Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
akke.beakke.be

Archief

mountainbike

We gingen ergens naartoe. ‘We’ was niet erg duidelijk en ‘naartoe’ evenmin. In het dorp waar ik opgegroeid ben zou een trein komen die de mensen ergens naartoe bracht. Ik verkoos echter om met een mountainbike te gaan. In het begin verliep de tocht moeizaam. De straat leek wel op een gerimpeld tafelkleed dat voortdurend verschoof. In het halfdonker reden tractoren heen en weer.

Toen ik aan een hypodroom arriveerde kwam het daglicht op. Gilbert Aché stond me op te wachten met tickets. Eens plaats genomen op de gradins van het stadion vroeg ik hem: ‘Wordt dit een paardenkoers?”.

“Neen, ze gaan hier voetbal spelen” zei hij.

Plots kwamen twee bekenden erbij zitten waarvan één van hen zei: ‘Je hebt gisteren een trappist gedronken. Drink niet zoveel’.

Door het feit dat ik hier niet op een paard kon wedden en tevens een hekel aan voetbal had besloot ik om te gaan fietsen. Om bij mijn mountenbyke te geraken moest ik de lift nemen. Met liften liep het altijd scheef maar deze keer (behalve het feit dat de lift overbevolkt was met dienstvrouwen die telkens op een ander verdiep dan ik moesten zijn) verliep alles normaal.

Eens beneden begon iemand mijn oud fototoestel uit elkaar te halen. ‘Wees niet ongerust, ik heb hier verstand van’ fluisterde hij in mijn oor.

‘Plaats dan tevens een nieuwe batterij in mijn gsm’ zei ik bezorgd toekijkend hoe hij de tandwieltjes terug in elkaar vees.

Het was een oud toestel waarmee ik vijfentwig jaar geleden drie volle manen in Kathmandou was geweest.

Toen hij het terug helemaal in elkaar had gezet begon het toestel te lachen met een vrouwelijke stem en riep: ‘Ik ben opnieuw nieuw! Waarom heb jij dat niet eerder gedaan?’.

Mijn mountainbike wou ook een beurt maar de technicus was inmiddels verdwenen.

‘Wat doe jij hier. Waarom zat je niet op de trein?’ vroeg mijn vrouw die met de zoon op een tabouret naast mij kwam zitten.

‘Ik ben met de fiets gekomen en neem nu de trein’.

We vertrokken tezamen. In het station verloren we mekaar uit het oog. Ik besloot dan maar willekeurig op een trein te stappen en wisselde in elk station tot ik mijn geboortedorp herkende. Ik stapte af en kwam in de struiken terecht. Er waren spoorarbeiders aan het werk die me aanmaanden de berm te verlaten. Ik vroeg aan één van hen of mijn grootmoeder nog leefde waarna ik een met steengruis bedekte helling af liep naar het grootoudershuis.

Op de stoep zei iemand die me nog herkende dat mijn grootmoeder naar de bakker was. In afwachting at ik alle rijpe aardbeien uit de tuin en besefte te laat dat ze hiervoor boos zou zijn omdat ik er geen bruine suiker op deed.

Toen ze niet opdaagde ging ik te voet naar huis. Aan de voordeur zei mijn zoon:’ Ze is ongerust geworden en is op zoek naar jou’.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 12:29 Reageer op dit bericht

de laatste mens

In deze ochtend
pikken zeven raven nog gauw
vergeten graankruimels
uit omgewoelde grond.
 
Als de zon plots een schaduw
langzaam over de aarde schuift
houden hanen op met kraaien
janken hondenteven
in het vale lichtrestant.
 
Het is genoeg geweest
met die twijfelende zekerheden
liefde en verderf.
 
Eindelijk scheurt, kraakt het land
barensweeën in opkomende kilte
een verkorte dag
de laatste mens.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 20:30 Reageer op dit bericht

konijnenvoer

Een ouwe plukt konijnenvoer. Mensen zoals hij hebben de gewoonte om goeiendag te knikken.
Er fladderen koolwitjes over het groeiend loof van bieten die in de vrieskou gaan rijpen. In korte hemdsmouwen is het vandaag nog warm. Het dagzweet kleeft aan men lijf.
Ik ben bang om zomaar de kier van je deur open te duwen zegt iemand tegen mij.
We hebben geen haast.
Ondertussen drink ik het gif van een verdronken bij uit een trappistenglas. Vergeef me haar vroegtijdige dood. Ze is van een dronkroes gespaard gebleven.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:03 Reageer op dit bericht

demonen

Het paard was nog niet bejaard toen het in mijn bijzijn neerzeeg in een plotselinge dood. We kenden mekaar amper twee dagen. De eigenaar had het afgestaan. Ik had het nog niet bereden. Het was een wit paard dat lachend stierf.

Toen ik het wou begraven belandde ik in een tempel met rotsachtige doolgangen .

