Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
akke.beakke.be

Archief

naartoe

vanmorgen wachtte ik
op klaarlichte dag
met handschoenkoud

halverwege zie ik de zon
ik moet straks ergens zijn
verschijnen met een doel

in het straatbeeld
zie ik alsmaar meer
jonge mensen om me heen

mijn pezen worden stram
mijn botten beginnen te kraken
ik mag ergens naartoe
vanwaar ik gekomen ben

nu wordt het avond
zwarte grote vogels
vliegen onbestemd
onder een turke hemel
met oranje slierten wolken

 

Ik mag ergens naartoe

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

sprekver...

Hoe kan iemand
versteend in verlangen
gevangen in haar ogen
als een verdwaald dier
nog ontkennen
niet bedwelmd te zijn
door haar geur
als ze uitgevouwen in haar vrouwelijkheid
doordrenkt in dit nachtelijk uur
zwijgzaam aan de rand naar het water staart.

Wie dan nog aarzelt in gedachten
of twijfelt
moet een treuzelaar zijn.

In een gesprek
een aanraking dan
tranen ogen
schieten woorden tekort
omdat ze zo verontschuldigend zijn

Een knuffel
mensen onder elkaar
troostend

Toch wil ik soms
dat ze mij niet
en ik hen niet zou kennen

Wie weet
zou het ongeluk
van alleen te zijn
goed kunnen zijn.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

sneeuw

De volgende ochtend is het opnieuw onophoudelijk aan het sneeuwen. Onbegonnen moeite om hierdoor te fietsen. Het kerkplein ligt er verlaten bij. Het schiet hem te binnen om hiervan een foto te nemen. Hij draait de digitale camera op het statief en richt vanuit de open voordeur, het toestel half beschermd , naar het sneeuwgordijn.Het is zes uur ’s morgens.
De geparkeerde auto’s die anders het dorpsplein schulddelgend ontsieren worden opgeslokt in een uitgestrekte sneeuwbal. Het dorp slaapt in een bijna gemiste winter.
Enthousiast gaat hij naar de slaapkamer waar  zij zich niets vermoedendde voorlaatste keer omdraait onder de lakens.
Het is opnieuw aan het sneeuwen!
   Wat zeg je?
Alles is ondergesneeuwd, kijk maar naar het raam boven het bed.
Ze verheft haar hoofd schuin naar het dakvenster, zucht en trekt dan het laken tot net boven haar voorhoofd. Ze heeft nog recht op een uurtje slaperige zaligheid. Je gaat toch niet met de fiets naar het werk?
Ik twijfel, …alhoewel
Neem de auto. D. zal me naar de luchthaven brengen.
Ze heeft gelijk. Fietsen kan hij morgen in klaarlichte dag. Nu hij met de wagen gaat schiet er extra tijd over voor een tas koffie en een sigaret die hij in de deuropening genotzuchtig oplurkt.
De rit naar de stad verloopt traag. Het wordt dag. Natvoetige kinderpret is nu niet aan de orde. Het land wordt lamgelegd door vijftien centimeter sneeuw. Wie het zich kan permitteren pleegt onschuldig verzuim op deze laatste werkdag. Het verkeer sukkelt en strandt halverwege. Overmacht krijst overal. De ambtenarij is met onbesproken verlof. In Rusland zouden ze om zo’n interludium giechelen, maar hier, die vrijdag,  is het ernst. Het tast de economie op het dagmenu aan; de witte vleugels houden alles in hun greep. Er wordt haast vergaderd over het rampenfonds in préfase één.
Als hij ’s avonds thuis komt veegt hij de sneeuw van de terrastafel en legt er een marmeren plaat op zodat het schrijfpapier droog blijft. Hopelijk begint het niet opnieuw te sneeuwen want de alle seizoenen trotserende parasol blijft nukkig dicht. De ochtendsneeuw is blijven liggen. Het witte stuifsel glinstert in het oranje straatlicht van die enige pilaar vlakbij. Een stilistisch fragment op dit vroegavonduur. De loshangende flappen van de parasol bewegen uitdagend in zachte bries. Het is vredig hier zo te niksen om een ongemist moment. Er dwarrelt fris sneeuwvocht uit de hemel dat de inkt doet uitvloeien. Woorden verwateren op den duur in doorweekt schrijfpapier. Het wordt tijd om onderdaks te gaan en veel koffie te drinken.
Willekeurig uitgelopen schrijfsel, voorovergebogen met gespreide armen in het droge aan een houten tafel herschreven. Weerspiegeling van de boom in de jaarringen van het tafelblad, net zoals de patine van messneden en opgeslorpte vervuiling de tafelaars ontsluiert. Wachten op de wispelturigheid van ongeboren woorden in het nachtelijk uur. Zo zit hij tijdloos over een bladzijde gebogen krabbels te herschrijven.
Ze heeft hem gebeld. Door het winterweer heeft het luchtverkeer vertraging opgelopen. Teletext blijft in het ongewisse over vlucht FT175 vanuit Rome. Het vliegtuig stond nog aan de grond. Ze zou hem terugbellen als ze geland zijn. De overdosis koffie begint ondertussen zijn nut te verliezen. Zijn gedachten slaan ijsberend op hol. Zou Mozes de staat Israël opgericht hebben? Waarom zijn ronde vormen vrouwelijk? Zal de wieleromloop afgelast worden wegens te guur winterweer? De vragen tollen willekeurig in het rond en breken zijn door de tijd losgeslagen brein tot de telefoon om kwart na drie opnieuw bevrijdend rinkelt. Kom me halen, klinkt een vermoeide stem. Zijn laatste kennis vandaag is dat het in Rome koud was en dat ze het vliegtuig moeilijk terug aan de grond kregen.
Daarna verkiest hij om slapeloos te bevriezen in het buitenleven in een ondergesneeuwd woud. Hij ziet de bomen als levende pilaren in een tempel waar krakende voetstappen de stilte breken. Hij is van het bospad in niemandsland gesukkeld en volgt onbewust een hondenspoor. Nu weet hij waarom mieren sporen. Ze doen het gewoon. Zijn versufte geest ontneemt hem elke innerlijke dialoog. Gedachten ontstaan en worden telkens abrupt afgebroken. Op den duur blijft er niets meer over. Alles is nieuw en wordt vernieuwd. Deze dag is het hoogtij van niemandsland.

Besneeuwd land als een ongeschonden doek,
Maagdelijk onbevolkt en een sneeuwboog
Van Oost naar West.
Doorkloven geest omhuld in wit satijn,
Vermomd in schrijfgebaar,
Geen enkele gedachte ongeschonden
Bevroren in dit rijk.
Moest melancholie de grootste vijand en
Liefde het opperwezen zijn,
Zou dit schrijven niet geschreven zijn.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

aftakel

Een indianenritueel. Ze wikkelden hun doden in dierenhuiden en zongen droevig, sprakeloos.
Afstandig keek ik ernaar.
Dan kwam het doodsgelaat van een oude vrouw opnieuw tot leven.
Ze  propeerde mij met haar lijkgeur te omhelzen.
Ze willen mij levend  begraven, fluisterde ze.
Afstandig stond ik daar. De stront van een verstopt wc gleed stinkend over de vloer.
Dan begon de aarde te beven en viel mijn huis in de tuin van mijn vader in duigen.
Trek het u niet aan zei hij. Morgen beginnen we opnieuw.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:00 Reageer op dit bericht

konijn

Wanneer het metaal van een muntstuk meer waard is dan zijn eigen waarde gaat het slecht met de economie.
Droogfris. Vandaag stoof ik een konijn.
Mijn vader is onverwacht bij mij thuis gekomen. Bloedrood op zijn achtenzeventigste ouderdom.
"Ik ben met de fiets gekomen" schreeuwt hij halfdoof. Meteen belt hij naar ons ma om te zeggen dat hij ongedeerd aangekomen is.
Pa, ge zijt toch niet langs de verkeersweg naar hier gekomen?
Neen, ik heb de hellewegen genomen langs de diepe straat.
Het konijn is halfgaar.
Dan is hij weer verdwenen.
Wanneer het donker is: asejee vous dans la froidir de cette soirée.
Ta geulle, jankt ze tegen mijn blaffende hond. Ik heb een toevallig voorbijkomende wilde verstandige dame voor een paar seconden aan de buitentafel uitgenodigd.
"Ik heb liefdesverdriet. Ik ben het beu om afgewezen te worden" zegt ze. Je suis seul.
Ik stamel wat filosofisch gespalk uit mijn bek.
Jouw woorden dringen niet tot me door, zegt ze nog voor ze verder gaat.
Het konijn is te gaar. Alleen het bot blijft over in het casserol. Het vlees is met de saus verzooid.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:14 Reageer op dit bericht

lichtwoorden

In dit dagrestant
wil ik voor ik het vergeet
mij nog herinneren
zowel slachtoffer als vrijwilliger te zijn

Zoekend naar woorden en zinnen
schrijf ik voor het eerst in de buitenlucht
gevangen in het onbelichte donker
ver weg van de lichtvlek
van een bewoonde wereld

Mijn hand beweegt
een pen in het pikkedonker
varend
lichtwoorden uit mijn geest.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 15:32 Reageer op dit bericht

donderdag 24 januari 2008

Middag droog en wind. Het moet zo een zeven graden zijn.
Zeevruchtencoctail met kaasbeschuit. Ik zit in een schuilhok  min of meer beschermd tegen de wind. Al sinds vanmorgen ben ik onderweg, piekerend over een plotse vroegtijdige dood.
Door dit buitenleven in gure wind raakt mijn lichaam verkild, tranen mijn ogen.
Het landschap is bruin en grijs. Alleen de weiden met modderige drinktroggen zijn groen gebleven. De dagen beginnen te lengen. Niemand die hier voorbij komt.De stad hier vandaan ruist.
Net voor de lente begint zullen molshopen verschijnen en gaat het zachter waaien. Ook het vuur hoeft dan minder gestookt in korter wordende avonden.
Zijbijmij, ik zie de lente in haar ogen verschijnen.
Nog een keer kuis ik mijn pen met inktzwart bevlekt verfrommeld papier vooraleer het weg te gooien in bewaarsel.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:42 Reageer op dit bericht

toch

vrijdag 25 januari 2008

links een betonplakken afsluiting
rechts coniferen hagen
het is pikkedonker hier

in het voorzicht is een lichte vlek
de bewoonde wereld
voor het eerst schrijf ik in buitenlucht
in het donker zonder licht

mijn hand beweegt
mijn vingers worden gevoelig
een zintuig verdwenen
ik schrijf in het donker
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:49 2 reacties Reageer op dit bericht

theo

Dinsdag 22 januari 2008

10h30: Ik ben Theo tegen gekomen. Theo heeft net zoals ik voor dezelfde aannemer gewerkt. We zijn ondertussen vijf jaar ouder geworden. Theo is onveranderd gebleven. Hij draagt nog altijd zijn grijs meesterschapspak. Alleen zijn bril heeft hij gemakkelijkshalve geruild voor lenzen.
En hoe gaat het professioneel?
Goed. Fantastisch. Ik voel me veel beter.
Het is goed om Theo nog eens te ontmoeten. Kortstondig dan.
Verder nog is er een voorlopige conciërge met overgewicht en één boventand. Dom maar goedaardig. Alhoewel, uit simplisme heeft hij iets tegen Afrikanen.
Vergevingsgezind luister ik halfdoof naar hem. Tijd om een sandwich te eten, iets te drinken en te masturberen.
Aan de abdij zijn de kasseileggers niet geweest. Net zoals gisteren zullen ze in het schemer opdagen. Ondertussen fotografeer ik een paar wolken en een ezel.
Iemand, geslaagd in een cursus natuurbeheer, komt de ezel voederen. “Pas op, hij bijt” zegt hij tegen mij. Terwijl leunen we over het weidehek. Tijd om verder te gaan.

in maanlicht op een boomstam
geschreven
staan sterren aan de hemel
mooi is dat
en die maanschaduw
verlicht de nacht
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 01:43 Reageer op dit bericht

weetik?

Niet vergeten voor morgen-zondag he?
En breng wat stoute schoenen en stormkledij mee. Je weet maar nooit.
De slaapkamer wordt verlucht, de badkamer proper gemaakt. Alleen de sifon moet ik morgenvroeg nog ontstoppen.
Ultieme grijswaarde is hier troef. Ik bedoel het weer. De wind die waait. Soms valt er nattigheid uit de lucht. Ja, uit die grijze lucht kletsen regendruppels neer.
De houtstoof jankt de hitte uit haar gietijzeren lijf. Ik zorg ervoor dat haar vuur niet voor middernacht zal uitgaan.
Ondertussen riek ik aan de zoetigheid van een vinger, een deel van mijn pols. Die van haar en die van mij. In een flits heb ik ouderwets welgenoegen ontdekt. Heerlijk is deze stommeliggenhilariteit.
Opnieuw leunt zijbijmij dicht bij mij en zoenen we mekaar. Zo wereldwijds.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:39 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten