Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
seniorennet.beseniorennet.be

Sint - Martinus, Retie en THEO BREUGELMANS.

Via deze blog wil ik "Sinte-Metten" voorstellen.
Waarom precies sint-Maarten? Hij is de patroonheilige van Retie. In dit zalig Kempendorp, met zijn zeven neten, werd ik tijdens de tweede wereldoorlog geboren. Hier bracht ik een gelukkige, onbezorgde jeugd door en genoot telkens opnieuw met volle teugen van de sinte-Mettenvieringen op 11 november. Ik zie me nog als kind sleuren met onmenselijk zware  mutserds. We zouden het grootste sint-Maartenvuur van het dorp stoken! Ik voel mijn schorre keel nog na 't zingen van telkens weer datzelfde "sinte-Mettenlieke". Ik voel nog de schamel gevulde beurs, een versleten washandje!
De figuur van de heilige, gezeten op zijn strijdros, dikwijls gespeeld door de toenmalige Retiese burgervader, hield me menige nacht wakker. Hoe dikwijls las ik over de wonderlijke manteldeling?
Als kind wou ik alles weten over deze " goeddoende" Romeinse ruiter.
Gelukkig ben ik altijd een beetje kind gebleven en heeft "Sintemetten" me nooit losgelaten
.

Hoe vind je dit bericht? 109 stemmen
6 reacties Reageer op dit bericht

De Retiese sint-Martinuskerk.

De zestig meter hoge kerk heerst niet alleen over het Retiese marktplein, maar over het ganse dorp. Van kilometers ver herkennen "de kortoren" hun rijzige, achthoekige kerktoren. Bijna thuis!
Zoals de meeste kerken heeft ook de onze in de loop van de eeuwen een ware gedaanteverwisseling ondergaan. Het huidige gebouw lijkt in de verste verte niet meer op het gebedshuis waarin vele eeuwen geleden de mis werd opgedragen.
In 1872 is de kerk voor het laatst "hernieuwd". Een gedenksteen in de voorgevel, vlak naast de toren, laat ons een paar belangrijke mensen uit die tijd kennen: Ridder Pyck: gouverneur, L. Van den Eynde: burgemeester, A. F. Verbist: pastoor en J. Taeymans: bouwmeester.
De littekens van de vele verbouwingen, ook na 1872, blijven duidelijk als verkleurde vlekken zichtbaar.
De kerk is opgetrokken in neogotische stijl. De onderbouw van de hoge toren is evenwel uitgevoerd in 15 de eeuwse Kempense baksteengotiek. De buitenarchitectuur illustreert de expressieve vormentaal van de gotiek: versneden steunberen en spitsboogramen met traceer - en maaswerk. De benedenkerk vertoont een basilicale structuur: elke beuk heeft een afzonderlijk dak. Een zadeldak boven de middenbeuk en aanleunende lessenaarsdaken boven de zijbeuken. De gevelbeëindiging werd met een dubbele fries geaccentueerd. De zijgevels van de dwarsbeuken zijn blind.
De gevels en de glasramen werden in 1997 volledig gerestaureerd, de toren in 1999.
Links voor de kerk prijkt het monumentale praalgraf van dichter Lodewijk De Koninck. ( Hoogstraten 1838 - Retie 1924. ) Rechts een even groot heilig-hartbeeld dat in 1925 werd ingehuldigd. Tegen de gevels rusten nog oude arduinen grafzerken van Retiese burgerij, harde restanten van het oude kerkhof dat vroeger rond de kerk lag. ( Het huidige kerkhof op de Asberg werd pas geopend in 1927. )

Hoe vind je dit bericht? 16 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Binnenzicht van de sint-Martinuskerk in 1956.

Foto genomen door de firma Till te Brussel in opdracht van " Huis Seuntjes", Kloosterstraat 20, te Retie. Van deze foto's werden later zichtkaarten gemaakt die Seuntjes in zijn winkel verkocht.

Er hangt een eerbiedige stilte in deze grote, holle ruimte. Het is meer dan het ontbreken van lawaai. Je komt naar de stilte luisteren. Slechts nu en dan verstoort een eenzame auto je gedachten.
Beschilderde muren en zuilen, alsof ze opgetrokken zijn uit grote witte zandsteen. Aan iedere pilaar een gipsen, beschilderde heilige. Stomme, roerloze getuigen van vroomheid. Sint-Martinus en de bedelaar staan links tegen de tweede zuil, tussen sint - Antonius en een Heilig Hartbeeld in. Rechts sint - Isidoor, met zijn ploeg en spade. En vlak tegen de preekstoel, sint -Antonius Abt, met zijn varken. Rechts tegen de muur , of beter in de muur, een statie van de in gips gegoten kruisweg. Ieder tafereel tot in het kleinste detail uitgewerkt. De natuurlijke beschildering maakt alles nog echter. Als kind waren we zeker, zó moest het allemaal geweest zijn!
Vooraan de zware communiebank, bijna over de ganse breedte van het hoogkoor. Toen knielde men nog om het Sacrament te ontvangen. In het midden de donkere hoge preekstoel, een prachtig staaltje Vlaams houtsnijwerk. Pronkstuk in iedere kerk. Waar is de tijd dat we met open mond zaten te luisteren naar een missionaris die kwam vertellen over zijn belevenissen tussen "de zwartjes" in onze Kongo?
Een geordende wirwar van allemaal verschillende stoelen ...
Veel is nu uit de kerk verdwenen. 't Moest allemaal schoner worden.
't Zal wel ...

Hoe vind je dit bericht? 18 stemmen
Reageer op dit bericht

Gemeentelijke sint-Martinuspenning. 1981.

In 1981 gaf het V.V.V. ( in samenwerking met de verzamelclub ) van Retie een gemeentepenning uit. Zoals zoveel andere gemeentes. Het was een beetje een rage op dat moment. De "munteenheid" werd LINDE genoemd. Link was niet ver te zoeken ... Elk stuk was 50 LINDES waard. ( 50 frank. ) De penning had een diameter van 3 cm. Er werden tien gouden, driehonderd zilveren en vijfduizend bronzen stukken geslagen. Ze werden respectievelijk verkocht aan 11 500 fr, 750 fr en 50 fr per stuk.  Ook zeven loden proefslagen zijn overgebleven. ( Voor elk bestuurslid één! )  De meeste zilveren en bronzen " Lindes" zijn in medailleslag, een zeer beperkt aantal in muntslag. Opmerkelijk, in het bijzijn van het voltallige V.V.V.-bestuur werd de mal vernietigd.

Beschrijving.
Voorkant. De afbeelding van de manteldeling, sint-Martinus te paard, als jongeling van de betere burgerij, zijn mantel delende met een oude bedelaar die rechts van hem zit. Links van de heilige ruiter een boom, met daarin het wapenschild van Retie. Het tafereel is in een soort klavertje-vier gezet. (Het prachtig in lood gezette glasraam in het portaal van onze sint-Martinuskerk heeft duidelijk als voorbeeld gediend voor de mooie voorstelling van deze manteldeling.)
Als inscriptie lezen we: links bovenaan gemeente; rechts boven retie ( tussen twee rozen. )
                                   links onder 11 november; rechts onder sint-maarten.
Keerzijde. Bovenaan 19-Reties wapenschild-81. Daaronder over de ganse breedte van het stuk een afbeelding van onze reuze lindeboom, zonder onderstutting! Dan de waardevermelding van 50 LINDES. Onderaan met de rand mee geldig van 11-11 tot 11-12-81.       
 Op de zilveren LINDES zijn op de keerzijde ook de inslagen te zien van het muntteken en het zilvergehalte.

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Sint-Martinus als bisschop.

Antwerps santje uit de 17de eeuw. Van Pierre Clouwet ( 1629-1670 ). Kopergravure op perkament. Afmetingen: 9 cm op 12 cm. Met de hand ingekleurd.
Een Maartenprent door een grootmeester van de Antwerpse graveerkust! Prachtige voorstelling van de bisschop van Tours in bisschopskledij met mijter en staf. Met zijn rechterhand ledigt hij zijn geldbeurs in een uitgestoken bedelpotje van een schamel geklede bedelaar, die rechts van hem geknield zit. Beiden op een hemelse wolk. In een kronkelige banderol de naam van de bisschop. Rechts onder tekende de graveur. Uitmuntende prent op stevig perkament. Niet alleen het graveren gebeurde met veel vakmanschap en kunde, ook het met de hand inkleuren getuigt van grote zorgvuldigheid en veel aandacht voor detail. Een hemels kwaliteitsbeeldeken!

Hoe vind je dit bericht? 20 stemmen
Reageer op dit bericht

Hoe Retie aan zijn naam geraakte.

