Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Dode woorden
Wanneer ik ga slapen
heeft het licht mijn huis
langs de ramen verlaten.
Zonder afscheid schuifelen
mijn vermoeide voeten
naar de lege achterkamer.
Ik sta stil en twijfel
of ik samen met de
duisternis wil verhuizen.
Met langzame ogen staar ik
in het schemerdonker en hoor
enkel verre, vergeten geluiden.
Herinneringen overspoelen
de meedogenloze stilte,
oneindig traag draai ik me om.
Ik neem mijn tranen mee,
loop over blauwe scherven,
de trap kraakt slordig bij elk sterven.
Onder de koude lakens wacht ik
geduldig af en adem onhoorbaar
het bestofte verleden.
Ik huiver van de nacht,
ze laat gillend alle dode
woorden weer herleven.
kerima ellouise ©
vlucht voor de dag
alleen de nacht brengt donkere ramen
neemt de leugens in bezit
verfraait de kamers met lege tafels
…de waarheid blijft onuitgewist
alleen de nacht verzamelt de schaduwen
vult de hoeken met gelogen woorden
verbergt de tijd tussen woedende tanden
…verraden hebben jouw ontrouwe handen
alleen de nacht vlucht voor de dag
kropt alles op wat niet is gezegd
schreeuwt de stoelen om door stikkende monden
…de nacht heeft het dunne touw in de schemer gevonden
kerima ellouise ©
Zonder onderwerp
ik woon
in speekselloze woorden,
in licht dat net niet uitdooft,
in een huis dat niet wil horen
ik loop wat zachtjes door
maar vind geen onderwerp
dat me zoekt,
geen enkele voetafdruk
op een zachtwollen doek
mijn lichaam zakt
maar vindt alleen
een afdruk van uitgeleefde tranen,
een onderworpen ziel
in de tijd achtergelaten
de dood staat
handenwringend
voor mijn deur te dralen
maar kan haar slag niet halen
ik woon immers
zonder onderwerp
in een dakloze hoek
misschien dat
ik geruisloos
verhuizen moet
kerima ellouise ©
Als twee ogen

Haar ogen dromen,
staren langs de bomen,
verwonderd om de leegte
Als twee blaadjes,
hoog in de lucht,
trillen ze ,
vermijden een zucht
Haar ogen strelen,
sluiten zonder te bewegen,
luisterend naar de stilte
Als twee veertjes,
geruisloos in haar handen,
zweven ze,
breken het verlangen
Haar ogen sterven,
zwijgen om het zwerven,
fluisterend in een waterplas
Als twee druppels regen,
zacht op haar wang,
begraven ze
de liefde, een eeuwigheid lang
Een gevoel van eeuwigheid
Ooit beminde ik de lucht
en kleurde ze hemelsblauw.
Ik dook dan in de glimlach
van een zachte schilderskwast
en droomde dat dit stilleven
de lente was.
Ooit zat ik op een bank
en zong met zwaluwen mee.
Ik danste dan op de vleugels
van de zomer, wang tegen wang,
en dacht, dit innere lied duurt
een leven lang.
Ooit sierde ik de tuin
en vlocht herfsttinten in mijn haar.
Ik legde me dan neer
op gouden neveldraden
en hoorde de lieflijke klanken
van de elfensnaren.
Ooit omarmde ik de winter
en betoverde ze met ijskristallen.
Maar ik gleed tussen de stilte
van eeuwige, koude nachten
en wist dat mijn laatste glimlach
niet op de breekbare lente zou wachten.
kerima ellouise ©
De zachtheid van je naam
ik word zo graag
wakker in mijn dromen
en nestel mij in de
zachte schaduw
van de schemering,
hopende dat de duisternis
mijn verlangen kan horen
gewoon wakker worden
in mijn dromen,
om te stoeien met
lichte woorden,
zodat ik aan een vreemde,
koude wereld
kan ontkomen
wakker worden met
de letters van je naam,
glimlachen naar
de stilte van onze taal,
het ontdekken van
een diepe, onbekende tint,
verwonderd zijn
om het onuitgesprokene
dat ons zo verbindt
laat me daarom
zoeken naar de nacht,
voor de eerste stralen
van het ochtendgloren,
want ik weet dat jij
op me wacht
in de zachtheid van
mijn dromen
kerima ellouise ©
Sad song
ik ween lange dagen,
grijs en koud,
breken mijn ogen,
in wat ik liefhad,
sterven mijn tranen,
zinloos en leeg,
drijven woorden,
in gebroken vertrouwen,
vluchten de schaduwen,
onrustig en bang,
huil ik doodse nachten,
in wat ik verlangde,
breekt mijn hart,
stil en wit,
streel ik jou,
in lange uren,
op een afstand
van ons laatste lied
kerima ellouise ©
In tranen gevangen
toen het verdriet
onder jouw huid kroop,
zag ik je wenen
langs de rand van je hand
eenzaam gevangen
zuchtte je mee,
tot jouw wereld onmachtig
in het duister vergleed
toen de nacht
achter je aan sloop,
zag ik je huilen
langs de rand van je angst
schuilend in verlangen
klonk er een schreeuw,
tot een traan stervend
jouw wangen vermeed
kerima ellouise ©
De laatste roos
maak mij niet wakker
als de dood me beschildert
met verstrooide kleuren
in een vertrouwd seizoen
neem me niet mee
als een late roos
nog bloeien wil
vredig in het herfstgroen
beroof me niet
van mijn stenen schaduw
als bladeren vallen
verdoofd door de wind
laat me rusten
in mijn laatste traan
die de droeve stilte
in leven en in dood bemint
kerima ellouise ©
In enkele seconden
ik raak de jaren aan
van gisteren en vandaag
wanneer de dagen mijn
ziel en botten hebben gefnuikt
voor mijn ogen trekt
de leegte voorbij
wanneer het verleden
me nog steeds misbruikt
koud wordt mijn lichaam
in deze enkele seconden
wanneer ik vertwijfeld
in deze schemerzone duik
angst vreet aan mijn ribben
tot de nacht slechts een skelet wordt
en de gieren zich te goed doen
in mijn scheurende buik
kerima ellouise ©
Verloren stiltes, verloren woorden
van het wachten zo moe
dringt het sterven door
in mijn smalle handen,
waar een witte kaars
mijn zuurstof doet opbranden
zonder te weten wat ik doe
grijp ik naar mijn adem
in mijn laatste zwerven,
waar ik een tere traan op
mijn wangen zal kerven
in mijn onleesbare geest
beweegt nog een verloren woord
mager worden mijn vingers
wanneer ik de stilte verlies
en wat ooit ontnomen is
wordt verstoord
kerima ellouise ©
Bewierookte ogen
op mijn schouder hangt
een zware schaduw
neergezonken in de biechtstoel
van mijn oor fluistert
het bloeddruppels,
bedelend om gehoor
zwarte woorden worden
doorweekt in rood,
een paars gordijn verzacht
de stromende dood
geprevelde tranen knielen
gevonnist op mijn mond,
rozenbladeren bedekken
mijn adem op de grond
bedelend schuift mijn schaduw
in mijn ogen achteruit,
lichtloos bewierook ik
mijn dovende huid
kerima ellouise ©
Stenen tranen
wanneer pijn en verdriet
niet meer te vertalen zijn,
geef me dan stenen tranen.
ze zullen breken op
een onbewerkte tafel en
de woorden koud uitbraken.
wanneer rauwe woorden
niet meer te genezen zijn,
geef me dan een stenen hart.
het zal kreunen op
het harde hout en
mijn ziel voor eeuwig vrijlaten.
wanneer mijn gierende ziel
niet meer te verachten valt,
geef me dan een stenen gelaat.
het zal barsten op
mijn gehavend graf en
de dood zal uit
een granieten steen ontwaken.
kerima ellouise ©
'k Mis je
wanneer de witte maan
mij haast strelend omarmt
met een vleugje stilte
in een verzonnen droom,
dan zoek ik jouw naam
wanneer de diepe geur van
de nacht mijn heimwee omhelst
met een warme dans
in kleine druppels,
dan roep ik jouw naam
wanneer de slapende sterren
mij fluisterend dragen
met magisch licht
in mijn zacht huilende ogen,
dan ben jij het antwoord
in mijn verhaal
kerima ellousie ©
Op zoek
Ik ben als een blaadje in de wind.
tuimelend door velden en bossen
ga ik op zoek naar de lente
maar ik blijf aan tranen gekleefd
en daal neer op de wangen van een kind.
Ik ben als een vlinder.
fladderend tussen bloemen en struiken
ga ik op zoek naar de zomer
maar ik sterf voor de dag om is
en zijg neer in de haren van een kind.
Ik ben als een roos.
geurend naar de zon en de aarde
ga ik op zoek naar een beetje warmte
maar ik breek door de striemende regen
en verwelk in de handen van een kind.
Ik ben als een vlinder
in de ogen van een kind,
als een bloemblad van een roos
sterf ik in de wenende wind.
kerima ellouise ©
haiku's en senryu's
vrij spel
vlinders spelen vrij
in openluchttheater
een kleurig schouwspel
Overspel
de wereld verstilt
de winter pleegt overspel
op een naakte herfst
Overwintereneen kale tuinbank
bergt de stervende herfst op
in een winters huis
winterse harten
winterse koude
bedekt herfstige harten
met een ijstapijt
een ijskoude sneeuw
verwarmt bevroren harten
gloeiend in het rood
doorwinterde sneeuw
verkilt gebroken harten
eeuwig in de tijd
Appelflauwte
verlegen appels
verflauwen van de honger
in het plukseizoen
Speels
een prille hofnar
streelt de eerste keizerskroon
in een speelse tuin
Prikken
een doorn in het oog
prikkelt de steelse bloemist
verlepte rozen
kerima ellouise ©
Een roosje
in mijn hand een heel klein roosje
groeiend uit een tedere wens,
reikend naar de toppen van de bomen
verlang ik naar jou, als mens
ik bewonder een bos van regenbogen,
droom van een ademend woud
waar stilte zingt in elk gerucht en
dauwdruppels fluisteren in de morgenlucht
één ontwakende, verborgen dag,
in mijn hand een heel klein roosje,
een wens in een heel klein bloemendoosje
kerima ellouise ©
Versteende rust
De innerlijke rust
die uit me vloeit
sterft in een ander
Ze vloeit naar een
ander lichaam,
een andere geest
Ik wil weten
hoe lang mijn ziel en mijn geest
zich zullen vereeuwigen
Kom en sluit je dampkring
rondom mij,
beziel mij met
jouw stromen,
maar geef mij die
stenen rust terug
kerima ellouise ©
10-04-1978
Stil
Op stille paadjes
in het groen
zie ik stil,
gekerfd in't hout,
een zoen.
Een oude boom
staat daar vergeten,
tedere woorden,
zo versleten.
Een oude bank,
Ik zet mij neer,
mijn gedachten wiegen heen en weer.
Een glimlach van weleer.
kerima ellouise ©

