Weer terug, vervolg...


Het is toch telkens weer een hele dobber om voldoende tekst bij mekaar te schrijven: een stukje voor keukenweetjes en de dag nadien nog eens een artikeltje voor dit blog; keukenverhalen.
Voor één keer heb ik nu eens voldoende materiaal om een vervolg te breien aan het gedeelte dat begonnen is op keukenweetjes...
Zo profiteer ik er van om de lezers van keukenweetjes naar dit blog te lokken.
Ik ben er zeker van dat er verschillende lezers zijn die dit blog, degene die jullie nu op dit eigenste ogenblik lezen, niet eens kenden!!!
De redenering te ingewikkeld ? Geen zorgen over maken...als we maar gelukkig zijn!
Ik herneem : dus, we zijn naar Douchapt geweest, zoals zo dikwijls reeds, met de bedoeling om er onder andere confituur te gaan maken. Organisatorisch is er allerlei fout gelopen omdat er gewoon geen fruit te vinden was om te verwerken tot jam. Wel hebben we, we waren met vier, drie vrouwen en ikzelf, allerlei nieuwe grondstoffen leren kennen.
Ook wilden we naar Jan gaan, Jan het baasje van Bas&Belle. Die woont in één van de twee Charentes (16), een goede honderdveertig kilometer ten noorden van Douchapt. Ook dat liep fout, ik vond het vrij ver om iemand te gaan bezoeken die ik amper ken. Geen probleem hoor maar wij waren nog steeds in de ban van “confituur maken”, dus vooral niet al te veel tijd verliezen. Twee vrouwen zijn op de koop toe niet erg “hondachtig” aangelegd, resultaat, niet naar Jan gegaan. Volgende keer beter !
Wel zijn we bij Stefaan geraakt. Stefaan van Château Vilatte in Puynormand.
Puynormand ligt even ten noorden van het Saint Emilion wijngebied. Juist evenwijdig aan de Noordpool en de evenaar, kruist de 45e parallel - symbool van gematigd klimaat bij uitstek – in Puynormand de 0° Greenwich meridiaan.
Mochten jullie ooit in de buurt komen, breng hem een bezoekje, hij spreekt nog altijd perfect “Vloms”. http://radio2.be/detailpagina.cfm?id=12597&programma=kook Op nevenstaande link is Stefaan te horen. ( Wel eerst klikken op de juiste knoppen...)
Nadat de auto (bijna) vol geladen was met wijn zijn we richting Saint Emilion gereden. Dat is niet erg veel verder...dertig kilometer misschien. Maar....
Het was middag en de inwendige mens wilde dringend versterkt worden. Vooral na de veelvuldige aperitieven die al gedegusteerd hadden bij Stefaan. Daarom zijn we naar een zeer specifiek restaurant gegaan. Naar het schijnt zouden de Franse wijnhandelaars er zelfs met hun Japanse klanten naar toe trekken om de Jappen te tonen hoe een echt landelijk Frans restaurant er uit ziet... Ikzelf was er al dikwijls geweest maar “mijn” vrouwen nog niet, dit was dus het geschikte moment.
Het restaurant is gesitueerd in het dorpje “Petit Palais” , wat op zich reeds een prachtige naam voor een dorp is. De naam van het restaurant is ook schitterend gekozen : Le Prince Sarmant....
Een “sarment” is een wijnrank, deze worden wel eens gebruikt op de barbecue... Maar het is eveneens een allusie op “Le prince Charmant”.... de mooie prins uit de sprookjes...
Die mooie prins is te vinden achter de tapkast van zijn etablissement... Mooie jongen, echt !
Voor zover ik dat juist kan beoordelen natuurlijk maar mijn vrouwen beaamden het...!
De serveerster daarentegen... Ik ga geen moeite doen om ze hier te beschrijven maar ’t is een lelijk scharminkel... met flaporen...
De tafels zijn bedekt met “toile cirée”, de fles wijn staat reeds klaar op tafel en er is juist geteld één menu, één, te verkrijgen: de menu du jour. Naargelang hoe de klanten binnen komen worden stoelen, tafels en banken verzet. Alles verloopt zeer vlot... binnen het uur ben je er buiten als je dat wil. Je hebt terwijl wel een maaltijd verorberd van vier gerechten en een koffie achteraf...
Het menu was toen: potage du jour, een hors d’oeuvre met als extra, dikke rammenassen in een mandje, een half parelhoen in roomsaus en kaas als dessert. Een koffietje na, die wordt geserveerd uit een gemeenschappelijke percolatorkan. De wijn hoef je niet te kiezen, die staat reeds op de tafel... Kostprijs voor dit alles: twaalf euro, tout compris ! Alstublieft !
Als je daarna aan de toog de rekening gaat betalen krijg je er ook nog een klein digestiefje bij... Opgelet, dit geldt alleen voor diegene die betaalt. ( In dit geval ik dus...)
De rekening wordt met de hand geschreven in een prachtig, tegenwoordig zeer zeldzaam, schoonschrift, bijna kalligrafie.
Mocht je in de buurt komen, het is echt een aanrader. Er is een reusachtige parking vlak bij en het restaurant bevindt zich juist “en face de l’église”. Trouwens is het ook een mooie kerk die een beetje Grieks aandoet. Doe de patron de groeten van : “le cuisinier Belge de Douchapt” !
In Saint Emilion ga je beter niet op restaurant tenzij je eens wil ervaren wat de term “trappe à touriste” betekent ... Vergeet er ook niet de nodige munten in de parkeermeter te stoppen, want een boete krijg je anders gegarandeerd, dit weet ik niet uit ervaring maar het is zo. De agent die verbaliseert is wel eentje van het type: “toffe” jongen met een “embonpoint”...en een mooi lichtblauw uniform.
Verder hapert er niets aan het stadje, alleen ben je verplicht om veel zwaar klimwerk te verrichten want de straten hebben meestal steile hellingen met ruwe kasseien geplaveid. Enne, als je wat over wijn wil weten, dat is daar ook te vinden.
We hebben Pascale nog eens gezien achter de stand van de visafdeling in een supermarkt in Périgueux. Er waren nog steeds verse spieringen te koop, dus die zijn ’s avonds op ons bord beland. Ook een stuk gezouten kabeljauw, zoutevis, is enkele dagen later ook ons deel geworden. Dit soort “bacala” moet ongeveer drie dagen ontzilten vooraleer ie eetbaar is. Maar enorm lekker is het wel. Lees hier.
Ons menu voor de andere dagen zag er ongeveer als volgt uit:
In de lokale Leclerc supermarkt hebben ze steeds “joue de boeuf” te koop, kaken van koeien.... Spotgoedkoop, maar dit stukje vlees levert ongeveer de beste kwaliteit stoofvlees op dat er bestaat. In België natuurlijk weeral nergens te vinden omdat ze hier vinden dat dit soort vlees alleen voor hondenvoer geschikt is !!! ( Jan, dit wil niet zeggen dat je dit vlees nu niet meer aan je honden mag voederen..)
Hier hebben we als groente de peterseliewortels bij gegeten.
Vermits wij grote viseters zijn bestond ons eerste avondmaal uit een stevige portie bouchot mosselen... Klein maar fijn, zonder frieten maar met brood...! Pain Français.
Ze hadden op de markt ook verse haring, zo vers, recht uit de zee, dus die verdween ook in de boodschappentas. Later opgegeten met ajuinensaus!
Kwartels met “trompettes de la mort” , eendenconfit en gebakken tongetjes hebben we ook gehad... en de chayotes.
Natuurlijk hebben we ‘s morgens van elke gemaakte soort confituur eens moeten proeven
Kortom van honger zijn we zeker niet omgekomen. De hoeveelheid wijn die er geconsumeerd werd ga ik hier niet vertellen. Om maar van de dosis dagelijkse aperitieven te zwijgen.
Maar het was er dan ook koud, de verwarming werkte niet naar behoren, en een mens moet zich toch aan iets kunnen verwarmen.






















1 reactie op dit bericht
La Magdeleine