
Er was eens een bijzondere sneeuwpop
Gitzwarte ogen, een hoed op zijn kruin
Het vrouwtje voelde zich zo eenzaam
Toen stond hij plots daar in haar tuin
Haar verlangen werd steeds groter
Wilde zich graag bij iemand warmen
De sneeuwpop veranderde in een man
En nam haar zachtjes in zijn armen
Ach lief, zei ze, je zult nog smelten
Dit kun je toch niet voor mij doen
Terwijl haar hart steeds warmer werd
Sloot hij haar lippen met een zoen
De droom verdween maar blijft haar bij
Nooit meer eenzaam, nooit meer koud
Nog telkens ziet ze zijn lief gezicht
Met in haar hand..zijn hart van Goud.
Liefs van Rozemarijn.