Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
akke.beakke.be

De H. Martinus.


Uit "Zonnige Jeugd".
Reeks leerboeken voor de lagere school.
5de studiejaar. Blz. 32.
Door L. Pissen en I. Van Goidsenhoven.
1931.
Uitg. Procure. 161 Huidevettersstraat. Brussel.


"Die is vroolijk den hemel binnen gehaald! 'n Andere heilige heeft 't gezien:  engelen vóór en rond en achter hem, en allemaal even blij, dat Martinus aankwam.
Tachtig jaren hadden ze op hem zitten te wachten: 'n heelen tijd wel: maar in den hemel gaat alles veel gauwer, omdat 't daar zoo fijn is. En Martinus zelf? Och jong, die was zóó blij! Want nu zou hij O. L. Heer zien en nu veel mooier dan toen op aarde. En toen was 't al zo heerlijk. 't Kwam zoo: 'n keer, hij was soldaat in 't Romeinsche leger, reed hij te paard naar Frankrijk. Onderweg kwam hij 'n bedelaar tegen. Die zat langs de straat, heelemaal in elkaar. Mager was hij en bijna geen kleeren had hij aan. Toen hij den ruiter aan zag komen, stond hij op en stak zijn hand omhoog om 'n aalmoes. Martinus was al bijna voorbij. De bedelaar liep achter hem aan.
- Die heeft het ook niet te warm, dacht Martinus, terwijl hij 't bibberlijf van den man achter hem bekeek. En zonder zijn eigen verder te bedenken, zwaaide hij zijn mantel af, sneed hem met zijn zwaard in tweeën en gaf een van de stukken aan den bedelaar.
-Zoo, ieder de helft, zei hij, geld heb ik niet, maar hiermee zult ge ook wel tevreden zijn.
Toen reed hij door en vergat verder den man en 't bibberlijf en den halve mantel.
Maar 's nachts in zijn droom, verscheen hem O. L. Heer zelf, met 't stuk mantel van den bedelaar aan en Hij zei: Martinus, gij hebt Mij bedekt met dit kleed ... Was me dat 'n belooning! Jammer dat 't maar eventjes duurde.
't Was zoo gauw voorbij en Martinus had O. L. Heer graag nog veel langer willen zien. 't Zou hem niets verveeld hebben, al had O. L. Heer twintig keer achter elkaar gezegd: Martinus gij hebt Mij bedekt met dat kleed.
Hé, 't klonk zoo heerlijk en 't was zoo mooi.
Maar nu in den hemel zou het veel langer duren. Nooit meer komt daar 'n einde aan. Gij moogt er blijven voor altijd, bij O. L. Heer en bij Maria en bij al die witte blije engelen!"

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

11 november. Het feest van Sint Maarten.

Uit "Winterhulp". Officieele uitgave van het centraal uitvoerend comité.
2 Koninklijke Plaats Brussel.
11 november 1942.
Blz. 33 en 34, door E. Vandenbroeck, Voorzitter van Winterhulp te Assche.

Hij maant ons aan een wintervoorraad op te doen.

"Sinte Maarten steekt er zijn staf in" zegt één van de vele spreekwoorden rond dezen zeer geliefden Volksheilige. Daarmee wordt bedoeld dat men ter plaats blijven wil waar een goede voorraad, hetzij eetwaren, hetzij van andere noodwendigheden is.
Een legende uit het leven van sinte Maarten gewaagt van deze voorraad. Om zijn geschenken zoveel mogelijk aan de armen en misbedeelden te kunnen ronddragen bereed Martinus een mooi wit paard. Dit paard moest op tijd en stond zijn haver en hooi hebben. De heilige was echter de goedheid en de lankmoedigheid zelve en hij liet toe dat de maaiers zijn weide kwamen afmaaien wanneer het gras van de meerschen der naburige boeren reeds gedroogd en geschelfd was. Maar daardoor was het reeds laat op het jaar geworden. Het was volop Bâmis. En wie ziet men nu nog hooien gedurende de herfstdagen? Het regenachtige weer laat het hooi niet meer droog worden. De heilige bisschop vroeg dan ook Ons Heer nog drie dagen zonneschijn te verlenen; opdat het hooi voor zijn paard zou kunnen drogen. En alhoewel hij nu reeds lang in de hemel Allerheiligen meeviert, toch blijft hij bidden opdat de achterblijvers, de verstrooiden en nalatigen en de niet vooruitzienden een laatste kans zouden krijgen en hun voorraad zouden opdoen. En 't is of er Ons Heer mee gemoeid is, want telkenjare komt er een kentering in het weer. De boeren zeggen dan: " Sinte Maarten brengt ons zijn zomerken."

Vanwaar komt het Sint-Maartensvuur?

Sint Maarten had een ezel. Het wit paard, dat zijn herfsthooi moest hebben, is nu plots verdwenen. Zo zijn nu eenmaal de volkslegenden. De heilige kwam, gezeten op zijn grauwtje, op zekeren avond in een onzer kustdorpjes binnengereden. Als er te sermoenen viel was hij niet tegen te houden. Het volk stond naar hem te luisteren en hij predikte zoo schoon dat de honderden Vlamingen, ruwe visschers en keikoppige boeren niet moe werden zijn doorslaande bewijzen te aanhoren. Ze bleven luisteren ... maar het ezeltje van sint Maarten had zoveel geduld niet, het had meer werkelijkheids zin en meer honger naar distels en goede hapjes dan naar rechtvaardigheid. Het muisde er vandoor en deed zich tegoed aan de lekkere duindistels. Toen nu het sermoen ten einde was riep de heilige zijn ezeltje. Maar tevergeefs. Hij ging op zoek. De menschen zochten mee. En daar het reeds donker geworden was ontstaken de inwoners toortsen en licht. Het ging nu duin op duin af. Eindelijk vonden ze het ezeltje. Allen hadden er honger van gekregen en de vrouwen bakten gauw koeken onder de smeulende assche van de aangestoken vuren. Ten teeken van vreugde namen allen plaats aan denzelfden disch. Het werd een plezierig kampvuur. En jaarlijks werd aan dit feit herinnerd door een toortsengang in de duinen en 't verorberen van de eene of andere lekkernij, zoogezegd door sint Maarten gebracht.
In onze gouwen zijn nu nog sporen te bekennen van den fakkelstoet, welke vroeger, op Sint-Maartensavond luisterrijk door de straten van stad en gemeente toog. Sommigen zien in de Sint-Maartensvuren een oeroud heidensch gebruik. Wat wel waar kan zijn. De evangelisatie heeft de heidensche gebruiken aangepast of omgevormd en de volksverbeelding doet dan de rest. Zoo het verband tusschen de heidensche vuurgebruiken en de hooger vermelden kampavond in de duinen. Deze Sint-Maartensvuren worden nog op tal van plaatsen ontstoken, o. a. te Genk, waar de kinderen het vuur aanbrengen op een hoogte, buiten het dorp. Dan wordt er gezongen: 

Sint Marten heeft zoo groote kâ
Hij zou hem wel warmen
Als hij maar wa hâ.

In de Vlaanders heet het "Keerskensloopinge"; geen geregelde stoet of optocht. De kinderen gaan rond met keerskens, gestoken in flambeeuwen van uitgeholde beetwortels of rapen, grillig en koddig uitgesneden: een paar oogen, een neus en een mond. Onderin de beet hebben ze een gat gemaakt waardoor het kaarsje gestoken wordt op een koolstek, die tegelijkertijd als handvat dienst doet. Als het kaarslicht door de dunne wanden van de uitgeholde beet schijnt, maakt dat in den avond een fantastisch effect als van zwevende maskers.
De kinderen dansen en zingen:

Stookt vier, stookt vier;
Sint Marten komt alhier
Met zijn bloote armen,
Hij zou zich geerne warmen.

Ze gaan van deur tot deur en bedelen pannekoeken, galetten, lukken, wafels of andere lekkernijen of centen.

De vriend van de kinderen.

Door de verschillende legenden - dat van dien mantel, dat van dit herfsthooi en dat kampvuur met den laten koekenbak - werd sint Maarten evenals sint Niklaas den gullen kindervriend, die door de schouw van allerlei speel- en sneukelgoed werpt. Hij is de geschenkbrenger in Aalst, in Mechelen en op vele plaatsen in Vlaanderen, Brabant en de Kempen.
De kinderen zetten 's avonds, vóór Sinte-Metten, hun korfje, of hunnen kloef of hangen de kous aan de schouw. Ze leggen er een raap, een wortel en wat hooi in. Dit voor den ezel van den braven man. Soms worden er de schrijfboeken uit de school bij gelegd of een briefje. 's Anderendaags vinden ze dan de lekkernijen of ... de roede!

Wanneer zal de heilige de kinderen weer dingen brengen zooals in onzen tijd: appelen, peertjes, nootjes, mispelen, muntebollen en speculaus?

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Prado ontdekt onbekend werk van Breughel.

Krantenbericht op 23 september 2010.

Kunstexperts van het Prado-museum te Madrid hebben een tot nu toe onbekend schilderij van Pieter Breughel de Oudere ontdekt. Volgens "El Pais" gewagen de specialisten van een "buitengewoon belangrijk werk".
Het meesterwerk was door de huidige eigenaars naar het Prado gezonden voor restauratie. Daar ontdekten de experts dat het zeker om een originele Breughel gaat. Het doek heet "De wijn van het Sint-Maartensfeest." Het Prado, toch niet het minste museum, gewaagd van een buitengewoon belangrijk werk uit het oeuvre van de 16de-eeuwse Vlaamse schilder, zowel wat de thematiek als de compositie betreft.
Het Spaanse ministerie van Cultuur zou het doek willen kopen van de huidige eigenaars. Onderhandelingen zijn al aan de gang. Het doek zou dan in al zijn glorie in het Prado worden tentoongesteld. Het ministerie wil tot zeven miljoen euro vrijmaken voor het schilderij. Op de vrije markt zou het meesterwerk 25 miljoen euro waard zijn. Het Madrileense museum heeft al een andere Breughel in zijn bezit, "De triomf van de dood."

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Reglement Sint-Maartenfeest van Retie.

Uit "De Kempenaer."
(Weekblad voor Arendonk, Dessel, Kasterlee, Retie.)
Woensdag 15 september 2010.

11 november.

Reeds jarenlang viert Retie op 11 november zijn patroonheilige Sint-Martinus. Heel wat inwoners zijn een aantal weken van tevoren in de weer om een zo groot mogelijk Sint-Maartenvuur te maken. Het mag een groot vuur zijn, maar geen vuilnisbelt die wordt opgestookt.
Om problemen te vermijden bij het opzetten van de vuren en het opruimen ervan, stelde de gemeenteraad een politiereglement op. Dit reglement werd goedgekeurd op 5 juli 2004. De tekst van het reglement wordt hieronder integraal gepublceerd.

Artikel 1: Elk jaar wordt op 11 november de patroonheilige Sint-Martinus gevierd.

Artikel 2: Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de locaties in de gemeente waar de vieringen mogen plaats vinden. Deze locaties zijn minstens op 100 meter afstand gelegen van huizen, bossen, heiden, boomgaarden, hagen, graan, stro, mijten of plaatsen waar vlas te drogen is gelegd.

Artikel 3: Vanaf 15 september, en op de dagen en uren bepaald door het college van burgemeester en schepenen (woensdagnamiddag, zaterdag en tijdens de week van Allerheiligen), mag snoeihout, afkomstig van het onderhoud van de tuinen en eigendommen van de buurtbewoners, worden aangevoerd op de locaties. Het aanvoeren en verbranden van volgende producten is verboden (niet-limitatieve lijst): boomstronken, behandeld hout, huishoudelijk afval, oliën of benzines, autobanden, matrassen, ...

Artikel 4: Iedereen die snoeihout aanbrengt, staat in voor de goede opstapeling van het hout teneinde een stevig en compact vuur te verkrijgen.