Sint-Martinus, de heilige, wijd en zijd bekend om zijn warme mensenliefde en zijn gloeiende ijver om de armen bij te staan, reisde op zijn schimmel gezeten door de Kempen. Hij had een bijzondere voorliefde voor die streek, omdat aldaar een menigte kolenbranders woonden, die hem tot hun patroon hadden verkozen.
Te Arendonk bezocht de ridderlijke ruiter de kousenweverijen, die nering verschaften aan het merendeel van de inwoners. Dat bezoek van sint-Martinus streelde niet weinig de hoogmoed van deze eenvoudige lieden, die de benen van hun lijf liepen om hem van nabij te zien. Van daar rende zijn klepper in vliegende vaart naar het naburige dorp. Aan de herberg " In de Heibloem " stapte de ruiter af en bond zijn schimmel naast de deur aan één van de ijzeren ringen voor het vastbinden van de paarden bestemd. Het duurde niet lang of een menigte kolenbranders, houthakkers, vrouwen en kinderen omringden de schimmel, die van ongeduld stond te trappelen. Toen de heilige man uitgerust was, ledigde hij zijn pint bier, stopte de waardin een goudstuk in de hand, besteeg zij paard en in een oogopslag was hij uit het zicht verdwenen. "Rijk zijn is toch plezant!" riep een boer, die van de waardin vernomen had, dat de reiziger met een goudstuk betaald had. " Wij werken," zei hij " dat het zweet ons de rug afloopt en kunnen nauwelijks zondags een pint gaan drinken."
Nog altijd groeide het aantal nieuwsgierigen aan. Met gapende mond stonden zij te luisteren naar de praatzieke vrouwen. Deze schilderden met levendige gebaren de man af, die hun dorp met een bezoek vereerd had; maar wat hun verbazing ten top voerde was de omstandigheid, dat hij een paard bereed. "Reed ie? Reed ie?" was de kreet, die al de andere geluiden overheerste.  En geen wonder! Die mensen hadden nooit een paard gezien; het landbouwbedrijf werd er uitgevoerd door ossen. Het dorp verloor de naam, welke het tot die heuglijke dag gedragen had en werd Retie genoemd.

Uit: "Kempische Volksvertelsels" door Herman Henot. Naaml. Venn. Standaard - Boekhandel. Geïllustreerd door Karel Rosseeuw.
1926. " Een rit van sint-Martinus." Blz. 36.

Hoe vind je dit bericht? 9 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint - Maartensvuren laaiden over Retie.

En wie daar was ... at pannekoeken!

Letterlijk overgenomen uit de: "Zondagsvriend" van 21 november 1947.Nr. 47.


In de stille Kempen ... Waar een strijd gestreden wordt voor het behoud van eigen schoon - zo in het landschap als in oude zeden - daar staat Retie mede in de bres. Retie het dorp van de zeven Neetjes en waar dichter Lodewijk De Koninck zijn praalgraf heeft, waar de oude gilden een stuk rijke folklore en een brok eigen traditie willen behouden, eert zijn parochiepatroon Sint Martinus sedert eeuwen op een bijzondere wijze.
Sedert mensengeheugenis is 11 november daar een feestdag, een feestdag van de jeugd die er op uittrekt van in de vroege morgen om geld en hout op te halen om 's avonds het Sinte Mettenvuur te kunnen aanleggen. Van oudsher wordt daar van oud op jong het Sinte Mettenlieken voortgeleerd:

Vandoag is't Sinte Metten
en meregen is't de kruk,
we komen uit goeie hééten
en help ons uit den druk!

Met dat lieken - dat natuurlijk veel langer is - worden de kinderen van Retie ieder jaar op 11 November wakker en dat lieken zingen zij tot 's avonds laat als het reuzevuur op het voetbalplein al lang gedoofd is ... een reuzevuur dat ook de belangstelling geniet van de groten.
Sedert verleden jaar heeft Retie inderdaad zijn vreugdevuur, naast de vele vuren op iedere wijk die rond zes uur in de avond in brand worden gestoken als voorbode van de komst van de heilige patroon die persoonlijk het grote vuur aansteekt dat als apotheose laait over de vele gehuchten.
Terwijl de jeugd in de voormiddag van deur tot deur trekt, wordt de deeg klaar gemaakt voor de duizende pannekoeken die de edelmoedige soldaat als slot van het feest gratis uitdeelt aan groot en klein...Als slot van het feest is het eigenlijk niet, want juist als iedereen zijn pannekoek heeft, dan wordt de geest van Sint Maarten waardig over Retie... Dan wordt ieders hart daar week als koekedeeg en kent men alleen nog "geven".
Gij moet Retie zien op Sint Maartensdag om de echte ziel van de "tellorenlikkers" te voelen.
Dank zij het plaatselijke komitee van V.V.V., dat kan rekenen op de medewerking van het gemeentebestuur met burgemeester Fr. Schepens vooraan en op hulp van iedereen, is het Sint Maartenfeest te Retie op weg om uit te groeien tot een Kempisch festijn dat weerklank vindt verre buiten de oevers van Nete en Neetjes.
Wij stonden die Maandag 11 November tussen de duizende en duizende die het feestelijk bevlagd en verlicht marktplein vulden, terwijl het honderd man sterke Muto-koor uit Geel liederen van Hullebroeck en Preud'homme zong, wij waren getuige van de triomfantelijke aankomst van Sint Maarten te paard, begeleid door de Kon. Fanfaren "De Lindegalm" en door de St. Sebastiaan- en de St. Antoliusgilde, waarvan de hoofdman behangen met de rijke breuk de erewacht vormden toen de feestelijk getooide Sint Maarten op het gemeentehuis door de burgemeester ontvangen werd, er het gulden boek tekende, met de burgervader klonk op het welzijn van geheel Retie "en allen daar aanwezig" en dan - voor deze feestelijke avond - de macht kreeg over dat schone Retie.
Dat gebeurde allemaal op de pui van het gemeentehuis ... En het leek ons, dat Lodewijk De Koninck in zijn praalgraf vlakbij tevreden was, dat wijlen pastoor De Voght goedkeurend knikte en dat inspecteur Sneyers instemmend monkellachte als Jos Van Looy, als kranige Sint Maarten, lezing gaf van "zijn" wet geheel in het teken van goedheid en edelmoedigheid "Geef en trakteer, drink en eet" raadde Sint Maarten aan. En tot voorbeeld verorberde hij 'n reuze pannekoek die hem plechtig werd overgereikt.
En dan reed de met 4322 pannekoeken beladen wagen naar het nabije voetbalveld, gevolgd door de Sint, door genodigden, door muziek en gilden en door het vele volk- groot en klein - dat de Arendonkse steenweg en Kerkhofstraat geheel vulde en het voetbalveld innam rond de reuze-houtstapel die de heilige ruiter ontstak. In de vale schijn van de brandende stapel, waarin de ranke den het langst de likkende vlammen trotseerde, zong en danste de volksdansgroep "De Vlegerd" uit Geel, zong en danste geheel Retie met de pannekoek in de hand, want dat lekkere gebak was intussen gratis bedeeld aan ieder die er was.
Tot laat in de nacht-of was het tot in de vroege morgen?- werd de Sint Maartenswet "geef en trakteer" trouw opgevolgd zonder politietoezicht ... want ieder bewaakte zichzelf. Lang nadat de Muto-zangers de kiosk verlaten hadden in de beurt van de reuze linde, klonk daar nog het Sinte -Mette-lieken. En lang nadat ook het reuzevuur gedoofd werd, hoorde men er nog in koor of in solo, op maat ... of zonder maat:
"... Geft wa en heid wa, tu den nuste joaren ..."
Tot naaste jaar ...!  Daarmee werd te Retie afscheid genomen, want wie er dit jaar kwam, komt terug. Van jeugd-feest werd Sint Maarten te Retie volksfeest in een echte Kempische vorm, een feest dat nooit met het Sint Maartensvuur zal uitdoven, maar ieder jaar frisser en rijker uit de asse herrijzen zal!

                                                                                                           Schrijver onbekend.

Hoe vind je dit bericht? 15 stemmen
Reageer op dit bericht

Reties houten sint-Martinusbeeld.

Foto uit: " Bijdrage tot de geschiedenis van Retie." Edward Sneyers 1972. Blz. 51.

Eikenhouten gepolychromeerd ruiterbeeld uit de zestiende eeuw, waarschijnlijk uit Brabant.
Sint-Martinus als jonge edelman met halflange gegolfde lokken. Hij is gekleed in typische 16de eeuwse klederdracht uit de betere kringen. Op het hoofd een hoed met opstaande rand. Kort jasje met zeer nauwe taille en hoge kraag. Nauwe aansluitende broek met brede verticale, gekleurde band. Met een brede omslag beginnen zijn soepele laarzen ver boven de knie. De heilige zit op een hoog zadel. Voeten zitten in driehoekige stijgbeugels. De jongeling zit met zijn romp een kwart naar links gedraaid op zijn paard. Hij houdt met de rechterhand zijn zwaard vast. ( Gedeelte arm en zwaard zijn verdwenen.) Met zijn linker houdt hij zijn wijde mantel omhoog. De zware mantel rust op zijn rechter schouder. De monumentale cape reikt tot ver voorbij het paard en eindigt op de linker zijde van de schamel geklede bedelaar. Het paard is fors, met gedraaide kop, alsof het ook de arme bekijkt. Het ferme dier staat met drie poten stevig op de grond. Rechter voorpoot is geheven. Hoefijzer onder de hoef duidelijk zichtbaar. Paard met open bek, tanden bloot en tong naar buiten. Alleen links van de nek korte afhangende manen. Kopstuk zeer eenvoudig met bovenaan een knopvormige versiering. Brede achterbroek, borststuk en teugels. Alle met dezelfde golvende versiering aan de onderkant. Geen zadeldeken, zadel rechtstreeks op de rug. ( Staart ook verdwenen.) De bedelaar, achter het paard, draagt een typisch middeleeuwse "flaporen" muts. De kreupele steunt op een T-kruk. (Waarvan het verticale gedeelte ook is verdwenen.) Hij is gekleed in een soort ruw kleed met lange mouwen en een geweldige split boven linker knie. Steunt op zijn linker been, rechter been is op kuithoogte geamputeerd, rechte snede.
Ondergrond is erg ruw.
Het beeld geeft de indruk veel hoger te zijn dan breed, metingen zeggen het tegendeel.( Hoogte: 62 cm, breedte: 61 cm, diepte ca. 20 cm.)
Geheel straalt een sereniteit uit, niet alleen door de vorm van de figuren maar ook door de "rust" van de gebruikte kleuren. ( Veel van de oude polychromie is verdwenen.)
Prachtig stuk Vlaams beeldhouwwerk!

Hoe vind je dit bericht? 13 stemmen
Reageer op dit bericht

De manteldeling.

Antwerps santje uit de eerste helft van de 19de eeuw. Kopergravure op papier. Graveur: Michel Vinck. Afmetingen: 8,5 cm breed en 11,5 cm hoog.
Volks prentje, zwart-wit. Sint-Maarten als jonge edelman op zijn paard. Hij deelt zijn mantel met een groep behoeftigen. Staande vrouw met kind aan haar hand en een zittende bedelaar met bloot bovenlichaam. Het tafereeltje is in een ovaaltje verwerkt en doet een beetje komisch aan door de veel te grote bepluimde hoed. Het ovaal is versierd met een gevlochten plantenkrans met linten. Met boven en onder een masker. De naam van de heilige midden onder het ovaal. Vinck tekende linksonder. " Zwierig" uitgevoerd santje, maar beslist geen hoogvlieger.

Hoe vind je dit bericht? 12 stemmen
Reageer op dit bericht

Martinus van Tours.

Ook sint-Martinus, sint-Maarten. Volkser: sint-Mette of sinte-Metten, sint-Marten of zelfs sint-Martijn.
Werd in ca. 316 in Sabaria ( nu: Szombathely, Hongarije.) geboren. Zoon van een belangrijke Romein. Kwam als ruiter naar Gallië. Beroemd is het verhaal van de manteldeling. De legende vertelt dat hij , nog voor zijn bekering, te paard Amiens binnenreed. Hij gaf aan de stadspoort een schamel geklede bedelaar de helft van zijn zware mantel. 's Nachts verscheen Christus aan hem, gekleed in dat stuk mantel. Onder meer door dit voorval werd Martinus het symbool van naastenliefde. Hij bekeerde zich en werd als achttienjarige gedoopt, verliet in 356 het Romeinse leger. Hij werd leerling van sint-Hilarius van Poitiers en kluizenaar. In 371 werd hij tot bisschop van Tours gekozen, als opvolger van Litorius, en stichtte ca. 375 bij Tours een klooster. De strengheid van zijn leer leidde tot jaloezie. Martinus, een volksheilige die armoede verkoos boven de luxe van een bisschoppelijk paleis, is zeker één van de populairste heiligen. Hij wordt samen met sint-Antonius Abt beschouwd als de eerste heilige niet-martelaar. Hij stierf op 8 november ca. 397 te Candes ( bij Tours.)
Hij wordt meestal voorgesteld als ruiter op een wit paard terwijl hij met zijn zwaard zijn mantel in tweeën snijdt om een deel aan een bedelaar te geven. Ook als bisschop, met mijter en staf, die een arme een aalmoes geeft. Zelden met een gans aan zijn voeten.
De priester Sulpicius Severus beschreef zijn leven in zijn boek: " Vita S. Martini."

Hoe vind je dit bericht? 20 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten