Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Berichten van 1 januari 2024 tot 31 december 2024

De 'proxy-war', WOIII en 'prebunking' Aflevering 1: Oorlog, het verlengstuk van de economie

 

De 'proxy-war', WOIII en 'prebunking'

Aflevering 1: Oorlog, het verlengstuk van de economie

De hoogbejaarden van vandaag herinneren zich nog hoe hun vaders gedurende de Tweede Wereldoorlog met het oor tegen de radio aan het verboden nieuws probeerden op te vangen want de zenders werden ook hier verstoord omdat de waarheid niet aan het licht mocht komen, dat zou immers wel eens kunnen resulteren in massale desertie. Het volk wordt hoe dan ook verraden door zijn leiders omdat oorlogen zich niet afspelen tussen rivaliserende landen maar tussen klassen van mensen en aan die realiteit die te hard is om door de grote massa verteerd te kunnen worden, herinneren de woorden van John Heartfield: “Krieg und Leichen, die letzte Hoffnung der Reichen.”

De Europese oorlog die in feite sinds vele jaren maar ook openlijk sinds een tweetal jaren in de Oekraïne woedt, is een typische 'proxy-war' zoals bijvoorbeeld ook de oorlogen in Noord- en Zuid-Korea, Noord- en Zuid-Vietnam, Syrië, Afghanistan en er zijn er nog een paar. In die gebieden vechten telkenmale schijnbaar tegengestelde partijen onderling maar in feite vechten daar de grootmachten met elkaar, die de mensen ter plekke gebruiken door hen vanuit de twee kanten van wapens te voorzien en van soldaten. De grootmachten vrijwaren op die manier zichzelf van het onheil van de oorlog dat aan de mensen uit de oorlogsregio wordt overgelaten maar zij gaan wel aan de haal met alle voordelen van de conflicten. Bij de beëindiging van het conflict verdelen ze onderling de buit die dan onder een soort van protectoraat van de betreffende grootmachten komt te staan of dan zeker toch onder de invloedssfeer. Maar voor het zover is, leveren ze aan de strijders ter plekke vooral wapens: oorlogswapens, te betalen door de grootmachten maar in de praktijk vooral opgehoest door de landen met wie de grootmachten een alliantie hebben. Op die manier kunnen onder het voorwendsel van hulp aan de getroffen gebieden miljarden worden verdiend aan wapenhandel waarbij (per definitie kleinere) bondgenoten van de respectievelijke grootmachten kunnen worden gepluimd in ruil voor 'bescherming' zoals dat heet. Dezelfde aftroggelaarstactiek bestaat waar straatbendes tegen betaling aan hard werkende burgers bescherming aanbieden terwijl het dan diezelfde bendes zijn die eventueel weerbarstige burgers aanvallen en bijvoorbeeld hun te beschermen winkels in brand steken. Nu is het met het oog op het creëren van partijdigheid welke noodzakelijk is om mensen naar het front te krijgen, dat sinds vorige week de Europese top maatregelen heeft afgekondigd om wat in feite de informatieoorlog wezen moet, van start te laten gaan. De vergelijking, gemaakt door Ursula von der Leyen, van de zogenaamde 'prebunking' met de vaccinatiecampagne tegen de pandemie, versterkt sommigen in de overtuiging dat de pandemie niet alleen een toevallig bruikbaar voorbeeld is om de strijd tegen valse informatie te verduidelijken maar veeleer een bewust gecreëerde voorbereiding. Edoch, gezien de zwakte van het huidige Rusland, mag men misschien wel veronderstellen dat de actuele Europese 'proxy-war' gevoerd wordt tussen de V.S. en China en dat het strijdperk van de Oekraïne zich binnenkort zal uitbreiden en ook de rest van Europa zal beslaan (Oekraïne plus de rest van Europa, incluis het Europese deel van Rusland). Het zou dan geen Derde Wereldoorlog worden (men zou gek moeten zijn om daar aan te beginnen) maar weer een 'proxy-war' met Europa als strijdperk, zoals eens Korea het strijdperk was, of Vietnam, Syrië en zo meer.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 3 juni 2024)






Eeuwige regen

 

Eeuwige regen

– Omsk Van Togenbirger, ik wil u niet weghouden van de dis maar wees zo goed nog rap te antwoorden op mijn vraag terwijl een plensbui ons hier sowieso staande houdt onder dit afdak van de supermarkt...

OVT: Goed, maar vlug wat want de wolk is al bijna overgewaaid!

– We hebben de verkiezingen, we hebben de oorlog, maar het belangrijkste zouden we erbij vergeten, het klimaat: waar vandaan al die regen? Want zou men warempel niet aan een zondvloed gaan denken? De weerman lijkt het ook niet uit te kunnen leggen met zijn straalstroom...

OVT: Kijk, ik was onlangs in de kliniek met een blaas-nierprobleem en moest daarvoor bij twee specialisten: die voor de blaas en die voor de nieren. Die van de blaas, de uroloog, had een stent gestoken om mijn waternier te draineren richting de blaas en toen ik hem vroeg hoe het met mijn slechte nier gesteld was, antwoordde hij dat hij het niet wist: dat is de taak van mijn collega nefroloog, zei hij. Zorg jij maar dat je voldoende drinkt! Daags nadien ga ik dus bij de nefroloog en die vertelt mij dat ik zuinig moet omspringen met slechts één nier en dat ik derhalve zeker niet teveel mag drinken. Buiten raad ga ik dus naar de huisarts met de vraag welk advies ik dan moet volgen en die zegt mij heel droogjes dat zowel de uroloog als de nefroloog gelijk hebben en dat ik misschien het best kan drinken als ik dorst heb. Welnu, hetzelfde is aan de hand met de weersvoorspellers.

– Hemeltje!

OVT: Wel ja, de weerlui (ongeacht of dat weermannen of weervrouwen zijn) houden zich bezig met de winden en de waters laten zij over aan de oceanologen maar het spreekt vanzelf dat in de realiteit water en wind onderling verbonden zaken zijn. Zie je waar ik naartoe wil?

– Neen...

OVT: De golfstroom ken je?

– Ja, de zeestroom die ons aandoet vanuit de Golf van Mexico?

OVT: Precies. De zee zit dus vol met stromingen, warme en koude, ze gaan in elkaar over en werken op elkaar in, gevolgzaam aan simpele thermodynamische wetten. Ze zien eruit zoals rupsbanden: warm water stroomt van de evenaar naar de polen, botst daar tegen het ijs, koelt af, gaat daardoor meer zout bevatten en wordt zwaarder, zinkt en keert in een benedenstroom terug.

– Dat lijkt zo te zijn, inderdaad.

OVT: Nu stelt men sinds verschillende decennia vast dat de Noord-Atlantische drift, zoals men die zeestroming ook wel noemt, aan het afnemen is in sterkte.

– Heb ik van gehoord, ja.

OVT: En kijk je soms naar de weerkaarten, naar de regenradar bijvoorbeeld?

– Jazeker.

OVT, Wel, dan zul je al gezien hebben dat er dikwijls een wolkenveld op ons af komt vanuit de Golf van Mexico?

– Mja...

OVT: Wolken, dat is verdampt water, niet? En warm water verdampt eerder dan koud water: vandaar zie je die wolkenslierten precies boven de stromingen met warmer water hangen, snap je? De wolken lijken uit de Golf van Mexico te komen, onze richting uit, maar zij doen dat alleen maar omdat zij de stoom zijn uit de warme golfstroom. Welnu: vroeger kwamen die golfstroom en dus ook de wolkenmassa's grotendeels tegen de westkust van Engeland terecht, vandaar regent het daar zo vaak en heeft men in de "Engelse Riviera", de regio Cornwall, op de Scilly-eilanden, een subtropisch klimaat. Maar nu de golfstroom afzwakt en veeleer tegen de Franse kust aanbotst, krijgen wij ook hier aan het Kanaal ons deel van de regenwolken die de golfstroom begeleiden.

– En is dat wetenschap?

OVT: Geen idee, mijn beste, maar het zou best kunnen. Nu, het regent niet langer, ik moet er als een hazewind vandoor. Fijne dag nog!

(J.B., 1 juni 2024)








“Luister alleen naar het officiële nieuws”: “pre-bunking”, de nieuwste zet in “the war on information”

 

“Luister alleen naar het officiële nieuws”: “pre-bunking”, de nieuwste zet in “the war on information”

Beter voorkomen dan genezen, dat is het advies dat leidt tot de praktijk van de vaccinatie. Bij het vaccineren geeft men het volk een heel klein beetje van de ziektekiemen in een bovendien nog afgezwakte vorm, zodat het lichaam ruimschoots de tijd heeft om zich met de aanmaak van antistoffen voor te bereiden tegen de aankomende ziekte zelf. Maar nu heeft een geleerde een gelijkaardig middel bedacht tegen misinformatie en sinds vorige week is EU-voorzitster Ursula Von der Leien, bekend van het miljardenschandaal 'Pfizergate', deze methode gaan toepassen in heel Europa om aldus een waterdichte censuur te realiseren en alle mogelijke kritiek op het dictatoriale beleid een stap voor te zijn. Lees hier alles over dit reeds hier en nu aan de gang zijnde project:



https://www.nakedcapitalism.com/2024/05/just-before-eu-elections-von-der-leyen-commission-goes-all-in-on-orwellian-and-dicksensian-narrative-control.html








Bericht een de lezer: libricide-

 

Bericht aan de lezer:

Vanmorgen hebben wij vastgesteld dat in de tijdspanne tussen gisterenavond en vanmorgen onze teksten van voor de datum 11-04-2021 quasi allemaal verdwenen zijn van het blog 'Tisallemaiet'. Dit zowel op het platform van Bloggen.be als op het platform van Seniorennet.

Een screenshot van de index staat hier onder:



2602501-cf97cf1ed48594d1cbdc54d2e679a753.jpg


9 juni 2024 en gemene geheimen (deel 2)

9 juni 2024 en gemene geheimen (deel 2)

Discriminatie, ontmenselijking, pesten. Bij discriminatie gaat het om rechten en mensenrechten die onthouden worden aan bepaalde mensen om oneigenlijke redenen. Bij ontmenselijking worden medemensen soms door het (fascistisch) bestel zelf monddood gemaakt, als het ware zoals gebeurt met een kankergezwel: zij worden middels een chirurgische ingreep uit de maatschappij weggesneden, geïsoleerd en voor de rest van hun leven lam gelegd.1 In het geval van pesten worden mensen blootgesteld aan de beestachtige inborst van medemensen doordat verantwoordelijke politici het nalaten om aan de kwetsbaren in kwestie de nodige bescherming te bieden. Maar er bestaat nog erger.

Wie de jongste verkiezingsprogramma's in de media gevolgd hebben, konden daarvan getuige zijn hoe de voorzitter van partij Vlaams Belang het pestgedrag promoot vanuit een populistische politiek en aangedreven door louter machtswellust. De media zijn somtijds een verraderlijke bron van informatie: de radde tong wordt makkelijk verwisseld met intelligentie en vaak gaat alles razendsnel en vallen de puzzelstukjes pas samen als het te laat is. Want wie heeft het nog niet meegemaakt: men wordt in de maling genomen door een verkoper en men beseft het pas als men zijn geld kwijt is. Zo dreigt het ook dit keer af te lopen met de verkiezingen: voor een groot deel van de kiezers zit het er dik in dat pas als zij hun stem kwijt zijn, zij zullen beseffen dat demagogen met radde tongen ermee aan de haal zijn.

Een bijzonder gevaarlijke groep van neonazi's dreigt hier heden de macht te grijpen met gegarandeerd een desastreuze impact op de samenleving welke zich nu reeds manifesteert.

In een artikel van de hand van Zico Saerens, d.d. 4 april l.l., getiteld: “Na het drama in Finland (waarbij een 12-jarige gepeste jongen drie klasgenoten neerschoot): hoever kan jarenlang pesten jongeren drijven?”, vertelt traumapsycholoog Margo Van Landegem dat de invloed van pesten vaak onderschat wordt: "Bij trauma's denken de meeste mensen aan mishandeling, verwaarlozing of seksueel misbruik. Maar ook pesten - zeker als je daar lange tijd slachtoffer van bent - kan een serieuze impact hebben op jezelf en je zelfbeeld, zeker als je nog in volle ontwikkeling bent." Trauma is niet abstract maar betekent vaak ook beschadiging van het zenuwstelsel: in het genoemde artikel legt M. Devriendt uit hoe slachtoffers van pesten op den duur de controle verliezen over hun emoties en gedrag. “"Ons oerbrein gaat standaard de omgeving scannen op gevaar. (…) Als je lange tijd wordt gekleineerd of vernederd, gaat je omgeving altijd als onveilig aanvoelen. Je lichaam wordt hyperalert en gaat constant in een stressreactie. Daardoor ervaar je geen veiligheid meer. (...)" Wie stress ervaart of zich bedreigd voelt - iets wat slachtoffers van pesten continu ervaren - valt terug op een automatisch verdedigingsmechanisme. Het is iets waar je niet zélf bewust voor kiest, je lichaam neemt het over.” Het slachtoffer wil alleen maar dat het ophoudt. Dan kunnen de stoppen doorslaan maar in de meeste gevallen richt het slachtoffer van pestgedrag de agressie op zichzelf en pleegt zelfmoord. Veel slachtoffers van pestgedrag krijgen een laag zelfbeeld en geraken aan de drank of de drugs. Tot daar het artikel van Zico Saerens.2

Pesten is rampzalig voor de maatschappij en uitgerekend kinderen zijn daarvan de eerste slachtoffers: sinds dit bovendien wetenschappelijk vast staat, kan het dulden van pestgedrag nimmer getolereerd worden. Maar waar het pesten bovendien wordt aangemoedigd en dan nog in het openbaar en vanuit een positie die toekomt aan een politiek leider, is sprake van desastreus en massaal machtsmisbruik jegens kinderen, om niet te spreken over massamoord.

Dat gewetenloze schurken alsnog een forum krijgen in de media is bijna onbegrijpelijk omdat het niet vanzelfsprekend is dat de meerderheid van het publiek over voldoende kritisch vermogen beschikken om het gebeuren in de juiste context te kunnen plaatsen. Op lange termijn is het vertrouwen in de vrijheid van meningsuiting weliswaar terecht maar op amper enkele dagen verwijderd van beslissende verkiezingen kan de impact van dergelijke inbreuken dermate ontwrichtend zijn dat alle redelijkheid zoek raakt. En verkiezingsuitslagen kunnen niet worden bijgewerkt wanneer immers pas achteraf een evaluatie aantoont dat het publiek in verregaande mate werd bewerkt door gewetenloze demagogen-praatbarakken. Andermaal: voor een groot deel van de kiezers zit het er dik in dat pas als zij hun stem kwijt zijn, zij zullen beseffen dat agitatoren met radde tongen ermee aan de haal zijn.

Ter herinnering:

“(...) Over de feitelijke invloed op het volk van wat autoriteiten allemaal 'uitkramen' wordt altijd listig gezwegen omdat potentaten zelden verantwoordelijk handelen. Herinneren wij ons bij deze gelegenheid maar een keer de verbanden tussen enerzijds de extremistische theoretici die niet echt lijken te handelen en die derhalve onschuldig lijken en anderzijds zij die met deze ideeën plannen smeden om ze ook in de praktijk te brengen – de uitvoerders of de beulen. Het zijn verbanden die verborgen blijven... zolang zij zich niet manifesteren in een of ander bloedbad!

Een voorbeeld van net geen acht jaar geleden biedt ons de zaak van de Noorse massamoordenaar Anders Breivik uit wiens geschriften bleek dat tot diens grootste inspiratiebronnen de teksten behoorden van Vlaams-nationalist Paul Belien die na de calamiteiten en na de bekendmaking van de inhoud van het racistische manifest van Breivik, zijn verwondering uitte over het feit dat hij door de moordenaar meer dan tachtig keer geciteerd werd. Dat de man niet leek te kunnen begrijpen dat hij de muze was geweest van een massamoordenaar, illustreert uitnemend het schromelijke tekort aan mensenkennis en aan realiteitszin bij haat zaaiende politici en ofschoon de gedachten vrij zijn, volgt daaruit niet zo vanzelfsprekend dat ook de uitgesproken of de neergeschreven woorden dat zijn – zij zijn immers specifieke daden – en derhalve kan men stellen dat de psychopathie welke wordt toegeschreven aan blinde volgers van dergelijke profeten, evenzeer deze profeten zelf treft, en zeker daar waar zij kunnen geacht worden het impact in te schatten van de selectieve misantropie die racisme heet en die uiteraard wordt vergezeld van en uitgelokt door een zekere verschijningsvorm van de immer verblindende megalomanie.

Want het is een wetenschappelijk gegeven dat mensen kuddedieren zijn en dat de kuddegeest zich uit in onder meer een sterke afhankelijkheid van autoriteiten; in de navenante volgzaamheid worden dikwijls onnadenkend en aldus geheel gewetenloos de bevelen van de autoriteit ten uitvoer gebracht – onder meer het zogenaamde gehoorzaamheidsexperiment van Stanley Milgram uit 1963 illustreert dit overtuigend. (...)”3

(J.B., 30 mei 2024)

1Zie het eerste deel van dit artikel over hoe mensen vakkundig worden ingekist: https://blog.seniorennet.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2602169

3Jan Bauwens, Panopticum Corona, pp. 125-127 (tekst d.d. 22-25 januari 2019). Zie voor de tekst online: https://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/93208112525.pdf ; Dit is de derde paragraaf van een vijf paragrafen tellende tekst d.d. 22-25 januari 2019, getiteld: “Terug naar de middeleeuwen”; zie: https://www.bloggen.be/admin.php?state=2&substate=W&ID=3139847

https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3139847

9 juni 2024 en gemene geheimen

9 juni 2024 en gemene geheimen

Nooit voorheen was de dreiging van extreemrechts zo groot als vandaag: terwijl zij zich in de jaren dertig van de voorgaande eeuw beperkte tot Duitsland, Italië en Japan, gaat zij heden gelijken op de rattenplaag in La Peste van Albert Camus, en zoals een heuse pandemie spreidt zij zich niet alleen uit over het Europese continent maar over de ganse wereld. In de roman van Camus stond de pest symbool voor extreemrechts maar in de huidige werkelijkheid gaat de pandemie er letterlijk aan vooraf, als was dit fysieke onheil een aankondiging voor een niet langer te bestrijden ramp, daar zij nu niet slechts de stof aantast maar ook en vooral de ongrijpbare geest die, zoals uit de sprookjes van Grimm of uit die van Duizend-en-één-nacht, eenmaal ontsnapt uit de fles, nimmer daarheen terug zal keren omdat ook zij, zoals alle andere dingen, gehoorzaamt aan de wet van de entropie welke gebiedt dat van zodra de chaos de vrije teugel krijgt, hij nimmer meer tot de toestand van orde kan teruggeroepen worden.

En de oorzaak van het onheil dat de wereld aandoet en dat onherroepelijk de gruwelijke beelden oproept van het in feite eeuwig op de loer liggende nazitijdperk, is zonder ook maar enige twijfel te situeren bij een 'elite' die zich omwille van het bouwvallig worden van haar leugenkastelen verplicht zag om de libricide te introduceren, de boekverbranding, het snoeren van de mond van alle burgers, het inperken van de bewegingsvrijheid, het onmogelijk maken van menselijk contact, terwijl zij uitbazuinde, overvol van zichzelf maar reeds door haar slechte geweten aan het wankelen gebracht: “Luister alleen naar het officiële nieuws!”

Deze rampzalige elite met haar nieuwe waarheden en maatstaven die voorheen al resulteerden in genocide op joden, homo's, Roma's, gehandicapten, kortom alle kwetsbaren op aarde (alsof er ook onkwetsbaren waren!), is onmiddellijk na haar veroordeling op de Nürenbergprocessen in het zog van de Tweede Wereldoorlog ongemerkt verrezen in een vorm die nog minder vatbaar is voor kritiek en voor veroordeling omdat die vorm de naam van wetenschap is gaan dragen - wetenschap, de religie van de nieuwe tijd, de tijd die de methode heeft vernieuwd om door te kunnen gaan met datgene waarmee zij bezig was: de moord op al wat goddelijk is en heilig, en het inpalmen van de troon van de Schepper zelf om te her-scheppen wat Hij schiep, om wat Hij fout deed, te verbeteren, Hem aldus andermaal aanvallend maar dan in de rug, zoals degenen doen die geloven dat zij op die manier ontsnappen kunnen aan de plicht om voor hun daden verantwoording af te leggen.

De eerste door te voeren correctie betreft dan uiteraard het schepsel dat naar Gods beeld en gelijkenis gemaakt zou zijn - de mens - en tot de te verbeteren exemplaren behoren onder meer degenen waarvan er eerder duizenden naar de gaskamers werden gedreven, namelijk de homo's. En de veroordeling van deze 'verkeerde' mensen door de nieuwe financiële en politieke elite die zoals voorheen onveranderd bestaat uit dezelfde dienaren van Mammon, krijgt voortaan gestalte in onaantastbare, heilige, want wetenschappelijke vormen: het in het leven roepen van een research naar de oorzaken van homoseksualiteit verkapt a priori de stelling dat mensen die met betrekking tot dit thema niet beantwoorden aan het traditionele concept, ongewenst zijn - indien zij niet meteen fysiek worden uitgeschakeld, dan dienen zij toch verbannen of 'verbeterd' te worden, 'bijgewerkt', zoals dat gebeurt met zaken die het aandurven om weerstand te bieden aan de gekende vormen van manipulatie die erop gericht zijn om nog uitsluitend bestuurbare en vervangbare massaproducten te fabriceren welke passen in het kraam van Mammon.

Zo kan naast misdadige wil alleen nog onverstand verantwoordelijk zijn voor het koortsachtig zoeken naar de oorzaken van homoseksualiteit. Immers, wie zich er terdege rekenschap van geven dat homo's zich door de band niet voortplanten, krijgen meteen de verklaring in de schoot geworpen voor het feit dat actueel de overgrote meerderheid van de mensen (en van de dieren?) heteroseksueel gericht zijn en dat 'slechts' vijf percent van de bevolking zich tot de homopopulatie kan bekennen. Want dit is het geval gesteld dat er een 'homo-gen' zou bestaan: het gen plant zich dan bijna niet voort.

Inderdaad, er bestaat niet zoiets als een 'homo-gen', het gaat veeleer om een wellicht bijzonder moeilijk na te speuren complex conglomeraat van fysieke constituties welke resulteren in de seksuele geaardheid in kwestie die dan ook kan beschouwd worden als slechts een 'bijwerking' van die fysieke condities. Maar de zaak is dat dit helemaal geen verschil uitmaakt met betrekking tot de conclusie van hier boven: het bestaan van een 'homo-gen' wordt overbodig om uit te kunnen leggen waarom een meerderheid van de bevolking heteroseksueel geaard is, de uitleg dat homo's zich niet voortplanten, volstaat.

Ook vermeende 'foute' identificatieprocessen tijdens de opvoeding en ongeacht welke andere mogelijke invloeden worden overbodig als verklaring omdat de natuur geen enkel wezen in een welbepaalde richting stuurt zodat de seksuele geaardheid van een mens wordt bepaald zoals van een opgegooid geldstuk bepaald wordt of het op kruis valt of op munt: de verdeling is fifty-fifty; mannen vallen niet op mannen of op vrouwen en ook vrouwen vallen niet op vrouwen of op mannen maar mensen vallen op mensen en over de kwestie of dat dan mannen zijn of vrouwen hebben de betrokken personen helemaal niets in de pap te brokken omdat die zaak uitsluitend door (natuurlijk) toeval wordt beslecht.

Maar als het feit dat homo's een minderheid vormen het gevolg is van het feit dat zij zich (door de band genomen) niet voortplanten, dan kan de homoseksuele geaardheid bezwaarlijk nog als een afwijking worden beschouwd omdat het in de minderheid zijn van de homo's het gevolg is van een gedrag (namelijk het voortplantingsgedrag en meer bepaald het feit dat hun seksualiteit niet tot voortplanting kan leiden).

Bovendien is ook het teleologisch argument dat homoseksualiteit veroordeelt, achterhaald: dit argument betreft de 'afwijking' waarbij koppelvorming onder mensen van hetzelfde geslacht de voortplantingsfunctie zou missen. Maar de voortplanting is slechts één van de vele mogelijke functies van de seksualiteit en het verengen van de seksualiteit tot haar voortplantingsfunctie volgt uit helemaal niets anders dan uit de zingevingsdrang die ons in feite helemaal niet toekomt en die slechts eigenbelang verkapt omdat het daar in wezen gaat om het opdringen van ons eigenste willetje aan de dingen - zoals elders aangetoond.1

Edoch, van zodra men het inzicht eigen is dat bij koppelvorming door de betrokkenen van nature helemaal geen rekening wordt gehouden met hun geslacht, vervalt eveneens de inhoud van het concept van de seksuele geaardheid. Omdat koppelvorming zich wars van de geslachtelijkheid van de betrokkenen voltrekt, is er ook helemaal geen 'geaarheid' nodig om die te verklaren, wat in feite betekent dat dit concept een spook is, een soort zinsbegoocheling, iets dat slechts een schijn van betekenis heeft.

Uit deze eenvoudige vaststellingen volgt dan uiteraard dat het moreel problematiseren van de 'seksuele geaardheid' - precies omdat zij niet eens bestaat - een misdaad is jegens alle betrokkenen die daar hinder van ondervinden. En over die hinder moet men het hebben omdat zij in de plaats getreden is van de gaskamers van weleer. De gaskamers waren, weliswaar een tijdlang nadat de gruwel zich had voltrokken, fysiek aantoonbaar. De 'hinder' daarentegen welke resulteert uit de allernieuwste vormen van vervolging, is nog minder zichtbaar dan het gifgas waarmee Hitler de mensen die hij haatte om het leven bracht maar zij is niet minder dodelijk.

Die hinder is er, zoals algemeen geweten, in de vorm van discriminatie maar eigenlijk is het gebruik van deze termen oneigenlijk omdat de betrokkenen in de eerste plaats door hun veroordeling het slachtoffer worden van ontmenselijking en ontmenselijking is een misdaad van een heel ander type dan discriminatie. Discriminatie heeft te maken met rechten en met voorrechten, terwijl de misdaad van de ontmenselijking veel dieper ingrijpt in het leven van het slachtoffer. Het bewuste proces van ontmenselijking ontsnapt nog steeds aan het begrip van zelfs geschoolde hulpverleners omdat dit begrip een empathisch vermogen vereist dat niet vanzelfsprekend is en die kwestie kan ook zeer concreet worden gemaakt.

De uitdrukking “uit de kast komen” werd inmiddels gemeengoed maar het is allerminst overbodig haar betekenis te verklaren: van mensen over wie gezegd wordt dat zij met betrekking tot hun seksuele geaardheid uit de kast gekomen zijn, moet uiteraard worden aangenomen dat zij ooit in een kast terecht kwamen. Meer bepaald zijn zij daar in gestopt en dat is het werk van meerdere personen die al dan niet bewust in dienst staan van een homofobe cultuur, zoals die gangbaar was in de katholieke middens tot zowat twee generaties geleden. Een puber vertelt aan zijn ouders dat hij homo is, wat angst, hysterie en schaamte teweeg brengt omdat die geaardheid door de homofobe cultuur in kwestie niet alleen als afwijkend wordt beschouwd, zoals het hebben van te korte benen, maar meteen ook als immoreel. De ouders van de puber stappen naar een vertrouwenspersoon en raadgever die vaak de huisarts is - tot voor kort meestal een man. De huisarts laat het kind bij zich ontbieden en die vertelt hem met een geveinsde vertrouwelijkheid dat homoseksualiteit weliswaar niet langer verboden is maar desalniettemin zondig en vooral: dat het blijk geven van die geaardheid door een navenant gedrag, schande brengt over de betrokkenen.

Er is een zeker begrip voor die geaardheid, zo vertrouwt de arts aan het kind toe; je kan het dus wel doen, maar breng dan ook begrip op voor je ouders: beloof mij dat zij het niet aan de weet komen, zij zouden daar immers eeuwig onder lijden want het is hoe dan ook een schande om een homokind te hebben, dat kun je toch begrijpen?

En wat kan een puber met blind vertrouwen in zijn opvoeders anders nog doen dan een lot alsnog te aanvaarden dat echter door geen mens kan gedragen worden omdat de inhoud daarvan, die pas na het verdict en met mondjesmaat zal doorsijpelen, niets anders inhoudt dan het levend begraven worden van een nog springlevend kind in een kast? En men spreekt wel over een kast omdat er geen lijk in ligt maar in feite gaat het om een kist met daarin een mens die weliswaar dood lijkt omdat hij zwijgt maar dat zwijgen werd hem opgelegd 'voor zijn eigen goed' omdat hij door te spreken alleen zichzelf nog kon ter dood veroordelen.

Ik heb je ouders gerustgesteld, zo werkt de arts dan verder het voorgeschreven programma af: ik heb hen verteld dat het gaat om een neiging eigen aan de puberteit, een tijdelijke neiging. En je bent verstandig, je ziet al waar ik heen wil want er is een oplossing voor jouw probleem. Je ouders zullen je binnenkort vragen hoe het met je gaat op dat gebied. Je begrijpt toch wel wat je hen dan moet antwoorden? Inderdaad, vertel hen dat ze op twee oren mogen slapen, vertel hen dat het over is.

Dit kind daarentegen zal alleen nog slapeloze nachten kennen. Dit kind slikt omdat het zijn ouders moet beliegen maar omdat het gelooft wat de dokter zegt, begrijpt het ook de noodzaak van wat in zijn verdere explicatie door de geleerde man wordt voorgesteld als een 'leugentje om bestwil'.

Nu is het op het ogenblik dat het kind aan de arts belooft die instructies te zullen volgen, dat het eigenhandig in die kast stapt. Vroeger was het echt een kist, vandaag is het althans in onze contreien en in het merendeel van de gevallen gelukkig een kast omdat daarvan gezegd kan worden dat men er weer uit kan komen. Vroeger kon dat niet en in zekere conservatieve culturen kan dat nog steeds niet.

Het kind doet een belofte, zij het op grond van leugenachtige informatie, en het komt die ook na omdat kinderen, in schril contrast met de meeste volwassenen, trouw zijn: het kind leeft aanvankelijk aseksueel maar van zodra het enige zelfstandigheid heeft verworven, gaat het ofwel levenslang een rol acteren (in vele gevallen stapt het in een heterohuwelijk met op de koop toe kinderen en al hoeft dit op zich geen ramp te worden: vaak leidt het tot een immens lijden of een drama) ofwel gaat het deelnemen aan het sociale leven van gelijkgestemden, wat dient te gebeuren in een subcultuur want niet-homofiele verwanten moeten zoals door het kind beloofd voor schande worden behoed.

Het vergt een portie empathie om zich de miserie voor de geest te kunnen halen waarmee een mens van voor de tijd dat hij volwassen is, bedeeld wordt en dan nog door degenen die hem het naast aan het hart gelegen zijn maar het hoeft geen betoog wat dit zal betekenen voor wie dat te verwerken krijgen omdat dit gewoon niet te verwerken is.

Dat ondanks de vermeende welstand, de economische en de technologische vooruitgang, de talloze mogelijkheden om met allerhande wantoestanden komaf te maken, de toegang tot informatie voor principieel iedereen en het bestaan van instituties die beloven te waken over rechten en over mensenrechten, het vandaag alhier nog mogelijk is om partijen te stichten die geheel openlijk een homofobe of een anderszins discriminerende politiek voeren, is bijna onbegrijpelijk als men niet aanneemt dat die partijen in feite de wil vertolken van de mensen zelf, die onmiskenbaar wolven voor hun medemensen zijn.

En zoals iedereen dat kan vaststellen, zelfs met gesloten ogen, verslinden zij, exact zoals wolven dat doen, vooreerst de zwaksten: de ongeborenen, die immers nog geen burgers zijn, geen burgerrechten hebben en openlijk ten prooi zijn aan de massamoord van abortus provocatus; de ouderen die in de modieuze maar waanzinnige media als lastpakken worden afgeschilderd, lastpakken voor de anderen wegens hun economisch negatief nut maar ook lastpakken voor zichzelf die, als ze het maar willen inzien, maar beter voor euthanasie kunnen opteren zodat zij zelf de kist in stappen, geheel vrijwillig en alleen door inzicht gedreven, zoals ook homo's dat doen, in blind vertrouwen op hen die zich hun leiders noemen en die misschien niet geheel verantwoordelijk zijn voor hun geluk maar wel voor het ongeluk dat ze hen toestoppen met een gemene list, uitgebroed door een maatschappij die derhalve alleen de naam van 'samenzwering' verdient.

Op 9 juni trekken wij naar de stembus, de stemming is geheim, zij eist van ons geen enkele verantwoording voor wat wij doen onttrokken aan het oog van allen en hierin schuilt het kwaad: het wordt beschermd door de krachten van de duisternis, men kent aan de moord het recht toe om zich te onttrekken aan het licht. En dit zijn allemaal vruchten van de criminele samenzwering die wil doorgaan voor een samenleving. Toen ik onlangs een bezoek bracht aan een bejaarde en die vroeg om raad inzake de stembusgang, kreeg ik het volgende devies: “Stem alsof je het in het openbaar moet doen, op een podium waar iedereen je kan vragen wat je motieven zijn.”

(J.B., 29 mei 2024)

1Zie de tekst, getiteld: “Aldus verslindt de dood het leven”: https://blog.seniorennet.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2601821

Aldus verslindt de dood het leven

Aldus verslindt de dood het leven

Betekenisgeving is een term die welluidend klinkt in de ruimte van de wijsbegeerte en de ethica maar als de wijsheid ons lief is, dienen wij ons te hoeden voor het opdringen van ons eigenste willetje aan de dingen, want dat is wat betekenisgevers in feite doen.

Wie de natuur observeren, kunnen vaststellen op eindeloos veel manieren dat de zin van de dingen door de dingen zelf gedragen wordt en ook performant gemaakt: de zin van het zaadje manifesteert zich in zijn groei waarin wij die betekenis ook kunnen terugvinden als wij onszelf ontvankelijk opstellen. Daarentegen is de wil om zelf zin aan de dingen toe te kennen geen ontvankelijkheid doch opdringerigheid en aanmatiging; zingevers meten zich een status en een rol aan die hen niet toekomt omdat het niet aan mensen is om het lot van de dingen te bepalen.

Door ezels en paarden als lastdieren te categoriseren, wordt hun wezen verengd tot hun nut in functie van onszelf. Door het te hebben over 'trekpaarden' verraadt men te geloven dat paarden geschapen zijn met de bedoeling onze karren te trekken en door te spreken over 'koppige ezels', waarbij de koppigheid dan geldt als een immorele karaktertrek, veronderstelt men dat volgzaamheid moreel goed is en elk protest tegen de veroordeling tot slavernij, een zonde.

Op die manier kennen mensen aan de dingen niet alleen betekenissen toe die deze dingen uit zichzelf helemaal niet hebben maar zij bepalen tevens wat goed en kwaad zal zijn omdat het goede zal worden gezien als dat gedrag (of als dat lot) dat overeenstemt met de toegekende betekenis of zin in kwestie terwijl elk gedrag dat (of elke bestemming die) afwijkt van die toegekende betekenis, als kwaad zal worden bestempeld. Uiteraard schuift men het kwaad zodoende in de schoenen van de gedupeerde dingen of wezens maar in feite ligt het in de zogenaamde 'zingeving' of 'betekenistoekenning' zelf.

De term 'zingeving' suggereert dat men de dingen met een zin verrijkt maar het omgekeerde is het geval: door zogenaamde 'betekenistoekenning' aan de dingen verrijkt men alleen zichzelf door de dingen in functie van bijvoorbeeld het eigen nut te definiëren terwijl men ze tegelijk berooft van hun intrinsieke waarde en in het geval waar deze roofbouw zich richt op mensen, beperkt men zodoende hun vrijheid of ontneemt men hen die.

Want niet alleen levenloze dingen, planten en dieren zijn aldus ten prooi aan de menselijke arrogantie: ook de medemens deelt in datzelfde lot en zodoende bepaalt de sterkere met zijn 'betekenisgeving' aan de zwakkere het lot van deze laatste. De sterkere bepaalt wat de betekenis van de zwakkere is en wat hij hoort te doen en te laten, met andere woorden wat voor hem als goed en kwaad zal gelden of hoe zijn moraal eruit zal zien. In dezelfde aanmatigende beweging definieert hij zichzelf als ultieme betekenisgever, als schepper van waarde, ja, als boven anderen verheven godmens of godheid.

Zo bepaalden ooit blanken de betekenis van zwarte mensen door hen het lot van de slavernij toe te bedelen, alsof de zin van hun leven bestond in het slavenwerk, met andere woorden: in hun nut voor de blanken. Gekoloniseerden worden door de benaming als zodanig betekend en dus gedefinieerd tegenover de kolonisatoren; mensen uit de derde of de vierde wereld worden geopponeerd aan 'beschaafde' westerlingen, waarbij de 'beschaving' bestaat in de onderwerping aan een door derden toegewezen lot en die onderwerping krijg de welluidende naam van beschaving, christianisering, opvoeding, alfabetisering. Actueel is plotseling weer Paulo Freire's werk uit 1970: Pedagogy of the oppressed.1

Want met het zogenaamde wegwijs maken van mensen in de wereld van de informatica worden wij in feite herleid tot agenten van een door een elite bestuurd internet. Het overgrote deel van hun tijd brengen brave burgers heden aan de ketting door want ook de ketting is in deze tijden draadloos en bestaat uit niets dan een uiterst verslavend schermpje en een klavier die de stem, het timbre, het aangezicht, de persoonlijke woordkeuze, de tongval, de taal, het dialect, kortom al het persoonlijke, als volstrekt betekenisloos definiëren door van degenen die aan deze ketting liggen, te eisen dat zij zichzelf herleiden tot een op een dom klavier tokkelende vinger.

De computertechnologie beweert zin te geven aan het bestaan maar precies het tegenovergestelde gebeurt: met de computertechnologie en het internet wordt elke intrinsieke waarde onttrokken aan alle mensen die zich daarin vastrijden, al spreekt men hier uiteraard niet over een zich vastrijden maar over een zich bekwamen. Het is nota bene niet de burger die zich bekwaamt en die zich van het internet bedient - dat is de kostelijke illusie van het hele spel: het is de 'instantie' die het internet aan de burger opdringt welke zich bekwaamt, met name in de manipulatie van mensen en in hun reductie tot bedienaren van het instrument waarmee zij zichzelf steeds meer en onherroepelijker vastrijden terwijl simultaan bij hen de illusie toeneemt dat zij zodoende zichzelf bevrijden.

Onder het voorwendsel van beschaving, opvoeding, informatie en dies meer, wordt aan de mensheid haar intrinsieke zin ontnomen en krijgt zij de betekenis van een dode machine: niet zomaar een robot, maar een biorobot, meer nog: een bio-socio-robot, een dode machine met levende chips, een levenloze machine die energie verslindt en afval produceert alleen ter wille van zichzelf en die er nu in geslaagd lijkt om met haar welluidende voorwendsels allen die ooit geleefd hebben, tot haar onderdeeltjes te herleiden. Kers op deze taart: de bedienaar van deze dode machine met mensen in de tank is geen elite; het is de machine zelf, het is het niet-leven dat het leven verslindt.

(J.B., 27 mei 2024)

9 juni en de tirannie van de meerderheid

9 juni en de tirannie van de meerderheid

Als de waarheid een democratische aangelegenheid was dan regeerde de leugen niet alleen in het parlement maar ook aan onze universiteiten, in het gerecht, in het onderwijs en ga zo maar door. Maar precies doordat in de politiek de leugens het voor het zeggen hebben, uiten verschillende politieke partijen de wens dat leugens ongehinderd overal hun gang zouden kunnen gaan.

Zo verklaarde in het VRT-programma Terzake van 21 mei laatst leden een vertegenwoordiger van de partij Vlaams Belang dat zijn partij vindt dat de (politieke) meningen van onze professoren deze van de meerderheid van de bevolking moeten weerspiegelen: het percentage politiek rechts en links georiënteerde professoren aan de universiteit moet overeenstemmen met het percentage links en rechts georiënteerde verkozen politici, aldus de betrokken woordvoerder.

Afgezien van het feit dat in dat geval professoren zouden moeten benoemd maar ook ontslagen kunnen worden afhankelijk van het stemgedrag ter gelegenheid van elke nieuwe verkiezing, houdt de mening dat de professorenpopulatie een weerspiegeling van de bevolking dient te zijn, bijvoorbeeld ook in dat hun gemiddelde IQ niet mag afwijken van dat van de meerderheid der burgers. Men gaat dan stemmen voor wat waar is en reeds bekwamen sommigen staatssubsidies voor het propageren van hun 'waarheden'.1

Kennelijk treden met dit populisme de politici van Vlaams Belang in deze aangelegenheden sommige liberalen bij die een rechtstreekse verkiezing van de burgemeesters voorstaan en wensen zij ook universiteitsprofessoren middels stemming door het volk laten benoemen. Alsof het nog niet erg genoeg was dat professoraten de facto politieke benoemingen zijn.

Zoals blijkt uit hun ideologieën wensen neoliberalen dat de staat, die sinds oudsher als een goede huisvader de belangen van alle burgers en dus ook die van de zwakkeren heeft gediend, nu moet gaan garanderen dat godbetert het recht van de sterkste wordt beschermd. In feite gaat het daar om het recht van de wreedaardigste omdat in een extreem liberale economie de wereld aan de 'durvers' is: neoliberalen wensen dat voortaan de minderheden niets meer in de pap te brokken hebben; minderheden dienen met andere woorden te worden geëlimineerd. Waartoe het populisme en de tirannie van de meerderheid leiden, herinnere men zich van het nazisme van Adolf Hitler die ten dienste van de volksgezondheid de dokters gewoon verving door beulen.

De meerderheid, zoals Spinoza ons herinnert, brengt allerminst het goede voort, dat immers een product is van de onverdroten arbeid van zichzelf voor het algemeen belang opofferende enkelingen: de huldiging van het meerderheidsprincipe in de politiek laat zien dat niet het goede maar de macht daar aan de orde is en om die reden ook blijkt de democratie die wij op handen dragen zelf een leugen want een regelrechte dictatuur die alleen maar haar slaven met succes weet te verbergen.2

Maar niet voor eeuwig, omdat de waarheid ook de snelste leugen achterhaalt en zo komt het tot oorlogen omdat zij in het verlengde liggen van een wreedaardige kapitalistische economie welke immers alleen het gouden kalf dient dat, althans volgens wereldse maatstaven, dieven 'beloont' met overdaad en rechtvaardigen 'straft' met hard labeur.

(J.B., 24 mei 2024)

1Zo kreeg enkele jaren geleden filosofieprofessor aan de Universiteit Gent Johan Braeckman staatssubsidies voor het propageren van het darwinisme. Ervan uit gaande dat het darwinisme even waar is als de stelling van Pythagoras en in acht genomen het feit dat gesubsidieerde propaganda (en dus: reclame) voor de stelling van Pythagoras het volk slechts aan haar waarheid kon doen twijfelen omdat de waarheid aan reclame geen behoefte heeft, geldt dat uiteraard eveneens voor het darwinisme, wat de verzuchtingen van de betrokkenen alleen maar verdacht kan maken.

2De burgers uit de westerse democratieën danken hun hoge levensstandaard aan de slavernij in de verborgen derde en vierde wereld en zo soupeert één zogenaamde democraat het deel van gemiddeld vijfenveertig slaven op.

Over inbeelding

Over inbeelding

Het staat als een paal boven water dat de vandaag alles overmeesterende opvatting over wetenschappelijkheid (het zogenaamde fysicalisme) die steunt op een microreductionistisch wereldbeeld, berust op een schromelijke denkfout waarop reeds Augustinus van Hippo (354-430) wijst in zijn De fide et symbolo (II§2). Het gaat om de naïeve projectie van mensen die zodanig gewend geraakt zijn aan hun wereld vol werktuigen dat zij zijn gaan geloven dat àlle dingen werktuigen zijn en dat zij, net zoals werktuigen, door een 'Opperbouwmeester' (zoals de vrijmetselaars hun god effectief noemen) samengesteld zijn uit materiaal uit de natuur. Zij geloven in een godheid die net zoals zijzelf het ingewikkelde gemaakt heeft door eenvoudigere dingen volgens een zeker plan te gaan samenvoegen. In het licht van die opvatting worden de dingen dan bekeken als composities die ontleed kunnen worden tot aan hun kleinste onderdeeltjes waaruit, zoals men dan meent, principieel het grotere geheel opnieuw kan worden bekomen door ze 'op de juiste manier' samen te voegen. Alleen blijkt die 'juiste manier van samenvoegen' nog niet te zijn gevonden: een graantje kan ontleed worden in onderdelen maar van zodra men het plan opvat om uit diezelfde onderdelen een graantje samen te stellen, bekomt men wel iets met het uitzicht van een graantje, alleen blijkt dit gemaakte graantje, alle landbouwkundige zorgen ten spijt, helemaal niet te willen groeien. Het is met andere woorden de mens nog nooit gelukt om het goddelijke scheppen na te bootsen en hij kan daarin ook nimmer slagen om de eenvoudige reden dat de natuur helemaal geen constructie is en daarom ook zegt men dat hij geschapen is, wat wil zeggen: gemaakt uit niets. De vraag van Leibniz waarom er iets is en niet veeleer niets beklemtoont slechts het principieel onvatbare van de schepping.

De kaduke ideologie van het microreductionisme regeert helaas de wereld sinds de aanvang van wat wij kennen als de (westerse) wetenschap en uiteraard kunnen foute denkwijzen ook geen geluk brengen en zo klagen de kunstenaars sinds oudsher die overmoed aan in toneelstukken die wijzen op de navenante tegendoelmatigheid die al onze inspanningen om aan god gelijk te worden, begeleidt en die de gedaante heeft van de slang die zichzelf in de staart bijt. Het conglomeraat van het trio wetenschap, techniek en kapitalisme helpt onze wereld in geen tijd naar de verdoemenis, zoals onder meer Herbert Marcuse en zijn medestanders hebben betoogd in de zestiger jaren van de voorgaande eeuw, ook wel genaamd the golden sixties. Want goud kan men niet eten, zoals de mythische vorst Midas al moest ondervinden en telkenmale als die ongemakkelijke waarheid in de geschiedenis opbreekt, wordt gezocht naar alternatieven voor het helaas bijzonder log geworden systeem dat tevens extreem gevaarlijk is geworden. Die alternatieven echter blijken meestal in hetzelfde bedje ziek als het kwaad dat zij bestrijden en dat zich laat benoemen als 'inbeelding' - nota bene volstrekt onderscheiden van 'verbeelding'.

Mensen die het moeilijk krijgen met de werkelijkheid waarvan zij deel uitmaken, neigen vaak tot struisvogelpolitiek, wat wil zeggen: een ontkenning van de feiten. Zij beelden zich in dat de feiten die zich aandienen, een illusie zijn en dan fabriceren zij zelf een illusie welke zij voor werkelijk houden. Die inbeelding is een daad gesteld door een redelijk wezen dat er welbewust voor kiest om de rede niet langer te volgen, waardoor de bewuste persoon het terrein van de rede verlaat maar zodoende ook dat van de openbaarheid waarin recht gesproken wordt over wat waar en onwaar is. Immers, zoals reeds de Ouden wisten, hebben alle mensen eigen, verschillende dromen maar de werkelijkheid is voor iedereen noodzakelijk dezelfde en precies die waarheid (van de universaliteit) vormt de basis van de redelijkheid en ook van de wetenschappelijkheid. Waar de wetenschap het argument van Augustinus onder de mat veegt, degradeert zij zichzelf tot een gesticht dat volhardt in een leugen. Zij versteent er als het ware in en moet al haar energie benutten om de waarheid die immer altijd spontaan uit alles opwelt, steeds opnieuw te onderdrukken. Die energieverspilling vreet haar aan en uiteraard delen ook alle mensen onderhevig aan de leugen in de klappen.

Van inbeelding is sprake waar mensen religies aanhangen die in feite belijdenissen zijn van een geloof dat zich van de feiten heeft afgekeerd. Mensen verwerpen hun eigen sterfelijkheid en zij beelden zich in dat zij in feite onsterfelijke goden zijn die dit alleen nog niet ten volle kunnen begrijpen. Van inbeelding is sprake waar mensen ideologieën aanhangen die sprookjes zijn welke beweren de realiteit te kunnen definiëren. Bij het zich schuldig maken aan inbeelding, prent men zichzelf als het ware een beeld in dat weliswaar voldoet aan zekere persoonlijke wensen maar dat helemaal niet strookt met de werkelijkheid zoals die zich aandient aan onze zintuigen en aan ons verstand. In principe zijn sowieso alle mogelijke beelden van de werkelijkheid inbeeldingen maar hun nefaste werking treedt pas op van zodra zij stagneren. Het is met andere woorden helemaal niet fout en zelfs noodzakelijk om zich beelden te vormen van de realiteit omdat de realiteit de verbeelding prikkelt maar waar men er niet in slaagt om die beelden weer los te laten, waar men zich eraan vasthecht zoals de vrek zich vasthecht aan zijn schat, verstenen zij en doen zij tevens hun bezitter verstenen, alsof die de Medusa had aangekeken. Nietzsche, die een geschoold classicus was, vertaalde het in de volgende zin: “Wer mit Ungeheuern kämpft, mag zusehn, daß er nicht dabei zum Ungeheuer wird. Und wenn du Lange in einen Abgrund blickst, blickt der Abgrund auch in dich hinein.”1

Bij het zich afkeren van een inbeelding, neigen mensen er helaas al te dikwijls toe de gemakkelijkste weg te kiezen: zij verwisselen dan de ene inbeelding door een andere, een vaak nog kwaadaardigere leugen. Dat was bijvoorbeeld het geval met de ariosofie, ook wel de nazimystiek genoemd, die de christelijke mythen door Germaanse sprookjes verving. De variaties op dat thema doorheen de geschiedenis zijn ontelbaar, evenals de oorlogen die zij hebben voortgebracht en de ellende die vandaag de mens tot bij zijn eigen afgrond brengt. De verbeelding is verrijkend maar het ernstig nemen van het spel, dat erin bestaat zich in te beelden dat wat men fantaseert ook echt bestaat, is waanzin.

(J.B., 22 mei 2024)

1F.W. Nietzsche, Jenseits von Gut und Böse: Vorspiel einer Philosophie der Zukunft, IV, Sprüche und Zwischenspiele, 146.


 

9 juni en de verkapte verknechting van de massa

9 juni en de verkapte verknechting van de massa

Quatorze Juillet is de Franse nationale feestdag omdat op die dag het begin herdacht wordt van de Franse Revolutie die in 1789 een einde maakte aan de macht van kerk, koning en adel ten voordele van de volksmacht, de republiek. Op 5 september van dat jaar trad een wet in voege die alle jongemannen tussen 20 en 25 jaar verplichtte tot dienst in het Franse leger. Mede opgejut door de kerk verzette het volk zich hier tegen (vanaf 12 oktober in Overmere) in de zogenaamde Boerenkrijg, alras hardhandig onderdrukt met 15.000 doden. De Franse revolutie duurde tot 1799 toen de Corsicaanse generaal Napoleon Bonaparte met een staatsgreep aan de macht kwam en een dictatuur vestigde (waarin hij zichzelf in 1804 tot keizer kroonde). Bonaparte ontnam de kerk haar bezittingen (die zij immers stal van het volk) en hield stand tot hij in 1814 verslagen werd door Europese legers die de monarchie in Frankrijk herstelden alsook de macht van de kerk. Europa werd herordend en tussen Engeland en Frankrijk werd onder het gezag van Willem I de bufferstaat van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden opgericht uit de samenvoeging van de gebieden van de huidige Benelux waarvan België zich in 1830 afscheurde. Op 21 juli 1831 legde Leopold van Saksen-Coburg-Gotha de eed af als eerste koning der Belgen.

De slogan van de Boerenkrijg was afkomstig van een Brussels kerkelijk genootschap en luidde “Pro aris et focis” of “Voor Outer en Heerd”. Hij verraadt dat de kerk ('Outer' of 'altaar') het volk opjutte tegen de regering, zogezegd om onafhankelijkheid ('Heerd' of '(eigen) (h)aard') te verwerven maar in werkelijkheid was het de kerk erom te doen haar privileges en haar politieke invloed te vrijwaren. Er werd later een lied1 van gemaakt (zogezegd ter herdenking van de Boerenkrijg) dat gedurende de Tweede Wereldoorlog diende als strijdhymne voor de Sturmbrigade Langemarck van de Waffen-SS en dat waren Vlaamse collaborateurs, ook bekend als de Oostfronters, door de kerk gerekruteerd om te gaan vechten voor de nazi's. Met het refrein, dat luidt:“Voor vrijheid en recht; ongeknecht,/ Onverveerd voor outer en heerd.” spoort de kerk het volk aan zich te keren tegen zijn wereldse bezetter om het dan op haar beurt opnieuw aan zich te kunnen onderwerpen. Met de hedendaagse verkapte doch feitelijke reactionaire steun aan extreemrechts is de kerk aldus allerminst aan haar proefstuk toe.2

(J.B., 20 mei 2024)

1De tekst van het lied Voor outer en heerd is van de hand van de dichter Simons en de muziek werd gecomponeerd door Michel Preud'homme.

2 In Wikipedia wordt het als volgt verwoord: “Écrasez l'infâme” ("Verpletter het infame", "Vernietig het eerloze"), afgekort Écrlinf, was het motto waaronder (…) Voltaire de strijd aanbond met religieus dogma, misbruik, fanatisme en bijgeloof. Hij richtte zich speciaal tegen de Kerk en haar verbond met de Troon (...)”:

https://nl.wikipedia.org/wiki/%C3%89crasez_l%27inf%C3%A2me

 

Verschijnt binnenkort:

-

 

het nationalisme en de dood boek tekst

Verschijnt binnenkort:

Om te lezen, klik op de flap:

3338445-2ccfd604915cdaa96c5913540b29b9e1.jpg

Inhoudsopgave:

Ondoorgrondelijke wegen 9

5G 11

Uw geld of uw leven! 14

Aftroggelaars 19

Kannibalisme en Lebensraum. Een interview met Omsk Van Togenbirger 25

Extreemrechts, symptoom van zwakte 30

De held en het geld 34

Het kaf en het koren 37

Een gelaat van zand 40

Het licht en de duisternis 45

Misschien het laatste interview 55

Volstrekt gewetenloos 58

Democratie en mensenrechten 63

De cultus van Mammon 80

Het wrange wringen van de macht 98

9 juni 2024 en de 'vrije' mening 104


9 juni 2024 en Sint-Grobian 107

9 juni 2024 en de stomme kinderen 109

9 juni 2024 en de frontsoldaten 111

9 juni 2024, extreemrechts en de tradities 116

Adolf Hitler en extreemrechts 120

1. Frustratie, haat en waanzin 120

2. Seksuele frustratie, machtswellust en oorlog 122


3. De megalomanie van de junkie 125

4. Voortekenen van de genocide 128

5. De shoa: het plan van een occulte sekte 132

6. God en Mammon: twee handen op één buik 137

7. De uithangborden van de doodsangst 140

Paternalisme 146

Massa-executie verkapt als volksgezondheid 154

1. Verklaren en verduisteren 154

2. Macht 157


3. Vertrouwen 164

4. Nut 167

5. Roversbenden 170

6. De droom van volmaaktheid 173

7. Massa-suïcide 176

8. De ballade van Arie Hop of de consumptie van het eigen lijf 180

9. De slang die zichzelf in de staart bijt 184

10. De afgrond 188

De grote gijzeling 191


Isfahan en het sprookje van de kernbom 197

De lugubere sprookjes van extreemrechts 215

Extreemrechts en drogredeneringen 219

Het nationalisme en de dood 223

Bestellen:

 https://www.boekenbestellen.nl/boek/het-nationalisme-en-de-dood/66348 













Neoliberalisme, een miskleun vanjewelste

Neoliberalisme, een miskleun vanjewelste

De oude tegenstelling tussen liberalisme en socialisme is ons allen bekend: in twee woorden wensen liberalen maximale persoonlijke vrijheden, wat neerkomt op het recht van de sterkste of de wet van de jungle, terwijl socialisten hieraan paal en perk wensen te stellen middels staatsinmenging: de staat, zo menen socialisten, moet de vrijheden van de sterken inperken met het in wetten gieten van het solidariteitsprincipe want iedereen is kind geweest, wie geluk hebben, worden oud en niemand kiest ervoor om in een rolstoel te belanden. Maar wat zegt nu het nieuwe liberalisme of het neoliberalisme?

Neoliberalen zijn niet langer tevreden met de maximale persoonlijke vrijheid zonder beperkende staatsinmenging: zij willen bovendien (en hou u nu vast!) dat de staat optreedt als de beschermer van die wetteloosheid. Zij willen met andere woorden van de staat een instrument maken van de sterksten en dus van de wet van de jungle. Neoliberalen willen dat de staat inzake de wet van de jungle nog een tandje bijsteekt. En "de natuur een handje helpen" is exact wat Adolf Hitler betrachtte met zijn nazisme dat bestond in het opruimen van alle zwakkeren, wat resulteerde in de vervanging van dokters door beulen omdat dit de kortste weg was naar het verbeteren van de volksgezondheid: zieken die niet langer genezen worden doch worden omgebracht, kosten niet langer geld, zij laten daarentegen alleen maar geld na.

Neoliberalen willen dat de staat ervoor zorgt dat de rijken geen belastingen moeten betalen. Neoliberalen willen een regering die de milieuwetten afschaft zodat grootverdieners in bijvoorbeeld de land- en tuinbouw kunnen doorgaan met het spuiten van vergiften die niet alleen insecten doden maar ook omwonenden en consumenten van hun producten. Neoliberalen willen het verteer en derhalve ook de vervuiling maximaal opdrijven omdat dit de rijken rijker maakt en zij willen ook gebruik kunnen blijven maken van de vele slaven die vandaag worden geproduceerd door de hekkens aan de landsgrenzen die immers hun (letterlijke) overtreders illegaal maken en derhalve rechtenloos en tot slavenwerk veroordeeld. Neoliberalen geven niets om de veiligheid van (andermans) kinderen die nota bene de toekomst van de natie zijn en zij blijken ook niet te verstaan dat de underdogs met hard labeur de samenleving rechthouden - zij geloven warempel dat na de opruiming der armen, alleen nog rijken zullen overblijven.

Het neoliberalisme is de immoraliteit tot ideologie verheven met in haar zog nog slechts de oorlog: "Krieg und Leichen, die letzte Hoffnung der Reichen."

(J.B., 16 mei 2024)

s

s

Krieg und Leichen Een gesprek met Omsk Van Togenbirger

Krieg und Leichen

Een gesprek met Omsk Van Togenbirger

– Om met de deur in huis te vallen want de tijd dringt...

OVT: Jazeker, de tijd is bijna op... ga door!

– Wat moeten wij nu denken van de toestand in de wereld, de oorlog, de toekomst?

OVT: Dat vraagt iedereen zich af!

– Maar niemand beantwoordt die vraag.

OVT: Niemand durft het antwoord op die vraag te geven!

– En waarom niet dan? Is dat iets om voor te vrezen?

OVT: Zeer zeker!

– Is het antwoord dan zo beangstigend?

OVT: Niet het antwoord is beangstigend, iedereen kent het trouwens. Maar niemand durft het uit te spreken!

– Nu moet ik u wel vragen het antwoord uit te spreken...

OVT: Dat kunt u ook!

– Is dat dan zo?

OVT: Ongetwijfeld. Maar u doet het niet omdat u bang bent.

– Ik voel nochtans geen vrees.

OVT: Wat voelt u dan wel?

– Onwetendheid, denk ik.

OVT: Onwetendheid? Wel, dat is hetzelfde als vrees; het is verkapte angst.

– Hoezo?

OVT: U weet het niet omdat u het niet durft te denken, zoals men iets niet kan omdat men het niet durft te doen. Denken is een vorm van doen.

– Nu wordt het wel abstract...

OVT: Helemaal niet.

– Vertelt u ons dan alstublieft wat wij niet durven te denken.

OVT: Omdat u het vraagt!

– Bij voorbaat dank.

OVT: Hebt u gisteren naar het nieuws gekeken? Het VRT-nieuws?

– U bedoelt het interview met die meneer van de zaklamp en de radio op batterijen?

OVT: Inderdaad: een spreekbuis van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, de NAVO, die op 4 april laatst leden die haar 75-jarig jubileum vierde.

– Ja?

OVT: En wat vertelde die meneer gisteren?

– Hij vroeg meer steun voor de verdediging van Oekraïne tegen de Russische aanvallen.

OVT: Steun?

– Ja, geld.

OVT: Kijk, dat klinkt al eerlijker. En was het een vraag om geld of was het een eis?

– Een aanbod, denk ik.

OVT: Een aanbod?

– Wel ja, in principe kan men dat weigeren... wij zijn toch vrije mensen?

OVT: Is dat zo? Zijn wij dan niet gebonden aan een verdrag?

– Jawel, maar...

OVT: Maar wat?

– Indien het een verplichting was, dan was het dwang en...

OVT: Waarom wilde die meneer dan geld?

– Voor onze eigen veiligheid!

OVT: Kijk, mijn beste, ik was hier net de krant aan het lezen, hier staat toevallig en artikeltje dat misschien wel toepasselijk is in deze kwestie. Doe mij een plezier en leest u het eens hardop voor!

– Dit hier?

OVT: Precies...

– “Een zestienjarige scholier kreeg donderdag na school klappen van enkele jongeren aan het station in Geraardsbergen, nadat hij had geweigerd om 100 euro te betalen aan een jeugdbende in ruil voor bescherming.”1

OVT: Begrijpt u het nu?

– Maar... u kunt toch niet de NAVO vergelijken met een jeugdbende!?

OVT: Kreeg de scholier een aanbod of was het een eis?

– Hij weigerde...

OVT: Maar hij had kunnen denken aan zijn eigen veiligheid!

– Maar de NAVO zal ons toch geen klappen verkopen!?

OVT: Kent u de tegenhanger van de NAVO?

– Bedoelt u het Warschaupact?

OVT: Het Warschaupact werd door Chroesjtsjov opgericht in 1955 als tegenhanger van de NAVO en het verenigt de communistische landen militair.2 Na de val van de Sovjet-Unie in 1991 werd dat het jaar daarop vervangen door de CSTO, de Collective Security Treaty Organization of de Organisatie voor het Verdrag inzake Collectieve Veiligheid.3

– Inderdaad...

OVT: U ziet toch aan de naam alleen al dat het telkens gaat om organisaties die zich tegenover het eigen volk uitgeven als hun 'beschermers'?

– Ja...

OVT: De NAVO en de CSTO, de westerse en de oosterse beschermingsorganisatie, toch?

– Ja...

OVT: Maar voor het oosten is de NAVO geen beschermer doch een mogelijke aanvaller, niet?

– Inderdaad.

OVT: En voor het westen is de CSTO eveneens geen beschermer doch een mogelijke aanvaller?

– Zo is dat...

OVT: De NAVO vraagt geld aan de westerlingen om hen te beschermen tegen de CSTO, die op haar beurt geld vraagt aan de oosterlingen om hen te beschermen tegen de NAVO, zo is het toch?

– Dat lijkt mij inderdaad het geval te zijn, ja...

OVT: En wie worden daar nu armer en rijker van, mijn beste?

– Het lijkt mij dat de NAVO en de CSTO allebei rijker zullen worden.

OVT: Juist. En waar halen zij hun rijkdom?

– Bij de bevolking, zowel in het westen als in het oosten, zo lijkt het mij.

OVT: En denk nu eens goed na, mijn beste: zou het enig verschil uitmaken indien de NAVO nu eens het oosten zou beschermen en de CSTO het westen in plaats van andersom?

– Wat bedoelt u?

OVT: Precies wat ik zeg.

– Maar dat is toch onmogelijk!?

OVT: Ik geef het u als gedachtenexperiment...

– Dat is wel heel abstract...

OVT: Negatieve getallen zijn dat ook en irrationele nog veel meer maar zij werken, daar gaat het om. Wel?

– U bedoelt dus dat wij...

OVT: Wij moeten ermee ophouden om te denken dat hier het westen tegenover het oosten staat met elk hun eigen verzekeringskantoor: het zijn de verzekeraars die tegenover het volk staan, dat zij uitbuiten. Ik val in herhaling: de oorlog is geen strijd tussen naties onderling; het ziet er wel zo uit maar dat is louter oogverblinding.

– Wat is het dan wel?

De oorlog is een klassenstrijd. Het zijn andermaal de rijken die de armen uitbuiten. Dat zag de joodse kunstenaar John Heartfield, alias Helmut Herzfeld ook al toen hij nog voor de aanvang van de Tweede Wereldoorlog in 1934 een collage maakt onder de titel: “Krieg und Leichen - Die letzte Hoffnung der Reichen”4 Het kunstwerk is actueler dan ooit.

– Maar is dat niet wat kort door de bocht?

OVT: Wie vertegenwoordigt de meneer van de zaklamp en de radio op batterijen?

– De NAVO.

OVT: En wie heeft het voor het zeggen in de NAVO? Zijn het de landen zonder wapens of zijn het de kernmogendheden?

– Zonder twijfel de V.S.

OVT: En wie heeft de macht in de V.S.?

– Dat is de president, zo vermoed ik toch?

OVT: En hoe komt de president van de V.S. in de V.S. aan de macht?

– Op democratische wijze, tiens...

OVT: Door een meerderheid dus?

– Inderdaad, dat is democratie...

OVT: En hoe komt men aan die meerderheid?

– Via een goed programma...

OVT: Ja, stel dat nu eens. Maar dat moet dan ook kenbaar gemaakt worden, veronderstel ik?

– U bedoelt: propaganda?

OVT: Reclame, inderdaad: geld! We zijn er bijna, mijn beste! Waar haalt men het geld?

– Bij winstgevende zaken.

OVT: En welke zaken brengen met de geringste inspanningen maximale winst? Denk aan het krantenartikel dat u zopas heeft voorgelezen.

– Maar...

OVT: Jazeker, er zal werd ergens een front nodig zijn waar de raketten opgebruikt worden nadat ze werden aangeschaft door de bange burgers zowel in het oosten als in het westen. Presidenten worden in het zadel gehesen door wapenhandelaars en voor wat hoort wat, zodat zij dan ook moeten zorgen voor een front waar die wapens geconsumeerd worden, overigens samen met het bloed van wie de dupe daarvan zijn.

(J.B., Hemelvaartsdag 2024)



Het nationalisme en de dood (deel 4)

Nationalisten willen een fictie in de plaats stellen van de realiteit, een vereenvoudiging van de werkelijkheid, zodat die in hun hoofden past, en vooral: zodat die door hen beheersbaar wordt. Zij willen er controle over hebben zoals huisvaders controle hebben over vrouw en kroost. De nationalisten met hun natiestaat gaan op die manier dan ook de paternalistische toer op, wat bij mensen met wat zelfrespect toch aardig wat afkeer kan opwekken want een politicus is nu eenmaal helemaal geen vader en hij moet zichzelf ook niet in die hoedanigheid proberen op te dringen: hij zal meteen door de mand vallen bij al wie aan hun zelfstandigheid gehecht zijn en aan hun privacy en dat zijn tenslotte alle gezonde geesten.

Paternalisten wekken afkeer op de wijze waarop bemoeials dat doen en betweters maar nog het meest gelijken zij op lui die al te familiair gaan doen, die aantastelijk gaan worden of die zich een relationele status en betrokkenheid aanmeten die er helemaal niet is. Vriendschap moet van beide kanten komen; waar zij van één kant wordt opgedrongen, botst zij met de wil van de ander en is er alleen dwang, opdringerigheid en ongewenst contact en dat is machtsmisbruik.

Wij weten heden allemaal hoezeer senioren in tehuizen te lijden hebben onder het gebruik van verkleinwoordjes als zij daar aangesproken worden, zittend in een rolstoel of bedlegerig. Alle goede bedoelingen ten spijt uiten heel wat ouderlingen bovendien de wens om meer met rust gelaten te worden door therapeuten allerhande die hen bezig moeten houden, wat bijzonder vermoeiend kan zijn omdat men geacht wordt om al die gestes te appreciëren en erbij te glimlachen terwijl men daar vaak gewoon gedumpt werd door de bloedeigen kinderen. Mensen die helemaal geen zin hebben om te lachen, lijden dubbel als zij de schijn op moeten houden, zij verwensen het gedoe van het meedoen met de 'leuke' bende die dat voor hen allerminst is: zij vertoeven in de laatste jaren van hun leven op een plek waar zij niet thuis zijn, zeg maar in een ballingsoord en onder vreemden die moeten doen alsof zij naaste familie van hen zijn; de oudjes zien ook wel dat het verplegend personeel acteert en zij weten dat zij door hen vergeten worden als hun dagtaak erop zit, dat zij een eigen gezin hebben waarmee de verbannenen geen zaken hebben en voor wie hun zorg onvoorwaardelijk is en gewenst. Geveinsde familiariteit is erger dan helemaal geen, zo legt ook Hannah Arendt het uit in haar studie over totalitarisme: verbannenen zijn het liefst ver weg van wie hen verwensen. Ook voor huwelijken die gestrand zijn geldt dat de partners elkaars nabijheid niet meer verdragen.

Nu pogen nationalisten met hun natiestaat en met hun nadruk op 'onze' gemeenschappelijke afkomst, burgers voor wie de staat een louter instrument is dat het menselijke functioneren regelt, om te smeden tot elkaars familieleden waarover zijzelf dan kunnen bazen zoals de pater familias dat doen mocht of de eerwaarde van destijds en zo gelijken zij op kerkse lieden die van alle jongens een soort van koorknapen willen maken ofwel vlaggenzwaaiers en van de meisjes danseresjes zodat zij kunnen worden aangewend om braaf en deemoedig hun groteske kermissen en festiviteiten op te luisteren. Als kers op de taart zullen op die hoogdagen de 'politieke leiders' 'schitteren' in pogingen om zich onder een bizarre vlag te profileren als redenaars terwijl hun speech de magen van de toehoorders in een kramp brengt zodat alleen de beleefdheid deze laatsten nog verhindert om de retors aan te manen marktkramer te worden - marktkramers doen het heel wat beter en zij irriteren niemand, zij handelen op hun terrein dat zij eigenhandig financieren. Maar de jeugd kan haar geboorteplek niet ontvluchten en dient zich te schikken naar de grillen van de leiders van de natie; zij moet daarom worden getemd zoals weleer: “Geloofd zij Jezus Christus, dag mijnheer pastoor!” Of wat dacht u van: “Heil Hitler!”?

Het verzoek wordt geuit door de vooraanstaanden om geheel vrijwillig een deel van de vrije tijd op te offeren aan het inoefenen van - wat dacht u bijvoorbeeld van de zevensprong? “En nu gaan we allemaal samen zingen!”, aldus dirigeert de plaatselijke schepen van cultuur alle inzittenden van de autobus bij een uitje naar de historische stad Damme alwaar het museum van Tijl Uilenspiegel zal worden bezocht en wanneer op de terugreis het gezelschap verzoekt om een noodstop, weerklinkt het vastberaden vanwege de baas van de bus dat de volgende plasplaats pas voor vijfentwintig kilometer verderop gepland werd.

Alle gekheid op een stokje maar worden dus die potentaten verkozen en krijgen zij hun zin, dan zullen in het ochtendgloren elke dag de kinderen van morgen in 't gelid marcheren op de muziek van de Vlaamse leeuw, de schone Schelde en Wij zijn de heersers der aarde en niemand zal nog kunnen verhinderen dat dit 'pretpark' in de plaats treedt van de vrijheid die wij alsnog kennen maar niet meer voor lang. Want wat dan eigenlijk van ons verlangd wordt, is niet dat wij ons met muziek vermaken, met dans en met nog andere culturele activiteiten, om niet te zeggen volkse spelen: wat van ons verlangd wordt, is dat wij gehoorzamen in koor aan overheersers die ons daartoe voorbereiden met het aanpassen van uniforme kleren en gebaren, liederen en idealen. Wij leren onze eerste pasjes dansen, vervolgens wordt er gemarcheerd op de cadans van tromgeroffel en zo begeven wij ons tenslotte fier en plichtbewust richting het front om daar het land te dienen en het ereteken te ontvangen dat in een schuif bewaard zal worden als wij zelf veranderd zullen zijn in bronzen beelden die de generaties die nog komen moeten, tot stichtend voorbeeld moeten zijn. Nationalisten? Neen, bedankt: ga elders spelen!

(J.B., 1 mei 2024)

Het nationalisme en de dood (deel 3)

Het nationalisme en de dood (deel 3)

Nationalisten willen dat de veelkleurige werkelijkheid zich inpast in hun zwartwitfictie en zo vervoegen zij de totalitaristen die immers lijden aan dezelfde wanen: nazifanaten, bijbelaanbidders en alle andere werkelijkheidsontkenners verjagen wie niet passen in het door hen bedachte plaatje, als zij hen al niet massaal elimineren - via haatcampagnes met karaktermoord gevolgd door regelrechte uitroeiing.

Op de vraag waarom zij dat dan doen, moet het antwoord helemaal niet verder worden gezocht dan in een reactionaire poging om het verbondenheidsgevoel terug te winnen dat zij kwijt speelden ingevolge egoïsme en ongeremde hebzucht, aangezwengeld door een wereld die van alle mensen onderlinge concurrenten maakt op het heilige traject van de carrière: de krankzinnige wedloop van elke loonslaaf naar zijn eigen dictatuur - het groteske loon van het kapitalisme dat in niets verschilt van een gigantische lotto. Die schenkt aan het blinde lot de macht om één winnaar aan te duiden ten koste van miljarden gedesillusioneerden. Als klap op de vuurpijl blijft uiteindelijk dit ongeluk aan helemaal niemand bespaard daar zelfs de nieuwe miljardair alras zal ondervinden dat geluk geen koopwaar is.

Nationalisten zoeken het verbondenheidsgevoel in een gemeenschappelijke oorsprong die hen dan toelaat om te spreken in het meervoud van de eerste persoon, wat dan prompt hun veiligheidsgevoel een beetje restaureert dat zij verloren bij het schrokkerige verdelen van de taart der welvaart. “Wat is er mis met een pensioen waarvoor je hebt betaald?”, zo koppen vandaag de kranten met de woorden van zeven oud-senatoren die naar de rechter stappen omdat zij maandelijks honderden euro moeten verliezen nu hun uitkering van 7830 euro geplafonneerd werd - zij hadden immers gehoopt op nog eens 20 percent meer.1 Maar het meervoud van het egoïsme is een fictie omdat de ene mist wat de andere teveel heeft en zo worden al wie gaan geloven in “ons volk” een flinke neus gezet: zij verkeren voortaan in het onvermogen om wie hen bestelen, aan te vallen daar zij zelf belijden hun volksgenoten te zijn.

Ook in de tijd van het nazisme was deze farce al courant: zoals destijds in de media gebracht door journalist Maurice De Wilde, bleek het enthousiasme van figuren zoals Staf Declercq met zijn VNV niets anders dan een voorwendsel waarachter extreemrechts gigantische premies opstreek om het geliefde Vlaanderen achter de rug van hun naïeve aanhang aan de Duitsers te verkopen. Zoals zijn volgelingen hem dat nu trouwens nadoen in hun vieze handeltje met de Chinezen en de Russen die straks dankzij hen hier komen binnenwandelen alsof onze tegenvoeters onze naaste volksgenoten waren.

De onderlinge rivaliteit ingevolge een mentaliteit van 'elk voor zich' kan niet overgaan in een gevoel van samenhorigheid door de creatie van gemeenschappelijke vijanden (inwijkelingen die in feite superproductieven zijn, uitgerangeerden die doorgaan voor profiteurs en wie dan ook door die verwende bende naar de maan worden gewenst) want die tactiek levert slechts samenzwering op en dat is het gevoel deel uit te maken van een misdaadbende. Misdaadbendes, dat zijn ook de natiestaten of althans de elites die hen leiden, zodat andermaal het citaat van Augustinus hier van kracht is: “Zonder gerechtigheid, wat zijn naties anders dan grote roversbenden?”2

(J.B., 30 april 2024)

1Het Nieuwsblad d.d. vandaag, 30 april 2024, blokt: “Zeven oud-senatoren vechten plafonnering van hun pensioen aan (dat hen toeliet om het op 7.813 euro bruto per maand vastgelegde plafond met 20 procent te overschrijden): “Wat is er mis met een pensioen waarvoor je hebt betaald?””:

https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20240430_91149933

2Aurelius Augustinus, De Civitate Dei, IV, 4.: ““Remota iustitia quid sunt regna nisi magna latrocinia.”

Het nationalisme en de dood (deel 2)

Het nationalisme en de dood (deel 2)

Nationalisme resulteert in oorlogen1: tegen de Europese Unie valt heel wat in te brengen maar als zij valt, keren wij terug naar jammerlijke politieke toestanden uit de twintigste of zelfs uit de negentiende eeuw en gaan de brokstukken van de Unie met elkaar in de clinch.

Die verbrokkeling is ook wat de andere politiek-economische grootmachten beogen sinds zij met lede ogen moeten toezien hoe na de stichting en de opmars van de E.U. de wereld ging beleggen in de euro in plaats van in de Amerikaanse dollar en in de munten van de andere politieke reuzen. In Europa werden nationalistische bewegingen uit de grond gestampt (of uit de sloot gehaald) en gesteund door onder meer de V.S.

Het meest bekende voorbeeld daarvan is de partij van de Brit Nigel Farage die met zijn UK Independence Party via een referendum in 2016 uiteindelijk met de Brexit Party in 2000 de Brexit gerealiseerd heeft, de eerste stap naar het beoogde uit elkaar vallen van de E.U.

De beurshandelaar Farage was partijleider en nadat hij in 1999 in het Europees parlement was gaan zetelen om de E.U. van binnen uit te gaan ondermijnen, werd hij nimmer verkozen maar uiteraard wordt hij door Amerikaanse geldschieters op handen gedragen en sinds 2017 werkt hij voor Fox News dat eigendom is van de als 'wreed' en 'sluw' bekende conservatieve en liberale mediamagnaat, multimiljardair en eigenaar van onder meer Wall Street Journal, Rupert Murdoch, die zowel in London als in New York de grote media bezit (en uiteraard ook in zijn geboorteland Australië) en die grote invloed heeft op de Amerikaanse presidentsverkiezingen.2

Rivaliserende grootmachten zaaien verdeeldheid in de E.U. middels steun aan de nationalisten en dezen zaaien op hun beurt ook nog eens verdeeldheid binnen de naties zelf waar zij met populistische programma's naar de macht dingen.

De enige hoop tegen het gegarandeerde onheil dat zij brengen, ligt bij de kiezer zelf: uiteraard moet men te allen tijde de vrijheid van mening blijven respecteren maar het is dan ook van prioritair belang dat onderscheid gemaakt wordt tussen enerzijds informatie en propaganda en anderzijds grove leugens en haatcampagnes: laat men het na om die laatste te bestraffen omdat men vreest voor de tirannie van de meerderheid, dan staat de deur naar de afgrond van burgeroorlogen (die meer te vrezen zijn dan alle andere oorlogen) wagenwijd open.

(J.B., 29 april 2024)

2De 92-jarige Murdoch zou enkele maanden geleden besloten hebben om Fox News over te laten en met pensioen te gaan.

Het nationalisme en de dood

Het nationalisme en de dood

Nationalisme laat zich meestal definiëren als de overtuiging die stelt dat staat en natie zouden moeten samenvallen. De staat is het politieke gezag, de natie zijn de mensen die een (culturele) gemeenschap vormen. Nationalisten wensen in feite enkel natiestaten.

Jammer genoeg voor de nationalisten, bestaan natiestaten alleen maar in de fictie. In de werkelijkheid kunnen weliswaar taalgemeenschappen onderscheiden worden alsook cultuurgemeenschappen maar gelukkig zijn de leden daarvan geen gevangenen: zij verrijken zich met elkanders culturen, leren elkaars talen en kunsten aan, vermengen zich middels huwelijken en middels culturele en wetenschappelijke prestaties, volksverhuizingen, arbeid en zo voort.

Nationalisten zijn in hetzelfde bedje ziek als totalitaristen in de zin waarin Hannah Arendt het totalitarisme heeft verklaard: zij houden de fictie voor werkelijkheid en tegelijk miskennen zij de werkelijkheid; zij geloven in een fictie en spannen zich in om de werkelijkheid daar in te passen. Zij passen met andere woorden de voeten aan de schoenmaten aan in plaats van andersom. En voor het gemak produceren zij één schoenmaat, dezelfde voor iedereen. Zij herleiden de mensen tot een massa van allemaal gelijkaardige, vervangbare, reproduceerbare en manipuleerbare exemplaren. Arbeiders, robots, soldaten, lijken. Krieg und Leichen, die letzte Hoffnung der Reichen.

Het totalitaire systeem wordt aangehangen door een bijzondere categorie van simplisten of werkelijkheidsvereenvoudigers. Dat zijn mensen die de complexiteit van de realiteit niet aankunnen en die er dan naar streven om die te reduceren tot vereenvoudigingen die passen in hun eigen opvattingen over die werkelijkheid. En dat is uiteraard de wereld op zijn kop.

Een mooi voorbeeld daarvan is het geloof dat een Bijbelse God man en vrouw schiep en dat alle mensen zich derhalve moeten bekennen tot ofwel het man- ofwel het vrouw-zijn, incluis al degenen die eigenlijk tot geen van de twee categorieën kunnen behoren omdat zij bijvoorbeeld geslachtskenmerken van de beide seksen hebben ofwel helemaal geen. Wie geloven in de Bijbel, miskennen aldus het bestaan van bijvoorbeeld hermafrodieten omdat die inderdaad helemaal niet bestaan in de door de Bijbel beschreven fictieve versie van de realiteit. Zij kunnen niet bestaan en zij moeten dus worden doodgemaakt, zo simpel als dat. Vandaar het bestaan van uitroeiingskampen.

De Bijbel heeft zijn fictie maar de zaak is nu wel dat er meer religies bestaan: er bestaan meer hoofden die fantaseren en dus ook meer fictieve werelden. In hun streven naar het inpassen van de werkelijkheid in hun eigenste ficties, zijn die fictieve werelden derhalve gedoemd om met elkaar in botsing te komen. Jammer genoeg botsen dan niet zozeer de ficties onderling maar vooral de levende mensen die ze aanhangen en die daardoor sterven.

Dat nog buiten beschouwing gelaten, ligt het voor de hand dat wie er naar streven om de werkelijkheid in fictieve voorstellingen ervan in te passen, gedoemd zijn om oorlog te gaan voeren. En zo stelt men vandaag vast dat de nationalist Poetin met zijn leger de Oekraïne binnenvalt om de Russen die daar wonen, weg te halen en in Rusland te gaan huisvesten. Ieder op het zijne. Jedem das Seine. En is dat niet de tekst in ijzeren letters boven het hek van Buchenwald?

Verder ligt het ook voor de hand dat de genoemde 'reparaties' dan ook eindeloos moeten doorgaan omdat de voorgeschiedenissen van alle volkeren uit niets anders bestaan dan uit vermengingen en verbasteringen.

Op die manier is het nationalisme ook verwant met het racisme. Indien er mensenrassen bestonden (wat op grond van wetenschappelijke bevindingen helemaal niet het geval kan zijn), dan zouden racisten ernaar streven om vermengingen te voorkomen en dus ook te verbieden en om nazaten van ouders die elk tot een ander ras zouden behoren, te liquideren of alvast te steriliseren. Dat zijn dan ook praktijken die met grote gretigheid beoefend werden onder racistische regimes zoals in nazi-Duitsland, met in hun zog ontelbare slachtoffers en onnoemelijk leed.

Nationalisme: het lijkt een legitieme overtuiging omdat elkeen recht heeft op een eigen mening. Zoals ook racisme een legitieme overtuiging lijkt. En zijn wij ook niet vrij om te geloven wat wij graag geloven? Alleen zijn er meer religies en is er slechts één enkele wetenschap. Er is de mening dat er rassen bestaan in een realiteit zonder rassen. En er zijn ook meningen die helemaal niet met de feiten kunnen stroken.

Wij zijn met andere woorden vrij om voor onszelf een eigen realiteit te fantaseren. Maar het gaat echt fout waar we die middels wetten ook aan anderen opdringen.

Nationalisten zijn mensen die geloven in hun eigen leugens en die willen dat ook anderen daarin gaan geloven. Maar menigeen huivert nu reeds bij de gedachte dat als het in de verkiezingen enkele keren goed fout loopt, zijn nazaten op zekere dag op school in 't ochtendgloren de fiere Vlaamse leeuw zullen moeten staan zingen, zoals nu al aan de overkant van de Atlantische Oceaan kinderen dat met het Amerikaanse volkslied moeten doen. Kinderen die dan plichtsgetrouw gaan sneuvelen in Vietnam, Korea of Afghanistan. Sneuvelen in de strijd met kinderen die aan hun eigen volkslied trouw zijn. Hoe romantisch toch, die volksliederen! Hoe romantisch, de volkshelden! Maar helaas zijn zij per definitie zonder ook maar een enkele uitzondering morsdood.

(J.B., 28 april 2024)

Extreemrechts en drogredeneringen

Extreemrechts en drogredeneringen

De waarheid heeft zoals geweten heel veel te maken met eerlijkheid maar uiteraard hangt het feit of men de waarheid te horen krijgt ook af van de kwaliteit van het redeneren: correct redeneren is voor de waarheid even belangrijk als voedsel dat is voor ons leven. En correct redeneren heeft alles te maken met de logica, die daarom ook wel redeneerkunst wordt genoemd en het gaat hier om eenvoudige doch onontbeerlijke filosofische en mathematische principes. De logica houdt zich dus ook bezig met foutieve redeneringen of dus met zogenaamde drogredenen en een van de meest hardnekkige drogredeneringen bestaat erin dat met er soms toe neigt om implicaties om te keren. In eenvoudige bewoordingen wil dat zeggen dat er een sterke drang bestaat om de implicatie met de equivalentie te gaan verwisselen. Het gaat om dezelfde drang als de drang om waarheid met waarschijnlijkheid te gaan verwisselen. Om dit met een voorbeeld te verduidelijken, nemen we de volgende 'als-dan-redenering' ('implicatie'): “Als het regent, dan wordt de straat nat.” Uit dat gegeven volgt echter niet: “Als de straat nat is, dan regent het” en wel omdat het nat worden van de straat ook andere oorzaken kan hebben dan regen. Het is weliswaar waarschijnlijk dat het geregend heeft als de straat nat is, maar zeker is dat in geen geval.

In het gegeven voorbeeld is het zeer duidelijk dat men de implicatie niet mag omdraaien: iedereen kan zich onmiddellijk indenken dat een natte straat ook het gevolg kan zijn van hagel en sneeuw of van aan de gang zijnde rioleringswerken en wat al niet meer. Maar het bedrog in de redenering kan ook bijzonder onduidelijk zijn en dat is nu het geval inzake de genoemde drogreden waar zij te maken heeft met het verband tussen gezondheid en volksgezondheid.

Het is namelijk zo dat als alle mensen gezond zijn, de volksgezondheid daar dan wel bij vaart maar het is niet noodzakelijk zo dat een uitstekende volksgezondheid altijd het gevolg is van de gezondmaking van alle mensen. Adolf Hitler bijvoorbeeld koesterde het (voor een groot stuk ook uitgevoerde) wrede plan om de volksgezondheid te verbeteren door alle zieken en gehandicapten te vermoorden: hij verving hoogopgeleide artsen gewoon door beulen en klaar was kees. Een uitstekende volksgezondheid weliswaar maar die was helemaal niet het gevolg van de gezondmaking van de alle mensen en nog veel minder was zij de vrucht van een voortreffelijke geneeskunde.

Want dat is wat men wel geneigd is om te gaan denken als men vaststelt dat bijna iedereen in het land blaakt van gezondheid: hier zijn artsen aan de slag die hun vak meester zijn - dat is men geneigd om te geloven. Als onder het nazistisch regime van het Duitsland van de oorlogsjaren en van het daaraan voorafgaande decennium het percentage van gezonde burgers toenam, was dit resultaat te wijten aan de massamoord op principieel alle zieke mensen.

Met dezelfde onbezonnenheid wordt op grond van dit goedkope bedrog dan ook alras de conclusie getrokken dat het nazisme een toe te juichen regime is want dit regime levert de allerbeste volksgezondheidscijfers.

Hetzelfde geldt voor het liberalisme waarvan reeds het extreemrechts karakter zelf verdonkeremaand wordt door de bedrieglijke vlag van de vrijheid die de liberalen in hun vaandel voeren. De vrijheid van de ene bestaat niet zonder de vrijheidsinperking van de ander omdat vrijheid grotendeels een te verdelen koek is, precies zoals rijkdom. En zo belanden we bij de welstand en bij de economie: zoals er niet noodzakelijk een oorzakelijk verband is tussen een nazistisch regime en een goed ogende volksgezondheid, net zo min bewijst een zogenaamd 'gezonde economie' de welstand van alle burgers afzonderlijk.

Het omgekeerde is zelfs waarschijnlijker. Het gemiddelde inkomen van de doorsnee burger kan een weliswaar mooi cijfer zijn maar als wij weten dat de helft van alle rijkdom in handen is van slechts 1 procent van wereldbevolking1, dan gaan wij ook inzien hoe bedrieglijk het fabeltje is dat een liberale economie ook zorgt voor een toename van de welvaart en van de vrijheid. In de twee genoemde gevallen zijn politieke regimes aan de orde waarvan de vlag de lading geenszins dekt.

Ook in de opvattingen over de zogenaamde oorzaken van de overbevolking, schuilen redeneerfouten of drogredeneringen en zo zijn er lui die geloven dat Afrikaanse armen aan de basis liggen van het overbevolkingsprobleem omdat zij geloven dat het hogere aantal kinderen dit probleem veroorzaakt, terwijl toch iedereen kan weten dat niet één doch twéé factoren maken dat een territorium overbevolkt is en dat zijn enerzijds het bevolkingsaantal maar anderzijds uiteraard ook het verbruik en de afvalproductie per kop: hetzelfde territorium dat honderd rijken kan dragen, kan duizend armen aan die tien keer minder verbruiken en vervuilen. Als wij weten dat de rijkste één percent evenveel uitstoot als twee derde van de totale wereldbevolking (wat berekend werd door Oxfam),2 hoeven wij helemaal niet te twijfelen aan het feit dat het culpabiliseren van de armen met betrekking tot dit probleem, een in moreel opzicht bijzonder verwerpelijke zaak is. Deze lafhartige stellingname wordt niettemin verdedigd door lui die zich bedienen van drogredenen waarvan aangenomen mag worden dat principieel elkeen ze kan detecteren en waarbij zij derhalve niet kunnen toegeschreven worden aan vergeeflijke vergissingen: veeleer volgen zij uit een opzettelijk bedrog, aangedreven door hebzucht en machtswellust. En dat is wel iets heel anders dan vrijheidsdrang.

(J.B., 26 april 2024)





De lugubere sprookjes van extreemrechts

De lugubere sprookjes van extreemrechts

– Omsk Van Togenbirger, de verkiezingen staan voor de deur, binnen een goede maand is het zo ver en op 9 juni zal de teerling geworpen zijn. Er wordt gevreesd dat extreemrechts aan het bewind zal komen. Is die vrees terecht?

OVT: Als je bedoelt of de vrees dat extreemrechts aan het bewind komt, terecht is, dan denk ik dat dit het geval is. Bedoel je echter in vraag te stellen of het bewind van extreemrechts te vrezen valt, dan denk ik andermaal bevestigend te moeten antwoorden.

– Waarom dan is een bewind onder extreemrechts te vrezen?

OVT: Om meer redenen uiteraard maar in de plaats omdat de programma's van extreemrechts ons de dieperik zullen in helpen.

– Hoezo?

OVT: Omdat zij niet ontsprongen zijn aan verstandelijk overleg. Extreemrechts is populistisch en populisten zetten in hun programma wat de kiezers vragen. Of het ook nog uitvoerbaar is, laat hen in eerste instantie koud.

– Een voorbeeld?

OVT: Neem het onderwerp bij uitstek, twee onderwerpen eigenlijk: de koopkracht en het vreemdelingenbeleid. Extreemrechts wil de illegalen weg en tegelijk beloven zij meer koopkracht maar die twee zijn onverenigbaar.

– Waarom?

OVT: Omdat illegalen slavenwerk verrichten. Als deze goedkope arbeidskrachten er niet meer zijn, wordt alles veel duurder.

– Is dat aantoonbaar?

OVT: Ik herinner mij een artikel van twintig jaar geleden van de hand van Sara Frederix, het verscheen in het magazine MO*.1 Zij verwijst naar de Nederlandse socioloog Godfried Engbersen die betoogt dat zonder illegalen onze economie in elkaar zou storten.

– En waarom dan?

OVT: In België leven naar schatting tenminste honderdvijftigduizend mensen zonder papieren, maar wellicht een pak meer: zij leven ondergedoken want zij worden tewerkgesteld in het zwarte circuit. Frankrijk telt er driehonderdduizend, gans Europa drie miljoen en de V.S. tien miljoen.

– En dat zijn cijfers van twintig jaar geleden?

OVT: Inderdaad: sindsdien gaat het alleen maar in stijgende lijn. En ik citeer uit het artikel: “Hoe meer de voordeur van Fort Europa wordt vergrendeld, hoe meer mensen door de achterdeur binnenkomen.”

– Hoeveel verdienen zij dan?

OVT: Waag het maar niet hen aan te spreken of je krijgt te maken met hun werkgevers! Noord-Afrikanen en Oost-Europeanen werken hier voor een uurloon van één euro, dat is twintig keer goedkoper dan de legale arbeidskrachten en zij doen dubbele shifts en meer; zij kosten niks aan de ziekenkas en aan het pensioenfonds, ze doen meestal afmattend, ongezond en gevaarlijk werk en hebben geen rechten, behalve dan onderwijs voor de kinderen en dringende medische hulp. Reken maar uit: zij zijn zeker dertig keer goedkoper dan legale arbeiders.

– Dan zouden zij hetzelfde presteren als tweeënhalf miljoen geregulariseerde werkers?

OVT: Dat is goed gerekend. Het aantal werkende Belgen bedraagt vijf miljoen, maar dat is alleen op papier zo; iedereen weet dat meer dan de helft van hen weliswaar een job hebben maar in feite weinig bijbrengen.

– Dan wordt zowat de helft van de arbeid gepresteerd door onze illegalen?

OVT: Zeer zeker. En reken nu maar uit wat er zou gebeuren met de levensduurte als zij allemaal het land werden uitgezet, zoals extreemrechts het zegt te zullen regelen.

– Maar de politici weten dat dan toch!?

OVT: Zeer zeker. Sara Frederix beschrijft met voorbeelden dat Europese politici illegale arbeiders met rust laten zolang ze onzichtbaar werken. Ze gaan te werk op dezelfde manier als de mensenhandelaars en de huisjesmelkers die zij geacht worden te bestrijden. En men dacht dat de struisvogelpolitiek niet zou kunnen blijven duren.

– Extreemrechts zal er een eind aan maken?

OVT: Ten koste van de koopkracht? Vergeet het! Dan krijgen ze geen enkele stem meer. Hun programma is gewoon onuitvoerbaar. Wie stemmen voor extreemrechts geloven in sprookjes. Zij willen dus alleen de macht en eenmaal ze die hebben, zullen ze die vasthouden met alle beschikbare middelen.

– Zoals?

OVT: Hoe behoudt Poetin zijn macht? Een dictatuur vestigen, alle tegenstanders vergiftigen en oorlogen beginnen. Hoe gaat het refrein ook alweer?

– “Krieg und Leichen, die letzte Hoffnung der Reichen!”

OVT: Goed zo!

– Hemeltje...

(J.B., 24 april 2024)

1Sara Frederix, Pak alle illegalen op en de economie stort in elkaar, MO*, 28 maart 2006. Zie: https://www.mo.be/artikel/pak-alle-illegalen-op-en-de-economie-stort-elkaar





Isfahan en het sprookje van de kernbom (deel 4)

Isfahan en het sprookje van de kernbom (deel 4)

“Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen,

en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen.”

(1 Korinthiërs 1:19-21)



Dreiging is het sleutelwoord. Onzekerheid. Onwetendheid. En uitgerekend dat is het resultaat van de wetenschappelijke bedrijvigheid, van de wil tot weten.

La volonté de savoir is een collegereeks (en tevens de titel van het eerste volume van het boek Histoire de la sexualité) van een der grootste wijsgeren van de afgelopen eeuw, de Franse filosoof en psycholoog Michel Foucault uit 1971. Foucault is structuralist, wat wil zeggen dat hij geen verklaring van de dingen ziet door hun genese maar wel door hun structuur.

We hebben Foucault eerder ontmoet in verband met de problematisering van het spreken van waarheid - de zogenaamde parrhêsia - naar aanleiding van de coronacrisis, waar hij betoogt dat “het spreken van waarheid in een democratie structureel onmogelijk is”:1 de democratie kan immers de goede van de slechte redenaar niet onderscheiden omdat zij gehoor moet geven aan de meerderheid (de slechtsten) terwijl de besten in de minderheid zijn.2 Immers, de vrijheid om het woord te nemen, is aan allen, wie dan ook, gegeven,"3 dus ook aan dronkaards, gekken, dieven en vleiers, wiens meningen het algemeen belang schaden maar ook het belang van het individu dat dit spreekrecht goed gebruikt.4 Op die manier wordt de waarheid door de wereldse machten structureel verbannen.5

De wereldse machten verbannen de waarheid structureel maar ook God, die de waarheid is, wordt aldus structureel verbannen. En dan volgt uiteraard ook de mens, die wordt herleid tot een knooppunt van relaties. De structuren maken dat het werktuig meester van zijn meester wordt, dat kernkoppen gaan heersen over mensen, dat zij van mensen hun instrumenten maken en hun 'wil' situeert zich zoals eerder gezegd niet in verstandelijk overleg: zij zijn producten van angst, overheersingsdrang en haat en dat zijn dierlijke emoties. Het in werking treden van kernkoppen wordt 'gestuurd' door onbewuste structuren, zodat wij konden zeggen dat kernkoppen materialisaties zijn van lagere driften. De kernkoppen zijn de lichamen van boze geesten.

Foucault grijpt inderdaad terug naar de dieptepsychologie volgens welke het menselijke handelen geregeerd wordt door onbewuste structuren, zodat van (bewuste) wil en van vrijheid geen sprake meer kan zijn.6 Sommigen verwijten dat aan Foucault, als zou hij aldus voor verantwoordelijkheid op de vlucht gaan maar dat neemt de oorsprong van de dreiging in dierlijke gevoelens van angst, machtswellust en haat niet weg en de heerschappij van zijn wapens over de mens illustreert dat overvloedig.

De wil tot weten resulteert in onwetendheid: contraproductiviteit of tegendoelmatigheid blijkt een juk waaronder het mensdom gebukt gaat van in de vroegste tijden en de tragediespelen uit de Oudheid staan er bol van. Meer nog: onwetendheid is een vaste ingrediënt geworden van het weten zelf daar de kennis zich vandaag alleen nog kan uitdrukken in waarschijnlijkheden. De waarheid zelf is zoek, is dood, zoals ook god dood is en wat overblijft, is de gissing of de gok, de overgave aan een blind lot dat alsnog wordt getart middels het kansspel waarin elke wetenschap getransformeerd werd zodat zij niet langer 'positief' mag heten omdat de waarheid niet langer gelijk is aan 'ce qui peut être posé'.

De waarheid wordt gecalculeerd en wel op structurele gronden met het oog op winst omdat de condition humaine nu eenmaal van ons vraagt dat wij er zijn vooraleer wij zullen kunnen kennen. Winst heeft het laatste woord waar het lichaam, dat moet zien te overleven waar de geest aan het woord wil komen, zich bevindt op een territorium dat belaagd wordt - in de eerste plaats door de onwetendheid die gelijk is aan de onzekerheid en dus door de wil tot weten, die de wil is tot godengelijkheid, welke zich manifesteert in de gehoorzaamheid aan de slang, de list, de verschalking van uiteindelijk de waarheid en die verschalking is de leugen zelf, de onwaarheid of wat niet waar kan zijn.

Het lijkt in de structuur van de werkelijkheid zelf ingebakken dat wie zich verzetten tegen God of dus tegen de waarheid, wel moeten belanden in een 'werkelijkheid' die helemaal niet waar kan zijn: zij glijden naar een fictie af, een spel dat slechts verliezers heeft, zoals dat bij uitstek voor de oorlog geldt, de zogenaamde 'vader aller dingen'. Wie zich verzetten tegen de waarheid, belanden in een kansspel waarbij zij spelen met wat allerminst een spel is en dat is het leven. Men kan niet liegen zonder zijn leven op het spel te zetten en daarvan getuigen de dertienduizend kernkoppen die aldus aan alle uithoeken van de wereld alsnog aan de waarheid herinneren.

(J.B., 22 april 2024)

1 Zie: Foucault, Michel. De moed tot waarheid. Het bestuur van zichzelf en de anderen II, Colleges aan het Collège de France (1983-1984), met woord vooraf en redactie door François Ewald en Alessandro Fontana. Situering en redactie door Frédéric Gros. Vertaling door Ineke van der Burg. Uitgeverij Boom, Amsterdam 2011, [Oorspronkelijk: Le courage de la vérité. Le gouvernement de soi et des autres II. Cours au Collège de France (1983-1984), Paris: Gallimard/Seuil 2009].2011), pp. 60-67. Zie ook: Panopticum Corona. Artikels Pasen 2018 – Pasen 2021, Jan Bauwens, Serskamp 2021 (ISBN: 978-90-775-3200-3): zie daarin de paragraaf, getiteld: De structureel verbannen waarheid, in het vierde deel, getiteld: Het tijdperk van de leugens, p. 689.

2 Foucault, Michel. (2011), pp. 57-58.

3Foucault, Michel. (2011), pp. 57-58.

4Panopticum Corona, p. 690.

5Panopticum Corona, p. 877. Zie ook vanaf p. 689.

6Zie ook: Bernard Delfgaauw, De wijsbegeerte van de 20e eeuw, Wereldvenster Baarn, 1976 (1957), p. 177v.





Isfahan en het sprookje van de kernbom (deel 3)

Isfahan en het sprookje van de kernbom (deel 3)

“Wij zijn de heersers der aarde”1: het piratenlied van de katholieke scouts waarin onder meer de arend en de leeuw figureren, doet denken aan het “lied van de overwinning” uit de Apocalyps van Johannes en lijkt wel daarop geënt.2 Alvast wordt het nu gezongen vanuit de vier uithoeken der aarde en niet door koorknapen of engelen maar door minstens een kleine dertienduizend kernkoppen.3 Deze kernkoppen zijn vandaag de heersers der aarde.

Kernkoppen te land, ter zee en in de lucht, al dan niet gewild refererend naar de beesten uit Openbaring. Alvast roept het aantal van die kernkoppen een nieuwtestamentisch verhaal op zoals het wordt verteld door de oudste evangelist, Marcus; het is het verhaal van een duiveluitdrijving waarbij de boze geest over zichzelf declameert: “Mijn naam is Legioen, want wij zijn met velen.” 4

Kernkoppen kunnen weliswaar niet zingen maar het lied wordt gezongen en de zangers van het lied zijn naar eigen zeggen of zingen “de heersers der aarde” en dat zijn nu ontegenzeggelijk de kernkoppen. Kernkoppen kunnen ook niet heersen, het zijn instrumenten in handen van mensen maar het zijn uit de hand gelopen instrumenten en derhalve instrumenten uit de handen van mensen. Dat betekent dat de mensen deze instrumenten niet meer beheersen en er dus door beheerst worden: kernkoppen zijn muitende instrumenten of piraten.

De heersers der aarde zijn onpersoonlijk maar dat impliceert niet dat het louter dingen zijn en het zijn ook geen instrumenten omdat zij niet langer door mensen worden beheerst: het zijn entiteiten die de mensen geïnstrumentaliseerd hebben; entiteiten die mensen tot hun instrumenten hebben.

Nu zegt men vaak dat mensen het instrument kunnen zijn van idealen maar dat is hier zeker niet het geval: waar piraten heersen over mensen, worden mensen gechanteerd en zijn mensen gijzelaars. Het mensdom wordt gegijzeld door de huidige heersers der aarde, de kernkoppen.

Nu zijn de kernkoppen allerminst producten van verstandig overleg: zij zijn producten van angst, van overheersingsdrang en van haat en dat zijn dierlijke emoties. Kernkoppen zijn materialisaties van lagere, dierlijke emoties en driften. In het wereldwijde kernarsenaal hebben de meest beestachtige instincten waarvan wij dachten dat zij ficties waren ofwel louter gewaarwordingen, een stoffelijke vorm gekregen. De kernkoppen zijn de lichamen van boze geesten.

De heilige wetenschappen hebben geen hemel op aarde gerealiseerd, zij hebben er niet voor gezorgd dat de mens onafhankelijker werd en vrijer, dat hij zelf zijn lot in handen kon krijgen en kon gaan heersen over de aarde. De menselijke drang naar kennis weerspiegelt de eerste zonde, het eten van de verboden vrucht van de boom van de kennis op aandrang van de slang die de eerste vrouw verleidde: “Heeft Hij u verboden om te eten van de appel? Heeft Hij gezegd dat, als gij ervan eet, gij zult sterven? Hij liegt! Want gij zult niet sterven als gij van de appel eet, wel neen: als gij van de appel eet, zult gij aan Hem gelijk worden!”5 De hoogmoed heeft de mens in de hel gestort.

Immers, bestaat er een vuur dat brandt zoals een kernbom brandt? En indien wij vergingen door het vuur van de bom, dan was onze pijn slechts van korte duur - een flits - maar nu blijft de pijn duren, daar de hel zich in puur geestelijke vorm manifesteert, met name als een dreiging: een dreiging is een voortduren van het gevreesde kwaad vooraleer het zich voltrokken heeft, waardoor het zich alsnog voltrekt maar dan wel met de meest denkbare wreedheid. Wreder is ondenkbaar want er kan geen einde aan komen omdat dit einde niet gewild kan worden omdat dit alleen nog het lichamelijke einde kan zijn.

(J.B., 21 april 2024)

1 Dit is de tekst van het zeeroverslied “De machtigste koning” van de katholieke jeugdvereniging, de scouts:“De machtigste koning van storm en van wind/is de arend geweldig en groot./De vogels zij sidd'ren en vluchten van angst/voor zijn snavel en klauwende poot./Als de leeuw verheft zijn gebrul des nachts/dan verschrikt hij de dieren er mee./Ja, wij zijn de heersers der aard,/de koningen van de zee./Tirallala, tirallala, tirallala, tirallala,/tirallala, tirallala, tirallala, hoi hoi./Ja, wij zijn de heersers der aard,/de koningen van de zee.//Verschijnt er een schip op de oceaan/dan juichen wij luide en wild./Ons trotse schip als een pijl uit de boog/vliegt terstond door de wateren zilt./En de koopman wordt bang en hij siddert van angst,/de matrozen verwensen die dag./En daar klimt de mast langs omhoog,/onze bloedrode zeeroversvlag./Tirallala, tirallala, tirallala, tirallala,/tirallala, tirallala, tirallala, hoi hoi./Ja, daar klimt de mast langs omhoog,/onze bloedrode zeeroversvlag.//Wij werpen ons op het vijandige schip/als een wegslingerende speer./De kanonnen dreunen, 't geweer knalt rondom/en de enterbijl hakt keer op keer./En reeds zinkt de vlag van de vijand omlaag,/overwinningsgeroep klinkt alom./Lang leve de bruisende zee,/lang leve de zeeroverij./Tirallala, tirallala, tirallala, tirallala,/tirallala, tirallala, tirallala, hoi hoi./Lang leve de bruisende zee,/lang leve de zeeroverij.//En is overwonnen ons laatste gevecht,/en is de laatste overwinning behaald./Dan fluks onze wrakkige schuit naar de duivel/gestuurd en ter helle gedaald./En als satan dan onze wil niet doet,/ai, dan rooste-ren wij hem eens fel./Want wij zijn de heersers der aard/en willen het ook zijn in de hel./Tirallala, tirallala, tirallala, tirallala,/tirallala, tirallala, tirallala, hoi hoi./Want wij zijn de heersers der aard/en willen het ook zijn in de hel.” Zie: https://nl.scoutwiki.org/Zeeroverslied_(de_machtigste_koning)

2 Zie: Openbaring, 15:3-4: “Zij bespeelden de harpen Gods en zij zongen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam: Groot en wonderbaar zijn uw daden, Heer, God Albeheerser./Rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen,/o Koning der eeuwen. Wie zou, o Heer, niet vrezen/en uw naam niet verheerlijken?/Want Gij alleen zijt heilig./En alle volken zullen komen/en U aanbidden,/omdat uw gerechte oordelen/openbaar zijn geworden.” (Willibrordvertaling 1975: https://rkbijbel.nl/kbs/bijbel/willibrord1975/neovulgaat/apokalyps/15 )

3Morgen 22 april 2024 worden de cijfers geüpdatet van het SIPRI (Stockholm International Peace Research Institute) dat zichzelf betitelt als “The independent resource on global security” maar op 12 juni 2023 waren er op de wereld 12.512 kernkoppen waarvan 9576 operationeel en het aantal stijgt voortdurend. Zie: https://www.sipri.org/

4 Zie: Marcus 5:1-20.

5 Zie: Genesis 3:1-5. De oorspronkelijke tekst luidt: “De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof? En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten,maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u. Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend.” (Vertaling volgens de herziene Statenvertaling: https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/genesis/3#1 )





Isfahan en het sprookje van de kernbom (deel 2)

Isfahan en het sprookje van de kernbom (deel 2)3337460-04ffd256eb6bf41bbf4d8c6fbc93acd4.jpg

JB., De vier ruiters van de apocalyps, nagetekend naar Gerard van Groeningen (1563 - 1574).

Zelfs de wijze koning Salomon weet geen raad met het noodlot, zo blijkt uit de commentaren op een van de oudste geschriften van onze beschaving1: hij tracht het noodlot te verschalken door de dienaren van de wijsheid op te bergen in een afgelegen oord maar het is uitgerekend daar dat de dood hen halen moet2 - de plek in kwestie heet in het gedicht van P. N. Van Eyck: Isfahan, de historische cultuurstad, ooit een belangrijk centrum in de wereldhandel, waar nu dertien universiteiten staan alsook opwerkingsfabrieken, naar men zegt voor de aanmaak van een kernbom.

Dat alles in het oord waar vandaan onze cijfertekens afkomstig zijn waarmee wij tellen wat wij verzameld hebben, de instrumenten van de hebzucht, attributen van de rijkdom, het oord waar de zwarte kunst ontstond, de Al-kimia of de alchemie, de wetenschap omtrent de 'steen der wijzen' waarmee alles in goud kon worden veranderd, de wetenschap van Mammon die nu over de hele wereld heerst en die de naam 'chemie' draagt en van wie het neusje van de zalm, de kernbom is, die evenals de geldgod heerst over de wereld en die er daarom mee samenvalt: wie over kernbommen beschikken, bezitten ook al het goud van deze aarde; zij bezitten dan zoveel goud dat ze de hele wereld kunnen vernietigen in één klap, want dat is wat gebeurt als alle dingen in goud worden veranderd, dat was het lot van de machtige koning Midas die lelijke ezelsoren kreeg en die uiteindelijk door honger om het leven kwam. “Les extrêmes se touchent”.

Of alles nu verandert in goud ofwel in as: het maakt niet uit, het eindproduct is steeds hetzelfde: één god die heerst over de dingen en de mensen (die er niet meer zijn), één waarheid en één kunst, één wetenschap, één winnaar.

“Les extrêmes se touchent”: het goud en de atoombom, alle macht over de wereld en de totale vernietiging, de rijkdom en de bittere ellende, de schittering van goud en het zwarte roet, de zwarte kunst en de heilige wetenschappen, Lucifer en het genie, het summum van kunde en de onbestuurbaarheid van alles, de illusie van wereldheerschappij en de totale slavernij, de arrogantie van de zelfverzekerdheid en het verlies van alle zekerheden, de felste lichtflits en de diepste duisternissen, de zon en de hel, het leven en de dood, de eerste oorsprong in de oerknal en de terminale knal van de bestemming.

“Wij zijn de heersers der aarde”, maar dit keer zijn het de kernbommen die dit liedje zingen, nu alles letterlijk uit de hand gelopen is. Want niemand houdt de teugels nog in de hand: het vierspan paarden uit de Apocalyps galoppeert in deze dagen teugelloos een nieuwe zondvloed tegemoet terwijl het vuur ontbrandt: water en vuur, de extremen komen samen, water in de felste hitte wordt omgezet in waterstof: de waterstofbom, het eindproduct van de extremen die met elkander botsen, het begin in het einde, het einde in het begin.

“O Mensch/ du Grab der Eitelkeit”, aldus vangt zij aan, de rede vanuit zijn graf, van Czerpko von Reigersfelt: “Triet her zu diesem Grabe: Schau was ich dir/ du Raub der Zeit/Darein geleget habe.”3

En het vierspan draaft door de luchten: het witte paard met de teruggekeerde Christus:

“En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen.”4

Het vuurrode paard van de oorlog:

“En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven.”5

Het zwarte paard van de honger:

“En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning, dat is het dagloon van een arbeider. en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe.”6

Het vaalgele paard van de dood:

“En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde.”7

(J.B., 20 april 2024)

1Namelijk de Babylonische Talmoed, Sukka 53a.

4 Openbaring 6:1-2.

5 Openbaring 6:3-4.

6 Openbaring 6:5-6.

7Openbaring 6:7-8. De citaten telkens volgens de herziene Statenvertaling: https://herzienestatenvertaling.nl/teksten/openbaring/6





Isfahan en het sprookje van de kernbom

Isfahan en het sprookje van de kernbom

De plaats Isfahan is ons bekend van een gedicht over de noodlottigheid der dingen waarin verteld wordt dat niemand in staat is om voor het einde op de vlucht te gaan. Het gedicht heet: “De tuinman en de dood”1 (1926) van de Nederlander Pieter Nicolaas Van Eyck (1887-1954).2 Die zou het 'ontleend'3 hebben aan de Franse artiest Jean Cocteau (1889-1963)4 die het op zijn beurt zou gehaald hebben bij hetzij de Soenniet Fudail ibn Ayad (+803)5, hetzij bij de Perzische soefi-mystici Hafez (ca.1320-ca.1390)6 of Roemi (1207-1273)7. Nog andere versies vindt men in de vertellingen van Duizend en één nacht8, verteld door de Perzische Sjeherazade9. Deze worden allemaal voorafgegaan door de Babylonische10 Talmoed,11 (commentaren van geleerden op de Tenah of het Oude Testament), waar de engel des doods twee dienaren komt halen van koning Salomon die hen nog snel laat wegbrengen naar Luz12... tot groot genoegen van deze engel die ze immers daar moest gaan halen.13

Isfahan is het laatste woord van het gedicht van P. N. Van Eyck en de eerste woorden beschrijven degene die het gedicht debiteert, met name: “ Een Perzisch Edelman.” Isfahan ligt in Iran en tot 1935 heette Iran, Perzië (naar de bewoners, de 'Pars'). Edoch, de oorspronkelijke naam van Perzië was Iran, het land van de Iraniërs of de 'Ariërs', wat wil zeggen 'edelen'.

Van Eyck schreef zijn gedicht voor de opkomst van de NSDAP, de nazi-partij van Adolf Hitler maar in 1926 was er al sprake over de rassentheorie waarop Hitler tuk was: hij geloofde dat het Duitse volk, de Germanen, Ariërs waren, het 'edele ras', met dezelfde oorsprong als het volk van Iran, een oorsprong die ook de bewoners van Indië delen: de term 'Ariër' is het Sanskrit (Oud-Indisch) voor 'edele', wat slaat op de Indiërs.

De Ariërs of 'edelen' werden in door de nazi's benutte, pseudo-wetenschappelijke explicaties beschouwd als de (spirituele en dus te fokken) superieuren. Met de (materialistische en dus te steriliseren) 'inferieuren' bedoelde men dan logischerwijze de sprekers van 'de andere taalgroep', namelijk de Semieten, de joden.

De vijandigheid tussen de Ariërs en de Joden is wellicht zo oud als hun repectievelijke taalgemeenschappen en in 2012 moesten wij reeds het volgende neerpennen: “Vandaag (19-02-2012) lopen de spanningen tussen Iran en het Westen hoog op. Zoals bekend, verdenken de Verenigde Staten Iran ervan aan de bouw van kernwapens te werken. Het is een project waarvan sommigen berekend hebben dat die wapens er weldra al kunnen zijn. De na de Tweede Wereldoorlog gestichte jodenstaat Israël vreest er nu voor door zijn aartsvijand daadwerkelijk aangevallen te zullen worden.”14

Isfahan, de stad die ten tijde van de Safawiden de bloeiende hoofd- en cultuurstad was waarmee de Portugezen en de Oost-Indische Compagnie handel dreven in onder meer parels, zijde en Arabische gom totdat in 1766 de Perzen opnieuw aan de macht kwamen, haalde het nieuws als de plaats in Iran met de dertien universiteiten en de omstreden kerncentrales.

Vanmorgen (19 april 2024) blokten de kranten dat deze nucleaire installaties in Isfahan in de vroege ochtend werden gebombardeerd met drones en raketten vanuit Israël als een wraakactie op de Iraanse aanval op Israël die dan weer een wraakactie was van de Iraniërs op de Israëlische aanval op een van hun consulaten enkele weken geleden.

Isfahan of Isphahan - de stad klinkt sprookjesachtig zoals de vertellingen van Duizend en één nacht, maar zij klinkt ook wiskundig, denk maar aan de wet van Meden en Perzen waarvan sprake in de Bijbelboeken Ester (1:19) en Daniël (6:9)15 en zij doet ook denken aan de oorsprong van 'onze' Arabische cijfers (al komen die uiteindelijk uit India en meer bepaald uit het Brahmischrift.) Maar meer nog doet de streek daar denken aan de chemie: het woord 'chemie' vindt zijn oorsprong in Arabië als het woord 'Al-kimia', wat betekent: '(de leer van) het zwart', de zwarte kunst, verwijzend naar de scheikundige wetenschap voor het omzetten van onedele metalen in goud, de alchemie, die de oorsprong is van de chemie.

Er is geen logisch aantoonbaar verband maar het bekende chiasme van Czerpko Von Reitgersfeld (1605–1660) indachtig dat luidt: “Anfang im Ende. Ende im Anfang”16, is uitgerekend de streek van de oorsprong van de chemie meteen de plek waar zij heden rondspookt op zoek naar haar ultieme bestemming, haar grootste maar ook giftigste vrucht.

(J.B., 19 april 2024)

1“De tuinman en de dood”: “Een Perzisch Edelman: Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,/Mijn woning in: 'Heer, Heer, één ogenblik!//Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,/Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.//Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,/Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.//Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,/Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!' –//Van middag - lang reeds was hij heengespoed –/heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.//'Waarom,' zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,/'Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?'//Glimlachend antwoordt hij: 'Geen dreiging was 't,/Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,//Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,/Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan.'”

4Cf. de roman: Le grand écart (1923).

9Sjeherazade is tevens de titel van een symfonische suite uit 1888 van Rimski-Korsakov.

10Er bestaat ook een Jeruzalemse Talmoed.

11Babylonische Talmoed, Sukka 53a.

13Voor de oorspronkelijke tekst, zie: https://www.sefaria.org/Sukkah.53a.10?lang=bi

14Zie ons artikel d.d. 19.02.2012, getiteld: “Iran en P.N. Van Eyck”: https://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=1638609

16“Anfang im Ende, Ende im Anfang: Das Ende, das du suchst, das schleuß in Anfang ein,/Wilt du auf Erden weis', im Himmel seelig seyn.” (Daniel Czepko von Reigersfeld: Geistliche Schriften, Breslau 1930, S. 220.) http://www.zeno.org/nid/20004664981 Daniel Czepko von Reigersfeld schreef ook een rede vanuit zijn graf. Zie: Zie: Daniel Czepko von Reigersfeld, Rede auß meinem Grabe :

http://www.zeno.org/Literatur/M/Czepko+von+Reigersfeld,+Daniel/Gedichte/Rede+au%C3%9F+meinem+Grabe/Rede+au%C3%9F+meinem+Grabe






De grote gijzeling Een gesprek met Omsk Van Togenbirger

De grote gijzeling

Een gesprek met Omsk Van Togenbirger

– Omsk Van Togenbirger! Maar kom toch binnen... Welke wind heeft u hierheen gebracht en dan nog zo vroeg nog in de morgen... Is alles goed met U? Ga zitten, ik zet alvast een kopje koffie en... vertel!

OVT: Gelukkig leven wij hier niet in Rusland, beste vriend, maar het wordt hier binnenkort eender, dat moet gij toch weten?

– Hoezo?

OVT: Hoezo! Hoezo! Volgens mij moet gij oppassen met beschuldigingen aan het adres van de medische sector...

– De farmareuzen?

OVT: Neen, die kritiek is zeer terecht. Alhoewel...

– De volksgezondheidspolitiek?

OVT: Wel, we zijn het er, geloof ik, over eens dat volksgezondheid maar weinig heeft te maken met gezondheidszorg, nietwaar?

– Ja, daarover hadden we het al een keer: de volksgezondheid is gebaat met minder zieken en de meest doeltreffende manier om hier tot goede cijfers te komen, is het uitroeien van de zieken.

OVT: Inderdaad: volksgezondheid is meer gebaat met beulen dan met dokters, zoals reeds Adolf Hitler wist.

– Wat is dan het punt?

OVT: Waarom bestaat er een orde?

– Een orde!?

OVT: Een orde der geneesheren!

– Ja, ik begrijp het...

OVT: De orde bestaat om dezelfde reden waarom de paus van Rome bestaat. En om die reden ook wil men een moslimexecutieve. En een vakbond en noem maar op!

– Tja, men wil een aanspreekpunt, een verantwoordelijke...

OVT: Precies. En een aanspreekpunt voor wie?

– Voor ongeacht wie, denk ik...

OVT: Het geneesherenkorps, de vakbond, de kerk: het zijn allemaal machtige instrumenten, nietwaar?

– Wat bedoelt gij? Dat ze kunnen staken?

OVT: Bijvoorbeeld. Maar zij kunnen dat pas doen als zij verenigd zijn onder één noemer, als zij een woordvoerder hebben die de zaak bestuurt. Ja, een stuur moeten ze hebben!

– En?

OVT: Wie bestuurt de orde, mijn beste?

– De geneesheren zelf, veronderstel ik?

OVT: Wie betaalt de geneesheren?

– De patiënten?

OVT: Wie zorgt ervoor dat de geneesheren betaald worden? Betaald, geschoold, beschermd, gerespecteerd...

– De staat?

OVT: Elke geneesheer heeft zijn medische studies met succes voltooid en hij heeft ook de eed van Hippocrates afgelegd: hij kent zijn vak, of tenminste datgene wat er in zijn vak gekend is, en hij heeft ook beloofd om die kennis en kunde ten goede aan te wenden.

– Maar?

OVT: Er is inderdaad een maar. Op zich hebben geneesheren helemaal geen orde nodig, zij kunnen zichzelf organiseren rond hun vak zoals zij dat ook maar wensen. Het zijn de politici die een orde willen, de potentaten!

– Is dat zo?

OVT: Net zoals de kerk en de vakbonden en noem ze maar op, die machtige instrumenten, willen de politici dat ook de orde een stuur heeft. Niet om zichzelf te besturen want dat kunnen ze uiteraard zelf: de politiekers willen namelijk aan dat stuur kunnen gaan staan! Ja, vergis u niet: machtswellustelingen zien helemaal geen gezondheidszorgers; zij zien alleen maar een fantastisch machtsmiddel waarmee zij naar believen willen kunnen manoeuvreren!

– Is dat niet wat kort door de bocht?

OVT: Herinnert gij u nog de coronacrisis?

– Zeker...

OVT: Dan weet gij toch dat meer dan de helft van de artsen het werk wilde neerleggen?

– Dat heb ik gelezen, ja.

OVT: En waarom denkt gij dat dit gebeurde? Zij werden gedicteerd door politici, mijn beste. Niet de dokters bepaalden dat men een mondmasker moest dragen om het virus een halt toe te roepen, in tegendeel: onze minister van volksgezondheid van toentertijd was zelf arts en verklaarde luid en duidelijk dat een virus dat zich niet laat tegenhouden door wereldzeeën en gebergten... herinner u dat het uit China kwam aangewaaid en daar wonen onze tegenvoeters... dat zo'n virus ook niet door mondmaskertjes wordt afgeschrikt.

– Zij was kennelijk meer arts dan minister...

OVT: Maar dat heeft niet lang geduurd want kort daarop riep zij iedereen op om “in zijn kot te blijven” terwijl wij ondertussen weten dat die quarantaine meer kwaad dan goed deed aan de wereld.

– Was dat niet een beslissing van de WereldGezondheidsOrganisatie?

OVT: Het stuur van de gezondheidswerkersvereniging wereldwijd! En wie dit stuur van het heil in het hiernumaals in handen krijgen, zijn op deze aarde voorwaar almachtig!

– Daar lijkt het op.

OVT: Het griezelige is wel dat dit stuur helemaal niet in handen kwam van een mens of van een elite die de wereldmacht beoogde, zoals toen sommige complotdenkers gingen verkondigen.

– Neen dan?

OVT: De WHO werd bestuurd door de anonieme macht van het geld, mijn beste: het winstbejag, en dat is een zucht, een verslaving, een 'geest', verpersoonlijkt in de duivel, de mammon!

– Is dat zo?

OVT: Herinner u de fraude alom inzake de handel in de producten van de farmareuzen: een miljardenhandel! En het ging daar om producten die de vergelijking doorstaan met echte wapens want niets minder dan het leven van principieel alle acht miljard mensen, of het ganse mensdom, lag toen in de waagschaal.

– Dat zal niemand tegenspreken... Gelukkig is het nu allemaal voorbij... Maar was dat niet een uitzonderingstoestand?

OVT: Hebt gij dan geen geschiedenis gestudeerd op school?

– Dat vak is afgeschaft...

OVT: Tja, wie zei ook weer: “Houdt gij ze dom, wij houden ze arm”? Nu de kerk hier tanende is, heeft de staat haar functie kennelijk overgenomen. Ik wilde u alleen maar andermaal herinneren aan de volksgezondheidspolitiek van de nazi's en de holocaust.

– Faciliteerden de artsen de holocaust?

OVT: Extreemrechts spande met geweld het hele medische korps voor zijn kar, en ook de geleerden: zij werden aangemaand om mee te werken aan een massamoord en er was geen enkele arts die protesteerde. Wellicht waren er wel uitzonderingen, zoals ook tijdens de coronacrisis, en daar kom ik weer aandraven met Karel Van Noppen, maar die helden worden sowieso uit de kijker gehouden en het liefst in alle stilte omgebracht, er zijn methoden genoeg voorhanden, zoals er ook methoden zijn om massaal mensen om te brengen terwijl men hen godbetert laat geloven dat zij van veel geluk mogen spreken.

– Maar gij wilt toch niet te beweren dat dit nog steeds het geval is?

OVT: Spreekt gij mij tegen als ik beweer dat extreemrechts terug is, maar dit keer wereldwijd?

(J.B., 17 april 2024)

Massa-executie verkapt als volksgezondheid Aflevering 10: De afgrond

Massa-executie verkapt als volksgezondheid

Aflevering 10: De afgrond

“Wer mit Ungeheuern kämpft, mag zusehn, daß er nicht dabei zum Ungeheuer wird. Und wenn du Lange in einen Abgrund blickst, blickt der Abgrund auch in dich hinein.” (F.W. Nietzsche, Jenseits von Gut und Böse: Vorspiel einer Philosophie der Zukunft, IV, Sprüche und Zwischenspiele, 146.)

Men wordt gelijk aan datgene waar men zich aan spiegelt. Met argusogen kijkt men toe hoe hoogbejaarden zich door de gangen van een tehuis verplaatsen en men begrijpt niet waarom men er door gebiologeerd wordt. Men tracht zichzelf voor te houden dat men een feitelijk gesloten instelling ziet die alleen bestemd is voor oudjes en men kan de oorsprong van de huivering die zich daarbij van de toeschouwer meester maakt, niet vatten. Als een besje een verpleger aanspreekt en hem vertelt dat zij vijfennegentig geworden is, wenst hij haar proficiat, hij wenst haar nog vele jaren toe maar als hij zichzelf probeert te troosten met de gedachte dat hij nog zeventig jaar te gaan heeft vooraleer hij zelf zo ver zal zijn, realiseert hij zich dat ook voor hem de tijd niet uit de weg zal gaan. Hij schouwt naar de bejaarden en denkt eraan dat zij ooit zijn leeftijd hadden, dat zij ooit kinderen waren die ouders hadden, dat hun moeder ooit in blijde verwachting van hen waren, dat er ook voor hen een dag geweest is waarop het leven nog moest beginnen.

Hij staart in de afgrond en op zijn beurt gaat de afgrond in hem staren. “Wenn du Lange in einen Abgrund blickst, blickt der Abgrund auch in dich hinein.” Komt het einde dan niet al snel genoeg dat men het nog wil bespoedigen? Kijkt men dan niet op tegen de duur van de eeuwigheid die wel ondraaglijker moet zijn dan wat men in dit leven lijden kan? Zou men, eenmaal in de eenzaamheid van de oneindigheid beland, niet alles geven om al was het maar één enkel ogenblik terug te mogen keren? Edoch, men heeft niets meer!

Draai nu de zaken niet om, zo waarschuwt vanuit het graf een jong gestorvene: het is de dood die u beloert op elk moment dat gij gelooft te leven; draai nu de zaken alstublieft niet om door jacht te maken op de dood, die er immers vroeg genoeg zal zijn en al te vroeg omdat het daarna wachten is zonder ooit nog een einde in het verschiet te krijgen!

Maar neen, geen oren hebben zij naar deze woorden, de andere kant kijken zij op en zij gaan door, alsof er nooit een eind kan komen aan het leven dat van dromen bol staat, de ene al verleidelijker dan de andere. Gevaarlijke gedachten koesteren zij, zij brouwen fantasieën over een hiernamaals dat nog zoeter is dan deze schone aarde en op de wereld beland door het oog van een naald, weten zij niet dat het jaloerse zielen zijn die hen verleiden om door te lopen onder de gewelven van de gigantische poort, recht in de armen van de dood.

Wij hebben het leven bijna helemaal in onze macht - zo orakelen hun reusachtige monden: en nu worden we ook nog meester van de dood - aldus spreken zij hun eigen vonnis uit. En zij verdwijnen alsof zij er nooit waren geweest, geen mens zal over hen nog spreken, geen herinnering aan hun grootspraak echoot na.

(J.B., 16 april 2024)






Massa-executie verkapt als volksgezondheid Aflevering 9: De slang die zichzelf in de staart bijt

Massa-executie verkapt als volksgezondheid

Aflevering 9: De slang die zichzelf in de staart bijt

Zij die zeggen dat men het leven niet nodeloos moet rekken, blijken te geloven dat zij zelf de bron zijn van het leven; 'rekken' betekent immers 'langer maken dan het is', waarbij uiteraard verondersteld wordt dat een mens in staat is om zijn leven te verlengen. Op de keper beschouwd kunnen wie zeggen dat men het leven niet nodeloos moet rekken, slechts bedoelen dat men het leven dat aan de gang is, mag beëindigen. Men moet het leven van meneer niet rekken, betekent dan in wezen: men mag meneer vermoorden. Nog anders gezegd, betekent dit dat in dit geval de moordenaar van meneer door niemand zal beschuldigd worden voor zijn daad; hij zal ook niet vervolgd worden of gestraft. Het geval in kwestie wordt dan ook omschreven als een daad die weliswaar het uitzicht heeft van een moord omdat het daarbij onmiskenbaar zo is dat een zekere persoon een ander ombrengt maar de daad zal niet als moord geboekstaafd worden omdat men middels juridische procedures afspreekt dat een fictie in de plaats treedt van de realiteit.

Een fictie treedt in de plaats van de realiteit.

Spontaan zal men hier denken aan de nieuwe kleren van de keizer omdat ook daar een fictie in staat blijkt om te verdringen wat men meent te zien: de keizer draagt geen kleren, aldus leren mij mijn ogen maar omdat het nu eenmaal niet hoort om een keizer van zedeloosheid te beschuldigen, moet men wel aannemen dat men zich vergist, dat hetgeen men ziet, onecht is en dat de waarheid datgene is wat beantwoordt aan een afspraak waaraan wij ons ook dienen te houden omdat de wet die ons aan die afspraak bindt, sterker is dan de natuurwet die ervoor zorgt dat onze ogen helemaal geen kleren zien. Verkiezen wij dan niet onszelf een heel klein beetje te beliegen als het alternatief niets minder is dan het schavot?

Bij euthanasie is de realiteit onmiskenbaar deze dat een zeker iemand een ander iemand vermoordt, in dit geval met vergif, maar een afspraak zorgt ervoor dat waar wij met onze eigen ogen kunnen vaststellen dat dit ook effectief gebeurt, wij onszelf krachtens een wet die de natuurwet verdringt, moeten voorliegen dat wat wij met onze eigen ogen zien, helemaal niet het geval is. Ja, wij moeten ertoe komen om te aanvaarden dat onze eigen ogen ons bedriegen en dat wat anderen, die uiteraard met andere ogen kijken, zien wat wij niet kunnen zien, met name dat een zeker iemand een ander helpt bij het voltrekken van zijn wil.

En wat wil die persoon dan? En waarom moet of mag een ander hem daarin bijstaan?

De persoon in kwestie zegt dat hij dood wil en de reden waarom hij dood wil, is naar zijn eigen zeggen het feit dat hij ondraaglijk lijdt. Indien hij niet zou lijden, hij zou ook niet dood willen: hij wil dood omdat hij gelooft dat de dood een einde zal maken aan zijn lijden. In feite wil hij alleen maar een einde maken aan zijn lijden maar omdat hij gelooft dat de dood het enige middel daartoe is, zegt hij dood te willen. En nu moet men zich toch afvragen of het mogelijk is dat de persoon die aldus redeneert, zich soms niet ergens schromelijk vergist, want het is tevens zo dat niet hijzelf de moord zal voltrekken maar wel een derde, en dan nog een vrijwilliger, die echter noch beschuldigd noch vervolgd zal worden of gestraft.

Het is een waarheid als een koe dat moord wordt vergemakkelijkt door het groter maken van de afstand tussen de dader en zijn slachtoffer en op die manier kunnen van achter hun pc militairen vijandige elementen in het vizier nemen en dodelijk treffen alsof het slechts ging om een spannend spel.

Tijdens oorlogen zitten hoge militairen rond een reusachtige tafel met op een landkaart hun legers tegenover die van de vijand in de vorm van tinnen soldaatjes, kanonnen uit plastic of karton, raketten, vliegtuigen en schepen - al zal dat vandaag een wat moderne versie zijn.

In een vuurpeloton wordt een veroordeelde door elf scherpschutters in het vizier genomen waarvan één - onbekend wie - met losse flodders schiet zodat voor elk van de schutters het vermoeden van onschuld gelden zal.

Een politieke leider die aan een ander land de oorlog verklaart, doet een uitspraak met dramatische gevolgen waarvan geen enkel op hem persoonlijk betrekking heeft.

Een parlement verplicht een massa jonge mensen om naar het front te trekken in de wetenschap dat misschien geen van hen nog levend huiswaarts zal keren en het doet dat op grond van een anonieme stemming waarbij de stemmers zelf helemaal niet persoonlijk betrokken kunnen raken omdat zij zichzelf niet hoeven op te offeren.

Een rechter spreekt een doodvonnis uit en luistert daarbij naar de geluiden van zijn eigen stem om voor de inhoud van zijn woorden op de vlucht te kunnen gaan terwijl degene op wie zijn woorden slaan er niet meer moet aan denken om op de vlucht te slaan: morgen reeds zal hij hangen.

Een minister van verkeer besnoeit inzake veiligheidsmaatregelen voor zwakke weggebruikers omdat hij er niet aan denkt dat ook hijzelf en zijn dierbaren door die besparingen getroffen kunnen worden.

Een arts spuit een diabetespatiënt van hem in met insuline en begeeft zich dan naar een volgende patiënt voor een spuitje dat zijn leven zal beëindigen; diezelfde avond zal hij in de stedelijke opera een concert bijwonen om zijn zinnen te verzetten.

De afstand tussen dader en slachtoffer wordt dermate groot dat wij het op den duur niet meer in de mot hebben dat de twee onherroepelijk zijn samengevallen.

(J.B., 16 april 2024)






Massa-executie verkapt als volksgezondheid Aflevering 8: De ballade van Arie Hop of de consumptie van het eigen lijf

Massa-executie verkapt als volksgezondheid

Aflevering 8: De ballade van Arie Hop of de consumptie van het eigen lijf

Met dit luchtige gedicht over een nagelbijter die zichzelf opat, zo vaak uit volle borst gezongen in middens van wat aangeschoten studenten, waarschuwt John O'Mill, alias Johan van der Meulen (1915-2005), de toehoorder zich niet te laten verleiden tot de consumptie van het eigen lijf: “wordt nooit uw eigen kannibaal!”, zo luidt in het slotvers de moraal van het verhaal.

Onder die vrolijkheid wordt al dan niet gewild gewezen op het gevaar van dit tijdperk van het consumentisme dat niet alleen alle dingen maar tevens alle mensen tot hun marktwaarde herleidt nadat zij eerst gedepersonaliseerd werden of tot dingen teruggebracht. Dat gebeurde meer bepaald onder de invloed van een kapitalistische economie die verwant is met het microreductionisme en met de mening dat alles, incluis het leven en de geest, is opgebouwd uit elementen en derhalve principieel fabriceerbaar en reproduceerbaar of dus goedkoop - een visie voortspruitend uit het zich godgelijk wanen van mensen die de toon willen aangeven in de wetenschappelijke wereld maar die paradoxaal genoeg aldus het leven (en de geest) beschouwen als principieel niet wezenlijk onderscheiden van de (dode) stof en daaruit voortgekomen.

Bovendien verleidt de opkomst van de computer nu menigeen tot het propageren van een heruitgave of een 'updating' van l' homme machine van de achttiende-eeuwse arts-filosoof Julien Offray de La Mettrie: de opvatting dat de mens niet wezenlijk verschilt van een machine.

Het is niet alleen zo dat de mens nu dikwijls wordt gezien als slechts een machine, een robot of een computer maar bovendien wordt de computer door sommigen beschouwd als een potentiële Übermensch, een 'wezen' dat op termijn de mens aan zich zal onderwerpen. Het Türingcriterium dat zegt dat een robot als een mens moet worden beschouwd van zodra die er in de communicatie niet langer op betrapt kan worden geen mens te zijn, wordt verdedigd door wie het verschijnsel van het zelfbewustzijn categoriseren als een kostelijke illusie. Maar die opvatting is oneigenlijk omdat ze abstractie maakt van het niet langer herleidbare wezen van het (zelf)bewustzijn.

Schaakcomputers kunnen menselijke schakers pas verslaan omdat zij door meesterschakers (in samenwerking met informatici) ontworpen werden en er kan nooit meer uit komen dan erin gestopt werd, ook al is het mogelijk om er bijvoorbeeld leerprocessen in te stoppen. Een computer, hoe gesofisticeerd ook, is en blijft een werktuig in handen van mensen en niet het menselijke zelfbewustzijn is een illusie maar wel de aanwezigheid van bewustzijn in de robot.

Paradoxaal genoeg gaat de zelfvergoddelijking van de mens nu eenmaal onvermijdelijk hand in hand met zijn zelfverstoffelijking omdat het meesterschap dat hij nastreeft en het statuut van schepper, van hem eist dat hij samen met al het andere dat hij wil beheersen, ook zelf beheersbaar is.

Dictators streven naar de uitschakeling van het unieke dat het menselijke is om alleen nog allemaal dezelfde robots of soldaten over te kunnen houden die dan inzetbaar zijn, zowel in economieën als in oorlogen, alsook vervangbaar en dus zonder intrinsieke waarde.

De mens wordt abusievelijk herleid tot zijn soort die beantwoordt aan een vast genenpatroon en de soort als zodanig lijdt geen verlies als een aantal exemplaren verloren gaan. Het liquideren van bejaarden is in die optiek al helemaal geen misdaad meer te noemen en wie van die optiek hun overtuiging hebben gemaakt, geloven dat zij enkel nog alle anderen over de streep te trekken hebben. Hun waan zorgt ervoor dat zij zich evenmin van kwaad bewust zijn als de executeuren van het volksgezondheidsplan van de nazi's van destijds wiens overtuigingen en plichtbewustzijn uitmondden in de holocaust.

De combinatie van de micro-reducionistische kijk op het leven en op de mens en de invloed van een kapitalistische consumentistische economie zorgt er ongetwijfeld voor dat de mensen kunnen beschouwd worden als wezenlijk niet onderscheiden van de dingen: enerzijds zouden mensen tot stof te herleiden zijn waaruit zij dan anderzijds principieel reproduceerbaar zouden zijn of dus niet langer wezenlijk uniek en dus even vervangbaar als massaproducten.

Het zelfbeeld van de mens heeft van de genoemde ideologische en economische invloeden te lijden omdat zelfbeeld samenhangt met geluk terwijl geluk een zaak is van sociale vergelijking: de mens spiegelt zich aan voorbeelden uit de wereld van de media en de reclame, voorbeelden die tentoon staan in associatie met symbolen van welstand en geluk.

Mede onder de invloed van het veelvuldige gebruik van technologie in onder meer de medische zorg, gaat de mens zich ook steeds vaker spiegelen aan de machine en hij kijkt daar ook hoe langer hoe meer naar op. Het gebruik van implantaten werkt de verwarring van het levende lichaam met de levenloze machine nog meer in de hand. Zoals een versleten auto onbetrouwbaar wordt en daarom moet worden vervangen, zo gaat de mens ook redeneren over het eigen lichaam, waarbij hij over het hoofd ziet dat zijn lichaam niet een bezit van hem is maar dat hij ermee samenvalt. Ten onrechte ervaart hij steeds vaker zijn leven als een te consumeren product waarvan hij afstand kan doen eenmaal het is opgebruikt en daarvan getuigen misleidende uitdrukkingen zoals “uit het leven stappen”. Er schiet immers niemand over om uit het leven te stappen waar het om het eigen leven gaat en vreemd genoeg gaat de genoemde uitdrukking terug op de opvatting dat men van zijn lichaam de eigenaar is en dat men er de beschikking over heeft alsof men er helemaal buiten stond zoals de eigenaar van een auto, een computer of ongeacht welk ander werktuig. Euthanasie wordt makkelijker ingelepeld in de mate dat de genoemde verwarringen worden gepromoot. Het leven laat zich verleiden tot de dood onder de invloed van een grove doch algemeen geaccepteerde leugen.

(J.B., 16 april 2024)






Massa-executie verkapt als volksgezondheid Aflevering 7: Massa-suïcide

Massa-executie verkapt als volksgezondheid

Aflevering 7: Massa-suïcide

“Is een wereld zonder 'mongooltjes' dan geen betere wereld?” Het is de welbekende oratorische vraag van een moraalfilosoof van destijds, een van de zich progressief achtende wegbereiders van de legalisering van euthanasie in België, Etienne Vermeersch. Zijn uitspraak over mensen met het syndroom van Down, die nogal wat kritiek oogstte, staat niet alleen want niet alleen de 'mongooltjes' wenste de professor weg: hij trad ook nog natuurminnaar sir David Attenborough bij in diens mening over de oplossing van de hongersnood,1 toen hij na de rampzalige aardbeving in Haïti op 12 januari 2010 die zowat vijftigduizend mensenlevens kostte, pleitte voor het steriliseren van de armen en wel als volgt: “We hebben veel geld opgehaald om te helpen. Maar eigenlijk hadden we beter gezegd dat elke vrouw die zich laat steriliseren 100 of 200 dollar krijgt.”2

Deze malthusianisten, zoals men de volgelingen noemt van Thomas Malthus (1766-1834), de man die vreesde dat de wereld (nog tijdens zijn eigen leven) zou ten onder gaan aan overbevolking en die daarom pleitte voor de afschaffing van de armenhulp,3 doelen uiteraard op het uitroeien van de honger, van het mongolisme en van nog andere tekorten, zoals ook Adolf Hitler met zijn euthanasie- en eugeneticaprogramma's doelde op de uitroeiing van (aan bepaalde categorieën van mensen toegeschreven) gebreken. Hitler ging onmiddellijk over tot de liquidatie op industriële schaal van alle mensen die in zijn ogen van de geviseerde gebreken de dragers waren maar dat doen ook de genoemde geleerden van deze tijd waar zij overgaan tot het weigeren van voedselhulp aan mensen met honger en tot het aan hen ontzeggen van het recht op kinderen. Die maatregelen zijn bovendien én wetenschappelijk én ethisch verwerpelijk omdat de al dan niet vermeende overbevolking waarin zij de oorzaak van die plagen zien, in de eerste plaats een zaak is van ecologische voetafdruk: de ecologische voetafdruk van de armen is sowieso aanzienlijk kleiner dan die van de rijken, aan wiens recht op kinderen helemaal niet wordt geraakt (nota bene omdat zij niet arm zijn en derhalve niet zo vatbaar voor lafhartige chantage waaraan de armen feitelijk ten prooi zijn). Een veel aannemelijkere maatregel zou kunnen bestaan in een drastische inperking van consumptie en afvalproductie die voor de kwalen toegeschreven aan de zogenaamde overbevolking verantwoordelijk zijn. We gaan het hier niet hebben over het schromelijke gebrek aan inzicht dat bewindslieden doet beslissen om de natuur een handje te helpen waar zij geloven dat economische argumenten van tel kunnen zijn om ervoor te kiezen zieken laten sterven in plaats van ziekten te genezen of dus door hoogopgeleide artsen simpelweg door beulen te vervangen.

Bovendien zijn armen, gehandicapten en nog andere categorieën van mensen helemaal niet weg te werken, in het bijzonder waar zij producten zijn van het immer onsterfelijke blinde noodlot: gezonde mensen worden nu eenmaal gebrekkig ingevolge onder meer geweld, ongevallen en ouderdom en waar jacht gemaakt wordt op hun gebreken, voelen zij zichzelf ook geviseerd en ongewenst. Op dit punt valt principieel zelfs niemand uit de boot van minachting en schande en zeker niet waar men, zoals heden het geval is, de hoogbejaarden in het vizier neemt en men over hen spreekt als over mensen zonder nut, lastposten voor anderen én voor zichzelf, mensen die niets goeds meer te verwachten hebben en wiens 'lijden' “niet nodeloos gerekt moet worden”: bejaarden zijn geen aparte categorie van mensen; als wij geluk hebben, worden wij allemaal oud en de veroordeling van de oude dag spreekt onze drang naar eeuwig leven tegen.

Geen armen meer en geen mongooltjes, geen homo's en ook geen gehandicapten, geen vreemdelingen, geen te korte of te lange benen, geen onverstandige mensen meer en ook geen waanzinnigen, geen oudjes meer en zelfs geen stervenden: deze liedjes over een paradijs van menselijke makelij klinken weliswaar welluidend in de oren van velen maar zij zijn de verschrikkelijke kinderen van de droom van volmaaktheid, die gedroomd wordt door een 'elite' van op vlak van moreel bewustzijn minder begaafde lieden: misschien kunnen die het helemaal niet helpen maar zij kunnen wel bijzonder gevaarlijk en moorddadig worden op het ogenblik dat zij gaan beschikken over geld en macht, zoals de geschiedenis laat zien.

Edoch, het punt is verder dat het die lieden niet alleen ontbreekt aan ethisch bewustzijn: omdat ook kennis en wetenschap in wezen een zaak zijn van recht, daar de wetenschappelijke waarheid deze is die eeuwig voor het tribunaal verschijnen moet, ontbreekt het hen tevens aan inzicht en verstand, en dat is nog een heel ander paar mouwen.

(J.B., 15 april 2024)



1De volledige paragraaf luidt als volgt: “Ik zou een belangrijk deel van de ontwikkelingssamenwerking laten uitdelen in premies aan vrouwen die zich laten steriliseren. Neem nu de aardbeving in Haïti. We hebben veel geld opgehaald om te helpen. Maar eigenlijk hadden we beter gezegd dat elke vrouw die zich laat steriliseren 100 of 200 dollar krijgt.” https://www.dailymail.co.uk/news/article-2424129/Sir-David-Attenborough-Sending-food-Africa-solve-famine-barmy.html

2https://www.foodlog.nl/artikel/vlaamse-ethicus-vermeersch-steriliseer-arme-vrouwen/ Hoofdredacteur (van Foodlog) Dick Veerman:“Op de vraag van de interviewer van Knack of het opleggen van geboortebeperking aan arme vrouwen niet onethisch is, antwoordt Vermeersch dat geld in ruil voor sterilisatie de hongerproblemen in Afrika kan verzachten terwijl de Afrikanen 'blijkbaar nog niet begrepen hebben' dat hun voedselgebrek minder nijpend zou zijn als ze maar van kinderen af zouden zien.” (Ib.)

3Zie de hoofdstukken over het afschaffen van de 'armenwetten' in: https://web.archive.org/web/20130828222107/http://www.econlib.org/library/Malthus/malPlong.html






Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten