Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
seniorennet.beseniorennet.be

Jef Van den Eynde.

Jef Van den Eynde. (Retie 1913-1998)
Ouders: Karel A. (geb. te Antwerpen) en Octavie L. J. Van Ballaer (geb. te Kasterlee). Vader was gemeente-ontvanger en woonde met zijn groot gezin (10 kinderen) op de Pas, dicht bij de vest van de pastorij.
Jef studeerde te Hoogstraten en later aan het seminarie te Mechelen, waar hij op 11 juni 1938 priester werd gewijd. Werd leraar aan het sint-Stanislascollege van Berchem. In 1964 kapelaan in Westmalle en in 1973 volwaardig pastoor aldaar.
In 1988 ging hij op rust bij zijn zus Maria en broer Louis te Retie.
Jef was een man met vele gaven. Zo was hij een echte "Gezelle-kenner", die door zijn vele lezingen in Retie en daarbuiten, de mensen vaak wist te ontroeren.
Hij regisseerde niet alleen toneelstukken, hij schreef er ook.
Na zijn opruststelling werd hem gevraagd een toneelstuk te schrijven naar aanleiding van de 600ste verjaardag van het overlijden van sint-Martinus. Het werd gedrukt en opgevoerd onder de titel "Sint-Martinus van Tours". Jef kende natuurlijk ook het werk van Sulpicius Severus, de levensbeschrijving van de heilige, nog samengesteld tijdens het leven van Sintemetten. Hij gebruikte dit boek als voornaamste bron voor zijn toneelspel. Het toneelstuk laat ons vier episodes uit het leven van de heilige van Tours zien, die steunen op historische feiten. Voor zijn kostumering kon hij putten uit het rijke BRTN-archief, het textiel voor het grote toneeldoek werd verzameld via de Soesafoon van BRT2-radio en er werd gebruikt gemaakt van de 80 dia's over sint-Martinus die uitgegeven werden naar aanleiding van het pausbezoek aan Tours het jaar voor de opvoering in Retie. De prachtige toneelvoorstellingen in de sint-Martinuskerk werden door de Kortoren massaal bijgewoond.
René en Paul Stappaerts schrijven in hun boek "Retiese Koppen" (2001): "Dit Sint-Maartenspel mag als zijn levensbekroning beschouwd worden en ook als zijn geestelijk testament: de uitdrukking van alles wat hij dierbaar en waardevol vond in het leven, zijn liefde voor alles wat goed en waar en schoon is."
Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De nieuwste sint-Martinusklok.

De nieuwe sint-Martinusklok weegt 2607 kg.
Opschrift: A.D.1962 (anno domini)
Petit & Fritsen Aarle - Rixtel Holland.
"Sint Martinus bronzen stem
Wenkt uw harte
In vreugd en smarte
Keer tot God u, kom tot Hem.
Ik werd gegoten te Aarle-Rixtel
Gedoopt in't jaar onzes Heren 1962.
Mijn peter: Louis Smets, voorzitter Kerkfabriek
Mijn meter: Maria Hulselmans
Z.E.Heer Carolus Josephus Govaerts, pastoor ab anno 1946"
Langs de andere zijde staat de beeltenis van sint-Martinus en op de kroon:
"Frans Schepens, burgemeester."

De grauwe oorlogsjaren gingen voorbij zonder dat er over nieuwe klokken gesproken werd. Pas in 1946 lezen we in de notulen van de kerkvergadering er iets over. Het vervangen van de geroofde klokken werd een echte lijdensweg. Er waren te veel organisaties die allemaal hun zeg moesten doen. Men maakte van alles een discussiepunt. Zijn de klokken wel gesmolten? Is er een attest betreffende de weggevoerde klokken, hoeveel bedraagt de financiële staatssteun? Moeten er geen twee dossiers gemaakt worden, één voor de klokken en een ander voor de torenrestauratie? ... Jarenlang probeerde men tot een goede oplossing te komen. In 1953 is er nog steeds geen schadeloosvergoeding uitbetaald en heeft men nog altijd geen toestemming om nieuwe klokken te gieten, want door de oorlog in Korea is de prijs van het koper veel te hoog!
Het is uiteindelijk pas in 1962 dat de firma Petit en Fritsen, klokkengieters uit Aarle-Rixtel in Nederland, de nieuwe klokken mag gieten. Veel schoon volk was daarbij aanwezig: Pastoor Karel Govaerts, burgemeester Frans Schepens en al de leden van de kerkfabriek.
De wijding van de klokken gebeurde op 1 juli 1962 om 14.30 uur, met een optocht door de belangrijkste straten van Retie. In de stoet mocht natuurlijk sint-Martinus met zijn Romeinse soldaten niet ontbreken. De klokken opgesteld in de sint-Martinuskerk, werden gewijd door de deken Franken uit Mol.
De notulen van 7 oktober 1962 vermelden dat de installatie van de twee klokken is voltrokken...
Sindsdien galmen de klokken weer vrij over mijn prachtig Sintemettendorp, zijn neten, zijn velden en zijn Kortoren! Precies alsof het nooit anders is geweest ...
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

De sint-Martinusklok geroofd door de Duitse bezetter.

Wijlen "Zefa" Breugelmans (Echtgenote van Frans Geuens.), volle nicht van mijn vader, tussen de twee "geroofde" klokken. Van haar kreeg ik deze unieke fotoreeks.

Precies honderd jaar lang galmden de drie klokken vrij over mijn Neten-dorp. De sint-Martinusklok luidde men bij feesten en processies, de Lievevrouwklok bij kerkelijke diensten en de kleine sint-Jozefklok (het schelleken) klepte drie maal per dag het angelus. Bij dood en begrafenis werden de twee grote klokken samen gebruikt, bij brand en ander onheil de drie klokken tegelijk.
Op 5 augustus 1943 kwam daar een abrupt einde aan. Die dag begonnen de "klokkenpikkers" (de Duitse bezetter) de dikke oude muren rond de galmgaten in de voorkant van de sint-Martinustoren weg te kappen. De twee grote klokken werden naar beneden gelaten. (De Duitsers eisten de klokken op bij een verordening van 10 maart 1943. Het herderlijk protest van 15 mei haalde niets uit.) De kleine sint-Jozefklok mocht blijven hangen. Op 19 augustus 1943 werden de klokken op een wagen geladen en naar Duitsland vervoerd om daar gesmolten te worden voor het gieten van kanonnen. Dat alles gebeurde onder ruime belangstelling van de Kortoren. De haat tegen de bezetter werd er niet minder op. Toch moest men lijdzaam toezien ...
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

De sint-Martinusklok hergoten.

In 1843 bezat "Rethy" drie klokken: De sint-Martinusklok, ook tiendenklok geheten en gegoten door Van Der Gheyn in 1742 (2726 kg.), de Lievevrouwklok (1410 kg.) en de kleine sint-Jozefklok (723 kg.) Daar de Lievevrouwklok gebarsten was en de sint-Martinusklok nauwelijks maar de helft van haar klank gaf, besloten de Retiese raadsleden hun twee grootste klokken te laten hergieten. Vader en zoon Gaulard, klokkengieters te Tongeren, kregen de opdracht toegewezen. Op 12 juni 1843 begonnen de gieters hun moeilijk werk op het oude kerkhof, langs de noorder-zijdeur van de oude kerk. Geen werk voor amateurs! Eerst bouwde men de smeltoven in steen, dan boetseerde men in leem het model (of valse klok). Vervolgens: Het vervaardigen in leem en kempvezels van de mantel, het breken van de valse klok die onder de mantel verborgen zat, het aanleggen van de gietkuil met daarin de klokkenvormen. Na zeven weken, op 3 augustus, was het voorbreidende werk klaar. De oude klokken waren intussen al uit de sint-Martinustoren gehaald en stukgeslagen, wat niet zonder slag of stoot gegaan was, vooral de grote Sintemettenklok had felle weerstand geboden! Dan begon pas het eigenlijke klokkengieten. Eerst werd de "spijs" voor de grote klok bereid. Op 5 augustus 1843 zag een nieuwsgierige menigte hoe de vorm van de sint-Martinusklok in twee minuten vol liep met het gloeiende klokkenspijs. De volgende dag werd de klok voorzichtig uitgegraven om ze vlugger te laten afkoelen. Een dag later werd ze uit de kuil gelicht en voor de kerkdeur gezet. Met stalen borstels kuisten de gieters de klok, ze schuurden ze glad tot ze blonk en er echt "nieuw" uit zag! Op de sint-Martinusklok kon men duidelijk het opschrift lezen:

"Joan. Bap. Verbist pastor ab anno 1819 - Car. Gil. Van Den Eynde praetor - Patrinus Lud. Dom. Van den Eynde notarius - Matrina  Mar. Jon. Van Ganzewinkel - Glyck gy door myn geluyd somtyds van schrik zult beven. Zoo zal ook myn geluyd u somtyds vreugde geven. - In hororem S.Martini. (Afbeelding van "Sinte Marten") Gaulard père fils fondeurs 1843."

Op 10 augustus werden de klokken feestelijk ingezegend door de deken van Geel. Ze werden gewogen ( S.M. 2526 kg. en O.L.V. 1823 kg.) en in de toren gehangen.
De nieuwe sint-Martinusklok luidde voor de eerst over mijn mooi Kempisch dorpje op 27 augustus 1843.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

De sint-Martinusklokken van Retie.

Een in oud-Vlaams geschreven 16de eeuws (3 maart 1531) document, waarin de gezaghebbers van Rethy toestemmen in het kopen van een nieuwe torenklok.
Govert van der Vliet, kerkmeester (Telkenjare vernieuwd, beëdigd door de drossaard en deeluitmakend van de Wet van Rethy.) en Jan van Santvoert hebben bij Peter Wagevens, te Mechelen een klok, "weegende omtrent XXVI oft XXVII hondert ponden" gekocht voor 12 rijngulden en 5 stuivers de honderd pond.
Origineel document ondertekend door Jan van der Vliet, Jan van Santvoert en Peter Wagevens.

Klokken waren door de eeuwen heen onmisbaar.
1507 is de eerste oorlogsdatum die we tot nu toe vonden in de geschiedenis van ons dorp. Een legertje Geldersen en Fransen rukten van uit Roermond op naar onze gewesten en hebben Rethy, samen met nog andere Kempische dorpen, platgebrand.
Bij het nieuws dat de bendes in aantocht waren, holde een man naar de klok en luidde "storm" over het dorp.
Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinus en Arendonk.

Antwerps santje op perkament. Michel Cabbay 1660-1722.
Arendonk viert al eeuwenlang de heilige Catharina van Alexandrië op 25 november. Haar leven is één en al legende. Op haar 15de kende ze alle werken van Plato. Ze moest van keizer Maxentius haar geloof in Christus afzweren, maar ze weigerde. Ze werd veroordeeld tot het rad, maar dat werktuig werd vernietigd door de bliksem. Ze werd steeds op miraculeuze wijze gered. Toen ze onthoofd werd, vloeide er melk uit haar wonden die de pest verdreef. Waarschijnlijk heeft ze nooit bestaan. Attributen: Als rijke jonge vrouw met een kroon op het hoofd, zwaard in de hand, boek, gebroken rad, palmtak. In Arendonk werd ze vereerd (waarschijnlijk) omdat ze de patroonheilige is van de kantwerksters.

