De dood van sint-Martinus.
Op 't einde van 397, Sintemetten was toen al boven de tachtig en al 26 jaar bisschop van Tours, begaf hij zich naar de plattelandsparochie van Condate (Andes) om daar een oplossing te zoeken voor een geschil tussen zijn geestelijken. Toen hij daar wou vertrekken was hij zo verzwakt dat hij de kracht niet meer had om naar Tours terug te keren. Hij voelde dat hij aan het eind van zijn krachten was en begreep dat zijn einde vlug naderde. Hij liet de monniken van Marmoutier en Ligugé bij zich komen en zei: "Ik ga u verlaten." Allen om hem heen smeekten hem te blijven. Maar sint-Martinus bad: "Heer, als U vindt dat ik nog nuttig kan zijn voor deze wereld, dan wil ik deze last nog dragen. Dat Uw wil geschiede!"
Hij liet zich op een haren boetekleed leggen en op een bed van as. Hij verzwakte zienderogen. Vele dagen had hij hoge koorts. Toch deed hij niets anders dan bidden. Het werd een pijnlijke doodstrijd en op een bepaalde moment geloofde hij dat zijn oude tegenstander, de duivel, aan het voeteinde van zijn bed stond. "Welnu, bloeddorstig beest," riep hij hem toe, "waarom sta jij hier? Je zult in mij niets vinden dat van jou is, vervloekte!"
Dan gaf hij nog één keer een eenvoudig overzicht van zijn leven. Na ook nog een laatste maal over de duivel te hebben gepraat verklaarde hij: "De schoot van Abraham staat op mij te wachten."
In alle rust gaf hij daarna de geest. Men las op de kalender: 8 november 397.