Artikel 5: Het vuur wordt ten vroegste om 18.00 u. ontstoken. De buurtbewoners treffen de nodige maatregelen opdat het vuur niet uitbreidt en bewaken het vuur tot het gedoofd is.

Artikel 6: De locatie van de feesten wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk veertien dagen na 11 november opgeruimd en in zijn oorspronkelijke toestand gebracht. De kosten die ontstaan zijn bij het opruimen van de resten, worden gedragen door de organiserende buurt en kunnen in geen geval verhaald worden op het gemeentebestuur.

Artikel 7: Het niet naleven van de bepalingen van dit reglement wordt gesanctioneerd met politiestraffen.

Afwijkingen op de aanleverdagen worden enkel toegstaan door burgemeester en schepenen, na samenspraak met de contactpersoon van de desbetreffende Sint-Maartenhoop.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Sint-Maarten.

Uit: "Een jaarkring in legenden."
Illustratie van Leon Holman.
Utrecht 1948.
Uitg. W. De Haan N. V. Blz.: 236-239.


"Op 11 November wordt er in Italië over het algemeen flink gedronken, maar in Sicilië moet men dien dag tenminsten den wijn gaan proeven, zelfs al zou men daar geen lust toe hebben. Doet men het niet, dan wordt de wijn in de vaten zuur. Maar wat erger is, zo zegt het volk, wie geen wijn drinkt komt niet in de hemel. De deskundigen beweren, dat op dien dag de most in wijn veranderd wordt. In Noord-Italië bewaren de boeren een tros druiven van den wijnoogst die ze dan op 11 November, als herinnering aan het mooie jaargetijde, opeten. De eerbiedwaardige bisschop Sint Maarten wordt in Sicilië als de patroon van de dronkaards beschouwd en zelfs gaat het volksgeloof zo ver, dat men deze Heilige, natuurlijk geheel ten onrechte, voor een onvervaarden wijndrinker houdt. Van hem is echter bekend, dat hij zo sober was, dat men in een door hem gesticht klooster, waar hij met tachtig leerlingen woonde, zelfs nooit wijn heeft gedronken.
St. Maarten geldt trouwens algemeen als een voorbeeld van de meest onbaatzuchtige christelijke liefdadigheid. Deze deugd komt mooi tot uiting in een legende, die ons verhaalt hoe Maarten, toen hij eens een armen man zonder klederen op straat ontmoette, met zijn zwaard zijn mantel in twee gedeelten verdeelde en de ene helft aan den arme gaf. Den volgenden nacht zag hij Christus, gekleed met het deel van zijn mantel dat hij daags te voren aan den armen man geschonken had, terwijl Hij tot de rond Hem vergaarde engelen sprak: "Weet, dat Maarten, toen hij nog catechumeen was, mij met dezen mantel heeft gedekt!" Volgens een Noord-Italiaanse legende hadden St. Maarten en de duivel beiden een molen. Nadat de duivel eens de molen van St. Maarten had bezichtigd, vroeg de Heilige hem of hij ook eens zijn molen mocht komen bekijken. De duivel willigde den wens van den Heilige in onder voorwaarde, dat hij gedurende zijn bezoek geen kruistekens zou maken. Maarten beloofde dit, maar, toen hij voor den molen van den duivel stond, maakte hij toch kruistekens met gevolg, dat de molen plotseling onbruikbaar werd. "De molens;" zeide de duivel, "zullen voortaan aan U behoren, maar de molenaars aan mij!" Om niet in de handen van de duivel te vallen, vasten de molenaars op het vigilie van St. Maartensdag. Een Siciliaanse legende vertelt ons weer, dat de duivel, die de bijnaam Culicchia draagt, zich vermomde als een arm man, die op het punt stond van honger om te komen, en die aan de weg gezeten was, waar St. Maarten gewoonlijk voorbijkwam. De Heilige had die dag geen geld bij zich en zei tot den arme, dat hij hem niets kon geven. Maar de arme hield aan zeggende, dat hij sinds twee dagen niets gegeten had. Maarten kreeg medelijden, trok zijn mantel uit en gaf hem aan den arme met de woorden: "Ziedaar deze mantel, ik heb niets anders, neem hem en ga dan eten!" De duivel was zeer tevreden, dat hij Maarten had kunnen bedriegen, wierp zijn vermomming af en vertoonde zich in zijn ware gedaante. Doch Maarten liet zich niet uit zijn lood slaan en sprak tot de duivel: "Ik geloofde dat je arm was, daarom heb ik datgene gegeven dat ik bezat, maar nu, verachtelijk beest, verdwijn in de diepten van de hel!" Naar een andere versie gaf de heilige zijn mantel aan een armen man, die dronken aan den weg lag, om hem tegen de koude te beschutten. Aan deze daad van liefdadigheid is het waarschijnlijk te danken, dat men aan St. Maarten het niet bijzonder eerbiedwaardige beschermheerschap der dronkaards heeft toegedacht.
St. Maarten heeft met dronkenschap niets te maken. Het ongelukkige toeval wil, dat zijn feestdag op 11 November valt, den dag waarop in Italië de wijn geproefd en de vaten aangebroken worden. Deze gewoonte lijkt de directe voortzetting te zijn van het oude wijnfeest der Grieken, dat in de eerste helft van de maand Anthesterion ter ere van Bacchus gevierd werd. Die dag wordt in Italië in vreugde, uitgelatenheid en braspartijen doorgebracht. Meestal begint het feestmaal op den Zondag na 11 November, wanneer een ieder vrij is. In Sicilië is het zede bij deze gelegenheid kalkoen te eten en natuurlijk wijn te drinken. Is er geen kalkoen dan mag varkensvlees niet ontbreken. De beschuiten, die men op dien dag eet en van welke reeds dagen te voren de etalages vol liggen, heten in het Siciliaanse dialect Viscotta di S. Martinu "St. Maartensbeschuit." en zijn werkelijk artistiek van vorm. De banketbakkers bereiden ook allerlei uit suiker vervaardigde gebakjes, die St. Maarten in een theatrale houding te paard voorstellen, zwaaiend met zijn zwaard. Het moet voor de kleine Italiaantjes een probleem zijn die gebakjes op te eten. Komt eerst het paard aan de beurt en dan de Heilige of omgekeerd?
Op vele plaatsen is St. Maartensdag in Italië een intiem en gezellig familiefeest. Men ontvangt niet graag bezoek, aangezien de hele familie in de keuken bezig is om de feestmaaltijd klaar te maken en zij wenst daarbij niet gestoord te worden. De arbeiders en boeren haasten zich om zo vlug mogelijk thuis te zijn. Welk een drukte heerst er op de stations, waar de mensen zich verdringen om 's avonds zo vroeg mogelijk te Mestre of te Treviso bij hun gezin te kunnen komen! Terwijl in Noord-Italië op de bergen reeds de eerste sneeuw gevallen is, is het over het algemeen tegen St. Maartensdag in heel Italië zacht en mild weer: men noemt dan ook te Venetië de tien dagen die op 11 November volgen istadela de S. Martin "het St. Maartenszomertje." Juist omdat tegen 11 November voor een korten tijd de natuur ontwaakt, wensen de Sicilianen elkaar op dien dag, Bon Sammartinu "Goede St. Maarten.", d.w.z. overvloed van wijn, olie, melk, enz. Wanneer de bedienden hun St. Maartenswensen komen aanbieden, ontvangen ze enkele der voor St. Maartensdag gebakken beschuiten ten geschenke. Misschien staat met het mooie weer de minder mooie gewoonte te Venetië in verband om op St. Maartensdag te verhuizen. Dat onze Heilige oorspronkelijk soldaat is geweest, blijkt niet alleen uit de gebakjes, die hem te paard met het zwaard in de hand voorstellen, maar ook uit het feit, dat St. Maarten, te zamen met St. Joris, de beschermer is van de Italiaanse soldaten, die hem niet zelden met den omineuzen wijn, waarmee hij eigenlijk niets te maken heeft, vereren."

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Oud gedicht van de heilige Martinus.

Rijmgedicht over de H. Martinus in het maandschrift van de Engelbewaarder. 1897.

't Is snerpend koud, de winter zwaait
Zijn staf meedoogloos rond;
De noordenwind snijdt door de leën,
De sneeuwjacht stuift verwoed doorheen
En dekt den killen grond.

Een arme, naakt, verkleumd van kou,
Ter poort van Amiensstad,
Smeekt biddend om een bete brood;
Maar niemand, die zich in zijn nood
Erbarmde, hoe hij bad.

Martinus reed ter stadspoort uit;
Ook hem vroeg de arme teër
Erbarming, met gebroken stem,
Erbarming in zijn nood met hem;
Ter liefde van den Heer.

De krijgsman wierp een liefdeblik
op d'arme bedelaar,
Met schaam'le lompen nauw bedekt,
Die biddend hem de handen strekt,
Ter liefdegifte klaar.

Martinus' hart verteedert zich
Bij de armoede in de nood;
Zijn liefde had reeds al verdeeld,
Niets had hij, wat hij bood.

Niets had Martinus, wat hij bood
Den armen bedelaar;
Zijn mantel, kleeding en zwaard
Is 't enigst, wat hem rest op aard
Ter gifte op 't liefdealtaar.

De krijgsman grijpt zijn glimmend zwaard,
Wijl hij zijn mantel strekt;
Hij houwt dien middendoor in  twee,
Deelt 't eene stuk den arme mêe,
Wijl hem het andre dekt.

Nauw sliep dien nacht, ter ruste gevlijd,
Martinus, of hij zag
Den Heer, omringd door englenschaar,
In 't kleed, dat hij den bedelaar
Gegeven had dien dag.

"Martinus", sprak tot de englenschaar
De Heer, en wees op 't kleed,
"Martinus, nog katechumeen,
Sloeg mij deez kleeding om de lêen,
Toen ik in armoê leed".

De krijgsman door dit droomgezicht
Vloeide over van genot;
Met meerder vuur nog dan weleer
Beminde hij zijn God en Heer
En de armen om zijn God.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Rond het feest van sint-Maarten.

Uit "Ons land" 1912.

"11 November! Sint-Maarten!
Sint-Maarten, de patroon  der ganzen en der drinkebroers! Hoe komt het dat Sint-Maarten, waarvan de eenvoudigheid legendarisch en de matigheid spreekwoordelijk is, de uitverkorene is der volgelingen van Coveces en van Bacchus?
Luistert. Ziehier wat de overoude kronieken vertellen: Wanneer in 383, na zijn opstand tegen Gratiaan, Maximus, een Romeins generaal, Gallië, Engeland en Spanje bemachtigde, vestigde hij de hoofdstad van zijn keizerrijk te Trier.
Sint -Maarten begaf zich er naartoe om er eenige gunsten te verkrijgen. Maximus ontving hem schitterend. Hij liet hem aan zijne eigen tafel mede eten, hem de eereplaats gevende tusschen de voornaamste en beroemdste mannen van zijn hof. Wanneer bij het einde van het eetmaal, de officier den wijnbeker aan Maximus bood, beval deze hem aan den bisschop van Tours te geven opdat hij hem daarna uit dezes handen zou kunnen ontvangen; maar de beroemde prelaat deed den beker doorgeven aan den priester die hem vergezelde. En dit gebaar voldeed om sint Maarten aan het hoofd der drinkebroers te plaatsen!
Over sint Maarten als patroon der ganzen, vertelt de legende dat de duivel om sint Maarten te bekoren, hem eene fabelachtige gedekte tafel voorzette, maar sint Maarten keurde geen enkel gerecht waardig buiten de gans!
Moet het bestaan der talrijke Sint-Maartensmaatschappijen in de omringende gemeenten van Brussel, zooals Molenbeek, Jette, Laeken, Koekelberg, Ganshoren, daaraan toegewezen worden?
Te Ganshoren bestaat er eene kerk genoemd de St.-Maartenskerk. Zij werd gebouwd in 1369. Nu, volgens de waarschijnlijke gevolgtrekking van MM. de Graaf de Villegas en Van Leeuw, zou Ganshoren betekenen, een plaats gelegen in den vorm van een horen, waar het kweeken der ganzen op groote schaal plaats had in de oudere tijden. Vandaar de kerk van den omtrek (Ganshoren) toegewijd aan sint Maarten. Het dorp Ganshoren is ook nog steeds de bedevaartplaats gebleven der "chocheteiten" van St.-Maarten. Alle jaren op den Maandag volgende op 11 November, geven zij er elkaar afspraak en wonen er de mis bij die gezongen wordt aan het altaar van St.-Maarten.
De St.-Maartensmannen zijn te paard evenals hunnen generalen staf, voor de gelegenheid, mannen gekleed in militaire uniformen, met de gestreepte broek der gidsen en de berenmuts der grenadiers van voor den oorlog. Over een vijftiental jaren geleden kwam sint Maarten en zijn gevolg nog te paard de kerk binnen, maar daar er dikwijls ongelukken voorvielen, zo is de gewoonte om met de paarden binnen te komen langzaam verdwenen. Na de mis gehoord te hebben, scheidde de stoet zich uit elkaar en ieder sint Maarten, gevolgd van zijne mannen, trok naar zijne eigene gemeente terug.
En hier beginnen de omgangen en de ... drinkpartijen. Nochtans beoefent sint Maarten  ook de weldadigheid. Hij snijdt wel zijn mantel niet in twee, maar werpt met volle handsvollen vijgen of noten tusschen de talrijke groepen die den stoet vergezellen.
Bij het eindigen van den dag, heeft men het banket van sint Maarten. Ganzen worden er niet opgediend, maar uitmuntend vleesch wordt er gesmuld en buitengewoon veel gedronken, zoodat deze feesten soms in bloedige vechtpartijen uitlopen.
Te Mechelen wordt sint Maarten gevierd door de kinderen. Men heeft het klein Sint-Maartensfeest op 11 November, en het groot Sint-Maartensfeest den daaropvolgenden Zondag.Jonge bengels gaan dan zingend van deur tot deur:

"Hij heeft zijnen mantel doorgesneden
Om aan de armen te geven,
Jufvrouw wil ons kabaske vullen
En laat ons nie lang meer staan."

Op den Zondag van het Sint-Maartensfeest zijn de rondgaande kinderen-zangers gekostumeerd op de zotste wijze. Ze hebben dan kleine schoone papieren vlaggetjes en wandelen rond op een soort draagbaar, een St.-Maarten die getooid is met een mijter en gekleed in rok, met de eene hand houdt hij een staf en met de andere een scheel of bakje dienende om geldstukken te ontvangen.
Deze met den schoonsten sint-Maarten komen dan zingen in de groote straten van het midden der stad, zij gaan ermede de koffiehuizen binnen en keeren terug naar huis, voorzien van lekkernijen en geld.
In de omstreken van Hasselt en in zekere gemeenten van Vlaanderen, bestaat het St.-Maartensvuur. Van af den morgend van 11 November gaan de jonge lieden rond en bedelen droog hout, strooi en eikentoppen. Dit alles wordt dan op eene kar geladen welke geledigd wordt te midden een veld, waar het vuur aangestoken wordt.
De jonkheid van het dorp voert daar rond dan de drolligste dansen en sprongen uit die er maar mogelijk zijn. Daarna houdt men eetmalen en drinkgelagen ter eere van St.-Maarten, patroon der drinkebroers en der ganzen."  J.L.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

De H. Martinus.

In een eenvoudig boekje "Sint-Niklaas gevolgd door andere lezingen." door "Eenen priester", uit 1898, vond ik volgend stukje over Sintemetten:

"De H. Martinus, nog jong zijnde, diende in het Fransche leger, en was reeds alom bekend door zijne groote liefde voor de ongelukkigen.
Op eenen kouden winterdag, door een woud rijdende, ontmoette hij eenen armen man die bijna naakt was, en hem om eene aalmoes smeekte. Martinus had reeds al zijn geld uitgedeeld, zoodat hij niets meer bij zich had, tenzij zijne kleederen en de wapens die hij droeg. Wat doet hij? Hij neemt zijnen sabel en snijdt zijnen mantel in twee stukken, waarvan hij het eene aan den bedelaar geeft, terwijl hij de andere helft zoo goed mogelijk rond zich draait.
Eenigen, die getuige waren dezer edelmoedige daad, hielden er den spot mede, maar anderen, door dit schoon voorbeeld getroffen, waren beschaamd den noodwendige niet te hebben bijgestaan, en maakten goede voornemens voor de toekomst.
Den volgenden nacht zag de H. Martinus in eenen droom, den Zaligmaker, bedekt met den halven mantel, terwijl hij zegde tot eene menigte hemelsche geesten die hem omringden:   " Martinus heeft mij met dit kleed bedekt."
Het goed, dat wij aan de armen doen, zal ons aangerekend worden als ware het aan God zelf gedaan: hebben wij dus altijd medelijden met de ongelukkigen."

Dit boekje van 48 blz. werd uitgegeven te Brugge, door A. J. Witteryck-Delplace, Nieuwe Wandeling 4.
Ook de levens van andere heiligen worden summier in deze uitgave besproken. Zo komen sint-Niklaas, de heilige Antonius van Padua en de heilige Joseph aan bod.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Sintemetten in koper gedreven .

Deze koperen sierplaten met Sintemetten als onderwerp, voorstelling meestal naar het beroemde schilderij van van Dyck, komen nog veelvuldig voor in verschillende vormen en groottes, in geel of rood koper.
Ze zijn ontstaan wanneer de koperslager een koperen plaat in een houten mal ( of vorm ) slaat ( of drijft) en die daarmee omvormt tot een echt siervoorwerp. Op deze manier konden deze grote sierplaten betrekkelijk snel in serie worden gefabriceerd, zonder gebruik te maken van speciale ovens.
Tijdens de industriële revolutie is het ambacht van koperslager in onbruik geraakt door de opkomst van de persen. Die voerden het werk, waar een ervaren koperslager enkele uren over deed, uit in luttele seconden.
Volledig machinale productie van deze koperen "Sintemettenplaten" vond vooral plaats door persen en stampen. Hierbij wordt een koperen plaat onder hoge druk tussen twee stalen modellen tot een sierplaat geperst. Sommige borden dragen de naam van de ontwerper, andere een merkteken van de werkplaats.
Ben al lang op zoek naar informatie over fabrieken die deze sierborden hebben gemaakt.
Wie kan me daarbij helpen?

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

De teervoeteisen.

In dit boekje van de scouts: "De teervoeteisen." (v.v.k.s.- Uitgeverij st-Joris. Brussel.) zag ik op blz. 60, een afbeelding van de manteldeling van sint-Martinus.
Onder het beeld een gedicht (gedeelte) van Alice Nahon.

"En vind ik in het huis mijns harten,
de troost dat ik een wee genas,
dat ik mijn armen heb gewonden
rondom één hoofd dat eenzaam was.
Dan voel ik op mijn jonge lippen
die goedheid als een avondzoen.
't Is goed in't eigen hart te kijken
en zo zijn ogen toe te doen."

Als geen ander kon A. Nahon het zalige gevoel verwoorden dat je krijgt als je een goede daad hebt gesteld.
Ook Sintemetten moet zich na de manteldeling zo hebben gevoeld!

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Historia.

Verzameling: "Het Europees Erfgoed." Rome.
Album II. Reeks 15. Nr. 72.

"Het leven van Sint-Martinus van Tours heeft
de christelijke ikonografie sterk geïnspireerd."

Uitgegeven door HISTORIA N.V.
G. Brugmannlaan 297a.
Brussel 18.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Folkloristische sprokkelingen uit de kinderwereld.

Olie op doek.
Von Marees Hans. 1869.
" Saint Martin et le mendiant."
Winterthour, Fondation Reinhart.


Rijmkes en Liedjes uit Kinderspelen.
Te Turnhout verzameld door E. H. J. Nuyts.
Turnhout. Drukkerij "Lumen" N. V.  1930.

Blz. 24. Hoofdstuk 3. Gelegenheidsliedjes.

"Bepaalde tijdstippen in het jaar hebben voor kinderen hun bijzondere vermakelijkheden met soms spel en lied. Buiten die gelegenheden hoort men die kinderen nooit."

Punt 7. "Op Sint-Maartensdag worden er 's avonds op den buiten vuurkens gestookt. De jongens van heel de wijk gaan dan samen op den bedel om bij elken boer brandmateriaal te vragen, en al wat branden kan, sleuren ze mee, soms op een hondenkar of op een stootwagentje dat ze zelf voortstooten: mutsaards, knuppels, spaanders, turf, enz... Ze bedelen al zingend en ... krijgen ze, dan zingen ze den lof van de goedhartige geefster, maar, krijgen ze niets: dan zingen ze bedreigingen en verwenschingen, en zullen toch wel zorgen dat ze er aan de mutsaardmijt of in't houtkot geraken."

"Vandaag is't Sintre Merten, en morge is't de kruk.
Wij komen uit goeder herten. En helpt ons uit den druk.
Wij zullen van ze leven van hier nie gaan, of wij hebben wat opgedaan:
hout, hout, turven hout, kloere, kloeren haantje, een turfken of een spaantje.
Hoe wijd zal da vliegen? Over de markt en over den dijk.
't Zal ne goeie Sintre Merte zijn. Krijg ik wat asteblieft?
Daar is nog wel een goei vrouw, die ons nog wel wa geven zal.
Hoe lank zal ze leven? Honderd jaar en eenen dag,
zoo lank als ze 'n korstje brood mag."

Ofwel: "Ginder achter aan dat hoog huis, daar hangt ne zak me zemelen uit.
Hoe menige zemel, hoe menige luis. Daar zit een gierige pin in huis."

Als het een boer is die nietgeven wil; dan verandert het laatste rijmke:
"Schup den boer in 't schijthuis!"

Een gierige pin: iemand die heel gierig is, wordt soms wel een "pin" genoemd: daar is 't pinneken-dun, d.i. daar wordt niet veel opgeschept.

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Binnen en buiten.

Binnen en buiten.
Nr. 7. Dertiende uitgave. Blz. 34.
Leesmethode Van Hoof en Vermeulen.
De Sikkel Antwerpen. 1955.
Geïllustreerd door Elsa van Hagendoren.
Spelling volgens de Woordenlijst van de Nederlandse Taal 1954.

7. Sint-Maarten.

"Stookt vier, maakt vier,
Sint-Maarten komt alhier.
Met zijn blote armen,
Hij zou zich geerne warmen;
Hij kroop al in het hoekske,
En daar kreeg hij een koekske;
Hij kroop al onder de tafel,
En daar kreeg hij een wafel;
Hij kroop al onder de zoldertrap,
En wij gaven hem een schotel pap."

1. Eeuwen geleden leefde er een volk, dat meester was over bijna de gehele aarde, voor zover men die toen kende. Dat volk heette de Romeinen.
Die Romeinen lagen ook met een groot leger in Frankrijk. Eén van de kapiteins heette Martinus.
Martinus was zeer braaf, dapper en jonkman, die ook geen heiden meer was. Zonder dat zijn vader het wist, was hij christen geworden.

2. Eens beval zijn bevelhebber hem, zo spoedig mogelijk een boodschap naar een ver verwijderde stad over te brengen. Martinus sprong te paard en reed weg. Het was vinnig koud en de wind sneed in zijn gezicht. Zijn medelijdend hart deed hem telkens in de zak tasten om aan de armen, die hij ontmoette, wat geld te geven. Spoedig was al zijn geld op, en hij kon niet eens voor zichzelf een stuk brood meer kopen.

3. Bij de poort van de stad, waar hij wezen moest, zag hij een oude man half naakt aan de weg zitten. Martinus tastte in zijn zak, doch die was leeg. "Een aalmoes, edele heer!" smeekte de arme. Wat deed hij nu? Hij sprong van zijn paard, nam zijn zwaard, sneed zijn mantel in tweeën en gaf de ene helft aan de oude man, die het kleed dankbaar aannam.

4. In de stad werd Martinus uitgelachen om het korte manteltje, dat hij nog droeg. Het stond ook zo bespottelijk. Maar Martinus was zó gelukkig een half naakte te hebben gekleed, dat hij deed alsof hij die spotternijen niet hoorde.
Later werd hij bisschop, en als je nu eens over "Sint-Maarten" hoort spreken, dan weet je, dat die heilige niemand anders was dan de brave Romein, die vol liefde alles aan de armen gaf, tot
zelfs de helft van zijn mantel.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Sint-Maarten.

Jan of Lucas van Duetecum.
Deventer (?) ca.1530-1608.
Naar Hieronymus Bosch.
Gravure en ets, 33,3 x 42,3 cm.

Bij de poort van een middeleeuwse stad waarvan de muren gedeeltelijk in zee staan, deelt Sintemetten, staande op een boot, zijn mantel met een groepje vreemde bedelaars.
Op een bootje wat hoger in de gravure zien we weer een wijnvat met de gekende vlag met twee krukken. Duidende op het sint-martinusfeest. Met de wijnstraal uit het midden van het vat vullen enkele drinkebroers hun glazen.
De ondankbaarheid van het "creupel vuyl arm gespuijs" wordt zowel in het Vlaamse onderschrift als in de voorstelling benadrukt.
Terwijl Sintemetten zijn mantel gaat delen trachten andere bedelaars zich meester te maken van zijn paard dat even zonder berijder is.

Onder de gravure lezen we duidelijk:
 "De goede Sint Martenis hier gestelt; onder al dit Cruepel Vuyl arm gespuijs haer deylende fijnen mantele inde stede Va gelt; nou Vechtese om de proije dit quaet gedruijs.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusvuur.

Maerten van Cleef. (1527 Antwerpen 1581).
Olieverf op paneel. 77 x 108 cm.
Duinkerken.
Musée de Beaux-Arts de Dunkerque.

Het sint-martinusfeest bood de behoeftigen onder de bevolking op 11 november de gelegenheid de ontberingen van de komende winter uitbundig te lijf te gaan.
Op een dorpsplein dansen bewoners om het traditionele vreugdevuur van sint-Maarten. Rechts proberen enkele mannen een vlag, met de beeltenis van Sintemetten, te veroveren. Ook hier dient de wimpel, met de manteldeling, om aan te geven dat het wel degelijk over het feest van sint-Maarten gaat.
Op de achtergrond rechts zien we nog een groepje zingende kinderen die van een gulle vrouw in een deuropening iets krijgen toegestoken.
Links zien we een vrouw met witte hoofddoek die een deugniet een ferme oorvijg wil geven. Op de voorgrond een moeder met kind op haar schoot, gezeten op een tenen mand. Voor zich een mand noten. Ze geeft de bedelaar met de hoed enkele vruchten. Helemaal in de benedenhoek verkoopt een man appels, een aapje houdt hem gezelschap. Achter hem trekt een bedelkind met schoteltje aan de mouw van een oudere patricïer.
Opvallend de vele schakeringen rood die de schilder heeft gebruikt. Of hij de gloed van het vuur wilde weergeven.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Sint-Maartenfeest.

Schilderij van Pieter Balten. (1525-na 1598)
Olieverf op paneel. 110 cm x 148 cm.
Utrecht. Rijksmuseum Het Catharijneconvent.

Van overal zijn armen, kreupelen en bedelaars afgekomen om het sint-martinusfeest te vieren. Er wordt gratis wijn uitgedeeld. Op een verhoging ligt een enorm rood-wit wijnvat dat wordt bestormd door een haveloze menigte. Aan het vat zit een bezem vast met daaraan een vlag, waarop twee krukken te zien zijn. Het teken dat kreupelen en andere verschoppelingen van de maatschappij, hier hun dorst mogen komen lessen. Er wordt gedrumd om in de omgeving van het vat te geraken. Een reus van een vent, half naakt, heeft een goed plaatsje bemachtigd, hij houdt zijn mond vlak onder de wijnstraal! Uiterst links van hem staan enkele patriciërs, leden van de betere klasse,  het hele gebeuren te bekijken.
Sintemetten, op zijn schimmel, is helemaal rechts op het doek te zien, juist op het moment dat hij zijn fel rode mantel deelt met een man met een lier op zijn rug. (Straatzanger?) De manteldeling, één van de belangrijkste gebeurtenissen uit de legende van sint-Martinus, krijgt hier een ondergeschikte plaats. Zó ligt de nadruk vooral op de uitdeling van de wijn en het feestgedruis. Sint-Maarten dient hier alleen maar om aan te geven dat het wel degelijk over een sint-martinusfeest gaat.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Tentoonstelling:

Op maandag 11 januari 2010, één van de vele strenge winterdagen met sneeuw en ijs, waagden wij ons op weg naar het verre Lommel. Via de media hadden we vernomen dat daar in het " Museum De Kolonie" een tentoonstelling over Sintemetten te bewonderen was. Na een uur over gevaarlijk gladde wegen, vonden we het mooie heemmuseum. Een vriendelijke dame liet ons binnen, niettegenstaande we buiten de openingsuren aanklopten. "We komen van ver, speciaal voor Sintemetten, zijn erge fans, weten echt de openingstijden niet". De warmte van het museum deed ons goed. Bij de ingang kregen we een zeer verzorgde "toegangskaart" met de afbeelding van onze favoriete heilige te paard. De manteldeling. Op de keerzijde lazen we:
 
"Op de tentoonstelling kan oud en jong, groot en klein, kennis maken met het beeld van Sint-Maarten in diverse materialen en vormen. Erfgoed Lommel heeft dankbaar geput uit de collectie van Tony Vaessen, die gefascineerd is door de figuur van Sint-Maarten. In de loop der jaren heeft hij een prachtige collectie rond de figuur van Sint-Maarten opgebouwd, beelden, santjes, medailles, tegels, ikonen, ... zeer vaak fraaie staaltjes van volksdevotie."

De tentoonstelling stond boven opgesteld. (Op het gelijkvloers bezochten we later de vaste tentoonstelling over het leven van onze voorvaderen in Limburg.) Groot was onze verwondering toen we de tentoonstellingsruimte zagen. We hadden iets groter verwacht. Even slikken. In enkele zeer mooie pronkkasten met beschermend glas zagen we slechts een klein gedeelte van een verzameling. Een paar gipsen beelden in het middengedeelte dienden als blikvanger. De enkele autentieke santjes, bedevaartvaantjes, vlagontwerpen, medailles en een fotokopie van El Greco vulden de rest van de beperkte tentoonstellingsruimte. Een beetje ontgoocheld dropen we af. Tijdens de terugtocht veel stilte in de kleine Micra. Was het de verplaatsing waard geweest? We genoten in ieder geval nog van het wijde ingesneeuwde Limburgse landschap.
Ik hoop dat mijn commentaar niet te streng overkomt, ben erg veeleisend, het was tenslotte een tentoonstelling. Misschien waren mijn verwachtingen te hoog gespannen.
Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht

Egino Weinert.

Egino Weinert. Geboren op 3 maart 1920 te Berlin-Schöneberg.
Wereldberoemde Duitse kunstenaar. Een meester op het gebied van de goudsmeedkunst en de emailkunst. Schilder en beeldhouwer. Naast het creëren van vooral sacrale kunst voor kerken en kathedralen over de ganse wereld, heeft Egino Weinert ook een opmerkelijke verzameling kleine bronzen beelden ontworpen en geproduceerd. Vele van zijn oorspronkelijke emailwerken zijn te bewonderen in de Galleria Moderna van het Vaticaans Museum.
Enkele opmerkelijke gebeurtenissen uit zijn lang leven:
1934 - Toegang als leerling tot het klooster van de Missionarissen Benedictijner Abdij Münsterschwarzach.
1941 - In de gevangenis voor het weigeren van de Hitler-groet in Würzburg.
1945 - Verlies van zijn rechter hand door een explosief in het ouderlijk huis in Berlijn. Toch blijft hij verder werken. Maakt nog alleen stukken die hij kan "hanteren" met één hand.
1951 - Huwelijk in Bonn, met Anneliese Leopold, moeder van zijn vier kinderen.
1985 - Na de dood van zijn eerste vrouw, tweede huwelijk met zijn huidige vrouw Waltraud Foerster.

Met dank aan Lowie Peeters voor het mogen gebruiken van zijn prachtige "Sintemetten op zijn rood paard"!

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Heiligen in de kerk van het Heilig Hart te Turnhout..

In een zeer verzorgd, handig en met smaak uitgegeven "meeneemboekje" in de prachtige kerk van het Heilig Hart te Turnhout vond ik dit glasraam van sint-Martinus terug. Ik lees de summiere beschrijving bij deze afbeelding:

Martinus
bisschop en belijder (11 november)


Linkerzijbeuk. Glasraam naar het schilderij van Antoon van Dijck in de kerk van Zaventem.

Geboren in 316 in Hongarije als zoon van een Romeins magistraat. Ging als 15-jarige in het Romeinse leger. Uit die periode is de scène bekend waarbij hij aan de poorten van Amiens een stuk van zijn mantel sneed en aan een bedelaar gaf. Liet zich op zijn 18de dopen en werd in 371 bisschop van Tours.

Hij wijdde zich vooral aan missionariswerk van het heidense Gallië (het huidige Noord-Italië, Frankrijk en België), en predikte o.a. in Wenen en Parijs, waar hij ooit een  leprapatiënt wonderbaarlijk genas. Overleed in 397. Zijn begrafenis in Tours bracht een enorm grote mensenmassa bij elkaar.
Patroon van o.a. soldaten en kleermakers.

Het 42 blz. tellende  "Heiligenboekje" met zijn vele afbeeldingen (in kleur) en levensbeschrijvingen van de heiligen die in deze kerk nog te zien zijn werd gemaakt in Turnhout op 9 november 2005.
Met dank aan: Guy De Kort, Herman en Lyie De Haes.
                         Rob Koop, Griet Verwaest.
                         Seppe Koop.
                         Guy Van Beeck.
                         Jos Van Bedaf.
Opgedragen aan de honderden medewerkers in de parochie.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Anciaux laat Sinterklaas en Sint-Maarten beschermen.

Uit: "De Morgen Kunst en Literatuur."
Donderdag 11 juni 2009.

Anciaux laat Sinterklaas en Sint-Maarten beschermen.

Vlaams minister van Cultuur Bert Anciaux heeft beslist de Sinterklaas- en Sint-Maartengebruiken in Vlaanderen op te nemen in de inventaris van het immaterieel Cultureel Erfgoed Vlaanderen. Ze komen daarmee op een lijst van typisch Vlaamse gebruiken zoals de Heilige Bloedprocessie in Brugge en het carnaval van Aalst.
Op termijn maken deze tradities kans opgenomen te worden op de Unescolijst van werelderfgoed.
Voor de Sinterklaas- en Sint-Martinusgebruiken hadden het Sint-Nicolaasgenootschap en het Sint-Maartenscomité uit Beveren zich kandidaat gesteld samen met Toerisme Waasland en de Erfgoedcel Waasland. Dankzij beide genootschappen is de kennis over de gebruiken en het enthousiasme rond de figuren van Sinterklaas en "Sintemetten" in de regio erg groot. In de toekomst wil men ook nog kijken of er samenwerking mogelijk is met andere landen waar de traditie van Sinterklaas en Sint-Maarten voorkomt.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten