Naar de inhoud

WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA
akke.beakke.be
GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.

Berichten van 1 januari 2009 tot 31 december 2009

EEN LIED VAN OVERWINNING

EEN LIED VAN OVERWINNING

 

Niemand weet waarom keizer Nero de eerste christenen in Rome zo haatte. Hij had alle macht over het leven en de dood van zijn onderdanen en ze waren doodsbang voor hem. Maar de christenen kenden die angst niet, want zij waren hun angst voor de dood kwijtgeraakt. Zij wisten dat de dood hen niet zou kunnen scheiden van de liefde van God en voor hen betekende doodgaan dat ze naar Jezus zouden gaan en dat was fijn. Velen van hen zongen wanneer ze ter dood gebracht werden. Zij wisten dat Nero hun lichamen dood kon maken, maar dat hij hun geest niet kon verbreken, en misschien was dat wel de reden waarom hij hen haatte.

De hele zomer had Nero zichzelf en de bevolking van Rome vermaakt in het Colosseum, het grootste openluchttheater dat ooit gebouwd was, door te kijken naar christenen die voor de wilde beesten werden gegooid. Maar toen de koude Romeinse winter begon, werd het Colosseum gesloten. Wat moest er nu gebeuren, zo vroeg Nero zich af, met de groep van veertig christenen die ontdekt en gearresteerd waren en die zich nu konden voorbereiden op het pleziertje van de keizer? 'Laat ze doodvriezen!' snauwde Nero, terwijl hij uitkeek over het winterlandschap. Hij liet de kapitein van zijn huisbewakers komen om de veertig gevangenen naar een klein bevroren meer te brengen. Daar zouden ze zich moeten uitkleden en het ijs op worden gestuurd om te sterven of om hun beslissing om Jezus te volgen te herroepen. De kapitein en zijn mannen moesten op de oever een groot vuur aanleggen en daar blijven tot de laatste veroordeelde verrader dood was of was teruggelopen naar het vuur om zijn geloof te ontkennen.

Zo luidden de bevelen van Nero, dus de veertig mannen stonden midden op het bevroren meer in de maanverlichte nacht. Zo nu en dan klonk er boven het knetteren van het vuur en het sissen van het geroosterde vlees, een roep op naar de twinkelende sterren: 'Veertig strijders, strijdend voor U, o Jezus, voor U behalen wij de overwinning, voor U eisen wij de kroon op.'

De kapitein luisterde stil en bedroefd, want ook hij kende de weg van Jezus. Hij geloofde dat deze weg naar het eeuwige leven leidde, maar hij had nog nooit de moed gehad om dat te belijden. Hij had al zo veel christenen zien lijden. Hoe kon hij dragen wat zij moesten verdragen? Plotseling werd iedereen stil en alle gezichten keerden zich naar het meer. Een wankelende figuur liep terug naar de oever, zijn hoofd in schaamte gebogen. De heftige pijn van de kou en het zien van het vuur kon hij niet langer verdragen. De soldaten barstten uit in spottend gelach, sleepten hem op de kant, trokken hem kleren aan, gaven hem iets te eten en minachtten hem van binnen.

Op het ijs was het lied van de overwinning verstomd. De groep stond in diepbedroefde stilte en het zingen was opgehouden.

Maar toen werd de grappenmakende groep bij het vuur opnieuw verrast en het lachen hield op. Hun kapitein was gaan staan, had zijn warme kleren uitgegooid en liep nu het ijs op, bleek en vastberaden. De groep verwelkomde hem met blijdschap en opnieuw steeg het lied op naar de hemel, wel met zwakker wordende stemmen.

'Veertig strijders strijdend voor U, o Jezus, voor U behalen wij de overwinning, voor U eisen wij de kroon op.'

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 07:12 Reageer op dit bericht Stuur door

DE WIJNGAARD, DE WIJNSTOK, DE RANK EN DE WIJNBOUWER

DE WIJNGAARD, DE WIJNSTOK, DE RANK EN DE WIJNBOUWER

 

Toen de Heer Jezus sprak over de ware wijnstok en de ranken (zie Johannes 15:1-5), wisten zijn tijdgenoten exact wat Hij bedoelde. Wijngaarden waren in Israël namelijk overal om hen heen. Voor ons is dat anders. Laten we daarom sommige dingen uit de overbekende vergelijking toch maar eens nader bekijken.

Allereerst de boodschap van de Heer: 'Ik ben de ware wijnstok.' We lezen er makkelijk overheen, maar bedenk wel dat de wijnstok heel belangrijk is: de bron van energie, waarlangs alle voedingsstoffen lopen, en de plek waar de druiven geproduceerd worden.

Dan de ranken: dat zijn wij. Als je verbonden bent met de ware wijnstok, dan ben je een rank. Niets meer of minder dan dat. En of je het nu leuk vindt of niet, ranken brengen zelf geen druiven voort: dat kunnen ze helemaal niet! Ranken dragen vrucht, maar zonder de wijnstok kunnen ze deze vruchten niet voortbrengen! Een belangrijke les voor ons: wij zijn geschapen om in verbinding te staan met een sterkere krachtbron dan wijzelf zijn.

 

 

De Heer zegt nadrukkelijk: 'Blijf in Mij.' Dat is dan ook meteen het enige wat wij moeten of hoeven te doen: verbonden blijven met Hem. De rest mogen we aan Hem overlaten. Want hoe vreemd het ook mag klinken, het is niet onze verantwoordelijkheid om vrucht te dragen, om resultaat voort te brengen. Wij kúnnen niet eens zelf vruchten produceren: dat doet Jezus. Wij hoeven niet te zwoegen en te zweten, steeds maar harder te werken, een steeds krapper schema te volgen, en onszelf door wilskracht en zelfdiscipline geestelijk vruchtbaar te maken. Wát een opluchting, als je je dit begint te realiseren!

Want regelmatig vergeten we onze taak, onze rol, en proberen we de wijnstok te zijn. We komen met plannen, met voornemens, met doelen - en we proberen vanuit onszelf geestelijk vrucht te dragen. Waar eindigen we dan? Moe, gefrustreerd, uitgeput en zonder resultaat - omdat we vergeten waren dat een rank vanuit zichzelf geen leven voortbrengt, maar alleen kan dragen wat de wijnstok voortbrengt.

 
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:44 Reageer op dit bericht Stuur door

VAN HOREN ZEGGEN

VAN HOREN ZEGGEN

 

Het gebeurde in de Tweede Wereldoorlog. Een Amerikaans schip was vol soldaten en munitie onderweg naar Europa, toen het schip werd getorpedeerd. Er volgde een verschrikkelijke ontploffing en iedereen stormde naar het dek. Daar verdrongen ze zich bij de kast met zwemgordels. De geestelijken deelden ze uit: 'Kalm, mannen, er zijn er genoeg.' Maar op het laatst kwamen ze er toch vier tekort. Het schip zonk snel en zou binnen een paar minuten ondergaan. Toen deden de geestelijken hun eigen reddingsgordels af en gaven ze aan de laatste vier mannen. Een van hen heeft later verteld:

'Ik deed de gordel om en sprong, ging onder, maar de gordel trok me op. Ik draaide me om en keek naar het schip. Op het verlaten dek, waar de golven al overheen sloegen, stonden onze vier geestelijken - twee protestanten, een katholiek en een jood - arm in arm met gebogen hoofd. Ik hoorde hen heel duidelijk zingen. Toen ging er een siddering door het schip, voordat het in de golven verdween. Dat was de grootste heldendaad die ik heb meegemaakt.'

In 1948 zijn de vier postuum onderscheiden.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:02 Reageer op dit bericht Stuur door

We geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden.

We geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden.

 

Genade is iets waar je zelf niets voor hebt gedaan. Je ontvangt niet wat je wel hebt verdiend (dat is de dood als loon van de zonde) en je ontvangt wel wat je niet hebt verdiend (het eeuwige leven). De eerste helft is al ongelooflijk groots - en de Heer Jezus heeft daar een grote prijs voor betaald. Het tweede is nog veel groter - want Hijzelf is dat eeuwige leven. 'Eeuwig' betekent niet zomaar dat het niet stopt. Het is veel meer: de dood is overwonnen en de kwaliteit van het leven dat we krijgen is zo fenomenaal dat het niet kan vergaan. Zoiets kun je niet verdienen - zelfs niet voor een beetje - met welke daad dan ook. Wat niet betekent dat je maar raak leeft. Juist omdat je leeft, wil je de kwaliteit daarvan niet meer bederven door iets wat met de dood te maken heeft.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:07 Reageer op dit bericht Stuur door

EEN FLUISTERING

EEN FLUISTERING

 

In mijn begintijd als zendeling werkte ik in India onder de mensen van Hariyan.

Deze mensen waren zeer arm en leefden eigenlijk zonder hoop. Geen enkele persoon van een hogere kaste zou ooit dicht bij hen komen, en zelfs hun schaduw mocht niemand aanraken.

Maar ik verlangde ernaar deze mensen in aanraking te brengen met de Heer Jezus.

Ik woonde in het dorpje Kampli en de meeste leden van mijn kleine gemeente waren van Hariyan afkomstig. Appaiya was de dorpspriester, een boer en een ontwikkeld man. Hij demonstreerde zijn toewijding aan de goden van het hindoeïsme door het lezen van godsdienstige boeken. Omdat ik een christen was, kwam ik nooit zijn huis binnen en had ik ook geen gelegenheid tot hem te spreken.

