Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
akke.beakke.be

Archief

beaumonde

9h: Ik maak koffie en kook eieren. Dan komen ze beneden. De nevel blijft klam in de lucht hangen. We gaan naar de luizemarkt aan de Marollen.
Wil iemand mijn haar knippen? Fantastische zondagmorgen. Iedereen is blij. In het huis hangt een geur van gekookt ei en koffie. Bert zal rijden.
Voormiddagdrukte op de stoep. De beau monde op middelbare leeftijd. Mannen in lange, nonchalant duur verkreukelde winterjassen, vergezeld van hun geëmancipeerde dames. François, vient voir! Geen enkele plaats in deze stad bezit zoveel contradicties als de rue Blaes met zijn winkels waar onbetaalbaar schoon geëtaleerd wordt, met zijn façades waarachter de marginaliteit onheilspellend roept. De kleine goedkope cafés blijven nog verzoenend bestaan tussen de chiquere bistros zoals ‘de schieve architect’ of ‘Le Royale’. In de zijstraten kom je in de getto’s terecht. Het zijn naburige achterbuurten op de hoek van de straat.
We eten, we praten over de toekomst. We gaan buiten. We gaan binnen. Binnengeur van wierook en boenwas. Buitengeur van koude uitlaatgassen en odeurtjes van ‘chéries’ zoals die van François.

ik koop een muts voor haar
op het goed vallend uit
als ze niet past, of ze vind ze niet mooi
doe ik ze wel aan

De dag is vroeg ten einde. Mijn adem vernevelt in het straatlicht. Er is geen kat op straat. Zelfs geen blaffende hond. Moest het lot ten einde komen zouden er geen getuigen zijn. De televisie gaat aan. Niemand kijkt. Niemand is er voor de aangedane televisie.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 13:56 Reageer op dit bericht

mechel

zaterdag 31 juni 2007

20h: ik heb niets om aan te doen. Ondertussen naait ze aan de kraag van een bloese. Ze moet werken vandaag. Het is zaterdag. Vanaf vandaag zijn het solden. Koopjesdag.  Dan heeft ze niks meer om aan te trekken, rafelen mijn kleren uit, verzakt het imperium in de kleerkast.
Ik vlucht langs welriekende tuinen met hoveniers. Verstand op nul.
Daarna ga ik tussen links bezaaide akkers en rechts een spoorlijn. Vandaag wordt het nietsnutterij. Nihilistisch bewegen door landschappen die niet zijn wat ze lijken te zijn. Laat het in een schone bespiegeling der dingen zijn. Verloren rijden doe ik zonder moeite. Vandaar dat ik via Brus uren onderweg naar Mechel verbleef. Heerlijk om zo ongestructureerd te dwalen.
Terwijl ik dit schrijf maak ik tegelijkertijd een stoofpot van konijn klaar en klinkt prettige Afrikaanse muziek door deze ruimte. Nu nog een hevige regenbui.
In Mechel verbleef ik vanaf een namiddaguur tot laat in de avond.

foto is onscherp  en jij bent er onherkenbaar op
irish koffee was lekker en het kledingsstuk paste je goed
sorry dat ik weeral zo onbereikbaar was
    Onbereikbaar is inderdaad het goeie woord. Was er een bepaalde reden voor?
Ja.. Er friemelt iets in mijn kop.
    Wormen?


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:34 Reageer op dit bericht

als het nog koed was

als passant
onderweg
met twaalf bakstenen
twee maanden elke dag
neem ik twaalf bakstenen mee naar huis

de boeren doen de bieten uit
veldwegen zijn dan modderig
en met die felle wind van vrijdagnacht
liggen daar waar bomen staan
afgewaaide takken op de grond

met twaalf bakstenen in het pikkedonker
op een modderige veldweg
in een lichtstraal van twaalf meter
klief ik mij door de koude lucht naar huis
Ik heb zo het gevoel dat ik dingen waarmee ik begaan ben ga moeten voltooien. Ik heb altijd plezier gehad om met iets onvoltooid bezig te zijn, maar nu blijft er niet zoveel tijd meer over. Meer en meer denk ik aan onze sterfelijkheid. Vreemd genoeg bedroeft mij dat niet. Wat mij nieuwsgierig maakt is of er iets onthullend zal zijn bij onze dood, of zal het zijn zoals voor onze geboorte: niets.  Sterven we eenzaam met onze geliefden om ons heen zoals we eenzaam geboren werden omringd door zij die er binnenkort niet meer zullen zijn? Hoe kan ik dit tijdelijk bestaan erkentelijk zijn zonder anderen te choqueren? Ik dacht dat ouderdom wijsheid schonk maar ik heb meer vragen dan voordien.
Mijn vingers rieken naar wiet. Mijn adem stinkt naar wijn. Uit mijn slokdarm wasemt de geur van spinazie en knoflook. Ik ben ongewassen sinds vanmorgen. Mijn consumptie van vandaag hangt nog te rotten in de spleten van mijn voorlopige kiezen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:12 2 reacties Reageer op dit bericht

newjork

alleen
                  toch blijft rivier afwaarts vloeien
                  zwerven katers langs de kant
                  geruisloos potelen
                  onzichtbaar in nacht
                  mens riekt aan duim
                  en denkt: het is nog geen tien uur
                  neus tussen duim en wijsvinger
                  riekt naar voorbije dag
                  het leven heeft een geur
                  zou willen zwerven in new jork
                  kan niet
                  alhoewel
                  hier sta ik in new jork
                  zonder onderbroek maar dat zien ze niet eens
                  oh, wat is dit multicultureel
                  net zoals brussel vergroot
                  ik heb mijn lief vergeten
                  nu sta ik hier
                  hulpeloos zonder lief en half naakt
                  keer terug naar schrijverstafel
                  hier ben ik weer
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 09:37 1 reactie Reageer op dit bericht

28 juni 2007

donderdag 28 juni 2007

Wat een verrassing. Mijn oudste zoon en zijn vriendin komen onverwacht op bezoek.
    Hebben julie al gegeten?
Ja, een pakje friet.
    Koffie?
Ja, graag.
    Een stukje cake?
Humm, ja.
Zij zit met haar over duizendheden te keuvelen. Ik zit met hem bij de pc. Filosoferen doen we niet. Neen, dit is het moment om de chaos in softwhare te ordenen.
Ik had kippenlevers meegebracht.
    Waarom heb je nu kippenlevers meegebracht?
Ze zijn voor de hond. Zou jij het leuk vinden om een hele leven lang cornflakes te eten?
    Neen, maar zie dat ze er niet bloeddorstig van wordt. Ik heb haar trouwens vanmiddag de helft van een schapenkotelet gegeven.
Ik kijk naar de bloederige kippenlevers in het hondenbord. Dood bloed is nog te aanschouwen. Het lijden is al voorbij. Het bloed der levenden kan ik niet verdragen. Ik herinner me nog het voorval toen ik door een galerij van een shoppingcenter slenterde en aangesproken werd door een verpleegster. Ze vroeg me of ik bereid was om bloed af te staan.
    Niet te veel, stamelde ik wanhopig.
Ze vroeg me welke bloedgroep ik had. In mijn portefuille stak een verfrommeld papier vanuit mijn legerdienst. Toen ze dat zag bleek die bloedgroep nogal zeldzaam te zijn. Nog voor ik het besefte zat ik in een doktersstoel met een infuus in mijn arm. Ze hebben me een drankje en een inspuiting moeten geven om ervan te bekomen.
Zij en zij bij mij zitten nog te praten. Ik en hem zijn ook dichtbij elkaar. Volle maan gaat met hem bij haar morgen op reis. De laatste week van volgende maand komen ze terug. Morgen ga ik weg, gaat zij weg, komen we 's avonds terug. Ik zie de wind weer zonder hem te horen. De wind is er omdat het gebladerte beweegt, net zoals voorbijtrekkende wolken die goedhorenden ook niet kunnen horen.

Op vrijdag negen maart 1973 schreef ik:

Ik speel op mijn gitaar. Iedereen ligt in bed behalve de poes. Die plaagt me voortdurend door met haar kop over mijn snaren te aaien. Ze wil absoluut gestreeld worden. Buiten rijdt een auto in grote snelheid voorbij. Je hoort hem in de verte een bocht nemen. Daarna is het weer stil.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:31 Reageer op dit bericht

27 juni

woensdag 27 juni 2007

20h30: nu heb ik geen zin om zin te hebben. Zinloos zitten, ja, dat wel. Kijken naar het gewiebel in een toevalligheid. Een fluisterende beweging. Hooguit onvolmaaktheden bekijken in een voorrecht van tijd. Het lijkt lang geleden om een gevoelen van geen zin om zin te hebben nog beschreven te hebben.
Ik zie een vermoeide zoon uitgestrekt in een versleten zetel liggen, een schijnbaar hongerige hond, en zij, sprankelend is zij. Ik zie beweging zonder ze te horen. Ik kijk ernaar. De tafel beweegt. Krampachtig schrijf ik deze zinnen evenwijdig onder elkaar. Uitgeput schrijf ik dat ik nu geen zin heb om zin te hebben. Het lijkt raar maar het is nu eenmaal zo. Dat is nu een feit. Dan ga ik boven naar het hoogste verdiep en schreeuw als bezeten: weet iemand mijn allereerst dagboek liggen?
    Achter de chauffageketel!
De eerste bladzijden uit negentienhonderddrieenzeventig zijn nog met potlood beschreven. Het papier begint te vergelen. De schrijfsels zijn primair gekribbel waarvan ik elke kleinigheid nog herinner.

Op 27 juni 1973 schreef ik:
6h30:  ik sta op, was me aan de boomstam en ga wandelen langs de waterval. De zon schijnt. Het is hier prachtig.
8h: ik zit in de tent te schrijven. Pierre heeft een wandeling gemaakt. Hij zegt: straks ga ik me scheren.
Nu fluit hij. De waterval hoor je hier voortdurend ruisen.
14h30: Pierre is met Jozef weg. Nu ga ik tekenen en rook ik een sigaret.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:44 Reageer op dit bericht

vincent

Beste schrijvers, ik kreeg een bericht van de jongste zoon van mijn broer. Ik vind dat zo mooi dat ik het op mijn blog plaats.

Vincent,
Ik vind jouw gedicht zo mooi dat ik het op internet ga plaatsen. (peter eddie)

als ik boeke lees droom ik over de landschappen da ik verzin bij het verhaal nu hebk ik ze allemaal opgeschreven van de dingen uit een droom lees neem u tijd en geniet :
 
 
Wegen gaan verder, almaar door,
Over rots en onder boom,
Langs rotsen waar geen zon ooit gloeit,
Langs nooit in zee eindende stroom;
Over sneeuw die winter zaait
Door waar junibloemen staan,
Over steen, gras ongemaaid,
En onder bergen in de maan.
 
Wegen gaan verder, almaar door,
Onder wolk en onder ster;
Maar zij die zwerven zonder spoor,
Keren naar huis terug van ver.
Ogen die zagen zwaard en vuur,
In rotsgewelf, door angst benauwd,
Zien weide en groen in 't blijde uur,
Bomen en heuvels, lang vertrouwd.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:41 3 reacties Reageer op dit bericht

23 juni

thuis Nu ik terug thuis ben zie ik ze weer. Uit een spleet van de stenen koer groeit elk seizoen een purperen bloem. Ze draagt zeven blaadjes.
ze leeft van zon, water en aarde
zonder ander reden
dan haar schoonheid te zijn
in de diepste kleur der kleuren
sluimert haar nectar van leven
op een grenslijn van schaduw en verblindend licht
noem ik haar vrouwelijkheid
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 13:20 Reageer op dit bericht

18 juni

maandag 18 juni

Piknik. Ze gooit een broodkorst weg. Een kraai pikt ze op en vliegt weg in een wijde bocht tot ze in de verte verdwijnt. Broodkorst op reis. Daarna een terras. Moet de Leffe met of zonder Grenadine, vraagt de barman. Een schande, denk ik in men eigen.
21 h: Antwerpen. We hebben hondertwintig kilometer gefietst. Antwerpse haven bij zonsondergang. We blijven slapen hier! We gaan uit! We overnachten in De Postiljon aan de kathedraal!
Osso bucco middernacht. Ze kreunt voldaan en valt dan in een diepe slaap.

dinsdag 19 juni

Te heet in de zon. Tijd voor onder de parasol.
Zij leest. Ik schrijf.
Zij drinkt Tonic. Ik drink Trippel.
Zij eet de nootjes op. Ik de koekjes.
Een bejaarde vrouw met man stappen langs de weg. Hij steunt met zijn rechterhand op een wandelstok. Zijn linkerhand ligt in haar rechterhand. Zij leidt. Hij beslist. Eeuwige trouw als  vervangende liefde tot de dood.
Ze is nog mooi, die vrouw. Hij ook. Je kan er zo nog hun vergane jonksheid in herkennen.
Het was fijn om onderweg te zijn, niet te weten waar je straks gaat slapen, wie de mensen zijn die je dan tegen komt.
19h: we staan stil op een windstille plaats. Aan het gebladerte zien we een windbries afkomen. Haar begin raakt tot het einde voorbij gaat. Spelen in een bries. De schaduwen worden lang. De hitte is mild geworden. We zullen niet voor zonsondergang thuis zijn.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 13:05 Reageer op dit bericht

16 juni

zaterdag 16 juni 2007

Halfweg in duinen braakt de hemel donderbliksem en regen. De hel breekt los. Geen schuilplaats hier. Voor haar is de maat vol, zelfs met regenkledij.
Ze is een zonnekind. Zonnekinderen lopen verloren in de regen. Zelfs in motregen. Daarom rijd ik voorop. Met een zwijgzame grimas volgt ze me. Ik weet dat ik nu niet teveel moet zeggen, dat die regen van daarnet zijn charme heeft. Nu de zon opnieuw schijnt, wij opnieuw droge kousen dragen en aperitieven, zegt ze over mijn schouder: ik heb zin om vanavond eens goed te gaan eten.
    Ik ook.
Ik kijk over de daken naar de stad, dwars door het half doorzichtig wit gordijn. Ik ken deze stad niet. Ik ken haar gebreken niet. Ik heb haar weldaad nog niet geproefd. Ik wil deze stad vanavond met haar ontdekken. Uitzoeken waar de beste plekjes zijn, wat verloren lopen desnoods in doodlopende stegen. Naar Chinathown wil ze wellicht niet mee. Dat doe ik dan maar alleen. Dan kan ik nog eens alleen ronddwalen. We zijn nu al twee weken onafgebroken bij elkaar. Ik mis de ogenblikken zonder haar nog niet.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 12:03 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten