jouw lucht geeft ruimte,
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Een oktoberdag
reeds in het koude bed
versteende mijn naam
die jij schaafde tot
bloedens toe
opgestroopte mouwen
persten de haat
in jouw handen,
toen ik je onschuldig
herkende als de maker
van mijn wieg
om het gemis toe
te dekken stotterde
jij enkele letters,
middernacht was al
lang voorbij
sinds die dag groei
ik in stilte,
jij sprak een taal
die maar niet went
de herinnering
spreekt in vele tranen
want ik draag geen
andere naam dan
die jij mij gaf
Inniger dan het licht
ik schreeuw naar de zomer
wil bloemblaadjes rapen
jouw wang doen rusten
in mijn hand
onder de maan leg ik een spiegel
wil sterren voor je raken
maar de hemel valt in stukken
wanneer een rimpel beweegt
mijn vingers scheuren
langzaam de rand
van de lente, rozen
zijn nog onooglijk klein
ik sleep het zomerlicht
tot in mijn buik, streel
daar je lach, liefkoos
je handen, heel
voorzichtig, dagenlang
wacht ademloos
woordeloos
tot jij fluistert
ik heb je lief
Ach
Hoog
kijk omhoog
naar mijn lange
ademstroom
ik til nevels op
uit alle kieren
laat bloemen
achter op blanco
blaadjes
vouw vlinders
tot een glimlach
in ontwakend zomerblauw
ach
kijk maar
niet omhoog
het is enkel de wind
in mijn toekomstdroom
Jij bent de weg
achter alle broze woorden
herken je letters van jezelf
je draagt de stilte moeizaam
in iedere zin bewaard
jouw handen zijn zo moe
beschrijven elk gemis
berusten zinloos zwevend
in kilte van betekenis
de stilte draagt het lijden
voegt zich bij de tijd
schaduw breekt jouw glimlach
verminkt doorheen de strijd
och wacht niet tevergeefs
woel niet in lege dromen
steeds smaller wordt het pad
door zilte monologen
geef meervoud aan je weg
ja, geraak eraan gewend
in het licht op nieuwe wegen
daar ligt nu jouw accent
Sprakeloos
in mijn stilte
vind ik geen woorden
die je kan lezen
noch kan spreken
zelfs fluister
is niet te horen
beeldt enkel uit
tweevoudig jou
in mijn ogen
gebaar jij de warmte
die je doet zinnen
en ook doet weten
zelfs mijn lach
is niet te breken
licht steeds op
eenvoudig jou
Karkas
in een woestijn gedreven
vernedert de hitte
mijn beroofde zinnen
onder de voeten
miljoenen tranen
uitgeperst, opgedroogd
oneindig in een witte vlakte
de wind giert cirkels
rond de stank
knaagt levenloos
de vingers van m'n geraamte
mijn dorst wankelt
ik begraaf het speeksel
van ijskoude woorden
het zand wordt zwaar
snikt in mijn karkas
uitgemergeld rollen
ogen naar een
korrelige bloedpas
de wind aast
hoort mijn ijle kreten
en strijkt neer in
het gezicht van de dood…
nog heel even beweeg ik mijn hoofd
Er is meer
spreek mij van
een innere taal,
een wereld waar
twijfels woekeren
net als woorden
nooit verstaan
zwijg mij in
een uiterst praten,
een werkelijkheid
waar schijn beweegt
net als het frêle,
doorzichtige verlaten
begrijp mij achter
een wonderlijke stilte
er is minder dan
een wereld, meer
dan jou en mij
onbegrepen
het verlangen voorbij
Langzamerhand
slordigheid
valt niet op te rapen,
je bent gestruikeld
op je tocht naar
gulzigheid,
niet buiten maar
in en door jezelf
je rangschikt me
als dertien
in een dozijn,
ooit uitverkoren
op je uitgelezen weg
nog even raap ik
je woorden op,
je hoeft zelfs
niet te zeggen
dat je me mist
ik lees de leugens
wel op het blanco blad
slordig onbeschreven
haiku en senryu

blauwe regen
gekleurde tranen,
gevormd in bloementrossen,
snakken naar de zon

bron foto :
www.abbayedupalais.com
Skelet
woorden snijden in
menselijke waardigheid
gevild tot het bot

kerima ellouise ©
Vlakke stilte

bron foto :
http://complexity.vub.ac.be/~nadia/portfolio2003-2004/foto's/bomen/100-0030_IMG.jpg
waarom zeg jij niets
laat je de stilte weerklinken
als een uitgestrekte vlakte
waar leven zichzelf verloren heeft
waar vergane en blindgeworden zichten
zwerven langs oude bomen
met de dood achter zich aan
waarom zeg jij niets
laat je mijn stappen zinken
naast de langzaam stervende morgen
blootsvoets in het achteruitgaan
oneindig ver in het vergeten landschap
waar schaduwen rafelen op mijn huid
onomkeerbaar, zonder einde of begin
waarom zeg jij niets
laat je mij tot stof vergaan
zo weinig, zo veel

ik spreek niet
wanneer ik ’s nachts
gebonden ben aan woorden
en de sterren mij vertellen
wat ik het mooiste vind
ik denk dan aan lavendel
de eenvoud van het maanlicht
de glimlach om je heen
een witte roos en blauwe vlinders
ieder moment in poëzie gedeeld
jij opende mijn schaduw
gaf me kleine, witte vogels
en op deze vriendenvleugels
heb ik de zuiverheid ervaren
jij gaf me terug de tranen in mijn ogen
kerima ellouise ©
opgedragen aan Corrie
bron foto :
http://www.destentor.nl/multimedia/archive
/00326/Obsolete_326887h.jpg
Een zachte fluistering
Hoe graag zou je nu even
de lente willen aanraken,
het groen dat fluistert
in het vijverwater
van dichtersdromen
over vlindervluchten,
weerspiegelt in je
zonnebloem
zo zachtjes terug, als
wederkerende bloesems,
koester je duizend beelden
in één gloed weerkaatst
je legt ze teder neer
in alle zomers, verlengt
de geur van tijm in mei
je ademt de wind,
vertraagt haar glimlach,
in dichte herinneringen,
zo beschermend teer
het najaar schemert
in voorjaarswolken,
in verre plekken,
onsterfelijk en puur
waar vlinders vluchtig
haar lach beroeren
en kleuren scheppen
in jouw verloren tuin
ze raakt de lente in jou
Letterhoop
binnen in mijn hart
herhaal je
maar hoe kan dat
je herkent niet eens
het inpakpapier en
het lint dat je
achteloos laat vallen
elk woord dat ons
bezighield gooi jij
op een letterhoop
van roze strikken
een gokje misschien
omdat mijn glimlach
nog steeds een droom
opwekt telkens ik
in jou sterf
branding
mezelf
in het hier van gisteren,
uren en dagen
berichtten wie ik was
verdwenen in
het schuim van
een onbekend lichaam,
de onmeetbare afstand
schokkend geschuwd
uitgespuugd door
meedogenloze wijzers
weerkaatst de tijd
dichtgeknoopte gaten
en herhalend geroep
misschien
leidt morgen me
naar wie ik gisteren was
De geur van lavendel (1)

Je stierf
oude jaren geleden
toen waren onze vingers jong
ze roken naar lavendel
en prille tederheid
we vulden onze longen
met dromen in het rood
morsten lentedagen
in ‘t licht zo eindloos lief
wat ik zag
was het begin
vogels daalden
en verzamelden
op je schouder
de zomer verbleekte
in je korte, bruine haar
plots lag je stil
in een helderwitte kist
tussen rijen bomen
nog smaller dan je blik
de wereld was
voor jou niet af
Lavendeltranen (2)

Ik begreep niet
voelde slechts
de woorden van je moeder
ze herhaalde
een rimpeling in
jouw zuiver bestaan
verkrampt
door zachtheid
en verwarring
sprak je in de lente
op vleugels
vluchtig stil
kuste je vogels
van papier
je witte zomermond
wat ik zag
was het einde
jij las de herfst en
de winter niet meer
lavendel kleurt
nog steeds
mijn tranen
in een wereld
voor ons
onaf
Lavendelveld (slot)

Jij verdween
zwart
voor mij
ik leef
verder
in de wereld
vol kleur
vouwen
mijn vingers
dromen
vogels stijgen
onbewolkt
dagen knippen
lentegaten
zomers zoenen
het licht
zo groot
ik vraag niet meer
tussen rijen bomen
je blik versmalt
bedroeft mijn longen
in lavendelvelden
leef ik
verder
een zacht herinneren
van een papieren droom
In het voorbij drijven gevangen
Hij heeft een mooie lach
zo eentje
die de tijd doet stoppen,
tenen laat krullen
in zwarte sokken
een lach die je van
het strand zou willen oprapen
net als de mist
je brilglazen doet vervagen
een lach zo fris
die in een appel
blijft hangen,
zacht laat herinneren
hoe de lente smaakt
ja, zo een lach
ontwaakt
Wolkengeflüster
Wenn Träume und Wirklichkeit
einander flüchtig begrüssen
gibt es manchmal eine Stille
mijn woorden zullen zoeken
naar vleugels van vertrouwen
naar vertalende verhalen
in de armen van hun schepping
Wenn Gedanken schwirren durch das Herz
fliehen Wörter wie zarten Stimmen
in einem Buch ohne Geschichten
jij zal langs mijn woorden lopen
en letters laten binnenglippen
in het wezenlijke van een droom
op die dag zal jij mijn stilte drinken
Wolkengeflüster
zwischen erbeben und fassen
du und ich
in allen Welten