Op sommige plaatsen slenterden mensen rond die zwegen. Ze leken mijn aanwezigheid niet op te merken. Plots veranderden ze in demonen die beurtelings op me af kwamen. Sommigen spuwden scherven, anderen hadden een stekelvacht waarmee ze me bliksemsnel trachtten te raken. Ik kon ontkomen aan hun aanvallen door me in spleten van rotswanden te verschuilen maar steeds vonden ze me opnieuw. Net toen ik de kille adem van een van hen in mijn nek voelde kwam ik in de buitenwereld terecht, vlakbij een landingsbaan aan de luchthaven. Het was nacht. Het bleek een landingsbaan voor vliegtuigen in nood te zijn. Ik zag een vliegtuig op en neer duiken tot het in een spiraalvlucht te pletter viel. De brokstukken vlogen over me heen. Ook daar bleef mijn lichaam ongeschonden.

Ik werd wakker en keek of ze naast mij lag. In het zwakke schemer zag ik de contouren van haar gelaat vol stekels en scherven die langzaam verdwenen. Er lag een engel naast mij.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 15:26 Reageer op dit bericht

bloedneus

Ik herhaal. We zitten tezamen en eten pens met appelmoes.
De zoon komt thuis.
De hond kucht.
Ik ruik het zweet aan mijn hand,
bekijk een beeld met tieten en een navelbuik.
De klokken luiden met voetstappen op de kassei.
Zal ik nog wat klimop wieden of een fles 'Pineau Des Charantes' ontkurken voor ons twee?
In deze warme windstilte snuit ik mijn neus
en kijk in de zakdoek of er geen bloedsporen achterblijven.
Zijbijmij vertelt over een vent.
De zoon eet nog een pens.
Een ruik aan de buitentafel en dan de ladder op.
'Zou je niet beter het strijkijzer herstellen' vraagt ze nog.
    'Als het regent'.
Zie deze tafel zo besmeurd
met bloed, wijn en etensrest
in nonchalance gepatineerd
gedekt met herinneringen.
Zijbijmij heeft een avondkleed aan gedaan en zit vlakbij.
De chirurg komt in zijn luxewagen voorbij.
De keffer blaft.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door warket om 21:15 3 reacties Reageer op dit bericht

in opgetroopte hemdsmouwen

De dagen korten alweer. De boer begint te mesten. Alleen maïs blijft nog overeind.
Wetende dat alles in een ogenblik gedaan kan zijn ben ik op een andere manier verbonden met de dingen. Het verleden speelt een rol en stilstaan, ja, dat wel.
'Live the way you like' lees ik van een plastieken boodschappentas.
Op mijn fietsklok is het 12h40. De hemel is dicht bewolkt. Het blijft droog. Ik rijd in zwart hemd met opgestroopte mouwen. De windtemperatuur is mild. Als je aandachtig kijkt beginnen boombladeren al stilaan te vergelen. In bermen zit nog bloeisel maar klaprozen zie ik niet meer. De seizoenen gaan zo snel.
Onderweg zie ik twee tieners voorzichtig zoenen. Wat verder is er een frituur waar ze zelfgemaakt stoofvlees serveren.
Het daglicht verheldert. Zo kan ik me beter oriënteren als ik van de weg dwaal. Ik verplaats me in een wereld waar meer dan zestig procent van de bevolking jonger is dan ik.
Mijn soortelijk gewicht is nul-komma-nul in deze samenleving. Als ik dan al eens mijn bek open doe moet ik luidkeels aandacht vragen. Dan denken ze: 'Het is de warket maar'.
Geen erg. Dat is een gans leven al zo geweest. En ja, wat is dit fragment dat ons leven is in een voortdurend veranderend tafereel dat zo onvoorspelbaar is. Waarschijnlijk heeft het iets met voortplanting en zelfbehoud te maken.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:01 2 reacties Reageer op dit bericht

helaas

Inderdaad, de dingen zijn niet zo helaas zoals we ze inbeelden.
Ik had er nooit over nagedacht dat beschrijving herhaling kan zijn.
'Je schrijft weeral hetzelfde' zegt ze.
Ik kijk naar haar rok, haar benen, haar hals en uiteindelijk in haar ogen.
Ik ben het maar. De layaut kan me niks schelen. De wereld zoemt om ons heen.
Nu ben ik zelfs mijn schrijfgerief vergeten op een veldweg.
Niks erg, maandag raap ik het weer op.
Het regent bijna voortdurend en toch is er een zonsondergang. Fantastich toch? 
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door warket om 23:14 Reageer op dit bericht

afscheid

Luister naar de stad. De tafel is gedekt met de beste kazen, het glas invloedrijk gevuld.
Mijn gastvrouw zit aan tafel,
wuift twijfel.
Met tussenpozen strijken zachte windvlagen om ons heen.
Dan sterft het geluid, beweegt de tijd tot zijn einde.
Stil glijdt de wind over tafel.
Het gebladerte beweegt lichtschaduwen die zwijgen.
De slaap moet me nog overkomen in een satijnen nachtgewaad dat wenkt op woelige golven,
als een herinnering.
Misschien zit ik hier tot in de ochtend, laaf ik slapeloosheid aan naasten.
De gastvrouw toont hoe ik de lichten kan doven, wenkt mij nog voor de laatste woorden.
Ik zal afscheid vergeten,
in maanlicht slapen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:24 4 reacties Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten