Over het lot van de mens - 20. Opstand
|
Over het lot van de mens 20. Opstand De huidige wereld is verdeeld, gepolariseerd. Het lijkt erop dat er een arm stuk wereld is en een rijk en dat het rijke stuk ook rijk is omdat het teert op wat eigenlijk aan het arme stuk toekomt. Gedurende vele eeuwen heeft het noorden onder de voorwendsels van christianisatie en beschaving het zuiden onderworpen en beroofd en dat onrecht blijft zich handhaven. Wat zekere neoliberalen beweren over een aan het kapitalisme te danken vooruitgang waarvan uiteindelijk iederéén beter zou worden, is de reinste onzin, het is een uitvlucht om door te kunnen gaan met graaien. Bovenop de plundering is het vranke goedpraten daarvan het ten hemel schreiend onrecht dat oorzaak is van het uitbreken van een derde wereldoorlog. Waar samenwerking plaats moet maken voor concurrentie (concurrentie is de motor is van het kapitalisme, een voertuig dat zich met hoge snelheid te pletter rijdt) ontstaat monopolievorming, wat betekent: een overwicht in het voordeel van de sterkste en dus een onevenwicht van het geheel, zo niet de oprichting van een mondiaal totalitarisme door de totale uitschakeling van de zwakkeren (- beter te typeren als degenen die zich ervan weerhouden om onrecht te plegen). Het is bovendien bijzonder cynisch dat daar waar de zwakkere gespaard wordt, dit sinds oudsher gebeurt met het oog op het supplementaire voordeel dat de potentaat daar nog uit haalt: het leven der verslagenen wordt gespaard als zij zich nuttig maken voor hun overheersers. De nazi's verkochten naast de huizen, de kleren en de schoenen, ook huid en haar van de in de concentratiekampen vergaste joden. De wet van de jungle kan een natuurlijk gegeven zijn - menswaardig kan men haar niet noemen. Onder het voorwendsel van christianisatie heeft het noorden het zuiden onderworpen en beroofd maar in het zuiden zijn de mensen niet langer bereid om een 'beschaving' te accepteren die via het prediken van barmhartigheid, van hun kinderen hongerlijders maakt. Die uitbuiting hebben Karl Marx en Friedrich Engels aangekaart, uiteraard kregen zij, zoals ook vroeger nog de abolitionisten die de slavernij bevochten, de wind van voren vanwege de slokops maar wie honger lijden, kunnen uiteraard niet bij de pakken blijven zitten. De allesverslinders trachten alsnog hun hachje te redden middels het gif dat demonisering heet: de hongerigen worden verketterd en moeten verslagen worden. De rijken worden door hun bazen opgeroepen om tegen de door hen verdrukten die opstandig worden, ten strijde te trekken maar of wie blasé zijn ook nog bereid zijn om zich voor de verandering eens niet naar een megafuif te begeven maar naar het oorlogsfront, valt nog te bezien. De overschakeling naar de oorlogsmodus is een proces dat tijd vraagt en vooral ook drastische ingrepen. Potentaten begrijpen dat mensen niet uit hun slaap te krijgen zijn zolang zij honger en kou moeten ontberen. Werkloosheid en recessie zijn door de overheden in de hand gewerkte condities waarmee zij de ingeslapen massa moeten wekken. Maar die condities ondermijnen uiteraard tegelijk de slagkracht van het op te richten leger, wat tot bijzonder moeilijke evenwichtsoefeningen noopt. Gekoppeld aan de onbekwaamheid en de onbetrouwbaarheid van de huidige, door vriendjespolitiek aan de macht gekomen leiders (denk maar aan de notoire leugenaar1 die onlangs tot navobaas gekozen werd), leiden wat huzarenstukjes moesten worden, tot lachwekkende optredens van de machthebbers, met mededelingen aan het volk in de stijl van: “Zorg ervoor dat u wat water, een zaklamp en een radio op batterijen in huis haalt, en van die dingen.” (Wordt vervolgd) (J.B., 26 december 2024) |



