas soep?
Neen, ik ga voort.
    Blijf nog wat  en drink een tas soep, zegt ze voor mijn bestwil.
Hij van de Kever van vroeger is vertrokken. Hij moet nog ergens in een bos naar iets gaan kijken.  Haar vriend is ondertussen thuis gekomen.
 Ga nu nog niet weg, zegt ze. Dat is onbeleefd.
Nog even en dan ben ik weg. Ik wil nog voor het gedonkerte thuis komen. Voor ik vertrek kus ik haar katachtig gezicht.
In het geraas van voorbijrijdend verkeer en overvliegende vliegers hoor ik nog altijd de merel fluiten. Ongestoord zit hij daar te zingen in dit lawaai.
Vanmorgen zag ik jonge hazen spelen. Ze schrokken niet eens toen ik voorbij reed.
Kinderhazen speels in roekeloosheid. Ik reed hen met rugwind en bedampte brilglazen voorbij. De zon scheen niet eens.
Nu maken vliegers lawaai en brult de samenleving langs mijn hoorapparaten in mijn kop. Ik doe ze uit. Dan is het stil. Ik hoor de merel niet meer.
Spijtig is dat.
Als een nutteloze nazaat uit de roedel van de samenleving klaag ik onmachtig hiervoor mijn medemens aan. Ik wil de merel in stilte horen zingen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:21 Reageer op dit bericht

ik weet het

Ik weet het...


Een nieuwe ochtend in de mist.
Mist voor mijn ogen, in mijn gedachten, in mijn hart, in mijn ziel.
Een paradijs van witte parels en schimmen die langzaam opduiken en weer verdwijnen.
Vanavond zat ik met haar in een rokerig café bij hen. Zij naast mij, zij voor mij en ik tussen hen.
Ze zijn blij en nog zo jong.
    Wij worden ouder, we zijn jong, jonger dan zij die jong zijn.
Mijn woorden verdreven de rook uit haar rimpelloos gelaat.
Zij voor mij is opgewonden door ze, zij naast mij, zichzelf en ik.
De navel of het schaamhaar, kaviaar of zalm, chez sois of dit café. Het doet er niet toe, de
strijd is allang gestreden.
Ik heb over leven en dood geschreven. Nu ik de dood zo dichtbij voel ben ik blij dat mijn
woorden geen luchtkastelen zijn. Iemand zal mijn verhaal verder schrijven, met eigen
woorden, als een zilveren ruiter op een wit paard, het leven beschrijvend uit blijdschap in
alle jaargetijden. Of misschien zal die schrijver een vogel zijn en de zon zien boven de
wolken.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:34 Reageer op dit bericht

weer

Ik lag nog in bed toen zijn vriendin wenend in de slaapkamer kwam. Mijn oudste zoon stond erbij, helemaal onder het bloed met een verminkt gezicht in een hels lawaai van een overvliegend vliegtuig waarvan ik wakker werd.
Net voor het slapen gaan had ik nog vier haringen met ajuin gegeten. Daar droom je van.
Iemand heeft me verteld dat  sommige indianen ( vanuit de tijd van mijn nonkel Pie ) rauwe bizonlever aten voor het slapen gaan om visioenen te krijgen.
Bij mij gebeurt het per ongeluk. Onwaar is het vermoedelijk niet. Echter zijn het geen visioenen maar een paar bewegingen in mijn slapende kop.

Zelden heb ik zo van regen genoten bij het opstaan, kijkend naar een witgrijze lucht waarin wolken in kruissnelheid voorbij schuiven.
Ik ben meteen in de hof niet ver van de mesthoop aan een eerste sigaret gaan lurken en bij overmaat van weldaad is zij bij mij in haar paignoir komen staan, ook al kon ze nog een halve dag in bed blijven liggen.

Met rugwind in zachte regen rijd ik zonder capuchon op mijn hoofd naar het werk.
Omwille van de verkeerschaos die ontstaat door de bizarre omwenteling van het weer,  nemen behalve het kliekje alledaagse egoïsten nog meerdere autobomilisten de sluipweg langs de verboden veldweg waarop ik me verplaats. Ik erger me er niet meer aan. Ze doen het tenslotte uit een goedbedoelde slaafse overlevingsdrang.
Aan de campus rijden roekeloze studenten me bijna overhoop. Ze komen zij aan zij in trio met versleten fietsen gehaast in tegenrichting op me af.
Ik erger me er niet aan. Ze doen het tenslotte uit roekeloosheid.
Op het werk trek ik mijn werkschoenen aan. Dan ga ik verder en eet twee croissants met chocolade onderweg. Het regent niet meer.

Met de wind staat de stijger rond de toren opnieuw te bewegen. De steunen komen los. Niemand daar beneden weet wat daarboven gebeurt. Ze zien alleen de zeilen wapperen. Tachtig meter hoger wordt er verder getimmerd op rendement. Gasten  die spreken in dialect,  getatoueerd en met oorbellen aan.  Hoogtewerkers die klimmen in de lucht.

Nu fiets ik terug naar huis in tegenwind. Het gaat niet sneller dan acht kilometer per uur. Tussen de windvlagen in  neem ik een versnelling hoger. Dit gaat twee uur duren vooraleer ik thuis ben. In de hevigste windvlagen vloek ik het ergste uit de hel.
Maar zie, hoe betoverend is dit wuivend landschap met halfvolgroeid koren waarin je de wind kan zien als golven in de zee.
Het niet loslatend sidderend gebladerde en distels die buigen tot aan de grond.
De grijsheid onder het wolkendek toont kleuren met groen  die anders in verblindend zonlicht dit contrast in mijn  zwakke ogen niet gunnen.
Mooi is dat!
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:03 Reageer op dit bericht

nonkel pie

mijn kinderen lezen wat ik geschreven heb
ze lachen in gedachten als ik ongeschoren in mijn onderlijfje
met tranende ogen een blad papier op de keukentafel leg
en vraag: wat vind je ervan

ik kijk naar hun gezicht terwijl ze het lezen, tel de tijd der begrijpbaarheid
herkenbaarheid kan ik niet verwachten

het is een huislijk ritueel

nog iemand anders is een zielsgenoot die samen met mij op een schalie met een griffel leerde schrijven : de melkboer brengt melk
zo gaat dat

mekaar een half mensenleven vergeten om dan bij toeval verbaasd te zeggen:

ben jij het?

 

 

 

 

die oude zat daar elke zondag net voor het middaguur aan de keukentafel op zijn toegeëigende plaats

de keuken zelf lag achterin en diende tegelijk als waskot en bergplaats

waar de keukentafel stond was het benepen klein

ik herinner me vaag een ruimte van vier meter op twee

toen niet zo klein vanuit kinderogen gezien

als vrijgezel kwam hij recht vanuit het café

bobonne kon er niet om lachen

hij deed het nochtans alleen op zondag

hij zat daar in zondagskostuum met gebogen rug voor zich uit te staren

alsof hij naar iets keek dat wij niet konden zien

uit zijn neusgaten stulpten witte haartjes van ouderdom

bobonne knipte die af en toe met haar kleermakersschaar weg

als kinderen vonden we die oude tof

we konden hem van dichtbij onder tafel besluipen

en bijna hardop zeggen: nonkel pie is ne vrouwenzot

hij bleef daarbij onverstoord zitten want hij was meer dan halfdoof

bij klokslag twaalf uur in de klokkentoren was het nog even wachten op de koekoeksroep uit het houten kooitje

dan werd de kippensoep gloeiend heet opgediend

dampende groengele soep met drijvende vetplasjes

terwijl wij de soep in ons bord blazend verkoelden

lepelde hij met bevende hand het deugddoend voedsel naar zijn lippen

om het dan slurpend over de tong  door het keelgat te slokken

dat slurpen, zo schaterde hij, was om zijn tong niet te verbranden

kippensoep slurp je op zen heetst tot het vet van de kin druipt

meer dan vijftig jaar later spookt die tafel redenloos door mijn gedachten

alsof het verleden me in klaarlichte  dag wenkt

ze diende ook het naaigerief en schaar

want bobonne was een kleermaakster toenertijd

als de mensen hun kleren in aanmaak kwamen passen

gebeurde het niet zelden

dat patronen en kleermakersschaar werden geruild voor koffie en gebak op die tafel van zondagse kippensoep

terwijl de dames het wereldnieuws van buiten de dorpsgrenzen vertelden

slopen wij onder de koffietafel

en keken onder de rokken

soms durfden we al eens in een stoutmoedige bui aan een chartel te trekken

niet om seksistische redenen

het was ons om de verrassing te doen

naar die verschrikte kreet luisteren

en dan als muizen schaterlachend

vanonder die tafel naar buiten stuiven

ik bedoel: alleen mijn broer en ik

aan die tafel werden bij feestdagen avondlijke elexiers gedronken

tenminste, als de oude erbij was

dan vertelde hij over amerika waar hij geweest was

en over weerwolven uit zijn kindertijd

hij had nog echte indianen gezien

en achter dwaallichten gezeten

zever niet man, zei bobonne

ge hebt al uw geld vanuit amerika aan de wijven verkwanselt

nietwaar, schreeuwde hij dan aangedaan

ik heb er landgoed, koeien en een varken mee gekocht

 

zonder reden denk ik aan de tafel, nonkel pie en bobonne

ze zijn allang vergaan

maar ze blijven in mijn gedachten bestaan

zou er dan toch iets onsterfelijk zijn?

 

die oude,

ja, echt waar

had zeven koeien, een os en een varken

de kippen waren er vanzelf bijgekomen zomaar vanuit het niets

een kraaiende haan op het aanrecht

ik kan het weten want bobonne ging er elke woensdag kuisen

mijn broer en ik mochten mee

in het huis waren drie kamers

de leefkamer, de slaapkamer en het salon

naast de leefkamer was een koeienstal met een houten deur

telkens als bobonne ging kuisen

slopen we naar de stal om naar de koeien te kijken

we slopen want toenertijd mocht niks

ik herinner me nog de waterput met zijn oneindige diepte

en die kleine varkensstal

dat varken zat daar niet voor het plezier ook al heette het Jhonny

het was zich om het vlees te doen

de oude maakte de varkensbrij uit patatten en selderij

een maand voor het slachten goot hij er in goede tijden wat bier bij

om het varken goede manieren te leren, zo zei hij

want het was bijna slachtrijp

in het salon stond een stoel met geklakkereerd leer en een eiken tafel

met op de kast een stenen geneverkruik

die plaats mochten we niet betreden

daar lagen de sacramenten van de oude

om gods vloek met een vierkante te verbannen

ik heb hem nooit in dat huis gezien

we zagen hem alleen op zondag bij bobonne vanaf het middaguur

op een dag hebben ze hem met een glimlach in de kruiwagen gevonden

morsdood

de pie is gestorven heette het dan

pas dan is bobonne te weten gekomen

dat hij de wijven niet kon laten

ze heeft de erfenis met zijn drie vriendinnen moeten delen

volgens mij is ze dat nooit te boven gekomen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:42 Reageer op dit bericht

zatte wesp

Op zondag zit ik op het terras te lezen. De zon schijnt en plots begint het te regenen. Een glinsterend watergordijn in zonnestralen. De violen klinken op de rand van een wolkbreuk. Luttele minuten later overtrekt het in donkergrijs en gutst de regen als een waterval op de binnenkoer. Ik sta ernaar te kijken vanuit de deuropening tot het al even onverwacht opklaart en het water verdampt in de zon. Ik wordt daar gelukkig van. Het is een zeldzaam teken.
Er balanceert een wesp op de rand van een trappistglas. Eerst kruipt ze naar de overgebleven bodemfond, dan klimt ze moeizaam langs de gladde wand naar boven, en nu kruipt ze al even moeizaam eindeloze rondjes langs de rand. Vermoedelijk zijn haar vleugels met trappist doorweekt want geregeld pauzeert ze om te zoemen. Ze komt echter niet omhoog. Dan wrijft ze met haar voorpootjes over haar slanke lijf en kruipt ze verder. Zo kijk ik al een hele tijd naar een wandelende dronken wesp.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 14:23 Reageer op dit bericht

ganzen


Ik struikel regelmatig en geraak moeizaam recht. In de lucht vliegen trekkende ganzen. Ik vergezel een actrice met een tatoeage op haar arm. We zijn een paar dagen op locatie. Ik slaap in een tent waarin twaalf gsm's verstopt liggen onder de slaapzak. De omgeving waar ik opgegroeid ben is onveranderd gebleven. Ook de mensen in onze straat.
Warke, Alline, Marieke, Finne, Tres, Marie-Louise, Frans, …ze zijn er allemaal nog even jong als vroeger in dit prachtig decor uit mijn kindertijd.
Dan ga ik met iemand een huis bezoeken. Het is pas gerenoveerd. Hier en daar hangt een deur uit haar hengsels. Spiegels zijn er niet en het is slecht verlicht. De actrice is verdwenen.
Met de eigenaar van het huis ga ik op restaurant de begroting bespreken. Het zit er bomvol.De meeste klanten zitten met hun rug naar ons gekeerd omdat ze naar buiten kijken.
Als ik me neerzet begin ik te kakken. Oei, dit is geen toiletstoel denk ik in men eigen. De eigenaar heeft niets gemerkt en als bij wonder is de stoel schoon gebleven. Dat kwam omdat ik droomde.
Nutteloos schrijf ik in kreupel nederlands deze onzin bij elkaar waarin figuurlijk letterlijk wordt of omgekeerd. Schrijfsel geboetseerd in een droom. Met goesting gekomen in bevende vingers.



verbruiktetoekomstboek_clip_image002_0005.jpg

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 08:37 Reageer op dit bericht

test



We hadden niet veel te vertellen. Dat hebben we al zoveel gedaan. We deden waar we al zoveel over vertelden in een matige zwijgzaamheid. En dan gooide ze ons buiten. Haar geest, haar innige bekoorlijkheid hing om ons heen.We hadden mekaar toevallig ontmoet en dan afscheid genomen. Ze had haar toekomst verbruikt. Soms vraag ik me af: waarom groeit (alles) naar boven en niet naar onder, waarom wordt (alles) groter en verkleint het niet van bij de geboorte? Weet ik wel dat dit geschrevene gelezen wordt. Ben ik op een stoel gezeten, sprakeloos, zwijgend, dan sprekend in ongelezen stilte verzwijgend. Weet ik wel als lippen sprakeloos worden en de gedachte niet uitgesproken wordt. De woorden bestaan al lang. Toch is de wereld nog vol ongeschreven verhalen.


 

ev



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 13:22 Reageer op dit bericht

op reis

De wereld is niet zoals hij is. Hij is zoals hij in mij zit in een beweging, een geur, een kleur, als iemand die gracieus met damesachtige bewegingen verschijnt en dan met het feit der feitelijkheid in een oogwenk in het straatbeeld opnieuw verdwijnt. Zoetzeme bekoring, niets verplicht.
Niets is zo mooi als die welvende beweging, de illusie van hartstocht verwekkend.
Vier dagen gezworven en evenveel nachten buiten geslapen met volle maan in de ogen. De omgeving gezien met natte dauwvoeten en een zonverbrand gezicht. Het leek wel een eeuwigheid van genot dat uiteindelijk uitdeinde in de branding van terugkerende dagelijksheid. Daarna was het even wennen aan een wereld waarvan men denkt dat hij is wat hij is.
De woorden tollen weer in mijn kop. Ik schrijf, lees, herschrijf, herlees tot het nachtuur voorbij. Dan ga ik buiten om tot rust te komen.
Nog ga ik op banken zitten om mijn gedachten op te schrijven. Zal ik ooit sprakeloos worden? Het lukt me innerlijk niet.
Die zaterdag 28 april 2007 rond 14h30 eet ik in een schaduw kalfskop met vinaigrettesaus die ik onderweg gekocht heb.
Naast mijn rechterbeen groeit een distel en op de boomstam achter mij een scheut. Mijn voeten staan in de netels. Ik zit op een verhard tractorspoor.
Vannacht slaap ik onder een struik.
Op maandag dertig april bevind ik me op de Deurnevoetweg in Schoten. Het is me gelukt om niet verloren te rijden. Bij het krieken van de dag was ik vertrokken.
Aan de overkant van de bank waarop ik zit, zit een generatiegenoot in een fluor-oranje pak geduffeld. Hij heeft een stootkar, een schop en een bezem mee.
Eerst heeft hij zijn boterhammen opgegeten. Nu leest hij een krant. Zwijgzaam zitten we tegenover elkaar. De mistral tocht. Ik moet zien om vanavond ergens een slaapplaats te vinden. Vooraleer dat lukt in de buurt van een nachtelijk terras vraagt een meneer: 'schrijft u?'
    Ja, al meer dan twintig jaar, maar nog nooit iets gepubliceerd. Mijn broodwinning is anders. Ik ben vrij.
Amaai, dat is neig.
    Jawel, zeg dat wel. Ik vind dat ook. Mag ik vannacht in uw tuin slapen?
Geen probleem.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:35 Reageer op dit bericht

vertrek

zaterdag 28 april 2007

9h: Drie gesoigneerde dames vertrekken.
    Oh, wat een mooie tuin.
Pas op voor de hondestronten!
Eerst drinken ze nog koffie. Nog wat kletsen. Dikke zoen en ze zijn weg.
Ook ik maak me klaar voor een driedaagse fietstocht. Het is stralend weer. Vanavond zal ik voorbij Antwerpen overnachten.
Wat ben ik blij. Wat zijn ze blij.
De doodsklokken luiden.
Zal ik eerst nog een broodje met zalm eten voor ik vertrek? Zal ik dit dagboek met pen en inktpot meenemen?
De twijfel bekruipt me. De inktpot is bijna leeg waardoor de punt van mijn nieuwe vergulde pen de bodem raakt
als ik haar erin sop. Dat slijt. Ik koop nieuwe inkt en meteen een krant.
De klokken luiden opnieuw. Stef slaapt waarschijnlijk het middaguur voorbij. Dan ben ik allang vertrokken.
Zal ik me scheren voor ik vertrek? Neen, ik heb me gisteren geschoren.
Naar het toilet, ja, dat wel. Toiletpapier en een propere zakdoek niet vergeten. De hond blaft. Ik mag niet vergeten haar eten en drinken te geven.
Op het kerkplein speelt de Jakke op zijn saxofoon. Hij is al ladderzat. Stillist met valse noten.
Hij is zelfstandig trappenmaker. Zelfstandig trappenmaker improviseert op zaterdagochtend op een plein. Je moet het maar doen.
Lang zal het niet meer duren vooraleer de klokken voor hem zullen luiden. Zijn lever is kapot.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:52 Reageer op dit bericht

warketmijm

Alles wat vandaag gebeurde was onvolmaakt en vol fouten. Absolute feilbaarheid op een vrijdagavond.
Ik voel me een mislukt filosoof in een tijdelijke vlaag van waanzin, een lamlendig mens als een dood paard in een wijnglas.
Ik las dat vijftig de jeugd van de ouderdom is. Ik ondervind het vanavond aan den lijve.
Ik kijk ernaar uit om met zeldzame vrienden het onbesprokene uit te spreken, in de sluier van mysteries te kijken diep in de nacht.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:15 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten