Historia.

Historia.
Folkloristische sprokkelingen uit de kinderwereld.

Olie op doek.
Von Marees Hans. 1869.
" Saint Martin et le mendiant."
Winterthour, Fondation Reinhart.
Rijmkes en Liedjes uit Kinderspelen.
Te Turnhout verzameld door E. H. J. Nuyts.
Turnhout. Drukkerij "Lumen" N. V. 1930.
Blz. 24. Hoofdstuk 3. Gelegenheidsliedjes.
"Bepaalde tijdstippen in het jaar hebben voor kinderen hun bijzondere vermakelijkheden met soms spel en lied. Buiten die gelegenheden hoort men die kinderen nooit."
Punt 7. "Op Sint-Maartensdag worden er 's avonds op den buiten vuurkens gestookt. De jongens van heel de wijk gaan dan samen op den bedel om bij elken boer brandmateriaal te vragen, en al wat branden kan, sleuren ze mee, soms op een hondenkar of op een stootwagentje dat ze zelf voortstooten: mutsaards, knuppels, spaanders, turf, enz... Ze bedelen al zingend en ... krijgen ze, dan zingen ze den lof van de goedhartige geefster, maar, krijgen ze niets: dan zingen ze bedreigingen en verwenschingen, en zullen toch wel zorgen dat ze er aan de mutsaardmijt of in't houtkot geraken."
"Vandaag is't Sintre Merten, en morge is't de kruk.
Wij komen uit goeder herten. En helpt ons uit den druk.
Wij zullen van ze leven van hier nie gaan, of wij hebben wat opgedaan:
hout, hout, turven hout, kloere, kloeren haantje, een turfken of een spaantje.
Hoe wijd zal da vliegen? Over de markt en over den dijk.
't Zal ne goeie Sintre Merte zijn. Krijg ik wat asteblieft?
Daar is nog wel een goei vrouw, die ons nog wel wa geven zal.
Hoe lank zal ze leven? Honderd jaar en eenen dag,
zoo lank als ze 'n korstje brood mag."
Ofwel: "Ginder achter aan dat hoog huis, daar hangt ne zak me zemelen uit.
Hoe menige zemel, hoe menige luis. Daar zit een gierige pin in huis."
Als het een boer is die nietgeven wil; dan verandert het laatste rijmke:
"Schup den boer in 't schijthuis!"
Een gierige pin: iemand die heel gierig is, wordt soms wel een "pin" genoemd: daar is 't pinneken-dun, d.i. daar wordt niet veel opgeschept.
Binnen en buiten.

Sint-Maarten.

Jan of Lucas van Duetecum.
Deventer (?) ca.1530-1608.
Naar Hieronymus Bosch.
Gravure en ets, 33,3 x 42,3 cm.
Bij de poort van een middeleeuwse stad waarvan de muren gedeeltelijk in zee staan, deelt Sintemetten, staande op een boot, zijn mantel met een groepje vreemde bedelaars.
Op een bootje wat hoger in de gravure zien we weer een wijnvat met de gekende vlag met twee krukken. Duidende op het sint-martinusfeest. Met de wijnstraal uit het midden van het vat vullen enkele drinkebroers hun glazen.
De ondankbaarheid van het "creupel vuyl arm gespuijs" wordt zowel in het Vlaamse onderschrift als in de voorstelling benadrukt.
Terwijl Sintemetten zijn mantel gaat delen trachten andere bedelaars zich meester te maken van zijn paard dat even zonder berijder is.
Onder de gravure lezen we duidelijk:
"De goede Sint Martenis hier gestelt; onder al dit Cruepel Vuyl arm gespuijs haer deylende fijnen mantele inde stede Va gelt; nou Vechtese om de proije dit quaet gedruijs.
Sint-Martinusvuur.

Maerten van Cleef. (1527 Antwerpen 1581).
Olieverf op paneel. 77 x 108 cm.
Duinkerken.
Musée de Beaux-Arts de Dunkerque.
Het sint-martinusfeest bood de behoeftigen onder de bevolking op 11 november de gelegenheid de ontberingen van de komende winter uitbundig te lijf te gaan.
Op een dorpsplein dansen bewoners om het traditionele vreugdevuur van sint-Maarten. Rechts proberen enkele mannen een vlag, met de beeltenis van Sintemetten, te veroveren. Ook hier dient de wimpel, met de manteldeling, om aan te geven dat het wel degelijk over het feest van sint-Maarten gaat.
Op de achtergrond rechts zien we nog een groepje zingende kinderen die van een gulle vrouw in een deuropening iets krijgen toegestoken.
Links zien we een vrouw met witte hoofddoek die een deugniet een ferme oorvijg wil geven. Op de voorgrond een moeder met kind op haar schoot, gezeten op een tenen mand. Voor zich een mand noten. Ze geeft de bedelaar met de hoed enkele vruchten. Helemaal in de benedenhoek verkoopt een man appels, een aapje houdt hem gezelschap. Achter hem trekt een bedelkind met schoteltje aan de mouw van een oudere patricïer.
Opvallend de vele schakeringen rood die de schilder heeft gebruikt. Of hij de gloed van het vuur wilde weergeven.
Sint-Maartenfeest.

Schilderij van Pieter Balten. (1525-na 1598)
Olieverf op paneel. 110 cm x 148 cm.
Utrecht. Rijksmuseum Het Catharijneconvent.
Van overal zijn armen, kreupelen en bedelaars afgekomen om het sint-martinusfeest te vieren. Er wordt gratis wijn uitgedeeld. Op een verhoging ligt een enorm rood-wit wijnvat dat wordt bestormd door een haveloze menigte. Aan het vat zit een bezem vast met daaraan een vlag, waarop twee krukken te zien zijn. Het teken dat kreupelen en andere verschoppelingen van de maatschappij, hier hun dorst mogen komen lessen. Er wordt gedrumd om in de omgeving van het vat te geraken. Een reus van een vent, half naakt, heeft een goed plaatsje bemachtigd, hij houdt zijn mond vlak onder de wijnstraal! Uiterst links van hem staan enkele patriciërs, leden van de betere klasse, het hele gebeuren te bekijken.
Sintemetten, op zijn schimmel, is helemaal rechts op het doek te zien, juist op het moment dat hij zijn fel rode mantel deelt met een man met een lier op zijn rug. (Straatzanger?) De manteldeling, één van de belangrijkste gebeurtenissen uit de legende van sint-Martinus, krijgt hier een ondergeschikte plaats. Zó ligt de nadruk vooral op de uitdeling van de wijn en het feestgedruis. Sint-Maarten dient hier alleen maar om aan te geven dat het wel degelijk over een sint-martinusfeest gaat.
Tentoonstelling:
Op maandag 11 januari 2010, één van de vele strenge winterdagen met sneeuw en ijs, waagden wij ons op weg naar het verre Lommel. Via de media hadden we vernomen dat daar in het " Museum De Kolonie" een tentoonstelling over Sintemetten te bewonderen was. Na een uur over gevaarlijk gladde wegen, vonden we het mooie heemmuseum. Een vriendelijke dame liet ons binnen, niettegenstaande we buiten de openingsuren aanklopten. "We komen van ver, speciaal voor Sintemetten, zijn erge fans, weten echt de openingstijden niet". De warmte van het museum deed ons goed. Bij de ingang kregen we een zeer verzorgde "toegangskaart" met de afbeelding van onze favoriete heilige te paard. De manteldeling. Op de keerzijde lazen we:
Egino Weinert.
Egino Weinert. Geboren op 3 maart 1920 te Berlin-Schöneberg.
Heiligen in de kerk van het Heilig Hart te Turnhout..
In een zeer verzorgd, handig en met smaak uitgegeven "meeneemboekje" in de prachtige kerk van het Heilig Hart te Turnhout vond ik dit glasraam van sint-Martinus terug. Ik lees de summiere beschrijving bij deze afbeelding:
Anciaux laat Sinterklaas en Sint-Maarten beschermen.

Uit: "De Morgen Kunst en Literatuur."
Donderdag 11 juni 2009.
Anciaux laat Sinterklaas en Sint-Maarten beschermen.
Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux heeft beslist de Sinterklaas- en Sint-Maartengebruiken in Vlaanderen op te nemen in de inventaris van het immaterieel Cultureel Erfgoed Vlaanderen. Ze komen daarmee op een lijst van typisch Vlaamse gebruiken zoals de Heilige Bloedprocessie in Brugge en het carnaval van Aalst.
Op termijn maken deze tradities kans opgenomen te worden op de Unescolijst van werelderfgoed.
Voor de Sinterklaas- en Sint-Martinusgebruiken hadden het Sint-Nicolaasgenootschap en het Sint-Maartenscomité uit Beveren zich kandidaat gesteld samen met Toerisme Waasland en de Erfgoedcel Waasland. Dankzij beide genootschappen is de kennis over de gebruiken en het enthousiasme rond de figuren van Sinterklaas en "Sintemetten" in de regio erg groot. In de toekomst wil men ook nog kijken of er samenwerking mogelijk is met andere landen waar de traditie van Sinterklaas en Sint-Maarten voorkomt.
Wannes van de Velde en Sintemetten.

De Antwerpse bard Wannes van de Velde werd geboren in 1937 en bracht al in 1966 zijn eerste plaat uit. Hij werd vooral bekend als zanger van Antwerpse liederen in zijn dialect. Hij was ook aktief als dichter en beeldend kunstenaar en in het theater. Als muzikant vond hij zijn inspiratie in de traditionele folk, maar ook in de flamenco en jazz. Hij overleed op 10 november 2008.
In 1967 bracht hij "Wannes van de Velde 2" uit. Hierop vond ik dit liedje over "Sintemetten"
Sinte Meerten.
Sinte Merte vandere genuchte
ij meh' zijne grijzen baend
juffrake wilde m'n kabasken is vulle
en lot mij ni laenk ni miër staan
want a ust, a eed een valling
geft'em een pastilleke 't zal overgaan.
Sinte Merten oep de kruk
gefd nen appel of een stuk
gefd een peer of een smeêr
Sinte Metten den bedeleêr.
En a ee' z'ne maentel deurgesneje
oem on den aerme te geve
dad ieder uit z'n oêge zag
wa dat 'em on den aerme gaf
dad ieder uit z'n oêge zag
wa dat 'em on den aerme gaf.
Sint-Merten ad veul vrinde
oemdad ij barmartig was
a beloofden on z'n vrou
dat'em koeke bakke zou
in't vuur in't vuur
dat'em koeke bakke zou.
Louange des Saints Populaires.
Uit
Belgische gemeentepenningen.

Uit zijn "Catalogus Gemeentepenningen van België 2007" distilleerde mijn goede vriend Marc Willemans voor mijn "Sintemetten-blog" alle Belgische gemeentepenningen die ofwel de beeltenis van sint-Martinus dragen, ofwel versierd zijn met een sint-martinuskerk.
Om dit artikel niet te groot te maken vermeld ik alleen het catalogusnummer en de naam van de gemeente. Alle bijbehorende informatie vind je in bovenvermelde cataloog.
47 Halle. (kerk)
87 Zaventem.
104 Retie.
141 Vladslo. (kerk)
143 Weerde. (kerk)
170 Berlare.
226 Overijse.
258 Beveren-Waas. (kerk)
267 Ganshoren.
340 Koekelare.
359 Petit-Rechain.
384 Tessenderlo.
385 Halle. (kerk)
390 Kerksken.
E.72 Tienen.
E.84 Genk.
E.109 Genk. Stratenloop.
E.110 Ieper. (kerk)
E.130 Waterschei.
E.150 Oekene. (kerk)
E.183 Dilsen.
Aalst / 100 jaar sint-martinusinstituut.
Aalst / 500 jaar sint-martinuskerk.
Herk-de-Stad. Biljet.
Ik hoop alle "Sintemetten-fans" hier een plezier mee te doen.
Voor meer en andere weetjes over onze Belgische gemeentepenningen, mail: Marc.Willemans@telenet.be,
Tentoonstelling Numismatica Herentals. 12.04.2009.Italiaanse staten. Lucca. Gouden dukaat uit de 17de eeuw. Voorzijde: gekroonde buste van sint-Vultus. Keerzijde: sint-Martinus deelt zijn mantel met een bedelaar.
Sint-Martinus in de numismatiek.
(Info-folder op de tentoonstelling.)
Geachte bezoeker,
Waarom zoveel aandacht voor sint-Martinus? Gewoon omdat ik veel van mijn geboortedorp Retie hou en er ook alles over verzamel. Toevallig is sint-Maarten de patroonheilige van dit klein Kempisch dorp met zijn zeven Neetjes.
Zoals vele verzamelaars van "Sintemetten" wist ik wel waar ik aan begon, maar niet waar ik zou eindigen. Op mijn speurtocht naar onze Franse heilige kwam ik een enorm aantal voorwerpen tegen die zijn beeltenis droegen. Te veel om allemaal op te noemen.
Ook op munten, penningen, medailles en bankbiljetten kwam ik "sinte Metten" tegen. De historiek van sint-Martinus heeft niets te maken met numismatiek. Het verwonderde me dan ook dat er in de voorbije eeuwen echte munten zijn geslagen waarop onze heilige werd afgebeeld. Meestal zijn het zelfs geen alledaagse munten, maar uitzonderlijke stukken waarvoor nu een geïnteresseerde en gepassioneerde verzamelaar (te) diep in zijn geldgeugel moet tasten. Niet de numismatieke geschiedenis, noch de zeldzaamheid of de hoge waarde van deze stukken primeert voor mij, wel de artistieke schoonheid van de sint-Martinus beeltenis. Vaak gaan de twee natuurlijk samen. Zelf kan ik geen studie opzetten over Sintemetten in de numismatiek, daarvoor heb ik te weinig ervaring in de boeiende wereld van penningen en munten. Misschien voelt iemand uit deze Herentalse "muntenclub" zich wel geroepen. Op mijn medewerking kan hij rekenen.
Waarom werd nu precies st.-Martin zoveel gebruikt op geldstukken, penningen en medailles? Waarschijnlijk omdat deze heilige tot de verbeelding spreekt van velen. De befaamde "manteldeling" aan de stadspoorten van Amiens is door de meesten gekend. Hierdoor staat hij dan ook symbool voor liefdadigheid. Mensen helpen en geld, de link is vlug gelegd. Tot ver over de Franse grenzen heen is zijn legende verteld. Vele kerken en parochies werden naar hem genoemd, in binnen- en buitenland. Ook in die vreemde en verre landen werden munten met zijn beeltenis geslagen: daalders, dukaten, guldens, thalers, scudo's, enz. Vele stukken waren in zilver, de meest gezochte zijn natuurlijk de kostbare munten in goud.
Wat je hier ziet, zijn natuurlijk maar een miniem aantal munten, medailles en penningen uit de enorme aantallen die wereldwijd moeten bestaan. Het kleine aanbod en vooral mijn niet al te grote financiële middelen zijn natuurlijk de voornaamste oorzaken van de beperktheid van deze pretentieloze verzameling.
Toch laat ik ze met veel fierheid zien.
Wist u ...Vanaf de 4de eeuw tot in de late middeleeuwen vastte men in een groot deel van Europa, te beginnen op de dag na de feestdag van sint-Martinus. ( Dus op 12 november. ) Deze vastentijd duurde 40 dagen. Daarom werd deze periode in het Latijn "Quadragesima Sancti Martini" genoemd. Later werd het door de Kerk "Advent" geheten.
Martin Luther werd bij zijn doopsel genoemd naar onze heilige. Dat gebeurde op 11 november 1483 in de Petrus en Pauluskerk te Eisenbach. Veel Lutherse congregaties werden naar st.-Martin genoemd. Toch wel ongewoon als je bedenkt dat Sintemetten een heilige is die niet in de bijbel voorkomt.
Tentoonstelling 9, 10 en 11 november 2008.Zondag 9, maandag 10 en dinsdag 11 november 2008.
Telkens van 13 h tot 18h.
Op de bovenverdieping van de eeuwenoude Retiese watermolen.
Tentoonstelling.
Naar aanleiding van de feestdag van onze Retiese patroonheilige Sint-Martinus, "Sintemetten" zeggen ze bij ons, stellen enkele grafische kunstenaars hun schilderijen, tekeningen, gravures en affiches tentoon, alle met het gemeenschappelijke thema:
"De liefdadigheid van Sintemetten."
De legende is bekend: "Aan de stadspoorten van Amiens (Frankrijk) deelde Martinus, een jonge legerofficier, zijn grote mantel (capa) met een schaars geklede bedelaar.
's Nachts ziet de Romein in een droom Christus die zijn halve mantel om heeft ... "
Vele kunstenaars hebben in de loop der tijden deze "manteldeling" uitgebeeld. Denken we maar aan het wereldberoemde schilderij in de parochiekerk van Zaventem door van Dyck. (Waarschijnlijk het meest gekopieerde doek van België.) Toch kennen we geen enkele voorstelling, (schilderij, tekening of beeldhouwerk) die indentiek is aan een andere.
Deze kleine, pretentieloze tentoonstelling met werk van eigen Vlaamse kunstenaars illustreert duidelijk deze verscheidenheid. Zowel in voorstelling, gebruikte technieken en afmetingen. Zo zien we op zijn minst "merkwaardige" kunstwerkjes over onze Retiese beschermheilige. En ... betaalbaar voor ieders beurs!
Met originele werken van Riet Anthonissen, Rik Peeters, Tine Spruyt en Chris Tackaert.
Gratis inkom.
Het oude koordoksaal van Rethy. Deel II.Is dit de Sintemetten op het paard met drie poten?
Overgenomen uit Oudheid en Kunst.
Algemeen tijdschrift voor Kempische geschiedenis, uitgegeven door de Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Brecht en Omstreken.
39e jaargang, 1956, aflevering 2 en 3. Blz. 88 schrijft E. Sneyers:
"Over dit doksaal moet men te Retie, een halve eeuw geleden, niets meer geweten hebben. Immers, waar in "de inventaris der Kunstvoorwerpen in de Openbare Gestichten der Provincie Antwerpen, 1902" genoteerd werd: "Rethy: .... in den tuin der pastorij verscheidene gedeelten beeldhouwwerk, zuilen en voetstukken, die uit den grond werden opgedolven" - kon niemand de experten mededelen dat dit alles voortkwam van het in 1716 afgebroken doksaal.
Dat we dit "nu" weten hebben we te danken aan een betwisting tussen de wethouders van Retie en de toenmalige pastoor van de parochie, waarbij alles zwart op wit werd gezet. We kennen thans niet alleen het verloop der gebeurtenissen op de dagen van 16, 17 en 18 juli 1716, doch ook de nauwkeurige beschrijving van de materialen der afbraak, bij zover dat het een man van 't vak mogelijk is het kunstwerk in zijn grote lijnen in tekening te brengen.
Het doksaal dat in onze kerk het koor scheidde van de beuk, was opgebouwd uit arduin en witte mergelsteen en had drie bogen gericht naar het schip van de kerk en een halve boog naar ieder der zijbeuken. Twee koordeuren, ieder 12 voet hoog en 3 1/2 voet breed, met traliewerk in gegoten koper, sloten het hoogkoor af van het schip. Op de kroonlijst stonden dertien grote kandelaars in gegoten koper. Een houten wenteltrap leidde naar het hoogzaal. Onder het stenen beeldhouwwerk vermeldt de inventaris tien posturen in witte steen, ieder omtrent 2 voet hoog, één postuur in witte mergel van Sinte Marten te paard, zijnde bruin geschilderd. Verder acht stukken beeldhouwwerk in witte steen, voorstellende het Lijden van Christus, n.l. het Hofken, de Geseling, de Kroning, de Kruisdraging, de Afdoening van het kruis, de Begrafenis, de Verrijzenis en de Hemelvaart.
De nog bestaande overblijfselen van het doksaal zijn: de twee voetstukken van kolommen waarop thans de Lievenheer-op-de-koude-steen in het kerkportaal rust, verder enkele voetstukken en pilaren voor de pastorie en in de aanpalende tuin. En - wie weet - is de gammele Sinte Merten op een paard met drie poten, in de schemer van de raadzaal op ons gemeentehuis, niet de postuur die beschreven wordt in de opgave van de afbraak."
( Dit beeld van Sint Marten is niet vermeld in de Inventaris van de Provincie.)
De naakten kleden."Op deze plaat wordt Sint Martinus' edelmoedigheid in beeld gebracht.
Martinus, Romeinsch soldaat, reed op zekeren dag langs den weg, toen een arme halfnaakte bedelaar hem een aalmoes vroeg. Martinus ontdeed zich van zijn mantel en sneed dezen met z'n zwaard in twee stukken. De eene helft gaf hij aan den bedelaar. Den nacht daarop had Martinus een droom, waarin Christus hem verscheen, zeggend, dat Hijzelf de bedelaar was geweest, aan wie Martinus die weldaad had bewezen.
Martinus is later priester gewijd en bisschop geworden. In de vorige eeuw was het een volksheilige, zooals nu Sint Antonius van Padua. Vele kerken in het Zuiden van ons land zijn hem nog toegewijd."
Uit een leesboekje uit de jaren dertig.
De papenspiegel."De papenspiegel. Het masker afgerukt, het ware gelaat van de rooms-katholieke kerk." door Corvin Wierbitsky. Libertas uitgeverij. Tweede druk: 1990.
"Dit boek wed in 1848 geschreven, maar heeft niets van zijn kracht ingeboet. Het is één lang polemisch schotschrift, gebald, trefzeker. De stijl is onverwacht modern, vlijmend scherp, met een bijtende humor. De inhoud is na bijna anderhalve eeuw meer dan ooit actueel."
Op blz. 31 schrijft Wierbitsky over Sintemetten:
"Gauw schoten er ook in Europa heiligen en kloosters op als paddestoelen. De heilige Martin stichtte het eerste klooster in Frankrijk. Hij zag het levenslicht in 316 in Panonië, en werd krijgsman van beroep. Hij was een brave borst want op een goede keer gaf hij de helft van zijn mantel aan een arme sloeber. Toen hoorde hij Christus zelf luidkeels roepen: "Wat ge anderen hebt gedaan, hebt gij mij gedaan." Op slag besloot hij zijn regiment in de steek te laten en als heilige door het leven te gaan. Hij bracht het tot aartsbisschop van Tours. Hij was niet van het nederige type. Integendeel, hij was zich bewust van zijn uitzonderlijke waardigheid. Toen hij bij keizer Valentianus op visite kwam, wilde die niet van zijn troon opstaan om st.-Martin te groeten. Slecht bekwam hem deze hoogmoed. Martin begon te bidden dat het kraakte, en op hetzelfde ogenblik sprongen knetterende vlammen uit de troonzetel op. En de keizerlijke majesteit moest bliksemsnel opwippen om te verhinderen dat zijn achterste geroosterd werd."
Johan Anthierens schreef ooit over dit boek: "Een boek waarin de religieus ingestelde en dweper met Jezus Christus Wierbitsky de tempelvloer aanveegt met pausen, monniken, celibaat, de complete rooms-katholieke handel." (uit "Gaandeweg", dec. 1986.)
Martinus Nijhoff.Martinus Nijhoff (1894-1953), Nederlands dichter, toneelschrijver en essayist. Hij komt uit een familie van boekhandelaars, uitgevers en bibliografen. Studeerde rechten en Nederlands. Weet aangrijpende emoties in eenvoudige taal weer te geven. Kenmerkende motieven in zijn werk zijn het terugverlangen naar het ongerept kind-zijn, het zoeken naar intimiteit, de godsdienst, het met eerbied en liefde terugzien op zijn moeder. De vier dichtbundels die hij schreef: "De Wandelaar", "Vormen", "Nieuwe gedichten " en "Het uur U" behoren tot het beste wat er in de Nedrlandse poëzie verschenen is.
"Als ik uw snijdend beeld zie, denk ik schamper:
Ook gij waart klein, want aan uw naaste in nood
Gaaft gij een helft, geen ganschen mantel.
Gij steegt niet af als goed Samaritaan,
Gij bleeft te paard boven den man verheven,
Toen gij uw zwaard greept, hebt gij willen slaan,
Naar 't creatuur dat zat te beven."
Dit zijn de twee eerste coupletten uit het gedicht: "Martinus." van Martinus Nijhoff. De schrijver steekt hier op ironische wijze de draak met het beeld van Sintemetten, de barmhartige soldaat en met de manteldeling, de beroemste episode uit het heilige leven van sint-Martinus in het bijzonder.