Naar de inhoud

Sintemetten.

Retiese Patroonheilige.
akke.beakke.be

Archief

6. ... en van de "Kaarsjesprocessie" uit het Mechelse. In zijn land teruggekeerd had hij het geluk zijn moeder te bekeren vooraleer naar Gallië weer te keren. Zijn ganse leven vloeide van liefdadigheid over. Hij stierf in een hoge ouderdom en werd te Tours begraven, waar zijn graf weldra een bedevaartplaats werd, waar talrijke mirakelen geschiedden.

EINDE.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Martinus leefde in een woelige tijd.

Een typisch voorbeeld van de Franse machinaal geponste prentjes uit de 19de eeuw. De heilige Martinus afgebeeld als bisschop van Tours. In twee kleinere afbeeldingen zien we linksonder de manteldeling, rechtsonder het verhaal van de heilige boom. Het kantprentje is met de hand zeer zorgvuldig ingekleurd. Je zou het een "chique" prentje kunnen noemen.

Bij de geboorte van Martinus, in de provincie Pannonië van het West-Romeinse Rijk, was het grote Romeinse Rijk op sterven na dood.
In 313 erkent keizer Constantinus de christenen als volwaardige burgers. Het monogram dat op Christus wijst vervangt de Romeinse adelaar in het schild van het Romeinse Rijk. De slaven krijgen een menselijke behandeling en het gezinsleven steunt voortaan op andere normen. Men legt de nadruk op wederzijdse liefde en trouw, overspel wordt strafbaar.
Het Romeinse Rijk is zieltogend, het is een reus op lemen voeten geworden. De kaders wankelen en de administratie is uitgerafeld. Het kan niet meer de veiligheid van zijn eigen grenzen verzekeren, maar eist van zijn burgers toch meer en meer geld, de fiscale druk is huizenhoog. Werkeloosheid, crisis en armoede steken overal de kop op. Keizer Julianus wil het keizerrijk herstellen, maar mislukt. De kerk komt op in Gallië. De bisschoppen nemen zelf taken op zich die eigenlijk de wereldlijke macht toebehoren. Ze beschermen zwakken en armen, ze houden zich bezig met de materiële toestand van de bevolking.
In deze verwarde tijden wordt Martinus, monnik en asceet, bisschop van Tours tegen zijn wil, zoals hij ook tegen zijn zin vroeger soldaat werd.
Op de drempel van de oude wereld, het Romeins heidendom, het boerse heidendom op het platteland en het christendom, dat vooral in de steden geboren wordt, zal Martinus het voorbeeld geven van naastenliefde, zachtheid, nederigheid en vredelievendheid. Hij zal de geschiedenis ingaan als "Martinus van Gallië", de geestelijke vader en patroon van het toekomstige Frankrijk.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Grandes Heures de Rohan.

"Grandes Heures de Rohan" is een verlucht handschrift uit de Bibliothèque nationale te Parijs. Het manuscript is een zeer fraai getijdenboek dat helaas niet met zekerheid kan gedateerd worden. Het is één van de mooist verluchte, maar tevens één van de meest raadselachtige meesterwerken die de Franse kunst van de 15de eeuw ons heeft nagelaten. Eén van de miniaturen in dit wereldwerk toont ons de manteldeling. Deze miniatuur waarop de heilige Martinus een stuk van zijn mantel afsnijdt en het aan een bedelaar geeft, is duidelijk geïnspireerd op een afbeelding met hetzelfde thema die de Gebroeders van Limburg voor de Belles Heures (een vroeger getijdenboek) hebben geschilderd. De kunstenaar heeft evenwel hier het tafereel in een ander decor geplaatst. Verder was hij door het smalle formaat van de miniatuur gedwongen de bedelaar tot vlak bij de heilige te laten komen en om hem daarbij niet geheel af te dekken, liet hij het paard de kop naar rechts keren. Zijn karakteristieke voorkeur voor onbarmhartige, zo niet afstotende details deed hem achter de eerste nog een tweede bedelaar afbeelden die op houten benen en met krukken de heilige zijn bedelnap toesteekt. Deze kreupele neemt uit eerbied voor Sintemetten zijn hoed af. Op de achtergrond zien we witte stadsmuren en rijkelijke gebouwen. Opvallend is ook het enorme rode paardendeken waarop de heilige gezeten is. Dit reikt bijna tot op de grond. De echte manteldeling gebeurt langs de rechterkant van het paard en blijft voor het oog van de toeschouwer verborgen. Merkwaardig!
Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht

Sintemetten en de twee bedelaars.

