Ongewenste mensen
|
Ongewenste mensen Na-apen is de boodschap. Het verschil tussen verwacht worden en gemeden worden is zo groot dat mensen quasi alles doen om bij anderen in de smaak te vallen en zij schuwen het als de pest om buiten de lijntjes te kleuren. Het racisme is het probleem van de ongewenste mensen. Mensen kunnen immers gewenst zijn maar ook ongewenst. En laten we eerst al in het achterhoofd houden dat ons bestaan zich uitsluitend afspeelt binnen het aandachtsveld van de anderen. Mevrouw Wys wandelt over het voetpad in de Lindelaan en in de verte ziet zij Frans verschijnen. Zij versnelt haar pas, steekt de armen omhoog, ziet dat Frans haar opgemerkt heeft en zij gaat welhaast rennen, Frans tegemoet: “Frans! Da's lang geleden! Hoe gaat het met je?” Twee straten verderop wandelt mevrouw Vos in de Beukenlaan over de stoep wanneer zij in de verte Dirkje ziet verschijnen. Dirk is de zoon van mevrouw Wys en de mensen gebruiken het verkleinwoord omdat zij meteen voor iedereen duidelijk willen maken dat er niets mis is met hun smaak. Hemeltje! - zo gaat het door het hoofd van mevrouw Vos en zij vertraagt meteen haar pas. Omdat altijd rekening moet worden gehouden met mogelijke toeschouwers, opent mevrouw Vos haar handtas en kijkt erin zodat het lijkt alsof zij iets vergat om vervolgens prompt rechtsomkeert te maken en in zeven haasten te verdwijnen. Het is een waar dilemma dat noopt tot allerlei huzarenstukjes als men voor de associatie met zekere mensen op de vlucht is terwijl men alsnog wil blijven doorgaan voor iemand die er niet aan denkt zich aan discriminatie te bezondigen. Op recepties heerst een door de pikorde gedicteerde mentaliteit gekenmerkt door de ongeschreven imperatief dat men zich moet associëren met wie hoger staan op de sociale ladder terwijl men lui van op de lagere sporten te vlug af moet zien te wezen. Het doel is klimmen op die ladder middels het aan zich binden van degenen van wie men wel eens iets verkrijgen kon en het van zich afschudden van 'lastpakken'. Dirkje treft men op recepties zelden aan, wellicht daar die zich aldaar stierlijk zou vervelen maar om de een of andere reden is hij nu wel van de partij. Ook Frans is er en hij vermeit zich in een niet onaanzienlijk gevolg. Ook mevrouw Wys en mevrouw Vos behoren tot de aanwezigen doch zij schuwen het in elkanders nabijheid te belanden. Mevrouw Vos slaat een praatje met Frans die een functie bekleedt als klerk bij de gemeente maar haar aandacht voor wat Frans vertelt, is fel verslapt sinds Elias de ruimte heeft betreden. Elias is docent in de hogeschool waar mevrouw Vos haar twee kinderen heeft bestemd. Elias heeft een onderonsje met de vrouw van de burgemeester maar wanneer zij zich kennelijk verontschuldigt en een pas binnengekomen man tegemoet rent die gouverneur Edward blijkt te zijn, ziet mevrouw Vos haar kans schoon: halverwege van zijn antwoord op haar vraag hoe het nog met zijn zoontje gaat, laat zij Frans prompt staan en spoedt zij zich te vierklauw richting Elias. Helaas heeft mevrouw Wys snellere benen en is zij haar kennelijke rivale voor. Daarop wil mevrouw Vos naar Frans terugkeren maar die is helaas alweer bezet. Dirkje is nu plots haar redding want niemand wil op een receptie het muurbloempje zijn. De tijd is voorbij dat men in het openbaar contact moet mijden met mensen die niet beantwoorden aan de norm van blank en hetero en mevrouw Vos is mee met haar tijd en derhalve tolerant voor de duur van dit gesprek: belangstelling veinzend laat zij Dirkje zijn hart ophalen, zij lacht groen en haar blik gaat steels de ruimte rond. Nu weet iedereen dat mevrouw Vos en mevrouw Wys elkaars buurvrouwen zijn en eigenlijk schieten ze goed met elkander op. Maar uit eigen ondervinding weet iedereen ook wel dat zij dat doen omdat zij niet anders kunnen. Op die wijze immers schieten alle mensen met elkaar best op: zij zijn veroordeeld tot elkaars gezelschap, tot elkanders maatschap, dat derhalve altijd aan een zijden draadje bengelt, wat wil zeggen: totdat de kans zich voordoet van een ongestraft verraad waarbij men garen spinnen kan. Iedereen doet zo, denkt mevrouw Vos, maar zij moet toegeven: in die omstandigheden heeft het leven wel een heel klein beetje van een hel. “L'enfer, c'est les autres”, aldus Jean-Paul Sartre in het toneelstuk Huis Clos, en hij legt ook uit wat hij daarmee bedoeld heeft. Het gaat er om dat het oordeel dat we vellen over onszelf, onvermijdelijk passeert via wat anderen van ons denken aan wie we ons immers sowieso spiegelen. Als anderen ons veroordelen, dan moeten we ons daarvan losmaken, zo stelt Sartre, anders zitten we in de hel.1 Nu kan men zich weliswaar losmaken van andermans oordeel maar het euvel gaat veel verder dan alleen maar dat, omdat andermans veroordelingen vaak gepaard gaan met consequenties waarvan men zich helemaal niet kan bevrijden. De goede raad om wat anderen denken niet aan je hart te laten komen, getuigt daarom van onbegrip want waar mensen iemand helemaal niet wensen, stemmen zij op Donald Trump, op Tom Van Grieken of op Geert Wilders en die zorgen er beslist voor dat de levenskansen van de ongewenste gekortwiekt worden en dat een domper gezet wordt op zijn of haar geluk - socio-economisch (financieel), psycho-sociaal (qua acceptatie) en fysiek (inzake gezondheid). Om die reden is wat men nu 'woke' is gaan heten, geen gril en geen trend doch een noodzaak, een plicht jegens zichzelf. Wensen en willen zijn begrippen die elk in een andere wereld leven: wensen heeft te maken met dromen en verlangens, zij worden gedaan in een fictief domein en zij verplichten tot niets. De wil daarentegen vereist daden die hem bekrachtigen, die zich voegen bij het woord, die hem waar maken in de echte wereld die wij allen gemeenschappelijk hebben terwijl iedereen zijn eigen droomwereld heeft. Niets is goedkoper dan de wens terwijl de wil gemeten wordt met daden waarmee men betaalt voor de verwezenlijking ervan. Maar het kwaad is vernuftig en weet ongemerkt het ongewenste te transformeren in het ongewilde: het maakt van de fictie een realiteit en van de realiteit een fictie. Wie ongewenst zijn, worden via huzarenstukjes zoals de hoger genoemde van mevrouw Vos, ook daadwerkelijk ongewild, en wel met een wil waarvan de eigenaar het hazenpad gekozen heeft, zodat waar ongelukken daaruit volgen, men zich kan verschuilen achter de uitvlucht dit niet geweten te hebben, laat staan gewild: “Wir haben es nicht gewußt.”2 (J.B., 17 januari 2025) 1 Een vertaling naar het Nederlands van Sartre's uitleg vindt men op deze blog: https://www.vertalingenvivienne.com/paginas/l-enfer-c-est-les-autres.html 2De hypocriete uitspraak werd gedaan door de Duitse bevolking geconfronteerd met de realiteit van de holocaust terwijl die een publiek geheim was. |