Als brave Retiese inwijkeling en begaan met het rijke verleden van mijn Sintemetten-dorp, had ik natuurlijk ook belangstelling voor de, voor mij, duistere dorpsgeschiedenis van Arendonk. Hoe kan je je dan beter informeren dan door het lezen van "bekende" heemkundige boeken? " Het vizirgat." van Jan Goris werd mij sterk aanbevolen. "Zo was het", "goed geschreven", "geschiedkundig juist", allemaal positieve commentaren die ik er gratis bij kreeg. Met enorme leeshonger verslond ik de eerste bladzijden. Groot was echter mijn verbazing toen ik op blz. 33 van dit "naslagwerk" las:

"Vroegertijd werd er te Arendonk met SINTE MERTEN aan de huizen gezongen:

Vandaag is't Sinte Merten
En morgen is't z'n kruk
Wij komen van goeder herten
En helpt ons uit den druk.
En wilde ons wat geven
Wij zijn zoo rap content
Wij vragen U z'n zegen
Als gij ons gift 'n cent.

Maar Ste Mertensvuur werd enkel gestookt door Retische inwijkelingen, die hun dorpsche overlevering hier wilden inplanten. Arendonk nu, duldt op dit gebied, geen invoerartikel. Wel hoorde men, op de Beirendonk en Huiskens, een korte wijl:

Sinte Merten, turf en heit
Sinte Merten z'n voeten zijn keit

maar de Retische tongval stond in voor het verdwijnen."

Ik moest even slikken. Da's straffe taal. Wat gedurfde uitspraken! " Arendonk nu, duldt op dit gebied, geen invoerartikel." Ruikt dat niet een beetje naar discriminatie? (Woord en begrip moesten toen natuurlijk nog worden uitgevonden.) Als je zoiets nu zou schrijven, werd je zeker bestempeld als ... De Arendonkse mentaliteit veranderde sindsdien. Nu is men heel wat toleranter geworden voor "inwijkelingen", zelfs al hebben die een heel andere godsdienst en taal. Gelukkig maar!
Arendonk heeft van de liefdadigheid van Sintemetten dan toch iets geleerd.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Martinellum.

De heilige voorgesteld als bisschop van Tours, in vol ornaat, met mijter en staf. Sintemetten legt een geldstuk in een hoed die een jonge bedelaar met twee handen vast heeft. Dit alles speelt zich af in volle natuur. Perkamenten Antwerps santje van Cornelus de Boudt (1660-1735). Kopergravure. Het tafereel is in een ovaaltje gezet. De inkleuring gebeurde met veel zorg. Toch doet de met goud ingekleurde lucht een beetje bizar aan.

Een martinellum is een verzameling teksten rondom de heilige Martinus van Tours, waarin de Vita B. Martini van Sulpicius Severus de belangrijkste plaats inneemt. Het martinellum had een functie binnen de liturgie. Feitelijk was het één van de voorgangers van de missaal, waarin men later onder meer de lessen bundelde die op bepaalde feestdagen gelezen werden. Zo werden uit het martinellum bepaalde gedeelten voorgelezen op de feestdag van Martinus en op de dag waarop zijn gebeente naar Tours werd overgebracht, de zogenaamde "translatio" (14 juli).
Utrecht, waar de Dom aan sint-Martinus is gewijd, bezat zo'n twaalfde-eeuwse martinellum. (Nu in de universiteitsbibliotheek.) Hoewel dit handschrift geen miniaturen bevat, is het met zijn zestien gedecoreerde initialen één van de zeer weinige voorbeelden van codices die in de Noorderlijke Nederlanden in de twaalfde eeuw geschreven en verlucht zijn. Dit handschrift is door vijf verschillende handen geschreven in een schrift dat nog niet gotisch genoemd kan worden. Specialisten noemen dit geschrift "littera pregotica".
Deze 128 perkamenten bladzijden, geschreven in het Latijn, zijn van grote cultuur-historische waarde.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

De zuivelfabriek Sint-Martinus. S.M.

Retie. Een vroege zomerse morgen aan de melkerij. Nog geen verkeer. Enkele fietsers, in losse zomerkledij, staan met elkaar "te buurten". Tijd genoeg. Geen auto's, geen lawaai. Op de voorgrond zien we de tramsporen die hier "splitsen". We staan hier vlak bij de wissel. Men heeft de naam onthouden!
Zichtkaart :Uitgave Gevers-Melis. Afgestempeld in 1954.

Ik kan mijn onvolledig bezoek aan onze mooie sint-Martinusstraat niet afsluiten zonder even de melkerij te bespreken, die de naam van onze patroonheilige kreeg. De officiële naam was: "Zuivelfabriek Sint-Martinus S.M."
(Samenwerkende Maatschappij.)
Boeren-aandeelhouders zorgden voor het beginkapitaal. De firma De Groot uit Heist-op-den-Berg bouwde de fabriek. De B.B. leverde de technische uitrusting. Aloïs Melis, eerste directeur-bedrijfsleider, begon met vier werklieden.
Op 3 december 1933 was de installatie klaar en werd er met water geproefdraaid. Op de melkerij begon men om 8 uur te werken.
Op de boerderij werd de melk in kitten van 25 liter gegoten. Elke boer had een nummer dat in koperen cijfers op de nek van de "melkkit" was aangebracht. De metalen kitten werden dan door "melkkarren" aan de boerderij opgehaald.
Ik weet nog hoe ik als jeugdige knaap mee kon met zo'n "melktoer". Zelfs mocht ik van de voerder al eens de leidsels vasthouden, zo fier als een gieter was ik dan. Wist ik veel dat "Bles" met zijn ogen dicht de weg kende!
In de melkerij goot de melkaanvoerder de melk per bedrijf (per nummer) in de weegbak en plaatste de lege kitten omgekeerd op het uitdrup-apparaat dat langzaam wegdraaide. Men noteerde de hoeveelheid melk,  nam de lege kitten, spoelde ze uit, liet de afgeroomde melk - in verhouding tot de hoeveelheid geleverde melk - erin lopen. De voerder verplaatste zijn wagen naar de andere deur van de ontvangsthal en laadde zijn kitten terug op zijn kar. Hij kreeg de briefjes waarop het gewicht van de melk per bedrijf genoteerd stond en vertrok. Onderweg stak hij die papiertjes tussen deksel en kit van de betreffende veehouder. Hij zette de kitten, in omgekeerde volgorde, af aan de boerderijen.
Dat deel van zijn dagtaak zat er dan al op. In mijn jeugd gebeurde dat nog allemaal met paard en kar, later verving men de paarden door lawaaierige tractoren en nu komt een glimmende tankwagen de melk "opzuigen".
De melkerij werd heel wat meer dan alleen maar een "melkfabriek". De Kortoren waren er fier op, en terecht.
En nu ... " De Melkerij." ... een appartementenkazerne ...
De nieuwe tijd. Net wat u zegt ...
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusstraat. Beroemde inwoners. A. Luyten.

"A. Luyten "Klompke" Rethy op velo"Bristol".
-Kampioen der Kempen in 1909.-
Onoverwinbaar in 1910 meer dan 50 eerste prijzen behaald."
Postkaart geschreven in 1911.
Let op de warme trui "Bristol", met rolkraag en de zware koersfiets van het zelfde merk, zonder remmen.

In de sint-Martinusstraat woonde destijds deze bekende sportman. Aloysius Andreas Ludovicus Luyten, alias "De Klomp" of "Klompke". (1888-1941) Hij woonde naast de katholieke school en was in 1912 gehuwd met Maria Caroline Dierckx, deze stierf echter op zesentwintig jarige leeftijd. Aloïs hertrouwde in 1915 met Pauline Melis.
Hij was een zeer talentvolle "coureur", die voor het merk Bristol reed. In 1909 werd hij kampioen der Kempen en in 1910 was hij bijna onklopbaar. Hij won in dat jaar meer dan vijftig koersen. Tot omstreeks 1927 was hij ook velomaker. Een beroep dat zeer goed bij zijn wielrennen paste. Ervaren als hij was in het herstellen van lekke banden, het repareren van gebroken kettingen of het plaatsen van nieuwe spaken. Het spaarde hem veel tijd tijdens zijn koersen en het was bovendien goedkoop.
In 1925 opende hij een bioscoop: Cinema Roxy. In glazen "kijkkasten" werden glimmende cinema-foto's met duimspijkers opgehangen.( Aan het aantal gaatjes kon je zien of de film al veel gespeeld was of niet.) Zo kregen we een beeld van de komende film. Er werden steeds twee films gespeeld, één voor de pauze en de belangrijkste erna. Tijdens de onderbreking kon men in de gelagzaal, die vol hing met de gewonnen "palmen", krantenknipsels en foto's van "de Klomp", vlug één (of meerdere) pinten drinken. Velen waren niet tijdig terug voor de hoofdfilm! Ze werden dan met gevloek onthaald, omdat ze door het beeld liepen.
 Met Retie-kermis werd de filmzaal als danszaal gebruikt en was er dus die week "geen cinema".
Met de opkomst van de televisie in 1953 kregen de dorpsbioscopen harde klappen, de toeschouwers bleven weg.
In 1955 sloot cinema Roxy voorgoed zijn deuren.
Wij moesten ons "filmplezier" buiten het dorp gaan zoeken.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
2 reacties Reageer op dit bericht

De Katholieke School in de sint-Martinusstraat.

"Inkom van uit Mol." lezen we op de zichtkaart. (1949.)Het grote gebouw met de zes ramen, net voorbij de dubbele houten telefoonpaal is de "Katholieke School". Waar de auto's geparkeerd staan was cinema "Roxy" en herberg van de "Klomp". De volledige baan bestaat uit een fietspad, een kasseiweg en een tramspoor. Aan de linkerkant van de baan staan de meeste huizen.

