Sint-Maarten.


Uit: "Een jaarkring in legenden."
Illustratie van Leon Holman.
Utrecht 1948.
Uitg. W. De Haan N. V. Blz.: 236-239.
"Op 11 November wordt er in Italië over het algemeen flink gedronken, maar in Sicilië moet men dien dag tenminsten den wijn gaan proeven, zelfs al zou men daar geen lust toe hebben. Doet men het niet, dan wordt de wijn in de vaten zuur. Maar wat erger is, zo zegt het volk, wie geen wijn drinkt komt niet in de hemel. De deskundigen beweren, dat op dien dag de most in wijn veranderd wordt. In Noord-Italië bewaren de boeren een tros druiven van den wijnoogst die ze dan op 11 November, als herinnering aan het mooie jaargetijde, opeten. De eerbiedwaardige bisschop Sint Maarten wordt in Sicilië als de patroon van de dronkaards beschouwd en zelfs gaat het volksgeloof zo ver, dat men deze Heilige, natuurlijk geheel ten onrechte, voor een onvervaarden wijndrinker houdt. Van hem is echter bekend, dat hij zo sober was, dat men in een door hem gesticht klooster, waar hij met tachtig leerlingen woonde, zelfs nooit wijn heeft gedronken.
St. Maarten geldt trouwens algemeen als een voorbeeld van de meest onbaatzuchtige christelijke liefdadigheid. Deze deugd komt mooi tot uiting in een legende, die ons verhaalt hoe Maarten, toen hij eens een armen man zonder klederen op straat ontmoette, met zijn zwaard zijn mantel in twee gedeelten verdeelde en de ene helft aan den arme gaf. Den volgenden nacht zag hij Christus, gekleed met het deel van zijn mantel dat hij daags te voren aan den armen man geschonken had, terwijl Hij tot de rond Hem vergaarde engelen sprak: "Weet, dat Maarten, toen hij nog catechumeen was, mij met dezen mantel heeft gedekt!" Volgens een Noord-Italiaanse legende hadden St. Maarten en de duivel beiden een molen. Nadat de duivel eens de molen van St. Maarten had bezichtigd, vroeg de Heilige hem of hij ook eens zijn molen mocht komen bekijken. De duivel willigde den wens van den Heilige in onder voorwaarde, dat hij gedurende zijn bezoek geen kruistekens zou maken. Maarten beloofde dit, maar, toen hij voor den molen van den duivel stond, maakte hij toch kruistekens met gevolg, dat de molen plotseling onbruikbaar werd. "De molens;" zeide de duivel, "zullen voortaan aan U behoren, maar de molenaars aan mij!" Om niet in de handen van de duivel te vallen, vasten de molenaars op het vigilie van St. Maartensdag. Een Siciliaanse legende vertelt ons weer, dat de duivel, die de bijnaam Culicchia draagt, zich vermomde als een arm man, die op het punt stond van honger om te komen, en die aan de weg gezeten was, waar St. Maarten gewoonlijk voorbijkwam. De Heilige had die dag geen geld bij zich en zei tot den arme, dat hij hem niets kon geven. Maar de arme hield aan zeggende, dat hij sinds twee dagen niets gegeten had. Maarten kreeg medelijden, trok zijn mantel uit en gaf hem aan den arme met de woorden: "Ziedaar deze mantel, ik heb niets anders, neem hem en ga dan eten!" De duivel was zeer tevreden, dat hij Maarten had kunnen bedriegen, wierp zijn vermomming af en vertoonde zich in zijn ware gedaante. Doch Maarten liet zich niet uit zijn lood slaan en sprak tot de duivel: "Ik geloofde dat je arm was, daarom heb ik datgene gegeven dat ik bezat, maar nu, verachtelijk beest, verdwijn in de diepten van de hel!" Naar een andere versie gaf de heilige zijn mantel aan een armen man, die dronken aan den weg lag, om hem tegen de koude te beschutten. Aan deze daad van liefdadigheid is het waarschijnlijk te danken, dat men aan St. Maarten het niet bijzonder eerbiedwaardige beschermheerschap der dronkaards heeft toegedacht.
St. Maarten heeft met dronkenschap niets te maken. Het ongelukkige toeval wil, dat zijn feestdag op 11 November valt, den dag waarop in Italië de wijn geproefd en de vaten aangebroken worden. Deze gewoonte lijkt de directe voortzetting te zijn van het oude wijnfeest der Grieken, dat in de eerste helft van de maand Anthesterion ter ere van Bacchus gevierd werd. Die dag wordt in Italië in vreugde, uitgelatenheid en braspartijen doorgebracht. Meestal begint het feestmaal op den Zondag na 11 November, wanneer een ieder vrij is. In Sicilië is het zede bij deze gelegenheid kalkoen te eten en natuurlijk wijn te drinken. Is er geen kalkoen dan mag varkensvlees niet ontbreken. De beschuiten, die men op dien dag eet en van welke reeds dagen te voren de etalages vol liggen, heten in het Siciliaanse dialect Viscotta di S. Martinu "St. Maartensbeschuit." en zijn werkelijk artistiek van vorm. De banketbakkers bereiden ook allerlei uit suiker vervaardigde gebakjes, die St. Maarten in een theatrale houding te paard voorstellen, zwaaiend met zijn zwaard. Het moet voor de kleine Italiaantjes een probleem zijn die gebakjes op te eten. Komt eerst het paard aan de beurt en dan de Heilige of omgekeerd?
Op vele plaatsen is St. Maartensdag in Italië een intiem en gezellig familiefeest. Men ontvangt niet graag bezoek, aangezien de hele familie in de keuken bezig is om de feestmaaltijd klaar te maken en zij wenst daarbij niet gestoord te worden. De arbeiders en boeren haasten zich om zo vlug mogelijk thuis te zijn. Welk een drukte heerst er op de stations, waar de mensen zich verdringen om 's avonds zo vroeg mogelijk te Mestre of te Treviso bij hun gezin te kunnen komen! Terwijl in Noord-Italië op de bergen reeds de eerste sneeuw gevallen is, is het over het algemeen tegen St. Maartensdag in heel Italië zacht en mild weer: men noemt dan ook te Venetië de tien dagen die op 11 November volgen istadela de S. Martin "het St. Maartenszomertje." Juist omdat tegen 11 November voor een korten tijd de natuur ontwaakt, wensen de Sicilianen elkaar op dien dag, Bon Sammartinu "Goede St. Maarten.", d.w.z. overvloed van wijn, olie, melk, enz. Wanneer de bedienden hun St. Maartenswensen komen aanbieden, ontvangen ze enkele der voor St. Maartensdag gebakken beschuiten ten geschenke. Misschien staat met het mooie weer de minder mooie gewoonte te Venetië in verband om op St. Maartensdag te verhuizen. Dat onze Heilige oorspronkelijk soldaat is geweest, blijkt niet alleen uit de gebakjes, die hem te paard met het zwaard in de hand voorstellen, maar ook uit het feit, dat St. Maarten, te zamen met St. Joris, de beschermer is van de Italiaanse soldaten, die hem niet zelden met den omineuzen wijn, waarmee hij eigenlijk niets te maken heeft, vereren."


















