Woke of waan (2)
|
Woke of waan (2) Emancipatie volgt op een re-bellie of een terug-vechten, meer bepaald tegen meestal geïnstitutionaliseerd en derhalve onzichtbaar gemaakt maar niet minder destructief geweld en rebellie is op haar beurt meestal een antwoord op verontwaardiging maar dan rijst de vraag of verontwaardiging sowieso een solide basis kan zijn voor rebellie. Uiteraard is zij dat waar men zich beschadigd weet door instituties die zich hardnekkig handhaven in dienst van zekere bevoorrechten maar verontwaardiging kan ook aangepraat zijn, zoals ook behoeften oneigenlijk kunnen zijn en wie op macht(sbehoud) belust zijn, zullen de gelegenheid niet laten liggen om ook van die list gebruik te maken. Verontwaardiging is een morele categorie en zal derhalve te maken hebben met gedrag dat zich per definitie verhoudt tot derden en dus met het sociale maar waar de leden van een gemeenschap 'onthoofd' werden - in de betekenis van geëgaliseerd, gerobotiseerd of onderworpen - vervalst zich uiteraard de ethiek omdat zij daar het voorwendsel wordt voor depersonaliserende en op hun beurt gedepersonaliseerde autoriteiten die zich immers transformeren tot blinde mechanismen waarvan de werking in het maatschappelijke domein vergelijkbaar is met de werking van blinde driften in het domein van de psychologie. Blinde driften zijn verwant met valse behoeften omdat zij - wegens het ontbreken van een authentieke nood - nooit bevredigd kunnen worden en derhalve onbestuurbaar zijn en om die reden vergelijkbaar met een om zich heen grijpende brand of enig ander rampzalig natuurverschijnsel. Verontwaardiging is authentiek waar de bevrediging van wezenlijke behoeften verhinderd wordt ingevolge onrechtmatige ingrepen vanwege derden maar zij kan dat niet zijn waar dat het geval is inzake valse of verworven behoeften, behoeften die werden aangepraat door uitgerekend degenen die achteraf de bevrediging ervan blokkeren - uiteraard met het oog op verslaving en onderwerping van in dit geval de massa. Verontwaardiging wordt met andere woorden een toneel waar haar object een onrechtpleger is door wie men er als het ware ingeluisd werd omdat de schuld voor het begane onrecht dan uiteindelijk niet ligt bij de 'onrechtpleger' maar bij de verontwaardigde zelf, wat betekent dat de verontwaardiging in wezen een zelfverontwaardiging is, waarvan de bron zich situeert in de instemming die men gegeven heeft met het bedrog en dus werd veroorzaakt door de eigen toegeeflijkheid of zwakheid. En waar men verontwaardigd is met betrekking tot zichzelf zal zich de rebellie richten tegen de eigen misstap en kan emancipatie niets anders meer betekenen dan het zich bevrijden van een juk dat men zichzelf heeft opgelegd en dat bestaat uit die toegeeflijkheid jegens eigen zwakheden - welke dan terug te voeren zijn tot onrechtmatige wensen of verlangens. Het koesteren van onrechtmatige wensen of verlangens is een grotendeels onbewuste activiteit waartoe men kan worden verleid door degenen die de beschikking hebben over de middelen om het onderbewuste van de massa te infiltreren en dat zijn er vandaag heel wat. De menselijke psyche blijkt vanuit talloze pogingen om het in kaart te brengen, een bijzonder complex systeem (maar ook meer dan een louter systeem) dat samenhangt met het fysieke - met het zenuwstelsel, met de werking van de klieren, met het zintuiglijke en met het verstand - en derhalve ook met het maatschappelijke en al zijn toebehoren, waaronder het communicatieve dat zich echter (met gemak) van het stoffelijke vervreemdt zoals het geld zich van de waren vervreemdt, wat wil zeggen: zonder directe grond en dus absurd maar alsnog met effect of dus met (mogelijk of zelfs waarschijnlijk) achterliggende gronden. Het gaat hier om de werkelijkheid van de leugen en de list die, ofschoon zij onwaar zijn en geen echt bestaan hebben, er toch in slagen om de dingen te beheersen - precies zoals een natuurbrand, die in feite een activiteit is zonder dader en derhalve helemaal géén daad maar een 'negativiteit', in staat blijkt om de dingen waarvan ons voortbestaan afhankelijk is, in de as te leggen en derhalve in staat is om ons leven zelf te bedreigen, om ons te doden. De werkelijkheid van desinformatie, reclame en propaganda betreft inderdaad onbestaande dingen - want aan leugens beantwoordt in de werkelijkheid niets - terwijl hij zelf niet ontkend kan worden. Deze werkelijkheid is binnengeslopen in de communicatiesystemen, verbergt zich daar, vernietigt vanuit zijn positie de waarde van de communicatie en aldus de communicatie zelf die op haar beurt het maatschappelijke vergiftigt en daarmee ook de ethiek of wat voor ethiek gehouden wordt. In twee woorden komt het aangekaarte kluwen hier op neer dat de massa niet verontwaardigd kan zijn, dat haar verontwaardiging per definitie gefaket is, en wel omdat zij elke grond mist, daar zij niet bestaat uit personen die in de kern van hun wezen geraakt kunnen worden, maar wel uit de fabricaten van een groepsleider, een demagoog: de leden van een massa zijn gedepersonaliseerde individuen, ontzielde lichamen, handlangers van een potentaat... die op zijn beurt een product is van de massa die hem immers in het zadel heeft geholpen en die hem aanbidt. Maar het motief dat de machthebber in zijn positie bracht, het motief van de kiezer, het motief zelf is niet ontsprongen aan verstandelijk inzicht of aan rede maar aan een zwakheid, aan een toegeeflijkheid jegens zekere krachten die het goede leven tegenstaan, die onpersoonlijk zijn en blind. De vraag is alleen of moet aangenomen worden dat deze blindheid natuurlijk is en noodlottig ofwel of er een alternatief bestaat dat op de een of andere manier deze afgrond weet te overbruggen. En uiteraard bestaat die brug maar de zaak is nu dat zij niet eens en voorgoed gebouwd wordt en vervolgens onaantastbaar blijft: precies zoals het leven zelf is haar voortbestaan afhankelijk van permanente zorg. Onze cultuur lijkt daarom kunstmatig, wat sommigen ertoe brengt om haar te verwerpen en de natuur te gaan verheerlijken maar zij is niet minder kunstmatig dan (de natuur van) het leven zelf, dat immers een bijzonder broos plantje is, in zijn verschijning, zijn bestaan en zijn voortbestaan afhankelijk van onophoudelijke toewijding en zorg. En uiteraard omsluit dit antwoord meteen een nieuwe vraag. (J.B., 21 januari 2026) |




