
Het is pas in 1899 dat de eerste doodsprentjes opduiken die gedrukt zijn in ons eigen netendorp.
Jan Jozef Meuleman had in zijn winkeltje, eerst op de Markt, later in de Passtraat, een eigen "drukmachien". Hiermee kon hij allerlei klein-drukwerk afleveren: Fakturen, maamkaartjes, communieprentjes, doodsbeeldekens, enz. Hij had steeds een voorraad doodsprentjes met voorgedrukte voorkant en lege achterkant. Bij een sterfgeval kon hij die vlug bedrukken met een overlijdenstekst. Je kon dus verschillende voorkanten hebben voor hetzelfde overlijdensbericht. Hij drukte goedkoop en men moest niet meer naar "de stad". Zijn drukwerk mocht gezien worden. Omdat hij ook een professionele fotograaf was, kon men zelfs prentjes bestellen met een foto van de overledene.
Het uitdelen van doodsprentjes was in de tweede helft van de negentiende eeuw een algemeen verschijnsel geworden.
Op de voorkant stond meestal Jezus of Maria, eenvoudige kruisen, kerkhoftaferelen, het H.Hart, de H. Familie of de lijdensweg van Christus afgebeeld. Er waren er zelfs al in kleur.
Rond 1900 komen er relatief weinig prentjes voor met heiligen op de voorkant. Die met onze Sintemetten zijn uiterst zeldzaam. Op mijn vele zoektochten kwam ik er gelukkig een paar tegen ...
In het eerste kwartaal van de negentiende eeuw noemden vele Retiese ouders hun zoon Martinus. Misschien geloofden ze wel dat zoonlief het vrome karakter zou krijgen van onze schutspatroon.
Martinus, Maarten, Martin, Marten, waren echt "in". Ik vond er heel wat terug in mijn verzameling. Opmerkelijk, drie Retiese gesneuvelden uit de eerste wereldoorlog waren Martinussen! ( Adriaensen, Cox en Peeters. )
Wat een verschil met vandaag, nu geven we onze kroost namen van Amerikaanse filmfiguren!