Wat met osteopathie? Aflevering 2
|
Wat met osteopathie? Aflevering 2 Het in het westen heersende, positivistische, materialistische wereldbeeld steunt op het fysicalisme en op het microreductionisme: het neemt aan dat alleen materie en energie bestaan, alleen datgene wat (zintuiglijk of logisch-mathematisch uit het zintuiglijke afgeleid) kan worden waargenomen en dat alles opgebouwd is uit telkens kleinere bouwstenen, waarbij de meest elementaire zeer zeker nog niet ontdekt zijn. De opvatting dat deze wezenlijk energetisch-materiële werkelijkheid gehoorzaamt aan wiskundige en natuurkundige wetten die derhalve principieel kenbaar zijn met de menselijke rede, is bijzonder hoopgevend met het oog op het beheersen van deze werkelijkheid omdat men gelooft dat er aldus op solide gronden naar gestreefd kan worden om de fataliteit van de menselijke afhankelijkheid van al het natuurlijke te overstijgen: ziekte en dood hoeven misschien niet ons lot te zijn als wij maar de moed opbrengen om er met onze rede, met zelfvertrouwen en met ijver met het hele mensdom tegenaan te gaan. Niet alleen atheïsten zijn vaak deze mening toegedaan zoals beroemde versregels uit Müllers Winterreise getuigen: “Will kein Gott auf Erden sein,/Sind wir selber Götter.” Ook gelovigen en meer bepaald christelijke theologen, zijn die overtuiging toegedaan omdat zij de mens steeds vaker gaan beschouwen als deelnemer aan Gods schepping, met op de achtergrond het geloof dat de menswording van God hand in hand gaat met de vergoddelijking van de mens die dan zoals uitgebeeld door kunstenaars zoals de schilder Jean Delville verrijst als “l' Homme Dieu” want, zoals de Bijbel leert, zijn wij geschapen “naar Gods beeld en gelijkenis”. Anderen echter, noemen deze visie hoogmoedig en zo hangen zij een filosofie aan van de eindigheid die de mens erop wijst dat achter zijn streven naar zuivere kennis de zondige wil schuilt om aan God gelijk te zijn. De Duits-Belgische fenomenoloog Rudolf Boehm heeft het streven naar zuiver theoretische kennis in zijn werk uit 1977, Kritik der Grundlagen des Zeitalters, omschreven als hoogmoedig. De waarde van wetenschap kan pas uitgedrukt worden in termen van haar ultiem nut voor ons, mensen, en bij uitbreiding de ganse noösfeer. Kennis op zich of kennis omwille van de kennis is een louter spel en derhalve een monster omdat de toepasbaarheid van kennis haar ultieme feedback is. Ook de zogenaamd louter theoretische kennis ontspoort als zij niet uiteindelijk in functie van haar toepasbaarheid beoefend wordt. Zelfs en bij uitstek de wijsbegeerte is er voor ons. Kennis is derhalve noodzakelijk met kunde verbonden en des te meer voor de geneeskunde geldt dat haar waarde moet gemeten worden aan haar vermogen om de (menselijke) gezondheid te herstellen of te handhaven. Zuiver theoretische kennis zoals de wiskundige, kan over de werkelijkheid niets zeggen en dat ervoer reeds René Descartes bij de vaststelling dat zowel in de werkelijkheid als in de droom de som van de hoeken van een rechthoekige driehoek 180 graden is, waaruit te besluiten valt dat de zuiver wiskundige kennis en de zuiver theoretische kennis in het algemeen, zich niets laat gelegen zijn aan het onderscheid tussen werkelijkheid en droom en dat zij derhalve nietszeggend is - zij is een louter spel. De miskenning van de plicht van het theoretische weten om zich te onderwerpen aan het oordeel van de mensen in wiens dienst dit weten staat, verbergt zich in allerlei uitvluchten (en zo bijvoorbeeld worden bepaalde werkingen van medicijnen heel 'handig' 'bijwerkingen' genoemd) om tenslotte niet te moeten toegeven dat al te vaak uiteindelijk de nadelen van een behandeling de baten opheffen. Het beschreven euvel is eigen aan de fundamenten zelf van onze tijd en het was Rudolf Boehm die daarover zijn Kritik der Grundlagen des Zeitalters publiceerde. Bij uitstek de geneeskunde is een wetenschap die zich principieel niet bezondigt aan het weten ter wille van het weten zelf maar bij haar toepassingen komt zij (alvast in onze contreien) in het vaarwater van een kapitalistische economie die wél lijdt aan het euvel van de middeldoelomkering: onze economie produceert om te produceren, zij groeit om te groeien en deed zij dat niet, dan zou zij kapseizen, wat zij vandaag ook doet omdat een onvoorziene crisis een rem zet op haar groei. De rode economie - de planeconomie - blijkt hiertegen veel beter bestand. De kapitalistische economie corrumpeert wetenschap en techniek zoals macht waarheid corrumpeert. Zo ook moet men zich ervoor hoeden de feiten niet ondergeschikt te maken aan de wetenschappelijke wetten zoals men doet waar men in zijn religieuze arrogantie zelfverzekerd en heldhaftig wetenschappelijke bevindingen van tafel veegt met Bijbelse citaten. Zo bijvoorbeeld werkt een vaccin niet omdat de wetenschap voorschrijft dat het moet werken: het werkt als het de afweer stimuleert precies zoals eender welk medicijn werkt als het ons van een ziekte af helpt. De economie wil dat vaccins die massaal worden geproduceerd ook worden verkocht en daartoe moeten ze eerst werken, willen of niet. Hetzelfde geldt voor de beruchte mondmaskers.1 Derhalve zijn zowel het geloof in de almacht van het zuiver wetenschappelijk weten als het geloof in de waarheid van de heilige geschriften in hetzelfde bedje ziek: telkenmale gaat het om vormen van absolutisme of fanatisme, wat wil zeggen: het onvermogen om de beperkingen te aanvaarden die nu eenmaal horen bij het mens-zijn. Mensen zijn geen goden, er bestaat geen absoluut weten, elke wetenschap die zich beroept op absolute kennis deelt haar dictatoriaal karakter met de religies waaraan mensen zich tegen beter weten in onderwerpen zoals de burgers in de wereld van Georges Orwells dystopische roman 1984 belijden dat 1 opgeteld bij 1 gelijk is aan 3. Zij weten dat dit een onwaarheid is maar zij belijden deze leugen omdat dit van hen wordt afgedwongen en waar zij dat doen, manifesteert zich de triomf van de machthebber. Op een bijzonder gesofisticeerd verkapte manier sluipt onder de invloed van machtshonger de leugen ook in de wetenschappelijke bedrijvigheid naar binnen die dan niet langer nuttig is voor ons maar schadelijk. En de leugen wordt gekenmerkt door haar neiging zich te verbergen, wat vrij vertaald betekent dat zij het open debat schuwt: zij gelooft dat zij met haar autoriteit de bevindingen en de meningen die haar tegenspreken, de autoriteit van de waarheid kan overtreffen maar dat laatste is uiteraard een gevaarlijke vorm van waanzin. (Wordt vervolgd) (J.B., 26 oktober 2023) 1Zie ook: J. Bauwens, Panopticum Corona, pp. 922-924. |