Samen met de sint-Martinuskerk, het gemeentehuis en de pastorij wist iedere Kortoor tot in de jaren zestig "de Katholieke School" staan in de sint-Martinusstraat. Iedereen had er vroeg of laat mee te maken gehad. Iedereen was er al eens binnen geweest, soms zonder het te beseffen.
Het was een in baksteen opgetrokken vrij eenvoudig gebouw, met zes grote ramen langs de straatkant. Het werd in 1879 gebouwd. Het was verplicht opgericht voor de jongens ten tijde van de liberale regering en de schoolstrijd.(1879-1885) Veel vroeger werden de lessen onderwezen in "de Borcht", in de Burchtstraat.
(Dit oude soliede bouwwerk werd door mijn vader, Gustaaf Breugelmans, afgebroken. Alle waardevolle bouwmaterialen - B.v. eiken balken met de bouwdatum erin, antieke haardplaten - werden aan particulieren verkocht.)
Eerst werd er les gegeven door meester Graulus, (1842-1921) later door meester Verheyen.
Na de verkiezingen van 1885 kwamen de katholieken opnieuw aan de macht en werd de "Katholieke School" een parochiaal lokaal en vergaderzaal. Wij zouden nu zeggen, een multi-functioneel centrum! Wat gebeurde er al die jaren in de bekende school? Lokalen werden verhuurd aan de jongens- en meisjesschool. Het werd een ontspanningszaal met toneel, film, zang en cultuur. Tijdens de laatste jaren van de eerste wereldoorlog werd er aan soepbedeling gedaan. Het "Hulp- en Voedingscomiteit" had er zijn intrek genomen. Het werd het lokaal van de katholieke (een andere was er niet) studentenbond "Willen is kunnen", van de K.A.J., van de V.K.A.J., van het A.C.V., van de K.W.B., van de C.M. en van de K.B.G. Het was zelfs even een bibliotheek (1922-1925). In 1956 vergaderden de Chiroleiders er. Het "Kinderheil" is er in ondergebracht. De K.A.J.-drumband oefende er onder leiding van onderpastoor Van Hoof tot 1960.
Omstreeks die tijd werd de "Katholieke School" verkocht door de vzw Pariochiale Werken Dekenij Mol. De nieuwe eigenaar was meubelmaker Jos Frederickx uit Mol.
Moesten die muren hebben kunnen spreken!
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusstraat. Beroemde inwoners: Families De Vel.

In onze sint-Martinusstraat pronkt een prachtige, luxueuze herenwoning in Art nouveau-stijl. (Nu sint-Martinusstraat 22.) De prachtige woning werd in 1910 gebouwd naar plans van de bekende architect Jozef Lathouwers. De bouwheer was Aloïs De Vel (1861-1945). Deze was niet alleen notaris, maar ook burgemeester van Retie. (Van 1925 tot 1938.) Al deze gegevens staan in een arduinen steen gebeiteld in de zijgevel. Aloïs huwde in 1891 met Maria Vanderbeuren uit Turnhout. Het gezin kreeg zes kinderen. In 1925 nam Edgard De Vel het notariaat van zijn vader Aloïs over en verhuisde naar het unieke herenhuis op de Molsebaan. Zijn ouders namen hun intrek in de"Santhoef", een mooie villa wat verder in de straat. Edgard volgde later ook zijn vader op als burgervader van het netendorp. (Van 1939 tot 1943.)
Na de families De Vel woonde hier de familie Pelckmans-Croenen, in 1947 overgekomen van Turnhout.
Dit geweldige gebouw met zijn opvallende Jugendstil-friezen staat nu te koop.
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Lodewijk De Koninck en zijn vriend J. Meuleman.

Deze zichtkaart werd op 23 maart 1924 geschreven en vestuurd door Jan Meuleman aan mijnheer Lambrechts, Minderbroederrui 4, Antwerpen, met de melding:

"Uw vriend L. De Koninck heeft het tijdelijke met het eeuwige verwisseld. Lijkdienst Woensdag 10 uur. Doodsbrief volgt.
Met achting,
Meuleman fotograaf.
Rethy."

In mijn bescheiden Retiese zichtkaartenverzameling vond ik een volledige reeks oude Meuleman-kaarten terug, alle geschreven en ondertekend door L.De Koninck. In zijn eigen "rijmstijl". Met die paar simpele woorden laat hij je voelen hoeveel hij van dit Kempendorp hield.

Links 1. De eeuwenoude linde.
"De linde wijd vermaard. Al is zijn stam gespleten
Al is hij eeuwen oud, hij is nog niet versleten.
Hij draagt nog jaar op jaar zijn kroon van jeudig groen
Des zomers heerlijk frisch een lommerpaviljoen."

Links 2. Een gedeelte van de Peperstraat.
"Hier is de Peperstraat, die zich Noord-Westwaarts richt
Na twee goede uren gaans komt Turnhout in 't gezicht."

Rechts 1. Steenweg op Postel.
"Als gij een uur en half dees weg, zijt opgegaan,
Ziet gij de abdij vermaard van Postel vóór u staan."

Rechts 2. Het klooster.
"De zusters wonen hier gezegd Penitentienen
Die door gebed en boet het hemelrijk verdienen."

Deze kaarten zijn nooit verzonden, ze komen uit zijn nalatenschap.

Hoe vind je dit bericht? 7 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinusstraat. Beroemde inwoners: Lodewijk De Koninck.

Lodewijk De Koninck op latere leeftijd. Foto gemaakt door zijn goede vriend J.Meuleman. De Kempische dichter gebruikte de keerzijde van deze fotokaart om zijn "geestelijk testament" eigenhandig neer te schrijven. Zijn wilsbeschikking is gericht aan "E. Heer Raeymakers, Pastoor te Rethy".

In het begin van deze belangrijke Retiese sint-Martinusstraat, nu huisnummer 8, woonde omstreeks 1904 de ongehuwde Nathalie Dielis (1857-1948) en de Kempische dichter Lodewijk De Koninck. ( Hoogstraten 1838-Retie 1924) Hij studeerde aan de rijksnormaalschool te Lier, was onderwijzer te Antwerpen en te Meer, schoolopziener te Turnhout, leraar aan de katholieke normaalschool te Mechelen en ten slotte kantonnaal inspecteur lager onderwijs. In de voorgevel prijkte vroeger een gedenksteen met: "Hier leefde en stierf dichter Lodewijk De Koninck 1924".
Een herinnering aan de stokoude dichter uit het "Gedenkboek 1839-1939":
"Door een streek van venen en sparren waarover vluchtige gouden zonneklaarten dreven, voerde de tram ons naar het dorpken Retie. In een net, doch schamel huizeken woonde hier "Mijnheer de Inspekteur" zoals men hem in zijn omgeving noemen bleef. Nathalie, een goede ziel die hem sinds jaren verzorgde, trad schuchter voor ..."
Geen enkel geleerd schrijven, van welke professor ook, geeft beter weer wie Lodewijk De Koninck was, dan zijn eigenhandig geschreven geestelijk testament, op de rug van die Meuleman-fotokaart:
"Geld of goed bezit ik niet, mijn geschriften laat ik aan het nageslacht. Kind van God en van de Kerk en Soldaat van Kristus, heb ik mijne weg gegaan recht door en zonder om te zien, waar eer en plicht mij riep, wat ik geloofd heb, heb ik beleden, en het vaandel van het kruis heb ik hoog gedragen..."
Uit zijn omvangrijk werk herinneren we vooral het veel besproken ( en vergruisde) "Het Menschdom verlost." (1874) Over zijn boeken schrijft Dr. A. Mathé in "De Lieve Heimat":
"Al zijn werken zijn godsdienstig in wezen of toch godsdienstig getint. Vlaams van oorsprong was hij Vlaming in merg en been ..."
"De overheid der Kerk, van Paus en Bisschoppen, was hem heilig, onvoorwaardelijk legde hij er zich bij neer ..."
Lodewijk De Koninck stierf op hoge leeftijd in zijn Retie, waar hij zo had genoten van de eenzame Kempische heide, de hoge blauwe hemels en vooral van de warmte van de eenvoudige Kortoren, die hem in hun hart hadden gesloten. Uit dankbaarheid kreeg hij later zijn monument aan de sint-Martinuskerk, niet ver van het huisje in de sint-Martinusstraat waar hij zijn laatste levensjaren had doorgebracht
.
Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

De groene stoomtram rijdt door de sint-Martinusstraat!

De belangrijkste stopplaats van de groene stoomtram te Retie was op de Markt tegenover "Hotel de Keizer." Achter de kruiwagen zie je de gietijzeren (geuten) paal met het bordje "Tramhalt.". De logge tram met zijn sliert wagons rijdt richting Turnhout. De ontvanger, met zijn handen in de zijde, en de machinist nemen rustig even de tijd om mee te poseren. Deze met de hand ingekleurde postkaart van J.Meuleman is afgestempeld in 1904.

De sint-Martinusstraat werd nog belangrijker in 1895, toen de eerste groene stoomtram van de N.M.B.S., Turnhout met Meerhout verbond. (Meerhout-Westerlo werd pas in 1896 ingereden.)
Het tramspoor lag links van de kasseiweg, richting Mol. "Hotel de Keizer", van August Crols-Weyts, bijgenaamd "biljarke", was een belangrijke halte. Het hotel beschikte over een wachtplaats voor de reizigers. (Met kunstig beschilderde muren.) Wanneer goederen met de stoomtram van of naar Retie werden verstuurd, zorgden zij daar dat de vrachtbrieven in orde waren. Zij inden ook het geld van het transport en bewaarden de goederen tot ze afgehaald werden.
Getrokken door logge locomotieven, die gestookt werden met vette steenkolen en voortdurend witte of zwarte rookpluimen uitspuwden, vormde de stoomtram soms een lang stel, met een postwagen en twee verschillende reizigersrijtuigen. In de rijtuigen "eerste klasse" met hun rood fluwelen kussens zat de notaris, de dorpsdokter, de kasteelheer en andere notabelen. In "tweede klasse" met harde, houten banken reisden de boeren, de werklieden, de scholieren en de vrouwen die naar een wekelijkse marktdag in de stad trokken. Een rit met de stoomtram was een echte belevenis. Al waren de stoomtrams traag, ze kwamen toch overal tijdig toe!
In 1925 werd de groene stoomtram vervangen door gele spoorauto's, met benzinemotor. Vanaf 1935 werd overgeschakeld op dieselmotoren. De gele tram reed zijn laatste rit door de sint-Martinusstraat in 1955.
Vandaag rijdt de groene stoomtram in de sint-Martinusstraat nog alleen in de herinnering van de Kortoren  die vóór de tweede wereldoorlog geboren zijn. We hebben nu andere verkeersmogelijkheden. We zijn heel mobiel geworden. De auto beheerst nu in ruime mate ons jachtige leven. Files en carjacking zijn nieuwe begrippen.
Waar is de tijd van de groene stoomtram gebleven?
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Retiese doodsprentjes.

Het is pas in 1899 dat de eerste doodsprentjes opduiken die gedrukt zijn in ons eigen netendorp.
Jan Jozef Meuleman had in zijn winkeltje, eerst op de Markt, later in de Passtraat, een eigen "drukmachien". Hiermee kon hij allerlei klein-drukwerk afleveren: Fakturen, maamkaartjes, communieprentjes, doodsbeeldekens, enz. Hij had steeds een voorraad doodsprentjes met voorgedrukte voorkant en lege achterkant. Bij een sterfgeval kon hij die vlug bedrukken met een overlijdenstekst. Je kon dus verschillende voorkanten hebben voor hetzelfde overlijdensbericht. Hij drukte goedkoop en men moest niet meer naar "de stad". Zijn drukwerk mocht gezien worden. Omdat hij ook een professionele  fotograaf was, kon men zelfs prentjes bestellen met een foto van de overledene.
Het uitdelen van doodsprentjes was in de tweede helft van de negentiende eeuw een algemeen verschijnsel geworden.
Op de voorkant stond meestal Jezus of Maria, eenvoudige kruisen, kerkhoftaferelen, het H.Hart, de H. Familie of de lijdensweg van Christus afgebeeld. Er waren er zelfs al in kleur.
Rond 1900 komen er relatief weinig prentjes voor met heiligen op de voorkant. Die met onze Sintemetten zijn uiterst zeldzaam. Op mijn vele zoektochten kwam ik er gelukkig een paar tegen ...
In het eerste kwartaal van de negentiende eeuw noemden vele Retiese ouders hun zoon Martinus. Misschien geloofden ze wel dat zoonlief het vrome karakter zou krijgen van onze schutspatroon.
Martinus, Maarten, Martin, Marten, waren echt "in". Ik vond er heel wat terug in mijn verzameling. Opmerkelijk, drie Retiese gesneuvelden uit de eerste wereldoorlog waren Martinussen! ( Adriaensen, Cox en Peeters. )
Wat een verschil met vandaag, nu geven we onze kroost namen van Amerikaanse filmfiguren!

Hoe vind je dit bericht? 11 stemmen
Reageer op dit bericht

De hamer van sint-Martinus.

Deze speciale hamer is jarenlang bewaard in Utrecht, als onderdeel van de Domschat. Dit bijzonder instrument zou hebben toebehoord aan de heilige van Tours. De hamer is gemaakt uit een prehistorische stenen strijdbijl. In de dertiende eeuwse vatting staat een Latijnse tekst gegraveerd:

"ydola vanurunt martini cesa securi nemo deos credat qui sic fuerant ruicuri'"

"De afgodsbeelden storten neer, getroffen door de bijl van Martinus. Laat niemand geloven dat zij goden zijn, die zo gemakkelijk neerstorten."

Volgens de overlevering gebruikte Sintemetten bij zijn verwoestingen van de heidense tempels en afgodsbeelden deze hamer. We kunnen bij Sulpicius Severus in zijn hoofdstuk: "Heidense heiligdommen verwoest." lezen, hoe sint-Martinus in het dorp Levroux, een goddeloze tempel verwoestte tot op de fundamenten en alle altaren en beelden herleidde tot gruis. Toen de inwoners dat zagen, begrepen ze dat een goddelijke macht ze verstomd en versteld deed staan, ...
Van het gebruik van deze hamer kan ik in dit "verhaal" geen spoor terug vinden.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

De sint-Martinusstraat te Retie.

Op deze, met de hand ingekleurde zichtkaart van J.Meuleman uit 1912, zien we het begin van de Molsebaan. Tussen "Hotel de Keizer" en het huis met de dichtgemetselde ramen van de weduwe Mermans.

Vele dorpen en steden kozen sint-Maarten als schutspatroon. De meeste bezitten een sint-Matinuskerk en dikwijls ook een plein of straat naar hem genoemd. In Retie is dat niet anders. Zo'n katholiek boerendorp kon niet buiten zijn sint-Martinusstraat. Het moest een belangrijke straat zijn, dicht bij de parochiekerk. (of de Markt.) Eigenaardig genoeg vinden we in de oude archieven geen spoor van een sint-Martinusstraat terug.
In't midden van de 19de eeuw werd te "Rethy" de levensnoodzakelijke verkeersader Turnhout-Mol aangelegd. Op 3 april 1849 had de eerste-steenlegging van de baan op het Reties grondgebied plaats door de toenmalige burgervader Karel Gilbert Van den Eynde. (1791-1869). Waar toen op de Markt de nieuwe baan zou beginnen, mondde destijds een smalle voetweg uit, de Werbeekse kerkpad. Die was amper breed genoeg om met een gewone boerenkar door te geraken. Door overlevering weten we dat de toegang daar tot het marktplein onder een overwelfde poort liep, de Desselse Poort. Om de doortocht van de nieuwe weg mogelijk te maken, moest er heel wat onteigend worden. (De oude "Molse baan" liep door de Molenstraat, langs de verdwenen windmolen, door de Molenekkeren naar Brasel en dan via de Boeretang naar Mol.)
Onze fiere linde, die langs de kerkzijde een deel van de straat overlommerde, moest een kwart van zijn gevulde kruin opofferen.
De nieuwe baan was een kasseiweg van ong. 3m breed, met fietspad en karrenspoor. Omzoomd met bomen.
Tot in 1948 noemde men deze weg, vanaf de markt richting Mol: De "Steenweg op Mol" of de "Molsebaan". Pas op 1 januari van dat jaar werd het de "Sint-Martinusstraat". (Vanaf de markt tot aan de wissel.)
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Sint-Martinus-boeken.

De meeste informatie die we hebben over onze heiligen putten we uit oude overleveringen, vergeelde sages en legendes, toevallig gevonden losse, antieke geschriften en vooral uit bestofte boeken. Vandaag kennen we natuurlijk het "World Wide Web" dat ons door een eenvoudige klik alle beschikbare informatie geeft van over de ganse wereld!
In mijn niet onaardige boekenverzameling over Sintemetten pronken zeldzame latijnse, zeventiende eeuwse werken, naast eenvoudige moderne kinderboeken. De nieuwste uitgaves zijn meestal vertalingen van oude geschriften van beroemde schrijvers. Eén van deze goede vertalingen is: "Het leven van Sint-Maarten." Geschreven in de vierde eeuw door de Romeinse advocaat Sulpicius Severus. (Tijdgenoot van sint-Martinus.) Vertaald door Patrick Lateur. Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 1997.
In deze levensbeschrijving van Martinus zijn drie delen terug te vinden. Eerst geeft de vertaler achtergrondinformatie over de tijd waarin de heilige leefde, zijn vrienden en de structuur van het volgende levensverhaal. Daarna schetst de biograaf de bijzonderste gebeurtenissen uit het gevulde leven van sint-Maarten. Eerst soldaat van de keizer, de ommekeer, meer ascetisch, dan bisschop van Tours. Uitvoerig weidt hij uit over de deugden en verdiensten, maar vooral over zijn wonderen en goede daden. Denk aan de manteldeling! Dan sluit Severus af met een beeld van leermeester en herder. Deze auteur, een advocaat, heeft een levendige, vlotte schrijfstijl. Hij toont de klassieke achtergrond en maakt gebruik van het literaire genre. In drie brieven geeft hij nog meer informatie. In het laatste deel stelt een Vlaamse leraar aan Martinus veel indringende vragen. Het is zeker een vergelijking van de woelige vierde eeuw met ons hedendaagse, soms zo verwarde tijdsbeeld. Deze biografie is voor iedereen toegankelijk en leesbaar. Met kaartje en aantekeningen, geen foto's, geen kleur, sober. Een handig formaat, redelijke prijs. Een zeer verzorgde uitgave. Eigenlijk een "must" voor iedere Sintemetten-fan.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Martyn-de-visser.

Spijtig dat men in België en Nederland (meestal) slechts één gebeurtenis kent uit het lange, overvolle leven van de heilige Martinus. Iedereen herinnert zich natuurlijk het verhaal van de manteldeling aan de stadspoort van Amiens. Zijn gevulde leven bevat echter zoveel meer.
Wist je dat Sintemetten een speciale band had met de dieren, vooral met vogels?
In Frankrijk is zelfs een roofvogel naar hem genoemd: "l'Oiseau Saint-Martin." (zie afbeelding.)
Een merkwaardige legende vertelt over een ongewone ontmoeting van sint-Martinus met een soort ijsvogel in de streek van de rivier, de Loire. Zelfs de beroemde geschiedschrijver, Sulpicus Severus, schrijft er over in zijn boek "Vitae Martini".
Op zekere dag wandelde de heilige van Tours langs de boorden van de Loire, vergezeld van vele kloosterlingen. Plots zag hij enkele visvangende vogels, die jacht maakten op hun buit. Ze zweefden boven het water en volgden zo hun kleine slachtoffers. Nu en dan doken ze behendig in het water. Telkens verdween een visje in hun bek. Ze schenen maar niet genoeg te kunnen krijgen. Hun schrokkerige gulzigheid mishaagde de heilige, die met de arme visjes medelijden kreeg. "Daar hebt ge nu juist", zo sprak hij tot zijn vele volgelingen, "het echte beeld van de duivel. Hij loert op de onvoorzichtigen, overvalt hen onverwachts en eenmaal gevangen, dan verslindt hij ze dadelijk zonder ooit verzadigd te worden." Met luide stem berispte hij de schrokkerige vogels, verbood hen de wrede jacht voort te zetten en beval hen de oevers van de rivier te verlaten. Aanstonds verzamelden zich de vogels en vlogen, tot voldoening van alle aanwezigen, heen.
Zo kreeg een vogel met een lange spitse bek, blauwe kop en vleugels, die van de visvangst leeft (waarschijnlijk een soort ijsvogel) zijn volkse naam: "Martyn-de-visser".
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Wie was de Graaf van Halfvasten?

Uit oude boeken en geschriften weten we dat er in Retie drie kindervrienden gevierd werden: Sintemetten, sint-Niklaas en "sinte"-Greef. De twee eerste zijn natuurlijk de bekendste. Maar wie was die fameuze "Graaf van Halfvasten"?
Over de oorsprong is men het niet eens. Halfvasten: het scheiden van de winter en de zomer. Enkelen zien zijn viering als een overblijfsel van het oude godenfeest ter ere van Thor. Anderen zien er de herinnering in aan de Blijde Intrede van Lodewijk van Male (1358) of  Filips de Stoute (1384). Ze deelden bij die gelegenheid geschenken uit aan alle kinderen die hen verwelkomden. Nog anderen menen dat de Graaf van Halfvasten geen fictief iemand is geweest. Uit het "Antwerpsch Chronijkje" blijkt een zekere Hans de Greve hebben bestaan. Hij zou volgens dezelfde bron de Antwerpse beul geweest zijn en aldus in de volksverbeelding als een soort boeman zijn afgeschilderd.
In de 18de eeuw doorkruiste de Graaf (of Greef) van Halfvasten, prachtig uitgedost, soms vergezeld van zijn vrouw, op een mooi opgetuigd paard onze straten. Zo liet hij weten dat hij in aantocht was.
De kleintjes zetten dan een korfje, een klomp of een schoen met wat lekkers in voor het ros van de vrijgevige man. (Net zoals bij het sinterklaasfeest!) In Retie zong men dan:

"De Greef van Halfvasten
Wat heet ie meegebracht?
een haantjen op een stekske
en daar een pluimken op!"

's Anderendaags was de snee brood, de pee of het hooi verdwenen en lag er in de plaats, speelgoed of snoep. (De bakkers bakten een koekje in de vorm van een haantje, een pluimpje diende als staart.)
De Graaf werd gevierd op de vierde zondag van de vasten, het einde van het gure jaargetijde en het begin van de lente.
In Retie noemde men hem wel "sint", maar in werkelijkheid is hij nooit een heilige geweest. Hij was daarom niet minder geliefd.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten