haiku en senryu

kerima ellouise : woorden in wind
haiku en senryu


Vlakke stilte
bron foto :
http://complexity.vub.ac.be/~nadia/portfolio2003-2004/foto's/bomen/100-0030_IMG.jpg
waarom zeg jij niets
laat je de stilte weerklinken
als een uitgestrekte vlakte
waar leven zichzelf verloren heeft
waar vergane en blindgeworden zichten
zwerven langs oude bomen
met de dood achter zich aan
waarom zeg jij niets
laat je mijn stappen zinken
naast de langzaam stervende morgen
blootsvoets in het achteruitgaan
oneindig ver in het vergeten landschap
waar schaduwen rafelen op mijn huid
onomkeerbaar, zonder einde of begin
waarom zeg jij niets
laat je mij tot stof vergaan
zo weinig, zo veel

ik spreek niet
wanneer ik ’s nachts
gebonden ben aan woorden
en de sterren mij vertellen
wat ik het mooiste vind
ik denk dan aan lavendel
de eenvoud van het maanlicht
de glimlach om je heen
een witte roos en blauwe vlinders
ieder moment in poëzie gedeeld
jij opende mijn schaduw
gaf me kleine, witte vogels
en op deze vriendenvleugels
heb ik de zuiverheid ervaren
jij gaf me terug de tranen in mijn ogen
kerima ellouise ©
opgedragen aan Corrie
bron foto :
http://www.destentor.nl/multimedia/archive
/00326/Obsolete_326887h.jpg
Een zachte fluisteringHoe graag zou je nu even
de lente willen aanraken,
het groen dat fluistert
in het vijverwater
van dichtersdromen
over vlindervluchten,
weerspiegelt in je
zonnebloem
zo zachtjes terug, als
wederkerende bloesems,
koester je duizend beelden
in één gloed weerkaatst
je legt ze teder neer
in alle zomers, verlengt
de geur van tijm in mei
je ademt de wind,
vertraagt haar glimlach,
in dichte herinneringen,
zo beschermend teer
het najaar schemert
in voorjaarswolken,
in verre plekken,
onsterfelijk en puur
waar vlinders vluchtig
haar lach beroeren
en kleuren scheppen
in jouw verloren tuin
ze raakt de lente in jou
Letterhoopbinnen in mijn hart
herhaal je
maar hoe kan dat
je herkent niet eens
het inpakpapier en
het lint dat je
achteloos laat vallen
elk woord dat ons
bezighield gooi jij
op een letterhoop
van roze strikken
een gokje misschien
omdat mijn glimlach
nog steeds een droom
opwekt telkens ik
in jou sterf
brandingmezelf
in het hier van gisteren,
uren en dagen
berichtten wie ik was
verdwenen in
het schuim van
een onbekend lichaam,
de onmeetbare afstand
schokkend geschuwd
uitgespuugd door
meedogenloze wijzers
weerkaatst de tijd
dichtgeknoopte gaten
en herhalend geroep
misschien
leidt morgen me
naar wie ik gisteren was
De geur van lavendel (1)

Je stierf
oude jaren geleden
toen waren onze vingers jong
ze roken naar lavendel
en prille tederheid
we vulden onze longen
met dromen in het rood
morsten lentedagen
in ‘t licht zo eindloos lief
wat ik zag
was het begin
vogels daalden
en verzamelden
op je schouder
de zomer verbleekte
in je korte, bruine haar
plots lag je stil
in een helderwitte kist
tussen rijen bomen
nog smaller dan je blik
de wereld was
voor jou niet af
Lavendeltranen (2)
Ik begreep niet
voelde slechts
de woorden van je moeder
ze herhaalde
een rimpeling in
jouw zuiver bestaan
verkrampt
door zachtheid
en verwarring
sprak je in de lente
op vleugels
vluchtig stil
kuste je vogels
van papier
je witte zomermond
wat ik zag
was het einde
jij las de herfst en
de winter niet meer
lavendel kleurt
nog steeds
mijn tranen
in een wereld
voor ons
onaf
Lavendelveld (slot)

Jij verdween
zwart
voor mij
ik leef
verder
in de wereld
vol kleur
vouwen
mijn vingers
dromen
vogels stijgen
onbewolkt
dagen knippen
lentegaten
zomers zoenen
het licht
zo groot
ik vraag niet meer
tussen rijen bomen
je blik versmalt
bedroeft mijn longen
in lavendelvelden
leef ik
verder
een zacht herinneren
van een papieren droom
In het voorbij drijven gevangenHij heeft een mooie lach
zo eentje
die de tijd doet stoppen,
tenen laat krullen
in zwarte sokken
een lach die je van
het strand zou willen oprapen
net als de mist
je brilglazen doet vervagen
een lach zo fris
die in een appel
blijft hangen,
zacht laat herinneren
hoe de lente smaakt
ja, zo een lach
ontwaakt
WolkengeflüsterWenn Träume und Wirklichkeit
einander flüchtig begrüssen
gibt es manchmal eine Stille
mijn woorden zullen zoeken
naar vleugels van vertrouwen
naar vertalende verhalen
in de armen van hun schepping
Wenn Gedanken schwirren durch das Herz
fliehen Wörter wie zarten Stimmen
in einem Buch ohne Geschichten
jij zal langs mijn woorden lopen
en letters laten binnenglippen
in het wezenlijke van een droom
op die dag zal jij mijn stilte drinken
Wolkengeflüster
zwischen erbeben und fassen
du und ich
in allen Welten
steniging
zwartgevlekte tralies
verbannen me naar
niemandsland,waar
bloed gutst over ruwe
treden van mijn wanhoop
met geplette handen
en brekend bot
daal ik af,
stap voor stap
kruip onder de steen
waar ontvelde vingers
stuiptrekkend
aan de waarheid sleuren
neergeworpen in
schreeuwende inktvlekken
worden stenen aangesleept
onder en boven elkaar
worden ze gelegd
op het moegeleefde
machteloze papier
zielenresten in verzen
ontdekken handen
een keer teveel gebroken
de tweede steniging
bron foto :
http://www.meertens.knaw.nl
/bol/bin_plaatjes/Leenderstrijp_02.jpg
vlinderbloemenblad
ik ben een heel klein blaadje
tuimel langs tranen
naar de grond
blijf hangen bij de lente
in de stilte van de velden
aan de haren van een kind
ik ben een krokus vlinder
dwarrel met de wind
op broos geloof
in een zomer vol frambozen
waarin ik stop met zwerven
op de wangen van een kind
ik ben een rozenknopje
geur naar verre regen
bemin het licht
waar de ochtendschemer
me teder laat verwelken
in de handen van een kind
een vlinderbloemenblad
kerima ellouise ©
bron foto :
http://www.skoveniskolen.dk/?m=18&a=1292
Reliëf
beelden
ze zijn toch van steen
waarom huil ik dan
en beweeg onzichtbaar mijn lippen
ik weet dat je er nog bent
want jouw geur van gezwollen aders
beitelt mijn hand tot een vuist
in mijn schoot brokkelen ogen
tot onherkenbare resten
van eens geprevelde gebeden
mijn lichaam stil en koud
leeg en kleurloos verhard
verzwegen tot steen
waarom huil ik dan nog

bron foto :
http://www.piazzadellarte.be/archief2/scholen/Marco%20Polo/fotoresultaten/pages/beeld.htm
Schets 364Roerloos sta je daar
terwijl je leugens
schetst in liefde
ik kijk toe
als een breekbaar kind,
verwilderd en ver
van mezelf verwijderd
waar kunnen we nog
heen gaan,
morgen en later
mijn ziel ligt nog
bij die nooit vergeten dag,
de jouwe kijkt nooit
meer door mijn ogen
deze dag zal vergaan
en ergens tussen
gisteren en vandaag
heb ik jouw schetsen
gestapeld
begraven
in een gedicht
Reeds duizendmaal
Telkens jouw hartstocht
poëtische woorden blies
en letters mij deden duizelen
als een krachtig parfum,
schilderde mijn adem
de schuchtere vraag :
wie ben je ?
Doorheen de schoonheid
van taal en een bedeesde stilte
ving ik het antwoord op,
doch jouw naam verdwaalde
toen onze blikken elkaar
geblinddoekt raakten
en ik weer wegdook in
blozende witte wolkjes
Diep in mijn hart en
in het midden van mijn hoofd
kwam jij met geen ander overeen,
gerstenat en waaiende woorden
vulden mijn dankbare hart
toen respect en bewondering
cirkelden en gebaren groeiden
in het zwijgen van mijn innerlijke wereld
laat mijn stilte jou daarom meer zeggen
dan duizend woorden ooit zouden kunnen doen
Surrogaateen moeder scheurt
haar lippen open,
lappen huid
in bloed doordrenkt
warme melk vloeit
schaars en zuur,
vocht dat zij
voor vol aanzag
het kind drinkt gulzig
magere woorden,
wist het beeld van
welkom hier
roze huid ruikt
zacht en teer,
schaduwspelend
en tot last
surrogaat vult
bedelflessen,
onverschillig en
niet gezoet
plastic zijn de armen
waarin het werd gevoed
Achter gesloten deuren

schreiend
naast lijken
en gebeente
leg ik woorden
in de kast
blaas het stof
uit zinnen
van verhalen
en gebeden
de echo raapt
een holle schaduw
in de hoeken
van de kamer
schraapt
verbleekte
maar nog nooit
begraven schedels
vingers verstijven
gegil verstomt
geschreven is
de onvoltooide
grafrede
Rozen op mijn bed
wanneer de nevel nog laag
over de velden zweeft
en de schemer vaag fluistert
tegen de nachtelijke wind
dan verbeeld ik me de stilte
van het beven van jouw handen,
van de adem die je me afnam
in een uiterst zachte zucht
ik luister met gesloten ogen
naar jouw handen op mijn dijen,
naar de toekomst die jij schreef
op mijn roze, warme huid
op mijn schouder voel ik woordjes
en lippenrode roosjes,
in duizend zachte geuren
die jij liet dromen op mijn mond
je bent lief,
zei je
en
de hemel
bewoog
Weet je nog
weet je nog
jij en ik in de regen,
de wind vertelde
hand in hand
wat wij speels verzwegen
we sloten de wereld af
elke voetstap verafgelegen
weet je nog
jij en ik tussen
slapen en ontwaken,
we schuilden in elkaar,
een bron van tedere liefdesdaden
we ontvouwden onze stem
duizend woorden achterlatend
weet je nog
in de hoek van de kamer
jij en ik,
buiten de regen
de wind hield plotseling op,
jouw gedachten bewust vermeden
onze voetstappen in de wereld,
onze woorden ver vooruit
nu breken
mijn tranen
in tweeën