
Is dit de Sintemetten op het paard met drie poten?
Overgenomen uit Oudheid en Kunst.
Algemeen tijdschrift voor Kempische geschiedenis, uitgegeven door de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Brecht en Omstreken.
39e jaargang, 1956, aflevering 2 en 3. Blz. 88 schrijft E. Sneyers:
"Over dit doksaal moet men te Retie, een halve eeuw geleden, niets meer geweten hebben. Immers, waar in "de inventaris der Kunstvoorwerpen in de Openbare Gestichten der Provincie Antwerpen, 1902" genoteerd werd: "Rethy: .... in den tuin der pastorij verscheidene gedeelten beeldhouwwerk, zuilen en voetstukken, die uit den grond werden opgedolven" - kon niemand de experten mededelen dat dit alles voortkwam van het in 1716 afgebroken doksaal.
Dat we dit "nu" weten hebben we te danken aan een betwisting tussen de wethouders van Retie en de toenmalige pastoor van de parochie, waarbij alles zwart op wit werd gezet. We kennen thans niet alleen het verloop der gebeurtenissen op de dagen van 16, 17 en 18 juli 1716, doch ook de nauwkeurige beschrijving van de materialen der afbraak, bij zover dat het een man van 't vak mogelijk is het kunstwerk in zijn grote lijnen in tekening te brengen.
Het doksaal dat in onze kerk het koor scheidde van de beuk, was opgebouwd uit arduin en witte mergelsteen en had drie bogen gericht naar het schip van de kerk en een halve boog naar ieder der zijbeuken. Twee koordeuren, ieder 12 voet hoog en 3 1/2 voet breed, met traliewerk in gegoten koper, sloten het hoogkoor af van het schip. Op de kroonlijst stonden dertien grote kandelaars in gegoten koper. Een houten wenteltrap leidde naar het hoogzaal. Onder het stenen beeldhouwwerk vermeldt de inventaris tien posturen in witte steen, ieder omtrent 2 voet hoog, één postuur in witte mergel van Sinte Marten te paard, zijnde bruin geschilderd. Verder acht stukken beeldhouwwerk in witte steen, voorstellende het Lijden van Christus, n.l. het Hofken, de Geseling, de Kroning, de Kruisdraging, de Afdoening van het kruis, de Begrafenis, de Verrijzenis en de Hemelvaart.
De nog bestaande overblijfselen van het doksaal zijn: de twee voetstukken van kolommen waarop thans de Lievenheer-op-de-koude-steen in het kerkportaal rust, verder enkele voetstukken en pilaren voor de pastorie en in de aanpalende tuin. En - wie weet - is de gammele Sinte Merten op een paard met drie poten, in de schemer van de raadzaal op ons gemeentehuis, niet de postuur die beschreven wordt in de opgave van de afbraak."
( Dit beeld van Sint Marten is niet vermeld in de Inventaris van de Provincie.)