Een van onze voorgangers was niemand minder dan Kamiel Vallez, een thuiswever, pijpenroker, liefst in een stenen pijp, ik kan het weten, ‘k heb er nog spijt van dat ik ze niet allen heb bij gehouden, welke uit de grond zijn boven gehaald. Maar vooral was hij een verwoed vogelvanger. Op het menu gaf hij de voorkeur aan spreeuwen. Ze waren zeer lekker om te eten. Vanuit de achter venster had hij een verzicht op den open kouter, tot aan de “Plaatse molen” of den molen van Vandemeersch nu den molenkouter.
Toen was er nog geen sprake van een hotel zoals nu, toen dat den eenarm, de “gazette bedeler” er kwam, stond daar een klein kotje voor wat “logting” matreaal er in te plaatsen. Nu noemt men dat een tuinhuis. De man had dat naar zijn behoefte niet van doen en met enkele honderd franken minder pacht werd het kotje afgebroken en vervangen door een varkenskwekerij, wat later zou het een kolenhandelaar zijn, en nog later wat het nu is “hotel”. De doening waar ik over spreek was een tweewoonst, heel waarschijnlijk gebouw na den brand die gewoed had in de kerk zo een paar honderd jaar terug. In het huis zelf ligt een balk uit 1761, met een houtsculptuur de “ Franse lelie” .
Nu staan er aan de overzijde evens woningen, tot nu toe kunnen we nog de zon zien daar er nog een stuk niet bebouwd is, maar van den berg is er allang geen sprake meer.
Weet, nog lang voor ik daar kwam wonen noemde deze straat de Marksestraat. Dit begon vanaf de straete naar Tombroek, naar de Oude Aalbeeksestraat, deze straat in langs de gebouwen naar Walotex, vervolgens langs den “schreiboom” nu “Renards Capelle” zo naar den café den “Smokkelpot”. Dat was het uiterste punt van Rollegem, ook genaamd den “Lergberghboom”
Die zelfde straat, een aardeweg, is dan een betonweg geworden tot aan de Aalbeeksestraat. En nog later tot aan de “Schreiboomstraat. De wegel die nu nog verder loopt is er een overblijfsel van.
Het klooster had de keuze gemaakt om een school voor mindervalide te bouwen, dan kwam er de meisjesschool en laatst de jongensschool, of minstens een gemengde school van jongens en meisjes.
De straat vanaf de Schepenhuisstraat was de Capelleweg, en deze liep langs de vroeger café “De Krielenier” en den kloef langs de beenhouwerij Vandevenne tot aan de Marksestraat.
Een grote uitbreiding van residentiële woningen op ons dorpsgebied, begrensd door de Rollegemseweg, Rollegemknokstraat tot aan den Segersweg. De gemeente was opgehouden te bestaan, het was voortaan nog een deelgemeente van Kortrijk. In 1947 was het inwonersaantal 2529, in 1974 iets voor de fusie 2545. In 1970 was er 2 ha bos.
Op 30 juni 1976 waren er 215 arbeiders en bedienden, waarvan 51 in twee confectiebedrijven en 44 in een school voor bijzonder lager onderwijs. 71% van de beroepsbevolking was werkzaam buiten de entiteit Kortrijk, Moeskroen, Zwevegem, wat tot de beginjaren zestig was de pendelarbeid naar Frankrijk eveneens van belang.
Categorie:Tijd van toen
|