Wegens het ontaarden van de reacties hier op het blog in regelrechte "onbeschaafde" scheldpartijen, waar niemand iets aan heeft heb ik besloten de mogelijkheid van reageren een tijdje af te sluiten tot de gemoederen bedaard en geesten opnieuw wat verhelderd zijn. Spijtig maar dit is een poëzie stekje en geen achterbuurtcafé.
De zwaarste schuld afbetaald in wit sperma afgemeten
Alles door elkaar gehaald wit en zwart door mekaar gesmeten
Regelmatig schaak gezet in lange stilstand van te zeker weten
Als een smetteloos big door vieze parels bezeten als knoflook in de paaslamrug van de fraaie herenhuizen vastgebeten
En gewoon niet meer aan gedacht bloed en liefde verschil vierkant vergeten
(uit de memoires van een vrijgevige vrouw)
Nb: to our man in Lede
Ik breng vaak de avond door met al de woorden al de wonden die mij droefgeestig werden nagezonden door hen die "wijze" woorden noch speeksel spaarden maar helaas slechts naar de eigen navel staarden Nu moet ik wel al ligt het mij niet verder met al hun opgespaard verdriet met al die rommelige pekelzonden waarin ik niets maar dan ook niets van mijzelf heb teruggevonden
Dit leven is een pantomime je bent er goed in of brengt er niets van terecht je speelt voor lokaal publiek of voor het gerecht der publieke opinie onbehouwen of magistraal thuis of op tournee in een schitterend decor of in negligé met je oor aan de ingang van een décolleté
Steeds zijn er die huiswaarts keren nog voor het doek gevallen is
Ze missen wel iets van de vertoning maar liggen wel vroeger in bed
hier kan niemand ons herkennen wanneer dit gesprek een dubieuze wending neemt je slappe lacht zich ernstig in mijn blik versteend en het bewustzijn plots wordt afgeschaft door verbeelding die elke verbeelding tart terwijl je hardop Nietzsche leest en Freud straffeloos luidop citeert dansen mijn vingers ongegeneerd als razend jonge prinsen onder het gewelf van je hals spelen vals tot je borsten vast en vlezig als satijn wakker en betrouwbaar in mijn handen rusten twee blanke dames sierlijk als een dubbel monogram men kucht ergens, een korte klik , een ogenblik een zucht mijn vleugels stijgen averechts naar de kriebelende vogelweide scheurkalender van zachte zijde vol teder zwart kattengeweld rondom de regenpijp die langzaam zwelt op de perstribune juicht de menigte geruststellend en bedaard omdat twee bladzijden later een grafisch onderkoeld vingerkootje met de lay-out van een handpalm paart
De herfst is nu mijn seizoen Tijd kruipt langs de buitenzijde van herinneringen in de vliering van mijn onrust onderstreept prachtig hun borsten, dijen en verdwaalt dan langs drukkend kille paden waar ik hen volgde Als een slakkenspoor van zilverdraad dat nergens heenleidt dan naar het Rome van onze knerpend vreemde dromen
De herfst is nu mijn seizoen De twijfel twijfelt of het uitzicht de ellendige tocht naar de gedurfd eenzame en opschepperige hoogte de barre schoonheid van het vlees en de verslaving aan het intellect de inspanning rechtvaardigt Of mijn bezeerde ziel stug en aarzelend aarzelend de eigenzinnige zweepslagen van mijn ambitie nog lang overleeft
De herfst is nu mijn seizoen De hartstocht die nu trager brandt wil nog van spoor en richting wisselen maar de huivering heeft de dienstregeling verlaten. De zomerpaleizen zijn onbereikbaar en de jeugdige rivieren opgedroogd ййn blik op de vallei en de strakke vlakte van mijn verpletterde dromen leert
de winter is nu mijn seizoen In dit eigenzinnig tegenpruttelende hoofd is de lamp besneeuwd en al half uitgedoofd en ik heb nog zoveel te doen
Spreek mij niet aan op die toon omdat ik als cineast van Hollywood droom Wat is er in 's hemelsnaam verkeerd aan het feit dat je een Oscar film regisseert ? Het klikte meteen met Paramount en hun meest bekende scenarist Al had ik me in het zwarte karakter van het hoofdpersonnage toch bekoorlijk vergist Maar het scenario was beresterk Nodigde uit tot anderstalig overwerk met de actrice en haar sterkste kant de primaire frustratie in haar zogenaamde zachte lady-kant Dit idee en daarna ik schoot me door het hoofd Het draaiboek had tenslotte toch een spetterend eind beloofd
speel mij het laatste kiemakkoord nog voor ik mijn wodkaglas in de orkestbak van eenzaamheid gooi de voetafdrukken van mijn teelballen uit de universalia van je ogen wis en de dolfijnen met hun gazellenhart die in de schouwburg van mijn dromen wonen de poten breek omdat hun natte snuit in het lauwe water van gepofte tranen geen steek meer houdt en opdat ik, jouw wil, geschiedde meer heb ik voorlopig niet te bieden
Ik zal je schaduw schilderen met de trage snelheid van de tijd die zich kromt als kristal smetteloos rond de vleugelslag van de ruimte
Ik zal je schaduw schilderen als een voorportaal van extase en plaats het bronwater van je lippen naast een naakte arm van mijn vermoedende vingers
Ik zal je schaduw schilderen als een onaardse gemeenschap van tedere aanrakingen vernietigende blikken zacht geluister met de huid voor ogen
Ik zal je schaduw schilderen met houtskool uit het armzalig brandhout van verlangen dat zich breekbaar beweegt tussen de onvergankelijke lippen van de tijd
Ik zal je schaduw schilderen tot ik van blindheid barst
Deze nacht in een droom is de aartsengel Cadfaël mij verschenen Hij trok een bedroefd gezicht en toen ik hem vroeg wat er scheelde betrok zijn gezicht nog meer en hij sprak: "Er is op weblog.nl een genie opgestaan groter dan Jahweh, Boedha, Confucius, Mohammed en Jezus samen maar de wereld verstoot hem en dat bedroeft hem en mij diep. Ga en onderwerp u aan zijn bevelen En ik zag in dat ik al die jaren gezondigd had en ging heen en vereerde deze allerhoogste en zie mijn hart was verblijd
Uit de kronieken van het Verloren Bos (deel 1 :Het dagboek van een imbeciel)
de lichtvlek viel op / een dergelijk volmaakt jukbeen / dat het gewaagd leek / en onvatbaar / maar begeerlijk / als de schaduw rond / de nauwelijks geopende lippen / licht getint door de opgroeiende weelde / van de aanstekelijke boezem / tussen half gesloten blinden van een bloes / Ik heb haar verlaten / Beleefd maar dringend afscheid genomen / als een wereldreiziger / met het voorgevoel van een droom / die transparant verbrokkelt / omdat haar stem klonk als / geweeklaag.Geraaskal / van de wind tussen de schaduwen / van torenhoge minaretten / op de tombes / van het gedomesticeerd / en uitgebloeid voorgeschlacht / dat ze aanbad,en waarmee ze versmolt / Maar in hun schaduw / kon ik geen verkoeling vinden.
Ik voel mij niet meer geroepen om een revolutie te ontketenen in de poëzie Wat hier staat werd reeds gewist nog voor ik het kritisch oog van de lezer toelaat Ongunstige reacties zijn overbodig Olie op het water van de provocatie Kunst en bescheidenheid -vrees ik- gaan niet goed samen De uitleg van deze "coole" politica laat me koud al draag ik haar een warm en ongerept hart toe en de kinderen die zij mij schonk koester ik toonaangevend met de wodkafles als een mosselpot of een strontmachine Kronos daarentegen vrat ze op (zijn kinderen welteverstaan en Poseidon vond hij, als liefhebber van visrestaurants, bijzonder lekker!)
Een strontmachine koesteren ? Jawel !
Coprofilie tenslotte is even eerbaar als literatuur want er is geen gedicht dat er om vraagt geschreven te worden daar waar iedere stront duidelijk (soms te) vraagt om gescheten te worden.
Opgedragen aan Bo .( beeje moet beetje zijn natuurlijk)
Dwaze gedachten , als vogels vliegen ze lager dan de perslucht in mijn bewuste hemel door de mij ontbrekende onberekenbare haren heen zij citeren mijn kinderjaren naakt en ongebonden en sleuren er viooltjes plukken bij
de werkelijkheid wordt echter altijd ergens uitgevonden en het geluk slentert schijnbaar aan dit oog voorbij maar tijd ooit door de wijsheid als scheidsrechter in dergelijke geschillen uitgezonden schuift zonder morren de al te nauwe horizon
van dit te strak geweten opzij en de contouren van mijn talloze pekelzonden maken mij daarom niet min of meer gelukkig maar wel een beetje gek en een heel klein beetje vrij
het licht stotterde in haar ogen in de losse bladzijden van haar geheugen zocht zij naar de vraag waarvan ik het antwoord was maar ze wist mij niet aan die zwijgzame gezel met wie ze de strijd beëindigd had te ontrukken met "ik zie je zo weinig" nam een korte herkenning de bovenhand op de uitgedoofde gestalte de herhaling ebde over en weer op het ritme van schaduwplekken met de schaarse betekenis van een huiverige herinnering "gisteren kwam je vaker" de kamer rook naar stilstaande bewegingen en in het bed lag wat schraal leven al opgebaard als vertrapt gras als een eigenzinnig vuur uitgedoofd door zijn vermoeide haard "ik zou zo graag de kleinkinderen nog eens zien" schreef haar hand onbeweeglijk in mijn tranen "morgen" wreef ik zacht in haar voorhoofd en ze glimlachte dat ze het niet begreep