Over ontmenselijking
|
Over ontmenselijking Iedereen is er intussen van op de hoogte dat wij allen door het 'systeem' gewantrouwd worden en dat zich overal camera's verschuilen en microfoons, dat wij doorgelicht worden bij elke sollicitatie en controle. Maar tegelijk is het, omgekeerd, ook zo dat dit systeem van ons een blind vertrouwen vereist: wij deponeren ons have en goed bij de banken, we geven onze gezondheid in handen van medische firma's en wij vertrouwen de opvoeding van onze kinderen toe aan de staat; we moeten er maar op vertrouwen dat betaalkaarten blijven werken, dat onze rekeningen niet geplunderd worden door hun onzichtbare beheerders of dat de persoonlijke informatie die van ons vereist wordt om toegang te kunnen krijgen tot diensten die wij niet kunnen missen, niet misbruikt worden - om maar enkele voorbeelden te noemen. Maar van mensen van wie blind vertrouwen wordt vereist terwijl zij tegelijk gewantrouwd en gecontroleerd worden, kan men, om het op de zachtst mogelijke manier uit te drukken, zeggen dat zij onmenselijk behandeld worden en dat betekent: niet zoals mensen. En zelfs niet als dieren want wij stellen vertrouwen in onze huisdieren. In geen geval worden wij behandeld als medestanders of als medewerkers: er wordt vanuit gegaan dat wij tegenstanders zijn, erop uit om te verslinden, te branden en te moorden, ja, misdadigers. Maar wie is het dan die ons wantrouwt, ons blind vertrouwen opeist en ons op die wijze ontmenselijkt? Wie is degene die ons controleert, die ons fortuin beheert, die zich zegt te ontfermen over onze opvoeding, over onze gezondheid en over onze toekomst? Want stel eens dat op een dag men in een winkel zijn inkopen doet, men haalt zijn betaalkaart boven en zij werkt niet meer; daarop gaat men naar zijn bankkantoor (als dat nog bestaat want vandaag zitten al die diensten 'online') en daar krijgt men te horen dat zijn rekening op nul staat; men werpt tegen dat dit onmogelijk is maar de bediende antwoordt dat hij alleen maar kan voortgaan op wat er in de databanken genoteerd staat; hij draait zijn computerscherm naar de klager toe en wijst onder diens rekeningnummer een getal aan dat ontegenzeggelijk gelijk is aan nul komma nul. Maar dat kan nooit gebeuren, zegt u? Wel, enkele dagen geleden hebben de burgers van een westers land van hun regering te horen gekregen dat, indien de omstandigheden dat vereisen, de staat onmiddellijk beslag kan leggen op al hun eigendommen. Het gaat hier om een Europese staat die als voorbeeld kan dienen voor alle andere Europese staten want met die 'omstandigheden' wordt uiteraard de oorlogssituatie bedoeld en die geldt voor alle lidstaten van de NAVO. Verder is het ook zo dat de meeste landen hun burgers in het ongewisse laten over het feit dat zij die praktijken allang toepassen, zij het op een indirecte wijze en wel via de ontwaarding van de betrokken munt of via 'aanpassingen' van de wet die bijvoorbeeld het ongemerkt plegen van pensioenroof mogelijk maken. Wie blind vertrouwen moeten schenken en tegelijk totaal gewantrouwd worden, en dan bovendien nog door een instantie waar men nimmer bij kan, worden in een toestand van totale onzekerheid gebracht en niet zomaar onzekerheid over de een of andere kwestie: het betreft de totale onzekerheid over het feit of men morgen nog zal leven en zodoende hangen allen die in dat geval zijn met een zwaard van Damocles boven het hoofd. Edoch, vandaag is iedereen in dat geval en dit feit wordt bovendien gebruikt om die onmenselijkheid goed te praten: klaag niet want het is voor iedereen gelijk. Het burgerschap is een staat van gevangenschap en absolute slavernij. In bepaalde omstandigheden zou het onmenselijk zijn om de dingen op hun beloop te laten en volgens sommigen getuigt dan niet het gebruik van geweld doch het afzien van geweld als ultiem redmiddel van onmenselijkheid. Onmenselijk is bijvoorbeeld de bureaucratie die het in alle rellen en protesten niet om niets zwaar te verduren krijgt en kennelijk alleen nog met geweld valt te bestrijden. Arendt schrijft: “De aantrekkingskracht van het geweld stijgt naarmate de bureaucratisering van het openbare bestaan toeneemt. In een volledig ontwikkelde bureaucratie is er niemand overgebleven met wie men kan overleggen, bij wie men zijn klachten kwijt kan, op wie machtsdruk kan worden uitgeoefend.”1 Bureaucratie verhindert ons te handelen, het is “een tirannie zonder tiran.”2 En wie kan de filosofe tegenspreken waar Arendt wat verderop Pareto citeert: “'Vrijheid (…) waarmee ik de macht om te handelen bedoel, wordt in de zogenaamde vrije en democratische landen met de dag kleiner, behalve voor misdadigers.'”3 Maar als de machteloosheid toeneemt, wil geweld haar compenseren. Dictators die hun greep op het volk dreigen te verliezen, grijpen naar geweld. Geweld kenmerkt machteloosheid. De bureaucratie lijkt een toonbeeld van de redelijkheid, de ratio is er versteend in wetten en in regels, alle handelen gereguleerd, geprogrammeerd door technocraten, door wetenschapslui, die op hun beurt gehoor geven aan de regerende instanties. En herinnert dit niet aan het “non posse peccare” van Aurelius Augustinus? In een bureaucratie wordt niets meer zonder voorschriften gedaan, voorschriften of programma's uitgedokterd door specialisten en uit te voeren door mensen die verondersteld worden niets te weten en niets te kunnen, mensen die verondersteld worden geen mensen te zijn doch robots. De poging om het ideaal te verwezenlijken strandt in de hel der ontmenselijking. En in een kapitalistisch systeem gehoorzaamt de regering aan de bezitters. Maar bezitter wordt men niet door arbeid te verrichten: bovenaan de piramide van de bezitters bevinden zich degenen die zich boven alle wetten en regels hebben verheven, die zij straffeloos overtreden, alsof zij geen burgers waren maar goden. Zij maken de voorschriften of ze laten ze maken. Aan hen is alle creativiteit, of tenminste alle initiatief. Niet middels arbeid hebben zij de top bereikt maar met geweld: zij doden wie geen gehoor geven aan hun bevelen en ze hebben op die manier altijd vrij spel. (J.B., 24 januari 2026) 1Hannah Arendt, Over geweld, Olympus (Atlas Contact), 2021 (2004), (Oorspronkelijke titel: On violence, Harcourt 1969 , pag. 104. 2Hannah Arendt, o.c., pag. 104. 3Hannah Arendt, o.c., pag. 105. Vilfredo Pareto (1848-1923) naar wie het Pareto-principe is genoemd, dat zegt dat (in, Italië) 80 pct. van de bezittingen in handen is van 20 pct. van de bevolking. |




