|
Massa-executie verkapt als volksgezondheid
Aflevering 2
Drie punten.
Punt één. George Orwell heeft ons met zijn dystopische roman 1984 geleerd dat men macht heeft over iemand als men iemand kan doen liegen: macht is het vermogen om iemand te doen belijden dat één opgeteld bij één gelijk is aan drie - wat in feite betekent dat macht het vermogen is om iemand te verbieden om de waarheid te spreken.
Er zijn voorbeelden bij de vleet van wat dat concreet inhoudt en de meest bekende dateren uit een nog niet zo ver verleden, met name uit de hoogdagen van de katholieke kerk die geduurd hebben tot in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw, een tijdperk waarvan zowat de helft van de huidige Belgen nog getuige zijn geweest - alleen de generatie van de hoogbejaarden heeft nog de hellepreken gekend, de aflaten en het 'belezen' van de zieken. Het machtsinstrument dat de kerk is, was in staat (maar dat komt gebeurlijk terug) om mensen dingen te doen belijden die kant noch wal raken, meer bepaald in de geloofsbelijdenis. Met zijn gezond verstand is principieel elke mens in staat om ook klaar en duidelijk in te zien dat de beleden geloofsartikelen helemaal niet waar kùnnen zijn, bijvoorbeeld omdat zij vloeken met de wetten van de natuur. Niettemin haalde destijds niemand die bij zijn hoofd was het in zijn hoofd om de inhoud van de religie in twijfel te trekken: de paus was (en is nog steeds) de zelfverklaarde plaatsvervanger van god op aarde en wat met pauselijk gezag verkondigd werd, was de waarheid; wat de traditie leerde, moest gevolgd worden; aan hetgeen in de bijbel stond, kon niet getornd worden.
Punt twee. Men heeft macht als men mensen kan doen liegen maar nog meer macht heeft men als men mensen er kan toe brengen om anderen te vermoorden.
Dat is trouwens wat dictators, maffioso en nog andere bandieten doen wanneer zij vertrouwelingen willen rekruteren: moordenaars maken promotie want moord is de ultieme test van trouw en van gehoorzaamheid die overigens tot in de tijd van Abraham moest worden afgelegd door alle gelovige vaders en wel op goddelijk bevel: Jahweh eiste het leven op van elke eerstgeboren zoon die dus door zijn vader geslacht moest worden en op een brandaltaar geofferd.
Punt drie. Men heeft iemand in zijn macht als men hem kan doen liegen, nog meer macht heeft men als men iemand kan doen moorden maar ongeëvenaard veel macht heeft men als men iemand zichzelf om het leven kan doen brengen.
Men zou niet verwachten dat dit ook echt mogelijk is maar dit is bijvoorbeeld het geval telkenmale iemand dood gepest wordt en onderzoek toont aan dat deze vorm van machtswellust veel vaker voorkomt dan wij bereid zijn te geloven. Het leeuwendeel van de zelfmoorden moeten, zoals onderzoek steeds overtuigender aantoont, in die context worden verklaard.
Om nu iemand zo ver te brengen dat hij zichzelf van het leven beneemt, moet men uiteraard eerst die ander kunnen laten geloven dat hij dat zelf ook wil. Zoals bijvoorbeeld ook de machtsinstelling van de kerk de ander moet kunnen laten belijden dat hij gelooft dat elk kind geboren wordt als een kind van de duivel. Of zoals men de frontsoldaat moet kunnen laten geloven dat degene die hij moet vermoorden, 'de vijand' is. Het toppunt van macht manifesteert zich waar men een grote menigte daarvan kan overtuigen dat het voor hen beter is dat zij dood zijn en begraven, zodat zij overgaan tot het ombrengen van zichzelf. (Trouwens ook het beliegen van zichzelf is in dezer van de partij om redenen die hierna duidelijk moeten worden.) De hele tactiek geschiedt middels projectie en wel als volgt.
In twee woorden gaat het hierom dat (overeenkomstig de wet dat de mens een wolf is voor zijn medemens) een zekere categorie van mensen door een andere groep verwenst wordt: de laatst genoemden willen de eerstgenoemden ombrengen. Maar de wet verbiedt en bestraft moord en opdat het snode plan zich zou kunnen voltrekken, dient een activiteit in het leven geroepen te worden die allerminst als moord bestempeld kan worden (en die er nog het liefst als hulp uitziet) maar die niettemin resulteert in de dood van de geviseerden.
Wat bedoeld wordt, is een voorwendsel waarachter zich de ware toedracht van de handelingen in kwestie verbergt. Het is de tactiek die wordt beoefend door elke commerçant en die vereist wordt door de huidige economie op straffe van het faillissement van de betrokken commerce.
Met de opkomst van de aanbidding van het gouden kalf, werd dat huzarenstukje gerealiseerd door een bezittende klasse, een elite, die het geld invoerde en het dan verdeelde onder de eigen klasse terwijl de lagere klasse ermee gechanteerd werd van zodra alles tot koopwaar werd gemaakt. Mensen van de lagere klasse werden in de waan gebracht dat het geldwezen de orde en de rechtvaardigheid zou dienen maar in feite werden zij middels de geldhandel (als mens) uitgeschakeld of herleid tot slaven.
Sociale hervormingen hebben die methode in zekere zin gefnuikt zodat nu en dan oorlogen nodig waren om het doel te bereiken dat voordien met de economie werd beoogd. Nu de verdere emancipatie van het volk ervoor gezorgd heeft dat ook de bereidheid van de mensen om aan een front elkaar te gaan ombrengen, flink geslonken is, wordt uitgekeken naar weer andere methoden waarmee massa's gedecimeerd kunnen worden zonder dat ook maar iemand (behalve de elite die het plan voltrekt) in de gaten kan krijgen wat er aan de hand is en beschuldigd zou kunnen worden van genocide.
De geschiedenis toont ons ook tal van voorbeelden van die verkapte moorddadige activiteiten en de meest voor de hand liggende en ook de bekendste (maar zeker niet de enige gebeurtenissen van die soort) zijn de holocaust onder de nazi's in de jaren voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, in Duitsland en in de door de nazi's ingelijfde gebieden in de rest van Europa alsook de zich door de jaren heen en door een gesofisticeerde omerta beschermde, zich alom voltrekkende massamoord op ongeboren kinderen.
De moord op zes miljoen joden kon zich voltrekken nadat het volk als zodanig werd ontmenselijkt en gedemoniseerd want zoals vaker gebeurt, wordt moord maar ook massamoord voorafgegaan door karaktermoord. De praktijk van abortus provocatus wordt verantwoord op grond van precies dezelfde argumentatie: ongeborenen zijn nog geen mensen want pas het burgerschap introduceert het mens-zijn dat immers een politieke constructie is, althans voor wie niet in een god geloven. Derhalve hebben ongeborenen geen rechten, zoals Europese rechters oordelen.
Zwakkelingen worden uiteraard ook zonder een holocaust vermalen onder de pletwals van de kapitalistische economie, de pikorde en allerlei vormen van sociale druk maar bij tijden moet een tandje worden bijgestoken en vinden letterlijk ongeziene genociden plaats.
Het recht op abortus kan zich handhaven middels de gruwel van het recht van de sterkste, dat gelijk is aan de wetteloosheid: het recht van ongeboren kinderen, op welke manier zij ook verwekt zijn en ongeacht door wie zij al dan niet gewenst worden, komt in de hele discussie niet aan bod terwijl het gaat om een massa van onschuldige slachtoffers die met de hele politieke heisa rond de manier waarop zij in de wereld zijn beland, helemaal niets te maken hebben.
De genocide op de joden onder de nazi's werd voorgesteld als een zuivering, een ware 'gezondmaking' van de bevolking of een volksgezondheidsbeleid. Voor het gezond maken van het volk moesten weliswaar onderdelen van de bevolking worden omgebracht maar het doel wettigde de middelen omdat het alternatief, naar men geloofde, de totale ondergang van het volk zou zijn. De ingreep was hard maar noodzakelijk en uiteindelijk ook goed, en wel omdat men geloofde dat zich anders een catastrofe zou voltrekken.
En let hier op het gebruik van de term 'geloof': het geloof dat zich een catastrofe zou voltrekken als men alles liet begaan, werd erin gedramd met een bijzondere ideologie, een heuse rassenleer, waarmee het volk gehersenspoeld werd en feitelijk veroordeeld om in te stemmen met de moordpartijen of om tenminste de andere kant op te kijken waar zij ook maar vermoed konden worden.
Het onderzoek van Abram de Swaan indachtig, herinneren we ons tevens dat in dergelijke precaire omstandigheden mensen zich verdacht maken en zelf bij de slachtoffers dreigen te belanden van zodra zij kritiek uiten op de gang van zaken: de nazipropaganda voltrok zich onder meer in cinemazalen gevuld met medici aan wie de rassenleer verkondigd werd alsook de zogenaamde 'Endlösung' voor het Jodenvraagstuk, terwijl in de zijgangen van de zaal militairen in uniform ijsbeerden met het geweer in de aanslag. Het bleef muisstil en de propagandafilm werd door eenstemmig applaus gevolgd. Onder de geleerden die toekeken en die allen de eed van Hippocrates hadden afgelegd (waarvan de eerste belofte luidt dat men zijn kennis niet zal aanwenden om aan anderen schade toe te brengen) was er niet één die het in zijn hoofd haalde om te protesteren tegen wat een 'voorstel' was tot medewerking aan wat de geschiedenis heeft geboekstaafd als een van de meest gruwelijke massamoordpartijen ooit.
En kijk, het is nog altijd eender.
Projectie werkt in dit geval als volgt: men wil de ander dood (en 'de ander' staat hier voor een massa mensen) en derhalve projecteert men zijn wil op de ander en liegt men zichzelf voor dat het de wil van de ander is om dood te gaan. Als men de ander doodt, kan men zichzelf voorliegen dat men hem alleen maar helpt bij het voltrekken van diens eigen wil.
En hierin schuilt dan ook de interne tegenspraak die van euthanasie een praktijk maakt die in feite onmogelijk is: men kan niemand verplichten om een mens om te brengen en derhalve kan men ook aan niemand het recht toekennen om door een ander gedood te worden. Het recht om gedood te worden bestaat niet zonder de plicht tot moord.
Euthanasie is een gedrocht, een spook, een waandenkbeeld dat zijn bestaan te danken heeft aan het onvermogen van de mensen om te verhinderen dat zich nu en dan mensen bereid tonen om, in een wettelijk kader dat vervolging wegens doodslag uitsluit, anderen om te brengen op hun eigen verzoek.
Waar vandaag onder druk van de economie de vermeende, zwevende wens geuit wordt dat een niet langer rendabele menigte zich bewust zou worden van de verborgen wens om het eigen leven niet langer te rekken en van het recht het te laten beëindigen door naar men dan hoopt voorhanden zijnde beulen, ontwikkelt dit gedrocht zich zowaar zoals een groeiend levend organisme dat, ofschoon het zelf geen recht heeft op bestaan, een enorme mensenmenigte naar het leven staat. Het kaduke voorwendsel dat hier van de partij is, is de bestrijding van leed; het eigenlijke motief is onbestrafte diefstal. Men doet alsof men aan mensen rechten schenkt (het 'recht om niet te lijden') terwijl men hen berooft van het leven en meteen ook van alle rechten (omdat de doden er geen hebben).
(J.B., 11 april 2024)
|