Ik ben René Schupp, en gebruik soms ook wel de schuilnaam utopia.
Ik ben een man en woon in Kerkrade (Nederland) en mijn beroep is Gepensioneerd.
Ik ben geboren op 02/01/1941 en ben nu dus 71 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: Schrijven, Muziek, Tai Chi.
'Mijn levensboek' is een verzameling van hoofdstukken die mij persoonlijk erg
boeien. Deze maken deel uit van een aantal categorieën, die zijn opgeslagen in
een persoonlijk (uitgebreid) boek; maar ook in aangepaste vorm op
Internet.
Vaak heb ik overwogen of ik een en ander wel op internet zou publiceren. Het
is in principe geschreven voor mijzelf; als anderen hier plezier aan beleven of
lering trekken doet mij dat enorm deugd.
Verhalen vanuit mijn
herinneringen, maar ook vanuit horen zeggen. Gebeurtenissen zijn
waarheidsgetrouw beschreven; althans voor zover ik mij kan herinneren. Daar waar
het geheugen mij in de steek liet, is enige fantasie niet
uitgesloten.
Elk hoofdstuk is voorzien van een of meerdere illustraties.
Beeldmateriaal of aanvullende informatie uit verschillende bronnen. Daarnaast
met foto's uit eigen beheer.
Voor zover mij bekend zijn geen illustraties
gebruikt met 'copyright'. Er is geen opzet om materiaal van anderen commercieel
te gebruiken. Het doel is uitsluitend om met beschikbare informatie van Internet
mijn hobby te ondersteunen.
Op basis van relevante gegevens zullen
aanpassingen plaats vinden. Constructieve op- en aanmerkingen worden in dank
aangenomen...!!!
Ik dank voor uw bezoek. Vriendelijke groet, René
Schupp
Mijn levensboek is ontstaan in de loop der tijd en
uit een grote behoefte om gevoelens op papier te zetten. Ik hoop hiermee al die
dingen vast te leggen die voor mij belangrijk zijn (geweest); maar ook om orde
te scheppen in een veelvoud van notities die ik verzameld
heb.
Ons geheugen; schatkamer van herinneringen. Ze
leven in ons voort als een prentenboek van vervlogen gebeurtenissen. Als
schatbewaarder van ons geheugen koesteren we de aangename herinneringen en
verdringen de minder aangename.
Verhalen vanuit mijn
herinneringen, maar ook van horen zeggen. Gebeurtenissen zijn waarheidsgetrouw
beschreven; althans voor zover ik mij kan herinneren. Daar waar het geheugen mij
in de steek liet, is enige fantasie niet uitgesloten.
Het is belangrijk dat we bepaalde ervaringen in ons leven met
iemand kunnen delen. Met familie, vrienden of kennissen. Dat kan ons rust,
evenwicht of nieuwe energie geven. We kunnen moeilijke momenten beter verwerken
of ze een plaats geven in ons leven en van de goede momenten kunnen we meer
genieten. Bovendien kunnen anderen een hoop leren van onze ervaringen.
Mijn levensboek heeft mij heel wat bloed, zweet en tranen
gekost. Op het moment dat je achter de computer of schrijftafel zit, beleef je
het opnieuw. Voor mij werkte het heel verhelderend. Mensen zeggen dat het goed
is om dingen van je af te schrijven. In mijn geval is dit zeker zo.
Elk mens is Uniek; heeft zijn eigen leerproces. Vanaf onze
geboorte zijn we op reis. Interessante denkbeelden en inzichten ben ik
tegengekomen. Niet belangrijk is de weg die we gaan, maar het spoor dat we
achterlaten.
Rode draad Voor mij persoonlijk is
‘De Groene Baret’ de rode draad in mijn leven. Als vrijwilliger ging ik naar de
speciale opleiding in Roosendaal. Het ‘Korps Commando Troepen’. Pittige tijd;
discipline en karaktervorming door steeds weer grenzen te verleggen. De Groene
Baret was voor mij de basis voor verdere levensloop. Zaadjes werden gelegd; heel
veel dank aan instructeurs.
Zwarte draad Het overlijden van
ouders, familieleden, vrienden en bekenden is helaas de zwarte bladzijde van
mijn boek. Maar ook afscheid nemen van vertrouwde situaties. Vriendschappen en
contacten die elders zijn opgebouwd. Loslaten; afscheid nemen doet pijn!
Zilveren draad Het leven is als een
zilveren draad. Steeds meer knoopjes komen erin die je moet zien te ontwarren.
Ben je daarin geslaagd dan heb je een waardevol sieraad.
Levenspad Onze ervaringen kunnen we
zien als het lesprogramma op onze Aardeschool. De mensen die we tegenkomen zijn
onze leraren en dat is een nieuw besef. Ervaringen van gisteren en de keuze van
vandaag is bepalend voor de dag van morgen.
Onze wereld Vaak is het leven een
proces van hollen, vallen en opstaan. Onzekerheden, vreugde en verdriet.
Hoogtepunten en dieptepunten. Hoe wij het beleven hebben we zelf in de hand.
Onze wereld creëren wij zelf; oorzaak en gevolg. Zo we zenden zullen wij
ontvangen.
Bezinning Handreikingen komen vaak
op het juiste moment. Echter beslissingen zullen we zelf moeten nemen;
uiteindelijk zijn we zelf verantwoordelijk voor ons doen en laten. Het verleden
kunnen we niet veranderen; we kunnen er wel van leren. De toekomst ligt in het
verschiet. Hier en nu is de realiteit; CARPE DIEM...!!!
Geloof, Hoop en Liefde Deze drie-eenheid
is de basis van ons levenspad; het zijn belangrijke pijlers van de brug naar ons
doel. Met deze filosofie hoop ik antwoord te krijgen op de essentiële
levensvragen:
Waar komen wij vandaan?
Waarom zijn we hier?
Waar gaan we naar toe?
Samenvattend Ieders leven wordt in meer
of mindere mate gekenmerkt door een rode- zwarte- en zilveren draad. Ervaringen
worden altijd door persoonlijke emoties gekleurd. Door het gebruik van onze
zintuigen kunnen we beelden uit het verleden oproepen. Met een reis ´Terug in de
Tijd` kan men deze beelden herbeleven en eventueel vanuit een ander perspectief
benaderen.
Spirituele
gedachte Rode, zwarte,
zilveren draad. Innerlijk zelf; kiemend
zaad. Ontmoetingen met jezelf. Openstellen; het
komt vanzelf. Beschouwend ervaren. Hoe het
bootje is gevaren. Ervaringen om te
leren. ‘To Be, or not To Be,’
waarderen! Elk vogeltje zingt zijn lied. Noord tot
Zuid; in elk gebied. Oost tot West; klinkende
muziek. Zoekende mens, o zó Uniek!
Gedachte zuiver; spiritueel. Bewustwording;
liefdevol maakt ons heel. Utopia, droom en ideaal; het wordt nu
tijd. Vrede, Vriendschap, Verdraagzaamheid...!
Tenslotte Dualisme; hemel en aarde,
dag en nacht, arm en rijk. Uiteindelijk is alles relatief. Een haar op het hoofd
is weinig; een haar in de soep is veel!
Het verleden wordt steeds
groter; de toekomst steeds kleiner. De scheidslijn tussen zijn en niet zijn is
filterdun. Ik besef dat ik mij kwetsbaar opstel. Echter beginnen bij jezelf is
de grootste rijkdom.
Met bijzonder veel genoegen heb ik ‘Mijn Levensboek’
geschreven. Toegegeven; bij het oproepen van herinneringen kwam ik in diverse
stemmingen. Emoties; glimlach en traan zijn onlosmakelijk met elkaar
verbonden!
Ouders, familie, buren, vrienden en vriendinnen; ik heb U
lief!
Mijn naam is Renier Franciscus Schupp. Ik ben geboren in het St.
Jozefziekenhuis van Kerkrade. Deze 'heuglijke' gebeurtenis vond plaats op
donderdag 2 januari 1941, om 09.45 uur. Met mijn geschreeuw hield ik de jonge
moeders uit hun nachtrust. De Duitse nonnen stelden hen echter gerust: "Es ist
schon wieder das kindlein Schupp, das wird wohl ein Sänger
werden"!
Doopnaam De doopnaam Renier betekent 'wijze
raadgever'. De roepnaam René betekent 'wedergeboren'. Ik ben vernoemd naar opa
Schupp.
'Renier' is afgeleid van het Germaanse 'Regin' met de betekenis
'Raad', en van 'Her' met de betekenis 'Leger'. De volledige betekenis is
waarschijnlijk 'de raadgever van het leger'. Op 4 augustus is er een feestdag
ter ere van Renier, in de 12de eeuw was hij aartsbisschop in Dalmatië. Hij werd
gestenigd in de strijd om het kerkelijk bezit.
De tweede naam
'Franciscus' is afgeleid van het Italiaans 'Francesco' wat Fransman betekent.
Fransman is de naam die aan Franciscus van Assisi (Giovanni Bernadore 1182-1226)
werd gegeven.
Sint Franciscus, de Italiaanse grondlegger van de
Franciscaner monniken, benaderde de religie met vreugde en een liefdevol
karakter, en riep alle levende wezens op zijn broeders en zusters te
zijn.
Gebed van Franciscus Heer, maak mij tot een
werktuig van Uw vrede: Waar haat het hart verscheurt, wil ik liefde
brengen; Waar beledigingen worden geplaatst, wil; ik vergeving
schenken; Waar verdeeldheid mensen van elkaar vervreemdt, wil ik eenheid
stichten; Waar tijfel knaagt, wil ik geloof brengen; Waar dwaling heerst,
wil ik waarheid uitdragen; Waar wanhoop tot vertwijfeling voert, wil ik hoop
doen herleven; Waar droefenis neerslachtig maakt, wil ik vreugde
brengen; Waar duisternis het zicht beneemt, wil ik licht ontsteken; Maak
dat we niet zo zeer zoeken: Om getroost te worden, als wel om te
troosten; Om begrepen te worden, als wel om te begrijpen; Om bemind te
worden, als wel om te beminnen; Want wij ontvangen door te geven; Wij
vinden door ons zelf te verliezen; Wij worden tot eeuwig leven geboren door
te sterven; Amen Familienaam De
familienaam 'Schupp' is een zeer oude burgerlijke naam van Duitse afkomst. De
vroegste vermelding van deze naam verwijst naar de 13de eeuw. In 1266 werd in
het Schwarzwald een zekere Schupp als vishandelaar geregistreerd. In 1270 werd
Berchtold Schupp in Wies nabij Schopheim benoemd tot vrije handelaar. Generaties
lang heeft de Schupp traditie zich voortgezet. In de analen van Schafhaussen in
Zwitserland wordt hiervan melding gemaakt.
Opleidingen Beroep Opleiding MBO-niveau; werkzaam geweest: * Kerkrade:
Domaniale Mijn; Mijnbouw * Breda: Enka Glanzstoff; Operator / Brandweer *
Eindhoven: Philips; Beveiligingsbeambte * Almelo / Enschede: Philips; Hoofd
Beveiliging * Deurne: Philips; Hoofd Beveiliging * Venlo: Pope Cable and
Wire; Hoofd Beveiliging / Chef Facilitaire Diensten HuwelijkenGezin Vanaf 23 september 1964 gehuwd met Claire; wij
hebben twee zonen: * Marcel 05-10-1968; * Roger 21-02-1971; is gehuwd
met Brit; zij hebben 3 kinderen * Lars 26-05-1997 * Luca
13-08-1999 * Ilco (26-05-2003); geboren op de 6de verjaardag van Lars
!!!
Hobby's Zingen (opera en operette);
gezongen bij: * NS Operette Gezelschap (Eindhoven) * Venloos Operette
Gezelschap (Secretaris) * Operette Kwintet Venlo * Koninklijk Kerkraads
Mannenkoor St. Lambertus * Schrijven verhalen en
gedichten * Genealogie / Filosofie / Psychologie * Actief in diverse
verenigingen: -Commandovereniging Limburg -Vereniging van Eigenaren
(voorzitter) -Kerkbestuur (secretaris) * Sport (Tai Chi)
In het dagelijkse leven wordt er steeds een appèl op ons
gedaan om gevoelsmatig contact te maken met onszelf, maar ook met de ander.
Leven is niet op alleen gaan, maar samenleven met anderen. Hoe kom je in de
wisselwerking met de ander in het geven en nemen, praten en luisteren, zorgen en
ontvangen?
Schoendozen verzamelde foto's; jaren geleden heeft zus Tiny
vanuit deze voorraad een album samengesteld. Tijdens een gesprek over 'Mijn
Levensboek' kwam deze album aan de orde. De confrontatie met beelden uit het
verre verleden van ouders, grootouders en overige familieleden; diepe gevoelens
kwamen in mij naar boven.
Samen met buurtgenoten; uitstapjes naar de
'Brunssummerheide' het 'Schutterspark', maar ook naar 'Scheveningen' of
'Koningswinter' geven de sfeer weer van grote saamhorigheid in een eenvoudige
wereld.
De album is een belangrijke ondersteuning en geeft een impressie
van vervlogen tijden. In hun tijd was er geen materiële rijkdom; echter wel
grote sociale saamhorigheid. Zij waren met weinig tevreden; grote eenvoud siert
de mens...!!!
Vader Op 22 oktober 1907 is vader
geboren in Herstal (België). Hij was het zesde kind uit een gezin van zeven
kinderen. Vanaf zijn vijftiende jaar heeft vader in de mijn gewerkt. Dertig jaar
als ondergronds mijnwerker; daarna nog zes jaar boven de grond. Hij had
stoflongen opgelopen, is met vervroegd pensioen gegaan toen hij een jaar of
vijftig was. Hij stond bekend als een noeste werker.
Tijdens een
instorting werden drie kompels onder het kolengruis en gesteente bedolven. Een
aantal kompels sloeg op de vlucht. Vader riep hen terug en begon aan een
verwoedde, maar vergeefse reddingsactie. Helaas waren zijn kompels door gebrek
aan zuurstof gestikt.
Vader werd voor zijn moedige actie door de mijndirectie beloond. In het
algemeen stond vader bekend als 'Schuppe Michel.’ Enkelen dachten zelfs dat het
zijn bijnaam was.
Huzaar In 1927 had vader in Breda gediend als
Huzaar bij de Cavalerie. Op 26 oktober 1927 schreef hij vanuit Breda een
ansichtkaart aan zijzes jaar oudere broer. Het is leuk om de oude schrijfwijze
in zijn krachtige handschrift terug te zien.
Beste broer en schoonzuster, Bij deze laat ik u weten dat
ik nog frisch en gezond ben hetgeen ik ook van u hoop. Beste broer en
schoonzuster u moet mij naar niet kwalijk nemen als dat ik lang niet meer
geschreven heb. Want verder is niets nieuws te vertellen als dat de boel nog
goed gaat, het is steeds knollen poetsen dat me vrek 'smorgens op de nugtere
maag want u weet wel de knollen gaan voor de menschen. Verder laat ik u weten
als dat wij van de week weer de rotte inspeksi hebben want dat is vervelend als
u dat weten wil. verder de groeten aan allen. Uw broer
Michel
Als men aan vader vroeg of hij al verkering had zei
hij: ´Mijn meisje moet nog geboren worden´ Hiermee was hij niet ver van de
waarheid; september 1939 werd hij in verband met oorlogsdreiging naar Rotterdam
gemobiliseerd. Met het onderdeel huzaren werd hij ingekwartierd in Maassluis,
dicht bij Rotterdam. Daar leerde hij haar kennen. Hij was 32 en zij 19 jaar!
Tijdens zijn verkeringstijd vroegen de broers van moeder: ‘Michel krijgen wij
een stuiver voor een ijsje’. Vader gaf als antwoord: ‘Kinderen die vragen worden
overgeslagen’. Heel gevat zei toen broer Jaap: ‘Ik vraag niks, daarom krijg ik
een zeker een duppie...’!
Moeder Op
18 juli 1921 is moeder in Maassluis geboren. Zij was het vierde kind uit een
gezin van 14 kinderen. Uit de verhalen die ik van moeder hoorde heeft ze het
thuis niet gemakkelijk gehad. Enerzijds door haar moeder die in die tijd zéér
dominant was en anderzijds door haar broers die sterk in de meerderheid waren.
Haar oudere zus Neeltje was reeds buitenshuis. Moeder werd enorm getreiterd;
moest als Assepoester het vuile werk doen. Vooral haar oudste broer overheerste
haar. Regelmatig klonk het: "Mien doe dit...! Mien doe dat...."!
Ze was een jaar of zestien; had reeds de uitgebreide was in de tobbe gedaan.
Na het lappen van de ramen begon ze met het schillen van een enorme berg
aardappelen. Plotseling kwam haar oudste broer binnen en gebood haar om zijn
schoenen te poetsen.
Moeder kaatste terug dat hij dit maar zelf moest doen, ze had het druk
genoeg. Omdat hij een dreigende houding aannam, vluchtte zij naar boven; klom
via het slaapkamerraam op het plat dak aan de achterzijde van de woning.
Aangezien hij haar bleef dreigen, sprong ze met haar volle gewicht boven op
hem en trommelde haar vuisten op hem neer. Hierop begon hij te bulderen van het
lachen; echter zijn respect voor haar was enorm toegenomen.
In 1940 leerde ze een knappe huzaar kennen. Beiden waren in vuur en vlam.
Mogelijk heeft ze de situatie met beide handen aangegrepen om de gespannen
verhouding te ontvluchten. Aan hen heb ik te danken dat ik ter wereld
kwam!
De geboorte van een kind. Een schitterend moment. Mijn ouders; mijn
keuze om te ervaren. Trots gingen mijn ouders op familiebezoek; ik was ongeveer
een half jaar met weinig haar. De reactie van oma: ‘Wat een lelijk
kind’!
Hiermee werd de onderlinge sfeer nog meer gespannen. Door de
oorlogssituatie en het feit dat treinvervoer meer dan acht uur in beslag nam
waren de contacten dan ook sporadisch. De bittere ervaringen uit haar jeugd zijn
haar lang bijgebleven.
Het viel voor moeder ook niet mee in het begin. Een 'Hollandse' vrouw in een
Limburgse gemeenschap. Vaak vertelde moeder over haar jeugd of stond in de
woonkeuken te zingen. Bewogen liedjes; heel
ontroerend.
Grootouders Schupp Op 30 augustus is opa
geboren in Maastricht. Hij was het vierde kind uit een gezin van vijf kinderen.
Hij werkte als voorman op de keramische fabriek. Het was zwaar werk en
uitbuiting was de dagorde. Amper 20 jaar oud trad hij in het huwelijk met
Barbara Catharina Coucheé. Zijn rechtvaardigheidsgevoel ten
opzichte van de uitbuiting was de oorzaak van een woordenwisseling met een
opzichter. Ontslag op staande voet het gevolg.
Rond de eeuwwisseling van 1900 ontwikkelde zich in snel tempo een omvangrijke
mijnindustrie die zich in de jaren twintig reeds de grootste werkgever van
Nederland kon noemen. Zuid-Limburg; in die periode het 'Wilde Westen', of het
'Donkere Zuiden', lokte duizenden 'vreemden' de mijnen in, moeizaam gevolgd door
de brikkenbakkers en landarbeiders. De gemoedelijke plattelandsbevolking
veranderde langzaam in de gemeenschap der kompels.
Aanvankelijk verhuisde opa met zijn gezin naar Herstal in België. Het
'Luikse' kolenbekken en staalindustrie bood volop werkgelegenheid. De woon en
werkomstandigheden waren zeer zwaar. Echter de oudste mijn van Europa
'Domaniale' in Kerkrade bouwde reeds sociale woningen voor mijnwerkers. Zelfs
met tuintjes waar men zijn eigen groente kon verbouwen. Het gezin verhuisde naar
Kerkrade.
In het begin woonde ze in de wijk 'Nulland'. Opa was lid van de
muziekvereniging; hij stond bekend als een goede hoornblazer. Bij processie liep
hij voorop om de optocht aan te kondigen. Ook stond hij bekend om zijn royale
rondjes....!
Uit verhalen die ik hoorde was hij trots op zijn kleinkind.
Aan mijn ouders beloofde hij: ‘Rene krijgt van mij een leuk pakje als hij één
jaar wordt’. Helaas heeft hij die belofte niet kunnen nakomen. 28 December 1941,
vijf dagen voor mijn verjaardag overleed hij op 64 jarige leeftijd.
Oma die drie jaar ouder was heeft opa nog vier jaar overleefd. Echter zij was
zich hiervan nauwelijks bewust; de laatste jaren van haar leven werd ze dement.
Op 3 mei 1944 overleed zij op 70 jarige leeftijd.
Grootouders van der Linden Willem Jacobus van der Linden,
geboren 13 augustus 1890, in Maassluis, zoon van Willem van der Linden en
Neeltje Visser, trouwde 25 jaar oud, 6 juli 1916, met Adriana Verduijn, 17 jaar
oud, geboren in Capelle (1899), dochter van Leendert Marinus Verdwijn en
Wilhelmina Maijers.
Aanvankelijk woonden zij in de Sandelijnstraat; een smalle straat met kleine
woningen. Via een steegje kwam men uit aan de Zuidvliet. Enkele jaren na de
oorlog kochten zij een huis op de Zuiddijk. Via de voorzijde had men een ruime
blik over de lager gelegen woningen. De tuin aan de achterzijde lag eveneens op
een lager niveau. In de kamer was een soort muurkast en via een steile trap kwam
men in de werkkeuken en de daarachter gelegen tuin.
In de tuin stonden
een aantal konijnenhokken; regelmatig reed opa op zijn bakfiets om groenvoer te
plukken of hout te sprokkelen. Vaak stond er konijnenbout op tafel. Ook niet te
vergeten de bergen aardappelen die geschild moesten worden om al die hongerige
monden te voeden.
Opa heeft alle wereldzeeën bevaren. Hij werkte als stoker op een sleepboot.
In de oorlog is hij vijf jaar van huis geweest. Hij voer toen op de sleepboot
'De Zwarte Zee'. De kapitein en zijn bemanning zijn later gehuldigd voor hun
verdienste voor het 'Vaderland'.
Honderden mensen van getorpedeerde schepen of neergehaalde piloten hebben ze
uit zee gevist. Hij was een robuust persoon met een grote snor. Vanwege zijn
uiterlijke gelijkenis noemde men hem 'Stalin'.Hij was rechtschapen en ging
letterlijk en figuurlijk 'recht door zee'. Hij zei wat hem op het hart lag en
aan roddelen had hij een grote hekel. Wel lustte hij graag een borrel; kon ook
wel lastig zijn.
Oma was een strenge Godsvruchtige vrouw. Ze hadden 14 kinderen. Getallen die
in die tijd normaal waren. Misschien was oma zo streng uit eigen zorg en
ervaringen. Haar eerste kind werd namelijk geboren toen ze 17 jaar was. De
oorlogsjaren met een echtgenoot die op zee verbleef; was voor haar ook niet
gemakkelijk. De laatste jaren van haar leven heeft ze zich meer open opgesteld
en was ze toch ook een lieve oma. Veel heeft ze moeten doorstaan; hulde en
misschien ook wel een standbeeld…!!!
Watersnood Zondag februari 1953, ik ging naar de kerk;
het stormde en sneeuwde hevig. Toen ik uit de kerk kwam had de storm de sneeuw
op diverse plaatsen metershoog opgegooid. Bij thuiskomst zaten vader en moeder
bij de radio om naar het nieuws te luisteren. In Zeeland en Zuid-Holland waren
bij springvloed dijken doorgebroken.
Honderden mensen waren al
verdronken. Moeder was erg ongerust over haar familie. Bij elk nieuws bleek dat
het dodencijfer gestegen was. Ook was er veel vee verdronken. Velen werden nog
vermist. Grote gebieden stonden onder water. Met helikopters werden mensen van
de daken gehaald.
Duizenden militairen en het 'Rode Kruis' werden
ingezet om hulp te verlenen. 'Internationale Hulp', kwam op gang; uit Polen
kwamen zelfs dekens. De zeer trieste balans van deze ramp was dat er bijna 2000
mensen verdronken.
Familiebezoek Vanaf de
vijftiger jaren; jaarlijkse bezoeken van broers en zussen aan mijn ouders. De
een kwam en de ander ging. Het waren steeds drukke en gezellige weken. Moeder
was in haar nopjes om familie weer te ontmoeten en voor mij gelegenheid om
kennis te maken met neefjes en nichtjes. Gelukkig verbeterde ook de relatie
tussen moeder en haar moeder.
Ondanks enige koppigheid was moeder
spontaan en sociaal. Ze was erg geliefd. Regelmatig waren er meisjes uit de
buurt op bezoek of zaten buiten op de stoep. Veel truien en sokken werden aan de
pennen geregen. Naast breien deed moeder graag lezen, maar ook kaarten met
familie of kennissen.
Genegenheid Ongetwijfeld hebben
mijn ouders veel van elkaar gehouden. Echter het was niet echt zichtbaar. Nooit
heb ik gezien dat ze elkaar een knuffel gaven. Kennelijk bracht dat hun tijd
niet met zich mee. Echter hij kon haar niet missen; zodra moeder weg was om
boodschappen ging doen, stond vader al te kijken of ze noch niet terug kwam. Dus
toch!
Het was erg grappig om moeder te horen praten. Haar Nederlands, doorspekt met
Limburgse woordjes zoals: "René is naar de koel (mijn)". Vaker stond ze in de
woonkeuken te zingen. Het waren zeer bewogen liedjes uit haar jeugd. Heel mooi
en ontroerend.
Hobby's Vader uitte zich in de muziek. Met hart en ziel
speelde hij viool. Als hij de gevoelige snaren bespeelde, raakte ik geroerd door
de prachtige klanken. Hij speelde vaak zigeunermuziek of prachtige walsen van
Strauss. Door de melancholische klanken ben ik al op jonge leeftijd in de ban
van klassieke muziek geraakt.
Fotograferen was ook één van zijn hobby's. Schoenendozen vol verzameld met
ontelbare foto's. Het was ook een zeer serieuze aangelegenheid. Zijn Afga
uitvouwbaar fototoestel werd op statief opgesteld. Vervolgens werd de meetlat
van lens tot object toegepast. Ontelbare malen....!
Kleurenfotografie
bestond nog niet; diverse portretfoto's heeft vader handmatig ingekleurd. In een
muurkast stond een legergroene filmprojector; ook deze werd handmatig bediend.
Door middel van een zwengel werden de films voortbewogen. Dit was een moeizame
bezigheid; zeker om het juiste ritme te vinden. Dan weer liep de film liep te
snel, dan weer te langzaam. Diverse 30mm films van 'Charley Chaplin' waren in
dozen van 30 cm doorsnee geborgen en deze waren zonder geluid, daarom waren het
zogeheten 'Stomme films'. Later heeft vader de projector met de film aan neef
Louis (H), cadeau gedaan.
Bakken deed hij als de beste. Pannenkoeken en vlaaien in vele soorten;
heerlijk........!
Als huzaar was vader natuurlijk een goede ruiter. Echter ik had hem nog nooit
op een fiets gezien. Ik had een fiets gehuurd, terwijl ik zo door de straten
reed, vroeg vader of hij ook eens mocht fietsen. Toen ik vader de fiets had
gegeven en zag hoe hij het stuur heen en weer bewoog, stond ik doodsangsten uit;
bang dat hij er vanaf zou vallen.
Vader wist niet hoe hij moest remmen of af stappen; in paniek greep ik de
fiets bij de bagagedrager vast en bracht hem hierdoor tot stilstand. Benieuwd
vroeg hij wanneer ik weer een fiets ging huren....
Broertje Op 11 januari 1947 is mijn broertje Willy
geboren. Ik was reeds zes jaar. Op het moment van de geboorte was ik aan het
spelen bij Indische kennissen (B). Vader kwam vertellen dat de ooievaar een
broertje had gebracht en dat moeder een paar dagen in bed moest blijven, omdat
de ooievaar moeder in het knie had gebeten. Toen ik even later aan moeder vroeg
of ze veel pijn had, glimlachte ze. Ik was zó blij met mijn broertje, maar vond
het wel erg gemeen van die ooievaar!
Willy groeide voorspoedig; het was
al een stevige baby. Ik knuffelde hem vaak. Nadat hij in het badje was geweest
lag hij op tafel op een deken nog na te spartelen. Vader en ik stonden toe te
kijken. Terwijl moeder een luier uit de kast pakte, stond vader over Willy
gebogen en was aan het knuffelen: ‘Kiele, kiele kiele; wiele wiele
wiele....’.
Willy kraaide van pret; plotseling plaste hij in een boogje
vader in het gezicht. Met grote hilariteit zei moeder: ‘Gelukkig is de luier nog
droog gebleven...’!
In 1947 vonden er in het Nederlandse gebiedsdeel Indonesië
grote onlusten plaats. President Soekarno wilde een onafhankelijke staat vormen.
Om de opstanden te bestrijden trad het KNIL hardhandig op. Duizenden militairen
vertrokken vrijwillig naar de ‘Gordel van Smaragd’ om te strijden voor belangen
van het ‘Vaderland’. Helaas zouden velen niet meer terug keren.
Met onze
Indische kennissen onderhielden wij leuke contacten. Hun oudste dochter Coby was
een vriendin van moeder. Vader (B) was ambtenaar bij de marine; hij vertrok met
zijn gezin eveneens naar Indonesië. Het was een zeer emotioneel afscheid.
Ook zij waren dol op Willy; enkele maanden later ontvingen hij een leuk
cadeau. Een houten slang; deze was samengesteld uit scharnierende elementen. Als
men de slang bij de staart vasthield, bewoog deze zich van kop tot staart.
Indrukwekkend in zijn kleuterjaren. Later heeft de slang de vensterbank
gesierd.
In 1950 keerde het gezin weer terug uit Indonesië. Grote
blijdschap; echter hun vorige woning was inmiddels bewoond door familie (E). Met
een van de zonen was ik bevriend. Onze Indische kennissen kregen nu een woning
in de ‘Leonardusstraat’ te Chevremont. Bezoeken over en weer vonden plaats. In
1952 verhuisden ze weer; nu naar
Amsterdam...!
Voorlichting Ik was een jaar of
vijftien toen een van mijn vriendjes (LD), vroeg of ik wel wist waar de kindjes
vandaan kwamen. Toen ik hem verbaasd antwoordde: “Van de ooievaar”, lachte hij
mij uit omdat ik het noch niet wist.
´Nee hoor, daarvoor moeten je ouders vies doen´, was zijn reactie! Kapelaan
en pastoor spraken regelmatig over de tien geboden; over hel en verdoemenis. Ik
was zó bezorg om mijn ouders. Vaak heb Onze Lieve Heer om hun bescherming
gevraagd! Zusje Op 16 juli 1958 is mijn
zusje Tineke geboren. Ik was ruim 17 jaar. Aan moeder had ik duidelijk gezien
dat er een baby op komst was. Ik geloofde niet meer in de ooievaar. Ik kon nog
steeds niet bevatten dat ze het 'deden'. Mijn eigen biologische gevoelens raakte
in conflict met opgelegde dogma's. Schuldgevoelens ten spijt!
Thuis werd
veel gekaart; tijdens zo'n avondje werd ik met mijn broertje Willy al vroeg naar
bed gestuurd. Gezien het vroege tijdstip wist ik dat er iets ging gebeuren. Vol
spanning wachtte ik de gebeurtenissen af. Willy was al spoedig in diepe slaap
verzonken. Aanvankelijk kon ik de slaap niet vatten en lag tegen het plafond te
staren. Even later zag ik in het schemerdonker, allerlei figuren in het gewolkt
behang.
Uiteindelijk waren het de Engelen die mij naar het land der
dromen leidde. Midden in de nacht werden we wakker gemaakt en hoorden we dat er
een zusje was geboren. We dansten rond het bed van blijdschap. Twee dagen vóór
de verjaardag van moeder is Tineke geboren. Vader en moeder hadden een grote
wens in vervulling zien gaan. Ik was erg blij met het zusje; het was zo'n schat
en het zonnetje in huis.
Regelmatig stonden tienermeisjes aan de deur die met haar wilde wandelen.
Trots liepen ze dan achter de kinderwagen te paraderen!
Opvoeding Uiteraard ging de aandacht naar mijn broertje
en zusje. Zowel door mijn ouders als door mijzelf. Maar ik miste wel eens de
aandacht, knuffel of een schouderklopje. Ook al brandde de kachel; vaak had ik
het koud!
Vader was een man van weinig woorden. Echter hij goed van leer
trekken; letterlijk en figuurlijk. Op een keer kwam ik laat terug van de kermis;
de striemen heb ik lang gevoeld; in mijn hart. In gedachte wilde ik weg lopen;
op een trein springen, naar onbekende bestemming!
Vader was erg spaarzaam
zowel met complimenten als in het uitgeven van geld. Toegegeven; hij gaf wel als
men er om vroeg. Zelf zag hij het niet. Kort voordat moeder ziek werd kreeg ik
een brief van vader; vier kantjes vol. Hij schreef over zorgen die hem bezig
hielden. Ik voelde mij zó volwassen omdat ik in vertrouwen genomen werd.
Kerk & Geloof Geloof, Hoop en Liefde; deze
drie-eenheid is naar mijn vaste overtuiging de kern van ons bestaan. Ongeacht
welke religie men nastreeft. Helaas wordt vanuit verschillende invalshoeken de
basis van ons levenspad ontmanteld.
Denk hierbij aan de vele 'Godsdienst Oorlogen' of zogenaamde 'Heilige
Oorlogen'. Ook handelwijzen vanuit het 'Christelijk Geloof' zijn niet altijd te
rechtvaardigen. Dogma's werden erin gestampt. Ieder heeft recht op zijn of haar
standpunt, maar het is belangrijk dat we respectvol met elkaar
omgaan...!!!
Dit hoofdstuk is niet belerend bedoeld; maar geschreven
vanuit persoonlijke belevingen en kennis van de historie. Ik ben mij ervan
bewust dat ik niet alleen naar de splinter in andermans ogen moet kijken maar
ook naar de balk in mijn eigen
ogen. Godsdienst Gedurende de jaren
op de basisschool kregen we wekelijks onderricht van kapelaan (F). Zijn
donderpreken stonden wijd en zijd bekend. Als men het huiswerk niet kende nam
hij geen blad voor de mond. Ook deelde hij rake klappen uit. Vóór zijn lesuur
werden op de speelplaats de opdrachten nog eens goed doorgenomen. Maar het was
moeilijk om aan zijn strenge normen te
voldoen...!!!
Pubertijd Over
seksualiteit werd niet gesproken; hoogstens in het geniep. Het geloof sprak over
zonde. Schuldgevoelens werden je aangepraat. Ik had een groot
rechtvaardigheidsgevoel en voelde mij vaak een wereldverbeteraar. Vaker wilde ik
voor zwakkeren opkomen. Deelde wel eens klappen uit, maar moest ze ook zelf
terugontvangen. De klappen die ik gaf: "Het
spijt mij.” De klappen die ik kreeg: "Kennelijk had
ik deze verdiend.”
In een missieblaadje las ik over het kloosterleven. Op een plaatje zag ik een
missionaris; witte baard en lange witte pij. Hij stond in de schaduw van een
boom; zeven zwarte kinderen stonden om hem heen. Kennelijk vertelde hij hen over
Jezus. Zijn hand aaide een krullenbol. Het plaatje zag zó vredig uit dat ik
aspiraties in die richting kreeg. Echter de hormonen kregen de overhand.
In de leesmappen las ik aanvankelijk de strips van Donald Duck. Later keek ik
stiekem in de weekbladen naar de pikante foto's van de toen bekende vrouwelijke
filmsterren. Zwart-wit foto's in 'De Lach' en in kleur in 'De Piccolo'.
Donderpreken In onze wijk was een
noodkerk gebouwd. De bouwpastoor had zich hiervoor enorm ingezet. In de kelder
bevonden zich een aantal ruimten waar we spellen konden doen zoals biljart of
tafeltennis. Zo probeerde men de jeugd van de straat te houden. De pastoor had
enorme donderpreken. Deze waren eens te meer zo somber omdat hij in het
concentratiekamp een stalen kaak had opgelopen...!
Hij sprak over het
gezin als de hoeksteen van de samenleving. Ook over in zijn ogen verloederende
jeugd: ‘Dreigt onze jeugd te verwilderen; zie jongens rijden op hun fiets of
brommer met de meisjes achterop; de ene hand aan het stuur; en de andere hand;
God weet waar......’?
God wist het wel. Wij hadden een zeer jonge kapelaan (B) die overal aan mee
deed. Het had gesneeuwd en gevroren; we waren baantje aan het glijden en met de
meisjes aan het stoeien. De kapelaan deed ijverig mee; hield zelfs met beide
handen het hart vast van een van de meisjes
(MW).
Congregatie Zondagscongregatie voor de
jongeren; ik had geen zin om hier naar toe te gaan. Nauwgezet werd de
aanwezigheid bijgehouden. De pastoor kwam zich beklagen over mijn afwezigheid.
Moeder zei dat ze mij vrij liet in de keuze. Hierop sprak de pastoor moeder aan
op het feit dat ze een ander geloof had dan vader en zei heel verontwaardigd:
‘Twee geloven op één kussen, daar zit de duivel tussen’. Echter moeder zei heel
gevat: ‘Nee hoor, ik kruip zo vast op mijn man, dat de duivel er niet tussen
kan’!
De pastoor..........werd zo rood als een biet!!!
Celibaat in
Beraad Naar aanleiding van een veelvoud van
incidenten binnen de R.K. Kerk zijn er onder andere discussies gaande met
betrekking tot het celibaat. In de loop der tijd is veel bedekt met de mantel
der liefde. Geleidelijk worden wantoestanden aan de orde gesteld. Intussen is
gebleken; tienduizenden zijn misbruikt door 'Geestelijke Herders'. Op
kostscholen of internaten maar ook vele malen
daarbuiten.
Onvoorwaardelijke Liefde In de
Christelijke leer een hoofdthema. Jezus Christus onderwees zijn discipelen met
de boodschap: 'Gaat heen en vermenigvuldig U'. Hierbij werden geen voorwaarden
gesteld. In later eeuwen werd het celibaat opgelegd. Steeds weer is gebleken dat
het voor velen een worsteling tegen de natuur bleek te zijn. Veel is er over
gezegd en geschreven. Door keuze van priesterschap én de druk van het celibaat
komt hun 'kuisheid' in gevaar.
Celibaat Normen en
waarden, celibatair. Niet de opdracht van Onze Lieve
Heer. Zijn boodschap was veelvuldig. Gaat heen en
vermenigvuldig
Het dogma van kerk en celibaat. Niemand is hierbij
gebaat. Verlangens werden ontdekt. Met mantel der liefde
bedekt.
Steeds werd het verzwegen. Ook Rome gaf geen
zegen. Schuldgevoel, hel en vagevuur. Bijgebracht vanaf
het eerste uur.
Met geweld of non verbaal. Geloven maar het
verhaal. Indoctrinatie was de leus. Belevingen
desastreus.
Geestelijke herders zijn óók
mensen. Met verlangens en wensen. Maak hen eindelijk
vrij. Uit het geniep; gelukkig en blij…!!!
Genealogie is een spannende bezigheid. Zoeken naar de namen en levensdata van
ouders, grootouders, overgrootouders , enzovoort. Feiten vinden die al lang
vergeten waren en die de mensen van vroeger weer in beeld brengen met hun naam
en eigen levensgeschiedenis.
Onze voorouders hebben reeds geschiedenis geschreven; mede door bijdrage van
anderen is hun persoonlijke geschiedenis en hun plaats in het grote geheel
ontstaan. Wie zouden we zijn zonder die ander? Zonder volk geen vorst, zonder
soldaten geen generaals. Elk mens in welke hoedanigheid dan ook, is Uniek!
Deze familiegeschiedenis is ontleend aan historische gegevens uit diverse
bronnen. Daarnaast uit mondelinge overlevering en persoonlijke
herinneringen.
Dankwoord Een speciaal woord van dank
ben ik verschuldigd aan W.H.L.W. Schupp (neef Wil), wonende in Oirsbeek
(Limburg). Reeds langere tijd blijken wij dezelfde interesse te hebben met
betrekking tot onze voorouders. Alhoewel we een enigszins verschillende
benadering hebben is onze doelstelling hetzelfde. Om te voorkomen dat ieder voor
zich het wiel zit uit te vinden, hebben we onze handen ineen geslagen. Middels
kruisbestuiving hebben we ons wederzijds van informatie voorzien. Ontbrekende
schakels werden / worden aaneen gesmeed. Verhaal
1 In mijn jeugdjaren hoorde ik vaak vertellen dat de naam 'Schupp'
een vrij zeldzame naam zou zijn. Tijdens de volkstelling van 1947 kwam deze naam
in Nederland 20 maal voor: * Gelderland: 1 * Maastricht: 1 * Geleen: 2
* Kerkrade: 5 * Heerlen: 11
Bij analyse blijkt dat allen in een familierelatie staan. Hoewel de oorsprong
in Duitsland ligt heeft de naam zich middels immigraties wereldwijd vertakt;
praktisch in alle landen van Europa, echter ook ver daarbuiten zoals in vele
staten van Amerika, maar ook in overige werelddelen.
Conclusie Vele tienduizenden maal komt
men de naam ‘Schupp’ nu tegen. In hoeverre het (verre) familieleden zijn is
moeilijk te zeggen. Echter uiteindelijk zijn we toch allen familie van elkaar.
Ieder heeft 2 ouders, 4 grootouders, 8 overgrootouders. Deze aantallen lopen
zeer snel op. In de 15de eeuw hebben we reeds meer dan 60.000
voorouders.
Met de 30ste generatie is men reeds in het jaar 1000 en overtreft ieders
aantal voorouders de totale wereldbevolking van destijds. Reden temeer om mij
vooralsnog tot de stamreeks te beperken!!!
Verhaal 2 Op 1 maart 1610, is in Giessen (D) geboren,
Johann Balthasar Schupp. Hij is overleden op 26 oktober 1661, in Hamburg. Hij
was een Duits dichter, studeerde theologie en wijsbegeerte en werd in 1635
hoogleraar in de geschiedenis en welsprekendheid in Marburg, in 1646 hofprediker
aldaar, in 1649 gedelegeerde van de landgraaf van Hessen bij de
vredesonderhandelingen in Münster en in hetzelfde jaar hoofdpredikant van
Hamburg. Zijn eenvoudige geestelijke liederen en zijn misstanden en ondeugden
van zijn tijd gerichte satirische en pedagogische geschriften werden veel
gelezen.
Verhaal 3 In de ochtendkrant ‘Het Vaderland’ van woensdag
24 februari 1932 de volgende melding: "Peter Schupp, de oudste man van
Duitsland, die enkele dagen geleden zijn 104den verjaardag heeft gevierd is
maandag 22 februari 1932, in het dorp Baumbach in Hessen-Nassau overleden".
In latere jaren vertelde mijn peettante Marie, (vaders oudste zus) dat
het een herenboer betrof die een enorm vermogen had achtergelaten. Geen
nakomelingen en de nalatenschap moest verdeeld worden naar de op dat moment in
leven zijnde verwanten.
Naast de Duitse tak bestond er ook een
Nederlandse tak. Het betrof toen de vijf kinderen van: Hendrik, Willem, Jodocus,
Franciscus Schupp: 1. Lambertus 2. Anna 3. Johannes 4. Catharina
5. Renier
Een nieuwe oorlog lag in het verschiet. In 1933 was in
Duitsland de nationaalsocialist Adolf Hitler aan de macht gekomen. Hij benoemde
zich zelf tot Führer. Een duizendjarig rijk, een groot Europa onder leiding van
Duitsland was zijn droom. Tegen alle afspraken in ging Duitsland zich
herbewapenen. Buitenlandse tegoeden werden in beslag genomen. Weg erfenis!!!
Verhaal 4 Family names are infinitely
more varied than personal names, having been culled from more diverse sources,
having undergone more chanches of form, and having come from many more different
languages. Of surnames in Germany, it has been said that family names did not
come into general employ until late in the Middle Ages. First of all, the
mobility in the twelfth century called themselves after their ancestral seats.
Such surnames were usually prefixed by ‘von’. Then, among the citizens they were
adopted in the fourteenth century, but did not become general until the
sixteenth century. The surname ‘Schupp’ and its variants Schuppe and Schouppe is
of nickname origin, that is, it belong to the category of surnames descriptive
of some personal or fhisical characteristic of the initial hearer. In this case,
the name is derived from the Middle High German word ‘schoupe’ literally meaning
"fish soup'. Thus the name would originally have been given as a nickname for
one who caught and sold fish, a fisherman or a ‘fishmanger’. In some instances,
the name may also denote one who was particularly fond of eating ‘fishsoup’. The
earliest record of this surname or a variant dates back to the thirteenth
century when one piscator cogmento Schuoppe was recorded in Schwarzwald in 1266.
In 1270 one Berchtold Schupe was listed as a freeman in Wies near Schopfheim.
Bron: Family Histories
Parenteel Een parenteel is een in
generaties gerangschikte opgave van de wettige afstammelingen van een bepaald
ouderpaar, zowel in mannelijke als in vrouwelijke lijn. De generaties die uit
dit ouderpaar voortkomen noemt men ook wel filiaties.
Biografie Een biografie probeert een
beter inzicht te geven in de persoonlijkheid en karakter van de beschreven
voorouders dan een opsomming van uitsluitend jaartallen zou doen. Doelstelling
is dan ook om weer te geven hoe onze voorouders hun stempel in de geschiedenis
hebben gedrukt. Vast staat dat zij vaak onder erbarmelijke omstandigheden hebben
geleefd.
Franciscus Hubertus Schupp is geboren in
1761 in Berlijn (???). Franciscus trouwde in Neerwinden of Neerlinter met
Maria Catharina Bouwen / Bauwing / Bowin. Nadere gegevens over
zijn ouders zijn onbekend; vooralsnog benoemd tot Generatie I.
Kinderen 1 Hendrik
Schupp, geboren op 25-10-1794 in Neerlinter (Zuid Brabant). Volgt 1.1. Geschiedenis In Frankrijk, een
Europese grootmacht, werden na roerige tijden in 1789 koningschap en
standenstaat afgeschaft en de Franse republiek uitgeroepen. Onder de leus
“Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap” vormde het revolutionaire Frankrijk een
zeer geduchte bedreiging voor bestuurders van de omringende landen. Deze zaten
niet te wachten op een toename van de binnenlandse onrust door activiteiten van
aanhangers van de Franse revolutionaire ideeën, en al helemaal niet op een
eventueel bezoek van troepen van de Franse republiek. In deze gespannen situatie
verklaarde de Franse republiek na een aanval van de keizer, heer van de
Zuidelijke Nederlanden, begin 1793 de oorlog aan Groot-Brittannië en de
Nederlandse Republiek.
De Franse generaal Dumouriez trok de Zuidelijke Nederlanden binnen en stak op
16 februari 1793 bij Zundert de grens van de Republiek over. Franse troepen
stootten door tot het Hollands Diep. Na een grote nederlaag bij Neerwinden
moesten ze zich echter terugtrekken, ook uit de Zuidelijke Nederlanden.
Op 18 maart 1793, krijgen de Oostenrijkers opnieuw de Zuidelijke Nederlanden
in handen. In een directe confrontatie zijn de Franse legers bij Neerwinden
verslagen door de troepen van keizer Frans II. De Oostenrijkers gesteund door de
anti-Fransgezinde mogendheden, Engeland, Pruissen en Holland werden aangevoerd
door Frederik van Saksen-Coburg.
In 1795 kwamen de Fransen terug en moest de Nederlandse Republiek vrede
sluiten. Het land kwam tot eind 1813 onder de directe invloedsfeer van Frankrijk
te staan. Het nieuwe bewind leidde onmiddellijk tot de emancipatie van de
Generaliteitslanden, de gebieden binnen de Republiek die door de Staten-Generaal
werden bestuurd. Noord-Brabant en een groot deel van het huidige Limburg
behoorden hiertoe.
Biografie (Johannes),
Franciscus, Hubertus, Schupp, heeft in 1793 als militair (fusilier) ten zijde
van het Oostenrijks / Pruisisch leger deelgenomen aan de veldslag tegen Napoleon
(Neerwinden). Hij was toen 32 jaar oud; in relatie met Maria, Catharina, Bouwen
/ Bouwing/ Bowin werd op 25 oktober 1794 hun zoon Hendrik geboren.
Of zij
daadwerkelijk gehuwd waren en meerdere kinderen hadden is niet bekend. Helaas
zijn in Neerlinter geen concrete gegevens te achterhalen; deze zijn in vlammen
opgegaan op 18-08-1914 (WOI).
Nadere gegevens Zoektocht is (nog) niet
ten einde; hulp ingeroepen via internet...... Door een bevriend genealoog
doorverwezen naar de site van genealoog Pluymers (België); deze heeft
uitgebreide gegevens vermeld in fiscaal kohier Neerlinter1794 en1796.
Neerlinter Fiscaal kohier (1794); naam vermeld als Francis Schoup; echter bij volkstelling (1796) naam vermeld als Francois Schupps, 35 (tailleur) en Catherine Bossin, 34 sa femme.
Vlissingen Naam vermeldt als Schupp-Bouwen (Genlias). Maastricht(Genlias) Naam vermeldt als Schupp-Bauwing(Genlias).
Opvallend is overeenkomst in leeftijd; namen zijn enigszins anders
geschreven; echter eveneens grote overeenkomsten. Het is een bekend gegeven dat
door verschillende schrijfwijzen naamsverwarring is ontstaan. Het is niet
uitgesloten dat in bovenstaande gegevens een duidelijke relatie bestaat;
eveneens niet onwaarschijnlijk dat na de veldslag tegen Napoleon, huursoldaten
hun beroep hebben gewisseld en zich plaatselijk hebben gevestigd. Mogelijk een
oplossing inde genealogische puzzel....
1.1 Hendrik Schupp is
geboren op 25-10-1794 in Neerlinter (Zuid Brabant), zoon van Franciscus Hubertus
Schupp (zie 1) en Maria
Catharina Bouwen (Bouwing? Bowin?)). Hendrik is overleden op 24-06-1857 om 05:00
in Maastricht, 62 jaar oud. Hendrik trouwde, 39 jaar oud, op 28-05-1834 in
Vlissingen met Anna Cornelia Gijsels, 29 jaar oud. Anna is
geboren op 07-12-1804 in Lillo. Anna is overleden op 20-07-1858 in Maastricht,
53 jaar oud.
Kinderen
1 Cornelia Schupp [1.1.1], geboren op
29-10-1832 in Vlissingen; erkend bij huwelijk 28-05-1834. 2 Johanna
Maria Schupp [1.1.2], geboren op 07-02-1836 in Vlissingen. Johanna is
overleden op 15-03-1836 in Vlissingen, 1 maand oud. 3 Johanna Maria
Schupp [1.1.3], geboren op 01-05-1837 in Vlissingen. 4
Hendrik Willem Jodocus Franciscus Schupp, geboren op 14-09-1840 in
Vlissingen. Volgt
1.1.4. 5 Anna Maria Schupp [1.1.5], geboren op
27-07-1844 in Vlissingen. Anna is overleden op 28-09-1847 in Vlissingen, 3 jaar
oud.
Geschiedenis /
Biografie Hendrik Schupp vestigde zich op 6 mei 1831 vanuit
Rammekens in Vlissingen en zij op 6 mei 1831 eveneens vanuit Rammekens. Anna
Cornelia Gijsels was reeds eerder gehuwd geweest en al jong weduwe. Hendrik had
gekozen voor een militaire loopbaan. Mogelijk omdat zijn vader ook militair was.
Aanvankelijk was Hendrik kanonnier in het Garnizoen Vlissingen. Zijn standplaats
was het militaire fort Rithem. Later was hij magazijnknecht der Artillerie.
Helaas zijn twee dochters op jonge leeftijd overleden. Een week na het
overlijden van hun jongste dochter, verhuisde het gezin op 5 oktober 1847 naar
Maastricht. Bijna tien jaar later overleed de stamhouder2de generatie op 24 juni
1857, des morgens om 05.00 uur in de St. Pieterstraat 2652. Hij was ruim 63
jaar.
1ste Huwelijk
Anna 15 januari 1830; de 25 jarige Anna,
Cornelia, Gijsels trad in het huwelijk met de 64 jarige Reijnier Frederiks
(Renier Vrerias); geboren in Diepenbeek (Belgisch Limburg); weduwnaar van Sophia
Wegers; beroep magazijnnier. Op 28 december 1830 is haar eerste echtgenoot
overleden. 2de huwelijk
Anna 28 mei 1834; trad de 29 jarig Anna, Cornelia Gijsels in
het huwelijk met de 39 jarige Hendrik Schupp. Tussen deze twee huwelijken in
werd geboren op 29 oktober 1832; Johanna, Cornelia, erkend en gewettigd bij het
huwelijk van de ouders.
Liefdesdocument
In een brief toont zij haar genegenheid; waarschijnlijk is
de brief opgemaakt door een zogenaamde schoonschrijver, in de schrijfstijl van
die tijd: Den 25 october 1839 Zegen Wensch aan mijn
Dierbaren Echtgenoot, Hendrik Schupp, op zijn 45 Jaar Dag, Hartelijk Wensch ik
Heels uw Zegen, Met dit heil Van God Verkregen, Met deez blij geboorte Dag, Die
gij naar mijn Wensch Vermalen, Tot ons Welzijn Ziet herhalen, Nog Veel Jaren
Vieren mag. 's Hemels beste Zegeningen, Ziet gij aller Weeg ontspringen, Blijde
Welvaart Volg ons Beën, Reine Vreugd, en Vergenoegen, Moog bij 't huiselijk heil
Zig voegen, Schenken aardsche Zaligheen, Zoo moog niets van uw heil verminderen,
Maar gij steeds met Genade en kinderen, Smaken 't Rijnste Vreugde genot, En bij
't eenmaal Spade sterven, 't Eeuwig Durend heil verwerven, Deelen in der Vromen
Lot. Uw Liefhebbende Huisvrouw Anna Cornelia Gijsels
Fort
Rammekens Fort Rammekens werd in 1547
gebouwd op last van Maria van Hongarije, een jongere zuster van Karel V, die
namens de Nederlanden regeerde. Het ontwerp was van een Italiaanse architect.
Het fort werd gebouwd om de toen zeer belangrijke havens van Antwerpen en
Middelburg te controleren en speelde een belangrijke rol als ankerplaats voor de
schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Het fort is bij afwisseling in
handen geweest van Spanjaarden, Engelsen, Fransen en Zeeuwen. Nu is het fort
vervallen en er groeien unieke muurplanten op de muren. Nog steeds heeft het
fort de imposante uitstraling van toen.
1.1.4 Hendrik Willem Jodocus Franciscus
Schupp is geboren op 14-09-1840 in Vlissingen, zoon van Hendrik Schupp
(zie 1.1) en Anna Cornelia Gijsels. Hendrik is
overleden op 21-08-1908 in Maastricht, 67 jaar oud. Hendrik trouwde, 29 jaar
oud, op 03-11-1869 in Maastricht met Maria Magdalena Verhaegen,
27 jaar oud. Maria is geboren op 29-12-1841 in Maastricht. Maria is overleden op
21-02-1914 in Maastricht, 72 jaar oud.
Kinderen 1
Lambertus Henricus Schupp [1.1.4.1], geboren op 16-09-1870 in
Maastricht. Lambertus is overleden op 11-04-1944 in Maastricht, 73 jaar
oud. 2 Anna Cornelia Schupp [1.1.4.2], geboren op 03-10-1872
in Maastricht. Anna is overleden in Maastricht. 3 Catharina Philomena
Schupp [1.1.4.3], geboren op 07-07-1875 in Maastricht. Catharina is
overleden op 27-10-1966 in Maastricht, 91 jaar oud. 4 Renier
Franciscus Schupp, geboren op 30-08-1877 in Maastricht. Volgt 1.1.4.4. 5
Johannes Schupp [1.1.4.5], geboren op 19-12-1879 in Maastricht.
Johannes is overleden in Maastricht. Geschiedenis /
Biografie Vaste banen waren niet voorhanden; dagloners werden
per dag betaald om met name in de land- en tuinbouw te werken, bijvoorbeeld om
te oogsten. In die tijd nauwelijks sprake van mechanisatie; veel eeltige handen
en het loon was dun. De dagloner had geen vaste betrekking en verdiende daardoor
niet als er geen werk voorhanden was. Toch was hij met zijn gezin vaak
afhankelijk van één boerderij, waarbij hij op loopafstand woonde. Tevens werd
vaak kost verdiend door middel van huisvlijt....
1.1.4.4 Renier Franciscus Schupp is
geboren op 30-08-1877 in Maastricht, zoon van Hendrik Willem Jodocus Franciscus
Schupp (zie 1.1.4) en Maria Magdalena Verhaegen. Renier
is overleden op 28-12-1941 in Kerkrade, 64 jaar oud. Hij is begraven in
Kerkrade-Centrum. Renier trouwde, 20 jaar oud, op 01-12-1897 in Maastricht met
Barbara Catharina Couchée, 23 jaar oud. Barbara is geboren op
22-08-1874 in Maastricht. Barbara is overleden op 03-05-1944 in Kerkrade, 69
jaar oud. Zij is begraven in Kerkrade-Centrum.
Kinderen 1 Elisabeth Schupp [1.1.4.4.1], geboren op 07-09-1898 in
Maastricht. Elisabeth is overleden op 03-08-1899 in Maastricht, 10 maanden
oud. 2 Maria Magdalena Schupp [1.1.4.4.2], geboren op
09-02-1900 in Maastricht. Maria is overleden op 21-04-1990 in Kerkrade, 90 jaar
oud. Zij is begraven in Kerkrade- Chevremont. 3 Lambertus Hendrikus
Schupp [1.1.4.4.3], geboren op 22-12-1901 in Maastricht. Lambertus is
overleden op 13-12-1931 in Kerkrade, 29 jaar oud. Hij is begraven in
Kerkrade-Centrum. 4 Anna Cornelia Schupp [1.1.4.4.4],
geboren op 20-08-1903 in Maastricht. Anna is overleden op 20-05-1904 in
Maastricht, 9 maanden oud. 5 Maria Elisabeth Schupp
[1.1.4.4.5], geboren op 03-04-1905 in Herstal (België). Maria is overleden op
03-09-1947 in Kerkrade, 42 jaar oud. Zij is begraven in Kerkrade-
Centrum. 6 Michel Schupp, geboren op 22-10-1907 in Herstal
(België). Volgt 1.1.4.4.6. 7 Louis Lambert
Schupp [1.1.4.4.7], geboren op 13-08-1909 in Herstal (België). Louis is
overleden op 12-12-1975 in Heerlen, 66 jaar oud.
Geschiedenis /
Biografie Ook in deze eeuw heeft de mens in het zweet des
aanschijn de kost moeten verdienen. Zelfs kinderen van pakweg twaalf jaar
moesten mee de mouwen opstropen. Eeltige handen in de landbouw, mijnindustrie of
de fabrieken. Heel wat jonge meisjes werkten als dienstmeisje in Luik, Antwerpen
of Brussel.
Maastricht was in het midden van de 19de eeuw de eerste industriestad van
Nederland. De vroege industrialisatie had ook een keerzijde, de
arbeidsomstandigheden waren in de eerste fabrieken ronduit onmenselijk. Vooral
voor de kinderen die er werkten, was het een verschrikking. Tussen 1840 en 1860
verrezen in de stad aan de Maas enorme fabriekscomplexen waar glas, aardewerk en
later ook papier werden geproduceerd. Aan arbeiders geen gebrek in deze door
werkloosheid gevestigde vestingstad. Ook uit de omliggende dorpen kwamen
arbeidskrachten massaal naar Maastricht.
Rond 1850 telde de stad al dertigduizend inwoners. In de rest van Nederland
kwam de industrialisatie pas veel later op gang. De vroege industrialisatie
bracht Limburgs hoofdstad in die jaren in een zekere welvaart. Maastricht had
altijd geleefd van de militairen. De soldaten van het in Maastricht gelegerde
garnizoen moesten gevoed en gelaafd worden. Bovendien konden de Maastrichtenaren
een goede boterham verdienen aan het onderhoud van de vestingwerken. Maar dat
veranderde toen na de slag bij Waterloo het Koninkrijk der Nederlanden ontstond.
De grens lag opeens een heel stuk zuidelijker, bij Luxemburg, Namen en
Charleroi. Voor de verdediging van het land was de vesting Maastricht opeens
minder belangrijk.
Het garnizoen werd dan ook fors ingekrompen, en het onderhoud van de
vestingwerken werd op een laag pitje gezet. Dankzij de fabrieken had het volk
tenminste weer werk. Zij hadden weer brood op de plank. Maar daar hield hun
geluk vaak op. De dagen waren zo lang, en de werkomstandigheden in de fabriek
dermate zwaar, dat het volk nauwelijks tijd en lust had om van het leven
tegenieten.
Vanuit hun krot naar de fabriek, van de fabriek naar de kroeg, van de kroeg
weer naar hun krot, elke dag weer hetzelfde, met uitzondering van de Zondag,
wanneer de dagtaak gewijzigd werd en in plaats van de fabriek de gang naar de
kerk kwam…!
Bovendien was de welvaart natuurlijk relatief. Vanaf de preekstoel hield de
kapelaan de ‘gelovigen’ voor dat zij van het loon dat ze verdienden best nog wat
konden sparen voor later. Maar de eerwaarde heer kapelaan ging er wel vanuit dat
een gezin van man, vrouw en drie kinderen makkelijk kon rondkomen van één gulden
per dag. Alsof men met van één gulden per dag leven kan…!
De arbeiders hadden in Maastricht een kwaad leven; dat werd gekenmerkt door
honger, ziekte en zorgen. Een kwaad leven dat al vroeg begon met zware arbeid,
waardoor kinderen van acht, negen jaar voor hun hele leven ongelukkig werden. In
de glasblazerij werkten jongens van twaalf jaar om de andere week in de
nachtploeg.
In de aardewerkfabriek was het al niet veel beter. De arbeiders moesten de
verzengende hitte van de ovens trotseren want tegenspraak dulden de heren niet;
wie niet wilde werken, die vloog eruit en had helemaal niks meer. Wilde een
arbeidersgezin het redden, dan moesten de kinderen al jong een handje helpen.
In die tijd was het heel normaal dat kinderen meewerkten. Wat het werk in de
fabrieken voor de kinderen bijna ondraaglijk maakte, dat waren de arbeidstijden.
De dagen waren in die tijd extreem lang; het was echt geen uitzondering dat de
kinderen twaalf uur aan een stuk moesten doorploeteren. Aan die wantoestanden
kwam pas een eind toen het parlement in 1874 het beroemde Kinderwetje van
Minister van Houten aannam.
Vanaf dat moment mochten kinderen pas vanaf hun twaalfde in de fabriek
werken. De wet was vooral bedoeld om te zorgen dat kinderen in elk geval de
lagere school konden afmaken want het analfabetisme nam ras toe en vormde een
bedreiging voor de toekomst van het land.
Vanaf zijn 12de jaar is Renier werkzaam als dagloner op de aardewerkfabriek.
Reeds op 20 jarige leeftijd gehuwd; werkomstandigheden en onenigheid met een
voorman zorgen voor noodzakelijke verhuizingen van Maastricht naar Herstal
(België). Ook daar waren de woon en werkomstandigheden zeer zwaar. WOI
(1914-1918); velen vluchtten naar het neutrale Nederland.
In Kerkrade was
mijnbouw in volle glorie. De oudste mijn van Europa, de 'Domaniale' bouwde reeds
sociale woningen voor de mijnwerkers. Zelfs met tuintjes waar men eigen groente
kon verbouwen. Het gezin verhuisde naar Kerkrade. Het verenigingsleven bepaald
een groot deel van de samenleving. Op Nulland is Renier lid van de
turnvereniging. Hij is een bekend hoornblazer. Bij optochten en processies loopt
hij voorop. Bij feestjes en samenzijn staat hij bekend om zijn gulle
rondjes.
Op 28 december 1941, vijf dagen voor de verjaardag van zijn kleinzoon René,
is hij overleden. Enkele jaren later op 3 mei 1944, overlijdt Barbara,
Catharina.
1.1.4.4.6 Michel Schupp
is geboren op 22-10-1907 in Herstal (België), zoon van Renier Franciscus Schupp
(zie 1.1.4.4) en Barbara Catharina Couchée.
Michel is overleden op 09-07-1971 in Kerkrade, 63 jaar oud. Hij is begraven op
13-07-1971 in Kerkrade-Centrum. Michel trouwde, 32 jaar oud, op 03-10-1940 in
Maassluis met (Mina) Wilhelmina van der Linden, 19 jaar oud.
(Mina) is geboren op 18-07-1921 in Maassluis, dochter van Willem Jacobus van der
Linden en Adriana Verduijn. (Mina) is overleden op 10-04-1967 in Rotterdam
(ziekenhuis), 45 jaar oud. Zij is begraven op 15-04-1967 in
Kerkrade-Centrum.
Kinderen 1 (René)
Renier Franciscus Schupp, geboren op 02-01-1941 in Kerkrade (Sint Jozef
ziekenhuis). Volgt 1.1.4.4.6.1. 2 (Wiel)
Willem Jacobus Schupp [1.1.4.4.6.2], geboren op 11-01-1947 in
Kerkrade. 3 (Tiny) Hubertina Maria Louisa Schupp
[1.1.4.4.6.3], geboren op 16-07-1958 in Kerkrade.
Geschiedenis /
Biografie Geheel onverwacht, op de leeftijd
van 63 jaar, is onze goede vader uit ons midden weggerukt. Het heengaan van
moeder, 4 jaar van te voren had zijn leven leeg gemaakt. Sedert die tijd leefde
hij alleen nog voor zijn kinderen met een bijzondere zorg en liefde voor ons
zusje Tineke, die hij zo graag een goede toekomst wilde bezorgen. Vader was een
goed en gelovig mens. Hij aanvaardde het leven, ook bij ziekte en tegenslag, in
grote rust en tevredenheid uit de hand van God.
In grote dankbaarheid zullen wij hem blijven gedenken en bidden dat de Heer
van leven en dood, op Wie hij al zijn vertrouwen had gesteld, hem weer verenigd
met moeder, aan wie hij zo innig gehecht was, om samen te delen in de eeuwige
vreugde van God.
Moeder leefde niet voor zichzelf. In haar moeilijkste uren was het de zorg om
haar gezin, die haar meer bezig hield dan eigen pijn en kwaal. Wat we telkens in
haar moesten bewonderen was haar moed, haar offerbereidheid, haar hoop en
vertrouwen, dat haar leven zin en betekenis had, ondanks het smartelijk lijden,
dat haar lichaam teisterde.
Zij wilde nog steeds liefde, goedheid en vreugde geven. De dood kon voor haar
niet het einde zijn."Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in mij gelooft
zal leven, al is hij ook gestorven, en ieder die leeft en gelooft in Mij, zal in
eeuwigheid niet sterven". (Johannes 11, 25 en
26).
1.1.4.4.6.1 (René) Renier Franciscus
Schupp is geboren op 02-01-1941 in Kerkrade (Sint Jozef ziekenhuis),
zoon van Michel Schupp (zie 1.1.4.4.6) en (Mina) Wilhelmina van der
Linden. (René) trouwde, 23 jaar oud, op 23-09-1964 in Kerkrade met
(Claire) Clara Jozefina Caumon, 18 jaar oud. (Claire) is
geboren op 08-01-1946 in Oirsbeek, dochter van Willem Peter Anton Caumon en
Maria Schaefer.
Kinderen 1
(Marcel) Michel Willem Schupp [1.1.4.4.6.1.1], geboren op 05-10-1968 in
Breda. 2 Roger Peter Jozef Schupp, geboren op 21-02-1971 in
Prinsenbeek. Volgt 1.1.4.4.6.1.2.
Geschiedenis /
Biografie Na het volgen van de basisschool
en de ondergrondse vakschool van de mijnen enkele jaren werkzaam geweest in de
mijnbouw. In verband met overige energiebronnen werden de mijnen geleidelijk aan
gesloten. Voor de ouderen met vele dienstjaren een bittere pil; jongeren kregen
nieuwe kansen. Meer dan 60.000 mensen kwamen op straat te staan.Omscholingen of
werkloosheid; maar ook volksverhuizingen werden een feit…!
Omscholing en diverse verhuizingen waren noodzakelijk voor behoud van
werkgelegenheid. Daarnaast was de klim op de maatschappelijke ladder het gevolg
van flexibele instelling en studiebereidheid. Onze blik is hierdoor verruimd;
echter toegegeven, elke keer deed het afscheid nemen pijn. Vriendschappen en
contacten werden opgebouwd en omgevingen zijn ons vertrouwd geraakt.
Voor Claire en de kinderen viel het niet altijd mee om weer eens te
verhuizen. Steeds weer opnieuw inrichten; steeds weer wennen aan nieuwe
situaties; steeds weer.....
Uiteindelijk na vele omzwervingen en pensionering teruggekeerd naar
geboortestreek.
Leeftijd bij belangrijke
gebeurtenissen * 6 jaar Broer (Wiel) geboren (11-01-1947)
* 17 jaar Zus (Tiny) geboren (16-07-1958) * 23 jaar Trouwde met (Claire)
Caumon (23-09-1964) * 26 jaar Moeder overleden (10-04-1967) * 27 jaar
Zoon (Marcel) geboren (05-10-1968) * 30 jaar Zoon Roger geboren (21-02-1971)
* 30 jaar Vader overleden (09-07-1971) * 55 jaar Zoon Roger trouwde met
(Brit) Kuijpers (15-01-1996) * 56 jaar Kleinzoon Lars geboren (26-05-1997)
* 58 jaar Kleindochter Luca geboren (13-08-1999) * 62 jaar Kleinzoon
Ilco geboren (26-05-20039
Domicilies * Zonstraat
254, Kerkrade * Temsetraat 45, Breda * Hertogenlaan 358, Kerkrade *
Oudergemstraat 41, Breda * Vaandelstraat 38, Prinsenbeek * Slangenburg
27, Eindhoven * Guesselt 2, Eindhoven * Abbingastate 1, Almelo *
Laurierstraat 1, Venlo * Witherenstraat 156, Venlo * Hertogenlaan 34-A,
Kerkrade Opleiding &
Beroep * MBO-niveau; werkzaam geweest: * Kerkrade:
Domaniale Mijn Maatschappij. * Breda: Enka Glanzstoff; Operator /
Brandweer. * Eindhoven: Philips; Beveiligingsbeambte. * Almelo / Enschede:
Philips; Hoofd Beveiliging. * Deurne: Philips; Hoofd Beveiliging. * Venlo:
Pope Cable and Wire; Hoofd Beveiliging & Chef Facilitaire
Diensten. Samenvatting * 38 jaar
omzwervingen; tiental verhuizingen. * Terug naar onze geboortestreek. *
Enerzijds nostalgie; anderzijds realiteit. * Wij hebben de keuze goed
overwogen. * Wij hopen de cirkel nu rond te hebben. * Uw vriendschap;
onze dank...!!!
1.1.4.4.6.1.2 Roger Peter Jozef Schupp is geboren op 21-02-1971
in Prinsenbeek, zoon van (René) Renier Franciscus Schupp (zie 1.1.4.4.6.1) en (Claire) Clara
Jozefina Caumon. Roger trouwde, 24 jaar oud, op 15-01-1997 in Venlo met
(Brit) Gerarda Josephina Gertruda Kuijpers, 26 jaar oud. (Brit)
is geboren op 24-03-1969 in Deurne, dochter van Franciscus Jozef Gerarda Maria
Kuijpers en Gerarda Maria van Rixel.
Kinderen 1 Lars
Schupp [1.1.4.4.6.1.2.1], geboren op 26-05-1997 in Venlo. 2
Luca Schupp [1.1.4.4.6.1.2.2], geboren op 13-08-1999 in
Venlo. 3 Ilco Schupp [1.1.4.4.6.1.2.3], geboren op
26-05-2003 in Helmond.
Geschiedenis /
Biografie Ondanks de vele verhuizingen van
zijn ouders kon Roger zich snel aanpassen aan nieuwe omgevingen; maakte snel
vrienden. Tijdens zijn studie aan de Analistenschool in Venlo lid van de
studentenraad. Aldaar leerde hij zijn echtgenote Brit kennen. Na enige tijd te
hebben samengewoond trad hij op 15 januari 1997 in het huwelijk.
Na zijn studie Medisch Analist was hij enige jaren werkzaam in het
Streekziekenhuis van Helmond. Vervolgens trad hij in dienst van Beckman Coulter
Nederland B.V. Dit bedrijf levert medische apparatuur aan ziekenhuizen. Als
Customer Support Engineer is hij op afroep inzetbaar in heel Nederland.
De eerste helft van 1940 bracht voor West-Europa niet veel goeds. Duitse
legers liepen het ene na het andere land onder de voet. Op 10 mei 1940 werd het
Koninkrijk Nederland door de Duitse legers overvallen. Na het bombardement op
Rotterdam legde op 15 mei 1940 het Nederlandse leger de wapens
neer.
Bezetting Vanaf dat moment was Nederland aan de Duitse
bezetters overgeleverd. Tienduizenden mannen werden gedwongen om in Duitsland te
gaan werken. De hetze tegen de Joden leidde tot massale transporten naar
concentratiekampen en volkerenmoord. Meer dan 100.000 Nederlandse Joden kwamen
niet meer terug.
Verzet Aanvankelijk waren het
slechts enkelingen die overgingen tot daadwerkelijk verzet tegen de bezetters.
Maar die enkelingen gaven al spoedig de aanzet tot de vorming van militaire
verzetsbewegingen; organisaties die inlichtingen naar Groot-Brittannië stuurden
of hulp verleenden aan vluchtelingen en onderduikers.
Het verzet nam
grotere vormen aan, toen de Duitsers harder gingen optreden. Door brute
terreurdaden wilden ze het ‘Nieuwe Europa’ hun wil en nazi denkbeelden opleggen.
De verzetsmensen van het eerste uur kregen steeds meer steun van goede
vaderlanders.
Direct na het uitbreken van de oorlog vluchtten uit vele
Europese landen tienduizenden militairen en burgers naar Groot-Brittannië. Een
groot deel van hen sloot zich aan bij de legers van de geallieerden. Zij vochten
mee voor de bevrijding van de door Duitsers bezette gebieden.
Voor hen
die deze zwarte bladzijde in de geschiedenis bewust meemaakten zou de bevrijding
helaas nog enkele jaren op zich laten wachten..........!
D-day 6 juni 1944 stormden duizenden Amerikanen het
strand van Normandië op. Hun van huis uit meegekregen en door het kader
aangestampte zelfvertrouwen liep al meteen een flinke deuk op. Tientallen
geblakerde tanks, verwrongen vrachtwagens, open gereten landingsschepen en
talloze, dode lichamen waren de huiveringwekkende getuigen van de zeer grote
verliezen die reeds werden geleden.....!
De kruitdampen op de
Normandische stranden was al lang opgetrokken, maar de puinhopen in
Noord-Frankrijk rookten nog toen het Eerste Amerikaanse Leger de Limburgse
Zuidgrens naderde. Het was maandag 11 september 1944 de vooravond van de
bevrijding van Zuid-Limburg.
Bange dagen Vanaf 10
september 1944, werd de naderende bevrijding zichtbaar voor de bewoners van
Kerkrade. Die dag begon de terugtocht van Duitsers in al of niet onderweg
gestolen vervoermiddelen. Kerkrade leek een belegerde stad met al dat
oorlogsmaterieel in de straten.
Kerkrade werd echter in twee etappes
bevrijd en daar rekende met name in het oostelijk stadsdeel geen mens op. De
14de september, de dag na de bevrijding van Maastricht, dacht een aantal
Kerkradenaren dat het leed geleden was. Deze ‘dolle donderdag’ raakte de wijk
Holz in een soort bevrijdingsroes, omdat er plotseling geen Duitse uniformen
meer op straat te zien waren.
De Duitsers waren echter nog niet weg; zij
bleven zelfs nadrukkelijk plunderend aanwezig. Wielrijders raakten op straat hun
fiets kwijt. Voedsel, paarden en vee werd gestolen.
Ondertussen 17
september; de bevrijders zetten hun opmars voort. De meeste inwoners hadden
nachten in de kelder doorgebracht, omdat er onafgebroken gevuurd werd.
Simpelveld en Bocholz waren inmiddels bevrijd. Later op zondag, Spekholzerheide
en Kaalheide.
De mensen achter de spoordijk van het ‘Miljoenenlijntje’
moesten wachten. Het front liep midden door de gemeente. Dat kwam omdat de
Duitsers het achter de spoordijk oostelijk deel van de stad beschouwden als een
wezenlijk onderdeel van hun Westwall, dat ze niet zonder slag of stoot wilden
prijsgeven.
Schuilkelders Voor de mensen in ‘Oost’
brak een week aan die voornamelijk in schuilkelders moest worden ondergebracht.
Naast ons woonde familie (S). Er was een gat in de tussenmuur gemaakt om contact
te kunnen onderhouden. Op een keer toen er weer vliegtuigen overvlogen ging
vader bij de naastliggende weilanden kijken. Plotseling sloegen her en der de
granaten in. Er was een heel rookgordijn ontstaan. Lijkbleek en op handen en
voeten kwam vader aangekropen. De woorden die moeder toen van spanning gezegd
heeft, zal ik maar niet herhalen.....!
Regelmatig klonk het luchtalarm;
er werd hevig geschoten, inslaande granaatscherven klonken beangstigend. De
bevrijders binnen handbereik, maar toch zo veraf. Zij hadden tijd nodig om hun
gewonden te verzorgen, de munitie en brandstof voorraden aan te vullen en
versterkingen te laten aanrukken.
Ondertussen werd de situatie in het
bezette deel van Kerkrade kritiek. Voedsel was schaars, leidingwater was er niet
meer, evenmin elektriciteit. Een aantal mensen werd door granaatvuur gedood
terwijl zij aardappels rooiden op de
Holz.
Evacuatie Maandag 25 september omstreeks 09.00
uur; 30.000 mensen bepakt en gezakt op weg voor een voettocht in de richting van
de Amerikaanse linies. De bewoners hadden om 04.30 uur te horen gekregen dat ze
de stad moesten verlaten. Slechts één hoofdweg was door de Duitsers vrijgegeven
en om 12.00 uur moest de volksverhuizing een feit zijn.
De gedwongen
evacuatie leverde de Duitsers een aantal voordelen. Zo was het doorgeven van
inlichtingen uit de bezette stad niet meer mogelijk en konden ze huizen ombouwen
tot stellingen waardoor de ‘Siegfriedlinie’ nog moeilijker te nemen
was.
In de trieste tocht liepen ook onderduikers mee, onder andere Joden,
die de hele oorlog in Kerkrade hadden doorgebracht en zelfs een Russin die
eerder uit Duistland gevlucht was. Iedereen had het hoognodige bij zich. Ook
werden dieren meegevoerd. De rest moest al of niet verstopt voor de Duitsers
achterblijven.
Spekholzerheide was niet het einde van de tocht. Omdat de
weg naar Heerlen niet was vrijgegeven door de Amerikanen, werd de stoet in de
richting van Ubachsberg gestuurd.
Bij het passeren van het kasteeltje
‘Imstenrade’, hervatten de Duitsers het vuur. Er ontstond paniek, mensen gilden.
Wij doken in een greppel; ik voelde het warme lichaam van moeder. Een granaat
landde midden in de stoet. Veertien mensen hadden niet lang genoten van de
herwonnen vrijheid.
Dorpen in het Limburgse heuvelland werden door de
exodus van 30.000 mensen overbevolkt. De evacués werden over heel Zuid-Limburg
verspreidt. Met ongeveer 25 gezinnen werden we in de harmoniezaal van Beek
ondergebracht. Ik was de jongste; moeder nam mij mee de boer op als ze eten ging
hamsteren.....!
Thuiskomst Dinsdag 24 oktober 1944;
eindelijk mochten de Kerkradenaren zich in omgekeerde richting begeven. Tussen
het drukke legerverkeer van de Amerikanen op de Zuid-Limburgse wegen, trokken de
evacués met kinderwagens, vrachtwagens, koffers, zakken en kisten huiswaarts.
Althans wat er overgebleven was van thuis.
Veel mensen vonden in plaats
van hun woonhuis een puinhoop. De stad bood een ongelofelijk triest beeld.
Doorschoten huizen en talrijke vernielingen gaven een beeld van verlatenheid en
ellende.........!
Enkele plaatsen waren zwaar getroffen. Aan de Markt
waren een groot aantal winkelpanden uitgebrand en ook in de Hoofdstraat en
Oranjestraat waren huizen door brand vernield. Het ziekenhuis had enorm te
lijden gehad en van het gemeentehuis was het torentje scheef geschoten. Ook de
Lambertuskerk had voltreffers moeten incasseren. De kerk van Chevremont telde
een aantal inslagen en de spoorbrug aan de Toupsberg was onklaar gemaakt door
explosieven. Rolduc had 38 treffers te verwerken gekregen. Ook de Maria-kapel in
het hambos was geraakt.
In onze woonwijk was veel vernield. Het huis
tegenover ons had geen dak meer. In de muur waren vele granaatinslagen. In de
tuin van familie (H) in de Ehrensteinerstaat was een diep gat geslagen. Het huis
van familie (C) in de Nassaustraat was geheel verwoest, alleen het trappenhuis
was gebleven. In de kelder lagen twee Duitse helmen. In de hoek een enorme
drol..........!
De trottoirs stonden vol met munitiekisten. Een
Amerikaans negersoldaat gaf mij een reep chocolade. Ik rende naar huis om te
vertellen dat ik ‘Zwarte Piet’ had
gezien.
Amerikanen De Amerikanen zaten ruim in hun
materiaal en sprongen daar nogal verkwistend mee om. Althans in de ogen van de
Limburgers, die onder de bezetting hadden geleerd te woekeren met wat ze hadden.
Armoede maakt vindingrijk en men had al snel door dat allerlei spullen die de
militairen dumpten, interessante toepassingmogelijkheden boden. Wie een
parachute wist te bemachtigen, was de koning te rijk, want het fijne nylon was
beter dan het beste textiel dat toen te krijgen was. Heel wat communie- of
bruidsjurken zijn er gemaakt van parachutestof.
De koperen granaathulzen
vormen een apart verhaal. Duizenden zijn er achtergebleven. Overal waar kanonnen
hun projectielen met daverende salvo's in de richting van de vijand joegen,
werden ze nog gloeiend heet, op grote hopen gegooid.
Maar die blinkende
schrootbergen verdwenen als sneeuw voor de zon zodra de soldaten met hun geschut
verder trokken. Dan waren omwonenden er als de kippen bij om de hulzen mee naar
huis te slepen. Koper was goud waard en je kon er van alles mee doen. Het waren
gewilde artikelen. Vaak werden ze gebruikt als bloemenvaas. Lange tijd hebben
enkele granaathulzen de schouw van mijn ouders
gesierd.
Restcenters De abdij van Rolduc was één van
de ‘Restcenters’ die de Amerikanen in Zuid-Limburg hadden ingericht om de moe
gevochten mannen na de slag om Aken wat op verhaal te laten komen.
Zij
kwamen rechtstreeks van het front en verheugden zich op een korte rustpauze. In
een van de weilanden stond een tentenkamp en veldkeuken. Buurtbewoners waren er
te vinden om eten te bietsen. De blikjes melkpoeder en cornedbeef werden in dank
aangenomen.
De bevrijders werden enorm geadoreerd; kortstondige liefdes
ontstonden. Een enorme geboortegolf was later het
gevolg...!!!
Old Hickory Maar feest werd er voorlopig
niet gevierd. Eerst moest Kerkrade zijn wonden likken. De mensen waren blij en
dankbaar. In totaal hebben 240 Amerikanen hun leven gegeven voor de bevrijding
van Kerkrade. D-day was in Limburg voorbij. Als dank aan de bevrijders is in
Kerkrade een plein genoemd naar de ‘Old Hickory Divisie’.
Rest
van Nederland Het zuiden van Nederland was bevrijd; later volgde een
deel van Gelderland, Overijssel, Drenthe, Groningen en Friesland. Kort daarna
hingen de vlaggen uit.
Maar beide Hollanden, Utrecht en een deel van
Gelderland bleven in de ijzeren greep van de Duitsers. Dan kwam de winter van
1944 op 1945. Als een zwart spook sloop de honger vooral in de grote steden.
Mensen ruilden hun laatste bezit voor een hapje eten. Ze stroopten het land af
naar aardappelen en graan. Velen hebben door gebrek aan voedsel niet
overleefd.
Capitulatie Op 5 mei 1945 was het
eindelijk zover. Duitsland capituleerde. De balans van droefheid en vreugde kon
worden opgemaakt. Landgenoten beleefden zeer bewogen jaren, vol geweld en soms
diepe emoties, die nu nog niet zijn
uitgewoed.
Margraten Op 10 november 1944 werd op de
Amerikaanse begraafplaats in Margraten de eerste gesneuveld soldaat begraven.
Het oorlogskerkhof, dat kort na de bevrijding onder erbarmelijke omstandigheden
moest worden aangelegd, is een heel speciaal stukje Limburg geworden.
Het
pad van onze bevrijders is niet over rozen gegaan. Velen hebben het niet
gehaald. Meer dan 8000 namen zijn gegrift in wit marmer. Margraten is hun
laatste rustplaats.
Zal de mensheid ooit de wijsheid
behalen..........?
De katholieke jongenschool St. Lambertus was gelegen achter het stadhuis in
het centrum van Kerkrade. Het schoolplein was door een muur gescheiden van het
oude St. Jozefziekenhuis.
Aan de voorzijde was een hekwerk, waarnaast de
woning stond van conciërge Notermans. Achter deze woning stond het
oorlogsrestant van wat eens het patronaat was geweest. Op een podium stond een
oude gammele piano. Tijdens het speelkwartier lieten we de piano luid klinken.
Maar de leerkrachten stuurden ons regelmatig weg; vermoedelijk hielden ze niet
van klassiek
Wie kent ze nog.....? De leesplankjes van vroeger en het monotone ritme
als de klas gezamelijk de woordjes opdreunde: "Aap...Noot...Mies...". Het was
een hele beleving; de basis van ons lees en schrijfvermogen...!
Talloze
Nederlanders hebben aan de hand van Ot en Sien kennis gemaakt met de wereld van
Cornelis Jetses. Het boek van Ot Sien speelt in en om de huiskamer. In
de vervolgdeeltjes laten de schrijvers Ligthart en Scheepstra het kind steeds
meer van de wereld ontdekken. De nabije omgeving in Buurkinderen, het
eigen land in Dicht bij huis, en daarna de rest van de wereld in De
wereld in!
Enkele boeken uit de schoolbibliotheek waarvan de indrukken altijd zijn
bijgebleven. * De Bokkerijders. * Beloonde moed. * Willem
Roda.
Met de avonturen van Arendsoog en Witteveder heb ik menig
genoeglijk uurtje verbracht. Vaak naast de gloeiende kachel; waarbij ik helemaal
wegdroomde...
In latere jaren waren het de studieboeken die zo
noodzakelijk waren voor de klim op de ladder. Heden ten dage zijn het vaker
educatieve- maar ook boeken met diepgang. Hierbij spreken filosofische en
esoterische boeken mij sterk aan.
Arm en rijk In principe zaten de kinderen uit de betere
kringen in de eerste banken en kregen ook de meeste aandacht. Ik vond dat niet
zo erg want vanaf de achterste banken kon men beter proppen
schieten...!
1ste klas In 1947 ging ik voor het eerst
naar school. Toen moeder mij aan juffrouw Savelsberg overdroeg, voelde ik mij na
al die jaren van geborgenheid, erg verlaten. Van verdriet huilde ik tranen met
tuiten. Het leed was echter gouw geleden. Ondanks dat de juf erg streng overkwam
was ze ook wel aardig. Ze vertelde leuk en het was toch ook een hele ervaring om
de woordjes te leren: Aap, Noot, Mies.....!
Cornelis
Jetses De prachtige wandplaten van "Jetses" maar ook de latere
leesboekjes van "Ot en Sien" maakten een diepe indruk. In zijn illustraties
legde Jetses vast hoe men vroeger leefde, woonde en werkte. Hierdoor kon ik de
wereld aanschouwen en ook mijn fantasie een plaats geven.
2de
klas In 1948 kwam ik in de tweede klas bij meester Caumans. Deze kon
heel streng kijken; echter toen wist ik nog niet dat hij een glazen oog had. In
deze klas mocht ik mij van mijn ouders abonneren op het prachtige weekblad
"Taptoe". Wat heb ik toen genoten van die prachtige strips van "De verstrooide
professor".
3de klas In 1949 kwam ik in de derde klas
bij meester Dahlmans. Hij was een goede voetballer en was aanvoerder van "SV
Bleijerheide". Deze club was in 1923 ontstaan uit een fusie van Sparta
Bleijerheide en Geel Zwart. Tijdens mijn schooljaar werd "SV Bleijerheide"
kampioen. De meester stond in de krant met de kampioensbeker in de handen. Ik
had de foto uit de krant geknipt en op het bord geplakt. De meester was zo trots
als een pauw en wij hadden die dag echt feest. Hij trakteerde ons op speculaas
en siroop die in een emmer water werd aangelengd. Hij was een zeer simphathieke
leraar. Later werd hij overgeplaatst naar Spekholzerheide waar hij
hoofdonderwijzer werd.
In deze periode kwam ik bij de welpen; een
afdeling van de padvinders. Het clubhuis was een groot wit gebouw en gelegen in
een weiland aan de rand van Kerkrade-centrum. In dit weiland werden leuke
spellen gedaan. Bij slecht weer vertoefden wij in het clubhuis. Onze Akela was
erg leuk; vaker maakte we ruzie om wie naast haar mocht zitten. Maar helaas ze
was al vergeven aan de Hopman van de verkenners.
4de
klas In 1950 kwam ik in de vierde klas bij meester Bemelmans. Hij
was erg muzikaal; tijdens zangles begeleidde hij met zijn mandolinebanjo. Aan de
achterkant zat een koperen knop.Als men ondeugend was zwaaide hij hiermee en
deelde tikken uit. De knop kwam dan pijnlijk aan. Door al die tikken had de
koperen knop intussen de kleur van zijn haren overgenomen; rossig-rood. Zo heeft
hij menige deuk in onze hoofden getikt...!
Naast mij zat Wim (S). Hij was
erg verwaand en een klikspaan. Zijn vader was medisch directeur van het
ziekenhuis in Kerkrade. Tijdens een natuurkundeles konden wij door een
microscoop kijken. Wim, die sneeuwitte haren had moest een haar op het plaatje
leggen. Door de microscoop leek dit haar erg vuil. Wim werd hiermee nog enige
tijd geplaagd.
In de klas zaten twee broers; Jan en Mathieu van (L). Zij
woonden in een van de spoorhuisjes bij het station. Hun vader werkte bij het
spoor. Door een overplaatsing naar Weert moesten ze verhuizen. Het waren zeer
simpathieke jongens; ik vond hun vertrek dan ook erg jammer.
Jan (B), was
de belhamel van de klas; waarschijnlijk lag dit aan zijn rode haarkleur. Wij
hadden aardrijkskunde, waarbij een film werd vertoond over de Betuwe. Jan en ik
waren wat rumoerig ; voor straf moesten wij op de knieën voor het bord. Echter
zodra het licht uit ging, kropen wij een stukje terug om toch maar niets van de
film te missen Na afloop van de film zaten wij natuurlijk mooi braaf voor het
bord geknield. De meester merkte op: "Eigen schuld dat jullie de film hebben
gemist, volgende keer beter opletten"! Over opletten
gesproken..........!!!
De meester was jarig. Op de markt bij bakkerij van
der Weijden hadden wij als cadeau een taart gekocht. Dat vond meester Bemelmans
erg leuk. Die dag werd weer gezongen; "Lang zal hij leven, lang zal hij
leven......"! Gelukkig werden nu geen tikken uitgedeeld. Na schooltijd mocht Mai
(E), en ik de taart bij de meester thuis brengen. Wij vonden dat een hele eer.
Thuis liet de meester ons in een glazen bak witte muizen zien. Zij hadden rode
oogjes en het was leuk om deze beestjes bezig te zien. Na een glaasje limonade
gedronken te hebben, keerden wij huiswaarts.
Onderweg kwamen we Robert,
de oudste zoon van de bakker tegen. We riepen naar hem dat de meester de taart
lekker vond. Vrolijk zwaaiend met zijn armen en luid jodelend liep Robert door
de straten. Wij moesten er om lachen; helaas beseften wij toen nog niet dat
Robert aan een spierziekte leed.
5de klas In 1951
kwam ik in de vijfde klas bij meester Smeets. Hij was lid van het St. Lambertus
kerkkoor en had een prachtige bariton stem. Tijdens het zingen trok hij altijd
een scheve mond, hetgeen letterlijk en figuurlijk een komisch gezicht was. Hij
was ook dirigent van het jeugdkoor. Hij zocht nieuwe stemmen. Ik had mij
opgegeven en moest een zangtest doen. Nadat ik uit de zangbundel "Kun je nog
zingen, zing dan mee", een keuze had gemaakt zong ik "Hopsa, Heisasa...". Nadat
ik amper twee regels gezongen had, zei de meester: "Stop maar, met die bromstem
kan ik niets beginnen"!!!
Natuurlijk was ik erg teleurgsteld. Onderweg
naar huis stond op de hoek Wijngracht-Niersprinkstraat bij café-restaurant "De
Kroon", een chauffeur van een koelwagen koelblokken te lossen. Hij had een leren
schort aan. Met een haak trok hij ijsblokken uit de koelwagen, legde het blok op
zijn schouder en bracht dit naar de tapkast. Toen ik met enkele vriendjes stond
toe te kijken, sloeg hij met de haak enkele stukjes van het ijsblok en gaf die
aan ons. Hij zei: "Hier jongens, dit is goed voor jullie
stem......"!
6de klas In 1952 kwam ik in de zesde
klas kwam ik bij meester Frantzen. Hij was de hoofdonderwijzer en erg streng.
Als men niet oplette of een streek uithaalde, kreeg men een flink pak slaag. Hij
ramde dan zo met zijn vuisten, dat de naastzittende een toegift kreeg. Als men
hierop reclameerde zei hij: "Dan is dit voor de volgende keer...."!
Ieder
vrijdag las hij voor, dit kon hij geweldig. Door zijn stemintonaties werden de
verhalen zeer spannend. Steeds keken we uit naar het vervolg. De verhalen "De
Bokkerijders" en "Beloonde Moed", zijn mij altijd bijgebleven. Ook met het boek
"Willem Roda", uit de schoolbibliotheek heb ik spannende uren
beleefd.
Enkele vriendjes zoals Jan (K), en Frans (M), moesten de zesde
klas overdoen; er was geen brugklas en volgens het leerstelsel waren ze te jong
om de school te verlaten. Vaak ging ik met Jan bij Frans thuis spelen. Frans
woonde naast een fietsenzaak aan de rand van het Mucherveld.
Tijdens de
bebouwing van dit veld, hadden we aan de bouw wat planken georganiseerd. Hiervan
hadden we in de tuin een hut gebouwd. We noemden die hut "De hut van oom Tom".
Voor de hut deden we aardappelen poffen waarna het heerlijk smullen
was.
Later toen het ouderlijk huis van Frans werd afgebroken, verhuisde
zijn familie naar het nabijliggende Chevremont (Geitenberg). Een oudere tante
verhuisde mee, ze had al een hoge ouderdom. Regelmatig zei ze tegen ons:
"Jongens, als ik nog zo jong was als jullie, dan ging ik naar Canada in het
hartje van Amerika". Hierbij legde ze heel grappig de nadruk op
"Canaaaaada"!
6de klas 2de jaar In 1953 was ik met
enkele anderen aan de beurt om de zesde klas over te doen. Er was nog steeds
geen brugklas. Dit in tegenstelling met de school te Chevremont. Enkele
vriendjes uit andere straten gingen daar naar school. Een vreemd verschijnsel
deed zich voor. Bijvoorbeeld de ene kant van de Ehrensteinerstraat ging naar de
school van Kerkrade en de overkant ging naar de school van Chevremont. Typische
grensgevallen......!
Het tweede jaar in dezelfde klas interesseerde dan
ook maar matig, temeer daar het een formaliteit betrof. Ik wilde naar de
ambachtschool, maar was te jong volgens het leerstelsel. Veelal werd ik
aangewezen met Jan (B), om klusjes op te knappen. Vaker moesten wij volgetekende
schoolmuren met een sopje afwassen. Voor de ramen van de lagere klassen stonden
wij gekke bekken te trekken. Als de kinderen begonnen te lachen, gingen wij
natuurlijk weer met onschuldige gezichten aan ons werk!
Achter in de klas
stonden twee kisten; één met verzameld zilverpapier en één met verzamelde
spullen en stripboekjes, die de meester tijdens de lessen of het speelkwartier
had afgenomen. Regelmatig moesten wij onder het afdak van de speelplaats het
zilverpapier gaan afbranden. De opbrengst van het resterende "zilver" was
bestemd voor de "Missie". Tijdens deze klus verhuisden de stripboekjes van "Dick
Bos" uit de andere kist van
eigenaar.....!
Stripboeken "Kick Wilstra" was de
beste voetballer die Nederland gekend heeft. Hij speelde de hoofdrol in vele
voetbalstripstrips; samengesteld uit de namen van Kick Smit, Faas Wil kes, en
Abe Len stra. Daarnaast waren de strips "Sjors en Jimmie", "Kapitein Rob", "Eric
de Noorman", én van eerder genoemde "Dick Bos" zeer
populair.
Verkeersbrigadier Op de markt moesten we de
kinderen veilig overloodsen. In het begin hield een politie-agent toezicht of we
het wel goed deden. Toen hij later zijn duim opstak voelde wij ons apetrots.
Echter nadat hij verdwenen was, keken we vaker naar boze mensen die hun
middelvinger opstaken als we plotseling de stopbordjes omhoog deden.....!
Jimmie Krul Naast mij zat Jimmie Krul; een Indische
jongen. Door een aantal klasgenoten werd hij erg geplaagd. Ik mocht hem graag;
nam het dan ook vaker voor hem op. Moest hierdoor wel eens klappen
incasseren...!!!
Schoolbel Na het dagelijks
speelkwartier werden wij door middel van de schoolbel tot de orde geroepen.
Meestal werd het lievertje van de klas hiertoe aangewezen. Deze stond dan
driftig met de koperen schoolbel te zwaaien. Helaas werd ik nooit
aangewezen.
Op een keer hadden we ons weer in rijen verzameld met ons
gezicht richting schoolmuur. Meester Frantzen sprak ons heel streng toe: "Vanaf
morgen gaat er een claxon; eerste signaal verzamelen, tweede signaal mondjes
dicht, derde signaal rustig naar jullie klassen. De bel wordt niet meer
gebruikt......"!
Mijn hoerageroep werd niet in dank aangenomen; sterker
nog de meester werd heel driftig en stuurde mij naar huis: "Je hoeft niet meer
terug te komen...."!
Ontdaan liep ik naar huis.......... De andere dag
ging vader naar school om te informeren wat ik "uitgevreten" had. De meester gaf
toe impulsief gehandeld te hebben doordat de klas uit een aantal rebellen
bestond. Echter over het algemeen deed ik wel mijn best, mocht de volgende dag
weer terugkomen.
De eerste dagen was de meester best aardig, totdat ik
weer de vervelende karweitjes moest opknappen. Jan (B), kreeg behoorlijk balen
van al die karweitjes en weigerde deze verder uit te voeren. De meester gaf hem
een rekenboekje en een schrift en zei: "Ga maar naar huis om deze sommen af te
maken en je hoeft niet eerder terug te komen voordat de sommen af
zijn".
Jan naam de raad aan....., sommen zijn dan ook nooit afgemaakt.
Wij misten de streken van Jan; het was zo stil in de
klas! Tucht In alle klassen heerste strenge tucht;
tikken met het liniaal, trekken aan de oren, flinke tikken of het slaan met
vuisten. Ook kwam het voor dat we op de knieën voor het bord moesten zitten;
geraniumpotten in de handen. Vaker moesten we strafwerk schrijven of op de gang
gaan staan met het gezicht naar de muur. Als op de speelplaats het groepje
bestond uit meer dan drie; het vermanende
vingertje...!!!
Godsdienst Gedurende al deze jaren
kregen we wekelijks onderricht van kapelaan Friedrichs. Zijn donderpreken
stonden wijd en zijd bekend. Als men het huiswerk niet kende nam hij geen blad
voor de mond. Ook deelde hij rake klappen uit. Vóór zijn lesuur werden op de
speelplaats de opdrachten nog eens goed doorgenomen. Maar het was moeilijk om
aan zijn strenge normen te voldoen.
Aalmoezenier In
Kerkrade kreeg vooral het jeugdwerk zijn volle aandacht. Hij stond aan de wieg
van de verkenners St. Lambertus. Zowat dagelijks was hij bij het witte clubhuis
of op de speelweide te vinden. Vaak was hij in de weer met een voetbal en
ondanks zijn lange pij speelde hij de sterren van de hemel. In zijn
onafscheidelijke zwarte pij, gezeten op een damesfiets en lurkend aan zijn pijp
was hij aalmoezenier in de ruimste zin van het woord.
Maria
verering De school was een groot gebouw; in het midden een brede
hal. Aan weerszijden van de hal bevonden zich de klaslokalen. Via een brede
trap, overloop en twee zijwaartse trappen kwam men op de bovenliggende
verdieping. Hier bevonden zich nog twee klaslokalen van de school Nulland en een
biologielokaal.
In het midden van de overloop stond een levensgroot
Mariabeeld. Een keer per jaar vond er een Maria verering plaats. Van thuis namen
we dan bloemen mee, waarmee de traptreden werden vol gelegd. Alle klassen
verzamelde zich in de hal; afwisselend werd dan gebeden en gezongen. En toen
werden wij braaf..........!
Aandacht Ik schreeuwde om
aandacht. Tijdens ruzie op het schoolplein met een jongen van de school Nulland
had ik een bloedneus opgelopen. Huilend liep ik naar huis. Onderweg zei een
oudere dame; "Ocherm, heeft de meester jou geslagen"? Deze opmerking nam ik voor
waar aan en vertelde thuis dit verzonnen verhaal. Met deze leugen om bestwil
kreeg ik wel de verlangde aandacht. Echter na de aangifte op het politiebureau
kwam natuurlijk het berouw na de zonde. Dit is me vaak
verweten....!
Middagpauze Tijdens de middagpauze werd
er een stevige partij gevoetbald in de straat. Echter niet op vrijdag, dan was
er weekmarkt. Dan gingen we eerder naar school om maar niets van de markt te
missen. Het was een lust om bij de koopmannen fruit te bietsen, of wat ze
terzijde hadden geschoven omdat het enigszins verrot was. Het slechte stuk beten
we er dan uit en zo kwamen we aan de
vitaminen.
Nawoord Normen en waarden werden ons met
de paplepel ingegoten. Door hun strenge tucht werden de onderwijzers wel eens
verwenst. In hun doelstelling "baat het niet, dan schaadt het niet" zijn zij
zeker geslaagd. Het was de eerste bijdrage in onze ontwikkeling die zeker geen
"zoden aan de dijk'" heeft gezet. Onderwijzers; hartelijke dank...!!!
September 1954 ging ik naar de ambachtschool gelegen aan het "Old
Hickoryplein" in Kerkrade. Nadat ik met volle teugen had genoten van de
zomervakantie ging ik in opleiding voor constructiebankwerker. Maar al spoedig
zou blijken dat ik verkeerd had gekozen. Het eeuwig durende vijlen aan de
werkbank vond ik maar een saaie aangelegenheid. Ook het huiswerk interesseerde
mij in mindere mate dan verwacht werd
Enkele andere vriendjes gingen naar de bedrijfschool "Beerenbos" van de
"Domaniale Mijn". Op deze school kreeg men geen huiswerk. Zij hadden veel sport
en alle taken waren in het dagprogramma opgenomen. Men kreeg er zelfs zakgeld.
Als ik deze vriendjes buiten hoorde spelen, benijdde ik hen en verzuimde
hierdoor vaker mijn huiswerk te maken.
Echter van de lessen van onze
Engels leraar heb ik bijzonder veel genoten. Hij kon zo melig doen; had hierdoor
de bijnaam "Wollie". Hij had van die uitdrukkingen die ons elke keer weer in
lachen deed uitbarsten: "Professor ......., leest u eens verder"! "Dank u
hooggeleerdheid, stopt u maar"! "Kuiken, had je maar veren, dan kon ik je
plukken"! "Zeg vent....., jij zit als een meelzak in de bank; is je vader
soms molenaar? "Zeg vent....., dit is geen drinkbak voor kamelen"!
Zo
had hij nog een tiental uitdrukkingen; die hij dan ook ieder leerjaar herhaalde.
Echter die leerjaren gingen aan mij voorbij. Na een aantal maanden werd
vastgesteld dat ik daadwerkelijk een verkeerde keuze had gemaakt. Aangezien ik
wel een sterk taalgevoel had kregen mijn ouders het advies om mij naar de MULO
te laten gaan.
Ik zag dat (toen) niet zitten; wilde dolgraag naar de
"OVS", de eerder genoemde vakschool van het mijnbedrijf. Moeder was hier niet zo
gelukkig mee, echter liet mij wederom vrij in de keuze.....!
Inleiding De OVS was een bedrijfschool. Het doel van deze school was om jongens op te leiden voor het mijnbedrijf. Aan de lagerere school werd vaak een zevende leerjaar toegevoegd. Zo kon men met 14 jaar tot de OVS worden toegelaten. De opleiding duurde drie jaar. Ten opzichte van de LTS was de OVS aantrekkelijk omdat een OVS-er ook een kleine vergoeding kreeg van 12 gulden per week. Dat was al een aardig zakcentje. Om die reden was de keuze dan ook snel gemaakt.
Onderwijssysteem De OVS was helemaal gebaseerd op het principe van de scouting. Veel aandacht voor normen en waarden, discipline, sport en natuur. Bij het hijsen van de vlag werd de OVS-wet opgedreund.
OVS -wet * Op mijn eer kan men vertrouwen. * Ik wil trouw blijven aan ouders, leiders en land. * Ik wil een vriend zijn voor allen. * Ik wil ridderlijk zijn. * Wat ik doe, doe ik goed. * Ik wil spaarzaam zijn. * Ik wil een goed vakman worden. * Ik blijf opgewekt onder alle omstandigheden. * Ik wil een beschermer zijn van de natuur. * Ik wil gehoorzaam zijn zonder tegen te spreken.
1955 Op 6 januari 1955 begon ik aan de bedrijfschool "Beerenbos" van de "Domaniale Mijn". Het mijnbedrijf zelf was gelegen aan de "Nieuwstraat" naast de grens met Duitsland. Geleidelijk aan werd men vertrouwd gemaakt met het begrip "mijnwerker". Mijn penningnummer was 3207.
De bedrijfschool was te bereiken via een landweg, dwars door de weilanden en akkers van de abdij "Rolduc". Deze kloostergemeenschap is gesticht in het jaar 1104. De eerste steenkool werd ontdekt door monniken van het klooster. Alle omliggende landerijen, boomgaarden en weilanden behoorden tot de kloosterhoeve. De landerijen waren verpacht aan omliggende boerderijen. Door deze vroege ontdekking van steenkool, was de "Domaniale Mijn" de oudste mijn in Europa.
Vakantie In augustus had ik een maand vakantie, die ik bij mijn grootouders in Maassluis mocht verbrengen. Bij het eerste avondeten kreeg ik een flinke konijnenbout voorgezet en opa zei: "Zo, je komt niet eerder van tafel voordat je alles op hebt". Ook de volgende ochtend had oma het grootste plezier toen ik op mijn gemak 14 sneetjes brood naar binnen werkte; heerlijk met rietsuikerstroop......!
De woning was gelegen aan een dijk; de tuin lag enkele meters lager. Vaak zat ik aan de voorzijde te kijken naar het verkeer dat naar "Hoek van Holland" reed. Ook zat ik vaker aan het havenhoofd te kijken naar de zeeschepen die voorbijvoeren; dagdroomde dan over verre zeereizen. Op een avond las ik in de krant dat Meester Fransen op 23 augustus 1955 noodlottig was verongelukt. Hij had met zijn klas een fietstocht willen maken. Aan de voet van de "Wijngracht" was hij door een vrachtwagen aangereden. Ik was erg geschokt!
Kampweek In het eerste jaar werd naast de nodige theoretische vakken ook praktisch gewerkt in de werkplaats van de school. Het eerste jaar werd afgesloten met een kampweek op het landgoed “Vaalsbroeck”.
Met ongeveer 20 jongens sliepen wij in een grote zaal, hetgeen erg gezellig was. Jopie (A), een slungelachtige knaap snoepte erg veel, echter deelde hier niets van uit. Hij snurkte enorm en sliep met open mond. Tijdens zijn slaap had ik met enkele andere jongens een stuk chocolade uit zijn koffer gepakt en met kleine stukjes in zijn mond gestopt. Hij smakte als een baby; de volgende morgen maakte hij grote ruzie omdat iemand zijn chocolade gestolen zou hebben. Jonge, jonge, wat was dat lachen...!
Ouderbezoek De derde dag kwamen onze ouders op bezoek en toonden we onze vaardigheden. Die dag moesten we zelf ons eten bereiden, waarbij ieder zijn taak had. Ik had het gemakkelijk; was belast met de bereiding van de sla. Ondanks al de moeite moet ik toegeven dat het thuis veel lekkerder was.
Dropping Nadat de ouders vertrokken waren kregen we een avonddropping. Wij werden geblindoekt en met vrachtwagens weggereden. Na enige tijd werd gestopt en mochten we de blinddoeken af doen. We stonden aan de rand van een bos. Even later liep een van de leiders ons voor een heuvel op. In de verte zagen wij de lichten van een stad.
In kleine groepjes moesten we nu starten om het kamp terug te vinden. Een van de jongens Winand (C), was erg bang in het donker. Voortdurend hield hij zich aan mij vast en herhaaldelijk zei hij: "Als we maar niet in het moeras terecht komen...."!
Nadat we een tijdje onderweg waren kwamen we een ander groepje tegen. Winand was nu niet meer zo bang; gezamelijk trokken we verder. We waren nog steeds in het bos; een van de jongens uit de andere groep gaf aan dat hij wel de weg wist.
Plotseling werd ons de weg versperd door prikkeldraad. Het bleek de Belgische grens te zijn. Winand werd weer bang en krijste: "Als de Gendarmes ons vinden, dan nemen ze ons mee"!
Eindelijk na lang zoeken vonden wij het kamp terug waar ons koffie en brood wachtte...! De Baron De volgende ochtend kregen wij de trieste mededeling dat de baron van het kasteel was overleden. Als eerbewijs moesten wij allen naar het priëel in het park waar de baron lag opgebaard. Nu was ik ook een beetje huiverig. Maar zag ik het wel goed; de baron bleek veel overeenkomst te vertonen met een van de kampleiders. Het was erg luguber én de baron kon zich geweldig schijndood houden.........totdat iemand hem onder de voeten kietelde. Pffft.........wat een opluchting...!
Testament * In de vijver van het park is een eiland. * Maak een vlot en ga naar het eiland. * Klim in een gemarkeerde boom. * In de boom vinden jullie opdrachten. * Vervul deze opdrachten. * Een kampvuur wordt jullie beloning. * Hierbij wordt ik tot leven gewekt.
Nadat we van de schrik bekomen waren hadden wij na enige tijd een stevig vlot gemaakt van palen en touwen. Echter bij het te water laten bleek al spoedig dat we geen rekening hadden gehouden met de werking van natte touwen. Om geen tijd meer te verliezen spraken we af om zwemmend de opdrachten te gaan halen. Het lot trof Mathies (H); proestend en zwemmend met één arm, om opdrachten droog te houden was hij na een tiental minuten weer terug.
Met de belofte van het kampvuur togen we opgewekt en zingend aan de slag. Als eerste opdracht moesten wij naar een dorpje in de buurt om daar aan de weet te komen hoe de burgemeester heette.
Een dorp verder moesten we de stroomversnelling van een beekje opmeten. Er werd een afstand van honderd meter afgemeten, waarna een stokje in het water werd gegooid en de tijd gemeten.
In het volgende dorp hadden we diverse opdrachten. Hoe oud mijnheer pastoor was; hoeveel klokken in te toren hingen en het oudste graf noteren. Na vervulling van deze opdrachten zaten we op het kerhof om onze boterhammen op te eten. Hierna gingen we kuierend door diverse dorpjes terug richting kamp.
Onderweg kwamen wij langs een fruitboomgaard. Aldaar deden we ons tegoed aan de pruimen. Een motorfiets reed voorbij en ik kon mij de indruk niet ontrekken dat de bestuurder verdacht veel leek op de "Baron alias de Kampleider".
Jopie (A), de eerder genoemde chocolade liefhebber, had zich zó te goed gedaan aan de pruimen, dat hij bij het geplande kampvuur door omstandigheden verhinderd was.
Echter door andere omstandigheden kon ook het kampvuur niet doorgaan. De weergoden waren ons niet goed gezind; het regende pijpestelen. Om die reden vond de afsluiting nu binnen plaats. Zonder kampvuur welliswaar; werd onder luid gezang, afwisselend met spellen, de baron weer tot leven gewekt.........! Hoe was hij toch op de hoogte van onze fruitescapade......?
1956
Het tweede jaar gingen we eerst één dag per week werken in diverse bovengrondse afdelingen. Dit werd opgevoerd tot drie maal per week. In colonne marcheerden de jongens van de school “Beerenbos” naar het Mijnbedrijfaan de “Nieuwstraat. Deze tocht van ongeveer 2½ km ging via een landweg dwars door de weilanden en akkers van de abdij “Rolduc”.
Bij het lossen van houten stempels uit spoorwagons hielden we onderling wedstrijd wie de meeste stempels kon dragen. Door ex-ondergrondse mijnwerkers werden de stempels op maat gezaagd, in kolenwagens geladen en ondergrond afgevoerd.
Deze ex-ondergondse mijnwerkers hadden reeds stoflongen opgelopen; werden bovengronds geplaatst en deden lichte werkzaamheden. Zij hadden dit dan ook dubbel en dwars verdiend. Bij gelegenheid liep ik wel eens naar de afdeling waar vader inmiddels werkte, om een praatje te maken.
King Kong In een andere afdeling werden ijzeren stempels naar de ondergrondse afdeling afgevoerd. Ook werden er beschadigde stempels gerepareerd. Een van de schrootwerkers was een eenvoudige man; echter heel sterk. Zijn bijnaam was "King Kong". Als er een van de kolenwagen van de rails raakte vroeg hij om hulp. Terwijl hij de transportketting vast greep riep hij : "Hei.....hup"! Om hem in het ootje te nemen, deden we of we ons hevig inspanden. Nadat de wagen weer op de rails stond bedankte hij ons en zei: "Zo, dat hebben wij weer fijn voor elkaar gebokst".
Over boksen gesproken; hij had handen als kolenschoppen. Wij hadden zijn ijdelheid gestreeld en vroegen hem om met zijn vuist tegen een grote schuurdeur te slaan. Zonder een kik te geven stompte hij tegen de deur waardoor de spijkers uit de panelen raakten.
Dakdekkers Aan de Nieuwstraat stonden tientallen woningen waarin mijnwerkers woonden. Het was een grauwe staat; in het midden van de straat bevond zich een hoge afrastering. Zo werd Nederlands van het Duits grondgebied gescheiden. Regelmatig waren er patrouilles van douaniers of zoll-beambten om het smokkelen te voorkomen.
Door het bouwbedrijf van de mijn werden van de woningen de dakpannen vervangen. Door de school werden enkelen van ons uitbesteed om dakpannen van een vrachtwagen te lossen om ze hierna aan de dakdekkers aan te reiken. Met drie man stonden we verdeeld op de ladder; de pannen werden onderling doorgegeven. Ik stond bovenaan en elke keer als ik de dakdekker een aantal pannen aanreikte zei deze: "Dank je wel.....dank je wel.....dank je wel"!
Koffie Nabij de school was een onmetelijke steenberg. Jaar na jaar was het steenafval aangevoerd dat uit de kolen was geschift. Door de vele mijnverzakkingen werd dit gesteente nu teruggewonnen. Door een grijper werd het gesteente op een transportband gestort; naar een breekinstallatie getransporteerd en vervolgens ondergronds afgevoerd.
De pijlers die inmiddels afgebouwd waren, werden nu door middel van een enorme hogedrukmachine en pijpenstelsel, met water en gruis dichtgespoten.
Laurens (D), zat achter de kraanmachinist in een soort vliegtuigstoel. Elke keer als de machinist de grijper had gevuld en deze boven het transportband had gedraaid, moest Laurens aan een koord trekken waardoor de grijper zich opende. Het leek ons erg leuk en we benijdde hem.
Daar men reeds geruime tijd met de afgraving bezig was, had zich een tiental meters hoger een soort steengletscher gevormd. Plotseling begon de steenmassa te schuiven. De kraanmachinist zag dit, sprong uit de kraan en riep: "De berg komt omlaag". Laurens schrok, maar kon niet meer op tijd uit de kraan komen.
De machinist rende terug naar de kraan en greep naar de koffiekan die naast de voorstoel stond. Laurens aan zijn lot overlatend rende hij wederom weg. Even later werd de kraan door de steenmassa grotendeels bedolven. Nu was er niemand meer die Laurens benijdde. Met man en macht werd gewerkt om hem te bevrijden; hetgeen na een tiental minuten lukte.
Nadat Laurens van de schrik was bekomen werd hartelijk gelachen om de machinist, die zijn koffiekan boven alles stelde. Vaker werd deze dan ook geplaagd met: "Koffie.....koffie.....koffie"!
1957 Het derde jaar gingen we eerst één dag per week ondergronds. Dit werd opgevoerd tot drie maal per week. Vooraf hadden wij een excursie waarbij oudere mijnwerkers ons in de maling namen. Om stoer te doen naar de jongere opleidingsgroepen hadden we ons goed zwart gemaakt.
Nawoord Met 17½ jaar ging men voor vast ondergronds in de functie van sleper. Afhankelijk van prestatie werd je bevorderd tot hulphouwer. Uiteindelijk werd je via de houwers opleiding bevorderd tot houwer.
De wijk waar ik ben opgegroeid was omgeven met weilanden,
boomgaarden, akkers en korenvelden. In een weiland, langs een beukenhaag, bevond
zich een drinkput voor het vee. Vaak liepen wij achter de koeien aan of
omgekeerd. In de boomgaarden waren wij te vinden als het fruit rijp was. De boer
zat dan ook vaker met de hooivork achter ons aan.
Opgroeien in eenvoudige omgeving. Geen materiële
rijkdom; wel sociale saamhorigheid. Burenhulp heel normaal; normen en waarden
vanzelfsprekend. Ondanks het zware bestaan waren de meeste mensen gelukkig en
tevreden. Ieder had een eigen achtertuin waar men groente kon
verbouwen.
Als de boer de boer de akker machinaal gerooid had
mochten wij het land op; aardappelen rapen (zuumeren). Dit was traditie en een
gunst; zakken vol…
Door het centrum van de wijk liep de Koestraat; in de
volksmond beschouwd als "d´r Kouwstats" . Dit was de naam van een eertijds nabij
de hoek Koestraat en Ehrensteinerstraat gelegen hoeve, waarvan de naam op de
hele buurtschap is overgegaan. De ingang van de hoeve lag aan de
Ehrensteinerstaat. In 1771 komt de naam voor als 'Koyestaert' en in 1783 als
'Kuhstatz'.
Op 12 december 1919 werd de naamgeving
'Koestraat'.
Kruispunt Na het kruispunt Koestraat en
Ehrensteinerstraat ging de straat over in de een stuk Nassaustraat. Aan de
linkerkant drie- en aan de rechterkant vijf huizen. Deze straat eindigde bij de
weilanden waar de koeien stonden te grazen. Tussen de weilanden en boomgaarden
liep een smal paadje naar Chevremont. Het paadje noemde men het "Strontpaadje".
Als de koeien het weiland hadden afgegraasd, werd door de boer de poort
open gezet en werden de koeien via de Nassaustraat en Ehrensteinerstraat naar
een lager gelegen weiland gedreven. Her en der verspreid lagen dan de
koeienvlaaien. Na enkele weken volgde dan de procedure in omgekeerde
richting.'
Het bouwrijp maken van het Nassauveld was een grote
verstoring van onze leef en droomwereld. Bulldozers reden heen en weer om grond
te verplaatsen. Het paadje werd de nieuwe Nassaustraat. Her en der verspreid
lagen de betonnen rioleringsbuizen. Nadat wij aan deze nieuwe situatie gewend
waren, bleek het toch een verruiming te zijn van onze speelwereld. Men kon er
fijn verstoppertje spelen en lekker schuilen als het regende.
Geleidelijk
aan werden er meerdere akkers en weilanden bebouwd, waardoor de buurt een totale
verandering onderging..........!
Buurtgenoten Ik kende alle mensen uit de
buurt. Ouderen leunde tegen deurposten of zaten op de stoep. Zij keken naar de
gebeurtenissen die zich op straat afspeelde. Voetballende jeugd, touwtje
springen of soms het passeren van een auto. Tafels werden buitengezet; er werd
gekaart, gelachen en gezongen. Regelmatig klonk er muziek van accordeon,
klarinet of trompet.
In de Emmastraat woonde de heer Frauenrath. Door een
mijnongeval met springstof was hij blind geraakt. Hij kaartte vaak mee,
uiteraard waren kaarten voorzien van Braille tekens: Hij had een bijzondere
humor. Vaker zei hij tegen zijn medespelers: " Jullie moeten mij niet in de
kaart kijken, want dat doe ik toch ook niet".
In de Teutelebroekstraat woonde een sportieve politieagent.
Als we in de straat aan het voetballen waren, trapte hij graag een balletje mee.
Vaker riep hij: " Jongens wegwezen, daar komt een
politieagent". Op de hoek van de straat was meestal een
samenscholing; de jongeren hingen aan de lippen van de oudere generatie als deze
hun sterke verhalen vertelden over de " Heersers der Bend" (HDB). Een
vuilnisbelt lag tegen een natuurgebied aan; vaak werd er gespeeld en verhalen
uitgebeeld die we kenden van de film. Met katapulten werd oorlog gevoerd tegen
de jeugd van andere wijken
Buurtvereniging Door het
bestaan van een buurtvereniging werden vele leuke activiteiten gepleegd.
Urenlange wandelingen in het voorjaar of de gezellige toneelavonden in het
najaar. Actrices en acteurs waren er in de wijk genoeg te vinden. De stukken
werden meestal geschreven door de hoofdacteur Wiel (K) senior; men noemde hem
vanwege zijn charme ook wel "Clark Cable".
Voor de goed heilig man stond
de schoen met wortel klaar in de hoop op vervulling van onze bescheiden wensen.
Angstig keek ik om mij heen toen de "Sint" met zijn "Zwarte Pieten" in de kamer
verscheen. Toen een van de Pieten moeder in de zak wilde stoppen schreeuwde ik
verschrikkelijk. In latere jaren herkende ik in de Sint de bekende mijnheer (S)
uit de Prins Hendrikstraat.
Kerstmis De Kerstboom
opgetuigd met echte kaarsen in de hoek van de woonkamer. Een natte dweil binnen
handbereik; voor het geval dat de boom vlam vatte. Later werden het elektrische
kaarsen, waarbij een stuk sfeer verloren ging. Veiliger was het wel. Bij
sfeervol kaarslicht werden Kersliederen gezongen; vader speelde hierbij vol
overgave op zijn viool. Driftig tikte hij het ritme op de vloer, waarbij het
huis trilde. O wat een plezier.
Oudejaarsavond Wie kijkt er niet
gefascineerd naar de nachtelijke hemel als luide knallen een flonkerende zee van
kleurrijke lichtjes aankondigen. Vuurwerk hoort bij Nieuwjaar als eieren bij
Pasen. Vuurwerk zoals we het heden ten dage kennen was nog geen traditie. Wel
hevige knallen met donderbussen. Stroopblikken met carbid; aan de onderzijde
werd met een spijker een gat geslagen. Carbid nat spuwen, brandende lucifer aan
het gat ......... Boem .
De oliebollen smaakte heerlijk; maar het carbid stonk
verschrikkelijk.......!!!
Vermaak Veel luxe was er
niet na de wederopbouw. Als men in het bezit was van een radio mocht men zich
gelukkig prijzen. Men kon dan genieten van een spannend hoorspel of van "Snip"
en "Snap" in de "Bonte Dinsdagavondtrein".
In een later stadium werd het televisie. Mijn ouders waren de
eerste bezitters in de buurt van zo'n kostbaar medium. Vader had deze TV
overgenomen van een kastelein. Alras werden de avonden verstoord door vele
buurtgenoten die kastje kwamen kijken.
Elke avond zat de kamer vol mensen die niet uitgekeken
raakten op het wonder van de techniek. Wat het programma ook bracht, alles was
goed, als er maar beeld was. Elke bezoeker bracht zijn eigen stoel mee. Voor het
ongemak dat moeder genoot betaalde ieder kijker tien cent.
Lezen Moeder en ik waren dol op lezen;
wekelijks bezochten wij de bibliotheek van mevrouw Akens aan de Markt. In een
aantal rekken werd dan gezocht naar passende lectuur. Vele boeken hebben we
verslonden. Moeder de romans van "Courts Mahler" en ik de avonturen van
"Arendsoog en Witte Veder".
Later werd ik diep ontroerd door het verhaal
"De negerhut van oom Tom". Ik las voor het eerst over de slavernij en kon niet
begrijpen dat mensen slaven konden houden. Het onrecht en onderdrukking raakte
mij zeer. Gevoelens tot "Wereldverbeteraar" werden in mij losgeweekt. Vaker
stond ik op de bres voor zwakkeren.
Het motto van de Franse revolutie:
"Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap" spreekt mij erg aan. Groot respect voor
dominee Martin Luther King. Zijn speech: "I have a Dream", moge tot voorbeeld
dienen!
De onderdrukking van vele volken, het uitbuiten en uitmergelen
van culturen blijft een groot onrecht. We kunnen het niet vaak genoeg aan de
kaak stellen. Een duidelijke rol wordt hierin vervult door "Amnesty
International". Utopia een ideaal; Vrede, Vriendschap,
Verdraagzaamheid.
Wasteil Elke week stonden er een
aantal ketels op het fornuis om de wasteil te vullen. Terwijl er een aantal
meisjes uit de buurt op breiles kwamen kreeg ik een schoonmaakbeurt. Echter van
de een op andere week wilde ik niet meer aangestaard worden en ging niet meer in
mijn blootje...!
Wijkelftal Vele goede voetballers
waren er in de wijk te vinden. In diverse samenstellingen voetbalden wij tegen
andere wijken. Een van onze trouwste supporters was Louki (H). Hij had vanaf
zijn zesde jaar kinderverlamming en zat helaas in een rolstoel gekluisterd. Via
een actie waarbij de krant was ingeschakeld, werd bij de winkeliers
gecollecteerd. Zo konden wij Louki op korte termijn met een zwart-wit televisie
blij maken!
Wijkkapper Kapper van Dijk woonde aan de
Zonstraat; hij knipte en scheerde de hele wijk. Het was er altijd erg druk. De
kapper was van alles op de hoogte wat er in de wijk gebeurde. Mensen liepen ook
binnen als het knippen nog niet nodig was. Zo bleven ze op de hoogte van het
laatste nieuws; het was een sociaal gebeuren.
Ik zat een keer op mijn beurt te wachten; acht mensen waren
nog vóór mij aan de beurt. Geleidelijk aan werd het aantal vóór mij minder maar
het aantal achter mij steeds meer. Op het moment dat er nog één knipbeurt voor
mij was, kwam vader binnen om eveneens geknipt te worden. Echter toen ik even
later aan de beurt was, liet ik vader mijn beurt innemen.
Uiteraard moest ik nu wederom wachten; ditmaal zes personen
voordat ik definitief geknipt kon worden. Intussen ging mij het nieuws het
linker oor in en het rechter oor weer uit…..!!!
In de avonduren knipte de kapper nog zieken in het ziekenhuis
of hen die thuis bedlegerig waren. Eveneens was hij toneelkapper; heel wat
creaties heeft hij onder handen genomen. Zo ook met carnaval; het was dan een
drukte van jewelste. Onder zijn vaardige handen veranderde hij de dagelijkse
gezichten in clowns, cowboys, indianen, rovers, zigeuners en wat dies meer
zij. Pils In de weekenden hadden we ons vermaak in
een drietal cafés aan de Zonstraat. Café Rolduc werd merendeels door de ouderen
uit de wijk bezocht. Het was er sfeervol met een kegelzaal; ook werden er
bruiloften of partijen gehouden. Daarnaast werden bij droevige omstandigheden
koffietafels geserveerd. De ouderen hadden er hun sociëteit met hun vaste kaart
middagen.
Tegenover café Rolduc had zich familie Beckers in een café
gevestigd. Een trekpleister voor de jongeren; een aantal dochters waren hier
debet aan. Mijn eerste glas pils; ik was een jaar of vijftien. Met een vriend
speelde ik tafelvoetbal en keek zijdelings naar de leuke dochters.
Mondharmonicaclub "Edelweiss" hield in dit café oefenavonden.
Veel jongeren uit de buurt waren er lid van; enkelen van hen speelde zelfs
virtuoos. Een tiental meters verder was café Lataster. Hier werd het kaartspel
“Toepen” gespeeld. Over en weer vonden er bezoeken plaats. Het hele sociale
gebeuren vond plaats op straat, bij de kapper of de in de kroeg…!!!
Spaarclub Ik zat bij de “Spaarvereniging
Goede Vrienden”; wekelijks moesten we een spaarbedrag in de houten spaarkast
sparen. Twee keer per jaar werd het gespaarde bedrag uitgekeerd; zo had men een
appeltje voor de dorst…
De kastelein had voor de carnavalsoptocht een wagen
beschikbaar gesteld. Diverse teksten sierden de wagen en met een aantal
clubgenoten genoten wij van de optocht: “Vier sjpaare ’t lééfste went vier jelt
hant”. Wij sparen het liefste als we geld hebben…!
Zomer Liggend in een weiland tussen de
paardenbloemen en de koeienvlaaien. Kauwend op een grassprietje of zoekend naar
een klavertje vier, dromend over de toekomst...
Winter Strenge witte winters; bevroren
ramen, ijspegels aan de dakspanten, maar ook koude lakens, brrr.. Stoeien in de
sneeuw; schaatsen op de vijvers van Rolduc. Sleeën op de hellingen; vrienden en
vriendinnen knus tegen elkaar; vlinders in de buik…
Nawoord De liefde voor de wijk waar ik
ben opgegroeid is verloren gegaan. De arbeiderswoningen zijn met de grond gelijk
gemaakt. Nieuwe woningen zijn er voor in de plaats gekomen; schuurtjes aan de
voorzijde. Daarnaast de zeer luxe woningen in het plan "Hertenweide". Het een
strookt niet met het ander.
Het was met name die oude vertrouwde omgeving
die zo'n diepe indruk achterliet. Helaas; het gezellige straatbeeld met de
sociale cultuur van weleer is niet meer. De ziel is verloren
geraakt...!!!
Vroeger In het "zweet des aanschijn"
moest men het dagelijkse brood verdienen. Kwam men thuis van de mijn of de bouw
dan viel men zelfs tijdens het eten in slaap. Vakantie-uitstapjes of enige luxe
behoorde tot de uitzonderingen. Voor behoud van werk was men zelfs bereid offers
te brengen. Werkgelegenheid elders; volksverhuizingen werden een feit...!!!
Heden Vaak ziet men jongeren rondhangen;
bierblikjes in de hand. Ze hebben geen werk of willen niet werken. Ondanks
financiële steun rijden ze vaak in grote auto's. Op hun mobiele telefoon wordt
wat afgebeld; vermoedelijk om te vragen of hun steungeld al binnen is. Kennelijk
kunnen ze zich meer veroorloven dan in vroeger tijden. Het zij hun gegund;
echter verdiend blijft een heel groot vraagteken...!?!
Ik woonde in een kinderrijke buurt. Leuke spellen werden
gespeeld; voetballen, bokspringen, tikkertje .....
De jongens
organiseerden hardloopwedstrijden om het woningblok of hielden
hoepelwedstrijden. We gebruikten hiervoor de velgen van oude fietswielen. Deze
werden dan met een stok op gang gehouden. Dat was een hele kunst; je moest
precies weten waar je zo'n velg raakte en hoe hard, om te zorgen dat je in een
rechte lijn bleef.
De meisjes speelden hun typische spellen met pop en
kinderwagen, touwspringen of hinkelen. Maar verstoppertje speelden wij gezellig
samen: 10, 20, 30,............100, ik kom, verstopt of niet
verstopt....
Vrienden Vaak gingen we bramen plukken. De handen en
armen vol schrammen en de gezichten zwart van het bramen eten. Maar we namen ook
bussen vol bramen mee naar huis. Die werden dan eerst in zout water gelegd om te
ontwormen. Daarna deed moeder ze op een bord waar ze suiker over
strooide.
Tegen de tijd dat fruit rijp was waren we vaker in boomgaarden
te vinden. Het fruit was lekker en zo zorgden we voor de conditie van de boer.
Tegen de spoordijk groeide een aantal wilde appelbomen; de appels waren gratis
maar smaakten erg wrang.........!
Uren lang konden we spelen in een bos
of op de straat. We pikten suikerbieten van het land. Ook waren we vaker te
vinden in de belt of het "Verboden Bos". Bij kasteel Ehrenstein gingen we
stekelbaarsjes of kikkers vangen. Bij het spel wie het verste kon plassen,
plaste we tegen een draad. Dat was wel even schrikken..........!
Met een
stel vrienden zat ik op een bank aan de Wijngracht. We deden het spel van
autoherkenning. Hilmar (C), was hierin de absolute meester. Reeds vanuit de
verte kon hij merk en type benoemen.
Even later deden we het spel: "Ze
is van mij". Wij kregen een nummer en daarmee correspondeerde de meisjes of
vrouwen die aan onze bank voorbijliepen. Toen ik aan de beurt was kwam vanuit
het "Stift" een oude non aangelopen. Zij liep helemaal krom. Een wandelstok
hield haar op de been...
Vriendinnen Liesje (H); Zij was mijn
eerste jeugdliefde. Vaker ging ik met haar wandelen of nam haar mee achter op de
fiets en zong: “Mijn achterband is wel wat zacht, maar spring maar
achterop…!
Zo fietste ik een keer met haar naar de kermis in
Eygelshoven. Met enorme vaart reden we de steile helling naar beneden. Daarna in
de geheimzinnige rups. De tweede keer was gratis, omdat ik de pluim van het
koord had getrokken. Daarna een lekker ijsje en weer terug naar huis. Echter nu
was het een behoorlijke klim naar boven.
Toen Liesje vroeg of ze moest afstappen zei ik heel stoer dat
dit niet nodig was. Terwijl ik puffend de top bereikte, voelde ik de
vermoeidheid in de benen. Natuurlijk wilde ik dit niet toegeven; toen Liesje mij
stralend aankeek voelde ik mij dan ook geweldig beloond.
Filmkus; Liesje had een film gezien met Dean Martin in de
hoofdrol. Zij was helemaal in de ban van die filmkus. Zij wilde deze kus met mij
oefenen; echter door de lichte buiging kwamen wij bijna ten val. Gelukkig hield
ik haar stevig vast…..!!!
Helaas wilde die filmkus toch maar niet lukken; elke keer als
wij het over wilde doen, schoten wij in de lach…!!!
Gertie (K); Zij had kort blond haar en was met haar zwarte
lakschoentjes en witte sokjes een lieve verschijning. Van haar heb ik het
allereerste kusje gehad.
Marjan (W); Zij had al op jonge leeftijd prachtige welvingen.
Regelmatig daagde zij uit; rende dan giechelend weg om zich te verstoppen achter
een boom of in een portiek. Zij liep expres niet hard genoeg; ze wilde zó graag
vastgepakt worden. Dat was doodeng en griezelig, maar ook heel
opwindend.
Nawoord Door huwelijk, verhuizingen of
anderszins zijn vele vrienden en vriendinnen aan het oog ontrokken. Desondanks
maken zij een groot deel uit van mijn belevingen op jeugdige leeftijd. Toen de
meisjes uit de buurt verkering kregen met jongens uit andere wijken of dorpen
werden deze als indringers beschouwd. Wij voelden dan ook weemoed als weer een
meisje definitief vertrok. Maar de natuur doet zijn werk; als jongens uit de
buurt elders verkering kregen was het precies hetzelfde...
Liggend in een weiland tussen de paardenbloemen en de
koeienvlaaien. Kauwend op een grassprietje of zoekend naar een klavertje vier,
dromen over de toekomst...
Rolduckerveld; weilanden en akkerbouw. Met volle gloed
glansden de korenvelden in het gouden zonlicht. Over een tiental meter volgden
wij een platgetrapt spoor en stuitten op een verschrikt vrijend
paartje....
Het was een prachtige zomerse dag. Met een aantal vriendjes
was ik in het stadspark aan het spelen. Omdat het zo warm was hadden wij onze
bovenkleding uitgedaan. Tijdens een stoeipartij liep Jan (K) een bloedneus op.
Stoer smeerde Jan enkele bloedvegen op zijn borst. Terwijl ik met een stokje
steekbewegingen maakte begon Jan vreselijk te schreeuwen. Op het fietspad reed
een man voorbij; ontdaan smeet deze zijn fiets neer en kwam in paniek
aanlopen........
Op een andere keer hadden wij fietsen gehuurd voor een
uitstapje. Vanuit de verte kwam ons een verliefd wandelend stel tegemoet. Vlug
werden enkele fietsen over elkaar gelegd. Jan (K) en Jan (B) gingen er kreunend
naast liggen. De anderen zwaaiden om hulp. De man kwam toesnellen en riep : "Ik
ben EHBO'er"! Hierop grepen wij snel onze fietsen, de man hevig scheldend
achterlatend.......
Wederom hadden wij fietsen gehuurd voor een trip naar
Valkenburg. In het Geuldal werd gepauzeerd. Terwijl ik in de Geul ging zwemmen,
zaten Jan (K) en Laurens (D) aan de oever om een boterham te eten. Het was erg
prettig om met de waterstroom mee te drijven.
Maar leven later stroomopwaarts viel erg tegen. Nadat ik zo
een tijdje met het water geworsteld had, wilde ik terug naar de kant. Ik werd
echter door de stroom gegrepen en ging kopje onder. Allerlei beelden gingen door
mij heen; toen ik boven kwam schreeuwde ik om hulp. Weer ging ik kopje onder;
wat een paniek.
Ik dacht dat mijn longen zouden barsten. Toen ik weer boven
kwam zag ik in een flits tegen de oever een boom. Terwijl ik weer schreeuwde,
greep ik mij vast aan een laaghangende tak. Door het gewicht boog de tak door,
maar ik bleef vasthouden en schreeuwde nogmaals om hulp. De twee aan de kant
hadden inmiddels ontdekt dat het ernst was en trokken mij aan de kant. Wat een
opluchting.....
's Zondags rond het middaguur moesten wij rustig zijn.
Door de duivenliefhebbers werd de thuiskomst van de duiven afgewacht. Hier waren
flinke bedragen op ingezet. Meestal deden wij dan in het tuinpaadje knikkeren of
centje gooien.....
De Koestraat was een zeer gezellige straat. Leuke
spellen werden gespeeld. Voetballen, verstoppertje, bokspringen, hinkelen of
touwspringen. Af en toe moesten wij aan de kant om een auto door te laten. Mijn
buurmeisje Annie speelde heel leuk gitaar. Wij zongen dan fijn mee. Zo zijn
waarschijnlijk talenten geboren....!!!
Strenge witte winters; bevroren ramen, ijspegels aan de
dakspanten, maar ook koude lakens. Stoeien in de sneeuw; schaatsen op de vijvers
van Rolduc. Sleeën op de hellingen; sneeuwbalgevechten en wat dies meer
zij…
Na schooltijd genoten wij door met onze sleeën van de
hellingen af te dalen. In de 'Teutelebroek' was een zeer steile helling. Door de
snelheid die men tijdens de afdaling ontwikkelde, kon men zelfs aan het einde
van de helling nog een honderdtal meters doorsleeën evenwijdig aan de spoordijk
tot aan de tramtunnel. De afdaling was een sensatie, maar de klim naar
boven......
Om deze reden waren wij toch vaker te vinden op de kleinere
helling van boer (B). In dit weiland was een prachtige glooiing die doorliep tot
aan de rand van het stadspark. Het was er altijd erg druk en een heel gezellige
sfeer. Zelfs de oudere jeugd en ouders waren er te vinden.....
In de
Ehrensteinerstraat woonde familie (G). De vader was invalide door een ernstig
mijnongeval. Zij hadden een groot gezin: de smid had een speciale gezinsslee
gemaakt. Met acht personen kon men hierop plaats nemen; wij noemden deze slee
dan ook de 'autobus'.....
Als de maan aan de hemel stond en de sterren
flonkerden, was het aangenaam om de meisjes uit de wijk in onze nabijheid te
hebben. Knus tegen elkaar op die grote slee; vlinders in de buik; het waren
heerlijk ervaringen.....
Rolduc met enkele bevroren visvijvers. De
schaatsers konden hier hun beste beentje voorzetten. Velen waren echter niet in
het bezit van deze luxe. Desondanks was het steeds erg druk en werden de
schaatsbewegingen vlijtig geoefend. Vallen kon men ook zonder
schaatsen!
Het fornuis vond ik in de winter een uitdaging; op de
gloeiende platen liet ik sneeuwballen dansen. Het schouwspel leek veel op de
stervende zwaan...!
Ruim 25 jaar hebben wij naast elkaar gewoond. In haar ouderlijk gezin was Annie de jongste; in ons gezin ik de oudste. Vandaar een sterke broederlijke zorg voor Annie.
Wij groeiden op in de Koestraat; een eenvoudige omgeving. Geen materiële rijkdom; wel grote sociale saamhorigheid. Er werd gelachen en gehuild, maar ook gezongen. Normen en waarden vanzelfsprekend.
Bijna 40 jaar ben ik uit Kerkrade weggeweest; werkomstandigheden de oorzaak. Onze contacten werden minder; maar élke verjaardag hingen wij aan de telefoon. Bijpraten of herinneringen ophalen.
Annie was mijn hartsvriendin. Veel hebben wij met elkaar gedeeld; als kleuter, als tiener, maar ook als twen. Vaak namen wij elkaar in vertrouwen; soms met een lach, soms met een traan. In een persoonlijk gedicht wil ik graag een en ander belichten...
Hartsvriendin 9 December 1940 werd Annie geboren; Haar omgeving wist ze te bekoren. Een verleden is er nog niet; De toekomst in het verschiet.
Donkere, sombere oorlogsjaren; Waren onze kleuterjaren. Zorgen van ouders en landgenoten; Kinderen onbekommerd, die genoten.
Vreugde en verdriet, toen ze kwamen; Langverwachte Amerikanen. Door de druk van Geallieerden; Duiters die ons evacueerden.
Samen hebben we gespeeld; Nooit hebben wij ons verveeld. Als kind hield ik haar hand; Dat schiep een bijzondere band.
Ik zag haar als een zusje; Soms stal ik een kusje. De buurt was sociaal; Die behoefte hadden ze allemaal.
De Kerstman, Sint of Zwarte Piet; Dure cadeaus kenden wij niet. Snoep, appel of een ijsje; Deelde ik met dat meisje.
Spelend op haar gitaar; Trof ze menige snaar. Drie vrienden en een meisje; Zongen als een sijsje.
Zwemmen, vissen of roeien; Jongens wist ze wel te boeien. Aan vrienden had ze geen gebrek; Met haar verschijning niet zo gek.
Vriendinnen kwamen na elkander; De een nog leuker dan de ander. Annie vertelde ik verlangens en dromen. Die later, gedeeltelijk uit zouden komen.
De mijnen werden onrendabel; De omstandigheden miserabel. Het was vuil en zeker niet schoon; Werkgelegenheid van vader op zoon.
Onze wegen zijn zich gaan scheiden; Hetgeen niet was te vermijden. Verknocht aan stad en streek; Huis en haard lieten wij in de steek.
Gebakken wordt ons dagelijks brood; Overal, daarom geen nood. Ook al was het gras zo groen; Wij deden het om de poen.
Beschouwend ervaren: Hoe haar bootje is gevaren. Soms kwamen wij elkander tegen; Dan weer zon, dan weer regen.
Veel heeft ze geleden; Helaas hielpen geen gebeden Het meisje van weleer; Is nu bij Onze lieve Heer.
Jaren zijn vergaan; Het verleden is ontstaan. Lief en leed is ondergaan; Vriendschap, zal nimmer vergaan...!
De vereniging werd in 1910 onder de naam “R.K.V.V.
Chevremont” opgericht. Deze naam werd nooit gewijzigd, maar in de volksmond werd
de club ook steeds "Olympia" genoemd. De clubkleuren zijn al die jaren
"Blauwwit" gebleven.
R.K.V.V. Chevremont In 1955 kwam ik via
enkele vrienden van de "OVS" bij het jeugdelftal van Chevremont. Als
rechterverdediger; fel en gemotiveerd. Lange Sjeng; mij vaak gecorrigeerd.
Kaffeberg; de basis voor sportieve vorming van “Sjevemeter
Jonge.” Wekelijkse training gevolgd door fanatieke wedstrijden op zondagmiddag.
Aanvoerder Nico (B); deelde gul zijn tabletjes druivensuiker. Of was het
doping?
De wedstrijd tegen Roda JC; nooit vergeten. Martin (G) van de
tegenpartij, had van te voren aangekondigd om snelle Heinz (R) te zullen
vloeren. Tijdens de wedstrijd voegde hij de daad bij het woord. Uiteraard werd
mijn onstuimige reactie hierop niet goed gekeurd. Van het veld gestuurd en
enkele weken langs de lijn. Duits bezoek In 1956
kregen wij een vierdaags bezoek van een club uit Sauerland. De sportvrienden
werden ondergebracht bij gastgezinnen. De eerste dagen wandelingen in Kerkrade
of omgeving; maar ook naar het zwembad Ehrenstein. Wij hadden veel plezier,
vooral door onze gangmaker Huub (M).Op zaterdag de wedstrijd, die onder veel
belangstelling door ons werd gewonnen met 3-1. Gevolg door een fijne feestavond
en de Duitse sportvrienden zongen het lied:
Sportlied Wir haben das
Spielchen verloren, Wir haben das Spielchen verloren, Ja, unser
Tormann, der Gar nicht viel kan,| Der hat uns das Spiel verloren, |
2x
Wir haben das Spielchen verloren, Wir haben das
Spielchen verloren, Ja, unser Verteidiger, die laufen mit
Weiber,| Die haben uns das Spiel verloren,| 2x
Wir haben das Spielchen verloren, Wir haben das
Spielchen verloren, Ja, unser Mitleufer, das sind ja die
Seufer,| Die haben uns das Spiel verloren,| 2x
Wir haben das Spielchen verloren, Wir haben das
Spielchen verloren, Ja, unser Stürmer, das sind ja die
Würmer,| Die haben uns das Spiel verloren,| 2x
Reeds na het eerst couplet hadden we de melodie te pakken en
zongen uit volle borst mee. Winnen of verliezen was nu niet meer zo belangrijk;
vriendschapsbanden werden gesmeed.
Tegenbezoek In 1957 brachten wij een
tegenbezoek van vier dagen met de jeugdelftallen A1 en A2. Wij gingen met de
trein; in Keulen moesten wij overstappen. In ons coupé zat een leuk blond meisje
met prachtige blauwe ogen. Enkelen wilden haar met het Limburgs dialect in de
maling nemen.Omdat het meisje bloosde en ik haar erg sympathiek vond vroeg ik de
jongens haar niet verder te plagen, daar ze het "Limburgs" zeer zeker zou
verstaan. Het meisje lachte mij toe en zei: "Bestimt, ich verstehe kein
Wort"!
Aankomst In het plaatsje "Meggen" werden
wij welkom geheten door een ontvangstcomité. Hierna werd ons in het gezellige
dorpsrestaurant een warme maaltijd aangeboden. Na deze maaltijd vertrokken wij
te voet de bergen in. Tijdens deze tocht lieten enkelen hun jodelkunsten
horen.
Blokhut Na een half uurtje naderden wij
een gigantisch grote blokhut. Omringd door dennenbomen; geraniums stonden in
volle bloei. Muzikanten stonden ons op te wachten. Het geheel leek het decor van
een vakantiefilm. Het werd een zeer gezellige avond, waarbij wij wel aan het
Duitse bier moesten wennen. Na enige uren gingen wij te bed; enkelen met
vreselijke hoofdpijn.....!
Gezamenlijk op de eerste verdieping; een grote zaal. De
leiders van onze twee elftallen hadden een afzonderlijke kamer. Nauwelijks
gelegen, vloog er een kussen rond en toen was het hek van de dam. Er werd
gestoeid dat het een lieve lust was en kussens vlogen van links naar rechts.
Toen uiteindelijk een van de leiders ons maande om stil te zijn, waste iedereen
zijn handen in onschuld. Dat eerste kussen, waar kwam dat toch vandaan.....?
Dorpsbezoek De volgende dag waren vrij in
onze beweging. Hiervan maakten wij gebruik om het dorp beneden in het dal te
verkennen. Op het marktplein was een demonstratie van stuntmensen die met motors
over een steile kabel reden. Het was indrukwekkend. Hierna bezochten wij nog
enkele "Wirtschaften".
Dagtocht De volgende dag stralend mooi
weer. Wij hadden een leuke dagtocht door de prachtige natuur van het Sauerland.
In "Attendorn" bezochten we de druipsteengrotten. Toen wij uit de bus stapten,
liepen enkele schamele geklede kinderen op ons toe en bedelden om wat
"Penningen."
De gids gaf de raad om de broekspijpen om te slaan, omdat de
gangen vochtig waren. Huub (M), maakte de opmerking: "Dames hoeven hun broek
maar één keer om te slaan." Er werd hartelijk gelachen.
Het bezoek in de grotten was indrukwekkend; het
natuurverschijnsel had grillige vormen aangenomen. Met een beetje fantasie kon
men in bepaalde vormen heel mooie figuren zien.
Op een gegeven ogenblik kwamen wij bij een ondergronds
meertje met kristalhelder water. De bodem was bezaaid met muntstukken. De gids
vertelde ons dat het geld ten behoeven kwam aan liefdadige instellingen. We
gooiden een muntstuk in het water; met een stille wens.
De bustocht werd vervolgt; wij daalden een zeer steile
helling af. Heel diep in het dal was een prachtig blauw meer, waar wij de rest
van de dag zouden verblijven. Samen met enkele anderen ging ik een kano huren.
Men maande ons wel om voorzichtig te zijn, het meer was plaatselijk erg
diep.
Na een tijdje peddelen hoorden wij muziek; afkomstig van een
plezierboot. Achter op de reling zat een accordeonist. Wij zwaaiden naar het
vrolijke gezelschap. Teruggekeerd naar de naar de kade; was het gezelschap
inmiddels ook aangekomen. De accordeonist bleek de bekende Sjeng (H) uit de
Koestraat te zijn. Zij waren onderweg met “Van der Biesen.”
Onze vertrektijd begon eveneens te naderen; snel kochten wij
nog enkele ansichten en souvenirs aan de souvenirshop.
De wedstrijd De volgende dag was het
moment waar wij voor gekomen waren ; voetbal. Wij hadden geen gebrek aan
belangstelling. De plaatselijke krant had ons bezoek bekendgemaakt en ook
supporters waren ons nagereisd.
De eerste wedstrijd van het jeugdteam(A2). Een van de
jeugdleiders Nico Lenzen, wilde graag mee doen. Daar ik zijn schoenmaat had
vroeg hij of hij mijn plaats mocht innemen.
De volgende wedstrijd mocht ik dan met het jeugdteam (A1)
spelen. Hier was ik wel voor te vinden. Langs de lijn vuurde ik hen flink aan;
de wedstrijd was voorbij voordat ik het wist en eindigde in gelijke stand
1-1.
Nadat ik met de jeugdleider de schoenen weer had verwisseld,
trad ik vervolgens met het eerste jeugdteam in het veld. Ik had even tijd nodig
om in te spelen. Vrij spoedig wist ik de Duitse buitenspeler in zijn aanval te
stoppen. Hierna was voor mij het ijs gebroken.
Het was een spannend duel;
de stand was intussen 1-1 geworden. Tijdens een felle aanval van onze
tegenstander maakte ik een verdedigingsfout. Helaas gingen we de rust in met een
verliesstand van 2-1.
Na enkele morele opkikkers gingen wij er na de rust
flink tegenaan. Eveneens aanmoedigingen van meegereisde supporters ;
uiteindelijk wonnen wij de wedstrijd met 3-2. Gelukkig maar; want dat
zelfdoelpunt zat mij niet lekker..........!
Feestavond Het einde van de dag werd
gevierd met gezellig samenzijn in het dorpsrestaurant.Net zoals in het
voorgaande jaar werd door alle partijen het inmiddels bekende lied gezongen:
"Wir haben das Spielchen verloren......"!
Nawoord Tot
1958 ben ik bij de club gebleven. De wedstrijden; steeds weer een beleving. Heel
veel dank aan sportvrienden, leiders, én vooral onze trouwe supporters. In
datzelfde jaar hebben enkele dapperen; Hub (M), Heinz (R) en Nico (B), nog een
fietstrip gemaakt naar het mooie Sauerland.
Uiteraard heeft ieder zijn
eigen herinneringen. Mogelijk heb ik met mijn verhaal, collectieve herkenning
kunnen oproepen.
Clublied: Op Sjevemet is
inne sjportverain. Die jonge sjpille ummer fain. Ze zint
jezónk en sjterk noa lief, en doabij óch sjportief.
An ós Olympia, hange vier wie
klette. Vier sjpelle ummer jód. Doarum hant vier jouwe
mód. Vier haode trui bijee. Stunt óch ózze
man. Jinne kriet ós oeëts vanee. Alaaf Olympia.
Went vier Blauw en Wies
jekleit ’t veld op junt, En ós trui supporters langs ’t lijntje
sjtunt. Dan zunt vier jeluklieg, in ós element. Sjpelle wat vier weëet
zunt, Dat zunt vier jewént.
Tai Chi is een oud Chinees systeem van oefeningen en is terug te voeren op de Dao filosofie, die ongeveer 4000 jaar geleden ontstond. Chi is de levenskracht of vitale energie die de kosmos vervult en voortdurend via kanalen genaamd meridianen door ons lichaam stroomt.
Middels Tai Chi vindt men weer ansluiting bij deze universele natuurlijke energiestroom en daardoor ook de energiestroom in onszelf. De bewegingsleer is gebaseerd op de eeuwenoude filosofie van Yin en Yang.
Ying en Yang staat voor het grote natuurlijke evenwicht tussen lichaam en geest, doen en denken, spanning en ontspanning, gevoel en verstand. Men verkrijgt niet alleen meer energie en vitaliteit, ook kan men allerlei lichamelijke en geestelijke klachten verminderen of genezen.
Tai Chi werkt positief op de verhoging van weerstand en ondersteuning van het afweersysteem...
Vroeger was alles overzichtelijk. Je had de kerk, je had de
mijnen. In de kerk had de pastoor het voor het zeggen, in de mijnen de directie.
De witte boorden bepaalden ons lot en vertelde hoe we door hard werken en veel
ter kerke gaan, gelukkig zouden worden. Was het niet hier, dan wel in het
hiernamaals. We knikten braaf en luisterden. "Houdt jij ze arm, dan houdt ik ze
dom" zei de pastoor. En de directeur knikte dat het goed was. Dat was vroeger;
de tijd die met gepafte sigarenrook van beide heren verdampt
is.
Geschiedenis Wie de Limburgse samenleving wil begrijpen,
kan niet om een stukje geschiedenis van de steenkolenmijnbouw heen. Bijna
driekwart eeuw (van 1900 tot 1974) was de mijnindustrie in deze regio immers een
belangrijke bron van werkgelegenheid.
Vóór 1850 was Limburg een
agrarische samenleving. Het gros van de Limburgers woonde en werkte op het
platteland. Daarnaast boden de Maastrichtse industrie en de twee Kerkraadse
mijnen enige werkgelegenheid. Vanaf 1850 zou de mijnbouw een belangrijke impuls
krijgen door de toegenomen vraag naar steenkool. Voor er echter een omvangrijk
mijnbedrijf tot bloei kon komen, moesten er enkele infrastructurele en
technische problemen worden opgelost.
Tussen 1893-1899 werd in Heerlen de Oranje-Nassaumijn
gereedgemaakt voor productie. Ook elders werden er mijnondernemingen in het
leven geroepen. In 1928 telde Limburg 12 mijnen. De mijnwerkers kwamen in groten
getale op deze werkgelegenheid af, niet alleen vanuit Limburg maar ook uit den
vreemde. Deze ongebreidelde toestroom veroorzaakte problemen. Om te voorkomen
dat de samenleving ontwricht zou raken, zoals dat in Duitse mijngebieden was
gebeurd, grepen kerk en overheid in met tal van maatregelen.
Vanaf 1958
daalde de vraag naar steenkool. Hoewel de minister van Economische Zaken de
mijnen financiële steun bood, sprak de directie van Staatsmijnen al begin jaren
zestig over een eventuele sluiting van de mijnen. In 1965 was het zover,
kondigde minister Den Uyl de mijnsluiting aan. De kolenproductie zou geleidelijk
aan worden afgebouwd en er zou nieuwe werkgelegenheid worden geboden aan de
mensen die werkeloos werden. Hiervan kwam echter niet veel terecht.
Werkeloosheid alom!
Anno 2005 is er in deze regio nog maar weinig zichtbaar van
het mijnverleden. Toch bestaat er in de Euregio nog veel belangstelling voor de
Limburgse mijnbouw, getuige de vele initiatieven die er aan worden gewijd.
Bron: deMijnen.nl
Veel is er over mijnbouw gezegd en
geschreven. In dit kader wil ik graag verwijzen naar de website:
www.demijnen.nl
Met genoegen heb ik deze site bekeken. Een prachtige site vol
informatie over vervlogen tijden. Enerzijds nostalgie en anderzijds realiteit.
De kameraadschap en grote saamhorigheid was algemeen bekend.
Mijn
Beleving Na het volgen van de OVS werd ik als 17½ jarige knaap
geconfronteerd met het zware en ongezonde beroep van mijnwerker. In Limburg
generaties lang het hoofdmiddel van bestaan. Persoonlijke beleving of andere
wensen telde niet. Toegegeven; de mogelijkheden waren beperkt en de lonen waren
hoog. De mijnsluitingen waren voor ouderen met vele dienstjaren een bittere pil.
De jongeren kregen nieuwe kansen; gelukkig maar. Tussentijds zou echter nog het
een en ander gebeuren.
Penningnummer Mijn penningnummer 3207 van
de OVS werd gewijzigd naar het nummer 1901. Tot de leeftijd van 18 jaar hadden
wij een afzonderlijk kleed- en badlokaal. Hierna moesten wij ons onder de
"volwassen" voegen en kregen het definitieve penningnummer. Aan het ophalen en
inleveren van deze penning was het loon gekoppeld. Zegge en schrijven kreeg ik
penningnummer 1 (één); ik vond dit wel grappig.
Militaire
Dienst Mijnwerkers waren in principe vrijgesteld van militaire
dienst; echter hiervan heb ik geen gebruik gemaakt. Als vrijwilliger ging ik
naar de speciale opleiding van het "Korps Commando Troepen". Pittige tijd;
discipline en karaktervorming door grenzen te verleggen. De "Groene Baret"was
voor mij de basis én rode draad voor verdere levensloop. Met heel veel dank aan
instructeurs...!!!
Ondanks de zware opleiding heb ik deze tijd vele malen
prettiger ervaren dan mijn ondergrondse jaren als sleper en houwer. Het zware en
ongezonde werk; maar ook het verstoken zijn van daglicht, kwelde mij
zeer.
Na mijn militaire diensttijd wilde ik aanvankelijk naar de
Politieschool. Echter tijdens het opleidingsjaar moest men een groot deel van
het salaris inleveren. Helaas woog dat wat overbleef niet op tegen het loon van
een mijnwerker. Ook velen met een goede schoolopleiding doken de mijn in. Om die
reden ben ik tot aan de sluiting van de mijnen ondergronds werkzaam gebleven.
Kort vóór de mijnsluiting bezocht een vakbondsleider de mijn voor een excursie.
Zijn beschrijving van deze excursie moge voor zich
spreken...!!!
Excursie Eerst jaagt men
met de lift naar de 800 meter verdieping. Ik kreeg een beklemmend gevoel op de
borst. Mijn oren begonnen te suizen. Als men beneden aankomt staan er natuurlijk
geen antracietwanden gereed, waaruit de mijnwerkers met een pikhouweel de
stukken antraciet kappen.
Neen, dan begint eerst een tocht door een
lange, tochtige benauwde gang. Door deze gang rijden treinen die de kolen naar
de schacht transporteren. Belangrijke personen laten zich wel
eens graag in zo'n treintje fotograferen. Zo van: hier ben ik dan, honderden
meters onder de grond, zelfs zwart van de kolen. Meestal staan die persoon er
dan lachend op. Ontspannen heet dat.
Maar het huilen staat je nader dan
het lachen als je die twee of drie kilometer lange gang achter je hebt gelaten
en op handen en voeten kruipt door een pijler, waarin je haast niet kunt
ademhalen. Waar je plat moet liggen, of op je zijde, om je tussen een woud van
stempels door te wringen. Die stempels houden het antracietplafond op zijn
plaats. Honderden; de enige steun om de zaak niet in elkaar te laten
zakken.
Ik ben bang geweest in die ruim 200 meter lange, schuin
oplopende pijler van 60 cm hoogte. Ik moest er over benen van andere mijnwerkers
kruipen. Zwarte, tot het hemd toe bezwete mannen, die de koollagen loswoelen.
Die dan zorgen dat de stukken brandstof op de transportband komen.
Die werken in wolken zwarte stof en die bijna alle slachtoffer
worden van longaandoeningen. Ik wilde ze tellen, de stempels in die nauwe gang,
maar bij tien ben ik opgehouden, omdat mijn aandacht alleen was geconcentreerd
op de voor mij uit kruipende gids, die ik in het oog wilde
houden.
Ik voelde mij zó verschrikkelijk alleen in die zwarte
duisternis, soms minuten lang geklemd tussen twee stempels, die mijn ongeoefend
lichaam niet doorlieten. Als ik vastzat of de kabel van de lamp bleef haken
achter een uitsteeksel had ik de neiging om te gaan schreeuwen. Soms verbeeldde
ik mij dat ik geen lucht meer kon krijgen.
Het enthousiasme waarmee ik de
mijnwerkersgroet "Glück Auf" in het begin beantwoordde, was gauw verdwenen. Ik
zag er eenvoudigweg geen kans meer toe. Het werd een onverstaanbaar gemompel,
gesmoord in kolengruis onder mij, waarin ik soms met mijn gezicht terecht kwam.
Af en toe gleden mijn benen weg in een waterpoel, mijn knieën schuurden over
stukken antraciet, mijn vingers schrijnden door de beschadigde huid, waarin de
kolensplinters venijnig prikten.
De helm, die ik in het begin van de
tocht zo joyeus had opgezet, heeft tientallen malen mijn schedel gered. Niet
alleen door het vallend gesteente op te vangen, maar ook om weerstand te bieden,
aan mijn voortdurend botsen tegen de uitsteeksels van de steunbalken. Het was
soms of ik de controle over mijn lichaam kwijt was. Ik bonkte van de ene stempel
tegen de andere.
Mijn lichaam sopte van het zweet. Mijn handen kon ik
niet gebruiken om het vocht van mijn gezicht te wissen. Die handen waren slechts
twee kolenknoesten. Meter voor meter won ik terrein. "Glück Auf". Ik hoorde
het niet meer. Achter mij geruis van vallend kolengesteente. "Glück
Auf".
God wat is twee honderd meter lang. Die gang, die
eindeloze gang van stof, hitte en duisternis; van kolengruis, stempels,
honderden stempels waar je tussendoor wringt en die ik vervloekte omdat ze in de
weg stonden naar een spoedig eind van deze tocht.
Dat eind is gekomen,
maar vraag niet hoe. Ik ben aan het kolenfront geweest. Eenmaal maar nooit
meer........!!!
Na de sluiting van de mijnen kwamen ruim 60.000 mensen op
straat te staan. Limburg had geen of weinig vervangende werkgelegenheid. Door de
grote gas en olievondsten werden de mijnen overbodig. Voor de ouderen met vele
dienstjaren was de sluiting een bittere pil. De jongeren hebben tijdig kans
gezien om het zware en ongezonde beroep te ontvluchten.
Limburgers
verknocht aan stad of streek; elders was de vraag naar personeel groot.
Noodzakelijke volksverhuizingen werden een feit; Delfzijl, IJmuiden, Vlissingen,
Breda, Eindhoven of elders…
Verhuizen Enka Breda; bedrijf van
synthetische garens met ruim 1700 werknemers. De eerste wervingsacties waren
reeds achter de rug. Op eigen initiatief werd een sollicitatie formulier
opgevraagd; als zodanig ingevuld en verzonden. Enkele dagen later kregen wij
huisbezoek van de personeelchef de heer Hoebink.
Tijdens het zeer prettige onderhoud gaf de heer Hoebink aan
dat gemeente Breda een groot aantal nieuwe woningen beschikbaar had gesteld voor
nieuwe Enka werknemers; toen nog geheten de Algemene kunstzijde Unie (AKU). In
de laatste fase van toewijzingen kwamen alleen nog gezinnen in aanmerking met
minimaal 1 kind. Heel voorzichtig werd gevraagd naar mogelijke
gezinsuitbreiding.
Broer Sjaak was 15 jaar en werkzaam bij kruidenier
Simon de Witt, zocht eveneens een andere baan. Als alternatief werd de
mogelijkheid besproken en positief ontvangen. Enkele weken later werd de
verhuizing gerealiseerd. Blij met de baan en prachtige woning, maar een
emotioneel afscheid.
Sjaak kwam in vaste diens van de jeugdafdeling. Hij miste
zijn vrienden erg; kreeg enorm heimweh. Een half jaar later keerde hij terug
naar Kerkrade.
Continu diensten In de wijk woonden veel
werknemers van Enka; zo ook een aantal Limburgers die via eerdere wervingsacties
waren aangenomen. De werkzaamheden waren in volcontinu diensten; het waren lange
dagen maar de lonen waren goed; 7 aaneengesloten dagen werken; hierna drie dagen
vrij. Ik was werkzaam als operator in de twijnerij en tevens lid
van de bedrijfsbrandweer.
Sport Enka deed veel aan welzijn voor de
medewerkers. Een prachtig aangelegd voetbalveld; werknemers uit Breda Noord
hadden een elftal samengesteld met de toepasselijke naam BRENO. Aldus werd
deelgenomen aan bedrijfscompetities en overige wedstrijden.
Heimwee Inmiddels woonden wij ruim een jaar in Breda; in
deze periode kwam moeder en schoonvader te overlijden. De geboorte van onze
kinderen hebben ze helaas niet meegemaakt. Maandelijks gingen we in Kerkrade op
familiebezoek. Zeerverheugend voor alle partijen; als wij dan weer vertrokken
zei schoonmoede: ´Jammer dat jullie weer moeten gaan en zo ver weg wonen`. Het
heimwee stapelde zich op…
In overleg met bedrijfsleiding werd mogelijkheid geschapen om over te stappen
naar dochterbedrijf Enka-Glanzstoff in Oberbruch Duitsland; werd wel op een
wachtlijst geplaatst.
Kort voor Kerstmis de resterende vakantiedagen opgenomen; weer op bezoek in
Kerkrade. Tijdens een wandeling kwam ik een oude kennis tegen; deze vroeg hoe
het met ons ging. Toen Ik vertelde dat wij graag terug wilden, maar dat het door
de wachtlijst nog enige tijd kon duren, wees hij naar het mijnwerkersstandbeeld
´dr Joep` en zei dat er in Duitsland een grote vraag was.
Thuis Firma Frölich und Klüpfel ; werkzaam in de Duitse
mijnen. Middels springstof werden steengangen gedreven. Wij waren weer thuis met
goede verdiensten; echter met veiligheidsvoorschriften namen ze het niet zo
nauw. Toen ik hierover opmerkingen maakte kreeg ik als antwoord: ´Zeit ist
Geld`.
Inmiddels een oproep ontvangen om mij op datum en tijd te melden bij
Enka-Glanzstoff in Oberbruch; een nieuwe opleidingsgroep zou van start gaan.
Met het gegeven van het negeren veiligheidsvoorschriften en de oproep van
Enka Glanzstoff, begaf ik mij naar het kantoor van het mijnbedrijf. Mijn
ontslagaanvraag werd niet in dank aangenomen; mij werd te kennen gegeven dat ik
een termijn van zesweken moest uitwerken.
De zelfde dag van mijn ontslagaanvraag kreeg ik in de bewuste mijn een
ongeval; werd hiervoor behandeld in het ziekenhuis van Bardenberg. Laat in de
avond werd ik met een taxi thuis gebracht. Claire was inmiddels geïnformeerd;
zat in spanning te wachten.
Oberbruch Duitsland Enkele weken later begon ik
daadwerkelijk bij Enka-Glanzstoff in Oberbruch. Met een groep nieuwelingen werd
ik ingewerkt in de procedures; had hierbij het voordeel dat ik de technische
werkzaamheden niet verleerd had.
Nadat wij ingewerkt waren werden we in ploegdiensten ingedeeld; elke dag
werden we met pendelbussen opgehaald en gebracht; heen en weer ruim anderhalf
uur. Interesse in de omgeving was er niet; meestal werd een dutje gedaan. De
pauze in het bedrijfsrestaurant ; voor enkele Duitse Marken kon men een
volledige warme maaltijd kopen. Het bedrijf had ook een eigen tijdschrift´Wir
von Glanzstoff`.
De diensten op zondag bestonden uit 12 uur aaneengesloten in de productie.
Vertrek bij donker en thuis bij donker; het waren lange dagen. De cultuur in het
bedrijf was echt Duits; tegen het einde van een zondagsdienst was ik de handen
aan het wassen. Plotseling stond een voorman naast mij en snauwde: ´Herr Schupp;
hier wird bis zur Dienstende gearbeittet`.
Bezoek uit Breda Tijdens een doordeweekse vroege dienst
zag ik een excursie groep door de fabriekshal lopen. Al snel bleek dat het een
groep van Enka Breda betrof; enkelen waren verbaasd mij te zien en vroegen hoe
het mij verging. Thuis vertelde ik over deze ontmoeting.
Telefoongesprek Of het zo moest zijn; enkele dagen na
deze ontmoeting had ik een telefonisch onderhoud met de personeelschef de heer
Hoebink. Wij hadden nog geen eigen telefoon; via een telefooncel deed ik navraag
naar een loonverklaring met betrekking tot het in te vullen belasting
formulier.
Tijdens het zeer plezierige onderhoud vroeg de heer Hoebink mij eveneens hoe
wij de terugkeer naar Kerkrade ervaren hadden. In het kort vertelde ik over het
ongeval in de Duitse mijn; maar ook over de cultuurverschillen tussen Breda en
Oberbruch.
Het waren nog gouden tijden; direct bood de heer Hoebink mij aan om te
overwegen om naar Breda terug te keren. De eerst vrijkomende woning zou hij voor
ons reserveren. Ik gaf aan dat ik het met Claire zou bespreken.
Wat nu De rest van de dag en de nacht werd van gedachte
gewisseld; voor en tegen afgewogen. De ellende van afgelopen weken; het ongeval
in de mijn; de lange werk- en reistijden; het probleem dat Limburg niet veel te
bieden had; en uiteindelijk advies van familie om de gelegenheid toch maar aan
te grijpen.
Breda Enkele dagen later het telefoongesprek met de heer
Hoebink; deze gaf aan inmiddels een bestaande woning voor ons gereserveerd te
hebben. De volgende dag werden wij aan station Breda met een taxi opgehaald om
de woning te bezichtigen en om een vervolggesprek te houden.
Met alle
goede bedoelingen; de aangeboden woning bleek totaal uitgeleefd te zijn.
Personeelschef gaf aan op korte termijn geen andere woning ter beschikking te
hebben. Hij bood aan om de woning tijdelijk aan te nemen; vervolgens een
toezegging om eerste keus te krijgen uit een 70 tal woningen die in Prinsenbeek
in aanbouw waren. Na zoveel goodwill was keuze snel gemaakt.
Prinsenbeek Na een aantal maanden konden wij
daadwerkelijk een prachtige hoekwoning betrekken. Heel veel dank aan de heer
Hoebink: ´Een man een man, een woord een woord!` Inmiddels weer een aantal jaren
werkzaam; gingen als vanouds regelmatig op familiebezoek in Kerkrade. Heimwee
gevoelens waren gelukkig verdwenen.
Onzekerheid Het verdienen van een goede boterham was
belangrijk; plotseling bleek dit onzekere toekomst tegemoet te gaan. Op het
terrein van kunstvezels bestond al enige tijd een internationale overcapaciteit.
Niet alleen het AKZO-concern ondervond daarvan de nadelige gevolgen, maar ook
andere Europese producenten. De meesten werkten al enige tijd op een deel van
hun capaciteit.
Dit bracht de directie van het concern ertoe een saneringsplan op te stellen,
dat op 6 april werd bekend gemaakt.De directie kondigde aan de chemische
vezelproduktie te willen inkrimpen.
Daartoe moesten worden gesloten de ENKA-fabrieken in Breda (1700 werknemers),
Emmercompascuum (500 werknemers) en Wuppertal (3000 werknemers).
Die mogelijkheden voor vervangende werkgelegenheid in Nederland werden somber
ingezien. Voor de werknemers in Emmercompascuum zou misschien plaats te vinden
zijn in de ENKA-fabriek in Emmen, maar in Breda lag de kwestie moeilijker. De
stand van de werkgelegenheid in Noord-Brabant was al niet gunstig.
Vakbonden De vakbonden waren buitengewoon verontwaardigd
over de maatregelen, maar nog meer over de gevolgde procedure, die hen voor
voldongen feiten stelde. Op een protestvergadering in Breda, werd veel kritiek
geoefend op het economische beleid van de raad van bestuur van de AKZO en op het
totaal negeren van de vakbonden bij de besluitvorming.
Deskundigen kwamen tot de slotsom dat het niet vaststond dat sluiting van de
ENKA-fabrieken in Breda de beste oplossing zou zijn om uit de problemen te
raken. Voorstel werd gedaan om een alternatief plan uit te werken.
Op 30 augustus wees ook de Centrale Ondernemingsraad van ENKA het
structuurplan van de hand, nadat dit een week eerder al door de vakbonden was
gedaan. Ook de vakbonden uit Duitsland en België verwierpen de plannen, en
kondigden acties aan als AKZO toch aan zijn plannen zou vasthouden.
Op 11 septembervond overleg plaats tussen de internationale
vakbonden de raad van bestuur van ENKA. Het verliep zonder tot resultaten te
leiden. Voor de vakbonden was het kernpunt het behoud van de werkgelegenheid;
voor de ENKA-directie stonden rentabiliteitsoverwegingen centraal.
Bedrijfsbezetting Om tien minuten voor twee in de middag
van 18 september 1973 op het moment, dat de middagploeg de ochtendploeg afloste,
werden in de fabriek van ENKA-Glanzstoff te Breda de vitale onderdelen, zoals de
telefooncentrale, de telexkamers en de machines, bezet. Daarmee begon een in
Nederland unieke actie van de vakbeweging: de eerste bedrijfsbezetting in
Nederland. De actie was bedoeld om de directie van het AKZO-concern, waarvan de
ENKA-Glanzstoff deel uitmaakt, ertoe te brengen zijn saneringsplannen te
herzien.
Steun De bezettingsactie was in het diepste geheim
voorbereid na het mislukken van de besprekingen op 12 september. De actie
verliep zeer gedisciplineerd. De burgemeester van Breda besloot de politie
opdracht te geven niet in te grijpen.
De Industriebonden NKV en NVV, de Unie BLHP, de christelijke
bedrijfsgroepencentrale Unitas en Belgische vakbonden ACV en ABVV stelden zich
dadelijk achter de actie, terwijl het congres van de Industriegewerkschaft
Chemie, Keramik und Papier, dat te Dortmund bijeen was" in een uitgebreide
verklaring adhesie betuigde aan de bezetting.
De leiding van AKZO overlegde in de middag van 20 september met de regering.
Dit gesprek gaf de ministers aanleiding de vakbonden uit te nodigen voor een
tweede bijeenkomst, die in de avonduren van de 20ste plaats vond. De
vakbondsbestuurders hadden tevoren duidelijk gemaakt, dat zij niet aan een
bemiddelingspoging wilden deelnemen, omdat dit alleen door de bezetters kon
worden beslist.
Besluit De raad van bestuur van AKZO maakte op 21
september bekend, dat zij besloten had het structuurplan in te trekken "gezien
de sterke reactie."
Op voorstel van de vakbonden en de actieleiding besloten de bezetters daarop
op 22 september de actie te beëindigen en de produktie, die de 19de was stil
gelegd, weer op gang te brengen.
Op 23 september 1973 werd de bezetting metterdaad opgeheven.
Inleiding Als 17½ jarige knaap werd ik geconfronteerd met het zware en ongezonde beroep van mijnwerker. In Limburg generaties lang het hoofdmiddel van bestaan. Beleving of andere wensen telde niet. Toegegeven; de mogelijkheden waren zeer beperkt.
Mijnwerkers waren vrijgesteld van militaire dienstplicht; echter ik heb geen gebruik gemaakt van de vrijstelling. Het zware en ongezonde werk in de mijn wilde ik ontvluchtten. Tevens wilde ik mij bewijzen; smachtte naar erkenning. Daarnaast had ik grote bewondering en respect voor onze bevrijders. Hun pad is niet over rozen gegaan. Velen van hen hebben helaas de eindstreep niet behaald. Margraten; of elders hun laatste rustplaats...!
Na de basisopleiding in Maastricht en Vught ben ik na werving en selectie overgestapt naar het 'Korps Commando 'Troepen' in Roosendaal. Uiteraard nadat ik mij zoals vele voorgangers als cursist had moeten bewijzen in het 'tentenkamp.'
Opkomst Maastricht 14 juni 1960 was voor mij de tijd aangebroken dat ik de wapenrok moest aantrekken. De Tapijnkazerne in Maastricht was mijn opkomstadres. Hier werd ik als burger voor het eerst geconfronteerd met het soldaat zijn. Op de appèlplaats zag ik onder luid geschreeuw van sergeanten de soldaten heen en weer exerceren.
In de loop van de dag arriveerde van heinde en verre de rest van de opkomstlichting. Een sergeant deelde ons mee: "Vanaf nu staan jullie onder de krijgstucht en de komende maanden mogen jullie het 'burger zijn' vergeten."
Nadat wij in pelotons waren ingedeeld werden wij naar de eetzaal afgemarcheerd. Daar aangekomen werden wij door een oudere lichting in de maling genomen. "Fillers...fillers, hoe lang moeten julie nog?"
Na de maaltijd togen wij naar de foerier waar ons een persoonlijke uitrusting (PSU) werd verstrekt. De foerier keek mij met argusogen aan, grrep in een van de rekken en zei: "Past precies!"
Terwijl de oudere lichting na het avondeten de stad inging, moesten wij onze PSU van wasnummers voorzien. Er werd behoorlijk gemopperd want een naainaald kan venijdig prikken. Door een jongen van een oudere lichting heb ik voor 50 cent het uniform in 'model' laten persen. Met zijn ervaring deed hij goede zaken.
Onderwezen werden wij in krijgstucht, rangen, wapenleer, sport en exercitie. Een kamergenoot uit Scheveningen was de lolbroek van het peloton. Tijdens exercitie liep hij als een telganger en bij het commando: "Rechts....omkeer", liep hij tot ergernis van de sergeant rechtdoor. Rechtervleugelman; en het commando: "Uitrichten", dribbelde hij eveneeens naar rechts, het peloton op sleeptouw nemend. Het was dolle pret; helaas zat hij vaker in de cel.
Op de Sint Pietersberg werden wij wegwijs gemaakt in camouflage technieken en gingen enkele dagen in bivak...!
Overplaatsing Vught Van onze lichting had een groep studie-uitstel gehad en kwam zodoende enkele weken later in dienst. Om deze reden raakten enkele pelotonn overcompleet en werd ik met enkele anderen aangewezen voor overplaatsing naar de 'Garde Grenadiers' in Vught. De avond voor de overplaatsing stond ik op een tafel voor een speech...
Plotseling stond de sergeant van dienst voor mij en zei: "Mooie speech...maar vlug in je nest, anders mag je vannacht ergens anders slapen...!"
De overplaatsing naar Vught was prettiger dan verwacht. Bij de 'Garde Grenadiers' bleken eveneens enkele bekenden uit Kerkrade te zijn ingedeeld. In deze periode werd door de toenmalige 'Koningin Juliana' een nieuw vaandel uitgereikt. Met flitsend gepoetse uitrusting stond de 'Garde' aangetreden. Hier heb ik ervaren wat het betekent om geruime tijd stil te staan met: "Presenteer...Geweer!"
Werving KCT Veel indrukwekkende verhalen hadden wij inmiddels gehoord over de 'Groene Baretten' van het 'Korps Commando Troepen.' De Laatste week van de recrutentijd kwamen enkele officieren van dit Korps om liefhebbers te werven. In sportteneu in de sportzaal; een arts liep achter ons voorbij voor eerste selectie.
Hierna volgde een medische keuring, waarbij botten en ledematen uitgebreid onder de loupe werden genomen. Vervolgens kregen wij een test op de hindernisbaan. Aangetrokken door de voorlichting nam ik mij voor om tot het uiterste te gaan. Na het nemen van de baan zei de officier: "Jij kan goed lopen, maar het kan sneller, doe nog maar een rondje...!"
Na deze test kregen wij een vragenlijst om in te vullen en werden in de gelegenheid gesteld om definitief te beslissen. Uiteindelijk bleven wij in Vught met vier kandidaten over. In den lande werd de selectie op de zelfde wijze uitgevoerd. In totaal zouden wij met 112 cursisten gaan deelnemen.
De Elementaire Commando Opleiding (ECO) is de zwaarse opleiding binnen de krijgsmacht. In 'mijn tijd' duurde die 8 weken. En voor wie het einde haalde wachtte de 'Groene Baret.' De ECO begon voor mij ons toen wij het tentenkamp betraden en daar het tokkeltouw en mutsdas uitgereikt kregen. De mutsdas op een speciale manier gevouwen en opgerold zou de komende tijd ons hoofd gaan tooien. Bloed, zweet en tranen...!!!
Aankomst in Roosendaal Weekendverlof; voordat ik als cursist naar Roosendaal zou vertrekken. Bepakt en bezakt met plunjezak, pukkel en ransel. Bekenden vroegen of ik was overgeplaatst. Trots gaf ik aan dat ik was geselecteerd voor de commando opleiding. Een van hen merkte op: "Dan wens ik je heel veel sterkte toe!"
Op maandag moest ik met de eerste reisgelegenheid retour. Op het station Roosendaal stonden enkele onderofficieren die mij naar een legertruck verwezen. Enkele cursisten waren reeds gearriveerd en hadden plaats genomen. Ik stelde mij aan hen voor en wachtte de verdere gebeurtenissen af. Even later liep weer een trein binnen waarna de drietonner vol geraakte.
Tentenkamp Het Commando Kamp was gelegen op de Ruckvense heide; ongeveer 7 km verwijderd van de kazerne in Roosendaal. Beschrijving van gebeurtenissen zijn enigszins chronologisch. Geen dagboek; maar aantekeningen uit het verleden zijn als ondersteuning gebruikt.
Wij werden naar het commandokamp vervoerd. Bij het commandokamp stond een sergeant-majoor ons op te wachtten. Vriendelijk en beminnelijk sprak hij ons toe: "Mijn naam is Bruijnooge. Vanaf nu zijn jullie cursist. Gedurende de opleiding worden mutsdassen gedragen. Alles zal hier in looppas dienen te gebeuren. Het geweer dien je altijd bij je te hebben, waar je ook gaat of staat. Hebben jullie dit begrepen?"
Wij bevestigden dit, waarna hij ons vertelde in welke tent en bij welke vaste instructeur wij werden ingedeeld. Na deze indeling namen wij onze plunjezak, pukkel en ransel op om ons naar de zojuist ingedeelde tent te begeven.
Echter ver kwamen wij niet.......zodra we de poort waren gepasseerd, verdween de vriendelijkheid van de sergeant-majoor als sneeuw voor de zon. Hij schreeuwde en tierde:
Terwijl wij een bord met tekst naderde riep hij ons een halt toe. Wij kregen opdracht om deze tekst gezamenlijk luid te lezen.
"Uw voorgangers hebben dit Korps opgebouwd door hun offergeest. Overal waar ons vaandel wapperde. In Arakan - Arnhem - Nijmegen - Eindhoven - Vlissingen – Westkapelle. Op Java en Sumatra deden de commando's hun uiterste plicht. VERGEET DAT NOOIT...!"
Het was echter niet luid genoeg. Wij moesten de tekst herhalen. Met de klemtoon vooral op: "VERGEET DAT NOOIT."
Hierna konden wij ons naar de tent begeven, waarbij vooral de looppas niet werd vergeten. Puffend door de zware plunjezak kwam ik in tent 1 aan. Een van de cursisten merkte op: "Jonge, jonge, wat een bullebak."
Om het een en ander in mij op te nemen nam ik plaats op een van de veldbedden. Het was een 16 persoonstent; aan weerszijden van een smalle doorloop bevonden zich acht veldbedden. Bij binnenkomst van de tent zat ik aan de rechterzijde op het derde veldbed. Er hing een muffe bedompte geur.
Nauwelijks gezeten kwam brullend en tierend een instructeur binnen. Alras bleek dit sergeant Tauran te zijn; een tanig Ambonees voormalig KNIL strijder. Met trillende snorharen riep hij: "Wat een troep, wat een troep hier. Ik breek zowat mijn nek over een boomstam die hier voor de tent ligt. Hier krijgen jullie geen tijd om te zitten. Jij, jij en jij, pak je pionierschop en ga die boomstam begraven!" De boomstam......bleek een lucifer te zijn.
Hierna waren we in de gelegenheid om het commando kamp in ons op te nemen. Het kamp bestond uit zes cursistententen en een tent voor kadercursisten. Verder was er een keukentent en een nissenhut. Voor de nissenhut was een open plek, waar vele activiteiten zouden plaats vinden. Vergeefs zochten we naar een gebouw waar we ons konden wassen en scheren. Dit bleek in de openlucht te moeten gebeuren bij een aantal zinken troggen. Ook was er een douche in de vorm van een waterslang via een horizontaal opgehangen fietswiel. Toiletten; een latrine in open veld.
Voor en om het kamp een hobbelige zandweg. Verder werd het kamp aan het oog ontrokken door omliggend struikgewas. De toegang tot het ‘Commando Kamp’ was gemaakt van boomstammen.
Even later kregen wij enkele uitrustingstukken verstrekt zoals een speciaal vechtmes en een toggle. De toggle; een stuk touw van een meter lengte. Aan een zijde een lus en aan de andere zijde een houten klos. Onschatbare diensten zou deze toggle aan ons bewijzen.
Ko Remmerzwaal; een sympathieke tentgenoot uit de Zaanstreek werd aangewezen als tentoudste en als zodanig verantwoordelijk gesteld voor onze handelingen. Ondanks onze steun aan hem hoorden wij vaak sergeant Tauran schreeuwen: "Remmerzwaal......Remmerzwaal!"
Elke tent had een vaste instructeur voor speciale behandelingen. Reveille om 05.00 uur; sergeant Tauran kwam op gebruikelijke wijze de tent binnen. "Opstaan... opstaan... luilakken... opstaan!"
In onze tent was eveneens een knaap ingedeeld die samen met mij vanuit Vught was geselecteerd. Het was een tanige knaap en overal haantje de voorste. De straatnaampjes ‘commando’ had hij al reeds op zijn uniform gestikt. Hij was meer met eigen belang bezig dan met teamwork. De eerste week na aankomst moest hij al vertrekken…
Twee maanden lang werden wij in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat we fysiek en mentaal in staat waren om definitief tot het Korps Commando Troepen toe te treden. Drillen; het hoorde er nu eenmaal bij....
Gedurende de opleiding in het tentenkamp moest elke verplaatsing in looppas gebeuren. Zelfs al ging je naar het toilet. Instructeurs hadden argusogen.
Regelmatig namen ze de cursisten te grazen. Opdrukken was een favoriete straf. Het opleidingsgebeuren werd dagelijks uitgevoerd. Regelmatig werden wij over de storm- en hindernisbaan gejaagd. De klimtoren was ook een favoriete bezigheid. Het moest steeds sneller en vaker. Op ieder moment van de dag maar ook in de nacht werden inspecties gehouden. De instructeurs wisten ons wel bezig te houden.
In de ogen van de instructeurs was er steeds een reden aanwezig om een zogeheten ‘opvoedkundige maatregel’ toe te passen. Bij tij en ontij klonk hun geschreeuw in onze oren. Steeds weer waren ze in staat om motivaties verder te stimuleren. Fanatieke respons was dan ook niet van de lucht. Door individuele beleving ontstond grote collectieve verbondenheid en saamhorigheid.
Discipline en teamwork Wij moesten sportkleding aan om te starten met onze dagelijkse trimloop van vijf kilometer rondom het kamp. Hierna wassen en scheren, om schoon en fris aan ons ontbijt te beginnen. Wat was die koffie een bocht; echter op de duur wende het wel. Onze kok 'Hans Carnas' afkomstig uit Heerlen zou later werkzaam zijn als Chef de Party in een vijf sterren hotel in Maastricht.
Na het ontbijt appél en inspectie. Enkelen kregen een flinke uitbrander, omdat hun geweer niet schoon genoeg zou zijn. Spoedig zou blijken dat de pesterijen bedoeld waren om kaf van het koren te scheiden.
'Engelbrecht van Nassaukazerne' in Roosendaal. Een dag per week op bezoek voor extra trainingen. De luxe van voertuigen was voor ons niet weggelegd. Speedmars; met volle bepakking...
De hindernisbaan was een vermoeiende bezigheid; klimmen springen, kruipen. Het liefst door de modder want dat zagen de instructeurs graag. Bij het kruipen onder het prikkeldraad zat de pukkel regelmatig in de weg en de sergeant maar tieren...
Klimtoren; een buizen framewerk van 20 meter hoogte. In vele variaties werd de toren beklommen. Een der zijden bestond uit een houten lattenwand. In onregelmatig patroon waren blokjes bevestigd. Bestemd om de grondbeginselen bij te brengen van rots klimmen. Aan de andere zijde was op zestien meter hoogte een klein platform. Vanaf dit platform was een strak touw schuin omlaag gespannen. Men ging op het platform zitten, de houten klos van de toggle in de lus, de toggle dubbel over het gespannen touw, de handen in de ontstane lussen om vervolgens omlaag te suizen.
Na de primaire toggle afdaling werd aandacht besteedt aan de 'Dodenrit'. Vanaf het platform aangekomen ging men met de buik en een opgetrokken been op het touw liggen, het andere been opzij, het hoofd omlaag, de armen opzij, en.......suizen maar. Een vangnet was niet nodig; evenwijdig met het touw liep een sloot.
De koffie deed ons goed, tongen kwamen los en er werd gepraat over lekker eten, het weekend en 'De Groene Baret.'
Boksen en ongewapend gevecht; de sportinstructeur schreeuwde: "Laat maar eens zien wat jullie van val breken terecht brengen. Op fluitsignaal ligt er iemand op de mat, op het volgende signaal weer, zo niet dan schop ik je erop!"
Met discipline en teamwork; in ijltempo werden wij vele vaardigheden de baas...
Met Drietonners weer terug naar het kamp leek ons wel erg verdacht. Sergeant Tauran sprak in het Maleis tegen de chauffeur. De klep aan de achterzijde werd omlaag geklapt om vervolgens met de rit te starten. Even later riep de chauffeur iets in Maleis terug. Alras bleek het een afgesproken snelheid van 30 km te zijn. Tauran stond breed grijnzend op een zijbank en riep: “Ready.....? Go.....! Go…..! Go…..!”
Met aanloop en in duikvlucht sprongen wij van de wagen. Op het wegdek beland; val breken en opzij rollen want achter ons reed een volgende instructiegroep. Enkele voorbijgangers stonden verbaasd te kijken en tikten zich tegen het voorhoofd.
Door het vele stuntwerk vond geleidelijk aan een schifting plaats. Enkelen zagen het niet meer zitten en haakten af. Het was een periode van fysiek en lichamelijk afknijpen. Vaker werden wij uit onze slaapzak gewipt voor een nachtmars of om voor de nissenhut het ‘Commando lied’ ten gehore te brengen.
Alweer een nachtmars; vermoeid keerden wij terug. Een van de mede cursisten had hoge nood gekregen en wilde zich haastig naar de latrine begeven. De instructeur schreeuwde: “Zeg vent, waar is je geweer…..?” “Vergeten sergeant…..!”
De rest van de dag was hij de klos; opvoedkundige maatregel ‘Dom Geweer’, oftewel een stuk boomstam.....
Alhoewel ik goed gemotiveerd aan de opleiding was begonnen, had ik op een morgen de neiging om mij te drukken van de dagelijkse bosloop. Nauwelijks gestart dook ik de bosjes in om mij via het struikgewas naar de achterzijde van de tent te begeven. Zo met mij nog twee anderen. Tot onze ontzetting stond sergeant-majoor Bruijnooge ons reeds op te wachten. Wij kregen een flinke uitbrander en werden naar onze reden gevraagd.
Diverse uitvluchten spookten mij door het hoofd. De een merkte op: “Ik heb pijn aan mijn voeten majoor”, de ander zei: “Ik ben zo misselijk majoor…!” Bruijnooge schreeuwde: “Dan hadden jullie naar de hospik moeten gaan…!”
Ik koos eieren voor mijn geld en verklaarde: “Ik heb geen excuus, ik had er balen van…!” Tot mijn verbazing sprak de sergeant-majoor: “Dat antwoord kan ik waarderen. Jullie twee kunnen alsnog aan de bosloop beginnen…!” Wijzend op mij: “Bij hoge uitzondering mag jij vandaag overslaan…!”
Het weekend thuis was een welkome afwisseling; echter bij terugkomst gingen de pesterijen onvermoeid door. Ik nam een besluit: “Mij krijgen ze niet klein, blijven lachen, ik kan en zal die groene baret verdienen. Now matter how…!”
De stem van een instructeur kraaide: “Aantreden.” Zo snel mogelijk naar buiten om maar niet te laat te komen. Edoch het was niet snel genoeg. Zo werden we weer enige tijd bezig gehouden met omkleden en aantreden. Na enige tijd moesten wij ons voor de nissenhut verzamelen. Op de open plek lagen een aantal boomstammen. In groepen werden boomstammen op de schouders getild waarna het commando volgde: “Linker schouder...rechter schouder...!”
Iemand maakte een paar opmerkingen. Opvoedkundige maatregel; een kwartier praten tegen een zogeheten praatpaal. Hetgeen hij zei was zo niet belangrijk....
Schietmiddag op de schietbaan bij boer Bax. Op een afstand van honderd meter werd op vijf schijven geschoten. Evenwijdig aan deze schijven was onder het maaiveld een greppel gegraven. Met vier anderen moest ik hierin plaats nemen om na de serie schoten de resultaten aan te wijzen met een lange aanwijsstok. Bij de laatste serie schoten trof ik een slechte schutter. Geen enkele inslag in de schietschijf. Ik gaf echter een goed resultaat aan, hetgeen de instructeur wel bevreemdde; bij de laatste serie was maar door vier schutters geschoten….
Na de koffiepauze bij boer Bax was ik even tegen een boom gaan zitten. Een dutje; kostbare zaligheid. Ik werd wakker door de stem van een Luitenant “Zeg cursist, wie is Chroetsjov?” Verbaasd antwoordde ik “De premier van Rusland!” Tevreden liep de Luitenant na deze reactietest verder…
Vuurdoop Vanaf de vijfsprong tot aan het tentenkamp moesten wij tijgerend afleggen. De vuurdoop was erg realistisch. Met mitrailleurs werd op een hoogte van 60 cm over ons heen geschoten. Donderpotten die het geluid van granaatinslagen weergaven sloegen in als mentale klappen. Het lawaai was oorverdovend. Vanwege een traangasgordijn moesten wij onze gasmaskers gebruiken. De ervaring als mijnwerker benutte ik ten volle, door mij zo laag moegelijk tegen de grond te drukken. Ik was doodop.
Door transpiratie waren de glazen van het gasmasker volledig beslagen. Plotseling lag ik in een grote modderpoel. Om mij te oriënteren trok ik het gasmasker af, waarbij bleek dat ik pas de helft had afgelegd. Met betraande ogen zak ik enkele instructeurs die nieuwe traangaspotten ontstaken. Zij liepen dwars door het mitrailleurvuur; toen pas besefte ik dat er geschoten werd met losse flodders…
Elke nacht was je benieuwd wat er zou gebeuren; een terreinmars, inspectie, touwenbaan of weer die hindernisbaan. Elk moment konden ze je wakker maken. Klimtoren bij duisternis misschien…?
Limburg week Het was een vroege september ochtend toen wij werden wakker getrommeld. Met halfdichte ogen instappen in Drietonners richting Limburg. Onderweg vertelde ik mijn tentgenoten hoe mooi Limburg is. Pluvius was ons niet goed gezind; de regen kwam met bakken omlaag. In Limburg aangekomen sprongen wij uit de wagens waarbij wij tot over de enkels in de modder stonden.
Na enkele instructies begonnen wij aan een individuele kaartleesoefening van 30 km. De totale onbekendheid met het terrein maakte de oefening vrij pittig. Doodmoe en doornat kwam ik aan bij het verzamelpunt; de schietbaan in Amby.
Nadat het eigen potje was gekookt en de tenten opgezet klonk de bekende kreet:“Aantreden.“ In eerste instantie viel het mee: “Instijgen.” Wij konden onze verbazing niet op toen wij in Houthem-St.Gerlach voor een café uitstapten. Het was de Geulhemmermolen van mevrouw Bemelmans. Beter bekend als ‘Moeke”. Binnen enkele minuten was er een geweldige stemming…
Na een flinke nachtrust en een stevig ontbijt werd om 08.00 uur bij het bekende theehuisje gestart met de touwbaan over de Geul. Het was een zware opgave. Aan de overkant stond aalmoezenier ‘van de Vrande’ ons op te wachten voor een morele opkikker. In zijn hand hield hij een fles cognac en riep de instructeur toe “U vindt het toch wel goed dat de maten een slok koude thee drinken.” De sergeant lachte de aal toe; hij kende het grapje schijnbaar al langer. De aalmoezenier sprak ons bemoedigend toe en vertelde ons over zijn commando opleiding die hij als 42 jarige had ondergaan.
“Mannen, doorzetten jullie zijn er bijna. Het fysieke en mentale afknijpen hoort nu eenmaal bij de commando opleiding. Tijdens mijn opleiding ben ik ook enorm getreiterd. Een van de instructeurs had het speciaal op mij voorzien. Voor het weekend verlof kregen wij nog een wapen inspectie. Volgends de instructeur was mijn geweer niet schoon genoeg zodat ik het over moest doen. Achteraf vroeg de instructeur mij naar mijn mening hierover, waarop ik als antwoord gaf dat ik hem wel voor zijn kop had kunnen slaan. Ja mannen, een aalmoezenier is ook maar een mens.”
Na de afdaling en morele toespraak brachten wij een bezoek aan het bekende oorlogskerkhof ‘Margraten.’ Ik werd er stil van hetgeen waarschijnlijk ook wel de bedoeling zal zijn geweest. Na onze indrukken aldaar kregen wij een toespraak waarin het nut van een goede opleiding werd uitgelegd.
Hierna een speedmars van Meersen naar ’t Rooth. Gutsende regen was wederom een extra moeilijkheidsfactor. Maar ondanks dat haalde iedereen de eindstreep. Hierna een imponerende afdaling van 55 meter; de toggle was een kostbaar en onmisbaar bezit.
Bivak; de regen tikte met regelmaat tegen de tent. En weer het commando: “Aantreden voor terreinmars.” Achterelkaar liepen wij door de donkere nacht door modderige velden. Elke stap vergde kracht om de voeten uit de klei te trekken. Dwars door weilanden, waarbij het kon gebeuren dat meerdere personen over het prikkeldraad wilde stappen zonder dat ze het van elkaar wisten.
Niets vermoedend werd de draad naar beneden geduwd, het been opgetild en pats! De draad schoot een eind naar boven en haalde een hand of een ander gedeelte van het zo zwaar beproefde lichaam open. Links en rechts werd er gevloekt. Hijgend en ongelukkig ging je verder. Springend over slootjes, dwars door heggen en bossen waar terugspringende takken je gezicht openhaalde. Omdat men niet wist waar het einde was kon de tocht verschrikkelijk lang duren. Vervloekt Limburg…
'Brands' brouwerij; dorstig liepen wij hieraan voorbij. Een van de maten kreunde: “Ik kan niet meer en hou het voor gezien.” De instructeur reageerde: “Zolang je noch lucht heb om te praten kun je wel verder.” Ook ons inpraten op hem had geen zin meer. Hij gaf zich daadwerkelijk gewonnen. Wij hadden erg met hem te doen. Hij werd de brouwerij binnen gedragen waar hij enige tijd later werd opgehaald.
Sportdag Het was een terugkerende traditie dat er tijdens de opleiding een sportdag plaatsvond tussen cursisten van het tentenkamp en al gebrevetteerde commando’s. Diverse groepen werden samengesteld. Op het scherpst van de snede bevochten wij elkaar voor een overwinning. Hindernisbanen, speedmarsen, touwtrekken en wagentrekken.
Speedmars; vertrekken als groep en binnenkomen als groep. Vanaf de hoofdpoort via commando baan voor een ronde om de kazerne van totaal vijf km. Stopwatch gaf spannende tijden aan. Gemeten werd binnenkomst van laatste deelnemer per groep. Naast de voorgeschreven bepakking droeg ik tevens een mitrailleur. Eerst over mijn linker schouder vervolgens over mijn rechterschouder. Gesjouw en gehijg van jewelste; nadat wij weer de commandobaan opdraafden en nog 300 meter hadden te gaan wilde een instructeur de mitrailleur overnemen. Die eer heb ik aan mijzelf gehouden…..
Touwtrekken; elke groep een samengestelde gevechtsgroep van tien man. Tentenkamp; Voortgezette Opleiding; 104de Commandocie; 105de Commandocie; 108ste Commandocie.
Een lang touw was in het midden voorzien van een wimpel. Aan weerzijden van deze wimpel stonden tien personen opgesteld. Onder het wimpel was een streep getrokken; vanaf deze streep was aan weerszijden drie meter verder wederom een streep. Met man en macht werd getrokken om het wimpel over de buitenste streep te krijgen.
Samen met Ko Remmerzwaal hing ik voor in het touw, gevolgd door overige zeven maten en tenslotte als laatste man Piet van Deursen. Beren van kerels; de genoemde namen waren mijn tentgenoten en wij waren als zodanig goed vertegenwoordigd. Wij werden aangemoedigd door onze collega cursisten. Onder luid geschreeuw van de instructeur werden we op de proef
gesteld. Deze had ons ruim van te voren opgefokt “ Het is traditie dat door vechtlust cursisten als winnaar uit de bus komen. Laat jullie niet kisten…..!”
De sergeant bleek gelijk te krijgen. Waarschijnlijk staat nog in analen vermeld dat we met vlag en wimpel absolute winnaar werden….
Wagentrekken; voor de kazernepoort stond een drie tonner opgesteld. Hierin had een chauffeur plaats genomen die als opdracht had het voertuig zonder lopende motor te besturen.
Samengestelde groep moest achter in het voertuig plaats nemen. Na het fluitsignaal begon de tijd van de chronometer te lopen. Wij sprongen uit het voertuig; onze toggle werd aaneen gekoppeld. Het touw over onze schouder en langzaam aan kwam het voertuig in beweging.
Wederom flinke aanmoedigingen; de commandobaan op vervolgens een kleine ronde om de kazerne. Aan de achterzijde van de kazerne had een schildwacht de poort reeds geopend. Via het kazerne terrein weer naar de hoofdpoort waar een volgende groep klaar stond om hetzelfde te herhalen.
Onze groep moest beginnen; wij hingen zo schuin in het touw dat ons gezicht niet ver van het wegdek was verwijderd. Het schuim stond op mijn mond en ik was blij dat we deze zware route achter de rug hadden. Wij hadden ook een zeer goede tijd gemaakt; echter toen alle groepen binnen waren stond onze tijd ter discussie. Wij stonden voor de keus om de overwinning aan anderen over te laten of ons opnieuw bewijzen. Graag of niet graag; we kozen voor het laatste. Wederom liepen wij een formidabele tijd. Geschiedenis werd geschreven; wij braken ons eigen record en bleven onbetwiste winnaar….!
Afmatting Links, rechts, links, rechts.....; luid schreeuwend marcheerde sergeant Tauran ons af, dwars door de stad voor ons laatste weekend verlof. Bij het station aangekomen gaf hij ons ten overstaan van het publiek een laatste boodschap mee “Ik adviseer jullie om het weekend rustig aan te doen. Maandag beginnen we aan de laatste fase van jullie opleiding.”
Tijdens deze one man show bewoog mijn rechterbuurman zich enigszins op zijn plaats. Hierop volgde een enorme tirade: “ Blijf in de houding staan klootzak; al staat er een hoer aan je gulp te friemelen dan noch blijf je in de houding staan…!” Wederom met trillende snorharen en sterk rollende rrr.
Het verzamelde publiek keek ons vol medelijden aan. “Ingerukt…..mars!”
Het was een kort weekend. Zondagavond voor 24.00 uur moesten wij weer binnen zijn. Zodoende verbracht ik dit weekend bij familie in Maassluis. Trots vertelde ik oom Jaap en Tante Louise over mijn opleiding. Bij mijn vertrek stopten zij mij een rijksdaalder toe.
Allen waren ruim voor tijd terug. Voordat wij ons ter ruste begaven spraken wij elkaar moed toe. Amper in slaap gevallen werd er geschreeuwd “Alarm.....Opstaan…..Alarm…..!”
Korte tijd later stonden wij buiten met alarmbepakking. Deze bestond uit pukkel, ransel, en een dekenrol. Geweer, patroontassen, vechtmes, toggle, veldfles en pionierschop. Hierna werden wij met voertuigen afgevoerd; bestemming…. wacht maar af!
In de omgeving van Best werden de voertuigen verlaten waarna werd aangetreden voor een mars van 50 km. De instructeur sprak ons toe “Wees zuinig met jullie rantsoen. Per etmaal krijgen jullie een liter water en zes biscuits.”
Het was een flinke tocht en gelukkig geen uitvallers. Bij Weert aan een bosrand kregen wij het commando “Ingraven!” De instructeurs die regelmatig werden afgelost droegen er tevens zorg voor dat wij niet in slaap vielen. En dan maar turen naar een vermeende vijand. Nadat wij zo enige tijd in het schuttersputje hadden gezeten klok er weer een commando “Verzamelen!”
Enkelen gromden “Wat nu weer.” De instructeur schreeuwde “Van al dat zitten worden jullie maar lui. Pak je geweer voren bij de loop en strek je arm…..ja goed zo. Strekken, ja strekken maar. Ik tel wel tot tien; een…..twee…..drie…..omhoog die arm. Vier…..vijf…..zes…..zijn jullie nou al moe. Acht…..negen…..nog even volhouden. “ Na het verlossende tien voelde mijn arm zich aan als een stuk lood.
Schuilbivak….., eindelijk mochten wij gaan slapen. Nadat onze tentjes waren opgezet vielen wij alras in slaap. Het was een kostbare zaligheid en van korte duur. Wederom een kreet “Alarm…..verplaatsen!”
In speedmars moesten wij ons 10 km verder verplaatsen en weer ingraven. Daar zat je dan letterlijk en figuurlijk in de put elkaar aan te kijken. De vermoeidheid was van de gezichten af te lezen. Ik was gebroken maar vastbesloten door te gaan tot het bittere einde…..
Weer tentje opzetten voor een korte rust; elk minuutje was meegenomen. Echter weer die vervloekte kreet “Aantreden…..wapeninspectie!” Mijn geweer was niet zuiver genoeg. “Eerst je geweer poetsen dan weer rust!”
Na de rustpauze de reeds bekende terreinmars door bos en hei. Door vermoeidheid viel het natuurschoon niet op. Tijdens een pauze vlakbij een ven wilde ik met enkele anderen de veldfles vullen. De instructeurs hadden haviksogen. “Afblijven.....willen jullie soms buikkramp krijgen; afblijven…!”
Het werd steeds moeilijker om met het rantsoen uit te komen. Mijn laatste biscuits had ik reeds genuttigd en mijn maag begon behoorlijk te knorren. Na een poosje zei een van de instructeurs “Nog enkele kilometers, de wagens zijn reeds onderweg met een warme hap.”
Inderdaad, na een tiental minuten zagen wij in de verte de drietonners staan. Het water liep mij in de mond…..maar wat nu weer. Wij waren de wagens tot enkele meters genaderd waarop zij langzaam wegreden. De sergeant zei:“Jammer ik heb mij zeker vergist.” Vervloekte sergeant!
Venlo, wij kwamen langs de veiling. Op enkele plaatsen lagen hopen tomaten om te worden doorgedraaid. Ik wilde enkele tomaten oprapen en weer een kreet “Weggooien…..de eerste de beste die zich niet houdt aan de regels kan de groene baret wel vergeten!”
Ieder voor zich had de grootste moeite met de mentale harding, echter onderling bestond er een zeer hechte band. Als iemand het te moeilijk kreeg werd hij door anderen moreel opgebeurd. Ondanks moeite vielen er toch weer enkelen af. Jammer, zo dicht bij het einde!
Speedmars; de regen gutste als vanouds weer omlaag. Piet van Deursen een stevige knaap uit Dordrecht kreeg het echter nu te moeilijk. Samen met Ko Remmerzwaal ging ik naast hem lopen. Met onze handen op zijn rug samengevouwen namen wij hem op sleeptouw. Piet was doodop echter ieder mens heeft wel eens een duwtje nodig.
Nadat wij vijf dagen en nachten in touw waren geweest met vallen en opstaan bereikten wij doodmoe het commando kamp. Wij hadden 250 km achter ons gelaten en kregen de laatste instructies voor onze intocht in Roosendaal.
Ouders hadden intussen een uitnodiging ontvangen om bij de feestelijke baretuitreiking aanwezig te zijn. Mijn ouders, broer en zusje waren enkele dagen op familiebezoek in Maassluis geweest. Terwijl moeder met mijn broer en zusje naar huis ging kwam vader naar Roosendaal om de binnenkomst en baretuitreiking bij te wonen.
In de verte hoorden wij muziek. Voor de kazerne was een erepodium opgesteld. Korpscommandant, officieren, burgemeester en ander autoriteiten hadden plaatsgenomen.
Hiernaast de Koninklijke Militaire Kapel en Commando’s van vorige lichtingen. Tevens ouders, vrienden, verloofden en publiek ui Roosendaal.
Ik voelde geen pijnlijke voeten meer; mijn borst zwol van trots. Bij het naderen van het erepodium kregen wij luid en duidelijk het commando “Hoofd…..rechts!” Waarna een saluut van officieren en van andere aanwezigen………een luid applaus.
Vader kwam naar mij toe om mij te feliciteren. Terwijl wij ons naar de zalen begaven voor onze persoonlijke verzorging werden familieleden in de kantine onthaald op koffie en kregen een film vertoond van de commando opleiding.
In de slaapzaal aangekomen schrok ik van mijn spiegelbeeld. Gedurende de laatste weken was ik erg afgevallen. Tevens het slaapgebrek van de laatste week droeg bij aan dit schrikeffect. Nadat wij allen waren opgefrist kregen wij een gezamenlijke warme maaltijd. Wij aten bloemkool, hetgeen ik thuis nooit wilde eten…!
Baretuitreiking Later op die dag hadden we onze baretuitreiking. Onder het toeziende oog van familie en vrienden sprak overste ‘Ranft’ ons toe: “Door jullie prestatie hebben jullie bewezen waartoe een mens in staat is. Grenzen zijn verlegd; steeds als jullie dachten de bodem bereikt te hebben bleek dat er nog wel een schepje boven op kon. De groene baret wordt aan jullie verstrekt ten teken van bekwaamheid. Vergeet echter een ding niet. Jullie zijn er nog niet. Dit is pas het begin!”
Vervolgens werden de baretten uitgereikt en op commando werden de mutsdassen ver van ons af gegooid. Uit onze kelen schalde luid de commandoleus: "NUNCQ AUT NUNCQUAM !"
Na de ceremonie stormden overige commando’s naar voren en moesten de baretten weer van het hoofd. Zij werden ingezegend met bier. Eindelijk de begeerde baret; mijn eigen baret!
Na dit officiële gedeelte kregen wij allen vier dagen prestatie verlof toegekend. Onderweg naar het station liep vader nog trotser door de straten dan ik. Echter nauwelijks in de trein gezeten viel ik door vermoeidheid overmand in diepe slaap.
Ferme jongens, stoere knapen volgens het bekende lied. Echter toen het moment van afzwaaien was aangebroken, hadden velen het erg moeilijk. Door onze zware opleiding en maanden lang samenzijn was er een zeer hechte band ontstaan.
Wij waren reeds enkele dagen geleden uit Duitsland teruggekeerd. Op de appèlplaats stond de nieuwe lichting reeds klaar om onze plaats te gaan innemen. Handen werden geschud en schouderklopjes uitgedeeld.
Toen de drietonners in beweging kwamen renden wij naar de poort. Kapitein Siers reed de colonne voor op de motor. Terwijl de colonne aan ons voorbijreed, gingen wij in de houding staan en brachten een saluut. De kapitein salueerde terug en de anderen zwaaiden. Enkelen konden de emoties nauwelijks de baas.
Ook zij die het meest hadden uitgekeken naar hun afzwaaien, konden moeilijk tot vertrek komen. Adressen werden uitgewisseld, wederom handen geschud, gelachen en gehuild.
Met een klein groepje reisde ik dezelfde richting en wij besloten eerst nog een bezoek te brengen aan de ons zo vertrouwde City-Bar. Na een tijdje namen wij afscheid van Jos en Tante Lien om naar het station te vertrekken.
In Breda moesten wij overstappen en enkelen moesten hier een andere trein nemen. Daarom spraken wij in Breda af om nog enkele cafés aan te doen. Het was zeer zeker niet vanwege de dorst maar om het afscheid nog even uit te stellen.
Uiteindelijk moesten wij naar het station om onze laatste trein te halen. Mijn buddy Arie van de Ham reisde richting Nijmegen. Bij het afscheid kreeg ik een brok in mijn keel. Helaas zou ik hem nooit meer terug zien. De bekende Kerst- en Nieuwjaarswensen bleven behouden. Op 65 jarige leeftijd is hij overleden.
Corry Heijmans; de kleine houthakker uit Best was mijn laatste reisgezel. Wij haalden nog enkele herinneringen op. In best namen wij hartelijk afscheid. Ook hem zou ik nooit meer terugzien. Enkele jaren later op een Reünie vernam ik dat hij was overleden.
Wat nu… Ondanks de zware militaire training en vorming had ik erg tegen het afzwaaien opgezien. De diensttijd had ik enorm genoten en de wetenschap dat ik terug de mijn in moest kwelde mij zeer.
Gedurende de laatste weken van de diensttijd had ik regelmatig de advertenties in ‘De Legerkoerier’ geraadpleegd. Ondanks vele aanbiedingen kon ik geen passende mogelijkheid vinden. Tevens had ik nog de verplichting aan het mijnbedrijf om tenminste 6 maanden terug te keren. Tijdens mijn diensttijd had het bedrijf het pensioenfonds doorbetaald. Eveneens hadden mijn ouders een aantal sociale voorzieningen doorgenoten.
Wat vielen mij de afdalingen weer tegen. Het verstoken zijn van het daglicht en het mensonwaardige werk kon mij niet meer bekoren. Echter het loon dat beduidend hoger was dan het gemiddelde inkomen, verzachtte de wonde. Terwijl ik bezig was om van beroep te veranderen, waren het weer anderen die vanwege de verdiensten, het mijnwerkers beroep opzochten.
Via een kennis die in Duistland werkte, kwam ik enkele maanden later in contact met de ‘Glazstoffabrieken’ in Oberbruch. Het was een volcontinu bedrijf en de lonen waren goed. De voorlichting aldaar beviel mij en ik vroeg ontslag op de mijn.
De arbeidsverhouding was in die tijd zodanig dat men niet zonder meer kon opstappen. De ontslagaanvraag werd geweigerd op grond van dat continu diensten en het pendelen naar Duitsland niet werd gezien als verbeteren van positie. De verplichte 6 maanden zouden uitgroeien tot 6 jaar.
Nawoord Individuele vorming en collectief bewustzijn bracht grote saamhorigheid. Nooit heb ik spijt gehad over mijn opleiding bij het KCT. Vaker bleek de ‘Groene Baret’ de sleutel te zijn tot succes. Kennelijk hebben onze voorgangers en de tienduizenden die in de loop der tijd de ‘commando opleiding’ hebben gevolgd het hart op de juiste plaats zitten. Mentaliteitskwestie...!
Ongeacht welk lichtingsjaar; fysieke en mentale vorming zal niet veel van elkaar hebben afgeweken. Echter toegegeven de huidige ‘commando’ met al zijn technische hulpmiddelen behoort daadwerkelijk tot de elite eenheid van de krijgsmacht…
Het Korps Commando Troepen is het keurkorps van de krijgsmacht. Zoals alle commando’s ter wereld dragen ook de Nederlandse de ‘groene baret’ en kunnen ze worden ingezet voor speciale operaties. Daarmee behoren ze tot de zogenaamde ‘Special Forces.’
Pittige tijd; discipline en karaktervorming door grenzen te verleggen. De Groene Baret is voor mij een symbool dat ik aan drie persoonlijke doelstellingen heb voldaan. Tevens de basis voor verdere levensloop. Zaadjes werden gelegd; met heel veel dank aan instructeurs.
* Op speciaal verzoek van "Commando Vereniging Limburg," én uit persoonlijke overtuiging heb ik de Amerikaanse versie "The Ballad of the Green Berets," in het licht van herkenning geplaatst.
* De Ballade; een hommage aan hen die dienen of hebben gediend bij het "Korps Commando Troepen."
* Commando's; gevormd uit de kern van de maatschappij, mede behorend tot de elite van de krijgsmacht. Overal waar hun vaandel wapperde deden zij hun uiterste plicht.
* Karakter, overuigiging en inzet, dragen toe tot gemeenschapszin en saamhorigheid.
* Adel verplicht; met gepaste trots en voldoening presenteer ik U, de "Commando Ballade."
Met commandogroet, NUNC AUT NUNQUAM
Commando Ballade Schotland was de bakermat; vechten, lopen, afgemat. Door de lucht en overzee; namen zij de wapens mee.
Commando's van het eerste uur; zagen hel en vagevuur. Zij aan zij en hand in hand; strijden voor het vaderland.
Stormschool was in Bloemendaal; tentenkamp in Roosendaal. Vriendschap, moed en offergeest; typeert hen het allermeest.
Onze vlag, Rood, Wit en Blauw; Groene Baret, voor eeuwig trouw. Wil men zijn voor altijd vrij; mensenleed en rij aan rij.
Wordt de mensheid ooit nog wijs; strijden zij tot elke prijs. Het geweld blijft steeds bestaan; zal het ooit nog overgaan?
Samenvatting * 38 jaar omzwervingen; tiental verhuizingen. * Terug naar onze geboortestreek. * Enerzijds nostalgie; anderzijds realiteit. * Wij hebben de keuze goed overwogen. * Wij hopen de cirkel nu rond te hebben. * Uw vriendschap; onze dank...!!!
Na de sluiting van de mijnen kwamen ruim 60.000 mensen op straat te staan. Limburg had geen of weinig vervangende werkgelegenheid. Noodzakelijke volksverhuizingen waren een feit. Voor ouderen, met vele dienstjaren was de sluiting een bittere pil. De jongeren hebben tijdig kans gezien om het zware en ongezonde beroep te ontvluchten.
Middels omscholing, aplicatiecusrsussen en de behoefte om hogerop te komen heb ik door flexibele instelling dat bereikt wat ik wilde. De vele verhuizingen waren hier een gevolg van. Onze blik is hierdoor verruimd; echter toegegeven, elke keer deed het afscheid nemen pijn. Vriendschappen en contacten werden opgebouwd en omgevingen zijn ons vertrouwd geraakt.
Naast het schrijven van verhalen en gedichten is muziek en met name de zang mijn grote hobby. Bij het beluisteren van muziek kan ik volledig wegdromen en mijn fantasie de vrije loop laten. Reeds in mijn jeugdjaren maakte het "Belcanto" van beroemde zangers een diepe indruk op mij. Mijn droom was operazanger te worden. Vaker stond ik dan ook voor het "open raam" te zingen.
Helaas heb ik mijn droom niet kunnen verwezenlijken, echter mijn hobby heb ik steeds professioneel benaderd. De zang; mijn passie. Kwaliteit; steeds weer de primaire doelstelling.
Op de muziekscholen Breda, Eindhoven, Almelo en Venlo heb ik muzikale vorming en zangles genoten. Eveneens heb ik in Eindhoven privé zangonderwijs gevolgd bij de Tjechische zangpedagoge Vera Plojahr.
Mijn persoonlijke voorkeur heeft zich ontwikkeld richting operette, opera, musical en bovendien het kunstlied. Als bariton heb ik diverse verenigingen mogen dienen. Helaas moest ik vaker door werkomstandigheden en verhuizingen vaarwel zeggen. Mijn grote liefde; het Venloos Operette Gezelschap...!!!
Venloos Operette Gezelschap Het "Venloos Operette Gezelschap" is vanaf 1999 een officiële vereniging. Vanaf 2000 t/m 2004 was ik als bariton lid van dit gezelschap.
Tevens heb ik vanaf begin 2003 t/m eind 2004 het secretariaat "Nieuwe Stijl" op de rails gezet. Het was een periode van spitten, zaaien en oogsten. Conclusies en aanbevelingen werden gedaan. Met veel genoegen en voldoening heb ik deze taken gedaan.
Door de verhuizing van Venlo naar Kerkrade (juni 2004) ben ik tot het eind van het jaar blijven pendelen. Helaas bleek dit op langere termijn niet meer haalbaar te zijn. Met pijn in het hart heb ik afscheid genomen van een geweldige fijne club.
Echter met heel veel plezier denk ik terug aan de zeer prettige tijd. Vooral de sfeer van het VOG in het algemeen en een aantal mensen in het bijzonder. De verzorging van het secretariaat; repetities; uitvoeringen; uitstapjes; feestavonden; barbecue; maar bovendien de leuke en soms diepgaande gesprekken.....
Nawoord VOG heeft inmiddels een eigen website. Mijn complimenten; zeer professioneel
Op 6 september 1948 werd prinses Juliana, na de troonafstand van haar moeder Wilhelmina, ingehuldigd als nieuwe Koningin.
Er was een feetscommitee, die ter ere van de nieuwe Koningin een optocht organiseerde. Muziekkorpsen, turnverenigingen, padvinders en gidsen zouden op de markt langs het bordes van het stadhuis voorbijtrekken.
Enkele dagen voor de optocht had vader mijn step versierd. Over het stuur had hij een boog gespannen. Deze was versierd met oranje linten en strikken. Door de spaken waren eveneens oranje linten gevlochten.
De dag voor de optocht reed ik trots met de step door de koestraat. Maria Sangen, de oudste zus van mijn jeugdvriendin Annie moest voor boodschappen naar de Coóperatie. Zij vroeg mij om samen op de step te gaan.
Terwijl ik beide voeten op de loopplank hield, leunde ik tegen het stuur. Maria steppend en sturend, verloor plotseling het evenwicht, waardoor we kwamen te vallen.
Ik had meer verdriet om de beschadigde boog dan van de bezeerde knieën. Maria troostte mij met een ijsje...!!!
Zijn naam was Albert, maar iedereen kende hem als 'Al' en sommigen noemden hem 'Alberto'. Zijn beroep was vrachtwagenchauffeur. Zijn verhalen waren steeds bijzonder.
De verhalen die hij vertelde, waren zó gruwelijk overdreven, dat hij aanvankelijk de bijnaam had van 'De Fantast'. Aan ons jongeren vertelde hij: "Bij ons op zolder staat een zilveren fiets en mijn vader heeft een gouden buik".
In zijn jonge jaren werkte hij in het 'Roxy Theater'; liep met een zaklamp voorop om de plaatsen aan te wijzen. Vaak kondigde hij in geuren en kleuren de film van de komende week aan (ook zwart-wit).
Tijdens avonden van de buurtvereniging droeg hij gedichten voor, of speelde hij op zijn mondharmonika. Zo speelde hij virtuoos op een piepklein mondorgeltje.
Op een keer wilde hij een zakcentje verdienen en vroeg of ik ook interesse had. Hieropvolgend werden aan de spoordijk wilde katjes geplukt en in kleine bosjes gebundeld. Vervolgens de verkoop in een welgestelde buurt. De verhalen die hij aan de dag legde deden de verkoop dan ook zeker slagen.
Een andere keer op een herfstavond, leunde hij uit het slaapkamerraam van zijn ouders. Hij vertelde weer zijn verhalen aan ieder die het maar horen wilde.
Plotseling hoorde hij gestommel op de trap en zag even later een witte schim in de slaapkamerdeur verschijnen. Zijn enigste redding was door het raam naar buiten. Vanaf die tijd had hij de naam van "Paraschuutspringer"!
De witte schim..........??? Zijn vader in lange onderbroek...!!!
Enkele jongens uit de buurt waren soldaatje aan het spelen. Het spel werd erg realistisch gespeeld. Een van hen had een versleten piespotje op het hoofd gezet.
Heel voorzichtig naderde hij de vijand....., echter ook hij werd heel voorzichtig benaderd.
Plotseling kreek hij met een enorme knots een ontzettende dreun op zijn helm. Hierdoor raakte het potje bekneld over zijn oren. Wat een paniek...!
Met spoed naar de smid; deze wist wel raad. Hij kwam aanlopen met een snijtang en verklaarde doodnuchter dat het hele hoofd er maar af moest.
Het geschreeuw van de Jeu (W), leek op dat van een varken dat ter slachtbanke wordt geleid.
In Kerkrade op de Markt was een klein snoepwinkelje. Het winkeltje werd beheerd door een oud vrouwtje. Wij noemden haar "Het Wiefke".
Voor een paar centen kon je al veel verkrijgen; suikerpapier, drop, of toverballen. Vooral het laatste was een begeerd artikel. Om het wonder van de kleurverandering te bewonderen, was de toverbal vaker uit de mond dan in de mond.
Het Wiefke was erg bijziend. Verlustigd op de lekkernijen, maar door geldgebrek, stopten wij vaker een oude munt, of een cent in zilverpapier gewikkeld, in haar handen.
Ook een begeerd artikel waren de vierkante plakken kouwgum. In die verpakking bevonden zich foto's van bekende filmsterren zoals; Johnnie Weismuller, Carry Cooper, John Wayne, Roy Rogers, e.d.
In de Nassaustraat woonde Louki (V); hij had niet alleen veel dubbele plaatjes, maar hij praatte ook dubbel.
Regelmatig vroeg hij dan ook: "Wil jij met mij fi....., fi....., fi....., fimmelsterren ruilen"?
In de buurt was een groot natuurgebied. Er was bos en water waardoor prachtige speelgelegenheid. Wij waren er vaak te vinden en beelden verhalen uit die we kenden van de film zoals Cowboy en Indiaan of de rol van Tarzan.
Het liep tegen Pasen; ik had een nieuw blauw matrozenpakje gekregen. O, wat chique!
De dag voor Pasen mocht ik het pakje reeds aan. Trots als een pauw liep ik door de straat. Moeder maande mij echter om voorzichtig te zijn.
Even later ging ik met Jan (K) naar het natuurgebied. Wij klommen in een boom en wilden Tarzan nadoen. Tarzan kon het schijnbaar beter want wij kwamen helaas in de blubber terecht. Wat een pech...!!!
Als dieven in de nacht via de Emmastraat en een tuinpaadje door de achtertuin voor hulp naar Laurens (D). Wij wilden onze kleren bij de kachel drogen. Omdat wij hout nodig hadden voor de kachel werden eerst enkele houtblokken verspaand. Op het moment dat ik bukte om houtspaanders op te rapen, kwam het bijl naar beneden. Een ernstige hoofwond was het gevolg. Dubbele pech...!!!
Met een handdoek om mijn hoofd én toch nog een nat pakje naar huis. Helaas een pak slaag. Driedubbele pech...!!!
Op 21 maart 1951 overleed de burgemeester van Kerkrade. Dagelijks liep de schooljeugd voorbij het bordes van het gemeentehuis. Op de jeugd had de burgemeester steeds een sympathieke indruk gemaakt. Wij vonden zijn heengaan dan ook bijzonder spijtig.
Korte tijd later was ik met enkele vriendjes aan het spelen bij het zogeheten "Verboden Bos".
Wij zagen enkele gemeente-arbeiders in de hun bekende houding staan; met hun oksel leunend op een schop. Dichterbij gekomen hoorden wij hoe ze aan het roddelen waren over de pas overleden burgemeester.
Wij zinden op wraak!
Een eind verder stonden hun fietsen; aan het stuur bevonden zich leren bontgevoerde handwarmers. Jan (G) had een idéé; hij dook de bosjes in om even later de binnenzijde van de handwarmers in te wrijven met ontlasting.
Onsmakelijk ja................., maar wij hielden toch zoveel van de burgemeester...!!!
Kerkrade was twee bioskopen rijk; het "Hollandia" en het "Roxy" theater. In het week-end stonden de mensen in een lange rij voor een bezoek.
Er speelde weer een leuke Tarzan film met "Johnnie Weismüller" in de hoofdrol. Helaas kwam ik met een stel vriendjes enkele dubbeltjes te kort. Zodoende gingen wij in de belt lege flessen zoeken.
Wij vonden enkele lege melkflessen en brachten deze naar melkboer Faber in de Koestraat. De winkel bevond zich op de begane grond en het woonhuis boven de winkel. Naast de winkel was een lange overdekte gang. Deze gang kwam uit op het erf achter de winkel.
Nadat we statiegeld hadden ontvangen bracht de melkboer de flessen achter de winkel naar de binnenplaats. Intussen stond in de gang reeds iemand van ons klaar om via het poortje weer enkele flessen te vergaren. Natuurlijke ging dit slecht maar één keer goed. Even later was het de beurt van Jan (G). Heel voorzichtig opende Jan het poortje maar had echter buiten de waard (lees Faber) gerekend. Deze verkocht Jan een flinke draai om de oren.
De film...................., gelukkig legde vader nog wat bij!
Ik was in de straat aan het voetballen. Moeder riep mij om een boodschap bij de slager te doen. "Hè, hè.....altijd ik". Maar het geklaag had geen zin. De boodschap moest toch gebeuren. Ik vroeg aan Laurens (D), of hij even mee ging naar America.
"Dat is wel erg ver" zei Laurens plagend, wetend dat America de naam van de slager was. Samen op één fiets reden wij naar het centrum van Kerkrade. Daar werden pampletten uitgedeeld. Terwijl wij zo voorbijfietsten greep ik naar een aantal pamfletten.
Door middel van het pamflet zocht de KVP steunbetuiging voor de aankomende kamerverkiezing. Tevens was er een prijsaankondiging door middel van een volgnummer. Na de boodschap wilden wij ons huiswaarts begeven.
Plotseling scheerde er een helicopter over ons heen; deze bleek te gaan landen op het terrein van de huidige "Roda Hal". Nieuwsgierig gingen wij een kijkje nemen. Via megafoons werden winnende nummers van de pamfletten afgeroepen.
Al gouw bleek dat ik een winnend nummer had. Samen met een buurtgenoot mocht ik in de helicopter plaats nemen voor een rondvlucht boven Kerkrade. Dit was indrukwekkend.
Echter toen ik later thuis kwam was moeder boos; ze stond al enige tijd op het vlees te wachten en vader was ook al thuis van de mijn. Opgewonden vertelde ik wat ik gewonnen had. "Ja, ja, jouw fantasieën ken ik......", zei moeder.
Gelukkig stonden de volgende dag de winnaars met een foto in de krant.....!!!
In de wijk waren diverse grote gezinnen. Als er kermis was of iemand de communie deed, werden de broden en vlaaien thuis voorbereid en op grote houten platen naar de bakkerij gebracht om af te bakken. Dit was wel zo voordelig.....
Liggend in een weiland tussen de paardenbloemen en de koeienvlaaien. Kouwend op een grassprietje of zoekend naar een klavertje vier, droomden wij over de toekomst...
Rolduckerveld; weilanden en akkerbouw. Met volle gloed glansden de korenvelden in het gouden zonlicht. Over een tiental meter volgden wij een platgetrapt spoor en stuitten op een verschrikt vrijend paartje....
Het was een prachtige zomerse dag. Met een aantal vriendjes was ik in het stadspark aan het spelen. Omdat het zo warm was hadden wij onze bovenkleding uitgedaan. Tijdens een stoeipartij liep Jan (K) een bloedneus op. Stoer smeerde Jan enkele bloedvegen op zijn borst. Terwijl ik met een stokje steekbewegingen maakte begon Jan vreselijk te schreeuwen. Op het fietspad reed een man voorbij; ontdaan smeet deze zijn fiets neer en kwam in paniek aanlopen........
Op een andee keer hadden wij fietsen gehuurd voor een uitstapje. Vanuit de verte kwam ons een verliefd wandelend stel tegemoet. Vlug werden enkele fietsen over elkaar gelegd. Jan (K) en Jan (B) gingen er kreunend naast liggen. De anderen zwaaiden om hulp. De man kwam toesnellen en riep : "Ik ben EHBO-er"! Hierop grepen wij snel onze fietsen, de man hevig scheldend achterlatend.......
Wederom hadden wij fietsen gehuurd voor een trip naar Valkenburg. In het Geuldal werd gepauzeerd. Terwijl ik in de Geul ging zwemmen, zaten Jan (K) en Laurens (D) aan de oever om een boterham te eten. Het was erg prettig om met de waterstroom mee te drijven. Maar leven later stroomopwaarts viel erg tegen. Nadat ik zo een tijdje met het water geworsteld had, wilde ik terug naar de kant. Ik werd echter door de stroom gegrepen en ging kopje onder. Allerlei beelden gingen door mij heen; toen ik boven kwam schreeuwde ik om hulp. Weer ging ik kopje onder; wat een paniek. Ik dacht dat mijn longen zouden barsten. Toen ik weer boven kwam zag ik in een flits tegen de oever een boom. Terwijl ik weer schreeuwde, greep ik mij vast aan een laaghangende tak. Door het gewicht boog de tak door, maar ik bleef vasthouden en schreeuwde nogmaals om hulp. De twee aan de kant hadden inmiddels ontdekt dat het ernst was en trokken mij aan de kant. Wat een opluchting.....
's Zondags rond het middaguur moesten wij rustig zijn. Door de duivenliefhebbers werd de thuiskomst van de duiven afgewacht.Hier waren flinke bedragen op ingezet. Meestal deden wij dan in het tuinpaadje knikkeren of centje gooien.....
De Koestraat was een zeer gezellige straat. Leuke spellen werden gespeeld. Voetballen, verstoppertje, bokspringen, hinkebeen of touwspringen. Af en toe moesten wij aan de kant om een auto door te laten. Mijn buurmeisje Annie speelde heel leuk gitaar. Wij zongen dan fijn mee. Zo zijn waarschijnlijk talenten geboren....!!!
Er was een flink pak sneeuw gevallen. De hellingen en weilanden waren bedekt met een dikke laag sneeuw. Sneeuwballengevechten en wat dies meer zij...
Na schooltijd genoten wij door met onze sleeën van de hellingen af te dalen. In de wijk 'Teutelebroek' was een zeer steile helling. Door de snelheid die men tijdens de afdaling ontwikkelde, kon men zelfs aan het einde van de helling nog een honderdtal meters doorsleeën evenwijdig aan de spoordijk tot aan de tramtunnel. De afdaling was een sensatie, maar de klim naar boven......
Om deze reden waren wij toch vaker te vinden op de kleinere helling van boer (B). In dit weiland was een prachtige glooiïng die doorliep tot aan de rand van het stadspark. Het was er altijd erg druk en een heel gezellige sfeer. Zelfs de oudere jeugd en ouders waren er te vinden.....
In de Ehrensteinerstraat woonde familie (G). De vader was invalide door een ernstig mijnongeval. Zij hadden een groot gezin: de smid had een speciale gezinsslee gemaakt. Met acht personen kon men hierop plaats nemen; wij noemden deze slee dan ook de 'autobus'.....
Als de maan aan de hemel stond en de sterren flonkerden, was het aangenaam om de meisjes uit de wijk in onze nabijheid te hebben. Knus tegen elkaar op die grote slee; het waren heerlijk ervaringen.....
Bevroren ramen; ijspegels aan de dakspanten, maar óók koude lakens brrr... Rolduc met enkele bevroren visvijvers. De schaatsers konden hier hun beste beentje voorzetten. Velen waren echter niet in het bezit van deze luxe. Desondanks was het steeds erg druk én werden de schaatsbewegingen vlijtig geoefend.Vallen kon men ook zonder schaatsen!
Het fornuis vond ik in de winter een uitdaging; op de gloeiende platen liet ik sneeuwballen dansen. Het schouwspel leek veel op de stervende zwaan...!
In de laatste fase van mijn werkzame carrière werd ik enorm belast met uitbreiding van taken. Enerzijds vond ik het een compliment, anderzijds wilde ik dit eigenlijk niet. Een enorme stress periode uitte zich in veel lichamelijke klachten; uiteindelijk viel mijn stem weg. Ruim zes weken lang kon ik geen geluid uitbrengen. Enorme frustratie was het gevolg.
In onze 'dromen' zijn wij vaak op zoek naar het einde van de regenboog. Ieders leven wordt in meer of mindere mate gekenmerkt door een rode, zwarte en zilveren draad.
Een proces van hollen, vallen en opstaan. Handreikingen; vaak op het juiste moment. Elke ontmoeting of ervaring is niet zó maar toeval; bewustwording het doel. Aan ons de keuze of we de deur openen of sluiten.
Via een fuik in een diep ravijn. Voor mij een enorme berg. De klim naar boven, moeizaam. Veel hobbels en hindernissen.
Plotseling een loodrechte wand. Onbekende nam mij bij de hand. Wees de weg naar een boom. Brug naar de top; in een droom.
Ruimte, onmetelijk, indrukwekkend. Grenzeoos onderweg; in "Droomland". De tijd stond stil, het maakte niet uit. Geen gehaast, tijd genoeg.
Genietend van het ogenblik. Een oase van rust. Harmonie en evenwicht. Bron van vreugde en geluk.
Valleien, prachtig groen. Blauwe hemel, meren en rivieren. Zonlicht in gouden gloed. Warm en intens de mens.
Vogels, vlinders en bijen. Bloemen, geuren en kleuren. Muziek, jubelende klanken. Helder en zuiver "Engelenzang".
Geloof, Hoop en Liefde. Mensen, vredig glimlachend. Gastvrij, deelden liefdevol. Begrip in overvloed.
Ontwaken: confrontatie, realiteit! Droomland; illusie of werkelijkheid? Utopia; onbeschrijflijk gevoel. Bewustwording; het doel...!!!
22 oktober 2007; een gedenkwaardige dag. Honderd jaar geleden werd vader geboren. Deze dag bezocht ik het graf van mijn ouders. Diepe gevoelens kwamen in mij naar boven. Hierover wil ik schrijven.
De inhoud van de brief is een onderdeel van "Mijn Levensboek"; echter privé. Om die reden opgeslagen in mijn "Persoonlijk Album".
Wie kent ze nog.....? De leesplankjes van vroeger en het monotone ritme als de klas gezamelijk de woordjes opdreunde: "Aap...Noot...Mies...". Het was een hele beleving; de basis van ons lees en schrijfvermogen...!
Talloze Nederlanders hebben aan de hand van Ot en Sien kennis gemaakt met de wereld van Cornelis Jetses. Het boek van Ot Sien speelt in en om de huiskamer. In de vervolgdeeltjes laten de schrijvers Ligthart en Scheepstra het kind steeds meer van de wereld ontdekken. De nabije omgeving in Buurkinderen, het eigen land in Dicht bij huis, en daarna de rest van de wereld in De wereld in!
Enkele boeken uit de schoolbibliotheek waarvan de indrukken altijd zijn bijgebleven. * De Bokkerijders. * Beloonde moed. * Willem Roda.
Met de avonturen van Arendsoog en Witteveder heb ik menig genoeglijk uurtje verbracht. Vaak naast de gloeiende kachel; waarbij ik helemaal wegdroomde...
In latere jaren waren het de studieboeken die zo noodzakelijk waren voor de klim op de ladder. Heden ten dage zijn het vaker educatieve- maar ook boeken met diepgang. Hierbij spreken filosofische en esoterische boeken mij sterk aan.
Laatste titels & inhoud * DOOR DE GREBBELINIE NAAR HET EEUWIGE LEVEN: Jozef Rulof. Een soldaat keert naar Jozef Rulof terug en vertelt over zijn sterven op de Grebbelinie, over zijn aankomst en ontwaken in de astrale wereld. Hij vertelt over zijn leven, over de gruwelijkheden bij de Grebbelinie waarbij hij het leven laat en wat hij bij zijn binnentreden in de geestelijke wereld beleefde. Het laat ons het diepe geluk voelen, wanneer wij onze tweelingziel ontmoeten; het geluk dat ieder mens op aarde zoekt. Hoe hij zich gaat voorbereiden voor een taak op aarde in de psychiatrie, waar hij nieuwe kennis wil introduceren. Ook dit boek is op aarde gebracht om de mens te overtuigen van een eeuwig voortleven en dat God niets anders kan zijn dan Liefde.........................
* WEEN NIET MIJN KINDEREN: Mary en Wim de Redelijkheid. Belangrijke onderwerpen in dit boek zijn reïnkarnatie en karma. Verder wordt aandacht geschonken aan een groot aantal zaken die in belangstelling staan, onder meer chakra's, bioritme en wiegedood. Het onstaan van het universum, het verdwijnen van de ozonlaag en de gevolgen daarvan worden uitgebreid belicht.
Een elfje is een gedicht(je) van elf woorden, verdeeld over vijf regels. De eerste regel heeft een woord, de tweede regel twee, enz. De vijfde regel heeft weer een woord en bevat een samenvatting van het geheel. Een elfje is dus een woordentellend vers. Bijvoorbeeld: fantasie, of werkelijkheid, die leuke elfjes, wie zal het zeggen, elfje.
soldaat, blank, zwart, bommen en granaten, elk graf zijn verhaal, vrede.
mens, op zoek, naar zijn wezen, in hier en nu, bewustwording.
carnaval, samen vieren, elk jaar opnieuw, dansen, springen, lachen, feesten, ontlading.
Kerstmis; het Bijbelse verhaal waarmee we zijn
opgegroeid, heeft een bijzondere betekenis. Geboorte van een Kind; een
schitterend moment en nieuw begin.
Verleden, heden en
toekomst. Geschiedenis; reeds door onze voorouders
geschreven. Mede door bijdrage van anderen is hun persoonlijke geschiedenis en
plaats in het grote geheel ontstaan. Wie zouden we zijn zonder
die ander…? Zonder volk geen vorst; zonder soldaten geen generaals.
Elk mens is Uniek; vanaf onze geboorte zijn we op reis; ieder met een eigen
leerproces. Ons geheugen; schatkamer van herinneringen. Ze leven
in ons voort als een prentenboek van vervlogen gebeurtenissen. Verhalen vanuit
eigen beleving of van horen zeggen.
Als schatbewaarder van ons geheugen koesteren we aangename herinneringen en verdringen de minder aangename.
Laat ons nadenken over verleden en
herinneringen, maar ons ook richten op de toekomst. Gisteren is geschiedenis,
morgen een mysterie, vandaag een cadeau…
Mijn en Dijn Wereldwijde
organisaties zetten zich in voor een betere wereld. Vaak sluiten wij onze ogen
voor verantwoordelijkheden of weten niet de vinger op de zere plek te
leggen.
Europa staat op zijn kop; kredietcrisis. Derde
Wereld; eeuwen lang uitgebuit, culturen uitgemergeld. Armoede
wereldwijd; terwijl onze aarde zoveel te bieden heeft.
Ons dagelijks leven een kwestie van geven en nemen.
Politieke machtsstrijd; doemdenken en eilandculturen. Oorzaak en gevolg;
sneeuwbal- en boemerangeffecten…
Spiegelbeeld Een Indisch
sprookje vertelt over een hond die in een kamer rondrende, waarvan alle wanden
van spiegels voorzien waren. Plotseling zag hij heel veel honden, hij werd
woedend, liet zijn tanden zien en gromde.
Alle honden in de spiegel werden even woedend, lieten hun
tanden zien en gromden. De hond schrok en begon rondjes te lopen tot hij
eindelijk in elkaar stortte. Had hij maar éénmaal met zijn
staart gekwispeld, dan hadden al zijn spiegelbeelden hetzelfde vriendelijke
gebaar teruggegeven.
De Moraal Ruim 40 jaar
geleden een reclamespot op TV; een wervingsactie voor donoren. Een man met een
zeer zeldzame bloedgroep; besloot na wikken en wegen, om zijn bloed beschikbaar
te stellen.
Hij werd er zelfs voor betaald; enkele dagen later; een
ongeluk met veel bloedverlies. Door snel ingrijpen werd hij gered; met
een zeer zeldzame bloedgroep...
Kerstmis Samen
vieren, Elk jaar opnieuw, Gloria in excelsis
Deo, Vreugdevol.
Donkere dagen, lange nachten. Tijd van geven
en verwachten. Tijd van kaarslicht en van mensen. Die
elkaar het allerbeste wensen.
Alles wat ik u wil geven, daar kan ik nu niet
bij, er zit een heel klein slot op, en de sleutel die heb u.
Kijk eens om op uw levenspad, en zie
de kiezels, die bergen leken. Leer van gisteren, droom van
morgen; Leef vandaag.
Snel vervliegt de tijd; Een gegeven;
vaststaand feit. U zij gegroet; Lectori Salutem; Pluk de
dag; oftewel Carpe Diem…!!!