|

Zijn kans kwam er toen het Canadese ministerie van landbouw besloot de vruchtbare vlakte langs de Sint-Laurensrivier verder te ontsluiten. Kooplustige boeren kregen alle faciliteiten om onder gunstige voorwaarden onvoorstelbare grote aantallen hectaren te verwerven in het onontgonnen gebied.
De omgezette d Canadese dollars waren net voldoende om een terrein van veertig hectaren er mee de eerst afbetaling te doen. Het ministerie stond ruime krediet toe voor het bouwen van een “Farm” want zo heet dat daar. Ook het aanschaffen van landbouwtuigen en vee was mogelijk. Het lag in de bedoeling van de regering om op die manier de metropol Montreal te voorzien van vlees en zuivelproducten. Het afzetgebied was dan zeker ook geen probleem.
Samen met zijn vrouw en waar nodig en kon waren ook de kinderen betrokken in het keiharde werk van den boerenstiel. Want de arbeid leverde vruchten op.
De winsten welke het bedrijf maakte, werden niet verbrast, maar opnieuw in het bedrijf geïnvesteerd. De veestapel werd uitgebreid, en wanneer mogelijk werden opnieuw hectaren grond aangekocht.
Hij was gestart in 1956 met twintig koeien en met het aantal hectaren om de dieren te voederen
Anno 1976 heeft hij zijn hofstede doorverkocht aan twee van zonen, nu hebben zijn zonen
Honderd vijfentwintig hectaren prima landbouwgrond en honderd zeventig koeien.
Dat konden wij hier allemaal lezen in de krant in 1976.
Wat we nog konden weten was dat de familie iedere zaterdag bij moeder Elza kwam om van haar kookkunst te kunnen geniete.
De oudste zoon een werktuigkundige, gehuwd met een Canadese vrouw, de twee zonen-Farmers, ieder met een Canadese vrouw en de dochter des huizes met haar man een ingeweken Fransman eigenaar van een tabaksplantage.
De nakomelingen waren op dat moment nog zeer klein zullen nu al allen grote volwassen mensen zijn, met heel waarschijnlijk reeds nieuwe nakomelingen.
Het was opdat moment zo dat de Stichelbouts onderling trouw bleven aan het West-Vlaamse dialect, maar met de vrouwen erbij werd er overgeschakeld naar het Frans met typische tongval Quebec. De kleinkinderen reageerden toen even snel op de Franse als op de Vlaamse opmerkingen, het was toen duidelijk de taal nog geen problemen vormden.
Ja zei toen moeder Elza; “ Het was heel een iets anders toen wij hier aankwamen” Ik kende met Gaspard te samen, twintig woorden Frans. We moesten telkens iemand meenemen waneer we aankopen deden, er waren toen al gelukkig wat Vlamingen hier in de buurt.
Een rijbewijs halen was nog een ander paar mouwen, en zegt men je moet dat hier hebben want de afstanden zijn enorm. Jongens, jongens, zegt moeder Elza, wat een klucht was me dat, ik verstond haast geen woord van de vragen die men stelde. Ik dan maar gedaan zoals bij een kansspel. Naargelang de gelaatsuitdrukking van de man zei ze “Oui” of “Non” Ik moet goed gehokt hebben, want enkele dagen lag het rijbewijs in de bus.
Intussen zijn ze goed ingeburgerd, ze hebben de nationaliteit van Canadees. Alleen Canadezen kunnen goedkope kredieten van de regering loskrijgen.
Heiwee naar dat kleine land België hebben ze nauwelijks. Alleen als ze eens een brief krijgen thuis, dat er een familie feest geweest is, een jubileum, of een huwelijk, dan voelde Elza wel eens spijt dat ze er niet bij was.

Voor de kinderen was dat wel heel anders, ze herinneren zich weinig van Rollegem, ze waren erg klein zegt moeder Elza toen ze van uit Rollegem weg gingen. Ze kwamen naar België ze waren in 1976 hier al driemaal geweest, en dat telkens voor twee weken. Hoeveel zou het nu al zijn?
De jongens hadden toen het bedrijf over genomen, en moeder zei: “ we gaan nu wel meer kunnen komen”, “Hoewel, je stelt het je altijd als iets geweldigs voor van hieruit bekeken.
Wanneer je dan in België komt, is alles toch zo onooglijk klein. Met Canadese ogen bekeken is België niet meer dan een grote stad.
Hier te Rollegem staat de tijd ook niet stil. De mensen die U kende van vroeger wie zijn ze, zijn ze er nog?
Terug keren naar Rollegem, zei moeder Elza, dat Nooit! Wij voelen ons hier opperbest.
Hier in ons landhuis in Sabrevois, hebben we alles gevonden wat we wensten, geluk, fortuin noem maar op.
Het laatste wat we konden lezen was; “ Bij het afscheid heft het kleine West-Vlaamse keuterboertje even zijn hand op, ginds over de plas schopte hij het tot rijke “farmer” hoe hij dat kon, wel had hij terloops in het gesprek laten vallen:” Een West-Vlaamse boer werkt nu eenmaal harder dan een Canadees”
Wat men er ook over denkt, een geschreven woord kan steeds eens opgerakeld worden, ook zij die uitgeweken zijn, worden niet vergeten, ja het vervaagt, maar even het geheugen opfrissen kan geen kwaad.
Laat nog maar eens wat horen, het verhaal loopt dan verder wie weet!
Categorie:pre Historie
|