Plato en de opstanding (aflevering 5)
|
Plato en de opstanding (aflevering 5) Het geloof in de opstanding van het vlees is eigen aan de Zoroastriërs uit Perzië (het huidige Iran - Zarathustra leefde ca. 1000 voor Christus en vandaag telt het Zoroastrisme nog steeds ca. 300.000 gelovigen) en aan de religies van het Boek, dat wil zeggen: het jodendom, het christendom en de islam maar niet alle joden geloven in de opstanding (de farizeeën deden dat, de sadduceeën echter niet) en ook in het christendom wordt over de opstanding niet veel gezegd, behalve dan bij Paulus in zijn brieven aan de Korintiërs (1 Korintiërs 15:12-581) en aan de Romeinen (Romeinen 4:23-252 en Romeinen 10:93) en het Paulinische christendom is dan ook de kern van het katholicisme. De derde-eeuwse exegeet Origenes (die Mattheüs 19:124 toepaste en zichzelf castreerde) heeft het over de verrijzenis in een vergeestelijkte mens en niet over de verrijzenis van het vlees, de kerkvader Methodius van Olympos (†311) spreekt over de verrijzenis als over het het opnieuw 'gieten' van de mens, die door de dood 'gesmolten' is, in zijn oorspronkelijke 'vorm' en de heilige Gregorius van Nyssa (335-394) ziet, zoals ook Paulus, de verrijzenis als een herstelproces: zoals de zonde van Adam de mens sterfelijke maakte, zo is Christus de tweede Adam die door het uitboeten van de zonde aan de mens zijn staat van onsterfelijkheid teruggeeft. Echter, men kan zich hierbij de bedenking maken dat hier niet de persoonlijke onsterfelijkheid van elke mens bedoeld kan worden aangezien de voorgestelde vergelijking wat betreft het eerste deel slaat op Adam en derhalve op de mensheid als zodanig die ten val komt, zodat ook met het tweede deel van de vergelijking, namelijk betreffende de verlossing en de opstanding, niet de afzonderlijke mensen bedoeld kunnen worden maar wel opnieuw de mensheid als zodanig die dan immers via het als kerk verrezen lichaam van Christus diens eeuwig leven of diens onsterfelijkheid realiseert. Dat laatste brengt ons terug bij Plato's vormenleer en bij de gedachte om de individuele mensen te beschouwen als onvolmaakte en vergankelijke emanaties van de volmaakte en onsterfelijke idee 'mens'. (Wordt vervolgd) (J.B., 13 oktober 2023) 1 1 Korintiërs 15:12-58, Statenvertaling: “12 Indien nu Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden opgewekt is, hoe zeggen sommigen onder u, dat er geen opstanding der doden is?/13 En indien er geen opstanding der doden is, zo is Christus ook niet opgewekt./14 En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof./15 En zo worden wij ook bevonden valse getuigen Gods; want wij hebben van God getuigd, dat Hij Christus opgewekt heeft, Dien Hij niet heeft opgewekt, zo namelijk de doden niet opgewekt worden./16 Want indien de doden niet opgewekt worden, zo is ook Christus niet opgewekt./17 En indien Christus niet opgewekt is, zo is uw geloof tevergeefs, zo zijt gij nog in uw zonden./18 Zo zijn dan ook verloren, die in Christus ontslapen zijn./19 Indien wij alleenlijk in dit leven op Christus zijn hopende, zo zijn wij de ellendigste van alle mensen./20 Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, en is de Eersteling geworden dergenen, die ontslapen zijn./21 Want dewijl de dood door een mens is, zo is ook de opstanding der doden door een Mens./22 Want gelijk zij allen in Adam sterven, alzo zullen zij ook in Christus allen levend gemaakt worden./23 Maar een iegelijk in zijn orde: de eersteling Christus, daarna die van Christus zijn, in Zijn toekomst./24 Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht./25 Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben./26 De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood./27 Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft./28 En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen./29 Anders, wat zullen zij doen, die voor de doden gedoopt worden, indien de doden ganselijk niet opgewekt worden? Waarom worden zij voor de doden ook gedoopt?/30 Waarom zijn ook wij alle ure in gevaar?/31 Ik sterf alle dagen, hetwelk ik betuig bij onzen roem, dien ik heb in Christus Jezus, onzen Heere./32 Zo ik, naar den mens, tegen de beesten gevochten heb te Efeze, wat nuttigheid is het mij, indien de doden niet opgewekt worden? Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij./33 Dwaalt niet. Kwade samensprekingen verderven goede zeden./34 Waakt op rechtvaardiglijk, en zondigt niet. Want sommigen hebben de kennis van God niet. Ik zeg het u tot schaamte./35 Maar, zal iemand zeggen: Hoe zullen de doden opgewekt worden, en met hoedanig een lichaam zullen zij komen?/36 Gij dwaas, hetgeen gij zaait, wordt niet levend, tenzij dat het gestorven is;/37 En hetgeen gij zaait, daarvan zaait gij het lichaam niet, dat worden zal, maar een bloot graan, naar het voorvalt, van tarwe, of van enig der andere granen./38 Maar God geeft hetzelve een lichaam, gelijk Hij wil, en aan een iegelijk zaad zijn eigen lichaam./39 Alle vlees is niet hetzelfde vlees; maar een ander is het vlees der mensen, en een ander is het vlees der beesten, en een ander der vissen, en een ander der vogelen./40 En er zijn hemelse lichamen, en er zijn aardse lichamen; maar een andere is de heerlijkheid der hemelse, en een andere der aardse./41 Een andere is de heerlijkheid der zon, en een andere is de heerlijkheid der maan, en een andere is de heerlijkheid der sterren; want de ene ster verschilt in heerlijkheid van de andere ster./42 Alzo zal ook de opstanding der doden zijn. Het lichaam wordt gezaaid in verderfelijkheid, het wordt opgewekt in onverderfelijkheid;/43 Het wordt gezaaid in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid; het wordt gezaaid in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht./44 Een natuurlijk lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam, en er is een geestelijk lichaam./45 Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Geest./46 Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke, daarna het geestelijke./47 De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den Hemel./48 Hoedanig de aardse is, zodanige zijn ook de aardsen; en hoedanig de Hemelse is, zodanige zijn ook de hemelsen./49 En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben, alzo zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen./50 Doch dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen, en de verderfelijkheid beërft de onverderfelijkheid niet./51 Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden;/52 In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden./53 Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen./54 En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning./55 Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?/56 De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet./57 Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus./58 Zo dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere.” 2 Romeinen 4:23-25, Statenvertaling: “23 Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is;/24 Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk dengenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft;/25 Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.” 3 Romeinen 10:9, Statenvertaling: 9 “Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden.” 4 Mattheüs 19:12, Statenvertaling: “Want er zijn gesnedenen, die uit moeders lijf alzo geboren zijn; en er zijn gesnedenen, die van de mensen gesneden zijn; en er zijn gesnedenen, die zichzelven gesneden hebben, om het Koninkrijk der hemelen. Die dit vatten kan, vatte het.” |



