Het gewicht van verwachtingen
|
Het gewicht van verwachtingen Om een volume op gang te krijgen, eist de wet der traagheid dat er krachten gaan op inwerken teneinde het van de toestand van rust naar die van beweging te doen overgaan en dit kan grosso modo gebeuren middels twee handelingen, namelijk trekken en duwen. Een kar wordt doorgaans getrokken en niet geduwd omdat ook rekening moet gehouden worden met de zwaartekracht die de kar immers reeds sowieso naar beneden trekt en met de positie van de steunpunten: door aan de kar te trekken, verhindert men dat ze naar beneden geduwd wordt terwijl de krachten zich bij het duwwerk hoe dan ook zodanig verdelen dat zij met de inwerking van de zwaartekracht meewerken - de trekkrachten daarentegen werken de zwaartekracht een beetje tegen. Uiteraard is deze voorstelling van zaken simplificerend want onder meer ook de aard van de steunpunten en de wrijving van wielen over een oneffen weg spelen een grote rol, wat uiteraard veel minder het geval is bij het voortduwen van bijvoorbeeld een binnenvaartschip over de Schelde, al heeft men daar bij het trekken ook nog te maken met het feit dat de locomotief met zijn schroef een waterstroom opwekt die de voortbeweging van zijn vracht tegenwerkt, wat echter niet gebeurt waar de locomotief een paar trekpaarden zijn op het jaagpad. Duwen en trekken zijn twee bewegingen die de zwaartekracht kunnen tegengaan (eigenlijk altijd min of meer in samenspel met heffen) en dat is niet alleen het geval waar het gaat om fysische gebeurtenissen: ook op psychosociale bewegingen, bewegingen van de wil en van de emoties kunnen zowel duw- als trekkrachten worden uitgeoefend. Deze niet-fysische gebeurtenissen zijn immers met de fysische verbonden: zij gaan eraan vooraf, zoals dat het geval is met de bewegingen van de wil en van de emoties, ofwel volgen zij erop. In het geval van niet-fysische bewegingen nu, kan men de eigen wil welke bijvoorbeeld voorafgaat aan een fysieke inspanning, beschouwen als een duwende kracht. Naast die duwende 'psychische' kracht kan men dan een trekkende 'psychische' kracht onderscheiden, bijvoorbeeld in de uitwerking van zekere verwachtingen welke gekoesterd worden jegens degene die de inspanning in kwestie moet leveren. De wil duwt degene die wilt naar zijn fysieke inspanning toe maar tegelijk kunnen de verwachtingen, hetzij vanwege de willende persoon zelf, hetzij vanwege derden, de persoon die een handeling wil stellen als het ware naar die handeling toe trekken. Op die manier zal de handelende persoon tegelijk duwen én getrokken worden en de trekkracht is dan in vele gevallen niets anders dan een verwachting of de som van de verwachtingen gesteld in de handelende persoon in kwestie met betrekking tot de daad die op zijn wilsdaad volgt. Het is derhalve niet noodzakelijk alleen de wilsdaad die de handeling van de betrokken persoon op gang brengt: ook de verwachtingen van anderen hebben een invloed op de initiatie van de bewuste actie. Het verschijnsel is goed bekend in de sportwereld, met name als de invloed van supporters op de prestaties van de spelers die door het handengeklap van duizenden met het gebeuren meelevende mensen, vleugels krijgen, zoals dat zo bijzonder treffend wordt uitgedrukt maar het heeft ook in de wereld van alledag een niet te onderschatten rol in de vorm van bijvoorbeeld morele en financiële steun of van collegiale ondersteuning of ondersteuning door maatschappelijk hoger geplaatsten, zoals vorsten en andere hoogwaardigheidsbekleders. Een bijzonder geval van psychische trekkracht of op de menselijke werkzaamheid inwerkende kracht welke onderscheiden is van de 'duwende' eigen wil, is het door plichtsbewustzijn gedreven (/getrokken) handelen of het verantwoordelijke handelen, in het bijzonder het handelen van meerderen tegenover hun ondergeschikten en meer bepaald in het geval waarbij de meerderen (bijvoorbeeld de helden) worden toegejuicht door hun ondergeschikten (of door hen die zij plegen te redden) en door wie zij dan als het ware 'gedragen' worden. Mensen die verantwoordelijkheid krijgen over hun werk, presteren beter dan mensen in loondienst omdat deze laatsten de trekkracht missen, in tegenstelling tot de eersten. Het omgekeerde bestaat uiteraard ook, namelijk daar waar leiders door het volk worden uitgejouwd en derhalve in hun activiteiten psychisch worden geremd. Indien de juiste parameters werden aangewend om de werkzaamheid van deze psychische invloeden op de menselijke prestaties te meten, dan zou men ongetwijfeld versteld staan van de winst, respectievelijk van het verlies aan fysieke kracht dat hiermee gepaard kan gaan. Het stellen van verwachtingen aan mensen, het aanwezig zijn van de wenselijkheid van zekere handelingen maar ook het laken van zekere daden kan principieel uitgedrukt worden in de gedaante van fysieke krachten die enkel qua vorm verschillen van de ordinaire duw- en trekkrachten, zoals ook het magnetisme dat de aantrekking en de afstoting tussen metalen regelt zonder dat van met de ogen zichtbare aanrakingen sprake is, massa's kan verplaatsen en derhalve weerstand kan bieden aan de traagheid waaraan de fysieke wereld onderworpen is. Dit in acht genomen zullen derhalve goed en kwaad of dus de sfeer van het morele of de morele orde niet langer kunnen afgedaan worden als behorend tot een andere wereld die minder echt is dan de fysische realiteit en in feite werken de twee genoemde velden sowieso samen in wat wij beschouwen als de wereld van het levende of de werkelijkheid van de lichamen waarin de twee onderling onlosmakelijk versmolten zijn. Alvast is het zo dat een fysicalistisch wereldbeeld waarin de realiteit van de niet-fysische krachten miskend wordt, alleen al omwille daarvan, een bijzonder vertekende werkelijkheid huldigt: een dergelijke werkelijkheidsopvatting verwisselt de eigenlijke werkelijkheid voor de fictie van lieden die zich krampachtig vastklampen aan het beginsel dat alles alleen maar bestaat uit materie en energie. (J.B., 10 juli 2024) |