Eén van de minder bekende legenden over Sintemetten is die van de twee bedelaars.
Sint-Martinus stierf in 397 en werd in Tours begraven. De bewoners van die stad begonnen onmiddellijk met de bouw van een nieuwe kerk. De bedoeling was dat het lichaam van de heilige hierheen zou worden gebracht. Men werkte ruim 60 jaar aan het kerkgebouw. Toen het zover was, werd het lichaam overgebracht. Dit gebeurde met een grote, plechtige processie.
In die tijd woonden er twee bedelaars in Tours. De ene was verlamd, de andere blind. Elke dag trokken ze samen op. De blinde droeg de lamme naar de plaats waar ze zouden bedelen, de lamme wees de blinde daarbij de weg. Al bedelend verdienden de twee vrienden goed hun kost. Toen ze hoorden dat het lichaam van Sintemetten naar de nieuwe kerk zou worden gebracht, waren ze bang dat de processie door de hoofdstraat, waar ze werkten, zou komen. Zou sint-Martinus ook hun willen genezen? Dat mocht in geen geval gebeuren. "Gezond" zouden ze hun kostwinning kwijt zijn. Ze verborgen zich daarom in een smal straatje, waar de optocht zeker niet langs zou komen. Maar tijdens de processie gebeurde er in de hoofdstraat een ongeluk. De stoet was verplicht een andere route te volgen en kwam precies door het smalle straatje, waar de twee bedelende vrienden zich verborgen hielden. Op hun vlucht ontmoetten zij toch het lichaam van sint-Maarten en zoals verwacht werden de twee invalide bedelaars terstond genezen!
Een wonderlijk verhaal! Legende? Verzonnen of werkelijkheid?

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
Reageer op dit bericht

Nog een miniatuur uit het Getijdenboek van Rohan.

Randminiatuur. Bible moralisée.
Bijschrift: "Ce que les filz israel renoncerent la manne et demanderent char senefie les mauves escoliers qui renoncerent la doctrine et demandent la char du monde la convoitise les grans provendes et toutes les grans richesses."
De slechte monniken en geestelijken die zich van de ware leer afkeren en van hun bisschop st.-Martinus, eisen dat hij hun materiële goederen van deze wereld, rijkdommen en prebenden (inkomen uit kerkelijk goed), schenkt.
De duivel door wiens inblazingen zij hiertoe zijn verleid, houdt zich bovenaan gereed om hen met zich mee te sleuren.
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Jos Speybrouck.

Jos Speybrouck werd geboren te Kortrijk op 10 januari 1891 en stierf er op 21 augustus van het jaar 1956. Op zijn doodsprentje lezen we: "Zijn kerk! Hij was een man van onkreukbaar en onwankelbaar geloof, dat zowel zijn leven bezielde als zijn werk inspireerde. Door zijn missaal- en bijbelverluchtingen en zijn ontelbare devotieprenten heeft hij zijn geloofsgenoten christelijk onderricht en tot vroomheid gestemd."
Deze voorstelling van de manteldeling van Sintemetten, in zijn typische stijl, is een schitterend voorbeeld van zijn kunde.
De uitgeverijen Lannoo Tielt en de st-Andries abdij te Loppen gaven de meeste van zijn prenten uit, die op enorme schaal in Vlaanderen werden verspreid.
Deze prent op postkaartformaat werd gemaakt in 1929.

Hoe vind je dit bericht? 10 stemmen
Reageer op dit bericht

Gregorius van Tours.

Het leven van Martinus is beschreven door Sulpicius Severus (reeds besproken in een vorig artikel) en door Gregorius van Tours in zijn "Miraculorum Libri VIII." Beide schrijvers behoren tot de meest gelezen auteurs van de middeleeuwen en dit verklaart mede de grote populariteit van Sintemetten.
Gregorius van Tours (538 - 594) was een Frankische bisschop en historicus. Hij was bisschop van Tours van 573 tot 594. Bekend als auteur van "Historiae", tien boeken over de geschiedenis van de Merovingen. Hij schrijft ook een verzameling heiligenlevens. In die tijd van Gregorius van Tours genoten wonderen van heiligen een hoog aanzien bij de bevolking. Bisschoppen vertelden de mensen dat wonderen moesten geïnterpreteerd worden als directe ingrepen van heiligen in het aardse leven. De heilige deed dan iets in naam van God en vormde zo een schakel tussen het Opperwezen en de mens. De wonderen die Gregorius beschreef van Sintemetten bestonden voornamelijk uit genezingen van langdurige zieken, verlamden, blinden en kreupelen. Ze werden allen genezen door een gebed, een nachtwake of een aanroep van de heilige Martinus. Door deze mirakelen grote bekendheid te geven, versterkte Gregorius van Tours ook zijn eigen bisschoppelijke positie. Het was immers Gregorius als bisschop, die namens de heilige Martinus met de bevolking contacten onderhield.
Een vraag die zich stelt is natuurlijk: Werden aan wonderen die grote bekendheid gegeven om de heiligenverering te bevorderen, of was het puur te doen om de persoonlijke macht van sommige bisschoppen te vergroten?
Wie zal het zeggen?
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

Wist u?

Gregorius de Grote.
Paus van 590 tot 605.

Dat onze Germaanse voorouders niet alleen Wodan vereerden, maar ook andere goden in bijzondere bomen in het woud? De eerste christen geloofspredikers in ons land lieten deze "afgodsbomen" omhakken. Dikwijls tot grote ergernis van de plaatselijke bevolking! Gregorius de Grote, paus van 590 tot 605, was zeer pragmatisch aangelegd. (Hij geldt als één van de kerkvaders.) Hij liet aan de bomen nissen met beelden van heiligen hangen, zodat de verering van de woudreuzen veranderde in heiligenverering. Zo'n houten kastjes aan de bomen alsook kleine gebouwtjes met een nisvormige opening noemt men nu "kapellen". De naam "kapel" komt voort van het Latijnse woord "capella", een verkleinwoord van "cappa", in onze taal mantel, oorspronkelijk de kapel waar de mantel van Sintemetten werd bewaard.
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

Sintemetten vieren in Schoonbroek.

Schoonbroeck, toen nog een mooie landelijke deelgemeente van
 Oud -Turnhout.
Centraal op de postkaart Stan Wens, de "mulder" met zijn hond. Op de achtergrond de parochiekerk, toegewijd aan sint-Job en vroeger een zeer bekend begankenisoord tegen zweren en andere huidkwalen.
Ook de statige pastorie is duidelijk te zien.
En ruimte ... zalig even verpozen in het gras tijdens de noen, even de tijd nemen om te poseren.
Tijdens de fusie van 1978 werd Schoonbroek een belangrijk deel van Retie. Het Kempisch dorp met zijn zeven neten kreeg er plots een pracht van een parochie bij. Alleen al het patrimonium van "sint-Job" is van onschatbare kunsthistorische waarde, met als absolute blikvanger natuurlijk het 16de eeuwse retabel.
Sint-Martinus, sedert mensenheugenis de patroonheilige van Retie, kreeg er een ferme collega bij: sint-Job, de patroonheilige van Schoonbroek. Ook het vieren van beide volksheiligen werd plotseling gemeengoed. De ongeveer duizend nieuwe "Kortoren" wilden laten zien dat ze het echt meenden om echte Retienaren te worden. Als men onder de lindeboom Sintemetten vierde, dan in de sint-Job parochie ook. Kwestie van mekaar beter te leren kennen, om zich echt te integreren.
In zijn boekje "Zoete en zure noten." vertelt Leon Wens hoe zijn eerste Sintemettenviering verliep.
"In Retie wordt sinds onheuglijke tijden st.-Maarten gevierd. Dan worden 's avonds overal vuren aangestoken, er wordt voor animatie gezorgd en er worden st.-Martinuskoeken uitgedeeld. Wat in Retie kan, moeten wij ook kunnen dachten enkele jonge mannen in 't dorp. Op de vollère (servetudeweg) van Bert Wens mocht het hout gedeponeerd worden. Zo gebeurde en 't werd een aanzienlijke berg hout. Dan werd de fanfare er bij gevraagd en samen met veel kinderen trok de bende in het donker naar de houtstapel. Later werden er nog fakkels meegedragen en zo trok men door het dorp en naar de brandstapel. Er werd gezongen, gegeten en gedronken, goed en goedkoop was de bedoeling. Wie nog niet wist dat bier en jenever niet zo best bij elkaar passen, was uw dienaar. Hij geraakte het spoor kwijt, belandde in een ondiepe gracht en zonder assistentie had hij er wellicht nooit meer uitgeraakt."
Het is met Leon helemaal goed gekomen.
Sintemetten en st.-Job knipoogden naar elkaar bij het zien van dat "Breughels" tafereeltje!

Hoe vind je dit bericht? 17 stemmen
Reageer op dit bericht

Vlaamsche Filmkens.

Vlaamsche Filmkens, Vlaamse Filmkens en Vlaamse Filmpjes.
De Vlaamse Filmkens waren eens de literatuur bij uitstek voor jongeren. Ze werden uitgegeven door de "Goede Pers" te Averbode. Uitgeverij van de abdij. De bedoeling was de jonge lezers van "Zonneland" de stap te laten zetten naar het boek. Deze populaire leesboekjes hebben heel veel jongeren (en volwassenen) enorm leesplezier bezorgd. Door de promotie van de Vlaamse Filmkens via scholen, kregen kinderen de kans om hun geschiedenis en hun wereld op een boeiende wijze te ontdekken tegen een zeer democratisch tarief. (Vlaamsche Filmkens. 50 Centimen.)
De V.F. kwamen voor het eerst op de markt in 1930, met iedere week een genummerde aflevering. In deze vooroorlogse reeks (Nummer 614 was de laatste in 1943.) werden opgenomen: grepen uit het volle leven van de jeugd, avonturenverhalen, goede (?) sprookjes, levensbeschrijvingen van Vlaamse groten "liefst aantrekkelijk en geromantiseerd, zonder de geschiedenis geweld aan te doen." Veel spanning en avontuur dus, maar in die tijd was een vleugje religie ook nooit ver weg. Heel wat missieverhalen en heiligenlevens zagen het levenslicht. Bv."De mantel van Martinus." Men moest ook immers de jeugd behoeden tegen "slechte" lectuur.
In 1946 werd de reeks Vlaamse Filmkens (nadien Vlaamse Filmpjes) hervat, opnieuw genummerd vanaf 1.
Waarom "Vlaamse Filmkens"? De gekozen titel verraadt de tijdsgeest. In het interbellum (periode tussen de twee wereldoorlogen) was de film het nieuwe medium bij uitstek.
Het succes van de leesboekjes is niet alleen te danken aan de gekozen onderwerpen, maar ook aan de vormgeving, kleine handige boekjes met altijd 32 bladzijden, de goedkope prijs dank zij de hoge oplage, ( 60 000 in 1940.) de wekelijkse afleveringen.
Heel wat "grote" schrijvers hebben via de V.F. hun eerste literaire verzinsels aan de man gebracht. Velen gebruikten een pseudoniem. Onzeker als ze waren over de kwaliteit van hun verhaaltjes.
Ook onze eigen Kempische schrijver Emiel van Hemeldonck, die even in Retie woonde (van september 1929 tot januari 1933), pleegde heel wat afleveringen onder verschillende schuilnamen. (12?) Slechts één V.F. schreef hij onder zijn eigen naam. (Nr. 16 Het gulden zwaard.) 
E.v.H. schreef over de V.F.: "Ik heb aan de doopvond gestaan bij de start (was hoofdredacteur) en heb het borelingske zien groeien, welig en gezond, tot het de afmetingen kreeg die gaandeweg te allen kante diepe waardering en goedkeurend respect afdwongen."
"Alle verhoudingen in acht genomen kan van de V.F. gezegd worden wat eens als de eretitel van Conscience gold: ze leerden het Vlaamse kind lezen!"
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Sintemetten.

↑ Terug naar de berichten