Over het lot van de mens - paragraaf 16 (11)
|
Over het lot van de mens 16. Het onmogelijke (11) Verlichte geesten (bodhisattva's) kunnen zich goden inbeelden die dan door “extreem aangescherpt voorstellingsvermogen” even werkelijk worden als wij, mensen, die sowieso al illusoir zijn op zich.1 Die door de tantra yogi 'gevitaliseerde yidam' worden geïdentificeerd met een dubbel van het eigen zelf, het zijn 'gematerialiseerde gedachtevormen', zoals àlle wezens en dingen. Noens: “Tijdens het stervensproces zouden mensen 'met mindere kennis' zich pas echt realiseren dat ze fysiek dood zijn wanneer hun individuele bewustzijnsstroom - of karmisch bepaald cintinuüm van gewaar-zijn - de lichaamloze toestand tussen twee incarnaties bereikt.”2 Bij het sterven van de bedreven yogi, verlaat zijn fijnstoffelijk lichaam het materiële lichaam via de fontanel. The Hermetic Order of the Golden Dawn haalde in het oosten haar inspiratie voor de creatie van astrale gedaantes. Dr. E.W. Berridge: “(...) Als een mens zich iets verbeeldt, schept hij in feite een vorm op het astraal of zelfs nog hoger vlak; en deze vorm is even werkelijk en objectief voor intelligente wezens op dàt plan, als onze aardse omgeving voor ons is.”3 Bij Aleister Crowley gingen magie en verlichting hand in hand met (moreel, seksueel) grensoverschrijdend gedrag en het gebruik van hashish en psychedelica: “(...) indien dit (seksuele) Geheim, dat een wetenschappelijk geheim is, volledig begrepen zou zijn... zou er geen enkel product van menselijke verbeelding in de praktijk niet gerealiseerd kunnen worden.”4 Het mahayana-boeddhisme vertoont parallellen met het Chinese taoïsme. Het tao is de zelforganiserende zijnsgrond van alles. Russell Kirkland: “(...) men kan zijn leven slechts in wijsheid leven wanneer men leert hoe te leven in overeenkomst met de onzichtbare krachten en subtiele processen, niet op basis van de meer prozaïsche bekommernissen van de samenleving.”5 Noens: Het gaat steeds weer om “dezelfde archaïsche, wereldwijd verspreide archetypische ideeën/beelden, die overigens ook hun weg vinden in de fantastische literatuur.”6 Het Mysterium tremendum et fascinans of het numineuze geheim en gevoel van Rudolf Otto dat dezelfde realiteit weerspiegelt “(...) kan met stoten en stuiptrekkingen plotseling uit de ziel naar voren breken. Het kan ook leiden tot vreemde opgewondenheden, tot roes, vervoering of extase. Het heeft zijn ruwe en barbaarse omgangsvormen en uitingen. En het ontwikkelt zich in het fijne, gelouterde en verheerlijkte. Het kan worden tot het stille en deemoedige sidderen en verstommen van de creatuur voor het - ja waarvoor? Voor wat in onuitsprekelijk geheimnis boven alle creatuur is.”7 Het terugkerend holisme ('alles weerspiegelt zich in alles') weerspiegelt zich in Indra's net, een uitgestrekt net met in iedere maas een juweel dat alle andere juwelen weerspiegelt - zo weerspiegelen zich alle werelden in elkaar. Dat geldt ook voor het mysterie van de tijd en de Chinese filosoof Fazang zegt: “Omdat een ogenblik geen essentie heeft, doordringt het het eeuwige, en omdat lange tijdperken geen essentie hebben, zijn zij volledig aanwezig in één ogenblik... daarom zijn in een gedachteflits al de elementen van de drie tijdsperioden - verleden, heden en toekomst - volledig aanwezig.”8 (Wordt vervolgd) (J.B., 20 december 2024) 1Ludo Noens, o.c., 160. 2Ludo Noens, o.c., 162. 3Ludo Noens, o.c., 163-164. 4Ludo Noens, o.c., 166-167. 5Ludo Noens, o.c., 169. 6Ludo Noens, o.c., 169. 7Ludo Noens, o.c., 170. 8Ludo Noens, o.c., 173. |

