Het Europese Ruimteagentschap (ESA) houdt normaal gesproken een geruststellend oogje in het zeil wat betreft asteroïden die onze kant opvliegen. Vorige week passeerde er óngezien eentje met een doorsnede van 60 meter - een groot appartementencomplex - op 100.000 kilometer van de aarde.”Dat is héél dichtbij”, benadrukt Vincent Icke, hoogleraar Sterrenkunde aan de Universiteit Leiden. “Als een asteroïde dichterbij komt dan de afstand tot de maan, moeten we opletten. Deze kwam vier keer zo dichtbij.”
Om te weten wat er had kunnen gebeuren als ‘2023-NT1’ wel richting aarde was gevlogen, hoeven we maar naar 2013 te kijken. Toen sloeg een meteoor in vlakbij de Russische stad Tsjeljabinsk in. Icke:”Ze hebben proberen na te gaan hoe groot die asteroïde was voordat die onze dampkring inkwam. Waarschijnlijk had die een diameter van 30 meter. Acht keer minder massa als deze.”
Op filmpjes van de Russische inslag is te zien dat er brokstukken afbreken terwijl de meteoor als een vuurbal door de lucht vloog. Door de enorme explosie en schokgolven versplinterden zo’n beetje alle ruiten in de stad en werden deuren opengeblazen. Meer dan duizend mensen raakten gewond.
De asteroïde van vorige week bleef verborgen in de schittering van de zon. Maar vooral omdat-ie zo klein was. Een flatgebouw klinkt als iets fors, maar dat valt in het niet bij de getallen in de sterrenkunde. “Alles kleiner dan een kilometer stelt niks voor”, vertelt Icke. “De asteroïde was heel klein, ging supersnel en heeft ook nog eens een heel donker oppervlak. Als een zwart krijtbord. Dat is bijna niet te zien.”
Voltreffer in bewoond gebied
Tot zover de bangmakerij, nu de geruststelling. Asteroïden van deze grootte komen, zo schat Icke, eens in de tien jaar in de buurt van de aarde. Volgens ESA treffen ze statistisch gezien eens in de vijftig tot honderd jaar de aarde.”En die bestaat voor twee derde uit water, waar het weinig uitmaakt. De kans op een voltreffer in bewoond gebied is veel kleiner. Maar als die in de buurt van een stad komt, wordt het wel heel onprettig. Dan praat je over duizenden slachtoffers door bijvoorbeeld rondvliegend glas. De kans dat een afgebroken stuk van de meteoor jou raakt, is heel klein, maar wel dodelijk.”
Verzengende hitte, gewelddadige schokgolven en torenhoge tsunami’s: daar praat je pas over als de asteroïden veel groter zijn. Een kilometer of breder. En van de stenen met die grootte hebben we het gros wel in beeld. Als die recht op aarde afkomen, is actie nodig. “Maar je moet ze niet opblazen tot kleine stukjes. Vergelijk het met hagel: daarmee raak je ook meer dan met een een gewone kogel”, zegt Icke. De kunst is het veranderen van de koers, liefst als de asteroïde nog ver van de aarde is verwijderd.
Dat kan door er met een ruimtevaartuig tegenaan te knallen. Of, optie twee, door het inzetten van een stuwraket. “Daarmee kun je de asteroïde als het ware een duwtje geven. Het is heel moeilijk om zo’n raket erop te laten landen, vooral bij zo’n heel kleine als vorige week. Maar we kunnen het wel”, zegt Icke. Om daar als conclusie aan toe te voegen: “Dus er is geen reden om hierover ’s nachts wakker te liggen.”
LEES OOK:


NASA’s Psyche Mission Enters Home Stretch Before Launch






















