De mantel van sint-Martinus.
Een "overladen" Antwerps santje van Johannes Van Sande. (1713) De overdreven randversieringen overheersen dit prentje. Je moet als het ware de heilige gaan zoeken. Waarschijnlijk heeft de graveerder zijn kunde willen tonen in de gebruikte dier- en plantenornamenten. Of hebben twee kunstenaars aan dit beeldeken gewerkt? Eén graveerde de enorme randversieringen en een andere (leerling?) sneed de voorstelling van de heilige. Spijtig dat het belangrijkste, de manteldeling, nauwelijks te zien is. Ook het met de hand inkleuren gebeurde vrij slordig. Gelukkig is het prentje in perfecte staat.
Iedereen kent het verhaal van de manteldeling aan de stadspoort van Amiens. Sintemetten deelde zijn wijde soldatenmantel met een schaars geklede bedelaar. De volgende nacht verscheen Christus aan Martinus gehuld in de halve mantel die de arme gekregen had. Tot de engelen die Hem vergezelden zei Hij: "Martinus, hoewel nog slechts doopleerling (adhuc catechumenus) heeft mij met deze mantel bekleed."
De mantelhelft die Martinus behield, verwierf een eigen geschiedenis, hij ging als het ware een eigen leven leiden. Hij kreeg een plaats in het nationale heiligdom van de Franken, de basiliek van Tours, de latere bisschopsstad van de heilige Martinus. Daar werd de mantelhelft (cappa) bewaard in een eigen kapel (capella) door daartoe aangestelde kapelaans of "chapelains" (capellani). De chapelains of aalmoezeniers droegen de wonderbaarlijke mantel met het leger mee, als de Franken ten oorlog trokken. Ze hoopten daardoor te overwinnen.

