De mannen

POËZIE. SCHILDERIJEN. BEELDEN.
Gedichten over zin, onzin. Humor. Liefde.
En nog veel meer.
De mannen
Ei bakkenEi bakken
Een vrouw is eieren aan het bakken als haar man thuis komt.
Hij loopt de keuken in en.
Begint meteen te roepen.
PAS OP !!!
MEER BOTER !!!
STOP!! STOP!!
DRAAI ZE OM !!
BOTER !!
ZACHTER !! ZACHTER !!
MEER BOTER !!
ZIE JE DAT DAN NIET ??
ZE GAAN AANBRANDEN !!
PAS TOCH OP !!
DRAAI ZE OM !!
SCHIET OP !!
HAAST JE !!
DRAAI ZE NU OM !!
STOP !! STOP !!
PAS OP !!
TE VEEL BOTER !!
HET GAAT SPATTEN !!
ZET UIT !! ZET UIT !!
PAS OP !!
JE GAAT JE VERBRANDEN !!
ZACHTER!! ZACHTER !!
HOLA? HOLA TE VEEL BOTER !!
EN TE WEINIG ZOUT !! OHHH
TE WEINIG ZOUT!!
De vrouw is compleet overstuur en gilt:
Waarom roep je zo? wat is er aan de hand ?
De man draait zich om en zegt heel kalm,
terwijl hij de keuken verlaat:
Gewoon om je duidelijk te maken hoe het aanvoelt als
je naast mij zit in de auto.
Drinkebroers.Vrienden glazen wijn en nog goede dingen De moppen scheren toppen en ieder grijnst van oor tot oor vrouwen hebben geen oren De zon is gul een hete dag de drank reist naar binnen Felle mannen ondereen net voor ouder worden Paus paters nonnen het onttuchthuis alles wordt besproken brevieren doen ze niet De buiken schudden van de lach rook stijgt uit sigaartjes Het meisje vult de glazen glipt heelhuids weg |
DRINKEBROERS |
De stemmen worden luider Dries Piet Karel Jan en Isidoor zo kennen ze elkaar al altijd speelgenoten goedlachs de een de andere uitgekleed om wat hij deed of wilde Ze staan nu op een rij wankel voor het porselein geen einde aan de plas gaan even door de knieën Laveren naar huis waar moeder wacht een beetje boos een beetje spot een beetje spijt Het was een goede dag © Nest Martens |
Waarom| WAAROM Ik zal kruipen naar mijn kist Kom ik zover wie tilt me dan Traant mijn oog als men mij helpt Ik lig met open ogen die men sluit zachtjes Waarom die korte tocht dit overhaasten dit rukken aan genot dit uitstorten Het hoefde niet ongeboren welke rust wat voorrecht Nutteloos vechten om voedsel om braken |
Nu in verveloze kist met rouwenden De tranen de lach Zegeningen van een priester De gesprekken bij het maal De wade kil en koud de tocht kort Stuit hem in het graf schuif hem in de oven Eentje weent De trouwe die weet wist behoede mijn kostbaarheid mijn heel klein geven © Nest Martens |
Treurende Madonna
Tekening van auteur "Nest martens" naar het gedicht
"WAAROM"
uit zijn bundel "Mijn vele malen mij"©
Nostalgie
-----------
Stoomlocomotief
-----------
Woordbreuk
| WOORDBREUK Je kan niet lachen nu niet meer je kan niet wenen nimmer meer Ooit was liefde nu niet meer Voorbij de droom de wolkenloze hemel het blijde hart de aandacht de warmte Die lieve tijd zo kort de zachte woorden Bitter nu ontnuchtering na parelende dagen Eén wou niet meer kon niet meer Nu radeloze vragen geen antwoord Voortdurend gissen raden Rusteloos het moede hoofd in handen woelen in de haren gevangen in verdriet om achterblijven Een stuk reist met de andere mee |
Geen mens meer wrakhout de helft slechts van geheel De wind huilt dorre bladen waaien Het denken omfloerst door hemwee en verlangen De weg loopt dood niets meer als akkerland en sloten Her pril begin de weg vol rozen Nu trap je op stekels de doornen in het vlees de voeten open Wie zal zalven niemand iemand ooit © Nest Martens |
Het tuinpad| HET TUINPAD Wat baten bloemen perken het tuinpad als niemand loopt en kijkt Geniet van schoonheid rust en stilte Als ik alleen in de vijver staar waar vissen glijden en denk aan leegheid van mijn hof aan plaats te over Ik ben blind en reukloos en hoor de vogels niet Wat baten mij rozen als ik niet opkijk slechts het gras zie |
Niet delen kan niet reiken kan Mijn ziel op perk ligt mijn geest in bomen hangt mijn hart onder bladen ligt mijn wensen niet vervuld mijn vragen niet gehoord Als jij mijn pad afloopt naar mij toekomt en ik je glimlach zie zal ik ontluiken en bloem zijn naast een bloem een vogel in de vlucht Dansen als een vlinder om jou © Nest Martens |
De Gluurder
Tekening: van auteur "Nest Martens"
naar zijn gedicht "Gluren" ©
Ingekleurd met Photo-Shop![]()
GlurenGLUREN
Daar zie ik u Wat moet hij dan
daar zie ik haar beter thuis
daarzie ik hem in zijn zetel
met allure maar dat wijf
zwierige stap
En het hondje
Zie eens aan de krompoot
hoe ze gaan dat scheve ding
naar wie voortdurend staan
naar waar de poot omhoog
waarom
En die vent
Ah het duister peilen maar wachten
en doorzien onnozelaar
hun zielen bloot voor mij
al geheimen En gij
zeker weten mijn kleine deerne
die aangehuppelt komt
Wat bloost ze toch met korte rok
zo opgedrikt en boven open bloot
en die verwaande haan mijn ogen rollen
zo krols als wat uit hun kassen
fatsoen gehad
kijk hoe hij lonkt Oude piemelaar
en ook zij heeft hem gezien open bloot
zonder rok
En die ander dan Doe 't gordijntje toe
wat een kleur en schaam uw zonden
wat een gang
uitdrukkingsloos © Nest Martens
BestandBESTAND
De storm zweept de gevel
een scherm van regen
tranen wellen langs ruitenHoe voel ik mij
nu het weer zo triest is
en wij wachten op zonLaat ik warmen bij het vuur
en kijken in de vlam
de zoete troost van woorden
die je onhoorbaar zegtIemand fluistert
in mij
en ik luister
het glas in de hand
in brons van de avond
gewiegd door dromenDe schoonheid van het denken
alles onder ogen zien
de kandelaar spreidt
zijn licht
de kamer half in schimmen
de kleuren diep
Hoeveel jaren tel ik
hoeveel dagen voel ik
ik sus mijzelf
en spreid mijn handZo zit ik
in de gave van de avond
in vrede met mezelf
De straf ontlopen
wijs bestand gesloten
mezelf gezegend
mijn vriend geworden
© Nest Martens
De tuinDE TUIN
Hoe ontgin ik mijn tuin Waar is het kruis
in dor zand dat ik droeg
Hoe plant ik op zere schouders
oogst ik wie hoorde ik
waar geen water is mijn groot gelijk
Prediker zonder kansel De grond is dor gebleven
Wie hoort mij onkruid schiet op
als ik doven spreek geblakerd door zon
Wie ziet mij waarom gesproken
als blinden kijken de vlag gedragen
Wat is mijn woord Een man predikt
als ik mij hoor leeft in zonde
Woorden huist bij hoeren
lichter dan de wind zit aan tafels
warrelend als bladen waar niets opstaat
Wil ik bekeren Honger lijden
geloof in mij in de tuin
Waar is de woordevloed bemest met woorden
als ik stom begraven word
Wat rest
gekwetter van een vogel © Nest Martens
Tot ik je zieTOT IK JE ZIE.
Waar sloeg mijn hart
warm en zacht
wat gaf tover
aan de dagen
Mijn hand telt
de krans van dagen
nu koude dwingt
mij binnen houdt
gesloten in mijn huis
Ik hoor de roep van eenden
ijlend door de lucht
De dag breekt open
tot schaars licht
vage schimmen haasten
Ik tel mijn munten
wat kan ik geven
om een sprankel goed
Mijn bitter drink ik
zoet vloeit weg
mijn hand warmt
om een kom
Ik hul een deken
om mijn kou
stel mijn deur
een handbreed oopen
tot ik je zie
Breng jij mij vuur
© Nest Martens
Het bedpaleisje
Dan tochDAN TOCH
Op de rand van de afgrond, zag ik je staan.
Maar springen deed je niet
Nog niet.
Je ging langs vele wegen, kwam menig tegen.
Maar binden deed je niet
Nog niet.
Je dronk uit vele bekers, tot randen toe gevuld.
Maar braken deed je niet
Nog niet.
Je zag vele zomers, en winters bitter koud.
Van binnen niet bevroren.
Nog niet.
Je kuste vele monden, met bitter zoete smaak.
Maar spuwen deed je niet.
Nog niet.
Je plukte vele rozen, zo lokkend in de kleur.
Je prikken deed je niet.
Nog niet.
Je ruimde vele tafels, het voedsel toren hoog.
Maar stikken deed je niet.
Nog niet.
De melk uit haar borsten, laveloos in je mond.
Stuwt niet terug naar boven.
Nog niet.
Je greep alles om je heen, met niet te laven dorst.
zelf wordt je niet gegrepen.
Nog niet.
De afgrond gaapt nog steeds.
De rand brokkelt af.
De val niet meer te stuiten.
Dan toch
© Nest Martens