Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
seniorennet.beseniorennet.be

Wist u ...

Vanaf de 4de eeuw tot in de late middeleeuwen vastte men in een groot deel van Europa, te beginnen op de dag na de feestdag van sint-Martinus. ( Dus op 12 november. ) Deze vastentijd duurde 40 dagen. Daarom werd deze periode in het Latijn "Quadragesima Sancti Martini" genoemd. Later werd het door de Kerk "Advent" geheten.

Martin Luther werd bij zijn doopsel genoemd naar onze heilige. Dat gebeurde op 11 november 1483 in de Petrus en Pauluskerk te Eisenbach. Veel Lutherse congregaties werden naar st.-Martin genoemd. Toch wel ongewoon als je bedenkt dat Sintemetten een heilige is die niet in de bijbel voorkomt.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Tentoonstelling 9, 10 en 11 november 2008.

Zondag 9, maandag 10 en dinsdag 11 november 2008.
Telkens van 13 h tot 18h.
Op de bovenverdieping van de eeuwenoude Retiese watermolen.


Tentoonstelling.

Naar aanleiding van de feestdag van onze Retiese patroonheilige Sint-Martinus, "Sintemetten" zeggen ze bij ons, stellen enkele grafische kunstenaars hun schilderijen, tekeningen, gravures en affiches tentoon, alle met het gemeenschappelijke thema:

"De liefdadigheid van Sintemetten."

De legende is bekend: "Aan de stadspoorten van Amiens (Frankrijk) deelde Martinus, een jonge legerofficier, zijn grote mantel (capa) met een schaars geklede bedelaar.
's Nachts ziet de Romein in een droom Christus die zijn halve mantel om heeft ... "

Vele kunstenaars hebben in de loop der tijden deze "manteldeling" uitgebeeld. Denken we maar aan het wereldberoemde schilderij in de parochiekerk van Zaventem door van Dyck. (Waarschijnlijk het meest gekopieerde doek van België.) Toch kennen we geen enkele voorstelling, (schilderij, tekening of beeldhouwerk) die indentiek is aan een andere.
Deze kleine, pretentieloze tentoonstelling met werk van eigen Vlaamse kunstenaars illustreert duidelijk deze verscheidenheid. Zowel in voorstelling, gebruikte technieken en afmetingen. Zo zien we op zijn minst "merkwaardige" kunstwerkjes over onze Retiese beschermheilige. En ... betaalbaar voor ieders beurs!

Met originele werken van Riet Anthonissen, Rik Peeters, Tine Spruyt en Chris Tackaert.
Gratis inkom.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Het oude koordoksaal van Rethy. Deel II.

Is dit de Sintemetten op het paard met drie poten?

Overgenomen uit Oudheid en Kunst.
 Algemeen tijdschrift voor Kempische geschiedenis, uitgegeven door de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Brecht en Omstreken.
39e jaargang, 1956, aflevering 2 en 3. Blz. 88 schrijft E. Sneyers:

"Over dit doksaal moet men te Retie, een halve eeuw geleden, niets meer geweten hebben. Immers, waar in "de inventaris der Kunstvoorwerpen in de Openbare Gestichten der Provincie Antwerpen, 1902" genoteerd werd: "Rethy: .... in den tuin der pastorij verscheidene gedeelten beeldhouwwerk, zuilen en voetstukken, die uit den grond werden opgedolven" - kon niemand de experten mededelen dat dit alles voortkwam van het in 1716 afgebroken doksaal.
Dat we dit "nu" weten hebben we te danken aan een betwisting tussen de wethouders van Retie en de toenmalige pastoor van de parochie, waarbij alles zwart op wit werd gezet. We kennen thans niet alleen het verloop der gebeurtenissen op de dagen van 16, 17 en 18 juli 1716, doch ook de nauwkeurige beschrijving van de materialen der afbraak, bij zover dat het een man van 't vak mogelijk is het kunstwerk in zijn grote lijnen in tekening te brengen.
Het doksaal dat in onze kerk het koor scheidde van de beuk, was opgebouwd uit arduin en witte mergelsteen en had drie bogen gericht naar het schip van de kerk en een halve boog naar ieder der zijbeuken. Twee koordeuren, ieder 12 voet hoog en 3 1/2 voet breed, met traliewerk in gegoten koper, sloten het hoogkoor af van het schip. Op de kroonlijst stonden dertien grote kandelaars in gegoten koper. Een houten wenteltrap leidde naar het hoogzaal. Onder het stenen beeldhouwwerk vermeldt de inventaris tien posturen in witte steen, ieder omtrent 2 voet hoog, één postuur in witte mergel van Sinte Marten te paard, zijnde bruin geschilderd. Verder acht stukken beeldhouwwerk in witte steen, voorstellende het Lijden van Christus, n.l. het Hofken, de Geseling, de Kroning, de Kruisdraging, de Afdoening van het kruis, de Begrafenis, de Verrijzenis en de Hemelvaart.
De nog bestaande overblijfselen van het doksaal zijn: de twee voetstukken van kolommen waarop thans de Lievenheer-op-de-koude-steen in het kerkportaal rust, verder enkele voetstukken en pilaren voor de pastorie en in de aanpalende tuin. En - wie weet - is de gammele Sinte Merten op een paard met drie poten, in de schemer van de raadzaal op ons gemeentehuis, niet de postuur die beschreven wordt in de opgave van de afbraak."
( Dit beeld van Sint Marten is niet vermeld in de Inventaris van de Provincie.)

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

De naakten kleden.

"Op deze plaat wordt Sint Martinus' edelmoedigheid in beeld gebracht.
Martinus, Romeinsch soldaat, reed op zekeren dag langs den weg, toen een arme halfnaakte bedelaar hem een aalmoes vroeg. Martinus ontdeed zich van zijn mantel en sneed dezen met z'n zwaard in twee stukken. De eene helft gaf hij aan den bedelaar. Den nacht daarop had Martinus een droom, waarin Christus hem verscheen, zeggend, dat Hijzelf de bedelaar was geweest, aan wie Martinus die weldaad had bewezen.
Martinus is later priester gewijd en bisschop geworden. In de vorige eeuw was het een volksheilige, zooals nu Sint Antonius van Padua. Vele kerken in het Zuiden van ons land zijn hem nog toegewijd."

Uit een leesboekje uit de jaren dertig.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

De papenspiegel.

"De papenspiegel. Het masker afgerukt, het ware gelaat van de rooms-katholieke kerk." door Corvin Wierbitsky. Libertas uitgeverij. Tweede druk: 1990.

"Dit boek wed in 1848 geschreven, maar heeft niets van zijn kracht ingeboet. Het is één lang polemisch schotschrift, gebald, trefzeker. De stijl is onverwacht modern, vlijmend scherp, met een bijtende humor. De inhoud is na bijna anderhalve eeuw meer dan ooit actueel."

Op blz. 31 schrijft Wierbitsky over Sintemetten:

"Gauw schoten er ook in Europa heiligen en kloosters op als paddestoelen. De heilige Martin stichtte het eerste klooster in Frankrijk. Hij zag het levenslicht in 316 in Panonië, en werd krijgsman van beroep. Hij was een brave borst want op een goede keer gaf hij de helft van zijn mantel aan een arme sloeber. Toen hoorde hij Christus zelf luidkeels roepen: "Wat ge anderen hebt gedaan, hebt gij mij gedaan." Op slag besloot hij zijn regiment in de steek te laten en als heilige door het leven te gaan. Hij bracht het tot aartsbisschop van Tours. Hij was niet van het nederige type. Integendeel, hij was zich bewust van zijn uitzonderlijke waardigheid. Toen hij bij keizer Valentianus op visite kwam, wilde die niet van zijn troon opstaan om st.-Martin te groeten. Slecht bekwam hem deze hoogmoed. Martin begon te bidden dat het kraakte, en op hetzelfde ogenblik sprongen knetterende vlammen uit de troonzetel op. En de keizerlijke majesteit moest bliksemsnel opwippen om te verhinderen dat zijn achterste geroosterd werd."

Johan Anthierens schreef ooit over dit boek: "Een boek waarin de religieus ingestelde en dweper met Jezus Christus Wierbitsky de tempelvloer aanveegt met pausen, monniken, celibaat, de complete rooms-katholieke handel." (uit "Gaandeweg", dec. 1986.)

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Martinus Nijhoff.

Martinus Nijhoff (1894-1953), Nederlands dichter, toneelschrijver en essayist. Hij komt uit een familie van boekhandelaars, uitgevers en bibliografen. Studeerde rechten en Nederlands. Weet aangrijpende emoties in eenvoudige taal weer te geven. Kenmerkende motieven in zijn werk zijn het terugverlangen naar het ongerept kind-zijn, het zoeken naar intimiteit, de godsdienst, het met eerbied en liefde terugzien op zijn moeder. De vier dichtbundels die hij schreef: "De Wandelaar", "Vormen", "Nieuwe gedichten "  en "Het uur U" behoren tot het beste wat er in de Nedrlandse poëzie verschenen is.

"Als ik uw snijdend beeld zie, denk ik schamper:
Ook gij waart klein, want aan uw naaste in nood
Gaaft gij een helft, geen ganschen mantel.
Gij steegt niet af als goed Samaritaan,
Gij bleeft te paard boven den man verheven,
Toen gij uw zwaard greept, hebt gij willen slaan,
Naar 't creatuur dat zat te beven."


Dit zijn de twee eerste coupletten uit het gedicht: "Martinus." van Martinus Nijhoff. De schrijver steekt hier op ironische wijze de draak met het beeld van Sintemetten, de barmhartige soldaat en met de manteldeling, de beroemste episode uit het heilige leven van sint-Martinus in het bijzonder.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Sintemetten en de Winterhulploterij.

Geheel biljet van de eerste schijf van 1944.
De elfde schijf van 1944, trekking van 29 december, zou de laatste schijf zijn.
Lithografie E. G. I., naar R. Warnotte.
Eigen archief.

Zoals vroeger al gezegd: Winterhulp was een Duits en geen Belgisch initiatief. Het was opgericht om aan kinderen en behoeftigen soep, melk, vitaminen, versterkende middelen, steenkolen en kledingsstukken te bezorgen. Op 20 december 1940 gaat de Winterhulploterij van start met de verkoop van de eerste schijf. Het plan voorzag voorzichtig slechts 10 miljoen frank als objectief en een maandelijkse trekking. De verkoop viel zwaar tegen. Door een meer agressieve verkoopspolitiek, die in 1942 al zijn vruchten begon af te werpen, werd het plan verhoogd tot 20 miljoen, het ritme van de trekkingen werd opgedreven tot drie per maand en het aantal kleine loten ( vijfden ) werd aanzienlijk opgevoerd. Om het negatief (Duits) beeld van de Winterhulploterij om te buigen werden behendig vaderlandslievende en humanitaire organismen onder de arm genomen. Nieuwe groepen werden bij de verkoop van vijfden betrokken: Nationaal Werk der Oorlogsinvaliden, het Nationaal Werk voor Oudstrijders, de stichting "Pakket van de krijgsgevangene - Colis du prisonnier", het Nationaal Werk voor Tuberculose, het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, het Rode Kruis en het Vlaamse Kruis. De winst vergrootte met één derde. Deze opgaande trend zou zich blijvend doorzetten.
Van het midden 1944 werd België opnieuw rechtstreeks in het krijgsgewoel betrokken. De mensen hadden geen geld meer voor enig gokspel. (Sommige postkantoren werden overvallen en de dieven gingen er bij voorkeur met biljetten van de loterij aan de haal.)
Het eind van de bezetting kwam in zicht. Door een besluitwet van 5 mei 1944 werd het Nationaal Comité Winterhulp ontbonden. De elfde trekking op 29 december 1944 was de laatste schijf.
Daarmee werd de Winterhulploterij afgesloten. Het bestuur diende niet te blozen om de balans die zij na vier jaar bezetting kon voorleggen.
Op alle loten was de manteldeling van sint-Martinus te zien geweest. Sintemetten had zijn werk voortreffelijk volbracht!

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Uit: "Geestelijken altytduerenden
Almanach.
By maniere van eene korte Legende
der Heylighen.
Door H. P. M. tot Brussel.
By P. J. Lemmens, Boeck-drucker en
Boeck-verkooper in de Bisschop-straet."
1727.
"Met het kleet dat Sinte Merten
Gaf aen d'arme uytter herten
Heeft hem Christum snachts vertoont,
Peyst eens hoe hij is geloont!"

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Aan de rand. Het werk der daklozen.

Om de drie maanden krijg ik het tijdschrift "Aan de rand", een uitgave van het "Werk der daklozen", in mijn brievenbus. Ooit had ik over hun liefdadigheidswerk gelezen en een kleine bijdrage op hun rekening overgeschreven. In hun prachtige kerstnummer van 2007, Nr. 136, las ik met heel veel belangstelling het artikel "Van Amiens naar Antwerpen". Ik wou het jullie niet onthouden.

"In mijn beduimelde agenda zit reeds jarenlang een verkreukte prentkaart. Het is een reproductie van een meesterwerk van Antoon Van Dijck, dat te pronken hangt boven het rechter zijaltaar van de st.-Martinuskerk te Zaventem. Het stelt de befaamde st.-Martinus voor, die gezeten boven op zijn ros de helft van zijn mantel deelt met de naakte man aan de stadspoorten van Amiens.
Sinds de oprichting van het "Werk der Daklozen" op 21 september 1939 is deze legendarische figuur de patroonheilige van het onthaalcentrum geworden. En reeds jaren prijkt zijn nobele figuur op een halfverheven beeldhouwerk boven de ontmoetingszaal.
Martinus was een Hongaarse soldaat, die gedurende 2 jaar tegen wil en dank zijn "dienstplicht" diende te vervullen in het Romeinse legioen. Bij de verovering van Gallië in 332 ontmoette hij deze hulpbehoevende man. Heel merkwaardig is de vaststelling, dat hij slechts een gedeelte van zijn rode mantel aan deze schamele man bezorgde. Waarom niet gans zijn tuniek? Het resterende van zijn kostbare mantel behoorde immers toe aan het Romeinse legioen en mocht niet weggegeven worden. Kortom alles wat hij kon en mocht weggeven gaf hij zonder dralen af.
Martinus is dan ook niet zonder reden de patroonheilige van het "Werk der Daklozen". Ook wij pogen dag-in, dag-uit de beschadigde thuislozen "opnieuw te bekleden met waardigheid".
En zo is de "A" van Amiens ook de "A" van Antwerpen geworden!
Reeds 68 jaar wordt de figuur van sint-Martinus de nodige luister bijgebracht op zijn feestdag: 11 november. Doch bovenal worden alle bewoners en ex-bewoners van het "Werk der Daklozen" met de nodige zorg omgeven."

www.daklozen.be                   werkderdaklozen@hotmail.com

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Onlangs kreeg ik van een goede vriend deze merkwaardige fantasie-kaart, met de opmerking:
" Waar ze uwen Sintemetten al wel niet voor gebruiken!"

"Gebed ten gebruike der Jonge meisjes die wenschen te trouwen."

"Te herhalen des 's morgens en 's avonds, de handen gevouwen, de oogen ten hemel geslagen."

"Ik verzoek U, o, H. Mauricius, U Sint Martijn en H. Sulpicius
De heiligen in 's hemelszaal en die er nog komen altemaal:
Zoo rap het kan
Schenk mij nen man ...
Ik bid U, o, H. Hyacint, zeg mij waar ik hem vind ...
Bidt voor mij, H. Leander, ook gij H. Alexander
Op mijne knieën, bid ik U zoet, wees allen toch zo goed,
Verheft gezamentlijk Uwe stem, met den H. Ephraiëm
Opdat ik, nog voor Sint Niklaas, hebbe eenen braven baas ...
Met hart en ziel en zinnen, zal ik hem eeuwig trouw beminnen
Ik zal hem beminnen, hoe langer hoe meer ...
En ... o groote heiligen, ik ... ik kan niet meer ..."

Sintemetten, bewijst deze kaart dat in het begin van de twintigste eeuw heel wat "jonge meisjes" het moeilijk hadden om aan een "braven baas" te geraken? Dat ze zelfs U inschakelden om toch maar een man te kunnen strikken? En ... grote heilige ... dat ze schreven tot ze niet meer konden?

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Liber chronicarum.

Eén van de oudste voorstellingen van Sintemetten.
 De prachtig met de hand ingekleurde houtsnede is van uitzonderlijke kwaliteit en toont ons sint-Martinus in gewone kledij met een bedelaar. Deze prent komt uit "Liber chronicarum" van de Duitser Hartmann Schedel. (1440-1514) Dit boek, een incunabel of wiegendruk, werd gedrukt te Nuremberg in 1493. ( Het is dus een gedrukt boek, niet handgeschreven, van vóór 1501. Boeken gedrukt na 1 januari 1501 noemt men "postincunabelen".) Het werd gedrukt door Anton Koberger (1445-1513), één van de grootste drukkers uit de 15de en 16de eeuw. Hij drukte ook de beroemde Gutenberg-bijbel (1455).
De "Liber chronicarum" is één van de meest populaire incunabels. De eerste editie werd gedrukt in het Latijn, een herdruk in het Duits volgde al in december van hetzelfde jaar. Niet minder dan 800 Latijnse en 400 Duitse copies werden reeds opgespoord.
Het boek bevat meer dan 1800 houtsnedes van ongeziene kwaliteit. Zichten van steden en landen. Unieke voorstellingen van heiligen. Tekst en illustraties vullen elkaar wonderwel aan. Michael Wolgemuth en William Pleydenwurff, (vader en schoonzoon) maakten de houtsnedes. Ze behoorden tot de grootste kunstenaars van hun tijd, zelfs de grote A. Dürer was bij hen in de leer.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Door sneeuw en wind.

"Sint-Maarten reed door sneeuw en wind." Dat zingen de kinderen wanneer ze op het feest van Sintemetten met kleurrijke lampions en kunstig uitgeholde bieten door de straten trekken.
Uit het Duits vertaald door Lutgart Debroey. Liedje gevonden in het prachtige kinderboek "Martinus van Tours." door Jozef Quadflieg, met verbazend mooie illustraties van Renate Fuhrmann. Uitgegeven voor België: N.V. Uitgeverij Altiora Averbode, 1995.

Sint - Maarten.

Sint-Maarten, reed door sneeuw en wind
Zijn vurig paard droeg hem gezwind.
Sint-Maarten reed met licht gemoed
Zijn mantel dekt hem warm en goed.

Een oude man zat langs de baan
En sprak de ridder smekend aan:
O, help me toch in mijnen nood.
'k Vind in dees harde kou mijn dood.

Sint-Maarten, innig aangedaan
Blijft voor den armen beedlaar staan,
Hij trekt zijn slagzwaard uit de schee
En snijdt zijn mantel glad in twee.

Sint-Maarten geeft vol medelij
Hem 't grootste stuk en rijdt voorbij
Door sneeuw en wind met licht gemoed
Zijn halve mantel dekt hem goed.

Sint-Maarten, van zijn tochten moe
Legt zich ter ruste, wel te moe
Tot loon van 't geen hij heeft verricht
Ziet hij des nachts een helder licht.

Een oude man verschijnt voor hem
En spreekt met zoete hemelstem:
"Ik ben uw Jezus, Mij gaaft gij
Dees mantelhelft uit medelij."

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Dag Register.
Den H. Martinus.
Bisschop.
11 November.
"Waeckt, en bidt, op dat gy niet en valt in bekoringe;
den geeft is wel vlytig, maer het vleesch is krank."
Matth. 26.

Zo begint op blz. 346 van het "Dagh-register der Heyligen" eerwaarde pater Joannes Stephanus Grosez zijn "overdenking" over Sintemetten. Het tweedelige boek is gedrukt te Antwerpen door "Alexander Everaerts, Boeckdrucker op de Minderbroeders Ruy
in S. Ignatius. Met Gratie en Privilegie."
(1727 ?)

"Den H. Martinus, noch zijnde een geloofsleerling, gaf een stuck van zijnen mantel aen eenen aermen; en Jesus Christus, vertoonde zig aen hem den volgende nacht, bekleet met dien mantel. Desen Heyligen weende, als men hem wilde Bisschop maecken. Vervolgt zijnde door een van zijne Priesters, genaemt Brixius; Waerom en wilt gy niet (seyde hy) dat ick lijde van Brixius? Jesus Christus heeft wel geleden van Judas? Wesende op zijn sterven, zeyde hy tot Godt; Heere in dien ick aen uw volck noch nootsaeckelijck ben, ick en weygere den arbeyt niet. Hy stierf in't jaer 397."



Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Nieuw boekje.

Laatste boekenaanwinst. Een heel dun boekje, het bevat nauwelijks tien bladzijden.

Max Fraipont.
"Une statuette équestre
de
Saint Martin de Tours"
Groupe mosan en bois de chéne
Première moitié du XVIe siècle.


(Extrait de la Chronique du Pays de Liège de Septembre-Octobre 1921.

Liège.
Imprimerie H. Vaillant-Carmanne.
4, place Saint-Michel,4
 
1921.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

De kaarsen van Frits Spies.

Sint-Martinus mocht bij de uitgebeelde heiligen natuurlijk niet ontbreken.  Deze prachtige sintemetttenkaars siert de sint-Martinuskerk te Gennep.

Kaarsen maken. Een beroep dat niet zo veel voorkomt. Weinig "kaars-kunstenaars" zijn beroemd geworden. Een uitzondering is Frits Spies. (1931 - 1979) Deze Nederlandse kaarsenmaker is bekend geworden door het creativiteitscentrum "Gouden Handen" in 's-Heerenberg. Het was het grootste creativiteitscentrum ter wereld voor amateurs, gelegen in de Gelderse Achterhoek en gevestigd in het voormalige klooster "Don Rua". Frits was een hobbyist. Boetseren in was was zijn ganse leven. Zonder een echte opleiding maakte hij de mooiste kunstwerken.
Van beroep was hij hofmeester op de vliegbasis van zijn geboorteplaats Leeuwarden. In 1975 gaat hij in 's-Heerenberg wonen. Hij maakte kaarsen puur en alleen voor zijn geloof en niet voor de kunst. Hij beeldde dan ook enkel religieuze voorstellingen uit. Commerciële opdrachten heeft hij nooit willen aanvaarden.
Zes keer werd hij door paus Johannes Paulus II in audiëntie ontvangen in Rome. Elke keer bood de Nederlandse kunstenaar de kerkleider een zelfgemaakte devotiekaars aan. Als dank kreeg Frits een zeer hoge pauselijke onderscheiding.
Hij maakte enorme devotiekaarsen die elk hun eigen verhaal vertelden. "Het Laatste Avondmaal" van Leonardo da Vinci weegt liefst 200 kg, is 2,5 m breed en 1 meter hoog. Ook een zeer mooie "Pieta" van Michelangelo heeft hij onnavolgbaar uitgebeeld. Miljoenen hebben zijn werk bewonderd in "Gouden Handen". In 1993 moest hij daar echter vertrekken. Langs de brandtrap kon hij zijn kostbare kunststukken in veiligheid brengen. Zijn wereldberoemde kaarsen komen uiteindelijk terecht in de Belgische gemeente Baarle-Hertog. Vanaf 1997 zijn ze daar in het Baarle's Kaarsenmuseum te zien. Enorm veel volk komt ze bewonderen! Een echte aanrader!
Frits Spies en zijn vrouw Netty van Nisselrooy woonden in Baarle-Nassau, het Nederlandse deel van Baarle. Ze zijn daar in dezelfde maand overleden: Frits op 3 juni en zijn echtgenote op 22 juni 1997
.
Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Reageer op dit bericht

Kempisch volksverhaal, opgetekend door Herman Henot in zijn boek "Kempische Volksvertelsels." Illustratie door Karel Rosseeuw. Uitgave van de "Naaml. venn. Standaard - Boekhandel" te Brussel in 1926. Vertelsel overgenomen in de oude spelling, zoals Herman Henot het voor ons schreef. (Blz. 63/64 )

"Eertijds was't in de Kempen een algemeen gebruik op Sint-Maartensavond vreugdevuren te ontsteken ter eere van den grooten volksheilige Sint Martinus. De meeste menschen van een dorpswijk, ieder met een mutsaard rijshout op den schouder, kwamen alsdan bijeen op een bepaalde plaats en trokken altegader naar een nabijgelegen hoogte. Daar werd van het bijeengebracht hout een stapel getast, die aangestookt werd door middel van brandende wijpen. Terwijl de laaie vlammen van den vuurgloed den omtrek verlichtten, dansten oud en jong om den brandstapel een rondedans onder 't zingen van 't Sint Maartenslied.
Het was weer eens Sint-Maartensavond. De vrome menschen van den Heikant, een verafgelegen plaats waar drij armzalige huttekens stonden, wilden ook den goeden heilige eer bewijzen. Zij hadden met dat inzicht hun houtstapel bijeengetast, maar elken keer dat de mannen het rijshout poogden aan te stoken met een brandende wijp, kwam er een nijdige rukwind,- de adem van de duivel -, het vuur uitblazen. De duivel is immers altijd afgunstig geweest, als er iets ter eere van Gods lieve heiligen gedaan werd. Gelukkig kwamen de vrouwen op een goeden inval; het schietgebedeken, dat zij prevelden, maakte de adem van de duivel machteloos. De woorden "Sint Maarten, sta ons bij!" waren  nog niet koud of de houtstapel vloog in brand. Men hoorde een gedempt gezucht en in de verlichte omgeving zag men een kromme gestalte knarstandend over de hei vluchten naar de kant van 't moeras. De menschen van den Heikant zijn al lang dood, hun huizekens zijn van ouderdom ingevallen; maar bij elken Sint-Maartensavond dwalen nog altijd in den omtrek van de plaats, waar eens drij hutten stonden, drij brandende wijpen als dwaallichten over de heide rond. 't Zijn volgens het zeggen van de dorpelingen de zielen  van de vroegere bewoners, die met hun brandende strooproppen naar een houtstapel zoeken om het Sint-Maartensvuur te ontsteken; zo'n stapel kunnen ze niet vinden, omdat er in die onbewoonde streek niemand is om hout bijeen te brengen. Bij de eerste morgenklaarte verdwijnen de wijpen en daarmee komt er een einde aan 't gedempte gezucht en het tandegeknars van den duivel."
 
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Nico Bulder, de houtgraveur.

Nico Bulder heeft maar een paar "vrije" prenten gemaakt, maar ze vormen hoogtepunten uit zijn oeuvre. Als rooms-katholiek had hij bijzondere belangstelling voor heiligenfiguren. Deze vrije prenten zijn van zo'n grote klasse dat ze gretig gekocht werden door particulieren en musea. Eén van zijn beste vrije prenten is zijn "Sint-Maarten" uit 1937. De kunstenaar toont hier zijn vakmanschap. De manteldeling buiten de stadsmuren van Amiens, in een bar koud sneeuwlandschap. De met sneeuw bedekte naakte bomen, de bedelaar op blote voeten, de donkere, zware sneeuwlucht, het doet je rillen van de kou. Ook het anders zo fiere paard van de heilige buigt hier in deze vrieskou zijn kop. Alleen Sintemetten schijnt zich in zijn zware soldatenmantel behaaglijk te voelen. Hij deelt bijna glimlachend zijn cape. Houtsnijwerk zoals je zelden ziet.

In het Groningse Hoogezand, ver van de grote culturele centra, werkte Nico Bulder (1898-1964) als houtgraveur in een bijna volstrekt isolement. Hij was begonnen met de houtsnede, de oudste der grafische technieken. Al heel vroeg leerde hij als timmermanszoon met hout en gereedschappen omgaan. Maar ook zijn karakter moet bij de keus voor het "xylograferen" een belangrijke rol hebben gespeeld. Hij was een typische zwart/wit figuur, rechtlijnig, direct. Hij dacht niet in kleur, maar was een Groninger gericht op nuttigheid.
Al voor de Tweede Wereldoorlog werden zijn werken op internationale tentoonstellingen bekroond en onderscheiden en werd zijn werk door musea aangekocht.
Nico Bulders prenten tonen een vaktechnisch kunnen, een compositorisch vermogen en een uitbeeldingskracht van een zo hoog niveau, dat hij beschouwd mag worden als één van de grootste houtgraveurs die Nederland ooit heeft gekend.
Hij stierf in 1964 op 65-jarige leeftijd. Zijn heengaan drong amper in zijn thuisland door. In regionale kranten verschenen bescheiden bijdragen, in landelijke kranten werd in een summier bericht meegedeeld, dat het werk van de overledene in 1937 in Chicago werd onderscheiden en in hetzelfde jaar op de wereldtentoonstelling in Parijs met een gouden medaille was beloond.
Werd Bulder als een figuur van hoogstens regionale betekenis beschouwd, zodat zijn verscheiden slechts met een kort bericht in de landelijke pers royaal was gehonoreerd?
Het is waar dat de kunstenaar zich weinig buiten de grenzen van zijn eigen gewest heeft opgehouden.
Zijn leven speelde zich hoofdzakelijk af in Hoogeland, het veen-koloniale dorp waar hij geboren en getogen was. Zou hij als graficus meer bekendheid hebben gekregen als hij in één van de grote culturele wereldcentra had gewoond? Waarschijnlijk wel.
Of is: "Men is nooit sant in eigen land!" ook op hem van toepassing?
Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht

De dood van sint-Martinus.

Miniatuur in een hoofdletter O, uit een zeer oud getijdenboek. We zien het lijk van sint-Martinus dat per schip over de Loire werd teruggebracht naar Tours. Op 11 november was de uitvaart. Er was een overweldige belangstelling. Ook mensen uit nabije steden wilden een laatste groet brengen aan Sintemetten. Vooraan in de stoet liepen 2000 monniken en zusters, tot aan het kerkhof van de voorstad, waar sint-Maarten tussen zijn gelovigen werd bijgezet. Het was een zeer eenvoudig graf, zoals hijzelf had gewild. Daar zou later een basiliek verrijzen.

Op 't einde van 397, Sintemetten was toen al boven de tachtig en al 26 jaar bisschop van Tours, begaf hij zich naar de plattelandsparochie van Condate (Andes) om daar een oplossing te zoeken voor een geschil tussen zijn geestelijken. Toen hij daar wou vertrekken was hij zo verzwakt dat hij de kracht niet meer had om naar Tours terug te keren. Hij voelde dat hij aan het eind van zijn krachten was en begreep dat zijn einde vlug naderde. Hij liet de monniken van Marmoutier en Ligugé bij zich komen en zei: "Ik ga u verlaten." Allen om hem heen smeekten hem te blijven. Maar sint-Martinus bad: "Heer, als U vindt dat ik nog nuttig kan zijn voor deze wereld, dan wil ik deze last nog dragen. Dat Uw wil geschiede!"
Hij liet zich op een haren boetekleed leggen en op een bed van as. Hij verzwakte zienderogen. Vele dagen had hij hoge koorts. Toch deed hij niets anders dan bidden. Het werd een pijnlijke doodstrijd en op een bepaalde moment geloofde hij dat zijn oude tegenstander, de duivel, aan het voeteinde van zijn bed stond. "Welnu, bloeddorstig beest," riep hij hem toe, "waarom sta jij hier? Je zult in mij niets vinden dat van jou is, vervloekte!"
Dan gaf hij nog één keer een eenvoudig overzicht van zijn leven. Na ook nog een laatste maal over de duivel te hebben gepraat verklaarde hij: "De schoot van Abraham staat op mij te wachten."
In alle rust gaf hij daarna de geest. Men las op de kalender: 8 november 397.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinus en Tessenderlo.

Het wapen van Tessenderlo wordt als volgt omschreven: "In lazuur een sint-Maarten met een kreupele bedelaar geplaatst op een grond, het geheel van goud."

Men kon in Tessenderlo, dat zoals Retie, leeft onder de bescherming van Sintemetten, moeilijk op iemands anders dan op broeder, kunstschilder en historicus Broeder Max, beroep hebben gedaan om de gemeentegeschiedenis te schrijven. (Broeder Max - Victor Van Meerbeeck - Broeder van Liefde - werd geboren te Turnhout op 13 december 1903. In de congregatie van de Broeders van Liefde verbond hij zich aan deze gemeenschap op 8 sepember 1922. Hij overleed te Tessenderlo op 26 juni 1973 in het 51ste jaar van zijn kloosterleven.) Nooit zal ik dat gedeelte op zijn doodsprentje vergeten: "Misschien was wel het mooiste bij hem: niemand was hem te min. Iedereen was altijd welkom, ook als hij moe was en ziek. Nooit kon hij neen zeggen tegen het leven." Ik kende hem als kunstenaar, benieuwd las ik zijn boeken, natuurlijk op zoek naar stukje over sint-Martinus.
In "Vroeger en nu" en in "Tessenderlo's kunstbezit" vind ik wel beschrijvingen van oude sint-martinusbeelden, maar zie nergens een afbeelding ervan. Vreemd. Als grafisch kunstenaar was Broeder Max toch een man van het beeld, van het visuele. Of ... vond hij de beelden niet waardevol genoeg?
"Sint-Martinus te paard. XVIIIde eeuw. Beeldhouwwerk: eikenhout, hoogte 145 cm. Sint-Martinus te paard was de bekroning van het orgelfront dat in september 1719 werd opgericht door een zekere Van Roey, en dit voor 350 gulden. Het ging om eene casse tot de nieuwe orgelen te leveren met de posturen en alles wat daeraen soude moeten wesen. Orgel en orgelfront stonden opgesteld boven het noorderportaal waar tegenaan intussen het gebeeldhouwde doksaal was geplaatst. Het beeld heeft weinig waarde, het hoort meer tot de volkskunst, en staat thans opgesteld boven de toegangsdeur van de zijbeuk."
In een ander hoofdstuk lees ik over het sint-martinus-, later sint-jozefaltaar: "Was er in 1659 een sint-martinusaltaar opgericht in de zuiderkruisbeuk, dan kreeg een nieuw en indrukwekkend sint-martinusbeeld zijn plaats in het portiekaltaar van het hoogkoor. Het oude sint-martinusaltaar werd ontmanteld, en sint-Jozef kreeg zijn kans." Ook hier geen afbeelding van het sintemettenbeeld te zien. Toch vond men het "indrukwekkend". Op zijn minst ... vreemd.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Schuttersgilde

Met dank aan de heer Jos Heutinck, archivaris, die mij deze prachtige afbeeldingen van Sintemetten te Gaanderen bezorgde.

Houten schild van "St.-Martinus". Gaanderen. Zeer mooi uitgesneden manteldeling van Sintemetten. Met vermelding van het stichtingsjaar: 1871.

Ook bij onze Nederlandse buren is Sintemetten zeer geliefd. Zo bestaat er in Gaanderen, dat samen met Wehl en de stad Doetinchem, de gemeente Doetinchem vormt, een zeer beroemde schuttersgilde die sint-Maarten als schutspatroon koos.
In de loop van de zestiende eeuw moesten schutters instaan voor de verdediging van eigen land, stad of dorp. Het waren in feite krijgers of soldaten die oorlog voerden tegen de vele belagers van buitenaf. Daar de naam Martinus afgeleid is van Mars, de Romeinse god van de oorlog, was het dan ook evident dat deze verdedigers kozen voor de heilige van Tours als beschermheilige. Ze moesten immers borg staan voor de veiligheid van de plaatselijke bevolking. Ze genoten daardoor groot aanzien. Langzaam werd de militaire taak echter minder en kreeg het begrip "schutterij" een heel andere betekenis.
Rond 1870 waren er in Gaanderen al schutters. In die tijd werd de "Compagnie sint-Martinus" opgericht. Deze compagnie bestond ooit, volgens de overlevering, uit dertien onverschrokken, maar vooral ongetrouwde mannen uit Gaanderen. Wanneer één van hen trouwde moest hij zonder pardon als lid bedanken.
In 1952 werd door het gilde de aansluiting gevonden bij de Gelderse Federatie van Schuttersgilden. Sindsdien heeft de sint-Martinusgilde in en om Gaanderen een vaste plaats verworven binnen de gemeenschap. De belangrijkste rol van de schutters is nu het organiseren van de jaarlijkse kermis, meedoen aan concoursen, opluisteren van jubilea, carnaval en andere feesten. Het heeft een eigen tamboer- en marjorettekorps, eigen vaandeliers en een hand- en kruisboogafdeling.

Een bijzonder actieve vereniging, de naam van sint-Martinus waardig!
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten