Dag Register.
Den H. Martinus.
Bisschop.
11 November.
"Waeckt, en bidt, op dat gy niet en valt in bekoringe;
den geeft is wel vlytig, maer het vleesch is krank."
Matth. 26.
Zo begint op blz. 346 van het "Dagh-register der Heyligen" eerwaarde pater Joannes Stephanus Grosez zijn "overdenking" over Sintemetten. Het tweedelige boek is gedrukt te Antwerpen door "Alexander Everaerts, Boeckdrucker op de Minderbroeders Ruy
in S. Ignatius. Met Gratie en Privilegie."
(1727 ?)
"Den H. Martinus, noch zijnde een geloofsleerling, gaf een stuck van zijnen mantel aen eenen aermen; en Jesus Christus, vertoonde zig aen hem den volgende nacht, bekleet met dien mantel. Desen Heyligen weende, als men hem wilde Bisschop maecken. Vervolgt zijnde door een van zijne Priesters, genaemt Brixius; Waerom en wilt gy niet (seyde hy) dat ick lijde van Brixius? Jesus Christus heeft wel geleden van Judas? Wesende op zijn sterven, zeyde hy tot Godt; Heere in dien ick aen uw volck noch nootsaeckelijck ben, ick en weygere den arbeyt niet. Hy stierf in't jaer 397."
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Nieuw boekje.
Laatste boekenaanwinst. Een heel dun boekje, het bevat nauwelijks tien bladzijden.
Max Fraipont.
"Une statuette équestre
de
Saint Martin de Tours"
Groupe mosan en bois de chéne
Première moitié du XVIe siècle.
(Extrait de la Chronique du Pays de Liège de Septembre-Octobre 1921.
Liège.
Imprimerie H. Vaillant-Carmanne.
4, place Saint-Michel,4
1921.
De kaarsen van Frits Spies.
Kaarsen maken. Een beroep dat niet zo veel voorkomt. Weinig "kaars-kunstenaars" zijn beroemd geworden. Een uitzondering is Frits Spies. (1931 - 1979) Deze Nederlandse kaarsenmaker is bekend geworden door het creativiteitscentrum "Gouden Handen" in 's-Heerenberg. Het was het grootste creativiteitscentrum ter wereld voor amateurs, gelegen in de Gelderse Achterhoek en gevestigd in het voormalige klooster "Don Rua". Frits was een hobbyist. Boetseren in was was zijn ganse leven. Zonder een echte opleiding maakte hij de mooiste kunstwerken.
Van beroep was hij hofmeester op de vliegbasis van zijn geboorteplaats Leeuwarden. In 1975 gaat hij in 's-Heerenberg wonen. Hij maakte kaarsen puur en alleen voor zijn geloof en niet voor de kunst. Hij beeldde dan ook enkel religieuze voorstellingen uit. Commerciële opdrachten heeft hij nooit willen aanvaarden.
Zes keer werd hij door paus Johannes Paulus II in audiëntie ontvangen in Rome. Elke keer bood de Nederlandse kunstenaar de kerkleider een zelfgemaakte devotiekaars aan. Als dank kreeg Frits een zeer hoge pauselijke onderscheiding.
Hij maakte enorme devotiekaarsen die elk hun eigen verhaal vertelden. "Het Laatste Avondmaal" van Leonardo da Vinci weegt liefst 200 kg, is 2,5 m breed en 1 meter hoog. Ook een zeer mooie "Pieta" van Michelangelo heeft hij onnavolgbaar uitgebeeld. Miljoenen hebben zijn werk bewonderd in "Gouden Handen". In 1993 moest hij daar echter vertrekken. Langs de brandtrap kon hij zijn kostbare kunststukken in veiligheid brengen. Zijn wereldberoemde kaarsen komen uiteindelijk terecht in de Belgische gemeente Baarle-Hertog. Vanaf 1997 zijn ze daar in het Baarle's Kaarsenmuseum te zien. Enorm veel volk komt ze bewonderen! Een echte aanrader!
Frits Spies en zijn vrouw Netty van Nisselrooy woonden in Baarle-Nassau, het Nederlandse deel van Baarle. Ze zijn daar in dezelfde maand overleden: Frits op 3 juni en zijn echtgenote op 22 juni 1997.
"Eertijds was't in de Kempen een algemeen gebruik op Sint-Maartensavond vreugdevuren te ontsteken ter eere van den grooten volksheilige Sint Martinus. De meeste menschen van een dorpswijk, ieder met een mutsaard rijshout op den schouder, kwamen alsdan bijeen op een bepaalde plaats en trokken altegader naar een nabijgelegen hoogte. Daar werd van het bijeengebracht hout een stapel getast, die aangestookt werd door middel van brandende wijpen. Terwijl de laaie vlammen van den vuurgloed den omtrek verlichtten, dansten oud en jong om den brandstapel een rondedans onder 't zingen van 't Sint Maartenslied.
Het was weer eens Sint-Maartensavond. De vrome menschen van den Heikant, een verafgelegen plaats waar drij armzalige huttekens stonden, wilden ook den goeden heilige eer bewijzen. Zij hadden met dat inzicht hun houtstapel bijeengetast, maar elken keer dat de mannen het rijshout poogden aan te stoken met een brandende wijp, kwam er een nijdige rukwind,- de adem van de duivel -, het vuur uitblazen. De duivel is immers altijd afgunstig geweest, als er iets ter eere van Gods lieve heiligen gedaan werd. Gelukkig kwamen de vrouwen op een goeden inval; het schietgebedeken, dat zij prevelden, maakte de adem van de duivel machteloos. De woorden "Sint Maarten, sta ons bij!" waren nog niet koud of de houtstapel vloog in brand. Men hoorde een gedempt gezucht en in de verlichte omgeving zag men een kromme gestalte knarstandend over de hei vluchten naar de kant van 't moeras. De menschen van den Heikant zijn al lang dood, hun huizekens zijn van ouderdom ingevallen; maar bij elken Sint-Maartensavond dwalen nog altijd in den omtrek van de plaats, waar eens drij hutten stonden, drij brandende wijpen als dwaallichten over de heide rond. 't Zijn volgens het zeggen van de dorpelingen de zielen van de vroegere bewoners, die met hun brandende strooproppen naar een houtstapel zoeken om het Sint-Maartensvuur te ontsteken; zo'n stapel kunnen ze niet vinden, omdat er in die onbewoonde streek niemand is om hout bijeen te brengen. Bij de eerste morgenklaarte verdwijnen de wijpen en daarmee komt er een einde aan 't gedempte gezucht en het tandegeknars van den duivel."
Nico Bulder, de houtgraveur.
In het Groningse Hoogezand, ver van de grote culturele centra, werkte Nico Bulder (1898-1964) als houtgraveur in een bijna volstrekt isolement. Hij was begonnen met de houtsnede, de oudste der grafische technieken. Al heel vroeg leerde hij als timmermanszoon met hout en gereedschappen omgaan. Maar ook zijn karakter moet bij de keus voor het "xylograferen" een belangrijke rol hebben gespeeld. Hij was een typische zwart/wit figuur, rechtlijnig, direct. Hij dacht niet in kleur, maar was een Groninger gericht op nuttigheid.
Al voor de Tweede Wereldoorlog werden zijn werken op internationale tentoonstellingen bekroond en onderscheiden en werd zijn werk door musea aangekocht.
Nico Bulders prenten tonen een vaktechnisch kunnen, een compositorisch vermogen en een uitbeeldingskracht van een zo hoog niveau, dat hij beschouwd mag worden als één van de grootste houtgraveurs die Nederland ooit heeft gekend.
Hij stierf in 1964 op 65-jarige leeftijd. Zijn heengaan drong amper in zijn thuisland door. In regionale kranten verschenen bescheiden bijdragen, in landelijke kranten werd in een summier bericht meegedeeld, dat het werk van de overledene in 1937 in Chicago werd onderscheiden en in hetzelfde jaar op de wereldtentoonstelling in Parijs met een gouden medaille was beloond.
Werd Bulder als een figuur van hoogstens regionale betekenis beschouwd, zodat zijn verscheiden slechts met een kort bericht in de landelijke pers royaal was gehonoreerd?
Het is waar dat de kunstenaar zich weinig buiten de grenzen van zijn eigen gewest heeft opgehouden.
Zijn leven speelde zich hoofdzakelijk af in Hoogeland, het veen-koloniale dorp waar hij geboren en getogen was. Zou hij als graficus meer bekendheid hebben gekregen als hij in één van de grote culturele wereldcentra had gewoond? Waarschijnlijk wel.
Of is: "Men is nooit sant in eigen land!" ook op hem van toepassing?
De dood van sint-Martinus.
Op 't einde van 397, Sintemetten was toen al boven de tachtig en al 26 jaar bisschop van Tours, begaf hij zich naar de plattelandsparochie van Condate (Andes) om daar een oplossing te zoeken voor een geschil tussen zijn geestelijken. Toen hij daar wou vertrekken was hij zo verzwakt dat hij de kracht niet meer had om naar Tours terug te keren. Hij voelde dat hij aan het eind van zijn krachten was en begreep dat zijn einde vlug naderde. Hij liet de monniken van Marmoutier en Ligugé bij zich komen en zei: "Ik ga u verlaten." Allen om hem heen smeekten hem te blijven. Maar sint-Martinus bad: "Heer, als U vindt dat ik nog nuttig kan zijn voor deze wereld, dan wil ik deze last nog dragen. Dat Uw wil geschiede!"
Hij liet zich op een haren boetekleed leggen en op een bed van as. Hij verzwakte zienderogen. Vele dagen had hij hoge koorts. Toch deed hij niets anders dan bidden. Het werd een pijnlijke doodstrijd en op een bepaalde moment geloofde hij dat zijn oude tegenstander, de duivel, aan het voeteinde van zijn bed stond. "Welnu, bloeddorstig beest," riep hij hem toe, "waarom sta jij hier? Je zult in mij niets vinden dat van jou is, vervloekte!"
Dan gaf hij nog één keer een eenvoudig overzicht van zijn leven. Na ook nog een laatste maal over de duivel te hebben gepraat verklaarde hij: "De schoot van Abraham staat op mij te wachten."
In alle rust gaf hij daarna de geest. Men las op de kalender: 8 november 397.
Sint-Martinus en Tessenderlo.
Men kon in Tessenderlo, dat zoals Retie, leeft onder de bescherming van Sintemetten, moeilijk op iemands anders dan op broeder, kunstschilder en historicus Broeder Max, beroep hebben gedaan om de gemeentegeschiedenis te schrijven. (Broeder Max - Victor Van Meerbeeck - Broeder van Liefde - werd geboren te Turnhout op 13 december 1903. In de congregatie van de Broeders van Liefde verbond hij zich aan deze gemeenschap op 8 sepember 1922. Hij overleed te Tessenderlo op 26 juni 1973 in het 51ste jaar van zijn kloosterleven.) Nooit zal ik dat gedeelte op zijn doodsprentje vergeten: "Misschien was wel het mooiste bij hem: niemand was hem te min. Iedereen was altijd welkom, ook als hij moe was en ziek. Nooit kon hij neen zeggen tegen het leven." Ik kende hem als kunstenaar, benieuwd las ik zijn boeken, natuurlijk op zoek naar stukje over sint-Martinus.
In "Vroeger en nu" en in "Tessenderlo's kunstbezit" vind ik wel beschrijvingen van oude sint-martinusbeelden, maar zie nergens een afbeelding ervan. Vreemd. Als grafisch kunstenaar was Broeder Max toch een man van het beeld, van het visuele. Of ... vond hij de beelden niet waardevol genoeg?
"Sint-Martinus te paard. XVIIIde eeuw. Beeldhouwwerk: eikenhout, hoogte 145 cm. Sint-Martinus te paard was de bekroning van het orgelfront dat in september 1719 werd opgericht door een zekere Van Roey, en dit voor 350 gulden. Het ging om eene casse tot de nieuwe orgelen te leveren met de posturen en alles wat daeraen soude moeten wesen. Orgel en orgelfront stonden opgesteld boven het noorderportaal waar tegenaan intussen het gebeeldhouwde doksaal was geplaatst. Het beeld heeft weinig waarde, het hoort meer tot de volkskunst, en staat thans opgesteld boven de toegangsdeur van de zijbeuk."
In een ander hoofdstuk lees ik over het sint-martinus-, later sint-jozefaltaar: "Was er in 1659 een sint-martinusaltaar opgericht in de zuiderkruisbeuk, dan kreeg een nieuw en indrukwekkend sint-martinusbeeld zijn plaats in het portiekaltaar van het hoogkoor. Het oude sint-martinusaltaar werd ontmanteld, en sint-Jozef kreeg zijn kans." Ook hier geen afbeelding van het sintemettenbeeld te zien. Toch vond men het "indrukwekkend". Op zijn minst ... vreemd.
Schuttersgilde
Houten schild van "St.-Martinus". Gaanderen. Zeer mooi uitgesneden manteldeling van Sintemetten. Met vermelding van het stichtingsjaar: 1871.
Ook bij onze Nederlandse buren is Sintemetten zeer geliefd. Zo bestaat er in Gaanderen, dat samen met Wehl en de stad Doetinchem, de gemeente Doetinchem vormt, een zeer beroemde schuttersgilde die sint-Maarten als schutspatroon koos.
In de loop van de zestiende eeuw moesten schutters instaan voor de verdediging van eigen land, stad of dorp. Het waren in feite krijgers of soldaten die oorlog voerden tegen de vele belagers van buitenaf. Daar de naam Martinus afgeleid is van Mars, de Romeinse god van de oorlog, was het dan ook evident dat deze verdedigers kozen voor de heilige van Tours als beschermheilige. Ze moesten immers borg staan voor de veiligheid van de plaatselijke bevolking. Ze genoten daardoor groot aanzien. Langzaam werd de militaire taak echter minder en kreeg het begrip "schutterij" een heel andere betekenis.
Rond 1870 waren er in Gaanderen al schutters. In die tijd werd de "Compagnie sint-Martinus" opgericht. Deze compagnie bestond ooit, volgens de overlevering, uit dertien onverschrokken, maar vooral ongetrouwde mannen uit Gaanderen. Wanneer één van hen trouwde moest hij zonder pardon als lid bedanken.
In 1952 werd door het gilde de aansluiting gevonden bij de Gelderse Federatie van Schuttersgilden. Sindsdien heeft de sint-Martinusgilde in en om Gaanderen een vaste plaats verworven binnen de gemeenschap. De belangrijkste rol van de schutters is nu het organiseren van de jaarlijkse kermis, meedoen aan concoursen, opluisteren van jubilea, carnaval en andere feesten. Het heeft een eigen tamboer- en marjorettekorps, eigen vaandeliers en een hand- en kruisboogafdeling.
Een bijzonder actieve vereniging, de naam van sint-Martinus waardig!
Sainte Eve de st.-Martin.
Zij was een maagd die als kluizenares leefde bij de kerk van st-Martin te Luik. Ze was een vriendin van st.-Juliana van Cornillon en zette haar werk met betrekking tot de viering en verspreiding van Corpus Christi (61ste dag na Pasen) voort. Ze maakte nog mee dat het feest door paus Urbanus IV in 1264 voor de hele kerk werd ingevoerd. Eva's relieken, verheven in 1542, bevinden zich sinds 1622 in een schrijn in de genoemde st.-Martinuskerk. Ze werd heilig verklaard in 1902.
De paters van het Allerheiligst Sacrament herdenken haar op 5 april, samen met st.-Juliana van Cornillon.
Sintemetten in lood.
Eén van de meest ontroerende momenten van vele reizen was het bezoek aan oude kerken en kathedralen met hun kleurrijke gebrandschilderde glasramen. (B.v. de kathedraal van Chartres in Frankrijk.) In de koele duisternis en voelbare stilte van zo'n eeuwenoude gebedstempel ingetogen op een door gebed afgesleten bidstoel gaan zitten. Je ogen dicht om nog intenser van het moment te genieten. Dan, heel geleidelijk, je ogen openen en het spel van kleur en licht dat door de gebrandschilderde ramen valt op je laten inwerken. Hoe het antiekglas met zijn afwijkingen, zoals strepen, verschillende diktes en luchtbellen, de invallende zonnestralen in verschillende richtingen breekt en strooit met kleurschakeringen. Steeds opnieuw, steeds anders. Je geraakt er niet op uit gekeken. Adembenemend. Imense ramen, door kunstenaarshanden gevormd tot een onvergetelijk schouwspel van kleur, veranderlijk licht en perfecte vormen. Je voelt je nietig in die reusachtige holle ruimte bij het zien van zoveel moois.
Met dit kleine glasraam heb ik het gevoel steeds een beetje op reis te zijn. Met mijn ogen bijna dichtgeknepen, zit ik weer in die naar heiligheid riekende oude kerken, proef ik opnieuw de vakantiesfeer van vroeger. En geniet ik, zoals toen, van deze sfeervolle "glaskunst", ... met volle teugen!
Pieter Claesz. Soutman. 1650.
In 1650 verscheen van de hand van de graveur Cornelis Visscher en de tekenaar Pieter Soutman een reeks van veertien heiligenprenten. Eén daarvan is deze sublieme manteldeling van Sintemetten.
Onder de gravure lezen we:
"Martinus é Pannonia, magni Hilarii in Gallia Discipulus, ac Turonensis Episcopus á S. Willebrordo in Totius Archi-Epis. Ultraiect. Patronum electus. Colitur XI. Novemb."
"Marten uyt Pannonien, in Vranckrijck een Diseipel van den grooten Hilarius, en Bisschop tot Tours, van den H. Willebrord tot Patroon des Aerdbisdoms van Utrecht verkosen. Wort geviert den II Novemb."
"P. Soutmanno Dirigente Corn. Visscher.
Sculpebat. Cum Privilegio. ( l.o.)
P. Soutmannus Inveniebat
et Exudebat Harlemi 1650."( r.o.)
Werkelijk één van de meesterwerken uit de 17de eeuwse graveer- en tekenkunst!
De atletische bedelaar, met zijn forse rug naar de kijker toe, doet denken aan het schilderij van van Dijck. Sintemetten is hier veel natuurlijker voorgesteld dan op het alom geprezen Zaventemse doek.
Een juweeltje!
Nieuwjaarsprentjes.
"O Jesus soet ghy zijt voorwaer,
voor ons een saligh nieue jaer!"
De vollaard of krulkoek was een "gebak" uit vroegere eeuwen. Dit feestbrood werd gebakken in de periode rond Kerstmis en Nieuwjaar maar werd, verschillend van regio tot regio, bij uitbreiding aangeboden in een periode van sint-Maarten tot Driekoningen. Op plaatsen waar Sintemetten, als grote kindervriend, geschenken en zoet uitdeelde, heeft hij zeker ook deze grote koeken meegebracht. Ze werden dikwijls gedecoreerd met "patacons" of "schildekens", meestal in felle kleuren beschilderde schijfjes van gebakken pijpaarde. Het gebruik verspreidde zich over een gebied dat overeenstemt met het huidige Nederland, België en het noorden van Frankrijk.
In diverse musea voor volkskunde zijn nog vollaard- of krulkoekvormen bewaard gebleven.
Kerstmis 1943.
Antwerps santje op perkament, met de hand ingekleurd. Cornelius de Boudt 1660-1735.
" ... zij baarde haar eerst geboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg."
Samen met de os en de ezel symboliseren de door de engel gewaarschuwde herders, de nederigheid en de universele boodschap van de mensgeworden zoon van God.
Uit: "Officieel Tijdschrift van het centraal uitvoerend comité van Winterhulp. Kerstnummer 1943."
Ook deze speciale kerstuitgave werd "versierd" door st-Martinus te paard. (Beeld uit de sint-Martinuskerk te Aalst.)
P. Heymans, voorzitter van Winterhulp, schreef tijdens dit oorlogsjaar deze inleiding:
"Wie zou, nu ik deze regelen neerschrijf, reeds den loop der geschiedenis kunnen voorzien en weten of dit jaar een Vredesengel ons de Kerstboodschap zal brengen, dan wel of wij, voor de vierde maal, de geboorte van het Goddelijk Kind en den aanvang van onze Christelijke Beschaving onder voortgezette oorlogsomstandigheden zullen moeten gedenken?
België heeft in den loop zijner geschiedenis tal van beproevingen ondergaan, die het nochtans steeds te boven is gekomen, dank zij de ingeboren deugden zijner bevolking.
Beste lezers, met voor ogen de edelmoedigheid waarmede U, tijdens deze jaren van beproeving, de Winterhulpactie hebt gesteund tot leniging van zoovele nooden en tot vrijwaring, voor de toekomst, van 's Lands levensbronnen, schroom ik niet deze Kerstboodschap te plaatsen in het teeken van een rotsvast vertrouwen zoowel in uw verdere edelmoedigheid als tevens in de continuïteit van de edelste deugden van ons geliefd Vaderland. Ditmaal weer zal België zijn kinderen en daardoor ook zichzelf hebben gered, dank zij de eensgezinde werking van alle menschen van goeden wil, zij, voor wie, bijna twintig eeuwen geleden, het Goddelijk Kind zijn Boodschap van Vertrouwen en Liefde bracht als een aansporing tot algeheele opoffering van onszelf voor het heil der anderen."
De boodschap van Sintemetten: het weinige dat we zelf hebben toch delen met de anderen, klinkt luid door in deze openingswoorden van de kerstuitgave Winterhulp 1943.
Sintemetten als geneesheilige.
Had men vroeger een ernstige kwaal zoals schurft, jicht, nierstenen, haaruitval, stuipen, zweren, plaste men in bed of kreeg men erge koorts, dan boden bepaalde heiligen hulp. Onze geneesheiligen. Dikwijls hadden ze een bedevaartplaats en ook bijbehorende rituelen. Vooral bij bedplassen van kinderen werd de hulp van Sintemetten ingeroepen. Waarom precies S. is niet erg duidelijk. Waarschijnlijk omdat hij toch samen met Sinterklaas de grote kindervriend is. Ook bij incontinentie bij volwassenen werd de heilige van Tours aangeroepen. Enkele bedevaartplaatsen: Aspe, Beveren, Peutie, Rijmenam e.a.. Vroeger dacht men zelfs dat de sint-maartensvuren dienden om het hemd van de sint te drogen, omdat hij de patroon van de bedpissers was.
Soms werd hij ook vereerd als pestheilige. (Duffel.) De "zwarte dood" was in de middeleeuwen zeer gevreesd. (Tussen 1347 en 1720 was de bij vlagen optredende pest er de oorzaak van dat één derde van de bevolking stierf.)
Men dacht ook dat sint-Martinus kon helpen tegen de Spaanse griep, tegen doofheid, alcoholisme, pokken, enz.
De geneesheiligen waren zeer in trek. Door overlevering werd de "heiligenkennis" aan de volgende generatie meegegeven.
Hadden de meestal arme gelovigen dan zo'n blind vertrouwen in de geneesheiligen, of was het omdat deze vorm van "genezen" de enige (betaalbare) was?
Sint-Nicolaas van Myra.
Kunstvol met de hand ingekleurd, waarschijnlijk door kloosterlingen.
De heilige als bisschop met aan zijn voeten drie kinderen in een kuip. Dit tafereel verwijst naar een belangrijke legende.
In Retie vierde men vroeger drie "kindervrienden": Sintemetten, de Greef van Halfvasten en sint-Nicolaas. Vandaag is eigenlijk sint-Nicolaas (met zijn Zwarte Piet) alleen overgebleven. Natuurlijk is het feest van Sintemetten ook nog altijd een echt kinderfeest gebleven. Maar toch ...
Wie is die sint-Nicolaas nu eigenlijk?
Geboren in Patras ca 280 en gestorven in Myra op 6 december (zijn feestdag) 342. Zoals st.-Jacobus Maior hoort bij Spanje, Sintemetten van Tours bij Frankrijk, st.-Patricius bij Ierland, zo hoort st.-Nicolaas bij Rusland. Hij is één van de meest geliefde heiligen van het christendom. Van hem wordt verteld dat hij al bij zijn geboorte vastte. Zijn leven is een opeenvolging van wonderlijke legenden. In de 6de eeuw werd hij bekend om zijn liefdadigheid, naastenliefde en vele wonderen. Zo wierp hij als rijke jongeling bruidschatten in de vorm van beurzen met geldstukken naar binnen bij een arme edelman opdat zijn drie dochters konden trouwen i.p.v. in de prostitutie terecht te komen. Een andere middeleeuwse Franse legende vertelt: "Drie door een herbergier vermoorde en tot gepekeld vlees verwerkte priesterstudenten werden door hem weer tot leven gewekt." Daaruit komt de legende voort dat hij drie dode kinderen tot leven bracht. (Men aanzag de drie priesterstudenten als kinderen.) De drie kinderen in een (pekel) vat zijn zijn attributen geworden. De vele legenden leverden hem vele patronaten op. Vanaf de 6de eeuw verspreidde zijn verering zich uit naar Rusland waar hij in talloze kerken en huiskamers op iconen te zien was en nog steeds is. In Sinterklaas ziet men ook veel sporen van de Germaanse god Wodan.
Paus Paulus VI verklaarde in 1970: "Hij mag nog vereerd worden, maar het hoeft niet meer!"
Toon Hermans kon hem dan ook gerust in één van zijn onsterfelijke "conferances " schijnheilige noemen.
Sintemetten als schutsheilige.
"De schutterij sint-Martinus op het Vaandelfeest van 5 mei 1912 te Mechelen /M."
Vele heiligen worden in ons landje en elders vereerd. Sint-Martinus staat erg hoog in aanzien. Vele gilden, bonden en verenigingen, vooral in de middeleeuwen (ook wel in latere tijden) kozen de heilige van Tours als beschermheilige. Hij werd uitgebeeld op de vlag van de gilde, meegedragen tijdens de optochten van de gildefeesten. In grote kathedralen of collegiale kerken kreeg zo'n gild een afzonderlijke kapel, gewijd aan hun beroep en aan hun schutsheilige.
In de lange lijst van patroonheiligen staat dat Sintemetten patroonheilige is van de herbergiers en van drinkebroers. Onbegrijpelijk, Maarten leefde als een asceet. In Toulouse kozen de molenaars hem ook in de 15de eeuw als hun beschermheilige. Op andere plaatsen was hij ook schutsheilige van de plaatselijke pottenbakkers. (Hij zou van engelen een prachtige vaas gekregen hebben waarin hij het bloed van de martelaren van het Thebaanse Legioen bewaarde.) Niet te verwonderen dus als we hem afgebeeld zien op oude borden of ander oud aardewerk.
Van zijn vele patroonschappen belicht ik ook even die van de kuipers. (Mensen die kuipen maken.) In Vlaanderen kozen die hem om uiteenlopende redenen. Eerst en vooral omdat hij beschermheilige was van de wijnhandelaars (Antwerpen en Gent), maar ook die van wijnbouwers. (Touraine.) Omdat zowel wijnbouwers als wijnhandelaars de producten van de kuipers nodig hadden, werd hij vanzelfsprekend ook schutspatroon van die beroepsgroep.
De meeste gilden van boogschutters hadden natuurlijk
st.-Sebastiaan of st.-Antonius als schutsheilige.
Toch waren er hier en daar ook schuttersgilden die voor st.-Maarten kozen. Bovenstaande postkaart is daar een mooi bewijs van.
(Deze lijst van de patroonschappen van Sintemetten is onvolledig.)
Caritas.
Gedeelte van een wikkel van sigarendozen van het merk "Caritas". (J. Cornelis-Delhaye. Ganshoren.)
Sintemetten: een heilige voor vele doeleinden!
Bij de start van mijn "Sintemetten-manie" had ik nooit kunnen denken dat mijn (?) heilige door zoveel mensen gekend en ... gebruikt is. Sint-Maarten versiert de meest uiteenlopende dingen: postzegels, munten en muntbiljetten, stickers, telefoonkaarten, bierviltjes, wijnetiketten, loterijbiljetten, luciferdoosjes, borden, te veel om op te noemen.
Er is zelfs een tabaks- en sigarenmerk "Caritas" met de manteldeling van st-Martinus als embleem. Een oud schildvormig reclamebord in email prijst in't Frans de tabak en de sigaren aan. Ook hier zien we de manteldeling in het centrum van het zeer zeldzaam bord. De papieren wikkels op de sigarendoosjes zijn van uitzonderlijke kwaliteit. Geweldige kleuren, een mooi ontwerp (naar het schilderij van van Dijck), overvloedig gebruik van goud en een speciale, antieke diepdruk. Een lust voor het oog. Zelfs de sigarenbandjes zijn juweeltjes met een gouden manteldeling op een diep rode achtergrond.
Bij het ontstaan van de sigarenfabriek "Caritas" in 1916, koos de oprichter J. Cornelis het gekende tafereel van sint-Maarten als embleem. Hij woonde immers in Ganshoren. Het prachtige dorp dat ook Sintemetten als patroonheilige heeft. Zelfs in hun wapenschild zien we de heilige van Tours.
Ik geloof dat Sintemetten hier weer als "versiering" heeft gediend. Of zie ik het verband tussen roken en liefdadigheid niet?
11.11.11
11 November 2006 op de scheurkalender.
November. Slachtmaand. 45e Week.
Zon op 7.51 u., onder 17.02 u..
Wapenstilstand 1914 - 1918.
Nationale feestdag Polen.
Zaterdag.
Sint - Maarten van Tours + 397.
Patroon van de kleermakers.
H. Bartholomeüs van Rossano.
H. Bertwin.
Op de achterkant lezen we:
Sint - Maartenslied.
Hier woont een rijk man
die ons wel wat geven kan,
veel zal hij geven,
lang zal hij leven,
zalig zal hij sterven,
de hemel zal hij erven.
En natuurlijk mag het dagelijks mopje niet ontbreken.
De politiecommisaris belt aan bij Ward Pellemans.
- Proficiat, mijnheer Pellemans, we hebben eindelijk uw vermiste vrouw teruggevonden.
- O ja? En wat heeft ze gezegd?
- Geen woord!... Ze heeft haar mond nog niet opengedaan!
- Dan is het vast en zeker mijn vrouw niet, zucht Ward.
In België vieren we op deze elfde november ook "Wapenstilstand", het einde van de eerste wereldoorlog. Het is een officiële feestdag. We herdenken dan niet alleen de gesneuvelden van de eerste grote oorlog, maar ook die van '40-'45. In feite van alle oorlogen. Waarom precies op 11 november? Het was op 11 november 1918, om 11 minuten over 11 uur (11.11.11.) dat de kanonnen voor altijd zwegen. De overeenkomst tot het beëindigen van deze verschrikkelijke oorlog werd getekend door Frankrijk, Engeland en Duitsland vroeger in de morgen. Dit gebeurde in een treinwagon in het Franse plaatsje Compiègne. (De wagon staat nog steeds op dezelfde plaats en is nu een toeristische trekpleister.)
In andere landen noemt men deze dag Remembrance Day, Veteran's Day, Poppy Day of Armistice Day.
Emiel Van Hemeldonck in goed gezelschap.
Lode Baekelmans (Antwerpen 1879 - 1965) schreef heel wat romans. "Tille" (1912) is door velen zijn beste werk genoemd. Zijn voornaamste betekenis ligt op het gebied van de verspreiding van de lectuur. Hij was medestichter van het Museum voor Vlaamse letterkunde. Hij was ook jarenlang voorzitter van de Vereniging voor Vlaamse letterkundigen.
Ernest Claes (Zichem 1885 - 1968 Brussel) werd wereldberoemd met zijn "Witte" uit 1920. Dit meesterwerk werd meermaals verfilmd. Enkele andere werken:" Wannes Raps "(1926)," Kiki "(1925), "Pastoor Campens Zaliger" (1935). Vele boeken werden bewerkt voor de T.V.. "Wij , heren van Zichem", een compilatie van verschillende verhalen, kende op de Vlaamse televisie een gigantisch succes.
Vlaamsche Filmkens.
De Vlaamse Filmkens waren eens de literatuur bij uitstek voor jongeren. Ze werden uitgegeven door de "Goede Pers" te Averbode. Uitgeverij van de abdij. De bedoeling was de jonge lezers van "Zonneland" de stap te laten zetten naar het boek. Deze populaire leesboekjes hebben heel veel jongeren (en volwassenen) enorm leesplezier bezorgd. Door de promotie van de Vlaamse Filmkens via scholen, kregen kinderen de kans om hun geschiedenis en hun wereld op een boeiende wijze te ontdekken tegen een zeer democratisch tarief. (Vlaamsche Filmkens. 50 Centimen.)
De V.F. kwamen voor het eerst op de markt in 1930, met iedere week een genummerde aflevering. In deze vooroorlogse reeks (Nummer 614 was de laatste in 1943.) werden opgenomen: grepen uit het volle leven van de jeugd, avonturenverhalen, goede (?) sprookjes, levensbeschrijvingen van Vlaamse groten "liefst aantrekkelijk en geromantiseerd, zonder de geschiedenis geweld aan te doen." Veel spanning en avontuur dus, maar in die tijd was een vleugje religie ook nooit ver weg. Heel wat missieverhalen en heiligenlevens zagen het levenslicht. Bv."De mantel van Martinus." Men moest ook immers de jeugd behoeden tegen "slechte" lectuur.
In 1946 werd de reeks Vlaamse Filmkens (nadien Vlaamse Filmpjes) hervat, opnieuw genummerd vanaf 1.
Waarom "Vlaamse Filmkens"? De gekozen titel verraadt de tijdsgeest. In het interbellum (periode tussen de twee wereldoorlogen) was de film het nieuwe medium bij uitstek.
Het succes van de leesboekjes is niet alleen te danken aan de gekozen onderwerpen, maar ook aan de vormgeving, kleine handige boekjes met altijd 32 bladzijden, de goedkope prijs dank zij de hoge oplage, ( 60 000 in 1940.) de wekelijkse afleveringen.
Heel wat "grote" schrijvers hebben via de V.F. hun eerste literaire verzinsels aan de man gebracht. Velen gebruikten een pseudoniem. Onzeker als ze waren over de kwaliteit van hun verhaaltjes.
Ook onze eigen Kempische schrijver Emiel van Hemeldonck, die even in Retie woonde (van september 1929 tot januari 1933), pleegde heel wat afleveringen onder verschillende schuilnamen. (12?) Slechts één V.F. schreef hij onder zijn eigen naam. (Nr. 16 Het gulden zwaard.)
E.v.H. schreef over de V.F.: "Ik heb aan de doopvond gestaan bij de start (was hoofdredacteur) en heb het borelingske zien groeien, welig en gezond, tot het de afmetingen kreeg die gaandeweg te allen kante diepe waardering en goedkeurend respect afdwongen."
"Alle verhoudingen in acht genomen kan van de V.F. gezegd worden wat eens als de eretitel van Conscience gold: ze leerden het Vlaamse kind lezen!"

