Het interview met Omsk Van Togenbirger (Achtste deel)
Het interview met Omsk Van Togenbirger (Achtste deel)
– Omsk Van Togenbirger, als ik na je interessante uitweiding mag
terugkeren naar het onderwerp van ons gesprek, het einde van de
wereld... Moeten wij nu vrezen dat de door corona verkapte
machtsgreep het einde van de mens wordt?
OVT: Er is, zo vrees ik, veel meer aan de hand en de kenteringen
die uiteraard bespoedigd worden door de coronastrategie zijn al
een tijdje aan de gang...
– Je had het over de cultus van de waanzin die ons moet
beschermen tegen de waarheid die anders geheel ondraaglijk
wordt?
OVT: Kijk eens hier, mijn beste... Rome is de hoofdstad van Italië,
nietwaar?
– Jazeker...
OVT: En middenin de stad Rome ligt een staat, genaamd
Vaticaanstad, ja, een heuse staat, geheel ommuurd, met een
staatshoofd, een eigen wetgeving, een quasi uitsluitend mannelijke
bevolking, ambassades alom ter wereld...
– Zo is dat, ja...
OVT: Die staat wordt geregeerd door pausen die tevens regeren
over het verrezen lichaam van Christus waarmee de zogenaamde
kerk samenvalt, nietwaar?
– Dat wordt gezegd, inderdaad...
OVT: Samen met zijn curiekardinalen zit de paus vergaderingen
voor waarin door hooggeleerde geestelijken wordt beslist om
bijvoorbeeld de goudkleurige mijter in het wapenschild van de
regerende paus te vervangen door een meer modieuze en
eenvoudige witte mijter.
– Ja...
OVT: Dat heeft uiteraard allemaal heel wat voeten in de aarde
maar eenmaal men erin geslaagd is om desbetreffend tot een
consensus te komen in de heilige congregatie welke zich het
thema behartigt, en er wordt overgegaan tot het vervangen van de
gouden door de witte mijter, spreekt men over een progressief
pausschap en is dit wereldnieuws, begrijp je?
– Ja...
OVT: Weet je trouwens dat pauselijke mijters bezet zijn met
allerlei edelstenen, zoals opalen, tientallen opalen, zoals men op
recente prentjes kan zien?
– Juist, ja...
OVT: Ken je ook de waarde van zo één opaal?
– Ik heb geen flauw idee...
OVT: Ik heb het onlangs nagekeken: één opaal heeft een waarde
van ongeveer 50.000 euro.
– Dat wist ik helemaal niet.
OVT: Hoeveel mensen kan men met dat bedrag te eten geven?
– Een normale maaltijd?
OVT: Een doordeweeks middagmaal.
– Twee euro besteedt men daaraan in de OCMW-rusthuizen... dat
maakt dan 25.000 maaltijden.
OVT: Goed gerekend. En hoeveel mensen sterven dagelijks door
honger?
– Vijfentwintigduizend ongeveer.
OVT: En is het u al opgevallen dat die opalen in die mijters
blijven staan, ondanks de wereldwijde hongersnood?
– Zo is dat ja.
OVT: Mag men dan niet dat zeggen dat die edelstenen de
schuldbewijzen zijn voor een aanslepende genocide?
– Tja...
OVT: Is genocide een christelijke deugd?
– Niet bepaald...
OVT: Beweert de paus de plaatsvervanger te zijn van Christus?
– Inderdaad...
OVT: Kijk, dat bedoel ik nu juist, begrijp je? Dat is klinkklare
waanzin en niets anders, of vergis ik mij ergens in mijn
redenering, mijn beste?
– Ik denk het niet...
OVT: Als ik mij vergis, zou ik heel graag willen dat je het ook
zegt, ik zal dan met veel plezier mijn visie herzien, het zou al te
jammer zijn mocht een mens door een domme vergissing gek
verklaard worden, vind jij dat ook niet?
– Uiteraard...
OVT: Zie je wel! Want dat gebeurt wel elke dag, weet je dat? Men
zegt dan: die persoon daar lijdt aan grootheidswaanzin, hij gelooft
dat hij de paus de les moet spellen. De paus is namelijk het hoofd
van de katholieke kerk, de plaatsvervanger van God zelf op aarde,
begrijp je? Wie een zo hoogstaand persoon durft aan te vallen,
moet wel niet goed bij zijn hoofd zijn, zo zegt men. Of vergis ik
mij?
– Tja, zo is dat...
OVT: Pausen, presidenten, koningen... kritiek is daar helemaal uit
den boze! Of vergis ik me, mijn beste?
– Welnee, ik zie niet in waar je je zou vergissen...
OVT: De kinderen kwamen vorig jaar op straat voor de gezonde
lucht van morgen maar op de milieutop wees de Amerikaanse
president hen terecht: hebben de kinderen zich dan vergist, mijn
beste? Is het milieu proper en geloven zij alleen maar dat het vuil
is? Worden de mensen er ziek van of is dat allemaal
kwaadsprekerij en achterdocht?
– Toch niet...
OVT: Hoort het niet dat een kind een president aanvalt of is het
heel terecht dat kinderen wantrouwig worden jegens ouderen als
die ouderen gewoon doorgaan met vervuilen omdat dit hun almaar
rijker maakt? Vind jij ook dat kinderen sowieso gehoorzaam
moeten zijn aan ouderen?
– Euh...
OVT: De zaak is dat zij niet ongehoorzaam kunnen zijn, mijn
beste en dat betekent dat het recht van de sterkste het hier haalt op
de redelijkheid en op de deugdzaamheid.
– Ja...
OVT: De waanzin, de onverschilligheid, de stompzinnigheid: het
bestaat allemaal al duizenden jaren, het is er heus niet gekomen
door het virus maar net andersom: het virus is er gekomen door de
waanzin. Als de mensen niets om handen hebben, als ze zich
beginnen te vervelen, vinden ze altijd zo'n dingen uit. De ene keer
is het oorlog, dan fabriceren ze een economische crisis, dan weer
wordt er naar de maan gereisd... Het zijn allemaal waanzinnige
bezigheden en daarin vlucht men weg van zodra men zich begint
te vervelen, begrijp je?
– Niet zo goed, nee.
OVT: Stel eens... een aantal mensen zijn aan het werk in een
fabriek. Er is een elektriciteitspanne en er wordt beslist een pauze
in te lassen. Nu zou men denken: het harde labeur wordt
onderbroken, men heeft de gelegenheid om te rusten en men rust.
Maar wat doet men? Men begint te kaarten! Jawel, mijn beste: gij
hoort het goed: kaarten doet men! En waartoe dient dat spel? Tot
niets, tot twee keer niets en het is nog inspannend ook. Maar liever
dat dan bijvoorbeeld rusten. Men doet ongeacht wat om de tijd te
verdrijven die men anderzijds zegt tekort te hebben, de meest
waanzinnige activiteiten vindt men uit. Kaarten, bidden,
telefoneren, ook als men helemaal niets te zeggen heeft, kletsen,
leugens verzinnen, men kan het zo gek niet bedenken of men doet
het. Wordt de bezigheid onderbroken, dan vlucht men hals over
kop in een andere, het doet er niet toe welke, de meest
waanzinnige is beter dan helemaal niets. Men vlucht. En voor wat
vlucht men dan eigenlijk? Weet je dat?
– Voor de stilte?
OVT: De mens vlucht voor zichzelf, bijna niemand wil met
zichzelf geconfronteerd worden, men vlucht in een personage,
men vlucht achter een masker, heel letterlijk trouwens in deze tijd,
men vlucht in een werk of in een spel, als men maar niet met
zichzelf geconfronteerd wordt. De meeste mensen kunnen niet
alleen zijn en om die reden zijn zij kuddedieren. En zie je hoe men
dan zegt 'kuddedieren' en niet 'kuddemensen'? Want dat is wat er
gebeurt met mensen die vluchten voor zichzelf: zij vluchten voor
hun mens-zijn en zij doen dat door te vluchten in hun dierlijkheid
en dat doen ze door zichzelf te herleiden tot een lid van een kudde.
Het is immers lastig om mens te zijn. Niet het alleen zijn als
zodanig is lastig, ook niet de rust of de stilte maar wel de
confrontatie met zichzelf: het dier dat zijn spel ineens onderbroken
ziet worden, wordt ermee geconfronteerd dat het bovendien mens
is. Mensen willen hoe dan ook hun mens-zijn uit de weg gaan.
– Waarom?
OVT: De kat legt zich in haar mand in een draai en slaapt bijna de
klok rond. De worm knaagt een blad af tot bij de nerf en herbegint
dan met het volgende blad. Alle dieren doen wat voor hen voor de
hand ligt. Alleen de mens is en blijft onrustig: hij wil vooruitgang,
hij wil tijd winnen, hij wil een hogere productie, hij wil records
breken, hij wil naar Mars. Dieren en planten, mijn beste, willen
dat allemaal niet. Zij groeien en bloeien, eten en slapen, en de
kous is af. Ze zijn in vrede. Geen vooruitgang voor de katten, de
koeien, de insecten en de bomen: zij zijn perfect tevreden met het
leven dat ze leiden. De mens wil altijd hoger, sneller en sterker. En
dat maakt hem ongelukkig want ook hij veroudert en verdwijnt.
Zelfs de soort is gedoemd om te verdwijnen, het leven op aarde,
het zonnestelsel: het heeft allemaal een beperkte houdbaarheid, het
einde ervan staat in de sterren geschreven. Maar de mens wil
hiermee niet geconfronteerd worden: hij weigert zich neer te
leggen bij de werkelijkheid. Hij vlucht weg in wanen. En dat is
zijn ongeluk. Daedalus en Icarus en al die andere oeroude
verhalen etaleren de menselijke overmoed, de onrust, het
grenzeloze streven, de wil.
– Is dat dan geen goede zaak?
OVT: Ben jij een fan van Don Quichot?
(Wordt vervolgd)
(J.B., 30 april 2021)


