De cultus van Mammon (deel 5)

|
De cultus van Mammon (deel 5)
J.B., De vier ruiters van de apocalyps, nagetekend naar Gerard van Groeningen (1563 - 1574). Een half millennium geleden maakte de Nederlandse tekenaar en graveerder Gerard van Groeningen, naar het voorbeeld van de houtsnede uit 1498 van Albrecht Dürer, een afbeelding van de vier ruiters van de apocalyps, overeenkomstig het joodse boek Zacharia beschreven in Openbaring 6 van de apostel Johannes, de zoon van Zebedeus en de geliefde leerling van Christus. In een visioen beschrijft de ziener een boek verzegeld met zeven zegels, alleen te verbreken door het Lam Gods (Christus), waarbij de eerste vier slaan op vier ruiters. Na het verbreken van het eerste zegel verschijnt het witte paard van de overwinning van de Antichrist; na het verbreken van het tweede, het vuurrode paard van de oorlog; na het verbreken van het derde, een zwart paard waarvan de ruiter een weegschaal draagt; de ruiter van het vaalgele, vierde paard is de dood met in zijn zog het dodenrijk met de opdracht het vierde deel der mensen te doden met het zwaard, de honger, dodelijke ziekten en wilde dieren. Het derde, zwarte paard met de ruiter met de weegschaal zou dus verband houden met het geldwezen: honger, (voedsel)schaarste en de onrechtvaardige verdeling van de rijkdommen. De ziener hoort een stem die zegt: “Een dagloon voor een portie tarwe en hetzelfde bedrag voor drie porties gerst. Maar laat wijn en olijfolie ongemoeid”1, wat zou betekenen dat de schaarste het voedsel voor het lichaam betreft (tarwe en gerst) en niet dat voor de geest (gesymboliseerd door wijn en olie). Blijkt dus dat het (gebrek aan) geld of de honger een van de vier thema's is die in de eindtijd aan bod komen, na de Antichrist en de oorlog en voorafgaand aan de dood: de Antichrist brengt oorlog, oorlog brengt honger en honger brengt dood. Het geld is een ruilmiddel en heeft derhalve te maken met de schaarste omdat er in tijden van overvloed helemaal niet gewogen hoeft te worden. De weegschaal heeft te maken met recht, dat altijd recht is op leven en derhalve recht op voedsel, gesymboliseerd in tarwe en gerst, met andere woorden: ons dagelijks brood. Het koren moet worden gedorst en dat gebeurt sinds het begin der tijden op de tempelberg in Jeruzalem. De tempelberg werd in de oudheid bovenaan vlak gemaakt om gebruikt te worden als dorsvloer. Bij het dorsen wordt het kaf van het koren gescheiden, wat ongetwijfeld de rechtspraak symboliseert en volgens de overlevering zou dat ook gebeuren met betrekking tot het mensdom, als de Antichrist zegeviert, op het einde der tijden, op dezelfde plek, na het armageddon (de eindstrijd, de oorlog) en voorafgaand aan de dood.2 Dat alles welbeschouwd kan worden opgemerkt dat, in tegenstelling tot wat alom wordt verondersteld, namelijk dat de Antichrist een soort van duivel is, het noodzakelijk zo moet zijn dat Antichrist of Tegen-Christus duidt op de (zoals aangekondigd) in de Eindtijd wedergekeerde, enige en dezelfde Christus uit het begin der tijden. Het geld geeft rechten in de wereld en wordt ook vaak als zodanig uitgedrukt en zo wordt aan wie met pensioen gaan de uitkering medegedeeld met het bericht dat zijn of haar 'rechten' zijn berekend. Maar de wereldse rechten die door Mammon aan zijn dienaren worden toegekend, zijn uiteraard niet dezelfde als deze die resulteren uit de goddelijke rechtspraak, zoals blijkt uit Christus' oordeel (in Mattheüs 6:5) over de huichelaars: “Zij hebben hun loon reeds ontvangen.” (Wordt vervolgd) (J.B., 19 maart 2024) 1Openbaring 6:5-6. |







