Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
seniorennet.beseniorennet.be

Wist u?

Gregorius de Grote.
Paus van 590 tot 605.

Dat onze Germaanse voorouders niet alleen Wodan vereerden, maar ook andere goden in bijzondere bomen in het woud? De eerste christen geloofspredikers in ons land lieten deze "afgodsbomen" omhakken. Dikwijls tot grote ergernis van de plaatselijke bevolking! Gregorius de Grote, paus van 590 tot 605, was zeer pragmatisch aangelegd. (Hij geldt als één van de kerkvaders.) Hij liet aan de bomen nissen met beelden van heiligen hangen, zodat de verering van de woudreuzen veranderde in heiligenverering. Zo'n houten kastjes aan de bomen alsook kleine gebouwtjes met een nisvormige opening noemt men nu "kapellen". De naam "kapel" komt voort van het Latijnse woord "capella", een verkleinwoord van "cappa", in onze taal mantel, oorspronkelijk de kapel waar de mantel van Sintemetten werd bewaard.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Gregorius van Tours.

Het leven van Martinus is beschreven door Sulpicius Severus (reeds besproken in een vorig artikel) en door Gregorius van Tours in zijn "Miraculorum Libri VIII." Beide schrijvers behoren tot de meest gelezen auteurs van de middeleeuwen en dit verklaart mede de grote populariteit van Sintemetten.
Gregorius van Tours (538 - 594) was een Frankische bisschop en historicus. Hij was bisschop van Tours van 573 tot 594. Bekend als auteur van "Historiae", tien boeken over de geschiedenis van de Merovingen. Hij schrijft ook een verzameling heiligenlevens. In die tijd van Gregorius van Tours genoten wonderen van heiligen een hoog aanzien bij de bevolking. Bisschoppen vertelden de mensen dat wonderen moesten geïnterpreteerd worden als directe ingrepen van heiligen in het aardse leven. De heilige deed dan iets in naam van God en vormde zo een schakel tussen het Opperwezen en de mens. De wonderen die Gregorius beschreef van Sintemetten bestonden voornamelijk uit genezingen van langdurige zieken, verlamden, blinden en kreupelen. Ze werden allen genezen door een gebed, een nachtwake of een aanroep van de heilige Martinus. Door deze mirakelen grote bekendheid te geven, versterkte Gregorius van Tours ook zijn eigen bisschoppelijke positie. Het was immers Gregorius als bisschop, die namens de heilige Martinus met de bevolking contacten onderhield.
Een vraag die zich stelt is natuurlijk: Werden aan wonderen die grote bekendheid gegeven om de heiligenverering te bevorderen, of was het puur te doen om de persoonlijke macht van sommige bisschoppen te vergroten?
Wie zal het zeggen?
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Jos Speybrouck.

Jos Speybrouck werd geboren te Kortrijk op 10 januari 1891 en stierf er op 21 augustus van het jaar 1956. Op zijn doodsprentje lezen we: "Zijn kerk! Hij was een man van onkreukbaar en onwankelbaar geloof, dat zowel zijn leven bezielde als zijn werk inspireerde. Door zijn missaal- en bijbelverluchtingen en zijn ontelbare devotieprenten heeft hij zijn geloofsgenoten christelijk onderricht en tot vroomheid gestemd."
Deze voorstelling van de manteldeling van Sintemetten, in zijn typische stijl, is een schitterend voorbeeld van zijn kunde.
De uitgeverijen Lannoo Tielt en de st-Andries abdij te Loppen gaven de meeste van zijn prenten uit, die op enorme schaal in Vlaanderen werden verspreid.
Deze prent op postkaartformaat werd gemaakt in 1929.

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Reageer op dit bericht

Nog een miniatuur uit het Getijdenboek van Rohan.

Randminiatuur. Bible moralisée.
Bijschrift: "Ce que les filz israel renoncerent la manne et demanderent char senefie les mauves escoliers qui renoncerent la doctrine et demandent la char du monde la convoitise les grans provendes et toutes les grans richesses."
De slechte monniken en geestelijken die zich van de ware leer afkeren en van hun bisschop st.-Martinus, eisen dat hij hun materiële goederen van deze wereld, rijkdommen en prebenden (inkomen uit kerkelijk goed), schenkt.
De duivel door wiens inblazingen zij hiertoe zijn verleid, houdt zich bovenaan gereed om hen met zich mee te sleuren.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Sintemetten en de twee bedelaars.

Eén van de minder bekende legenden over Sintemetten is die van de twee bedelaars.
Sint-Martinus stierf in 397 en werd in Tours begraven. De bewoners van die stad begonnen onmiddellijk met de bouw van een nieuwe kerk. De bedoeling was dat het lichaam van de heilige hierheen zou worden gebracht. Men werkte ruim 60 jaar aan het kerkgebouw. Toen het zover was, werd het lichaam overgebracht. Dit gebeurde met een grote, plechtige processie.
In die tijd woonden er twee bedelaars in Tours. De ene was verlamd, de andere blind. Elke dag trokken ze samen op. De blinde droeg de lamme naar de plaats waar ze zouden bedelen, de lamme wees de blinde daarbij de weg. Al bedelend verdienden de twee vrienden goed hun kost. Toen ze hoorden dat het lichaam van Sintemetten naar de nieuwe kerk zou worden gebracht, waren ze bang dat de processie door de hoofdstraat, waar ze werkten, zou komen. Zou sint-Martinus ook hun willen genezen? Dat mocht in geen geval gebeuren. "Gezond" zouden ze hun kostwinning kwijt zijn. Ze verborgen zich daarom in een smal straatje, waar de optocht zeker niet langs zou komen. Maar tijdens de processie gebeurde er in de hoofdstraat een ongeluk. De stoet was verplicht een andere route te volgen en kwam precies door het smalle straatje, waar de twee bedelende vrienden zich verborgen hielden. Op hun vlucht ontmoetten zij toch het lichaam van sint-Maarten en zoals verwacht werden de twee invalide bedelaars terstond genezen!
Een wonderlijk verhaal! Legende? Verzonnen of werkelijkheid?

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Grandes Heures de Rohan.

"Grandes Heures de Rohan" is een verlucht handschrift uit de Bibliothèque nationale te Parijs. Het manuscript is een zeer fraai getijdenboek dat helaas niet met zekerheid kan gedateerd worden. Het is één van de mooist verluchte, maar tevens één van de meest raadselachtige meesterwerken die de Franse kunst van de 15de eeuw ons heeft nagelaten. Eén van de miniaturen in dit wereldwerk toont ons de manteldeling. Deze miniatuur waarop de heilige Martinus een stuk van zijn mantel afsnijdt en het aan een bedelaar geeft, is duidelijk geïnspireerd op een afbeelding met hetzelfde thema die de Gebroeders van Limburg voor de Belles Heures (een vroeger getijdenboek) hebben geschilderd. De kunstenaar heeft evenwel hier het tafereel in een ander decor geplaatst. Verder was hij door het smalle formaat van de miniatuur gedwongen de bedelaar tot vlak bij de heilige te laten komen en om hem daarbij niet geheel af te dekken, liet hij het paard de kop naar rechts keren. Zijn karakteristieke voorkeur voor onbarmhartige, zo niet afstotende details deed hem achter de eerste nog een tweede bedelaar afbeelden die op houten benen en met krukken de heilige zijn bedelnap toesteekt. Deze kreupele neemt uit eerbied voor Sintemetten zijn hoed af. Op de achtergrond zien we witte stadsmuren en rijkelijke gebouwen. Opvallend is ook het enorme rode paardendeken waarop de heilige gezeten is. Dit reikt bijna tot op de grond. De echte manteldeling gebeurt langs de rechterkant van het paard en blijft voor het oog van de toeschouwer verborgen. Merkwaardig!
Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht

Martinus leefde in een woelige tijd.

Een typisch voorbeeld van de Franse machinaal geponste prentjes uit de 19de eeuw. De heilige Martinus afgebeeld als bisschop van Tours. In twee kleinere afbeeldingen zien we linksonder de manteldeling, rechtsonder het verhaal van de heilige boom. Het kantprentje is met de hand zeer zorgvuldig ingekleurd. Je zou het een "chique" prentje kunnen noemen.

Bij de geboorte van Martinus, in de provincie Pannonië van het West-Romeinse Rijk, was het grote Romeinse Rijk op sterven na dood.
In 313 erkent keizer Constantinus de christenen als volwaardige burgers. Het monogram dat op Christus wijst vervangt de Romeinse adelaar in het schild van het Romeinse Rijk. De slaven krijgen een menselijke behandeling en het gezinsleven steunt voortaan op andere normen. Men legt de nadruk op wederzijdse liefde en trouw, overspel wordt strafbaar.
Het Romeinse Rijk is zieltogend, het is een reus op lemen voeten geworden. De kaders wankelen en de administratie is uitgerafeld. Het kan niet meer de veiligheid van zijn eigen grenzen verzekeren, maar eist van zijn burgers toch meer en meer geld, de fiscale druk is huizenhoog. Werkeloosheid, crisis en armoede steken overal de kop op. Keizer Julianus wil het keizerrijk herstellen, maar mislukt. De kerk komt op in Gallië. De bisschoppen nemen zelf taken op zich die eigenlijk de wereldlijke macht toebehoren. Ze beschermen zwakken en armen, ze houden zich bezig met de materiële toestand van de bevolking.
In deze verwarde tijden wordt Martinus, monnik en asceet, bisschop van Tours tegen zijn wil, zoals hij ook tegen zijn zin vroeger soldaat werd.
Op de drempel van de oude wereld, het Romeins heidendom, het boerse heidendom op het platteland en het christendom, dat vooral in de steden geboren wordt, zal Martinus het voorbeeld geven van naastenliefde, zachtheid, nederigheid en vredelievendheid. Hij zal de geschiedenis ingaan als "Martinus van Gallië", de geestelijke vader en patroon van het toekomstige Frankrijk.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

6. ... en van de "Kaarsjesprocessie" uit het Mechelse. In zijn land teruggekeerd had hij het geluk zijn moeder te bekeren vooraleer naar Gallië weer te keren. Zijn ganse leven vloeide van liefdadigheid over. Hij stierf in een hoge ouderdom en werd te Tours begraven, waar zijn graf weldra een bedevaartplaats werd, waar talrijke mirakelen geschiedden.

EINDE.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

5. ... met het kruis van Christus. De avond vóór het gevecht kwam de vijand zich onderwerpen. Ten gevolge van dit mirakel, koos Maarten de geestelijke staat en werd bisschop van Tours. Men haalt nog talrijke mirakelen aan, geschied toen Maarten in Gallië verbleef en waaraan in ons land wordt herinnerd door feesten en overleveringen, namelijk deze van de "Sint-Maartensvuren"...

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

4. Dit gebeurde in November. Maar het werd schoon weder gedurende dit tijdstip en Maarten leed geenszins van zijn goede daad. Van toen af noemt men dit tijdstip van het jaar: "Sint-Maarten's Zomer."  Van lafheid beschuldigd door Keizer Juliaan, stelde Maarten, om zijn moed te tonen, voor, ten strijde te trekken, gewapend alleen ...

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

3. De volgende nacht zag Maarten in een droom Jezus-Christus, die de mantel droeg, die hij aan de ongelukkige had geschonken. Van heiden, die hij was, werd Maarten christen; hij ontving het doopsel op 22-jarige leeftijd. Hij bleef evenwel nog tal van jaren bij het leger. Maar om zijn mantel te hebben verdeeld, werd hij door een overste gestraft om half gekleed drie dagen aan de kaak te worden gesteld.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

2. In garnizoen te Amiens, reed hij op een koude winterdag door de stad en ontmoette een oude, haast naakte bedelaar, die bevende van de koude, zijn medelijden afsmeekte. Zonder aarzelen verdeelde de soldaat Maarten met zijn zwaard zijn mantel in twee, en gaf de helft aan de arme.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Schoolradio.

Illustratie bij de uitzending van de schoolradio. (11.11.49)
Uit: "JUVA. Encyclopedie voor de jeugd.
Wekelijks uitgegeven door het
Belgisch Nationaal werk tot bestrijding der Tuberculose.
2 november 1949. 2fr. Nr.53."

(Oorspronkelijke tekst.)

1. In het jaar 316 van de Christelijke tijdrekening, werd in Hongarije een jongen geboren met name Maarten, die een der meest volksgeliefde heiligen zou worden van ons land. Heel jong vrijwilliger in de onoverwinnelijke Romeinse legioenen, was hij op vijftienjarige leeftijd een vurig en vrolijk soldaat, die het leven hartstochtelijk beminde, maar tevens een goed hart.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Litanie van sint-Martinus.

Sint-Martinuslitanie uit:
"Schat-kiste der Litanien."
"Uyt de drukkerye van C. de Moor en Zoon, in de Philipsstok-straet. Brugge. 1778."

Een litanie is een gebed in een christelijke eredienst om God (of Maria, of één of meer heiligen) te aanroepen en te smeken voor een genade, een geschenk, of een genezing. Een litanie wordt gebeden tijdens een dienst of een processie en heeft de vorm van een aantal aanroepingen. Iemand (meestal de priester of een diaken) bidt voor en de gelovigen antwoorden met een bepaalde formule zoals bid voor ons, ontferm u over ons, of verhoor ons.
In de loop der eeuwen zijn tal van litanieën ontstaan ter ere van afzonderlijke geloofsgeheimen (Bv. van de Heilige Geest) of van heiligen, in zo'n grote getale en vaak van zo'n willekeurige aard, dat Rome zich het recht van approbatie (goedkeuring) van al de litanieën, die in de openbare eredienst gebruikt worden, heeft voorbehouden.
In de vroegste litanieën werd God aanroepen om bevrijd te worden van de aanval en overheersing door woeste stammen, of om van pest, cholera of andere besmettelijke ziekten gevrijwaard te worden. Pas later ontstonden de litanieën van de heiligen waarin deze worden aanroepen, en om hulp en bijstand gesmeekt.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

De mantel van sint-Martinus.

Een "overladen" Antwerps santje van Johannes Van Sande. (1713) De overdreven randversieringen overheersen dit prentje. Je moet als het ware de heilige gaan zoeken. Waarschijnlijk heeft de graveerder zijn kunde willen tonen in de gebruikte dier- en plantenornamenten. Of hebben twee kunstenaars aan dit beeldeken gewerkt? Eén graveerde de enorme randversieringen en een andere (leerling?) sneed de voorstelling van de heilige. Spijtig dat het belangrijkste, de manteldeling, nauwelijks te zien is. Ook het met de hand inkleuren gebeurde vrij slordig. Gelukkig is het prentje in perfecte staat.

Iedereen kent het verhaal van de manteldeling aan de stadspoort van Amiens. Sintemetten deelde zijn wijde soldatenmantel met een schaars geklede bedelaar. De volgende nacht verscheen Christus aan Martinus gehuld in de halve mantel die de arme gekregen had. Tot de engelen die Hem vergezelden zei Hij: "Martinus, hoewel nog slechts doopleerling (adhuc catechumenus) heeft mij met deze mantel bekleed."
De mantelhelft die Martinus behield, verwierf een eigen geschiedenis, hij ging als het ware een eigen leven leiden. Hij kreeg een plaats in het nationale heiligdom van de Franken, de basiliek van Tours, de latere bisschopsstad van de heilige Martinus. Daar werd de mantelhelft (cappa) bewaard in een eigen kapel (capella) door daartoe aangestelde kapelaans of "chapelains" (capellani). De chapelains of aalmoezeniers droegen de wonderbaarlijke mantel met het leger mee, als de Franken ten oorlog trokken. Ze hoopten daardoor te overwinnen.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Sintemetten en de wonderbare visvangst op paasdag.

Een zeer volks en naïef Antwerps santje. Ondertekend door Jacobus de Man (1650-1725). De heilige op een wit paard in een zeer eenvoudige klederdracht. Sint-Martinus deelt hier zijn rode mantel met een groep behoeftigen. Twee zitten er op de grond, een derde, een vrouw, staat recht en neemt ook de gedeelde mantel aan. Alles speelt zich af in open veld, geen stadspoort te zien.
De inkleuring gebeurde onzorgvuldig, hier en daar overlapt de verf de tekening, of gaat buiten de ovalen kader. Waarschijnlijk is hier een leerling aan het werk geweest in dienst van  J.de Man. Ook de foutieve N in de naam van de heilige steunt dit vermoeden. Al bij al een prentje voor het gewone volk.

Uit de vele gebeurtenissen in het wonderbaarlijke leven van Sintemetten nemen we het verhaal van de vis van Pasen. Het is een amusante geschiedenis, die doet denken aan de wonderbare visvangst uit het evangelie.
"Op paasdag, Martinus en zijn vele gezellen hadden pas de vasten beëindigd, was er geen enkele vis in de Loire te bespeuren. Sint-Maarten en zijn vrienden aten nooit vlees, maar enkel vis bij feesten. De rentmeester van het klooster, een diaken, Lato, een behendig visser, kon geen enkele vis verschalken. Ook andere bedreven vissers bij de Loire hadden niets kunnen vangen. Martinus vroeg de diaken of hij opnieuw het net wilde uitwerpen en verzekerde hem dat hij deze keer wel vis zou bovenhalen. Alle monniken keken naar Lato. Ze waren er zeker van dat het net niet leeg zou blijven omdat Sintemetten het bevel gegeven had. De visser had nog maar pas zijn net uitgegooid of hij kon al een heel grote vis uit het water slepen. De aanwezigen konden hun ogen niet geloven.
In de abdij vierde men een vrolijk paasfeest met lekkere vis op het menu!"
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Het leven van Martinus. Geschiedenis of legende?

Typische achthoekige Antwerpse kopergravure. Perkament, handgekleurd. "De manteldeling." De heilige is hier al van middelbare leeftijd, in een rijkelijk harnas, vreemd genoeg met een bevederde hoed. Forse personages. Cornelius de Boudt (1660-1735) toont met deze gravure dat hij tot de top van de Antwerpse graveerders behoort.
Wat is waar, wat is historisch juist in het leven van Martinus, of wat behoort tot de legende of verzinsel? We weten dat de "Vita Martini" van Sulpicius Severus de belangrijkste bron is van het leven van sint-Martinus. Vertelde deze schrijver de waarheid, of was hij een fantast en leugenaar? Was hij een betrouwbare getuige, of moeten we zijn verhaal met een korreltje zout nemen? Natuurlijk zegt Severus zelf over zijn werk dat het allemaal zeker waar is wat hij schrijft. "Dit verhaal heb ik van Martinus zelf vernomen."
Geschiedenis of legende? Of beide? We weten dat een legende een levensbeschrijving is van een martelaar, een heilige of held. Ze vertelt mirakels en daden door de heilige of held verricht. Een legende berust op een volkse overlevering die met de tijd aangedikt werd. Het is moeilijk ware gebeurtenissen en verzinsels van elkaar te onderscheiden.
De manteldeling aan de poort van Amiens. Echt gebeurd of fantasie van Sulpicius Severus? Het hele gebeuren illustreert een passus uit het evangelie volgens Mattheüs, waarin de evangelist vertelt naar welke gedragingen de mensen later, bij hun dood zullen beoordeeld worden. Het is een parabel over het Laatste Oordeel, waarin de Herder de scheiding maakt tussen de goeden en de slechten.
Na het delen van de mantel, vertelt de legende dat Martinus 's nachts een verschijning van de Heer zag, die sprak tot de engelen: "De geloofsleerling, Maarten, gaf mij deze mantel, toen hij die aan een arme stakker gaf."
Deze en vele andere verhalen werden over sint-Martinus verteld en verspreid. Vele geschiedschrijvers nemen die verhalen niet ernstig, omdat er geen data, geen namen van personen, geen plaatsnamen in voor komen. Ze menen dat ze verzonnen zijn.
Maar Sintemetten heeft echt bestaan ... Niemand twijfelt daaraan.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Jef Van den Eynde.

Jef Van den Eynde. (Retie 1913-1998)
Ouders: Karel A. (geb. te Antwerpen) en Octavie L. J. Van Ballaer (geb. te Kasterlee). Vader was gemeente-ontvanger en woonde met zijn groot gezin (10 kinderen) op de Pas, dicht bij de vest van de pastorij.
Jef studeerde te Hoogstraten en later aan het seminarie te Mechelen, waar hij op 11 juni 1938 priester werd gewijd. Werd leraar aan het sint-Stanislascollege van Berchem. In 1964 kapelaan in Westmalle en in 1973 volwaardig pastoor aldaar.
In 1988 ging hij op rust bij zijn zus Maria en broer Louis te Retie.
Jef was een man met vele gaven. Zo was hij een echte "Gezelle-kenner", die door zijn vele lezingen in Retie en daarbuiten, de mensen vaak wist te ontroeren.
Hij regisseerde niet alleen toneelstukken, hij schreef er ook.
Na zijn opruststelling werd hem gevraagd een toneelstuk te schrijven naar aanleiding van de 600ste verjaardag van het overlijden van sint-Martinus. Het werd gedrukt en opgevoerd onder de titel "Sint-Martinus van Tours". Jef kende natuurlijk ook het werk van Sulpicius Severus, de levensbeschrijving van de heilige, nog samengesteld tijdens het leven van Sintemetten. Hij gebruikte dit boek als voornaamste bron voor zijn toneelspel. Het toneelstuk laat ons vier episodes uit het leven van de heilige van Tours zien, die steunen op historische feiten. Voor zijn kostumering kon hij putten uit het rijke BRTN-archief, het textiel voor het grote toneeldoek werd verzameld via de Soesafoon van BRT2-radio en er werd gebruikt gemaakt van de 80 dia's over sint-Martinus die uitgegeven werden naar aanleiding van het pausbezoek aan Tours het jaar voor de opvoering in Retie. De prachtige toneelvoorstellingen in de sint-Martinuskerk werden door de Kortoren massaal bijgewoond.
René en Paul Stappaerts schrijven in hun boek "Retiese Koppen" (2001): "Dit Sint-Maartenspel mag als zijn levensbekroning beschouwd worden en ook als zijn geestelijk testament: de uitdrukking van alles wat hij dierbaar en waardevol vond in het leven, zijn liefde voor alles wat goed en waar en schoon is."
Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

De nieuwste sint-Martinusklok.

De nieuwe sint-Martinusklok weegt 2607 kg.
Opschrift: A.D.1962 (anno domini)
Petit & Fritsen Aarle - Rixtel Holland.
"Sint Martinus bronzen stem
Wenkt uw harte
In vreugd en smarte
Keer tot God u, kom tot Hem.
Ik werd gegoten te Aarle-Rixtel
Gedoopt in't jaar onzes Heren 1962.
Mijn peter: Louis Smets, voorzitter Kerkfabriek
Mijn meter: Maria Hulselmans
Z.E.Heer Carolus Josephus Govaerts, pastoor ab anno 1946"
Langs de andere zijde staat de beeltenis van sint-Martinus en op de kroon:
"Frans Schepens, burgemeester."

De grauwe oorlogsjaren gingen voorbij zonder dat er over nieuwe klokken gesproken werd. Pas in 1946 lezen we in de notulen van de kerkvergadering er iets over. Het vervangen van de geroofde klokken werd een echte lijdensweg. Er waren te veel organisaties die allemaal hun zeg moesten doen. Men maakte van alles een discussiepunt. Zijn de klokken wel gesmolten? Is er een attest betreffende de weggevoerde klokken, hoeveel bedraagt de financiële staatssteun? Moeten er geen twee dossiers gemaakt worden, één voor de klokken en een ander voor de torenrestauratie? ... Jarenlang probeerde men tot een goede oplossing te komen. In 1953 is er nog steeds geen schadeloosvergoeding uitbetaald en heeft men nog altijd geen toestemming om nieuwe klokken te gieten, want door de oorlog in Korea is de prijs van het koper veel te hoog!
Het is uiteindelijk pas in 1962 dat de firma Petit en Fritsen, klokkengieters uit Aarle-Rixtel in Nederland, de nieuwe klokken mag gieten. Veel schoon volk was daarbij aanwezig: Pastoor Karel Govaerts, burgemeester Frans Schepens en al de leden van de kerkfabriek.
De wijding van de klokken gebeurde op 1 juli 1962 om 14.30 uur, met een optocht door de belangrijkste straten van Retie. In de stoet mocht natuurlijk sint-Martinus met zijn Romeinse soldaten niet ontbreken. De klokken opgesteld in de sint-Martinuskerk, werden gewijd door de deken Franken uit Mol.
De notulen van 7 oktober 1962 vermelden dat de installatie van de twee klokken is voltrokken...
Sindsdien galmen de klokken weer vrij over mijn prachtig Sintemettendorp, zijn neten, zijn velden en zijn Kortoren! Precies alsof het nooit anders is geweest ...
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

De sint-Martinusklok geroofd door de Duitse bezetter.

Wijlen "Zefa" Breugelmans (Echtgenote van Frans Geuens.), volle nicht van mijn vader, tussen de twee "geroofde" klokken. Van haar kreeg ik deze unieke fotoreeks.

Precies honderd jaar lang galmden de drie klokken vrij over mijn Neten-dorp. De sint-Martinusklok luidde men bij feesten en processies, de Lievevrouwklok bij kerkelijke diensten en de kleine sint-Jozefklok (het schelleken) klepte drie maal per dag het angelus. Bij dood en begrafenis werden de twee grote klokken samen gebruikt, bij brand en ander onheil de drie klokken tegelijk.
Op 5 augustus 1943 kwam daar een abrupt einde aan. Die dag begonnen de "klokkenpikkers" (de Duitse bezetter) de dikke oude muren rond de galmgaten in de voorkant van de sint-Martinustoren weg te kappen. De twee grote klokken werden naar beneden gelaten. (De Duitsers eisten de klokken op bij een verordening van 10 maart 1943. Het herderlijk protest van 15 mei haalde niets uit.) De kleine sint-Jozefklok mocht blijven hangen. Op 19 augustus 1943 werden de klokken op een wagen geladen en naar Duitsland vervoerd om daar gesmolten te worden voor het gieten van kanonnen. Dat alles gebeurde onder ruime belangstelling van de Kortoren. De haat tegen de bezetter werd er niet minder op. Toch moest men lijdzaam toezien ...
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten