Wist u?
Paus van 590 tot 605.
Dat onze Germaanse voorouders niet alleen Wodan vereerden, maar ook andere goden in bijzondere bomen in het woud? De eerste christen geloofspredikers in ons land lieten deze "afgodsbomen" omhakken. Dikwijls tot grote ergernis van de plaatselijke bevolking! Gregorius de Grote, paus van 590 tot 605, was zeer pragmatisch aangelegd. (Hij geldt als één van de kerkvaders.) Hij liet aan de bomen nissen met beelden van heiligen hangen, zodat de verering van de woudreuzen veranderde in heiligenverering. Zo'n houten kastjes aan de bomen alsook kleine gebouwtjes met een nisvormige opening noemt men nu "kapellen". De naam "kapel" komt voort van het Latijnse woord "capella", een verkleinwoord van "cappa", in onze taal mantel, oorspronkelijk de kapel waar de mantel van Sintemetten werd bewaard.