Maar op een morgen toen ik langs zijn huis kwam, hoorde ik gejammer en gehuil. Ik vernam dat zijn jongste zoon zojuist gestorven was: hij had zichzelf vergiftigd na een ruzie met zijn zuster. Er dromde een massa mensen samen bij de deur.

Het lukte me naar binnen te sluipen en ik fluisterde in het oor van de bedroefde vader: 'Moge de Heer Jezus u zijn vrede geven.' Rustig liep ik de deur weer uit met een gebed in het hart of God tegen deze hindoepriester wilde spreken. De volgende morgen kwam er een boodschapper aan mijn deur. 'Christenpriester, Appaiya vraagt of u bij hem wilt komen,' zei hij. Ik ging meteen naar zijn huis. De priester zat op de gewone manier, met gekruiste benen, op de grond. Maar zijn gezicht stond rustiger. Ik ging ook met gekruiste benen op de grond zitten. 'Gisteren fluisterde u mij uw "mantra" in mijn oor,' zei Appaiya. 'Er kwam een vreemd gevoel van vrede in mijn hart. Wilt u uw "mantra" weer in mijn oor fluisteren?'

'Ik zal hem influisteren,' zei ik. Ik deed het en ging rustig weg. De volgende morgen liet Appaiya me weer roepen. Dit keer nam ik enkele christen-broeders mee.

'Mogen we bidden en u wat uit de Bijbel voorlezen?' vroeg ik de oude priester. Hij knikte en we knielden neer om te bidden.

Toen vertelde ik hem de prachtige geschiedenis van de Heer Jezus. Hoe Hij, die God was, als mens naar deze aarde kwam, hoe Hij stierf om ons van onze zonden te bevrijden, hoe Hij weer opstond en ons eeuwig leven gegeven heeft. Appaiya luisterde aandachtig. Hij knikte met zijn hoofd en zijn ogen lichtten op. Vijf dagen achter elkaar ging ik met mijn broeders naar zijn huis, waar we zongen en baden en ik hem meer over de Heer Jezus vertelde.

Op zaterdag legde ik Appaiya uit dat we de volgende dag niet konden komen. 'Morgen is het zondag,' zei ik, 'en dan kan ik niet naar uw huis komen. We hebben een dienst in ons kleine kerkje.' De priester stemde ermee in en we vertrokken.

De volgende morgen waren de rugloze houten banken in ons eenvoudige kerkje gevuld met Hariyans.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 14:10 Reageer op dit bericht Stuur door

GOUD INRUILEN VOOR STRAATKINDEREN .

GOUD INRUILEN VOOR STRAATKINDEREN .

 

Drie keer won ze goud bij grote internationale wedstrijden kunstschaatsen. Een carrière als ster bij 'Holiday On Ice' volgde. Maar een leven van glitter en glamour maakte haar niet echt gelukkig.

Van jongs af aan groeide Manja Boumans op in het milieu van artiesten, schijnwerpers, glitter en glamour. Haar ouders zaten in de showbizz. Op achttienjarige leeftijd begon zij als soliste bij 'Holiday On Ice'. Aanvankelijk schaatste zij vol geestdrift in de ijsshows. Manja vertelt: 'Dit is het helemaal, dacht ik. Maar ondanks mijn succes ontdekte ik dat er iets ontbrak in mijn leven. Ik ging op zoek naar een doel, naar geluk. Ik heb een katholieke achtergrond. Tijdens een rondreis met een show ben ik een kerk binnengegaan op een moment dat er geen mis was. Daar probeerde ik God te vinden.'

Na zeven jaar stapte Manja de showbizz uit en werd trainster kunstschaatsen. Daar leerde ze ook haar huidige man kennen.

 

Manja: 'Ik was nog niet zo lang getrouwd toen ik van mijn schoonouders een cassettebandje kreeg over de Bijbel. Zij waren sinds enkele maanden christen geworden en telkens vertelden ze ons over Jezus Christus. Wie Hij was en dat Hij op aarde was gekomen voor ons mensen. Hij ging aan het kruis voor onze zonden, zodat onze relatie met God hersteld kan worden en wij een eeuwig leven met Hem kunnen hebben.

Op het bandje werd gezegd dat God niet in een tempel(gebouw) woont, maar in de mens. Dat opende mijn ogen. Vroeger zocht ik God in een kerkgebouw, maar nu wist ik dat Hij in de mens wil wonen. Is dat niet bijzonder!?'

Manja aanvaardde de vergeving voor haar zonden en opende haar hart voor Gods liefde. 'Als je gaat begrijpen wat Jezus allemaal voor jou gedaan heeft, dan loop je over van dankbaarheid.'

Ze kreeg een steeds sterker verlangen om God te dienen

Ze vertrok met man en kinderen naar Afrika. In Ouagadougou kwam ze in contact met straatkinderen. Ze begon in eerste instantie in haar vrije tijd deze kinderen te helpen. Later zette ze zich namens Stichting Tear Fund fulltime in voor deze kinderen.

De ellende die Manja ziet, laat haar niet onberoerd. 'Er zijn nachten dat ik niet in slaap kom, omdat ik steeds beelden van de kinderen voor me zie en gesprekken herbeleef. Maar God geeft me kracht en blijdschap om dit werk te kunnen doen. We zijn blij als we zien hoe straatkinderen, die door de maatschappij zijn uitgestoten en meestal op het pad van de misdaad terechtkomen, Jezus Christus als hun Verlosser aanvaarden. Het is ook fijn om deze jongeren weer te zien terugkeren in de maatschappij.'

Manja weet nu wat geluk is: 'Weten dat er een Vader in de hemel is die alles onder controle heeft, die van je houdt (ondanks je falen) en die je nooit in de steek laat. Met gelovigen over de hele wereld een band ervaren en samen God danken en aanbidden, dat is geluk voor mij.'

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 19:53 Reageer op dit bericht Stuur door

Direct riep Hij hen. Ze lieten hun vader achter in de boot en volgden Hem.

Direct riep Hij hen. Ze lieten hun vader achter in de boot en volgden Hem.

 

Het woord 'direct' wordt door Marcus heel vaak gebruikt. Daar heeft hij een speciale reden voor. Na de laatste profeet onder het Oude Verbond, Maleachi, gingen vier eeuwen voorbij zonder dat er een profeet optrad. Het leek wel of God zijn volk was vergeten. Met het optreden van de Heer Jezus raakt de heilsgeschiedenis opeens in een stroomversnelling. Het lange wachten is voorbij en nu gebeuren er allerlei dingen 'direct'. De Heiland neemt overal waar Hij komt onmiddellijk het initiatief. Maar ook zij die zijn roepstem hoorden, lieten 'meteen hun netten achter en volgden Hem'. Direct!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:59 Reageer op dit bericht Stuur door

Ze zullen deel krijgen aan mijn koninkrijk.

Ze zullen deel krijgen aan mijn koninkrijk.

 

Paulus is nog maar net gaan beseffen wie hij vervolgde - Jezus, de Heer - of hij krijgt meteen al een geweldige opdracht. Jezus wil Paulus gebruiken om de ogen van mensen te openen voor de duisternis waarin ze zijn, zodat ze zich zullen omkeren naar het licht. Ieder die dat doet, krijgt vergeving van zonden. Dat is al een geweldige zegen. Maar God wil meer geven: deel krijgen aan zijn koninkrijk. Wie gelooft in Jezus wordt schoongemaakt van zijn zonden en wordt door God apart gezet voor een speciaal doel: het eeuwige leven beërven en samen met de Heer regeren. Wat een fantastische boodschap mag Paulus brengen!

12 Zo was ik eens, met een volmacht van de hogepriesters en in hun opdracht, op weg naar Damascus, 13 toen ik midden op de dag zag hoe een licht uit de hemel, feller dan de zon, mij en mijn reisgenoten omstraalde. 14 We vielen allen op de grond en ik hoorde een stem in het Hebreeuws tegen me zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij? Je kwelt jezelf door je zinloze halsstarrigheid!” 15 Ik vroeg: “Wie bent u, Heer?” De Heer antwoordde: “Ik ben Jezus, die jij vervolgt. 16 Maar kom nu overeind, sta op, want ik ben aan je verschenen om je aan te stellen als mijn dienaar, opdat je bekend zult maken dat je mij hebt gezien en zult getuigen van alles wat ik je nog zal laten zien. 17 Ik zal je daarbij beschermen tegen je eigen volk en tegen de heidenen, naar wie ik je uitzend 18 om hun de ogen te openen, zodat ze zich van de duisternis naar het licht keren, en van de macht van Satan naar God. Door het geloof in mij zullen ze vergeving krijgen voor hun zonden, en samen met allen die mij toebehoren zullen ze deel krijgen aan mijn koninkrijk.”

19 Ik heb dan ook gedaan wat me door deze hemelse verschijning werd opgedragen, koning Agrippa, 20 en heb eerst aan de inwoners van Damascus en Jeruzalem, en aan allen die in Judea wonen, en later ook aan de heidenen verkondigd dat ze tot inkeer moesten komen en God moesten eren, en zich dienden te gedragen zoals dat bij hun nieuwe leven paste. 21 Dat is de reden waarom de Joden me gegrepen hebben toen ik me in de tempel bevond en geprobeerd hebben me te vermoorden. 22 Omdat God mij echter tot op de dag van vandaag bijstaat, blijf ik mijn getuigenis zonder onderscheid aan iedereen bekendmaken, en daarbij zeg ik niets anders dan wat volgens de profeten en Mozes moest gebeuren, 23 namelijk dat de messias zou lijden en sterven en dat hij als eerste van de doden zou opstaan om aan zijn eigen volk en aan de heidenen het licht te verkondigen.’

Hand.26:12-23

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:40 Reageer op dit bericht Stuur door

We geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden.

We geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden.

 

Genade is iets waar je zelf niets voor hebt gedaan. Je ontvangt niet wat je wel hebt verdiend (dat is de dood als loon van de zonde) en je ontvangt wel wat je niet hebt verdiend (het eeuwige leven). De eerste helft is al ongelooflijk groots - en de Heer Jezus heeft daar een grote prijs voor betaald. Het tweede is nog veel groter - want Hijzelf is dat eeuwige leven. 'Eeuwig' betekent niet zomaar dat het niet stopt. Het is veel meer: de dood is overwonnen en de kwaliteit van het leven dat we krijgen is zo fenomenaal dat het niet kan vergaan. Zoiets kun je niet verdienen - zelfs niet voor een beetje - met welke daad dan ook. Wat niet betekent dat je maar raak leeft. Juist omdat je leeft, wil je de kwaliteit daarvan niet meer bederven door iets wat met de dood te maken heeft.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:44 Reageer op dit bericht Stuur door

DE BROER VAN HUDSON TAYLOR

DE BROER VAN HUDSON TAYLOR

 

Een familie in Engeland had twee zonen. De oudste zei dat hij een naam wilde maken voor de familie. Daarom ging hij in de politiek, hij kwam in het Parlement en werd een bekend politicus in zijn land in zijn tijd.

De jongste was jong tot geloof gekomen. Hij besloot zijn leven te stellen in de dienst van Christus. Hij ging als zendeling naar China en werkte daar zijn leven lang met veel zegen. Hij werd de stichter van het bekende zendingsgenootschap The China Inland Mission. Zijn naam was Hudson Taylor. Door hem zijn veel Chinezen tot Christus gebracht. Hij werd bekend en geliefd over de hele wereld.

Iemand schreef: 'Toen ik in een encyclopedie keek om te zien wat er van de oudste broer terecht was gekomen, las ik van hem alleen maar de vermelding: "de broer van Hudson Taylor".'

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 18:53 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik wens jullie vrede.

Ik wens jullie vrede.

 

TWEEDE PAASDAG

Bang voor de Joden, weggekropen achter gesloten deuren, zitten de leerlingen van Jezus bedrukt bij elkaar. Je kunt niet tegelijk bang zijn én vrede hebben. Het één sluit het ander uit. Wanneer de Heer bij binnenkomst hun 'vrede' wenst, dan is dat heel iets anders dan wanneer wij iemand een fijne vakantie 'wensen'. Wij kunnen geen invloed op hun vakantie uitoefenen. Maar de Heer Jezus zegt hier feitelijk: 'Ik gebied dat er vrede in je hart is.' Zo gebood Hij bijvoorbeeld ook de wind toen Hij sprak: 'Zwijg stil', waarop de wind ging liggen. Hier stroomt de blijdschap meteen royaal naar binnen.

19 Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ 20 Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. 21 Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ 22 Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. 23 Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’

24 Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. 25 Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ 26 Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, 27 en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ 28 Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ 29 Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

30 Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, 31 maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

Joh.20:19-31

Christus is degene die vrede gééft. De 'vrede' (sjaloom) die Hij geeft, is veel meer dan afwezigheid van oorlog of wat voor miserabele levensomstandigheden ook. De omstandigheden veranderden niet voor de leerlingen. De haat van de Joden voelden ze dwars door de deuren heen, die zij uit vrees voor de Joden hadden gesloten. Dát veranderde niet, maar zijzelf veranderden toen zij de Heer zagen verschijnen en zijn vredegroet hoorden. Tot tweemaal toe sprak hun Meester: 'Ik wens jullie vrede!' Maar bij de tweede groet laat Hij er meteen op volgen dat het niet zijn bedoeling is dat zij thuis bang bij de pakken zullen blijven neerzitten, maar dat ze de deuren wijd open moeten gooien om daarbuiten zijn werk voort te zetten in de kracht van de heilige Geest, die Hij op hen blaast, als een voorproef van de uitstorting van de heilige Geest op de Pinksterdag. En zo is het inderdaad gegaan. Hij heeft hen uitgezonden in de wereld met zijn vrede in hun harten. Die vrede hebben ze steeds - in leven en in sterven, ook toen ze doodgemarteld werden - op de juiste tijd ervaren.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij zag het en geloofde.

Hij zag het en geloofde.

 

EERSTE PAASDAG

Vele namen van theologen en dominees - te veel om op te noemen - zouden vermeld kunnen worden, die absoluut niet geloven dat Christus' graf leeg was, en die tot hun laatste snik zullen blijven ontkennen wat Johannes ons hier vertelt. Hij schrijft hier met eigen hand over zichzelf dat hij het zag én geloofde. Wát zag hij? Dat de doeken waarin het lichaam van de Meester gewikkeld was geweest in het graf lagen, maar dat de Heer er niet meer was. Het graf was helemaal leeg! En apart van die doeken lag de doek die om Jezus' hoofd gebonden was geweest. Nu kennelijk in alle rust opgerold en netjes neergelegd door de opgestane Heer.

Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. 2 Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ 3 Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4 Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5 Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7 en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8 Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9 Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. 10 De leerlingen gingen terug naar huis.

11 Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12 en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13 ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ 14 Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15 ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ 16 Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) 17 ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18 Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

Joh.20:1-18

 

Petrus en Johannes dachten eerst allebei dat, zoals Maria hun vertelde, de Heer uit het graf was weggenomen. We kunnen ons hun verbazing voorstellen dat de doeken er wel lagen. Wat moesten zij daarvan denken? Want, zo lazen wij: ze hadden uit de Schrift nog (steeds) niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan. Johannes geloofde vanaf dat moment dat de Heer was opgestaan! Maria bleef huilend bij het graf achter. Ze ruilde haar rouwkleed al gauw in voor een vreugdedans, want vooroverbuigend in het graf zag ze daar twee engelen zitten in witte kleren die haar vroegen waarom ze huilde. Toen ze de reden van haar verdriet had verteld en omkeek, meende zij de tuinman te zien, niet wetende dat hij de opgestane Heer was. Eerst toen Hij haar naam uitsprak: 'Maria', herkende zij Hem, draaide zich om en zei 'Rabboenie' (Grote Meester).

Jammer dat Petrus en Johannes zo'n haast hadden om thuis te komen. Doe als Maria, buig je voorover, luister naar Gods boodschappers, keer je om naar Christus, de Opgestane, die ook jou bij je naam roept.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:16 Reageer op dit bericht Stuur door

Want U bent bij mij.

Want U bent bij mij.

 

Vandaag is het 'stille zaterdag', zoals we dat wel noemen. Geen officiële feestdag, en we zouden er eerlijk gezegd ook niet zo goed raad mee weten. Op vrijdag is de Heiland gestorven en in het graf gelegd. Op zondag, de eerste dag van de week, is Hij weer uit de dood opgestaan. De dag daartussenin was de sabbat, en díe hele dag bracht Hij door in het graf. De Bijbel zegt ons niets rechtstreeks over die korte periode. Maar als Hij tegen die éne moordenaar, hangend aan het kruis naast Hem, kon zeggen: 'Heden zult u met Mij in het Paradijs zijn' - dan betekent dat toch dat Hij daar óók zou zijn in de tegenwoordigheid van God. 'U bent bij Mij' - dat hield niet op toen Hij stierf. En we mogen zeggen: het houdt ook niet op voor christenen, als zij sterven.

 

57 Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. 58 Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. 59 Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen 60 en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. 61 Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten.

62 De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus. 63 Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” 64 Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn

leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’ 65 Pilatus antwoordde: ‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ 66 Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten.

Matth.27:57-66

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 13:09 Reageer op dit bericht Stuur door

Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt.

Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt.

 

GOEDE VRIJDAG

Het is wis en waarachtig niet toevallig dat een van de soldaten op het idee komt over het kleed van de Heer Jezus het lot te werpen in plaats van het in stukken te scheuren. Eeuwen tevoren had God al aangekondigd dat dit zou gebeuren. En niet alleen dat. Ook het verraad van Judas en veel meer wat met de kruisiging van Gods Zoon verband houdt, is van te voren op verscheidene plaatsen door het Woord van God aangekondigd. De vervulling van alle Bijbelse profetieën zullen, achteraf, voor alle mensen die het niet wilden geloven, het verbluffende bewijs leveren dat Jezus aan het kruis gestorven is, en zij zullen zich verbijsterd afvragen waarom zij het niet hebben geloofd!

 

Twee keer wijst Johannes in dit hoofdstuk erop, dat de Schrift van tevoren geprofeteerd heeft van bijzondere details rondom het lijden en sterven van de Christus. Eerst in verband met het werpen van het lot over het aan-één-stuk-geweven-kleed van Jezus en daarna dat de Schrift voorzegd heeft dat er geen been van de Messias gebroken zou worden. En dat zijn lichaam doorstoken zou worden en dat mensen op Hém hun blik zouden richten. Zó is het gebeurd! Vanaf het begin van de zondeval van Adam en Eva heeft Eén de totale regie over de geschiedenis van de mensheid: God! Ook al spannen, onder Satans aanvoering, alle machten van de wereld samen om Gods plannen te verijdelen, God leidt alle dingen overeenkomstig zijn heilsplan. De vrijwillige zoendood van zijn eigen Zoon, die de zonde van de wereld wegneemt, is daarvan de grondslag en de garantie. De aarde, die door ons toedoen voor miljarden mensen een onleefbaar oord is geworden, is in barensnood. Maar Christus' kruisdood garandeert de geboorte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

 

17 hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. 18 Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. 19 Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazareth, koning van de Joden’. 20 Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. 21 De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ 22 ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.

23 Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. 24 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden.

25 Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. 26 Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ 27 en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.

28 Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ 29 Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. 30 Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

31 Het was voorbereidingsdag, en de Joden wilden voorkomen dat de lichamen op sabbat, en nog wel een bijzondere sabbat, aan het kruis zouden blijven hangen. Daarom vroegen ze Pilatus of de benen van de gekruisigden gebroken mochten worden en of ze de lichamen mochten meenemen. 32 Toen braken de soldaten de benen van de eerste die tegelijk met Jezus gekruisigd was, en ook die van de ander. 33 Vervolgens kwamen ze bij Jezus, maar ze zagen dat hij al gestorven was. Daarom braken ze zijn benen niet. 34 Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit. 35 Hiervan getuigt iemand die het zelf heeft gezien, en zijn getuigenis is betrouwbaar. Hij weet dat hij de waarheid spreekt en wil dat ook u gelooft. 36 Zo ging de Schrift in vervulling: ‘Geen van zijn beenderen zal verbrijzeld worden.’ 37 Een andere schrifttekst zegt: ‘Zij zullen hun blik richten op hem die ze hebben doorstoken.’

38 Na deze gebeurtenissen vroeg Josef uit Arimatea – die uit vrees voor de Joden in het geheim een leerling van Jezus was – aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht meenemen. Pilatus gaf toestemming en Josef nam het lichaam mee. 39 Nikodemus, die destijds ’s nachts naar Jezus toe gegaan was, kwam ook; hij had een mengsel van mirre en aloë bij zich, wel honderd litra. 40 Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. 41 Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was. 42 Omdat het voor de Joden voorbereidingsdag was en dat graf dichtbij was, legden ze Jezus daarin.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:25 Reageer op dit bericht Stuur door

Volg mij na.

Volg mij na.

 

Goed voorbeeld doet goed volgen. Het is nooit de bedoeling anderen na te doen, maar wel om hun geloof na te volgen. Het geloof, dat afziet van zichzelf en zich richt op God en Christus en uitziet naar zijn kracht en bijstand, om het plan dat God met ons leven heeft te realiseren.

Maar, let op! Een christenleven wordt altijd gekenmerkt door het kruis van Christus (kruis-dragen). Géén volgeling komt daar onderuit. Blijf dat kruis, waaraan Christus gehangen heeft om jou eeuwig leven te geven, liefhebben. Schaam je er niet voor, heb het lief zoals Hij jou heeft liefgehad en Zichzelf voor jou overgegeven heeft.

17 Volg mij na, broeders en zusters, en kijk naar hen die leven volgens het voorbeeld dat wij u gegeven hebben. 18 Ik heb u al vaak gezegd, en zeg nu zelfs met tranen in mijn ogen: velen leven als vijand van het kruis van Christus 19 en gaan hun ondergang tegemoet. Hun god is hun buik, hun eer is schaamteloosheid en hun aandacht is alleen gericht op aardse zaken. 20 Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus. 21 Met de kracht waarmee hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal hij ons armzalig lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkt lichaam.

fil.3:17-21

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:29 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik ga recht op mijn doel af.

Ik ga recht op mijn doel af.

 

Het leven wordt er stukken makkelijker op wanneer je je kunt richten op maar één doel. Alles kan aan dat ene doel 'volmaakt' ondergeschikt gemaakt worden. Niet iedere christen is zo ver. Paulus moedigt hen aan op de ingeslagen weg vorderingen te maken. Dat heeft alles te maken met je persoonlijke beslissingen. Jouw ambities moeten ondergeschikt gemaakt worden aan het plan dat God met jouw leven heeft. Wanneer je je op God richt, worden al je ambities door Hem in de juiste richting geleid; wanneer jouw ambities echter voorop staan en God op het tweede plan staat, mis je Gods doel!

 

12 Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt. Maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft. 13 Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. 14 Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept. 15 Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten. Mocht u er op enig punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken. 16 In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan.

 

Filippenzen 3:12-16

 

 

12 HEER, geef ons vrede,

alles wat wij deden, hebt u voor ons gedaan.

13 HEER, onze God,

andere heren hebben ons in hun macht gehad,

maar alleen uw naam zullen wij prijzen.

14 Doden zullen niet herleven, schimmen niet opstaan.

U bent tegen hen opgetreden, hebt hen vernietigd,

elke herinnering aan hen hebt u uitgewist.

15 Uw volk hebt u groot gemaakt, HEER,

en zo voor uzelf roem verworven.

U hebt uw volk groot gemaakt

en het land naar alle kanten uitgebreid.

16 HEER, in onze nood hebben wij u gezocht;

toen u ons tuchtigde, riepen wij u aan.

17 Zoals een zwangere vrouw in barensnood

ineenkrimpt en schreeuwt in haar weeën,

zo verschenen wij voor u, o HEER.

18 Wij waren zwanger en krompen ineen,

maar al wat we baarden was lucht;

wij brachten het land geen uitkomst,

op aarde werd geen mens meer geboren.

19 Jullie doden zullen herleven, de lijken opstaan.

Ontwaak, jullie daar in het stof, en jubel!

Uw dauw is een dauw die leven geeft,

de aarde brengt haar schimmen weer tot leven.

20 Trek je terug in je kamers, mijn volk,

en sluit de deur achter je.

Nog een korte tijd, tot de woede bekoeld is.

21 Zie hoe de HEER zijn woning verlaat

en de mensen op aarde voor hun wandaden laat boeten.

Het onschuldige bloed dat op haar is vergoten

wordt door de aarde aan het licht gebracht,

ze zal het niet langer verbergen.

 

Jes.26:12-21

 

 

 

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:34 Reageer op dit bericht Stuur door

Ik wil Christus kennen.

Ik wil Christus kennen.

 

Waarop bouwen wij onze eigenwaarde? Waarop laten wij ons voorstaan? Op onze status? Onze principes? Onze Bijbelgetrouwheid? Onze degelijkheid? Ons aanzien in de maatschappij of in de christenheid? Paulus bezat het allemaal, inclusief een succesvolle briljante carrière, maar hij schudde het van zich af als vuilnis. Om vergeving te ontvangen? Nee! Om naar de hemel te kunnen gaan? Nee! Sinds hij Christus ontmoette, was het zijn fascinatie Hém echt te leren kennen. Geen theoretische kennis, maar kennis gebaseerd op een leven met Jezus, van stap tot stap, door dik en dun.

 

1 Voor het overige, broeders en zusters, laat de Heer uw vreugde blijven. Ik heb er geen moeite mee te herhalen wat ik u al geschreven heb; het is voor uw eigen bestwil. 2 Pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken, pas op voor die versnijdenis van ze! 3 Wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf, 4 hoewel ik redenen genoeg zou hebben om op mezelf te vertrouwen. Als anderen menen dat te kunnen doen, dan kan ik dat zeker. 5 Ik werd besneden toen ik acht dagen oud was en behoor tot het volk van Israël, tot de stam Benjamin, ik ben een geboren Hebreeër met de wetsopvatting van een farizeeër 6 en heb de gemeente fanatiek vervolgd. Aan wat er in de wet over gerechtigheid staat, voldeed ik volledig. 7 Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. 8 Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen 9 en één met hem zijn – niet door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus. 10 Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood, 11 in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan.

Filippenzen 3:1-11

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 20:01 Reageer op dit bericht Stuur door

HET LICHT VAN CHRISTUS LATEN ZIEN

HET LICHT VAN CHRISTUS LATEN ZIEN

 

Een christen wordt weleens vergeleken met een vuurtoren. Een vuurtoren moet licht verspreiden in het donker van de nacht. Dan kunnen de schepen de weg vinden naar de veilige haven. Als een vuurtoren die in de zee staat, geen licht verspreidt, is hij een gevaar voor de schepen in de omgeving. Ze lopen dan gevaar op de rotsen schipbreuk te lijden.

Het is de bedoeling dat een christen het licht van Christus verspreidt in zijn omgeving. Een christen die geen licht verspreidt, is een gevaar voor de mensen in zijn omgeving. Een christen verspreidt het licht niet alleen door wat hij zegt, maar vooral door wat hij doet. Het beste bewijs van het christelijk geloof is een christelijk leven. Zonder dat wij ons ervan bewust zijn, laten we het licht van Christus, die in ons woont, zien in onze omgeving. 'Het leven van Jezus moet zichtbaar worden in ons sterfelijke bestaan.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 16:41 Reageer op dit bericht Stuur door

AANBIDDING

AANBIDDING

 

De reden waarom sommige mensen God niet vaak genoeg prijzen en aanbidden, is omdat zij Hem onvoldoende kennen. Hoe meer je Hem kent, hoe meer je opmerkt van zijn goedheid, en hoe meer je Hem zult danken en prijzen en aanbidden voor wie Hij is, en wat Hij heeft gedaan. En hoe meer je dat doet, hoe meer vreugde je in je hart zult ervaren.

 

Stormie Omartian

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 18:14 Reageer op dit bericht Stuur door

SCHIJN IN MIJ, SCHIJN DOOR MIJ

SCHIJN IN MIJ, SCHIJN DOOR MIJ

 

Volgens de Bijbel moeten de christenen schijnen als lichten in de wereld. In het oude Egypte was het de gewoonte om een kandelaar te plaatsen in een doorschijnende albasten vaas. Als zo'n licht brandde in een vaas, verspreidde de hele vaas licht in de omgeving. Dat is precies wat er gebeurt als de Heer Jezus in ons hart komt. Hij is het licht van de wereld en als Hij in ons woont, schijnt zijn licht door ons naar buiten. Dan valt de aandacht niet op ons, maar op de Heer Jezus. Dan wordt Hij verheerlijkt, dan wordt Hij bewonderd. Dan kunnen andere mensen de weg naar God vinden door het licht dat wij naar buiten laten schijnen. Dit licht laten we zien door onze woorden, maar nog meer door wat we als christenen doen, door onze wandel.

De Bijbel zegt: 'Want eens was u duisternis, maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht' (Efeziërs 5:8).

Of zoals een lied het zegt: 'Schijn in mij, schijn door mij' (Opwekking 334).

 

want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht.  Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid.

Efeziërs 5:

 

HEER, UW LICHT EN UW LIEFDE SCHIJNEN (334)A

 

Heer, uw licht en uw liefde schijnen

waar U bent zal de nacht verdwijnen.

Jezus, Licht van de wereld, vernieuw ons.

Levend Woord, ja uw waarheid bevrijdt ons.

Schijn in mij, schijn door mij.

 

Refrein:

Kom, Jezus kom,

vul dit land met uw heerlijkheid.

Kom heil'ge Geest, stort op ons uw vuur.

Zend uw rivier, laat uw heil

heel de aard' vervullen.

Spreek, Heer, uw woord:

dat het licht overwint.

 

Heer, 'k wil komen in uw nabijheid.

Uit de schaduwen in uw heerlijkheid.

Door het bloed mag ik U toebehoren.

Leer mij, toets mij, uw stem wil ik horen.

Schijn in mij, schijn door mij.

 

Refrein:

Kom, Jezus kom,

vul dit land met uw heerlijkheid.

Kom heil'ge Geest, stort op ons uw vuur.

Zend uw rivier, laat uw heil

heel de aard' vervullen.

Spreek, Heer, uw woord:

dat het licht overwint.

 

Staan wij oog in oog met U Heer.

Daalt uw stralende licht op ons neer.

Zichtbaar, tastbaar wordt U in ons leven.

U volmaakt wie volkomen zich geven.

Schijn in mij, schijn door mij.

 

Refrein:

Kom, Jezus kom,

vul dit land met uw heerlijkheid.

Kom heil'ge Geest, stort op ons uw vuur.

Zend uw rivier, laat uw heil

heel de aard' vervullen.

Spreek, Heer, uw woord:

dat het licht overwint.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:47 Reageer op dit bericht Stuur door

U voert dezelfde strijd.

U voert dezelfde strijd.

 

Let erop! De werkelijke tegenstanders zijn niet je geloofsgenoten, maar zij die het evangelie tegenstaan. Hun tegenstand heeft een dubbele betekenis: voor hén dat ze ten onder gaan en voor óns dat we gered worden. Deze strijd kan ons dus geen angst aanjagen, omdat de strijd zelf het bewijs is van hun nederlaag en ook van onze overwinning. Sterker nog: deze strijd te strijden en te ondergaan is, net als het geloof, 'geschonken genade'. Lijden en strijden omwille van Christus is dus geen kwestie van 'je wonden likken' maar van 'tel uit je winst'!

Wij zegevieren in dit alles glansrijk.

 

27 Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus, zodat ik kan horen, of straks zelf kan zien, dat u één van geest bent en samen voor het geloof in het evangelie strijdt. 28 Laat u op geen enkele manier door uw tegenstanders angst aanjagen, want dat is een teken van God: voor hen dat ze ten onder gaan, voor u dat u wordt gered. 29 Aan u is de genade geschonken niet alleen in Christus te geloven, maar ook omwille van hem te lijden. 30 U voert dezelfde strijd die u mij vroeger hebt zien voeren en die ik, zoals u hoort, nog steeds voer.

Fil.1:27

 

 

Weeklaag, schepen uit Tarsis,

want alle huizen zijn verwoest.

Bij terugkeer uit het land der Kittiërs

kwam het jullie ter ore.

2-3 Schreeuw het uit, bewoners van de kuststreek.

Kooplui van Sidon, jullie hebben de zeeën bevaren

en zijn van het grote water rijk geworden;

het graan van Sichor, geoogst aan de Nijl,

hebben jullie met winst verkocht.

Sidon was de handelaar onder de volken. [2–3] 3 

4 Schaam je, Sidon, vesting van de zee,

want de zee klaagt je aan:

‘Heb ik dan geen weeën gehad, geen kinderen gebaard?

Geen zonen grootgebracht, geen dochters opgevoed?’

5 Wanneer het bericht Egypte bereikt,

zal iedereen beven van angst

om die tijding over Tyrus.

 

6 Steek over naar Tarsis,

weeklaag, bewoners van de kuststreek.

7 Is dit nu jullie bruisende stad,

gesticht in een ver verleden,

met wingewesten overzee?

8 Wie heeft aldus besloten over Tyrus,

die stad zo kwistig met kronen,

waar de handelaars vorsten waren

en de kooplui groten der aarde?

9 De HEER van de hemelse machten!

Hij heeft besloten Tyrus van zijn luister te beroven

en de groten der aarde klein te maken

Jes.23:1-9

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 10:30 Reageer op dit bericht Stuur door

De HEER heb ik lief, Hij hoort mijn stem, mijn smeken.

De HEER heb ik lief, Hij hoort mijn stem, mijn smeken.

 

In de Psalmen vinden we de ervaringen van mensen die op God (proberen te) vertrouwen. Velen hebben ervaren wat de psalmdichter schrijft: diepe nood, wanhopig roepen en dan een wonderlijke uitredding. Natuurlijk is er dan dankbaarheid, is er een liefdesverklaring. Deze psalm is een getuigenis van wat de Heer heeft gedaan, een verwondering over hoeveel pijn Hij blijkbaar heeft als zijn gunstgenoten in moeilijkheden komen. Maar de schrijver gewaagt ook van een voornemen: hij wil er wat mee doen dat zijn leven gespaard is. Het oog van de Heer is immers op hem! Daarom wil hij Hem loven en Hem voortaan dienen.

1 De HEER heb ik lief, hij hoort

mijn stem, mijn smeken,

2 hij luistert naar mij,

ik roep hem aan, mijn leven lang.

 

3 Banden van de dood omknelden mij,

angsten van het dodenrijk grepen mij aan,

ik voelde angst en pijn.

4 Toen riep ik de naam van de HEER:

‘HEER, red toch mijn leven!’

 

5 De HEER is genadig en rechtvaardig,

onze God is een God van ontferming,

6 de HEER beschermt de eenvoudigen,

machteloos was ik en hij heeft mij bevrijd.

 

7 Kom weer tot rust, mijn ziel,

de HEER is je te hulp gekomen.

8 Ja, u hebt mijn leven ontrukt aan de dood,

mijn ogen gedroogd van tranen,

mijn voeten voor struikelen behoed.

 

9 Ik mag wandelen in het land van de levenden

onder het oog van de HEER.

10 Ik bleef vertrouwen, ook al zei ik:

‘Ik ben diep ongelukkig.’

 

11 Al te snel dacht ik:

Geen mens die zijn woord houdt.

12 Hoe kan ik de HEER vergoeden

wat hij voor mij heeft gedaan?

 

13 Ik zal de beker van bevrijding heffen,

de naam aanroepen van de HEER

14 en mijn geloften aan de HEER inlossen

in het bijzijn van heel zijn volk.

 

15 Met pijn ziet de HEER

de dood van zijn getrouwen.

16 Ach, HEER, ik ben uw dienaar,

uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares:

u hebt mijn boeien verbroken.

 

17 U wil ik een dankoffer brengen.

Ik zal de naam aanroepen van de HEER

18 en mijn geloften aan de HEER inlossen

in het bijzijn van heel zijn volk,

19 in de voorhoven van het huis van de HEER,

binnen uw muren, Jeruzalem.

 

Halleluja!

Ps.116

Dit is de vierde psalm van het groot Hallel: de lofzang die bij het Pascha gezongen werd. Ook de Heer Jezus hief in de laatste nacht met zijn discipelen deze lofzang aan. Als geen ander wist Hij dat God luistert naar de stem van ieder die roept. In de hemel had Hij zelf geluisterd en gebeden verhoord als van deze psalmdichter. Als mens op aarde ervoer Hij het van de andere kant - tot het moment dat God niet kon antwoorden vanwege onze zonden die op Hem gelegd waren. Op weg naar dat moment heeft Hij de beker van de bevrijding opgeheven - terwijl Hijzelf de drinkbeker van God helemaal leeg zou moeten drinken. Hij heeft beseft dat zijn dood als mens aan het kruis heel veel betekende voor God: de NBV gebruikt het woord 'pijn', andere vertalingen spreken van 'kostbaar'. Niets ging er dieper dan dat sterven van de Heer. Maar Hij is niet in de dood gebleven, ook Hij is daaruit verlost - al moest Hij wel door de diepste diepten heen. Daarom kon Hij deze psalm meezingen die avond voor zijn lijden: Hij zou erdoorheen komen en zou daarmee tegelijk de vervulling van deze psalm voor ons mogelijk maken.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 14:10 Reageer op dit bericht Stuur door

Smaakt en ziet dat de Here goed is.

Smaakt en ziet dat de Here goed is.

 

Hebt u al ontdekt Wie de Here is, hoe goed en hoe trouw Hij is en hoe veilig het is om bij Hem te schuilen? Deze vragen kun je niet zuiver theoretisch benaderen. Natuurlijk, Gods Woord vertelt ons genoeg over Hem en in deze Psalm vinden we daar een voorbeeld van. Maar wat in dit loflied vooral opvalt, is dat David graag aan iedereen wil vertellen wat hij met de Here heeft meegemaakt. Ook David kende de Here uit de Bijbel (de boeken van Mozes en Jozua). Maar toen hij in de klem zat, liet de Here Zich in de praktijk kennen. En dat bracht David tot het schrijven van deze en vele andere Psalmen. Smaakt en ziet dat de Here goed is.

 

1 Van David, toen hij zich aan het hof van Abimelech als een krankzinnige voordeed en pas wegging toen deze hem verjoeg.

 

2 De HEER wil ik prijzen, elk uur van de dag,

mijn mond is altijd vol van zijn lof.

3 Laat mijn leven een loflied zijn voor de HEER,

de nederigen zullen het met vreugde horen.

 

4 Roem met mij de grootheid van de HEER,

sluit u aan om zijn naam te verheffen.

5 Ik zocht de HEER en hij gaf antwoord,

hij heeft mij van alle angst bevrijd.

 

6 Wie naar hem opzien, stralen van vreugde,

schaamte zal hun gezicht niet kleuren.

7 In mijn verdrukking riep ik tot de HEER,

hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered.

 

8 De engel van de HEER waakt

over wie hem vrezen, en bevrijdt hen.

9 Proef, en geniet de goedheid van de HEER,

gelukkig de mens die bij hem schuilt.

 

10 Vromen, heb ontzag voor de HEER:

wie hem vreest lijdt geen gebrek.

11 Jonge leeuwen lopen hongerig rond,

wie de HEER zoekt, ontbreekt het aan niets.

 

12 Kom, kinderen, luister naar mij,

ik leer je ontzag voor de HEER.

13 Hebben jullie het leven lief,

wil je goede jaren genieten?

 

14 Behoed dan je tong voor het kwaad,

je lippen voor woorden van bedrog.

15 Mijd het kwade, doe wat goed is,

streef naar vrede, jaag die na.

 

16 Het oog van de HEER rust op de rechtvaardigen,

zijn oor luistert naar hun hulpgeroep.

17 Toornig ziet de HEER wie kwaad doen aan,

hij wist hun namen op aarde uit.

 

18 De HEER hoort de kreten van de rechtvaardigen,

hij bevrijdt hen uit de nood,

19 gebroken mensen is de HEER nabij,

hij redt wie zwaar wordt getroffen.

 

20 Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,

de HEER zal hem steeds weer bevrijden.

21 Hij waakt zelfs over zijn beenderen,

niet één ervan wordt verbrijzeld.

 

22 Een slecht mens komt om door eigen kwaad,

wie een rechtvaardige haat zal boeten,

23 de HEER redt het leven van zijn dienaren,

nooit zal boeten wie schuilt bij hem.

Ps.34

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast.

Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast.

 

Een krijgsman als David, die zijn volk bescherming moest bieden voor de vijanden, heeft uiteraard heel wat hachelijke situaties meegemaakt. Zoiets zoek je niet op, integendeel, je doet er alles aan om het te voorkomen. Ook al zijn we geen krijgsman, als christen worden we wel aangemoedigd te strijden en deel te hebben in het lijden als een goed soldaat van Christus Jezus. En ook voor ons geldt dat we ons niet moeten laten afleiden door iets anders, want onze Bevelhebber moet tevreden over ons kunnen zijn. Een christen is per definitie een strijder in dienst van een onoverwinnelijke Overwinnaar!

 

Ik heb u lief, HEER, mijn sterkte,

3 HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder,

God, mijn steenrots, bij u kan ik schuilen,

mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht.

4 Ik roep: ‘Geloofd zij de HEER,’

want ik ben van mijn vijanden verlost.

 

5 Mij omsloten de banden van de dood,

de kolkende afgrond joeg mij angst aan,

6 de banden van het dodenrijk omklemden mij,

op mijn weg lagen de valstrikken van de dood.

 

7 In mijn nood riep ik tot de HEER,

ik schreeuwde naar mijn God om hulp.

In zijn paleis hoorde hij mijn stem,

mijn roepen bereikte zijn oren.

 

8 Toen schudde en schokte de aarde,

de bergen trilden op hun grondvesten,

beefden omdat hij vlamde van woede,

9 rook steeg op uit zijn neus,

verterend vuur kwam uit zijn mond,

hij spuwde hete as.

 

10 Hij schoof de hemel open en daalde af,

duisternis onder zijn voeten,

11 hij besteeg de cherub en vloog,

zwevend op de vleugels van de wind.

 

12 Hij maakte van het donker zijn schuilplaats,

trok een tent om zich heen

van duister water, dichte wolken.

13 Een vuurgloed ging voor hem uit,

wolken joegen voort, hagel en gloeiende as.

 

14 De donder van de HEER klonk aan de hemel,

de Allerhoogste verhief zijn stem:

hagel en gloeiende as.

15 Hij schoot zijn pijlen en sloeg de vijanden uiteen,

wierp zijn bliksemschichten en verdreef hen.

 

16 De beddingen van het water werden zichtbaar,

de grondvesten van de wereld kwamen bloot

door uw dreigende blik, HEER,

door de briesende adem uit uw neus.

 

17 Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast

en trok mij op uit de woeste wateren,

18 ontrukte mij aan mijn machtige vijand,

aan mijn haters, die sterker waren dan ik.

 

19 Op de dag van mijn ondergang vielen zij aan,

maar de HEER was mij tot steun.

20 Hij leidde mij weg uit de nood en gaf mij ruimte,

bevrijdde mij, omdat hij mij liefhad.

Ps.18:1-20

 

Maar ondanks het onwankelbare geloof in de eindoverwinning, moet je toch nog vaak in uiterste nood tot de Heer roepen en naar je God om hulp schreeuwen. Hoe geweldig bemoedigend en verblijdend is het dan, wanneer je merkt dat Hij jouw hulpgeroep in zijn paleis heeft vernomen. Soms scheen het dat God niet antwoordde op Davids gebed, maar nu blijkt zonneklaar dat die geweldige machtige God opgestaan was en letterlijk hemel en aarde bewoog om hem, David, te hulp te schieten op zijn noodkreet. God bood hem hulp van omhoog, greep hem vast en trok hem op uit woeste wateren. David heeft er weet van; hij heeft het lijfelijk ervaren dat God hem redde uit de hand van zijn vijanden en uit de hand van Saul. Maar deze psalm beschrijft méér dan de lotgevallen van David. De psalm beschrijft ook wat er gebeuren ging met de zoon van David, de Heer Jezus Christus. De psalm heeft duidelijk een diepere laag. Dat blijkt vooral uit de verzen die op dit gedeelte volgen. Maar ook hier wordt de sluier al iets opgelicht, en zien we het kruis waar de golven en baren van Gods straf over Christus werden uitgegoten, maar óók de hand van God die Hem uit de dood zou verlossen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:09 Reageer op dit bericht Stuur door

De Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen.

De Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen.

 

Toen de Here Jezus geboren werd, was er voor Hem geen plaats in de herberg; en toen Hij leefde, was er geen plaats waar Hij kon rusten. Aan het eind van Zijn leven werd duidelijk welke plaats de mensen wèl voor Hem over hadden: een kruis. Eigenlijk was dat niet Zíjn plaats, maar ònze plaats. Hij verdiende een troon, wij een kruis. Maar uit liefde vernederde de Heiland Zich tot onze plaats: Hij stierf aan het kruis, zodat wij verhoogd kunnen worden tot Zijn plaats. Ons wacht nu een troon. Wat een genade!

57 Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen hem: ‘Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.’ 58 Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ 59 Tegen een ander zei hij: ‘Volg mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ 60 Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’ 61 Weer een ander zei: ‘Ik zal u volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ 62 Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’

 

Luc.9:57-62

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door lucky om 06:13 Reageer op dit bericht Stuur door

Doet bij dit alles de liefde aan.

Doet bij dit alles de liefde aan.

 

Gisteren besloten we met de opmerking dat er heel wat is 'aan te doen'. Onze levensopenbaring, ons gedrag wordt in Kol. 3 als het ware vergeleken met de kledingstukken die men op het lichaam draagt. Van deze 'kleren' geldt niet het bekende 'de kleren maken de man', maar deze geestelijke en morele 'kleren' maken de christen. Had men vroeger alle kledingstukken aangetrokken, dan volgde nog het omdoen van de gordel. Pas dan was de kleding 'af'. Al hebben we alle genoemde deugden 'aangedaan', dan is het geheel niet 'af', wanneer de 'band van de volmaaktheid', de liefde ontbreekt!

 

14 Zoek het goede, niet het kwade. Dan zullen jullie leven, en dan zal de HEER, de God van de hemelse machten, met jullie zijn, zoals jullie altijd zeggen. 15 Haat het kwade, heb het goede lief en zorg dat er recht gedaan wordt in de poort. Misschien zal dan de HEER, de God van de hemelse machten, genade schenken aan wie er overgebleven zijn van Jozefs volk. 16 Daarom – zegt de HEER, de God van de hemelse machten, de Heer – zal er op alle pleinen worden gerouwd, in alle straten gejammerd; boeren worden opgeroepen om te weeklagen, klaagzangers om te rouwen, 17 en ook in alle wijngaarden zal er worden gerouwd wanneer ik zelf in jullie midden rondga – zegt de HEER.

18 Wee degenen die verlangen naar de dag van de HEER! Wat zal hij jullie brengen, de dag van de HEER? Duisternis, geen licht. 19 Zoals wanneer iemand die vlucht voor een leeuw, aangevallen wordt door een beer, en dan, als hij een huis binnenvlucht en met zijn hand tegen de muur leunt, gebeten wordt door een slang. 20 De dag van de HEER zal duisternis zijn, en geen licht; aardedonker, zonder glans.

21 Ik heb een afkeer van jullie feesten, ik wijs ze af, jullie samenkomsten verdraag ik niet. 22 Ik schep geen behagen in de brand- en graanoffers die jullie mij brengen; de vetgemeste beesten van jullie vredeoffers keur ik geen blik waardig. 23 Bespaar mij het geluid van jullie liederen; de klank van jullie harpen wil ik niet horen. 24 Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek.

25 Israëlieten, hebben jullie mij die veertig jaar in de woestijn ooit zulke offers en gaven gebracht? 26 Nu zullen jullie de beelden die jullie zelf gemaakt hebben – je koning Sakkut en je sterrengod Kewan

 met je mee moeten dragen, 27 want ik zal jullie in ballingschap voeren, tot voorbij Damascus. Dit zegt de HEER, wiens naam is: God van de hemelse machten.





AMOS.5:14--27


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 17:20 Reageer op dit bericht Stuur door

De Here bemint het recht.

De Here bemint het recht.

 

In de wereld lijken alle normen van recht omgedraaid. Mensen die zich om God noch gebod bekommeren leven in voorspoed, en rechtvaardigen zuchten. De psalmdichter ziet echter boven het aardse gebeuren uit: er is een God die het recht bemint en die uiteindelijk gerechtigheid zal oefenen. Straks zullen de goddelozen geoordeeld worden, maar voor de rechtvaardigen wachten de zegeningen van de toekomst (vs. 22,29). Daarom is de ware leefregel van de mens: van het kwade te wijken en het goede te doen (vs. 27).

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:30 Reageer op dit bericht Stuur door

O God, herstel ons.

O God, herstel ons.

 

Evenals de vorige Psalm brengt ook deze ons terug in de tijd van de eerste verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar. Daarnaast echter gunt ze ons ook een blik in de nabije toekomst wanneer het gelovig overblijfsel van Israël in de grote verdrukking komt, die na de opname van de Gemeente zal aanbreken. Dan zal dit gebed ook opwellen uit de verslagen harten en verbroken geesten van die Joden die ter wille van hun geloof en ijver voor God door hun eigen volk en bondgenoten worden vervolgd en verdrukt. De kreet 'O God, herstel ons' sluit tevens een belijdenis in: dat ze willen terugkomen van hun dwaalwegen.

 

 

1 Voor de koorleider. Op de wijs van De lelies. Een getuigenis. Van Asaf, een psalm.

 

2 Hoor ons, herder van Israël,

die Jozef leidt als een kudde.

U die troont op de cherubs, verschijn in luister

3 aan Efraïm, Benjamin en Manasse.

 

Laat uw kracht ontwaken,

kom, en red ons.

4 God, keer ons lot ten goede,

toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered.

 

5 HEER, God van de hemelse machten,

hoe lang nog blijft u vertoornd op uw biddende volk?

6 U liet ons brood van tranen eten

en een stroom van tranen drinken.

 

7 U hebt andere volken tegen ons opgezet,

onze vijanden drijven de spot met ons.

8 God van de hemelse machten, keer ons lot ten goede,

toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered.

 

9 U hebt een wijnstok uitgegraven in Egypte,

en volken verdreven om hem te planten.

10 U gaf hem een ruime plek,

hij schoot wortel en vulde het land.

 

11 De bergen werden bedekt door zijn schaduw,

de machtige ceders door zijn twijgen,

12 hij strekte zijn takken uit tot de zee,

tot aan de Grote Rivier zijn ranken.

 

13 Waarom hebt u zijn omheining vernield?

Voorbijgangers plukken hem leeg,

14 wilde zwijnen wroeten hem om,

velddieren vreten hem kaal.

 

15 God van de hemelse machten, keer u tot ons,

kijk neer uit de hemel en zie,

bekommer u om deze wijnstok,

16 de stek die uw hand heeft geplant,

het kind dat u zelf hebt grootgebracht.

 

17 Hij is verbrand en weggehakt,

verkwijnd onder uw duistere blik.

18 Leg uw hand op uw beschermeling,

het mensenkind dat u hebt grootgebracht.

 

19 Dan zullen wij niet van u wijken.

Laat ons leven, en wij roepen uw naam:

20 HEER, God van de hemelse machten, keer ons lot ten goede,

toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered.

Psalmen 80

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 14:56 Reageer op dit bericht Stuur door

Wandelen met God.

Wandelen met God.

 

Henoch, de man die met God wandelde 
'Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg'   Genesis 5:24

 

De naam Henoch betekent 'toegewijd', of 'ingewijd'; vandaar ook 'leraar'. Door te wandelen met God verkreeg Henoch zelf inzicht in Gods plannen en gedachten, en was hij ook in staat om anderen te onderwijzen. Dit maakte hem tot een profeet, een boodschapper van Godswege in een verdorven wereld die God de rug had toegekeerd. Wij lezen namelijk heel duidelijk in de Brief van judas dat Henoch heeft geprofeteerd. Hij sprak over de komst van de Heer ten oordeel:

'En ook Henoch, de zevende van Adam af, heeft van dezen geprofeteerd door te zeggen: Zie, de Heer is gekomen temidden van zijn heilige tienduizenden, om oordeel uit te oefenen tegen allen ...'   Judas: 14-15.

Een wandel met God was het deel van Adam en Eva in de hof van Eden, maar zij verloren dit voorrecht door de zondeval. Toen zij ná de val het geluid van de Here God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen zij zich voor Hem:

Henoch heeft heel duidelijk herwonnen wat Adam door zijn val had verbeurd. Tweemaal lezen wij van hem dat hij met God wandelde:

“En Henoch wandelde met God, nadat hij Metuselach verwekt had, driehonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijfenzestig jaar. En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.”  Genesis 5:22-24

Van Noach wordt hetzelfde vermeld: 'Noach wandelde met God' (Genesis 6:9). Is het mogelijk om met God te wandelen in een wereld die Hem de rug heeft toegekeerd en die het oordeel tegemoet gaat? Het voorbeeld van deze beide mannen geeft een bevestigend antwoord op die vraag. Vergelijk in dit verband ook de woorden van de Psalmist:

'De verborgenheid des Heeren is voor hen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken'.
Psalm 25:

Henoch werd na een lang leven met God plotseling opgenomen van dit aardse toneel, om Hem in hemelse heerlijkheid te dienen en te loven. Noach werd na een lange wandel met God veilig overgebracht naar een nieuwe wereld, om Hem op een gereinigde aarde opnieuw te dienen en te eren.

Het keerpunt in Henoch's leven schijnt de geboorte van zijn zoon te zijn geweest:

'En Henoch wandelde met God, nadat hij Methtí­salah gewonnen had, driehonderd jaren'   Genesis 5:22

Waarschijnlijk kreeg hij door de geboorte van zijn zoon een betere indruk van Gods grootheid als de Schepper van het leven. Misschien is hij toen ook gaan nadenken over der realiteit van de val van de mens, de ernst van de dood en de noodzaak van de verlossing.

Zo bracht de zegen die hij ondervond in zijn gezin hem dichter tot God, zodat hij werkelijk met God ging wandelen.

En Henoch bleef met God wandelen, wel driehonderd jaar lang ‑voor onze begrippen een enorme tijd. Zou er één dag geweest zijn in al die lange jaren dat Henoch afdwaalde en niet met God wandelde? Ik denk het niet. Wanneer wij ouder worden en vele jaren met de Heer hebben gewandeld, zijn wij ertoe geneigd van Hem af te wijken en onze eigen wegen te volgen. Dat zien wij bijvoorbeeld in het leven van Salomo, die vreemde goden ging dienen toen hij oud geworden was. (1 Koningen 11:4)

Henoch bleef bewaard voor afdwalingen. Hij week niet van de zijde van de God met Wie hij wandelde, evenals Ruth zich vastklemde aan haar schoonmoeder en Elisa weigerde Elia te verlaten (Ruth 1; 2 Konin­gen 2). Het lange leven van Henoch eindigde op een heerlijke wijze, doordat God hem plotseling opnam in de hemel. Wij als christenen hebben dezelfde hoop, dezelfde toekomstverwachting.

In Henoch’s leven zien wij de blauwdruk voor ons leven, Henoch geloofde in de Here God en leefde er naar. Ook van ons wordt verwacht dat wij eenvoudig geloven hetgeen de Here Jezus beloofd heeft, óók de belofte van Zijn komst voor de Gemeente, die belofte moet ons genoeg zijn en mogen (moeten) wij Hem elke dag verwachten. Niet het aardse, niet onze omstandigheden of onze problemen en ziekten zijn de maatstaf voor ons geloof, maar de belofte dat hij een wedergeboren christen zal behouden voor tijd en eeuwigheid is ons heerlijk vooruitzicht.

L.R

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 06:23 Reageer op dit bericht Stuur door

Hij die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen.

Hij die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen.

 

In de wereld leven kinderen van God en mensen die in de macht van de duisternis zijn. Soms is het moeilijk om 'echt' en 'imitatie' van elkaar te onderscheiden. Maar uiteindelijk zal de Heer Jezus het onkruid scheiden van het goede gewas. Tot dat moment groeien gelovigen en ongelovigen naast elkaar op. Wij kunnen vaak moeilijk herkennen of iemand echt bij God hoort. Maar als het goed is, zal het goede zaad uiteindelijk herkenbaar worden en vrucht dragen. Eén ding is zeker: De Heer kent de zijnen. En na de terugkomst van Christus zal er duidelijkheid komen. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het koninkrijk van hun Vader.

 

36 Daarop stuurde hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij hem en vroegen: ‘Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’ 37 Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, 38 de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, 39 de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. 40 Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: 41 de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen 42 en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. 43 Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!

Mat.13:36-43

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 20:42 Reageer op dit bericht Stuur door

Vreest God en geeft Hem eer.

Vreest God en geeft Hem eer.

 

Ook tijdens de grote verdrukking zal er een evangelie gebracht worden. Zelfs in de meest barre tijden laat God Zijn heil verkondigen. Er zal in die tijd een grote menigte, die niemand tellen kan, tot bekering komen. Ze zullen Gods heerschappij over hun leven aanvaarden, Hem aanbidden en erkennen als de Schepper van hemel en aarde. Die mensen zullen zich onderscheiden van de massa die het beest en zijn beeld aanbidt. Ze zullen de meerderheid in het kwade niet volgen. Velen zullen dat moeten bekopen met hun leven. Daarom: 'Zalig de doden, die in de Here sterven.'

 

6 Toen zag ik opnieuw een engel, die hoog in de lucht vloog. Hij had een eeuwig evangelie dat hij bekend moest maken aan de mensen op aarde, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. 7 Luid riep hij: ‘Heb ontzag voor God en geef hem eer, want nu is de tijd gekomen dat hij zijn oordeel zal vellen. Aanbid hem die hemel en aarde, zee en waterbronnen geschapen heeft.’ 8 Hij werd gevolgd door een tweede engel, die uitriep: ‘Gevallen, gevallen is Babylon, die grote stad, die door haar ontucht alle volken de wijn van haar wellust heeft laten drinken.’ 9 Zij werden gevolgd door een derde engel, die met luide stem riep: ‘Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of zijn hand krijgt, 10 zal hij de wijn van Gods woede moeten drinken, die onverdund in de beker van zijn toorn is geschonken. Hij zal in vuur en zwavel worden gepijnigd, onder de ogen van de heilige engelen en van het lam. 11 De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.’

12 Hier komt het aan op de standvastigheid van de heiligen, die zich houden aan Gods geboden en aan de trouw van Jezus.

13 Ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven.”’ En de Geest beaamt: ‘Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’

Openb.14:6-13

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 08:32 Reageer op dit bericht Stuur door

Hier blijkt de volharding en het geloof van de heiligen.

Hier blijkt de volharding en het geloof van de heiligen.

 

Hoe donkerder de nacht, hoe helderder de sterren. En nacht zal het worden over deze wereld. Het podium voor een werelddictator wordt getimmerd. Het decor is zo goed als klaar. Beestachtig zal het regime zijn dat dan aan de macht komt. Grote woorden en godslasteringen zullen hem kenmerken. De gelovigen zal hij niet ontzien. Ze lijken een willoze prooi van zijn martelingen. Het zal de tijd zijn van de grote verdrukking. Een periode die z'n weerga niet kent. Juist dan schitteren er heldere sterren. Er is geen groter contrast mogelijk. Het zijn de heiligen van wie de namen geschreven zijn in het boek van het Lam. Hun geloof in die nog toekomstige tijd mag ons nu inspireren.

 

Toen zag ik uit de zee een beest opkomen. Het had tien horens en zeven koppen; het had een kroon op elke horen, en er stonden godslasterlijke namen op zijn koppen. 2 Het beest dat ik zag leek op een panter, met poten als van een beer en een bek als de muil van een leeuw. De draak droeg zijn kracht en heerschappij en gezag aan het beest over. 3 Een van de koppen van het beest zag eruit alsof hij geslacht was; het was een dodelijke verwonding, maar de wond genas. Vol bewondering ging de hele wereld achter het beest aan. 4 Iedereen aanbad de draak, omdat hij het beest gezag had gegeven. Ook het beest zelf aanbaden ze, met de woorden: ‘Wie is gelijk aan het beest? Wie kan het tegen hem opnemen?’ 5 Het beest kon zijn bek gebruiken voor grootspraak en godslasteringen, en dat tweeënveertig maanden lang. 6 Het opende zijn bek en lasterde God, zijn naam en zijn woning en hen die in de hemel wonen. 7 Het mocht de strijd met de heiligen aanbinden en hen overwinnen. Ook kreeg het macht over alle landen en volken, over mensen van elke stam en taal. 8 Alle mensen die op aarde leven zullen het beest aanbidden, iedereen van wie de naam niet vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat, het boek van het lam dat geslacht is.

9 Wie oren heeft, moet horen. 10 Wie gevangenschap moet verduren, zal in gevangenschap gaan. En wie door het zwaard moet sterven, zal sterven door het zwaard. Hier komt het aan op de standvastigheid en trouw van de heiligen.

Openb.13:1-10

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:35 Reageer op dit bericht Stuur door

Want zij zeiden: Hij is buiten Zichzelf.

Want zij zeiden: Hij is buiten Zichzelf.

 

Wie de Heer Jezus hier op aarde volgt, kan het knap moeilijk krijgen met zijn eigen familie, als die er anders over denkt en zelfs meent iemand tot de orde te moeten roepen. 'Hij is buiten Zichzelf.' De Heer was 'in de dingen van zijn Vader' en zijn eigen familie had daar geen enkel begrip voor. Ze bleven steken in de gedachte dat iemand die andere dingen geloofde en deed dan zij, wel gek moest zijn. Als uw echtgenoot, moeder of andere familieleden soortgelijke gedachten over u koesteren, is dat ontzettend moeilijk, ook al laten ze u met rust. De Heer Jezus kent uw pijn en eenzaamheid in dit opzicht uit eigen ervaring. Laat dat uw troost mogen zijn.

 

20 En Hij ging in een huis; en er verzamelde zich weder [de] schare, zodat zij zelfs geen brood konden eten. 21 En toen zijn naastbestaanden dit hoorden, gingen zij heen om Hem te halen, want zij zeiden: Hij is niet bij zijn zinnen. 22 En de schriftgeleerden, die van Jeruzalem gekomen waren, zeiden: Hij heeft Beëlzebul, en door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit. 23 En Hij riep hen tot Zich en sprak tot hen in gelijkenissen: Hoe kan de satan de satan uitdrijven? 24 En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, kan dat koninkrijk zich niet staande houden. 25 En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen bestaan. 26 En indien de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is, kan hij niet bestaan, doch is hij aan zijn einde. 27 Maar niemand kan het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst die sterke heeft gebonden, en dan zal hij zijn huis plunderen. 28 Voorwaar, Ik zeg u, dat alle zonden aan de kinderen der mensen zullen vergeven worden, ook de godslasteringen, welke zij gesproken mogen hebben; 29 maar wie gelasterd heeft tegen de heilige Geest, heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar staat schuldig aan eeuwige zonde. 30 Immers, zij zeiden: Hij heeft een onreine geest.

Mark.3:20-30

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door lucky om 07:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van WAT JE AAN JEZUS GEEFT,BEN JE NIET KWIJT

↑ Terug naar de berichten