Hoe Retie aan zijn naam geraakte.
Sint-Martinus, de heilige, wijd en zijd bekend om zijn warme mensenliefde en zijn gloeiende ijver om de armen bij te staan, reisde op zijn schimmel gezeten door de Kempen. Hij had een bijzondere voorliefde voor die streek, omdat aldaar een menigte kolenbranders woonden, die hem tot hun patroon hadden verkozen.
Te Arendonk bezocht de ridderlijke ruiter de kousenweverijen, die nering verschaften aan het merendeel van de inwoners. Dat bezoek van sint-Martinus streelde niet weinig de hoogmoed van deze eenvoudige lieden, die de benen van hun lijf liepen om hem van nabij te zien. Van daar rende zijn klepper in vliegende vaart naar het naburige dorp. Aan de herberg " In de Heibloem " stapte de ruiter af en bond zijn schimmel naast de deur aan één van de ijzeren ringen voor het vastbinden van de paarden bestemd. Het duurde niet lang of een menigte kolenbranders, houthakkers, vrouwen en kinderen omringden de schimmel, die van ongeduld stond te trappelen. Toen de heilige man uitgerust was, ledigde hij zijn pint bier, stopte de waardin een goudstuk in de hand, besteeg zij paard en in een oogopslag was hij uit het zicht verdwenen. "Rijk zijn is toch plezant!" riep een boer, die van de waardin vernomen had, dat de reiziger met een goudstuk betaald had. " Wij werken," zei hij " dat het zweet ons de rug afloopt en kunnen nauwelijks zondags een pint gaan drinken."
Nog altijd groeide het aantal nieuwsgierigen aan. Met gapende mond stonden zij te luisteren naar de praatzieke vrouwen. Deze schilderden met levendige gebaren de man af, die hun dorp met een bezoek vereerd had; maar wat hun verbazing ten top voerde was de omstandigheid, dat hij een paard bereed. "Reed ie? Reed ie?" was de kreet, die al de andere geluiden overheerste. En geen wonder! Die mensen hadden nooit een paard gezien; het landbouwbedrijf werd er uitgevoerd door ossen. Het dorp verloor de naam, welke het tot die heuglijke dag gedragen had en werd Retie genoemd.
Uit: "Kempische Volksvertelsels" door Herman Henot. Naaml. Venn. Standaard - Boekhandel. Geïllustreerd door Karel Rosseeuw.
1926. " Een rit van sint-Martinus." Blz. 36.

