Naar de inhoud

Tisallemaiet

Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet) - © J. Bauwens, Serskamp
akke.beakke.be
Deze blog beoogt een duplicaat en/of een voortzetting van de blog Tisallemaiet (https://www.bloggen.be/tisallemaiet ) - © J. Bauwens, Serskamp

Berichten van 1 januari 2024 tot 31 december 2024

Massa-executie verkapt als volksgezondheid Aflevering 6: De droom van volmaaktheid

Massa-executie verkapt als volksgezondheid

Aflevering 6: De droom van volmaaktheid

Nietzsche was een filosoof, geen moralist en hij liet zich derhalve niet uit over de kwestie van goed en kwaad, hij probeerde alleen de oorsprong te verklaren van de moraal die mensen aanhangen. Als Hitler Nietzsche als zijn held beschouwde, deed hij dat vanuit de onbeholpenheid van de idolatrie die men meestal bij pubers aantreft als zij hun idool nabootsen omdat ze hem bewonderen en tegelijk benijden want de twee zijn nauwer verwant dan wij willen toegeven. Hitler bouwde zijn 'arendsnest' (cynisch genoeg vandaag een toeristische trekpleister1) en achtte zichzelf dan de Nietzsche van het gedicht 'Aus hohen Bergen' waar 'vriend Zarathustra' hem vereert met een bezoek.2

Zarathustra of Zoroaster was een Iraanse profeet die leefde meer dan drie millennia geleden en die op grond van een visioen van de oppergod (Ahura Mazda) predikte dat de zin van het menselijk bestaan ligt in het voeren van de strijd tegen het kwaad (Ahriman) en hij is daarin vrij en derhalve verantwoordelijk.3 In Nietzsches Also sprach Zarathustra (tevens de titel van een symfonisch gedicht uit 1896 van Richard Strauss) keert Zarathustra terug die de Übermensch predikt die hij als volgt typeert: “De Übermensch staat tot de mens als deze tot de aap.”4 en “De mens is een koord gespannen tussen de Übermensch en het dier.”5

De Übermensch staat op zichzelf en overtreft als zodanig de kuddemens maar hij is tevens de 'godmens'. Nietzsche schildert hem af als een nar die vanuit een heldhaftige extase zijn leven schenkt. “En dit is de grote middag: als de mens staat op het midden van zijn baan tussen dier en Uebermensch en als hij zijn weg ten avond viert als hoogste hoop; want het is de weg tot een nieuwe morgen. Dan zal de ondergaande zelf zich zegenen, dat hij overgaande is en de zon van zijn inzicht zal hem in de noen staan. “Dood zijn alle goden: nu willen wij, dat de Uebermensch leve” – dit zij eenmaal in de hoogste noen onze laatste wil! - Aldus sprak Zarathustra.”6 De zin uit Nietzsches boek van 1883 verwijst naar de slotverzen uit het lied Mut in Die Winterreise (vaak omschreven als een zoektocht van de eenzame mens naar zichzelf) van Wilhelm Müller (1794-1824) (die een bewonderaar was van Lord Byron met zijn Don Juan (1819-1824)) en op toon gezet in de beroemde liedcyclus Winterreise van Franz Schubert (1797-1828): “Will kein Gott auf Erden sein,/Sind wir selber Götter.”7

Met Friedrich Nietzsche, Wilhelm Müller, Lord Byron, Franz Schubert en Richard Strauss bevindt men zich nota bene in het tijdperk van de romantiek dat gekenmerkt wordt door subjectivisme, emotie en verbeelding, in Wikipedia kernachtig omschreven als volgt: “De naam romantiek is ontleend aan de middeleeuwse romances - verhalen waarin feilbare mensen de droom van volmaaktheid najagen.”8

In de uitwassen van de romantiek vindt men derhalve het najagen van het onmogelijke, de hubris of de overmoed, uitmondend in de zelfvergoddelijking, de grootheidswaan, de brutaliteit en de onbeschaamdheid. Ziedaar de megalomanie van niet alleen de overtijdse puber maar tevens de overjaarse romantieker Adolf Hitler, die niet de Nietzscheaanse held is die de massa overstijgt maar wel de verpersoonlijking van het onverstand van de kuddegeest. Het is die verwaandheid, die zelfoverschatting, die brutaliteit en die onbeschaamdheid die men nu terugvindt in de massa en in de politiek van vandaag die de wil van de massa vertegenwoordigt. De huidige volksgezondheidspolitiek is in het spoor van Hitlers 'zuiveringsoperaties' niets minder dan gemene massa-executie.

(J.B., 15 april 2024)

2Cf.: F. W. Nietzsche, Jenseits von Gut und Böse: Was ist Vornehm: Aus hohen Bergen (Nachgesang).

3Het heilig boek van het zoroastrisme is de Avesta. De profeet werd in Afghanistan vermoord. De leer telt nog honderdvijftigduizend volgelingen in Iran en India.

4F.W. Nietzsche, Also sprach Zarathustra,

5F.W. Nietzsche, Also sprach Zarathustra,

6Friedrich Nietzsche, Aldus sprak Zarathoestra. Een boek voor allen en voor niemand. Wereldbibliotheek Amsterdam 2021 (39ste druk) in een vertaling van dr. P. Endt en H. Marsman, pag. 73.

7 De oorspronkelijke tekst van het gedicht Mut luidt als volgt“Fliegt der Schnee mir in's Gesicht,/Schüttl' ich ihn herunter./Wenn mein Herz im Busen spricht,/Sing' ich hell und munter.//Höre nicht, was es mir sagt,/Habe keine Ohren./Fühle nicht, was es mir klagt,/Klagen ist für Toren.//Lustig in die Welt hinein/Gegen Wind und Wetter!/Will kein Gott auf Erden sein,/Sind wir selber Götter.”






Massa-executie verkapt als volksgezondheid Aflevering 5-

Massa-executie verkapt als volksgezondheid

Aflevering 5

3337255-3ed4bbe77de81a8870edbd86ff8c05af.JPG

(tekening: J.B.)

Jenseits von Gut und Böse. Vorspiel einer Philosophie der Zukunft uit 1886 en Zur Genealogie der Moral uit 1887 zijn een belangrijke kritiek van de Duitse filosoof Friedrich Wilhelm Nietzsche op de Joods-christelijke moraal waarin wordt aangetoond hoe morele begrippen door toeval en ook geleidelijk werden gevormd en hoe aldus de oorsprong van het 'redelijke' alles behalve redelijk is. Nietzsche onderscheidt de herenmoraal met als centrale waarden adeldom en trots en dus overheersing en onderdrukking en de reactie daarop, vooral in het jodendom en het christendom, namelijk de slavenmoraal die de gehoorzaamheid predikt met het oog op overleven.

De gehoorzaamheidsmoraal frustreert en kweekt haat- en wraakgevoelens die resulteren in de wreedheid en de sluwheid van vooral de priesters van deze religies: zij zijn meesters geworden die met de slavenmoraal waarin zij zelf helemaal niet geloven, wraak nemen en het volk onder de knoet houden.

Het is nu deze slavenmoraal waardoor het volk is gaan geloven dat het leeft om in gehoorzaamheid en nederigheid zijn meesters te dienen, welke er voor zorgt dat het succes van het massa-euthanasieprogramma, dat wordt voorgesteld als een zaak van volksgezondheid, verzekerd is. Het kost de heersende klasse met andere woorden niet zoveel moeite om het volk daarvan te overtuigen dat een leven dat niet langer nuttig is, een leven is dat “nodeloos gerekt wordt”, zoals zij dat nu ook letterlijk en geheel schaamtevrij in de Poe-eske 'verborgenheid van de openbaarheid'1 uitdrukken.

Uiteraard blijven mensen zich er wel van bewust dat, zoals de term 'euthanasie' het zelf zegt, het als 'goed' voorgestelde levenseinde waartoe zij gedreven worden, de grootst denkbare gruwel verkapt, welke de dood tenslotte voor alle levenden is. Edoch, net zoals de gefrustreerde priesters die zich in rancune wreken door het volk te onderdrukken, worden nu ook de jongere generaties daartoe verleid waar zij het in de mot krijgen dat de ouderen naar de slachtbank worden geleid en zij gaan prompt meewerken aan de druk die de heersende klasse op de oudjes uitoefent om met hun eigen veroordeling in te stemmen.

In de absurde waan dat zij zelf nooit oud zullen worden, bezwijken de jongere generaties nu ook nog voor een andere druk: zij gaan (uiteraard voor een zeer korte termijn) prompt de kant kiezen van hun overheersers en zij zetten zich op laffe wijze tegen de ouderen af; zij sussen het eigen geweten met allerlei argumenten die de senioren nog dat extra duwtje geven dat hen volkomen weerloos maakt tegen een lot dat voor hen werd geregeld en waarvan zij zich al te laat de ernst realiseren, zoals menigeen doet wanneer hij ontdekt met een of ander door hem ondertekend contract bij den bok gezet te zijn.

Wij weten allen tot welk een altruïsme ouders in staat zijn en ook hier verschonen zij, alle wreedheid ten spijt, sowieso voor zichzelf wat hun kinderen aldus met hen uitspoken. Dat zij zodoende de massa-executie van de heersende klasse (“Krieg und Leichen, die letzste Hoffnung der Reichen”2) in de kaart spelen, ligt dan al ver buiten hun vizier. De overheersers hebben het over het recht van ouderen om te sterven als zij dat willen, maar hier is allang geen sprake meer van wil en in geen geval van gerechtigheid, zodat een mensdom dat dit toelaat en promoot, niets anders is dan een heuse roversbende, zoals anderhalf millennium geleden reeds Augustinus van Hippo heeft opgemerkt: “Remota iustitia quid sunt regna nisi magna latrocinia” (“Zonder gerechtigheid, wat zijn naties anders dan grote roversbenden?”)3

(J.B., 14 april 2024)

1In De gestolen brief beschrijft E.A. Poe hoe de beste plaats om iets onvindbaar te maken, het volle daglicht is, waar het verborgene immers geen argwaan wekt.

2John Heartfield maakte onder deze titel een collage waarop te zien is hoe een bloedhond met medailles en met hoge hoed over de lijken op een slagveld wandelt.

3Aurelius Augustinus, De Civitate Dei, IV, 4.






Massa-executie verkapt als volksgezondheid Aflevering 4

Massa-executie verkapt als volksgezondheid

Aflevering 4

Macht is meetbaar als het vermogen om anderen te doen liegen en meer macht als het vermogen om anderen te doen moorden maar de hoogste macht manifesteert zich waar men mensen zichzelf kan doen ombrengen. Dat is het geval met de installatie in het volksgezondheidsbeleid van een heus euthanasieprogramma: mensen worden massaal omgebracht onder het voorwendsel dat men hen helpt om zichzelf om te brengen en zij willen zichzelf ombrengen om een einde te maken aan een zogenaamd zinloos voortbestaan: “Men moet het leven niet nodeloos rekken”, zo zeggen het de 'vooraanstaanden' in samenspraak met hun 'experten'.

Het betreft daarbij niet toevallig de categorie van mensen die economisch niet langer rendabel zijn en het punt is nu precies dat het leed van deze mensen wordt veroorzaakt door het besef niet langer nuttig te zijn, terwijl de kapitalistische moraal zin vereenzelvigt met nut - althans voor de zogenaamde 'werkmensen'. De gang van zaken is derhalve de volgende.

Eerst wordt aan de (werk)mensen geleerd dat de zin van hun leven bestaat in hun nut en zij worden daarvan ook overtuigd middels sanctionering, die een vorm van africhting is: wie werken, ontvangen loon en wie niet werken, moeten loon derven en zij zullen lijden. Wanneer deze brave mensen zich niet langer nuttig kunnen maken, ervaren zij derhalve geen zin meer en nog meer dan dat: zij voelen zich tot last en dat is als het ware een 'negatief nut'. De ervaring van zinloosheid doet hen uiteraard lijden en dat lijden kan vanzelfsprekend alleen nog beëindigd worden door het beëindigen van hun leven zelf.

Uiteraard is een wereld waarin een zekere klasse van mensen pas zin ervaren als zij (economisch) nuttig zijn, een wereld waarin die mensen geen doel op zich zijn: het gaat dus om die mensen die niet voor zichzelf leven en die geloven dat zij, eenmaal nutteloos geworden, alleen nog anderen tot last kunnen zijn. Het is hen zo aangeleerd en zij weten niet dat dit niet de moraal is van iedereen: zij hebben geen weet van andere klassen van mensen, namelijk mensen die het normaal vinden dat zij anderen in hun dienst hebben en die er zelf niet aan denken om anderen van dienst te zijn.

Onderzoek toont aan dat zwarten door de eeuwen heen danig geïndoctrineerd zijn dat hun kinderen de vraag wie van beide de besten zijn, de blanken of de zwarten, spontaan beantwoorden in hun eigen nadeel. Zij beseffen niet dat zij evenwaardig zijn aan de blanken en dat hun minderwaardigheid hun aangepraat is, of beter: aangedaan, meer bepaald middels verdrukking en slavernij. Op dezelfde manier beseffen werkmensen niet dat zij behalve van nut voor anderen, ook nog zelf mens zijn zonder die anderen, die er niet aan denken om op hun beurt hen van dienst te zijn.

Werkmensen beseffen nauwelijks dat leven meer is dan alleen maar werken en dat eenmaal zij met werken hebben opgehouden, zij best nog verder kunnen leven zonder zich daarbij schuldig te moeten voelen. Maar voor dat schuldgevoel zorgt uiteraard de wet der gewoonte. Ondanks het feit dat zij levenslang bijgedragen hebben tot de opbouw van het pensioen en dat zij derhalve helemaal geen schuldgevoelens hoeven te koesteren, blijkt de nuttigheidsmoraal zo diep in hun ziel geworteld dat zij er weliswaar niet zelf gaan om vragen om hun leven te beëindigen maar dat zij het er dan toch mee eens kunnen worden wanneer over hen geoordeeld wordt dat ze eigenlijk al lang genoeg geleefd hebben, dat het voor iedereen zo wel niet is, en dat zij anderen tenslotte alleen nog maar tot last zijn.

Het pensioen wordt weliswaar betaald door een staatskas maar de rusthuizen waarin de ouderlingen worden opgesloten, hangen steeds meer af van de plaatselijke OCMW en zoals iedereen weet, zitten deze commissies in de rode cijfers en zo gaan de gemeenten er stilaan toe neigen om de naaste familie van de ouderlingen aan te spreken met betrekking tot de kosten van het levensonderhoud van hun ouders en grootouders. De reactie van een steeds egoïstischer wordende bevolking laat zich raden en het hele gedoe zal resulteren in de uitvinding en het goedpraten van allerlei voorwendsels om de levensbeëindiging van de senioren te kunnen faciliteren. Dat alles is vandaag reeds volop aan de gang en het blijkt niet eens zo moeilijk, in de eerste plaats omdat de klasse van mensen waar het om gaat, ervan overtuigd zijn dat zij hun leven danken aan hun nut.

(J.B., 13 april 2024)

Massa-executie verkapt als volksgezondheid Aflevering 3

Massa-executie verkapt als volksgezondheid

Aflevering 3

“Als u dat juist eens zou willen ondertekenen...”: we kennen het voorstel dat gepaard gaat met het onder onze neus geschoven krijgen van papier én pen en een wijsvinger maakt het ons heel makkelijk: “Hier, in dit vakje, prachtig, dankuwel...”, waarna een zucht van verlichting vanwege de - ik schreef bijna: 'de aanrander'. Want, inderdaad, soms vele jaren later krijgt men ter gelegenheid van een of andere als onrecht ervaren beslissing in de rechtbank hetzelfde papier onder de neus geschoven met als tegenwerping op uw teken van onthutsing het commentaar: “Is dit niet uw handtekening?” En kom dan maar aandraven met de uitleg dat u dit in vertrouwen hebt gedaan omdat u dacht... ja, wat dacht u? Want iemand die u iets laat ondertekenen, is iemand die u iets laat zeggen dat hij eigenlijk zelf gezegd heeft; hij wil iets van u en hij dringt u zijn wil op door u te laten verklaren dat u het bent die dit wilt. Hij projecteert zijn wil op u en hij doet dat wel heel nauwgezet, het welbekende Latijnse gezegde indachtig: “Verba volent, scripta manent.” Hij probeert zelfs te verhinderen dat u gaat lezen wat er staat op het papier waarvan hij wil dat u het ondertekent; hij laat u heel goed voelen dat u hem pleziert wanneer u hem een signaal geeft van uw blind vertrouwen door onmiddellijk te tekenen zonder acht te slaan op wat er staat. Pas na het afscheid met de verraderlijke handdruk die immers een variant is op de judaskus, begint het met mondjesmaat tot u door te dringen dat u het eigenlijk aan zichzelf verplicht was om het papier in kwestie eerst te lezen of, wanneer u dat alsnog deed, om vragen te stellen over de passages die u niet direct begreep of waarvan u de gevolgen op dat onmiddellijk weggewaaide ogenblik onmogelijk kon overzien. Maar dat deed u niet en nu moet u verder met een onzekerheid die zich op een door het lot bepaalde dag verduidelijkend zal vertalen als het onmiskenbaar afstand gedaan hebben van een recht en tevens van een meestal aanzienlijke som geld.

De dader doet het welbewust maar omdat hij het schuldgevoel dat misdaad meebrengt uit zijn ziel wil bannen, zorgt hij ervoor dat hij zich zo weinig mogelijk bewust wordt van wat hij deed: hij verdringt zijn daad, duwt hem als het ware kopje onder, dat wil zeggen richting onderbewustzijn, in de hoop dat hij nooit meer boven komt drijven. Waar er een papier mee gemoeid is en een handtekening, moet alles vanzelfsprekend in het bewustzijn komen en weet men heel goed wat men bekokstooft als men iemand doet 'tekenen' maar dan zorgt men er wel voor dat de tijdsduur tussen het maken van de schriftelijke overeenkomst en het uit de mouw komen van de aap, groot genoeg is om het schuldgevoel te kunnen verdoezelen middels de vergetelheid, u kent dat wel: de tand des tijds en ach, het is al zo lang geleden, zegt men dan: het is begot verjaard en wat zat daar nu precies achter, zegt u? Het is toch uw naam die hier onder staat? Dan is het uw eigenste verklaring! U zegt dat ik dit heb verklaard? Waarom staat uw naam er dan onder en niet de mijne? Ik heb u bedrogen, zegt u? Maar u kunt toch lezen, mijn beste meneer? U hebt getekend zonder het te lezen, zegt u? Tja, dat is op zijn zachtst gezegd heel vreemd, meneer: ik raad u aan eens een hersendokter te raadplegen...

Louter juridisch gezien heeft de 'aanrander', zoals we hem hadden willen noemen, gelijk en als de zaak voor een rechter verschijnt, zal hij dat gelijk wellicht ook krijgen: er is niets onredelijk aan de eis om een som geld te innen als de tegenpartij een schuldbewijs ondertekend heeft. Alleen is het zo dat het leven zich niet voltrekt middels juridische, logische of redelijke afspraken maar veeleer in een sfeer van zaken zoals trouw, ontrouw en verleiding waarbij het slachtoffer van de verleider vaak iemand is die best verleid wil worden, bijvoorbeeld omdat hij in het gevlei wil komen van degene die hem een peer poogt te stoven. “Als u dat juist eens wil 'tekenen'?” En men wil die vriendelijke vraag niet abrupt beantwoorden met een weigering omdat men de ander niet wil beledigen door hem verdacht te maken, men vertrouwt hem gewoon en via die weg krijgt men op een keer het onvriendelijke bezoek van de deurwaarder die uw meubels op de stoep plaatst waar ze dan openbaar worden verkocht, zodat de mensen zeggen: “Wat heeft die uitgespookt?”, waarna zij u gaan mijden als de pest. En u telt niet meer mee, zo simpel is dat, waarde heer.

Dit alles om maar te zeggen dat de regelingen die getroffen worden om een mens - en in dit geval een hele menigte - iets te ontnemen - en in dit geval is de buit het leven van de betrokkenen - weliswaar juridisch gezien correct verlopen maar in feite producten zijn van de kunst van het liegen, die bedrogenen achterlaten en dat zijn in het onderhavige geval niets anders dan een enorme massa lijken. Of hebben wij dan ergens iets over het hoofd gezien?

(J.B., 13 april 2024)

Massa-executie verkapt als volksgezondheid Aflevering 2

Massa-executie verkapt als volksgezondheid

Aflevering 2

Drie punten.

Punt één. George Orwell heeft ons met zijn dystopische roman 1984 geleerd dat men macht heeft over iemand als men iemand kan doen liegen: macht is het vermogen om iemand te doen belijden dat één opgeteld bij één gelijk is aan drie - wat in feite betekent dat macht het vermogen is om iemand te verbieden om de waarheid te spreken.

Er zijn voorbeelden bij de vleet van wat dat concreet inhoudt en de meest bekende dateren uit een nog niet zo ver verleden, met name uit de hoogdagen van de katholieke kerk die geduurd hebben tot in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw, een tijdperk waarvan zowat de helft van de huidige Belgen nog getuige zijn geweest - alleen de generatie van de hoogbejaarden heeft nog de hellepreken gekend, de aflaten en het 'belezen' van de zieken. Het machtsinstrument dat de kerk is, was in staat (maar dat komt gebeurlijk terug) om mensen dingen te doen belijden die kant noch wal raken, meer bepaald in de geloofsbelijdenis. Met zijn gezond verstand is principieel elke mens in staat om ook klaar en duidelijk in te zien dat de beleden geloofsartikelen helemaal niet waar kùnnen zijn, bijvoorbeeld omdat zij vloeken met de wetten van de natuur. Niettemin haalde destijds niemand die bij zijn hoofd was het in zijn hoofd om de inhoud van de religie in twijfel te trekken: de paus was (en is nog steeds) de zelfverklaarde plaatsvervanger van god op aarde en wat met pauselijk gezag verkondigd werd, was de waarheid; wat de traditie leerde, moest gevolgd worden; aan hetgeen in de bijbel stond, kon niet getornd worden.

Punt twee. Men heeft macht als men mensen kan doen liegen maar nog meer macht heeft men als men mensen er kan toe brengen om anderen te vermoorden.

Dat is trouwens wat dictators, maffioso en nog andere bandieten doen wanneer zij vertrouwelingen willen rekruteren: moordenaars maken promotie want moord is de ultieme test van trouw en van gehoorzaamheid die overigens tot in de tijd van Abraham moest worden afgelegd door alle gelovige vaders en wel op goddelijk bevel: Jahweh eiste het leven op van elke eerstgeboren zoon die dus door zijn vader geslacht moest worden en op een brandaltaar geofferd.

Punt drie. Men heeft iemand in zijn macht als men hem kan doen liegen, nog meer macht heeft men als men iemand kan doen moorden maar ongeëvenaard veel macht heeft men als men iemand zichzelf om het leven kan doen brengen.

Men zou niet verwachten dat dit ook echt mogelijk is maar dit is bijvoorbeeld het geval telkenmale iemand dood gepest wordt en onderzoek toont aan dat deze vorm van machtswellust veel vaker voorkomt dan wij bereid zijn te geloven. Het leeuwendeel van de zelfmoorden moeten, zoals onderzoek steeds overtuigender aantoont, in die context worden verklaard.

Om nu iemand zo ver te brengen dat hij zichzelf van het leven beneemt, moet men uiteraard eerst die ander kunnen laten geloven dat hij dat zelf ook wil. Zoals bijvoorbeeld ook de machtsinstelling van de kerk de ander moet kunnen laten belijden dat hij gelooft dat elk kind geboren wordt als een kind van de duivel. Of zoals men de frontsoldaat moet kunnen laten geloven dat degene die hij moet vermoorden, 'de vijand' is. Het toppunt van macht manifesteert zich waar men een grote menigte daarvan kan overtuigen dat het voor hen beter is dat zij dood zijn en begraven, zodat zij overgaan tot het ombrengen van zichzelf. (Trouwens ook het beliegen van zichzelf is in dezer van de partij om redenen die hierna duidelijk moeten worden.) De hele tactiek geschiedt middels projectie en wel als volgt.

In twee woorden gaat het hierom dat (overeenkomstig de wet dat de mens een wolf is voor zijn medemens) een zekere categorie van mensen door een andere groep verwenst wordt: de laatst genoemden willen de eerstgenoemden ombrengen. Maar de wet verbiedt en bestraft moord en opdat het snode plan zich zou kunnen voltrekken, dient een activiteit in het leven geroepen te worden die allerminst als moord bestempeld kan worden (en die er nog het liefst als hulp uitziet) maar die niettemin resulteert in de dood van de geviseerden.

Wat bedoeld wordt, is een voorwendsel waarachter zich de ware toedracht van de handelingen in kwestie verbergt. Het is de tactiek die wordt beoefend door elke commerçant en die vereist wordt door de huidige economie op straffe van het faillissement van de betrokken commerce.

Met de opkomst van de aanbidding van het gouden kalf, werd dat huzarenstukje gerealiseerd door een bezittende klasse, een elite, die het geld invoerde en het dan verdeelde onder de eigen klasse terwijl de lagere klasse ermee gechanteerd werd van zodra alles tot koopwaar werd gemaakt. Mensen van de lagere klasse werden in de waan gebracht dat het geldwezen de orde en de rechtvaardigheid zou dienen maar in feite werden zij middels de geldhandel (als mens) uitgeschakeld of herleid tot slaven.

Sociale hervormingen hebben die methode in zekere zin gefnuikt zodat nu en dan oorlogen nodig waren om het doel te bereiken dat voordien met de economie werd beoogd. Nu de verdere emancipatie van het volk ervoor gezorgd heeft dat ook de bereidheid van de mensen om aan een front elkaar te gaan ombrengen, flink geslonken is, wordt uitgekeken naar weer andere methoden waarmee massa's gedecimeerd kunnen worden zonder dat ook maar iemand (behalve de elite die het plan voltrekt) in de gaten kan krijgen wat er aan de hand is en beschuldigd zou kunnen worden van genocide.

De geschiedenis toont ons ook tal van voorbeelden van die verkapte moorddadige activiteiten en de meest voor de hand liggende en ook de bekendste (maar zeker niet de enige gebeurtenissen van die soort) zijn de holocaust onder de nazi's in de jaren voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, in Duitsland en in de door de nazi's ingelijfde gebieden in de rest van Europa alsook de zich door de jaren heen en door een gesofisticeerde omerta beschermde, zich alom voltrekkende massamoord op ongeboren kinderen.

De moord op zes miljoen joden kon zich voltrekken nadat het volk als zodanig werd ontmenselijkt en gedemoniseerd want zoals vaker gebeurt, wordt moord maar ook massamoord voorafgegaan door karaktermoord. De praktijk van abortus provocatus wordt verantwoord op grond van precies dezelfde argumentatie: ongeborenen zijn nog geen mensen want pas het burgerschap introduceert het mens-zijn dat immers een politieke constructie is, althans voor wie niet in een god geloven. Derhalve hebben ongeborenen geen rechten, zoals Europese rechters oordelen.

Zwakkelingen worden uiteraard ook zonder een holocaust vermalen onder de pletwals van de kapitalistische economie, de pikorde en allerlei vormen van sociale druk maar bij tijden moet een tandje worden bijgestoken en vinden letterlijk ongeziene genociden plaats.

Het recht op abortus kan zich handhaven middels de gruwel van het recht van de sterkste, dat gelijk is aan de wetteloosheid: het recht van ongeboren kinderen, op welke manier zij ook verwekt zijn en ongeacht door wie zij al dan niet gewenst worden, komt in de hele discussie niet aan bod terwijl het gaat om een massa van onschuldige slachtoffers die met de hele politieke heisa rond de manier waarop zij in de wereld zijn beland, helemaal niets te maken hebben.

De genocide op de joden onder de nazi's werd voorgesteld als een zuivering, een ware 'gezondmaking' van de bevolking of een volksgezondheidsbeleid. Voor het gezond maken van het volk moesten weliswaar onderdelen van de bevolking worden omgebracht maar het doel wettigde de middelen omdat het alternatief, naar men geloofde, de totale ondergang van het volk zou zijn. De ingreep was hard maar noodzakelijk en uiteindelijk ook goed, en wel omdat men geloofde dat zich anders een catastrofe zou voltrekken.

En let hier op het gebruik van de term 'geloof': het geloof dat zich een catastrofe zou voltrekken als men alles liet begaan, werd erin gedramd met een bijzondere ideologie, een heuse rassenleer, waarmee het volk gehersenspoeld werd en feitelijk veroordeeld om in te stemmen met de moordpartijen of om tenminste de andere kant op te kijken waar zij ook maar vermoed konden worden.

Het onderzoek van Abram de Swaan indachtig, herinneren we ons tevens dat in dergelijke precaire omstandigheden mensen zich verdacht maken en zelf bij de slachtoffers dreigen te belanden van zodra zij kritiek uiten op de gang van zaken: de nazipropaganda voltrok zich onder meer in cinemazalen gevuld met medici aan wie de rassenleer verkondigd werd alsook de zogenaamde 'Endlösung' voor het Jodenvraagstuk, terwijl in de zijgangen van de zaal militairen in uniform ijsbeerden met het geweer in de aanslag. Het bleef muisstil en de propagandafilm werd door eenstemmig applaus gevolgd. Onder de geleerden die toekeken en die allen de eed van Hippocrates hadden afgelegd (waarvan de eerste belofte luidt dat men zijn kennis niet zal aanwenden om aan anderen schade toe te brengen) was er niet één die het in zijn hoofd haalde om te protesteren tegen wat een 'voorstel' was tot medewerking aan wat de geschiedenis heeft geboekstaafd als een van de meest gruwelijke massamoordpartijen ooit.

En kijk, het is nog altijd eender.

Projectie werkt in dit geval als volgt: men wil de ander dood (en 'de ander' staat hier voor een massa mensen) en derhalve projecteert men zijn wil op de ander en liegt men zichzelf voor dat het de wil van de ander is om dood te gaan. Als men de ander doodt, kan men zichzelf voorliegen dat men hem alleen maar helpt bij het voltrekken van diens eigen wil.

En hierin schuilt dan ook de interne tegenspraak die van euthanasie een praktijk maakt die in feite onmogelijk is: men kan niemand verplichten om een mens om te brengen en derhalve kan men ook aan niemand het recht toekennen om door een ander gedood te worden. Het recht om gedood te worden bestaat niet zonder de plicht tot moord.

Euthanasie is een gedrocht, een spook, een waandenkbeeld dat zijn bestaan te danken heeft aan het onvermogen van de mensen om te verhinderen dat zich nu en dan mensen bereid tonen om, in een wettelijk kader dat vervolging wegens doodslag uitsluit, anderen om te brengen op hun eigen verzoek.

Waar vandaag onder druk van de economie de vermeende, zwevende wens geuit wordt dat een niet langer rendabele menigte zich bewust zou worden van de verborgen wens om het eigen leven niet langer te rekken en van het recht het te laten beëindigen door naar men dan hoopt voorhanden zijnde beulen, ontwikkelt dit gedrocht zich zowaar zoals een groeiend levend organisme dat, ofschoon het zelf geen recht heeft op bestaan, een enorme mensenmenigte naar het leven staat. Het kaduke voorwendsel dat hier van de partij is, is de bestrijding van leed; het eigenlijke motief is onbestrafte diefstal. Men doet alsof men aan mensen rechten schenkt (het 'recht om niet te lijden') terwijl men hen berooft van het leven en meteen ook van alle rechten (omdat de doden er geen hebben).

(J.B., 11 april 2024)

Massa-executie verkapt als volksgezondheid Aflevering 1

Massa-executie verkapt als volksgezondheid

Aflevering 1

Reeds de Helleense filosoof Plato die leefde van 427 tot 347 A.X. beschouwde de zintuiglijke wereld als slechts een schaduwbeeld van de ware werkelijkheid, de ideeënwereld, waar wij de toegang toe hebben via de zintuiglijke wereld. Die gedachte duikt ook in vele andere culturen op: in het hindoeïsme alsook in het boeddhisme spreekt men over de zintuiglijke wereld als over het maya, de sluier van de begoocheling, die de waarheid verbergt. De gehele middeleeuwse wijsbegeerte is doordrongen van de idee dat de goddelijke werkelijkheid verborgen blijft maar dat wij er de toegang toe hebben via drie kanalen, met name de natuur, de heilige schrift en de ziel. De hedendaagse wetenschap verschilt hierin niet van deze wijsgerige inzichten, al is zij wel een beetje agressiever: zij gelooft dat de mens in staat is om via experimenten de realiteit te dwingen zijn ware gelaat te tonen; op die manier tracht de wetenschapper de natuur naar zijn hand te zetten of aan zich te onderwerpen, waardoor hij zichzelf eigenlijk een goddelijke status probeert toe te kennen. In feite streeft de mens ook in de theologische en in de filosofische kennis die goddelijke status na omdat kennis sowieso gericht is op het objectiveren en derhalve op het beheersen of het bezitten van de werkelijkheid. Maar dat hij er op die manier meteen buiten valt, wijst op het uiteindelijk oneigenlijke van de kennis maar dat is dan al een heel ander paar mouwen. De boodschap luidt dat wij vanuit ons armzalig leven niet moeten wanhopen omdat hetgeen wij zien, slechts een verpakking van de dingen is: wij moeten leren de verpakking open te maken en er de ware dingen uit te halen zoals men doet met een cadeautje. De taak van de filosofie maar ook die van de wetenschappen, waarvan zij de moeder is, bestaat derhalve in de ontsluiering van de waarheid. Bij Plato heet het in de wijsbegeerte van Socrates de 'maieutiek' of de 'verloskunde': het naar buiten brengen van de waarheid die al in de ziel aanwezig is, middels het gesprek dat licht werpt op de dingen welke anders in duisternis gehuld blijven. Heidegger, die de Griekse wijsbegeerte zeer genegen was, wijst daar op en noemt dit de taak van de filosoof: de dingen ontsluieren, ze van hun sluier ontdoen en ze aan het licht te brengen.

Maar die wijsgerige activiteit werd reeds Socrates alles behalve in dank afgenomen: hij werd erom gehaat en wel in die mate dat men hem valselijk beschuldigde van allerlei kwaad teneinde hem te kunnen veroordelen tot de dood - in het Athene van die tijd werd hij veroordeeld tot het drinken van de gifbeker. Hetzelfde gebeurde doorheen de geschiedenis met een hele reeks van mensen die zich tot doel hadden gesteld om de wereld te verheffen door het aan het licht brengen van de waarheid. De wereld immers blijkt van geen licht te willen weten, hij blijft liever in de duisternis verzonken omdat het donker als geen ander in staat is om het kwaad dat in de wereld welig tiert, verborgen te houden.

En die activiteit van het verbergen van de waarheid, geheel tegengesteld aan het 'ontbergen' ervan in de wijsbegeerte, kennen wij genoegzaam als het liegen en bedriegen in hun vele vormen: de voorwendsels die de eigenlijke beweegredenen versluieren in de middeldoelomkeringen, de verkappingen, de maskerades, de verschoningen en de excuses, de ad-hocredeneringen, de opsmuk en de mascara, het verbergen, verhelen, verhullen, versluieren, verduisteren en verdonkeremanen. En een vandaag wel heel vernuftige techniek waarmee de wereld zijn kwaad kan wegsteken, is de projectie, ons bekend uit de psychologie.

Met een zekere vorm van projectie wordt het immers niet alleen mogelijk om van het slachtoffer de dader te maken maar tevens gaat het kwaad er uitzien als een goed. En dat is heden hier te lande maar ook wereldwijd aan de orde in de tactiek die andermaal wordt opgezet om massamoord te kunnen plegen op onschuldigen waarbij men het tevens zo laat uitschijnen dat zij er zelf om vragen omdat dit voor hen het beste zou zijn wat hun ook maar kon overkomen. Een gruwel die geschiedt in het volle licht, op klaarlichte dag en onbeschaamd, naar het voorbeeld van De Verborgen Brief van Edgar Allen Poe. Uitgerekend dat voltrekt zich heden andermaal met de installatie in het volksgezondheidsbeleid van een euthanasieprogramma bestemd voor het 'ter hulp komen' van alle burgers die niet of niet langer in staat zijn om het gouden kalf te spekken.

(J.B., 11 april 2024)

-

-



2593991-a34dd4a953949817276832eb88d9f78b.JPG

Paternalisme

Paternalisme

Moeten de rijke landen de arme landen helpen? Er zijn figuren die zoveel geld bijeen gestolen hebben dat zij, danig blasé, van geen hout pijlen meer weten te maken en die dan op het idee komen de filantroop te gaan uithangen om dan met hun tronie in de boeken te kunnen staan tussen Gandhi en pater Damiaan.

Echter, geen combinatie is gevaarlijker dan die van rijk en dom en zo kijkt de wereld terecht met argusogen naar de multimiljardairs van deze tijd die in hun dooie eentje hele satellietentreinen de aarde rond sturen om die in oorlogstijd dan uit te kunnen baten, ruimteschroot naar Mars lanceren en aluminiumsplinters in de atmosfeer verspreiden omdat hun ongeletterde, immer gedrogeerde maar door henzelf voor geniaal gehouden kop hen voorhoudt dat zij aldus àlle anderen het nakijken kunnen geven met hun portret in de boeken naast Einstein en Tesla.

Deze uitvinders van het neo-wetenschappelijke gezegde dat iets onschadelijk is zolang zijn schadelijkheid onbewezen is, lanceren raketten geladen met atoombommen richting die kometen die wel eens terecht zouden kunnen komen op de planeet; zij wijzigen het menselijk DNA met door corrupte politici feitelijk verplichte vaccins voor het ganse mensdom en zij installeren G5-zendmasten omdat zij persoonlijk van mening zijn dat wie geloven dat de navenante stralingen kanker veroorzaken, angsthazen zijn.

Hoe armzaliger het vernuft van deze lieden, des te omvangrijker hun onvoorzichtigheid: zij durven ronduit alles en hierbij riskeren zij wel te verstaan andermans leven en in de eerste plaats dat van de kinderen, de gekoloniseerden en al die andere categorieën van mensen wiens fortuin van nul komma nul euro, yen of dollar, hen weerloos maakt. Zij spelen zowaar Russische roulette met andermans hoofden en zij beleggen in wapens, drugs en mensenhandel, zij het dat zij dat middels hun gewetenloze topadvocaten welteverstaan allemaal weten te arrangeren op een legale manier en derhalve sowieso helemaal straffeloos hun gang gaan.

Zij zijn de uitgevers van malafide producten voorzien van honderdduizend bladzijden lange bijsluiters met microscopisch kleine lettertekens in hiëroglyfen waarmee zij elke kant op kunnen omdat zij, onder het allergemeenste motto van “het zal onze tijd wel duren”, met hun valuta alle gerechtszaken op de bijzonder lange baan weten te schuiven, wat wil zeggen dat zij die helemaal teniet doen, heel simpel door ze te rekken tot net voorbij hun levenseinde, een truc waarmee zij zich a priori hebben vrijgekocht van alle mogelijke schuld, terwijl de door hen gepluimde ongelukkigen wachten op hun gelijk tot in de eeuwen der eeuwen, amen.

Jan met de pet is er beducht voor sinds oudsher want zij lopen er zo dik als het haar op een hond: de commerçanten die de armen eens gaan helpen om onder dat voorwendsel hun zakken leeg te schudden en in luttele seconden aan de haal te gaan met datgene waarvoor de ander een leven lang heeft moeten beknibbelen. Met de noorderzon verdwijnen zij maar zoals een splinternieuwe zon staan zij binnen de kortste tijd weer op in volle glorie, hijsen zij zichzelf weer helemaal naar boven in het firmament en nemen zij godbetert hun slachtoffers van daags voordien andermaal te grazen.

De mensenhelpers aan de top spannen ook de kroon inzake het vermogen om hun slachtoffers met totale zinsverbijstering te slaan en zo kennen wij de held die nog steeds doorgaat voor een groot staatsman en een filantroop, koning Leopold II die, onder het welluidende voorwendsel van beschaving en christianisering (getuige de missiebusjes in de klaslokalen en de omhalingen van 'zilverpapier' voor de 'negertjes'), op ongeëvenaarde wijze in geen tijd met een waar terreurbewind de Congolese bevolking tot slaven maakte en decimeerde tijdens een ongeëvenaarde rooftocht naar ivoor en rubber. Met een deel van dat fortuin richtte de ook architecturaal begaafde vorst megalomane bouwwerken op zoals onder meer de Koninklijke Gaanderijen in de mondaine badstad Oostende, de zoo en het stationsgebouw van Antwerpen, het justitiepaleis alsook het jubelpark van Brussel waar ooit negers werden tentoongesteld achter een hekken met daarop het bordje “verboden te voederen” - het jubelpark dat naar verluidt zal opgekalefaterd worden tegen het jubileumjaar 2030 wanneer al die heldendaden zullen worden herdacht, incluis het neokolonialisme en de moord met de medewerking van de Belgische regering op Patrice Lumumba die de verdere plundering van het Afrikaanse gewest bedreigde sinds hij tijdens een bezoek van koning Boudewijn aan de Congo onze vorst toesprak met de woorden dat het gedaan moest zijn met het uitmoorden van zijn volk.

Zoiets kan vanzelfsprekend niemand zeggen tegen een koning zonder daarvoor de hoogste prijs te zullen betalen en dat heeft het lot van het handvol échte filantropen die de geschiedenis heeft opgeleverd ook bewezen maar zij verglijden alras uit onze herinnering, soms nog voor ze worden vermoord: Assange, Navalny, Khashoggi, Mandela, Van Noppen...

De Britse vorsten en vorstinnen hebben hun beste krachten geschonken aan de ontwikkeling van hun Indische kolonie, getuige de immense rijkdommen die ze in ruil voor hun humanitaire hulp van de autochtone bevolking aldaar cadeau kregen en waarvan de reusachtige edelstenen zodanig wegen op de royale kroon dat de queen zaliger in haar oude dagen riskeerde haar nek te breken als deze levenloze getuige van megaslavernij niet door helpende handen van bodyguards werd onderstut. Ene meneer Blair met een hoge functie in de kolonie van het Britse imperium had een zoon die ging schrijven onder de naam van George Orwell en die was toentertijd danig onder de indruk van de koloniale dictatuur waaraan zijn vader medewerkte dat hij er enkele wereldberoemd geworden dystopische romans aan wijdde - achteraf werden de verhalen uiteraard uitgelegd als een kritiek op godbetert het communisme!

We gaan het hier niet hebben over Max Havelaar van Edward Douwes Dekker en zijn beschrijvingen van de wreedheden der Hollanders in de Nederlands-Indische kolonie en over het bloed aan de handen in alle overige Europese vorstenhuizen en regeringen die vandaag de mond vol hebben van mensenrechten en die op de met slavenbloed doordrenkte grond heuse justitiepaleizen hebben opgericht waar zij naar hun maatstaven criminele leiders ter verantwoording roepen: het rijtje van de kolonisatoren is ellenlang en dat van de neo-kolonisatoren is nog langer maar de kroon van de mensenhelperij wordt ongetwijfeld gespannen door de katholieke kerk die, als wij Dostojevski mogen geloven, al tweeduizend jaar lang functioneert als de rechter hand van de duivel die immers het werk van de Schepper afkeurde en verbeterde: in de persoon van de Grootinquisiteur van Sevilla bekende in de gelijknamige vertelling de kerk dat zij aan de kant staat van niemand minder dan de duivel die het paternalisme botviert door de katholieken voor hun eigen goed een hele resem leugens op de mouw te spelden.

Katholieke hypocrisie van de bovenste plank met vandaag een herhaling teweeg van de politiek van niemand minder dan Adolf Hitler, krijgen wij met het zich naar het voorplan werken van het kopstuk van de zogenaamde Christelijke Mutualiteit die op de koop toe in Ter Zake van gisteren, 8 april 2024, tekst en uitleg gaf bij zijn 'progressief' (zoals die lui het graag horen benoemen) voorstel om euthanasie mogelijk te maken “voor ouderen die levensmoe zijn en wiens bestaan niet langer gerekt moet worden”. Daar komt aldus het katholicisme aanzetten! Het was al aangekondigd enkele maanden geleden en de meneer in kwestie geeft bovendien een 'vergoelijkende' verklaring: hij vertelt er nog bij dat het geld op is!

Hitler dus, maar het zal dit keer erger zijn want de media gaan aan de zaken melken totdat het de mensen het strot uit komt en zij het uitschreeuwen: “Doe maar op en laat ons nu eindelijk met rust!” - een beproefde tactiek.

En wij die dachten dat de kritiek alom op de woon-zorgcentra waarin onze senioren worden gedeponeerd als beloning voor een leven van hard labeur, een kentering teweeg zou brengen! Wij die dachten dat een maatschappij die haar ouderen gewoon afvoert naar gestichten waar zij de facto levenslang krijgen en waar hun samen met hun laatste duit ook nog hun privacy ontnomen wordt, eindelijk op de vingers zou getikt worden! Wij die dachten dat de depressies die aldaar onderdrukt worden met slaaptabletten, antidepressiva en tranquillizers, nu eens voorgoed zouden beëindigd worden op een menselijke manier en meer bepaald door de ouderlingen voortaan thuis te laten wonen, onder ons, en hen te laten assisteren door degenen voor wie zij een leven lang hebben gewerkt! Wel neen, wij hadden het mis en wat een vergissing! Alsof het aan hen zelf lag, wordt aan de verstoten oudjes nu eensklaps verweten dat zij levensmoe zijn, en nu komt het: en dat zij derhalve recht hebben op de beëindiging van een bestaan dat niet nodeloos gerekt moet worden, zij zijn immers niet meer nuttig, zij zijn overbodig, en vooral kosten zij aan wie wél (nog kunnen) werken, handenvol geld dat er niet is. Of beter: geld dat er niet meer is want al die oudjes hebben wel levenslang betaald voor hun pensioen en voor de zorg die zij heden behoeven. Niets van dat alles, het geld is op, men heeft er het raden naar waar het naartoe is, en ze hebben trouwens hun tijd gehad, veel valt er voor hen trouwens niet meer te rapen, met meer last dan lust in het verschiet, zoals anderen het in hun plaats vergoelijken, is het beter dat ook zij een beroep kunnen doen op dit dan toch wel progressieve mensenrecht zodat zij kunnen gaan als zij dat wensen, want dat wensen zij, zo leggen experten het uit die geloven dat ouderen een speciale categorie van mensen zijn waartoe zijzelf nu eenmaal niet behoren. Vooralsnog niet, maar voorzichtigheid is hier allang niet meer van de partij. Ouderen moeten verzorgd worden, er moet voor hen gezorgd worden, wij moeten ervoor zorgen dat ook zij die rechten kunnen genieten wanneer zij er niet langer zelf kunnen om vragen, maar het valt af te lezen aan hun droeve blik dat zij erom smeken eenmaal zij hebben opgehouden met spreken, zo leggen het ons experten uit op televisie en in de andere media. Of moeten wij dan het spuitje dat wij menselijkerwijze zelfs niet onthouden aan onze huisdieren, eenmaal oud en levensmoe geworden, onthouden aan onze eigen ouders? En waar hebben we die loense redeneringen nog gehoord? De veredeling van groenten en fruit middels ingrepen op het DNA wordt allang gepraktiseerd, waarom die dan verbieden voor de veredeling van de menselijke soort? Rotte appelen halen wij uit de mand om te verhinderen dat zij de goede appelen aansteken: als wij dit met appelen doen, waarom dan niet met mensen die ons toch veel dierbaarder zijn dan appelen? En moeten wij niet ingrijpen in het leven van wie dat zelf niet of niet meer kunnen, voor hun eigen goed en welzijn?

Paternalisme: men doet alsof men vader is van degenen die men aldus in de luren legt. En hoe!

(J.B., 9 april 2024)

hitler

hitler



2593376-8c64f5cd6b1e47305a96e78ea68d6073.jpg

Adolf Hitler en extreemrechts Deel 7: De uithangborden van de doodsangst

Adolf Hitler en extreemrechts

Deel 7: De uithangborden van de doodsangst

“Turkije is geen Europees land en hoort dus niet thuis in de EU”, zo luidt het op de webstek van Vlaams Belang maar ten tijde van de zogenaamde gastarbeid klonk het liedje wel een beetje anders: met “Ik, Ali” (oorspronkelijke titel: “Ganz unten”), publiceerde undercover-journalist Günter Wallraff in 1985 een ophefmakend boek over de uitbuiting van Turkse gastarbeiders in Duitsland (vergelijkbaar met de toestand in heel Europa) die in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw gerekruteerd werden voor de zware industrie omdat men alhier niemand meer bereid vond voor die jobs.

Tot een nog vreselijker lot want op onvrijwillige basis veroordeelden de rijke noordelijke landen de bevolking van het Afrikaanse en het Aziatische continent tot een trans-Atlantische slavenhandel die zich voltrok gedurende drie eeuwen: sinds Columbus (1492) werden de Afrikanen gevangen genomen en opgekocht en dan zoals vee per slavenschip getransporteerd naar de plantages van het rijke noorden waar zij de facto tot levenslange dwangarbeid veroordeeld waren en onder hard labeur en zweepslagen crepeerden en (pas) in 2018 werd van de hand van Zora Neale Hurston “Barracoon: The Story of the Last 'Black Cargo'” gepubliceerd, het unieke getuigenis uit 1927 van de laatste negerslaaf Oluale Kossola, een boek dat omtrent de onverschilligheid van de betrokken criminelen helemaal niets aan de verbeelding over laat. Dick Harrison wijdde aan de trans-Atlantische slavenhandel in zijn lijvige “Geschiedenis van de slavernij van Mesopotamië tot moderne mensenhandel” uit 2019 een uitgebreid deel.1

Na de beëindiging van dat tijdperk echter dienden de zwarten (maar ook de Aziaten) opnieuw als slaven in de Europese kolonies terwijl zij ook nog eens werden beroofd van de bodemschatten van hun land, een onrecht dat gecontinueerd werd met het neokolonialisme dat het kolonialisme van destijds verkapt middels de aanstelling door de oud-kolonialen van omgekochte stromannen zoals Mobutu Sese Seko in de te plunderen regio's.

Wanneer zij vandaag middels hekken de toegang tot Europa ontzegd worden, trappen de vluchtelingen uit de onder westers wapengekletter leeggeroofde gebieden in de val door over de omheining heen te klauteren omdat dit uitgerekend de bedoeling van de Europese en Noord-Amerikaanse politici is: door illegaal het land binnen te komen, moeten de vluchtelingen zich immers tevreden stellen met eveneens illegale en bijgevolg onderbetaalde en rechteloze tewerkstelling die door politici niet alleen geduld maar tevens aangemoedigd wordt omdat aldus de marktprijzen van talrijke producten gedrukt kunnen worden ten voordele van de Europese consument.

Aan de allochtonen die hier wél legaal verblijven, verwijt Vlaams Belang dan dat zij profiteren van de sociale zekerheid terwijl het een feit is dat allochtonen ingevolge discriminatie op de arbeidsmarkt niet aan hun trekken komen, zoals zeer tegen de zin van Vlaams Belang ook zwart op wit wordt aangetoond door undercoversollicitanten van Unia en van het Vlaams Mensenrechteninstituut, dat door extreemrechts wordt weg gewenst. Het eerste punt van het door Vlaams Belang nooit afgezworen 70-puntenplan van zijn voor discriminatie veroordeelde voorganger Vlaams Blok, luidt: Opdoeken van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding”.

Terwijl de boer zijn trouwe trekpaard als het versleten is, niet slacht maar het uit dankbaarheid en vriendschap een rustige oude dag bezorgt, luidt de moraal van Vlaams Belang dat 'vreemdelingen' er zijn om uitgebuit te worden en van zodra zij geld gaan kosten, moeten zij ophoepelen en verder maar hun plan zien te trekken. Edoch, die wreedheid bestaat niet alleen jegens migranten die hier alle ondankbaarheid en ongastvrijheid ten spijt hun beste krachten hebben gegeven: ook de mensen van eigen bodem krijgen het hier hard te verduren. Wanneer zij bejaard en hulpbehoevend worden, krijgen zij als dank voor een leven van hard werken, levenslang. In een feitelijk gesloten instelling dan nog, uitgestoten door het eigen kroost, overgelaten aan hun lot en vaak slecht verzorgd en volgestouwd met antidepressiva, slaappillen en tranquillizers. Gehandicapten moeten het stellen met minder middelen, officieel omdat het nu eenmaal crisis is voor iedereen maar in feite omdat men vreest dat zij economisch onrendabel zijn. Ook de LGBTQIA+-gemeenschap wordt niet door extreemrechts verwelkomd: in Aalst weigert de burgemeester zebrapaden in regenboogkleuren in zijn stad, onder het motto 'ik ben normaal' en hij krijgt navolging van een onnadenkende en vaak ook haatdragende massa die in wezen bevreesd is voor de wreedheid waarvan de moraal van extreemrechts getuigt.

En hier dient te worden verwezen naar het veelzeggende onderzoek van de Nederlandse socioloog Abram de Swaan zoals in 2014 gepubliceerd in zijn Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders.2 Ter verklaring van de genocide in Rwanda maar ook elders wordt in dat werk aangetoond dat de wreedheid van het regime de massa ertoe aanzet om aan die wreedheid deel te nemen en dat gebeurt meer bepaald vanuit de angst om er zelf slachtoffer van te worden.

de Swaan onderzoekt de moordpartijen tussen de Rwandese Hutu's en Tutsi's aan wie door hun gewezen Belgische kolonisatoren werd aangepraat dat zij tot verschillende rassen behoren. De twee groepen zijn echter nauwelijks van elkaar te onderscheiden en wanneer een van beide geviseerd worden, proberen allen zich als de andere voor te doen om aan de wreedheden te ontkomen maar zij moeten zich dan wel bij de wreedaards voegen en aan de moordpartijen deelnemen.

Welnu, eenmaal de massa door heeft dat de huidige politieke kentering in Europa gelijkaardig is aan die uit de dertiger jaren van de vorige eeuw die tot een heuse genocide leidde en tot een wereldoorlog, eenmaal de massa gaat beseffen dat extreemrechts principieel tot gelijkaardige wreedheden in staat is, kijken de mensen niet alleen de andere kant op maar groeit ook het aantal volgelingen van de extremisten in sneltempo omdat de mensen ineens gaan vrezen dat zij in het andere geval zelf zullen worden geviseerd. Die polarisatie schept angst en zelfs doodsangst en zo worden de symbolen van extreemrechts niet zozeer gedragen uit politieke overtuiging maar om er zichzelf mee te beschermen. Zij verraden als het ware wat hun eigenaars bezielt: “Doe mij geen kwaad want ook ik ben een rechts extremist!” Vlaggen en andere symbolen van extremisme willen weliswaar doorgaan voor tekenen van strijdlust en van dapperheid maar ze zijn aldus in feite in de eerste plaats verkapte tekenen van angst en lafheid. En die angst gaat diep, want was de vlag slechts een beschuttingsmiddel, dan zou de komedie ophouden in het stemhokje waar immers niemand ziet wat er gebeurt. De angst dringt echter zo diep door dat zij de vrije geest heeft uitgeschakeld vooraleer de verkiezingen het lot van de partij van de wreedheid heeft beslecht.

(J.B., 4 april 2024)

1Harrison, Dick. (2019). De geschiedenis van de slavernij van Mesopotamië tot moderne mensenhandel, Uitgeverij Omniboek, Utrecht 2019. (Oorspr.: Slaveriets historia, Historiska Media, Zweden 2015).

2Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014).

Adolf Hitler en extreemrechts Deel 6: God en Mammon: twee handen op één buik

Adolf Hitler en extreemrechts

Deel 6: God en Mammon: twee handen op één buik

Wie zich afvragen hoe de waanzin van de holocaust is kunnen gebeuren, vernemen het antwoord van zodra zij de historische, economische en socio-psychologische puzzel in elkaar zien vallen: met de crisisjaren als voedingsbodem voor de maatschappelijke malaise, wordt naar zondebokken gezocht terwijl een politiek onbekwame elite die (zoals uitnemend verwoord en verbeeld door John Heartfield) geen andere oplossing meer ziet dan oorlog, die zich met heroïne en andere chemicaliën naar de zevende hemel van de megalomanen katapulteert en die dan de absurde en waanzinnige, moordende wensdroom koestert waarin zij verrijst als held en als heerser over een nieuwe wereld.

Bijna stond er: “waarin zij verrijst als held en als heerser over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde”. Want inderdaad, die waanzin is millennia oud maar wat nog erger is: zij continueert zich in enigszins gewijzigde vormen en voor de toekomst belooft dat niet veel goeds. Want is de shoa het plan van een occulte sekte, dan dient men te bedenken dat een sekte een godsdienst is zoals een andere, met dan dat ene verschil dat zij als een afscheuring geboekstaafd wordt, dat zij als het ware maatschappelijk terzijde staat terwijl zij in feite inhoudelijk helemaal niet verschilt van de gevestigde religies. Met hun megalomane plannen.

Alle religies zijn in hetzelfde bedje van de grootheidswaanzin ziek: zij bestaan telkenmale uit een horde van zelfverklaarde vertegenwoordigers van de ene god bij wie wij allen in het krijt staan met ons bestaan als zodanig en aan wie wij bijgevolg ons eigen leven verschuldigd zijn. Het gaat derhalve om een eigenlijk niet af te betalen schuld, een schuld dus met een afbetaling die nooit kan ophouden en die afbetaling dient uiteraard te gebeuren aan de (zelfverklaarde) vertegenwoordigers van de godheid die zich de priesters noemen, van het Latijnse 'prae-stare', letterlijk vertaald 'vooraan-staande' (ook verwant met 'presbyter' of 'voorganger' (in de tijd) en dus 'voorzaat' of 'senior').

Alle religies: dat betekent meteen dat er geen uitzonderingen zijn, hoezeer het christendom ook zijn best deed om zichzelf als de uitzondering te profileren, meer bepaald in het katholicisme, dat zich “het ene ware geloof” acht. Met alle mogelijke middelen, gaande van rede, logica, wetenschap, theologie en mystiek tot bijgeloof, kunst en cultuur, poogt het de wereld te overtuigen van het bestaan van een onzichtbare maar ook onvergankelijke hemel waarvan de toegangspoort in handen van de clerus is, die als het ware de wacht houdt aan die poort met tickets waarvoor dient betaald te worden met munten waarop de kop staat van de keizer of de wereldheerser, zodat aldus de clerus zichzelf verraadt als vertegenwoordiger van niemand minder dan de god van het geld, de afgod Mammon, de 'openbaar verborgen' ene god achter alle goden. Met dat geld bouwt de kerk haar kathedralen en financiert zij haar festijnen waarin haar oversten paraderen, in geen geval getooid met doornenkronen en wanneer hoogwaardigheidsbekleders een kruis toegeworpen krijgen, schreeuwen zij het nog rapper dan rap uit dat zij “geen bisschop zijn geworden om andermans vuil op te kuisen.” Want dat is de waarheid die de nog zo snelle leugen achterhaalt: zij werden bisschop om te kunnen paraderen, om aan anderen op te dragen wat zij moeten doen en laten, terwijl zijzelf hun gangen gaan. Men leze er bijvoorbeeld maar Fréderick Martels “Sodoma - het geheim van het Vaticaan” op na - maar ook voor wie geen boeken kunnen betalen of helemaal niet lezen kunnen, wordt het geheim verraden door de onrechtplegers zelf in hoogst eigen persoon, die immers niet in staat zijn om de volgevreten buiken onder hun bloedrode kazuifels aan het oog van hun gelovigen te onttrekken op een andere manier dan met het verbod dat zij er niet mogen naar kijken.

De munt met daarop de kop van de keizer, te deponeren in de offerblok in de kerk, vertelt ons sinds oudsher het verhaal van twee handen op één buik en dat is niet anders geweest ten tijde (en ook op de site) van de Holocaust: een heuse 'oorlogspaus' heeft het ons opgeleverd, zoals met alles erop en eraan geïllustreerd werd door historicus Dirk Verhofstadt met zijn werk uit 2008, getiteld: “Pius XII en de vernietiging van de Joden”1 En ook vandaag weer treedt hetzelfde tweespan hand in hand naar voren en het presenteert zich schaamteloos ter gelegenheid van de aanstaande verkiezingen: extreemrechts en 'onze' tradities, de soldatenmutsen en de mijters, de oorlog en de liefde voor de naaste, thanatos en eros, het technische vernuft en de absolute immoraliteit, het vermeende heldendom en de jammerlijke stompzinnigheid. Een nieuwe sekte is reeds aan de macht, een Holocaust van ongeziene omvang wacht.

(J.B., 4 april 2024)

1Dirk Verhofstadt, “Pius XII en de vernietiging van de Joden”, Houtekiet 2008, waarover Verhofstadt in 2010 doctoreerde met het proefschrift: “Pius XII en de vernietiging van de Joden. Een historisch en moraalwetenschappelijk onderzoek naar de morele verantwoordelijkheid van paus Pius XII ten aanzien van de Endlösung der Judenfrage.”

Adolf Hitler en extreemrechts Deel 5: De shoa: het plan van een occulte sekte

Adolf Hitler en extreemrechts

Deel 5: De shoa: het plan van een occulte sekte

In het eerste deel van deze artikelenreeks werd reeds vermeld dat Hitler tijdens zijn gevangenschap sereen kon werken aan Mein Kampf dankzij de nazaten van de antisemiet Richard Wagner en het was diens vrouw Cosima die eerder had verzocht om een Duitse versie van het (eerste) boek over de rassentheorie, Essai sur l'inégalité des races humaines uit 1853-1855 van Arthur de Gobineau. Rond de onwetenschappelijke rassentheorie volgens welke de superieure Germanen de plicht hebben om de andere rassen te onderwerpen, stichtte na W.O.I de avonturier Adam Glauer in München het Thule-Gesellschaft (naar de Ultima Thule, het Uiterste Noorden van de hyperboreaanse volkeren) voor de verering der Germanen, Ariërs afkomstig uit Tibet, geassocieerd met Xanadu, een dertiende-eeuws zomerverblijf van Kublai Khan, kleinkind van Dzjengis Khan. Zij stichtten de DAP waaruit Hitlers NSDAP ontsproot. Gobineau waarschuwde voor degeneratie van de menselijke soort bij vermenging van het superieure met de inferieure rassen en raszuiverheid was de boodschap. Wagner ruilde de christelijke voor de Germaanse mythologie onder invloed van Thule-lid Guido von List (1848-1919) die samen met onder meer de vader van de Orde van de Nieuwe Tempelieren, de Oostenrijkse racist Jörg Lanz von Liebenfels (1874-1954), de Völkische Bewegung stichtte en de ariosofie, een pseudowetenschappelijk allegaartje van esoterie, theosofie, antropologie, archeologie, poleontologie en eugenetica waarrond in 1926 de Ariosophische Sociëteit ontstond, in 1931 de Ariosophische Kulturzentrale genoemd. Volgens von List stamden de Germanen af van enerzijds Theozoa of interstellaire goden die zich zouden voortplanten middels elektriciteit (sic!) en anderzijds de lagere rassen, Anthropozoa, nakomelingen van Eva nadat zij door een demon was bezwangerd alsook kruisingen tussen mensen en aapmensen. Dit onderscheid gaat terug op de Geheime Leer uit 1888 van spiritiste Helena Blavatsky die (zoals aangetoond bedrieglijke) seances hield die toentertijd modieus waren en waarop ook antroposoof Rudolf Steiner en Nobelprijswinnares voor de Natuurkunde Marie Curie aanwezig waren. Ook was er het runengeloof: runen zijn Germaanse tekens die een alfabet vormen dat in de Noordse mythologie verband houdt met waarzeggerij en magie. De nazi's gebruikten onder meer de sig-rune of dubbele bliksemschicht als teken voor de SS en ook neonazi's en skinheads gebruiken runetekens die daarom vaak bij wet verboden worden. De crisis gaf aanleiding tot allerlei geheimdoenerijen, een opium waarin sommigen vluchtten voor de harde realiteit.1

Over de hoger genoemde H.P. Blavatsky schrijft Wikipedia: “Ook de meest kritische biografen erkennen echter dat zij een belangrijke rol heeft gespeeld in de opkomende westerse belangstelling in de negentiende eeuw voor hindoeïsme, boeddhisme en filosofisch gedachtegoed uit het Oosten meer in het algemeen. (…) Ook had haar esoterie een enorme impact op het racistische denken in zowel Duitsland als Oostenrijk.”2 Om een idee te geven van de 'wetenschap' waarop de nazi's hun politiek hebben gebouwd: in het tweede deel van De Geheime Leer behandelt Blavatsky het ontstaan van de mens. Zij gelooft in “de gelijktijdige evolutie van zeven mensengroepen op zeven verschillende delen van onze aardbol (…) In The Divine Pymander of Hermes (...) vinden we dezelfde zeven oorspronkelijke mensen die evolueren uit de natuur en de ‘hemelse mens’, in de collectieve betekenis van mensheid, namelijk uit de scheppende geesten; en op de (...) Chaldeeuwse kleitabletten, waarin de Babylonische scheppingslegende is gegrift, in de eerste kolom van het Cutha-tablet, worden zeven mensen met gezichten van raven (donkere gelaatskleur) genoemd, die werden ‘geschapen door de [zeven] grote goden’. (…) Dit zijn de zeven koningen van Edom, naar wie in de kabbala wordt verwezen; het eerste ras, dat onvolmaakt was, d.w.z. dat werd geboren vóór het ‘evenwicht’ (de seksen) bestond, en dat daarom werd vernietigd. Zeven koningen, broers, verschenen en verwekten kinderen, 6000 in getal waren hun volkeren. De god Nergas (de dood) vernietigde hen. ‘Hoe vernietigde hij hen?’ Door hen die nog niet bestonden in evenwicht te brengen. Ze werden als ras ‘vernietigd’ door op te gaan in hun eigen nageslacht (door uitzweting); dat wil zeggen, het geslachtloze ras reïncarneerde in het potentieel tweeslachtige; laatstgenoemde in het androgyne; dit weer in het seksuele, het latere derde ras.”3

De Germanen zijn afgezakt uit Skandinavië, waarover Blavatsky schrijft: “Het land van de Hyperboreeërs, de streek die zich uitstrekte voorbij Boreas, de koelbloedige god van sneeuw en orkanen, die ervan hield zwaar te slapen op de bergketen Rhipaeus, was geen denkbeeldig land zoals de mythologen vermoeden, en ook geen land in de nabijheid van Scythië en de Donau. Het was een werkelijk continent, een bona fide land dat in die vroege tijd geen winter kende, en waarvan de armzalige overblijfselen zelfs nu per jaar niet meer dan één nacht en één dag hebben. De nachtelijke schaduwen vallen nooit op dit land, zeiden de Grieken; want het is het land van de goden, de favoriete verblijfplaats van Apollo, de god van het licht, en de bewoners ervan zijn zijn geliefde priesters en dienaren. Dit wordt nu misschien als dichterlijke fictie beschouwd, maar het was toen dichterlijke waarheid.”4

Blavatsky zou in Tibet hebben verbleven waar zij de stanza's bestudeerde uit het zogenaamde “geheime Boek van Dzyan”, geschreven in een taal die miljoenen jaren oud zou zijn en handelend over de oorsprong van de kosmos en die van de mens. Echter, volgens de grote filosoof en historicus Gershom Scholem zouden deze teksten grotendeels overgenomen zijn uit de Zohar, een belangrijk boek uit de joodse mystiek. Met andere woorden: zonder het te weten, geloofden de nazi's in religieuze boeken die toebehoorden aan hun aartsvijanden, de joden...

Dit alles kan alvast een idee geven van de gammele gronden waarop het nazisme zijn ideologie bouwde: het bestaan van mensenrassen is wetenschappelijk gezien de grootste onzin maar Hitler zag het als zijn roeping om met zijn 'Lebensborn' met de Ariërs aan de kweek te gaan en alle anderen in vernietigingskampen op een industriële manier uit te moorden. Op die manier vonden zes miljoen onschuldigen de dood bij het einde van de oorlog; had de oorlog langer geduurd, het aantal slachtoffers van die waanzin kon een veelvoud daarvan geweest zijn en men mag er niet aan denken wat er zou kunnen gebeurd zijn als Duitsland de oorlog had gewonnen. Maar de waanzin gaat door...

(J.B., 4 april 2024)

1Deze paragraaf bevat een verkorte weergave van onze tekst d.d. 29 november 2023, getiteld: Gevaren, van extreemrechts. Zie: https://www.bloggen.be/Tisallemaiet/archief.php?ID=3329037

3H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, deel II, pp. 1-2 (in de Nederlandstalige versie) Zie: https://www.theosofie.net/onlineliteratuur/geheimeleer/GL_deel2.pdf

4H.P. Blavatsky, De Geheime Leer, deel II, p. 7 (in de Nederlandstalige versie) Zie: https://www.theosofie.net/onlineliteratuur/geheimeleer/GL_deel2.pdf

Adolf Hitler en extreemrechts Deel 4: Voortekenen van de genocide

Adolf Hitler en extreemrechts

Deel 4: Voortekenen van de genocide

“Deutschland über alles”: Hitler wil met zijn Ariërs niets minder dan de wereldheerschappij maar het is precies dit streven dat hij in de schoenen schuift van een zwervend volk dat dan nog helemaal geen eigen thuisland heeft, al heeft Theodor Herzl in 1896 met zijn “Der Judenstaat” de verzuchting als zodanig al geuit - tot groot wantrouwen van Hitler, die daarover schrijft: “Er is geen haar op hun hoofd, wat er aan denkt, om inderdaad in Palestina een Joodse staat op te bouwen, om hem bijgeval te bewonen, maar zij wensen enkel een wereldcentrale, die met hoogheidsrechten is uitgerust, en veilig is voor de macht van andere staten, van waaruit zij dan hun internationale wereld bezwendelarij kunnen bedrijven: een toevluchtsoord voor betrapte schoften en een hogeschool voor de leerlingen.” (Mein Kampf, voortaan afgekort als MK, gevolgd door de bladzijde in de Nederlandse uitgave, 405-406)

Hitler bekijkt de Duitse steden met xenofobe ogen: “Dit mengelmoes van rassen, dat het dagelijks gezicht van de hoofdstad van het rijk vertoonde, stuitte mij tegen de borst, en evenzeer deze gehele lappendeken van volkeren met zijn Tsjechen, Polen, Hongaren, Roethenen, Serven, Kroaten, enz., en midden daartussen natuurlijk als de eeuwige splijtzwam van de mensheid - Joden en nog eens Joden. Mij scheen deze reuzenstad de belichaming van de bloedschande te zijn.” (MK, 148) Hij ziet “twee gevaren, waarvan ik voordien nog maar nauwelijks de naam kende, en waarvan ik zeker nog niet begreep, welk een ontzettende bedreiging zij vormden voor het bestaan van het Duitse volk: Marxisme en Jodendom.” (MK, p. 21) “Het ware gezicht van het marxisme: een grijnzende satanskop.” (MK, 59)

Hitlers jodenhaat en angst voor het Zionisme zijn een ware obsessie: “Waar ik nu liep, zag ik ook Joden, en hoe meer ik er zag, des te scherper zag ik het verschil tussen hen en de andere mensen.” (MK, 65) “Bestond er eigenlijk wel ergens iets vuils, een schaamteloosheid, in welke vorm ook, vooral op cultureel gebied, waaraan niet minstens één Jood had meegewerkt?” (MK, 66) Hij noemt de joden “bacillendragers van het ergste soort.” (MK, 67) “Het aandeel van het Jodendom in de prostitutie en meer nog in de handel in jonge meisjes zelf, kan men in Wenen beter bestuderen dan in enig andere West-Europese stad, afgezien misschien van Zuid-Franse havensteden.” (MK,69) Hij beschouwt de joden als lafaards en heeft het over “de overvloed van Joden op veilige postjes te vergelijken met de buitengewone schaarste van deze lieden aan het front.” (MK, 235)

Karl Marx was een jood en dus zijn joden voor Hitler Marxisten: “De marxistische leugenkranten kan men hierbij gevoeglijk buiten beschouwing laten; voor hen is het liegen een even onoverwinnelijke eigenschap als het muizen voor de kat; het is immers hun taak, om het volk in volks- en nationaal opzicht de ruggengraat te breken, om het rijp te maken voor het juk van het internationale kapitalisme, en van zijn meesters, de Joden.” (MK,298) “Daarom is het tweede wapen, waarvan het Jodendom zich bedient naast de vrijmetselarij, de pers. Hij gebruikt al zijn taaiheid en handigheid, om haar in handen te krijgen. Daarmee begint hij langzaam aan het gehele publieke leven te omklemmen en in te spinnen, te leiden en te sturen, omdat hij nu in staat is, die macht voort te brengen en te dirigeren, die men thans sinds enige tientallen jaren goed kent onder de naam „openbare mening”. Daarbij doet hij zich persoonlijk altijd onbeschrijflijk weetgierig voor, prijst iedere vooruitgang en die welke tot de ondergang van de anderen moet leiden wel het meest.” (MK, 392)

De jodenhaat neemt ziekelijke vormen aan waar hij schrijft: “De zwartharige Jodenjongen loert urenlang, met duivelse vreugde op het gelaat, op het meisje, dat hij dan met zijn bloed schendt, en daarmee aan haar volk ontrooft.” (MK, 406) Verderop herhaalt hij “dat honderdduizenden meisjes door afstotende krombenige Joden bastaards verleid werden.” (MK, 519)

Frappant is wel dat Hitler de joden ervan beschuldigt de mensen tot massa te herleiden, terwijl uitgerekend dit euvel later de kritiek was van de joodse filosofe Hannah Arendt op de nazi's. Hitler schrijft: “Het marxisme echter blijkt de onomwonden poging van het Jodendom te zijn, om op alle gebieden van het menselijk leven de overwegende betekenis van de persoonlijkheid uit te schakelen en door het aantal der massa te vervangen.” (MK, 566)

Hitler verwijt de joden wat hij zelf met Duitsland nastreeft, namelijk de wereldheerschappij:“Dat marxisme schiep het economische wapen, waarvan het internationale Jodendom zich nu bedient, om de vrije onafhankelijke staten hun economische grondslag te ontnemen, om hun nationale industrie en handel lam te leggen, en om daardoor vrije volkeren onder het slavenjuk van het internationale Joodse grootkapitalisme te dwingen.” (MK, 758-759) “Het zijn Joden, die de beurs in de V.S.regeren.” (MK, 810) “Tegenwoordig is het het onvermurwbare internationale Jodendom, dat strijdt om de heerschappij over de volkeren.” (MK, 826)

Genocide volgt op libricide, zoals Heinrich Heine aankondigde maar moord wordt even vaak voorafgegaan door karaktermoord. Waar hier een heel volk gedemoniseerd werd, volgde een ware genocide: in Hitlers uitroeiingskampen kwamen zes miljoen onschuldige maar niettemin met alle denkbare misdaden beschuldigde Duitsers om het leven waarvan het merendeel joden waren.

(J.B., 2 april 2024)

Adolf Hitler en extreemrechts Deel 3: De megalomanie van de junkie

Adolf Hitler en extreemrechts

Deel 3: De megalomanie van de junkie

Mein Kampf ontleent zijn lezenswaardigheid uitsluitend aan het feit dat het geschreven werd door een van de grootste massamoordenaars aller tijden, zoals ook de wereld aan de lippen hangt van pakweg Xi, Poetin of Biden omdat de wijsvinger van de rechter hand van dit bijzondere soort van dwazen de rode knop aait waarvan het indrukken in één enkel ogenblik de aardse geschiedenis kan beëindigen. Meer dan een weinig origineel samenraapsel van andermans wormstekige theorieën in functie van het aantonen van het eigen gelijk, heeft het boek helemaal niet te bieden maar een kennisname van de inhoud is interessant omdat die nu eenmaal als programma heeft gediend voor het ontketenen van de Tweede Wereldoorlog met zo'n vijfenvijftig miljoen doden en in Duitsland de geïndustrialiseerde massamoord op zes miljoen onschuldige eigen burgers in gruwelijke vernietigingskampen. Wanneer extreemrechtse militanten in dit tijdperk van wereldwijde libricide lopen te zwaaien met het kaduke geschrijfsel van hun waanzinnige held (dat zijn hoge oplage vooral dankt aan het feit dat het toentertijd door de staat cadeau werd gedaan aan alle nieuw gehuwden), vertelt ons dat zonder mankeren alles over het intellectueel niveau van neonazi's en als wij Hannah Arendt mogen geloven die misdaad linkt aan een gebrek aan intelligentie, wordt ook duidelijk hoezeer het gevaar van extreemrechts vandaag nog onderschat wordt en hoe misplaatst alle neigingen tot tolerantie jegens deze als een pandemie om zich heen grijpende extreemrechtse beweging wel zijn. Men mag ook niet vergeten dat de 'geniale messias' een junkie was: Hitlers lijfarts Theodor Morell behandelde de Führer voor impotentie en toen Hitler W.O. II startte, was de zelfingenomen 'redenaar' al helemaal verslaafd aan heroïne en methamfetamine; hij drogeerde overigens ook zijn troepen.1

Een volumineus hoofdstuk wijdt Hitler aan zijn opvattingen over ras en volk en zo lezen wij: “De sterkere moet heersen, en mag niet met de zwakkere samensmelten, om zo zijn eigen grootheid te verspelen. Alleen een geboren zwakkeling kan deze natuurwet wreed vinden, maar daar is hij dan ook slechts een zwak en bekrompen mens voor; want indien deze wet niet van kracht was, dan zou er immers geen veredeling van de levende natuur denkbaar zijn.”2

Hitler huldigde het recht van de sterkste en geloofde dat men hierin de natuur van dienst moest zijn. Die opvatting dook dan in zijn redevoeringen op en ging er bij de massa in als zoete koek: “Moeten jonge en gezonde mensen dan aan het front gaan sneuvelen om de zieken in leven te houden?!” Hitler geloofde dat hij de volksgezondheid diende door de 'rotte appelen' uit de mand te verwijderen: hij verving de geneeskundige zorg door euthanasie en de dokters door beulen. Die aanpak was trouwens ook een veel goedkoper en prompt vindt men de berekeningen van de aldus geboekte besparingen terug in de verslagen over de nazidocumenten: “In de veronderstelling dat de [71.088] patiënten nog gemiddeld tien jaar te leven hadden en wetende dat zij 3,5 Reichsmark per dag kostten, berekende men dat in de genoemde periode de massamoorden een besparing hadden opgeleverd van 885.439.800 Reichsmark. De besparing aan voedsel bedroeg 141.775.573,8 Reichsmark.”3

Hitler volgde de rassentheorie van zijn tijd en maakte er zelfs een eigen versie van met de Duitsers, de Ariërs, als superras, ja, als enig echt menselijk ras: “Al datgene, wat wij heden aan menselijke cultuur, aan kunstvoortbrengselen, aan producten van wetenschap en techniek voor ons zien, is bijna uitsluitend te danken aan het scheppend genie van de Ariër. Maar juist dit feit leidt ons tot de niet ongemotiveerde conclusie, dat hij ook de stichter van de eerste generatie hoger ontwikkelde mensen zal zijn geweest, en dus het oertype is van datgene, wat wij onder „mens” verstaan. Hij is de Prometheus der mensheid; van zijn blanke voorhoofd sprong ten allen tijde, door de gehele geschiedenis, de goddelijke vonk van het genie, en ontstak steeds opnieuw dat vuur, dat het licht van het inzicht en het begrijpen in de nacht van de zwijgende geheimen droeg, en dat de mens maakte tot wat hij is: de heerser over al de andere wezens dezer aarde.”4

Zo klonk het in het hoofd van de gefrustreerde drugsverslaafde die de zieken en de ouderlingen massaal ombracht alsook de 'rassen' die hij mensonwaardig achtte. Hoogmoed komt voor de val, eigendunk en grootspraak monden vaker uit in catastrofen en deze gek die helaas nog steeds het hoofd op hol brengt van een zeker segment der onwetenden, ontketende een wereldoorlog en liet alleen een slagveld achter. Toen Hitler zag dat hij de oorlog ging verliezen, liet hij nog gauw de lijken uit de vernietigingskampen opgraven om ze in grote ovens te verbranden in een poging om de sporen uit te wissen van een misdaad die zijn gelijke niet kent in de hele geschiedenis van het mensdom.

(J.B., 2 april 2024)

2Adolf Hitler, Mein Kampf, Nederlandse vertaling 2018 (oorspr.: 1925), pp. 351v. elfde hoofdstuk: Volk en ras. Zie: https://archive.org/details/AdolfHitlerMeinKampf_201808/page/n1/mode/2up

3 Nazi Mass Murder. A Documentary History of the Use of Poison Gas, Edited by Eugen Kogon, Hermann Langbein and Adalbert Rückerl, Yale University Press, New Haven and London, English-language edition 1993 by Yale University. (Oorspr.: Nationalsozialistische Massentötungen durch Giftgas: Eine Dokumentation, by S. Fischer Verlag GmbH, Frankfurt a.M. 1983), pp. 36-37.

4Adolf Hitler, Mein Kampf, Nederlandse vertaling 2018 (oorspr.: 1925), pp. 358-359. Zie: https://archive.org/details/AdolfHitlerMeinKampf_201808/page/n1/mode/2up

Adolf Hitler en extreemrechts Deel 2: Seksuele frustratie, machtswellust en oorlog

Adolf Hitler en extreemrechts

Deel 2: Seksuele frustratie, machtswellust en oorlog

Hitler was vierentwintig jaar oud toen Sigmund Freud in 1913 Totem und Tabu publiceerde over het verband tussen het zieleleven van wilden en dat van neurotici. De totem is bijvoorbeeld het tabernakel dat de joden met zich meezeulden in hun trektochten door de woestijn en overal waar zij ten strijde trokken tegen de vijand. De totem is heilig, wat wil zeggen onaantastbaar, omdat hij traditie is, het leven van het volk draagt, de voorouders die de zege verzekeren, het 'Emmaüs' of 'God-met-ons' en aldus de verzekering van de oorlogsoverwinning. Wie aan de totem raken, raken aan het volk omdat hij de ziel ervan is, het leven zelf, de belofte die de essentie van het leven is. De totem symboliseert de geschiedenis van het volk zoals ook het heldenepos doet: met zijn totem of zijn vlag valt het volk ook samen, net zoals een mens zijn geschiedenis is, het curriculum vitae waarmee hij solliciteert.

Sigmund Freud publiceerde ook over Eros en Thanatos, figuren uit de Helleense mythologie die de libido symboliseren en de dood, de levens- en de doodsdrang, die met elkaar nauwer verwant zijn dan wij bereid zijn toe te geven. Nog steeds is de seksualiteit en in het bijzonder het psychologische aspect, de seksuele aantrekkingskracht, een met mysteries omhulde realiteit die in een dichte nevel baadt van taboe en daardoor ook van onwetendheid.

Seksualiteit is ook vervlochten met macht via de factor van de aantrekkingskracht maar ook die van de (doods)angst: macht erotiseert onmiskenbaar op biologische gronden omdat vrouwelijke dieren met de sterkste mannetjes paren met het oog op het optimaliseren van de overlevingskansen van hun kroost maar macht is ook de macht om anderen - vijanden - van het leven te benemen.

In de overweldiging van het vrouwelijke door het mannelijke dier, is een geweld aan de orde dat het vrouwtje zich laat welgevallen met het oog op de voortplanting van de soort en dat daarom overgaat van (doods)angst in (levens)verlangen of levensdrift. Het quasi samenvallen van die twee tegengestelde en tegenstrijdige gevoelens is wellicht hetgeen zorgt voor de psychische en tegelijk fysieke opwinding gepaard gaande met het geslachtelijk verkeer, dat in het ongelukkige geval van verkrachting niet zelden resulteert in regelrechte moord. Het 'zondige' genot van het paren contrasteert op legendarische wijze bijzonder scherp met de reeds in het Boek van de Oorsprong, Genesis, beschreven pijn van het baren waarbij de schenking van het leven (aan een kind), het leven (van de moeder) op het spel zet.

De erotische overweldiging is ergens verwant aan de jacht, getuige reeds de verwisseling van termen vanuit beide gebieden, en de overgave van de prooi aan het roofdier gelijkt op het zich ondergeschikt maken van de vrouw aan de menselijke soort, gesymboliseerd door de (blinde) man (want liefde is blind), waar zij zich onderwerpt aan de act die de voortzetting van de soort moet voltrekken. Misschien onderwerpt de prooi zich wel aan het roofdier op het ogenblik dat elke hoop op ontkomen opgegeven wordt en is het deze onderwerping aan de dood die de illusie meebrengt van nieuw leven zoals beschreven in de zogenaamde bijna-doodervaringen of de ervaringen van wie 'teruggekeerd' zijn uit de dood nadat zij geloofd hebben dat die hun deel was.

Machtswellust, overheersingsdrang en moordlust zijn zeer zeker met de seksualiteit verwant daar zij de kop blijken op te steken waar de seksualiteit gefnuikt wordt, zoals dat het geval is bij de clerus, al hebben religieuzen wel een heel andere uitleg klaar voor het (overigens niet door Christus geïnitieerde) celibaat. Seksualiteit heeft daarom ook te maken met agressie en met onderwerping, met vernietigingsdrang en met doodsdrang en zo ook met oorlog. Wie in hun seksueel driftleven geremd worden, gaan zich vaker ontpoppen als potentaten, zij verwisselen als het ware het voor de hand liggende object van hun veroveringsdrang, een soortgenoot, met een heel volk, nadat zij zichzelf als enkeling verwisseld hebben met het eigen volk door identificatie met de held (en bij uitstek de held uit het heldenepos) die het eigen volk symboliseert.

(J.B., 1 april 2024)

Adolf Hitler en extreemrechts Deel 1: Frustratie, haat en waanzin

Adolf Hitler en extreemrechts

Deel 1: Frustratie, haat en waanzin

Als wij de naam Bourgondiërs horen, denken wij aan het goede leven met op de eerste plaats de overdadige feestdis maar de Boergonden zijn een Oost-Germaans volk dat in de Grote Volksverhuizing vanaf de eerste eeuw uit het Scandinavische Burgundarholm afzakte via Polen naar het gebied van het huidige Duitsland waar dan in de dertiende eeuw het drieëntwintighonderd-strofige Nibelungenlied ontstond dat de lotgevallen van dat volk beschrijft en dat aldus zowat de Germaanse Ilias is. Het eerste deel van het sprookjesachtige epos is de sage van de held Siegfried die de draak Fafnir doodt, getuige het bloed dat aan hem kleeft en dat hem onkwetsbaar maakt maar hij wordt alsnog vermoord met een lafhartige dolkstoot in de rug.

Richard Wagner schreef in 1853 tot 1874 de driedelige opera Der Ring des Nibelungen met Der junge Siegfried als titel van het eerste deel en het waren de nazaten van de componist die er voor zorgden dat tijdens het uitzitten van zijn straf voor een in 1923 in München mislukte staatsgreep, Hitler zich in 1924 in de gevangenis van Landsberg am Leg in comfortabele omstandigheden kon bezighouden met het dicteren van Mein Kampf. Overigens bevat dat boek een niet geringe inbreng van tenminste een vijftal anderen onder wie zijn secretaris Rudolf Hess, zijn medestanders Ernst Hanfstaengl, E.H. Bernard Stempfle en Karl Haushofer (geopolitiek) alsook ideeën van de Amerikaanse autofabrikant Henry Ford (1863-1947).

Bepaalde boeken zijn agenda met voorschriften of plannen die naderhand ook uitgevoerd worden. Er zijn de religieuze boeken die het leven van miljarden mensen determineren en er zijn ook de ideologische en politieke programma's. Tot die laatste categorie behoren Manifest der Kommunistischen Partei (1847) en Das Kapital (1867-1884-1895) van Karl Marx en Friedrich Engels, Der Judenstaat (1895) van Theodor Herzl en ook Mein Kampf (1924) van Adolf Hitler - de dystopische roman 1984 (1948) van George Orwell werd tegen wil en dank gerealiseerd door de geschiedenis zelf.

In Mein Kampf (Mijn strijd) uit Hitler zijn ongenoegen over de afloop van de Eerste Wereldoorlog die een strijd was tussen aanvankelijk enerzijds Engeland, Frankrijk en Rusland en anderzijds Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië: in het Verdrag van Versailles (11 november 1918) werd Duitsland zeer zwaar belast met herstelbetalingen, gebiedsafstand en nog andere verplichtingen aan de winnende partijen en de Duitse ondertekenaars werden door Hitler en zijn nazipartij verraders genoemd (Novemberverbrecher), van wie hij vooral de joden, de pacifisten en de communisten beschuldigde. Zoals de onoverwinnelijke drakendoder Siegfried alsnog bezweek door een laffe dolkstoot in de rug, zo ook ging het moedige Duitsland aan verraad ten onder. Hitler zou zijn nazipartij aan de macht brengen en zijn volk wreken. Het verhaal van de nederlaag door laf verraad paste niet alleen bij het Germaanse heldenepos: ook de zondebokken waren welkom om de woede op te koelen in de crisis van de jaren dertig waar naar schuldigen werd gezocht.

(J.B., 31 maart 2024)

9 juni 2024, extreemrechts en de tradities

9 juni 2024, extreemrechts en de tradities

Het nationalisme dat de twee voorbije eeuwen heeft gekenmerkt, kan weliswaar binnen een land het volk verenigen maar het verdeelt de naties onderling en sinds de wereld een dorp geworden is, heeft dat alleen maar (wereld)oorlogen meegebracht. Cohesie bevordert weliswaar de productie van frontsoldaten maar vaak zijn reeds de middelen om die eendracht te bekomen oneigenlijk, zoals bijvoorbeeld het traditionalisme dat vooral door (extreem)rechts in het vaandel wordt gevoerd.

Nationalisten pleiten voor het behoud en de terugkeer van tradities maar of het doorgeven van gebruiken en gewoonten van de ene generatie op de andere een goede zaak is, valt nog te bezien: behoudsgezindheid werkt stagnatie in de hand en houdt evolutie tegen en wie beweren dat handelingen hun deugdelijkheid danken aan het feit dat ze altijd al gedaan werden, hebben wellicht een punt waar kan aangevoerd worden dat zij dan toch de tand des tijds doorstonden maar zij moeten anderzijds wel toegeven dat zij de noodzaak van aanpassing schromelijk onderschatten, temeer daar de betekenis van aanpassingsvermogen bijzonder verwant is met die van intelligentie. Waaruit dan onmiddellijk volgt dat onverstand wel moet te maken hebben met stilstand of met een gebrek aan creativiteit.

Weinig creatieve alsook vreesachtige mensen hebben meer dan anderen nood aan gewoontegetrouw handelen, zij vinden houvast in geijkte gebruiken en zij lijken daarom voorzichtiger zonder dat ook te zijn omdat zij achterom zien en niet vooruit zoals wie zich van hun verstand durven te bedienen. Deze laatsten leggen alras een veel grotere bereidheid aan de dag om aanpassingen door te voeren en inzichten bij te sturen en zij kunnen vlotter met onzekerheden omgaan en zich aan veranderingen adapteren. De traagheid die teruggrijpt naar gewoonten en gebruiken kenmerkt de logge menigte of de massa terwijl de lenigheid van geest meestal een zaak van enkelingen is. Uitvindingen worden bijna uitsluitend door enkelingen gedaan en hetzelfde geldt voor kunstzinnige scheppingen en heldendaden terwijl vergetelheid, onverschilligheid en de veel grovere 'cultuur' van brood en spelen veeleer eigenschappen van de anonieme massa zijn.

Gewoontegetrouwheid heeft het ingrijpend psychologisch effect van geruststelling maar dat betekent tevens dat men niet meer op zijn hoede is zoals vereist: tradities werken omzeggens slaapverwekkend, wat dan ook fel contrasteert met de door behoudsgezinde lieden uiteraard verwenste wakkerheid, 'woke', 'awakening', alertheid of het zelfbewustzijn, de weerstand tegen onrechtmatige beïnvloeding. Het traditionalisme eert de herhaling van steeds hetzelfde en schuwt dikwijls de geringste afwijking daarvan, waardoor het neigt naar de psychopathie zoals dat het geval is in de dwangneurose: zij is overduidelijk aanwezig bij het letterlijk volgen van millennia oude voorschriften die vandaag geen enkele zin meer hebben, zoals in het jodendom het bewaren van melkproducten en vlees in aparte koelkasten of het in acht nemen van de heilige eroev. Maar zij is evengoed aanwezig in het klakkeloos volgen van voorschriften zonder aantoonbare zin, in het aframmelen van religieuze formules en gebeden en in de bezweringen uitgevoerd over borelingen, over huwenden en zelfs over overledenen. Waar dit in alle ernst gebeurt, kan het niet anders benoemd worden dan als waanzin met verworven rechten; in alle andere gevallen is het een spel waarvan de zin alsnog in vraag gesteld kan worden.

Bijkomende factor die andermaal het onverstand etaleert en die misschien wel de doorslag geeft, heeft te maken met het feit dat de tradities die men zo hoog inschat, vaker niets te maken hebben met de eigen volksaard en de eigen bodem: zij werden op gewelddadige wijze opgedrongen door overheersers aan wie het volk werd onderworpen. Het Romeinse Rijk bijvoorbeeld christianiseerde met wapengekletter de halve wereld en op gelijkaardige wijze is de geloofsbelijdenis van het gros der aardbewoners afkomstig uit den vreemde. Onze tradities zijn de onze niet en ga maar na: de klederdracht is vreemd aan 't eigen land en zelfs de taal van de toverformules die men dient uit het hoofd te leren, verstaan wij niet. En zo werd in onze gewesten tot voor kort nog het (kerk)Latijn over de hoofden van de mensen heen gebrabbeld zoals dat vandaag het geval is met het Amerikaans. Wanneer een partij het over tradities begint te hebben, antwoorden wij vanuit datgene wat ons nog resteert aan zelfbewustzijn: neen, dank u, het is nu welletjes geweest.

(J.B., 30 maart 2024)



Pasen

Pasen

9 juni 2024 en de frontsoldaten

9 juni 2024 en de frontsoldaten

Bij zijn medewerking aan de realisatie van John Heartfields schrikbeeld “Krieg und Leichen, die letzste Hoffnung der Reichen”1 is uiteraard geen enkele burger bereid om over één nacht ijs te gaan en om zijn maatpak of zijn vrijetijdskledij te ruilen voor het militaire uniform: de omscholing van de jan met de pet tot de jan met de baret vergt een heus meesterschap over de kunst van het liegen of over hoe men leugens welsprekend laat klinken. De productie van frontsoldaten mag een huzarenstukje heten omdat alle neuzen spoorslags moeten wegwijzen van de pool van peis en vree naar die van oorlog. De omscholing van de creatieve arbeider naar de koele killer kan niet anders dan met bijzonder gesofisticeerde leugens worden gerealiseerd en daar laat men zo te zien ook geen gras over groeien.

Oorlog vereist vooreerst partijdigheid en zo wordt voortaan elke beweging die deze partijdigheid tegenstaat, in de kiem gesmoord. Dat gebeurt uiteraard door alles wat gezegd, geschreven en getoond wordt, bij voorbaat verdacht te maken zoals men ook doet met alle burgers die bij het afhalen van hun nieuwe identiteitskaart niet alleen hun handtekening en hun pasfotootje moeten inleveren maar nu ook hun vingerafdrukken en straks bovendien hun DNA. Partijdigheid betekent vooreerst dat men het eens moet zijn met het standpunt van het eigen regime en van zodra dat regime oorlog voeren wil, betekent dit dat men het eens moet zijn over de vijand en dat men vervolgens moet gaan vechten om hem te verslaan.

Bekijken we eerst het eerst genoemde punt: men moet het eens zijn over het feit dat er een vijand is en over wie dat dan wel mag wezen.

Wat betreft dat punt, duikt vooraf een waarheid op uit de psycho- en sociologie, welke luidt dat niets mensen zozeer verenigt als het hebben van een gemeenschappelijke vijand. Dat houdt uiteraard ook in dat in tijden van democratie met elk zijn eigen mening, wat uiteraard verdeeldheid meebrengt, de creatie van een gemeenschappelijke vijand de oplossing biedt door het volk weer één te maken.

Jammer genoeg kan een één gemaakt volk of een volk bestaande uit burgers met allemaal dezelfde mening, elke mogelijke staatsvorm verdragen behalve de democratie, zoals gezegd omdat in een democratie de gelijkheid van alle burgers de vrijheid van mening centraal stelt, wat meebrengt dat de meningen ongelijk worden net zoals de burgers die ze delen. Om democraten naar het front te krijgen ter verdediging hun democratie, moet men aldus vooreerst van de democratie een dictatuur maken want alleen een dictatuur is in staat om er voor te zorgen dat de neuzen van alle jannen met de pet veranderen in neuzen van jannen met de baret die dan niet langer wijzen naar de pool van peis en vree maar naar die van oorlog en leed.

Van zodra het eerste punt werd afgehandeld en alle burgers het eens geworden zijn over het feit dat er een vijand is en wie dat dan wel mag wezen, verwisselen zij hun vrijetijdskledij voor het kaki uniform zodat zij er niet alleen allemaal hetzelfde uitzien en hetzelfde zijn (namelijk vervangbaar en dus te zonder bezwaren te vernietigen) maar tevens door die camouflage onzichtbaar worden in de wildernis waarin een wereld die in oorlog komt, alras verandert - van zodra dat gebeurd is, komt het tweede punt aan bod: hoe krijgt men de geüniformeerde soldaten naar het front?

En zo leest men dezer dagen in de krant onder de titel “Gewezen baas van militaire inlichtingendienst over buitenlandse inmenging: "Ook aanwijzingen van inmenging rond rechtszaken als die tegen Acid"”2 dat militairen opstaan om ons daaraan te herinneren dat kritiek of onpartijdige informatie voortaan 'nepnieuws' heten zal, of eerder nog: 'fake news', om alvast bij voorbaat elke twijfel weg te nemen over het te kiezen kamp.3

"Onderwerpen die breed leven en voor polariserende meningen zorgen, worden door landen als Rusland gebruikt om de westerse democratie aan de kaak te stellen", aldus (d.d. 27 maart) een hoge militair. In haar artikel schrijft Stien Schoofs: “Via onze smartphones en sociale media is er kans op buitenlandse beïnvloeding. Daarvoor waarschuwde de Nationale Veiligheidsraad vandaag. Zeker in aanloop naar de verkiezingen vinden de federale regering en Staatsveiligheid het belangrijk om daar extra oplettend voor te zijn.”4

Met andere woorden zal met het getwitter en het schrijfverkeer op de sociale media de vrije meningsuiting aan banden worden gelegd en veeleer zal het onmogelijk worden gemaakt dan verboden te worden: het tijdperk van de volstrekte onvrijheid of het “non posse peccare” wordt effectief ingeluid en zoals Heinrich Heine tweehonderd jaar geleden heeft gewaarschuwd zal deze hedendaagse libricide worden gevolgd door een even hedendaagse genocide.

Het onvermijdelijke daarvan wordt nu helder: men krijgt het volk pas naar het front als wij niet alleen een uniform dragen maar als wij tevens uniform zijn en zoals iedereen kan vaststellen, voltrekken die twee zich onder strikte dwang. “De Belgische inlichtingendienst gaat extra monitoren op sociale media”.5 Immers, de vijand wakkert de polarisatie aan, zo menen de militairen, en “door die polarisatie groter te maken wordt de Belgische democratie aan de kaak gesteld en wordt het justitiesysteem nog meer in twijfel getrokken."6

Staatsveiligheid poogt met andere woorden het vertrouwen van de bevolking in het Belgische gerecht te herstellen door de zaken zo voor te stellen alsof niet corruptie onder rechters en onder andere gezagsdragers verantwoordelijk is voor het feit dat de burgers hun overheid in vraag gaan stellen maar godbetert de Russen! (Tussen haakjes, valt nog op te merken dat ofschoon het Russische regime niet democratisch oogt, ook Poetin net als destijds Hitler democratisch werd verkozen - de communistische partij speelt al een hele poos de tweede viool.)

Om je te weren tegen 'fake news' moet je kritisch zijn, aldus minister Annelies Verlinden en Staatsveiligheid treedt haar bij: “We moeten zeer assertief kunnen zeggen wat fake news is, dat wordt de uitdaging."7 Met andere woorden: “Luister alleen naar het officiële nieuws!” Eén nieuwsbron en één waarheid, jawel, u hoort het goed: een heus ministerie van waarheid! Waar hebben we dat nog gehoord? Maar 1984 geldt niet alleen met betrekking tot het Oostblok want ook daar klinkt eenzelfde refrein en aan beide zijden van het front wordt aldus het volk bewerkt, produceert men met die methode letterlijk honderden miljoenen frontsoldaten die dan elkaar met een gelijkaardig 'enthousiasme' gaan verminken en gaan uitmoorden.

Dan nog maar een keer John Heartfield: ““Krieg und Leichen, die letzste Hoffnung der Reichen.”

(J.B., 28 maart 2024)

9 juni 2024 en de stomme kinderen

9 juni 2024 en de stomme kinderen

Volwassenen mogen gaan stemmen, ze moeten het zelfs doen maar voor kinderen geldt een stemverbod, kinderen krijgen geen stem, zij horen stom te blijven. En de volwassenen blijken weg te komen met de uitleg dat kinderen nog niet kunnen stemmen, ze zijn immers nog te klein, ze kunnen niet bij het schapje met het rode potlood en meer nog van die onzin. Dit terwijl iedereen heel goed weet dat de verkiezingen altijd over de belangen van de kinderen gaan omdat zij nu eenmaal en zonder pardon de toekomst van het mensdom zijn.

Alleen in België sterven 1 op 250 mensen in het verkeer en het aantal gewonden met blijvend letsel is daar een veelvoud van. Jaarlijks krijgen vierhonderd kinderen jonger dan zestien kanker1 en tenminste een derde van hen zal voor de leeftijd van vijfenzeventig jaar kanker krijgen, terwijl we weten dat tachtig percent van alle kankers te maken hebben met milieuvervuiling.2 Uit een rondvraag van seniorennet d.d. november 2023 waarbij de kwestie aan bod komt voor welke partij de senioren stemmen, blijkt dat de milieupartij die opkomt voor zuivere lucht, zuiver water, een leefbare aarde en een veilige wereld, amper 1,8 percent van de stemmen haalt.3

In acht genomen dat senioren vijftigplussers zijn en derhalve ook vaak ouders, grootouders en overgrootouders vertegenwoordigen, is de trieste betekenis van de genoemde poll dat, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, mensen zich op geen enkele manier bekommeren om het leven van hun nazaten.

In de geheime ruimte van het stemhokje waar niemand het kan horen, zeggen ze verbeten tot zichzelf: “Het zal onze tijd wel duren!” De stemgerechtigden blozen niet maar de verkiezingsuitslag maakt het gruwelijkste geheim publiek: “Wij geven geen cent om onze kinderen!”.

“How dare you!”, zo sneert een tiener die een stem geeft aan haar generatie maar zij wordt afgeblaft door Trump en compagnie, door de economen en de wolven van het geld die kinderen er godbetert van beschuldigen dat zij gebruikt worden door hun politieke rivalen.

Voor kinderen geldt een stemverbod. Volwassenen mogen gaan stemmen, ze moeten het zelfs doen en zij worden niet gestraft.

(J.B., 27 maart 2024)

9 juni 2024 en Sint-Grobian

9 juni 2024 en Sint-Grobian

Het narrenschip van Plato (De Staat, boek IV) zinspeelt op wanbestuur in de democratie ingevolge onbekwaamheid: niet de relevante bestuurskwaliteiten maken dat iemand kan regeren maar wel allerlei eigenschappen die niet ter zake doen, zoals een elegant kapsel of een beroemde papa. Plato schrijft: “Aldaar is de eigenaar van het schip, groter en sterker dan iedereen op het schip, maar ietwat doof en nogal kortzichtig, met kennis over zeilen die past bij zijn gezichtsvermogen.”1 Erasmus met zijn Lof der Zotheid uit 1509 werd voorafgegaan door humanist en theoloog Sebastian Brant (Sebastianus Titio) van wie in 1494 in Basel Daß Narrenschyff ad Narragoniam2 of Das Narrenschiff (in het Latijn: Stultifera Navis) verscheen: Narragonia is het narrenparadijs en de door Brant gefantaseerde beschermheilige der dwazen is Sint-Grobian of Sanctus Grobianus ('grob' is Middelhoogduits voor 'vulgair' of 'grof').

Vandaag wordt China geregeerd door een dictator die Mao naar de kroon steekt; Rusland wordt geleid door een wreedaard die op het punt staat de Derde Wereldoorlog te ontketenen met alles erop en eraan; in de Verenigde Staten dingen twee ouderlingen naar de macht die beiden wartaal uitslaan; in de Europese regeringen wemelt het van de dieven en nu de verkiezingen voor de deur staan vertellen ons de prognoses dat de massa een boontje heeft voor populisten die geen enkele moeite meer doen om hun machtsgeilheid te verkappen. Kortom: Sint-Grobian blijkt een bijzonder machtig man.

(J.B., 27 maart 2024)

9 juni 2024 en de 'vrije' mening

9 juni 2024 en de 'vrije' mening

Naar het voorbeeld van het Vlaamsch Nationaal Blok van het met nazi-Duitsland collaborerende VNV werd vierendertig jaar na Hitlers nederlaag en de ontdekking van de vernietigingskampen, door zowel medeplichtigen en hardnekkige nazi-sympathisanten als getraumatiseerden kampend met het stockholmsyndroom, in 1979 het Vlaams Blok opgericht.

Naoorlogse analyses van vooral journalist en socioloog Maurice De Wilde maakten duidelijk dat het enthousiasme van VNV-kopstukken vooral te wijten was aan de gigantische toelagen aan onder meer Staf De Clercq die in 1937-'39 1.200.000 F nazi-geld ontving van Hitlers Propagandaministerie (Promi) van de nazi-partij (NSDAP) die zich in de vooroorlogse crisisjaren populair maakte onder de dekmantel van een volkspartij die de migranten zou verjagen, Duitsland zou teruggeven aan de Duitsers en de koopkracht zou herstellen.1 De VNV ging onder het eigen volk spioneren voor de fascisten die hen financierden. Waar hebben we dat allemaal nog gehoord?

In 1979 opgericht met de wortels in het nazisme bleef het Vlaams Blok vijfentwintig jaar lang bestaan totdat het in 2004 voor (met de mensenrechtenverklaring strijdig) racisme en discriminatie veroordeeld werd en daarop veranderde de partij met dezelfde bemanning haar naam naar 'Vlaams Belang', een partij die het racistische programma (het zgn. 70-puntenplan) nog twintig jaar later, bij de nakende verkiezingen van 9 juni 2024, nog steeds niet zal hebben afgezworen en waarvan het eerste punt luidt: “Opdoeken van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding”.

Vanuit hun egoïsme demoniseren en criminaliseren extreemrechtse politici de vluchtende slaven uit hun (neo)kolonies en wenden zij het gevaar van een vreemdelingenlobby voor die zij beloven te ontmaskeren en te ontmantelen. Zij proberen de massa op hun hand te krijgen om het volk tegen de zwakkeren op te zetten, de vrije meningsuiting aan banden te leggen alsook de godsdienstvrijheid. Ze willen apartheid invoeren (punt 19 pleit voor “de oprichting van een apart onderwijsnet voor islamitische vreemdelingenkinderen”) en verwerpen de realiteit van de open wereld die zij (in punt 20) bestempelen als “mundialistische en multiculturele indoctrinatie” om terug te keren naar de bekrompen politiek van elk zijn eigen 'volk'. Extreemrechts wil de mensenrechtenverklaring weg: het wil fascistische regimes elders hun gang laten gaan; die zouden dan het recht hebben om ongestoord hun eigen volk te mishandelen. Het wil de eigen nationaliteit bewaken met gesloten opvangcentra voor asielzoekers buiten de bebouwde zones, met het bestraffen en terugsturen van vreemdelingen (punt 40 wil de oprichting van een vreemdelingenpolitie) en met het (onder meer door extra belastingheffingen) bemoeilijken van hun tewerkstelling in België (punt 52). Antidiscriminatiepolitiek jegens vreemdelingen maar evenzeer jegens vrouwen en homo's (verbod op het homohuwelijk) wordt voortaan te bestrijden onzin genoemd, waarmee de aansluiting wordt gerealiseerd met de gruwel van extreemrechts in Rusland, China en nog andere dictaturen en totalitaire systemen vandaag.

De wreedheid van het programma dat zonder meer gelijkluidend is aan dat van de nazi's vereist uiteraard een schutskring ('cordon sanitair') maar die heeft ervoor gezorgd dat de partij zich nu de slachtofferrol aanmeet en extra sympathie ontvangt van een menigte aan kiezers die jammer genoeg onwetend blijken omtrent wat geschied is en wat te verwachten valt van populistische racisten die toch ook wel een eigen 'mening' mogen hebben, of niet dan? Wel, nog enkele keren slapen en als het feest van de nationalisten doorgaat, wordt ook hier te lande discriminatie een heuse burgerplicht!

(J.B., 26 maart 2024)



1https://blog.seniorennet.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2576209 . Zie ook: Maurice De Wilde, De Nieuwe Orde, De Nederlandsche Boekhandel, A'pen/A'dam (Tweede druk), 1982, pp. 9-12 en 14.




Het wrange wringen van de macht

 

Het wrange wringen van de macht

In het artikel: Vlaams Belang geeft inkijk in verkiezingsprogramma: "Geen subsidies meer voor multiculturele clubjes" schrijft Stefan Grommen dat Vlaams fractievoorzitter van Vlaams Belang Chris Janssens meent dat momenteel heel wat woke organisaties onder dewelke de vzw Orbit die werkt rond onder meer superdiversiteit (waaronder seksuele diversiteit) onterecht subsidies krijgen. Janssens zegt een partij te dienen “die opkomt voor onze culturele identiteit en onze tradities en die worden zijns inziens door heel die “woke onzin” in gevaar gebracht.” Stefan Grommen merkt op dat de term 'woke' onder meer wordt gebruikt bij “minderheden die in het verleden belachelijk zijn gemaakt, zijn uitgesloten, of gediscrimineerd, bijvoorbeeld op basis van hun seksuele voorkeur of genderidentiteit.” Janssens meent dat subsidies ook moeten verdwijnen voor wie zich bezondigen aan (positieve) discriminatie of multicultureel diversiteitsbeleid.1

Nu kan men een dergelijke mening weliswaar verwachten van een Vlaams Belanger maar niet zozeer van iemand die enkele jaren geleden uit de kast kwam als homoseksueel.2 Maar Janssens is geen unicum: hij wordt geflankeerd door tallozen doorheen de geschiedenis en weliswaar ongewild getuigen zij allen van de wrange manier waarop macht zich manifesteert - 'wrang' komt van het werkwoord 'wringen'.

Toen bijna tot het einde van de vorige eeuw de ongedoopten geen toegang kregen tot de jobs bij instellingen welke toebehoorden aan de kerk (zoals het onderwijs, de hele zorgsector en wegens de verzuilde politiek uiteindelijk alle maatschappelijke activiteiten) en ook toen ten tijde van de jongste pandemie de vaccinatiereligie dreigde de niet-gevaccineerden wereldwijd aan de kant te zetten, trokken de potentaten zich uit de slag met de drogreden dat men niet moet klagen omdat men vrij is om zich wél te laten dopen of te laten vaccineren en dat het bovendien gratis is om dat te doen.

Nu is dat sofisme tenminste vijfhonderd jaar oud: in het Requierimento uit 1514 van paus Alexander VI waarmee na de inval van Columbus in Amerika in 1492 en de daar op volgende pauselijke 'schenking' van Amerika aan Spanje met de opdracht om de Indianen te kerstenen, deze volkeren werden aangemaand om zich te onderwerpen aan de Spaanse kroon en zich te laten dopen op straffe van gevangenschap en slavernij, luidt de schijnargumentatie als volgt: “Uw gevangenschap en uw terdoodveroordeling zijn uw eigen keuzes want u bent vrij om zich te onderwerpen!”

Uiteraard betekenen dergelijke verordeningen voor het volk de vrije keuze tussen slavernij en slavernij! De eerste vorm heet slavernij uit vrije keuze, de tweede is de waan van vrijheid. En waar potentaten nu de ganse wereldbevolking voor exact dezelfde keuze stellen, ontvangt het mensdom in feite zijn niet helemaal onverdiende loon.

Worden immers vluchtelingen die illegaal ver van hun door oorlog verwoeste thuisland als slaven aan de kost moeten komen niet met exact hetzelfde dilemma geconfronteerd? En worden de uitvoerders van deze executie door de sluwe potentaten dan niet gerekruteerd uit hun eigenste middens, zoals destijds door de nazi's ook joden werden uitgelezen om hun volksgenoten om te brengen in aan het oog onttrokken kampen? Was bijvoorbeeld hier te lande een van de verantwoordelijken voor het asielbeleid niet afkomstig uit dezelfde streek waarheen de nu uitgehongerde slaven teruggedreven worden in de handen van een niets en niemand ontziende taliban?3 En wat is er legaal aan het dulden van illegalen uitsluitend met het oog op het drukken van de prijs van de consumptiegoederen en aldus het vrijwaren van de levensstandaard van de slavendrijvers die deze 'illegalen' aldus eeuwig in de tang wensen te houden? Het antwoord luidt onmiskenbaar dat die eeuwigheid slechts duurt totdat de vernederden zelf gaan kiezen voor de dood.4

Macht wordt door een der grootste schrijvers van de twintigste eeuw (en we hebben het hier uiteraard over George Orwell in zijn 1984) impliciet gedefinieerd als het vermogen om anderen te laten liegen. Vrijheid is de vrijheid om te zeggen dat twee opgeteld bij twee gelijk is aan vier. Vrijheid is de vrijheid om de waarheid te zeggen. Macht is het vermogen om aan mensen de vrijheid te ontnemen, incluis de vrijheid om de waarheid te zeggen. Macht manifesteert zich waar men anderen kan doen liegen. Nog meer macht is nodig om anderen te laten moorden of om hen zichzelf te doen verloochenen. Men heeft mensen in de tang als men hen daartoe kan bewegen aan zichzelf schade te berokkenen.

In Collegium Cardinalium, het negende hoofdstuk van Sodoma. Het geheim van het Vaticaan uit 2019 onderzoekt de Franse socioloog en journalist Frédérick Martel de uitoefening van dit geweld van de macht in de praktijk van de clerus en hij beschrijft hoe paus Joannes-Paulus II “werd omgeven door intriganten en een groot aantal homoseksuelen die zelf nog in de kast zaten en zich in het openbaar ook homofoob uitlieten, om nog maar te zwijgen van hen die pedofiele priesters in bescherming namen. Paulus VI had homoseksualiteit veroordeeld maar pas onder Joannes-Paulus II werd er een heuse oorlog tegen gays gelanceerd. Ironie van de geschiedenis: de meeste hoofdpersonen in deze onbeteugelde campagne tegen homoseksuelen waren zelf homoseksueel. (…) Ze stortten zich in een morele suïcidale oorlog die ze wel moesten verliezen, omdat ze bevochten wat ze zelf waren.”5

Mensen met zichzelf laten vechten, dat zou wel eens het kenmerk bij uitstek van dictatoriale regimes kunnen zijn: mensen ertoe dwingen om te doen wat zij eigenlijk niet willen. Nicolae Ceaușescu van Roemenië, bewonderaar van China en van Noord-Korea en tevens stalinist, was daartoe in staat met zijn repressieve regime; het volk leek aan zijn voeten te liggen maar toen hij werd vermoord (in 1989) samen mijn zijn vrouw Elena, die mede aan het hoofd stond van zijn Securitate (de voorloper van het verraderlijke burgerinformatienetwerk), kon de vreugde bij het Roemeense volk niet op.

(Religieuze) dictaturen hebben doorheen de eeuwen gespeeld met de genoemde paradox waarbij zij enerzijds bejubeld lijken te worden maar anderzijds, van zodra zij hun vat op hun slachtoffers verliezen, worden zij gehaat en in mootjes gehakt. De ultieme verklaring luidt dat zij helemaal niet op handen werden gedragen doch gevreesd. Vandaar de zwijgplicht en de cellen in de slotkloosters, de staatsgeheimen, de mysteries, het verbod op samenscholing, de omerta, de camera's, de vingerafdrukken en het DNA. De clerus werd en wordt gevreesd omwille van haar wreedheid en daaraan ontlenen ook Mao, Stalin, Poetin en de populisten van extreemrechts hun macht. In nauwe hypocrietenschoentjes worden zij gewrongen die ten prooi zijn aan de willekeur van deze glimlachende hyena's zoals John Heartfield ze verbeeldde en men spreekt daar ook wel eens over het Stockholmsyndroom, waarbij de gegijzelde sympathie lijkt te ontwikkelen voor zijn gijzelnemer; het lijkt in feite veeleer op chantage en soms spreekt men van een traumaband die het gemanipuleerde en beschadigde slachtoffer wel wil maar nimmer kan verbreken; wie in een dergelijk post traumatisch stress syndroom verwikkeld zijn, zullen hun mishandelaar die zij niet kunnen verlaten, zelfs gaan verdedigen tegenover derden. Men ziet het meelijwekkende verschijnsel bij ongeëmancipeerde vrouwen, bij gewezen slaven, bij uitgebuite arbeiders en zeer zeker ook bij onderdrukte homo's die uit de kast kwamen maar nog te bang zijn om helemaal woke te wezen.

(J.B., 23 maart 2024)

3CD&V-voorzitter Sammy Mahdi is de zoon van een Irakese vader die eind jaren 1970 als politiek vluchteling naar België kwam. In 2020 werd Sammy Mahdi staatssecretaris voor Asiel en Migratie.

4Zie ook: Jan Bauwens, “Het nieuwe geweld en de hypocrisie naar religieus model”, in: “Het grote interview met Omsk Van Togenbirger en andere teksten over de totalitaire wereld”, Serskamp 2022, pp. 368-371.

5Frédérick Martel, Sodoma. Het geheim van het Vaticaan, Uitgeverij Balans Amsterdam 2019

(oorspr.: Éditions Robert Laffont, Parijs 2019), pag. 238.




Democratie en mensenrechten?

Democratie en mensenrechten?

BERICHT: Wij stellen heden vast dat alle bestanden in PDF die opgeladen werden naar de server van bloggen.be  en die dan konden gelezen worden middels een klik op de cover van de betreffende artikels en boeken, van de server van bloggen.be verwijderd werden. Voorlopig zullen onze PDF-bestanden worden opgeladen via de server van de seniorennetblogs.

(J.B., prima vera 2024)

De cultus van Mammon (deel 5)

De cultus van Mammon (deel 5)

3335501-04ffd256eb6bf41bbf4d8c6fbc93acd4.jpg

J.B., De vier ruiters van de apocalyps, nagetekend naar Gerard van Groeningen (1563 - 1574).

Een half millennium geleden maakte de Nederlandse tekenaar en graveerder Gerard van Groeningen, naar het voorbeeld van de houtsnede uit 1498 van Albrecht Dürer, een afbeelding van de vier ruiters van de apocalyps, overeenkomstig het joodse boek Zacharia beschreven in Openbaring 6 van de apostel Johannes, de zoon van Zebedeus en de geliefde leerling van Christus.

In een visioen beschrijft de ziener een boek verzegeld met zeven zegels, alleen te verbreken door het Lam Gods (Christus), waarbij de eerste vier slaan op vier ruiters. Na het verbreken van het eerste zegel verschijnt het witte paard van de overwinning van de Antichrist; na het verbreken van het tweede, het vuurrode paard van de oorlog; na het verbreken van het derde, een zwart paard waarvan de ruiter een weegschaal draagt; de ruiter van het vaalgele, vierde paard is de dood met in zijn zog het dodenrijk met de opdracht het vierde deel der mensen te doden met het zwaard, de honger, dodelijke ziekten en wilde dieren.

Het derde, zwarte paard met de ruiter met de weegschaal zou dus verband houden met het geldwezen: honger, (voedsel)schaarste en de onrechtvaardige verdeling van de rijkdommen. De ziener hoort een stem die zegt: “Een dagloon voor een portie tarwe en hetzelfde bedrag voor drie porties gerst. Maar laat wijn en olijfolie ongemoeid”1, wat zou betekenen dat de schaarste het voedsel voor het lichaam betreft (tarwe en gerst) en niet dat voor de geest (gesymboliseerd door wijn en olie).

Blijkt dus dat het (gebrek aan) geld of de honger een van de vier thema's is die in de eindtijd aan bod komen, na de Antichrist en de oorlog en voorafgaand aan de dood: de Antichrist brengt oorlog, oorlog brengt honger en honger brengt dood. Het geld is een ruilmiddel en heeft derhalve te maken met de schaarste omdat er in tijden van overvloed helemaal niet gewogen hoeft te worden. De weegschaal heeft te maken met recht, dat altijd recht is op leven en derhalve recht op voedsel, gesymboliseerd in tarwe en gerst, met andere woorden: ons dagelijks brood.

Het koren moet worden gedorst en dat gebeurt sinds het begin der tijden op de tempelberg in Jeruzalem. De tempelberg werd in de oudheid bovenaan vlak gemaakt om gebruikt te worden als dorsvloer. Bij het dorsen wordt het kaf van het koren gescheiden, wat ongetwijfeld de rechtspraak symboliseert en volgens de overlevering zou dat ook gebeuren met betrekking tot het mensdom, als de Antichrist zegeviert, op het einde der tijden, op dezelfde plek, na het armageddon (de eindstrijd, de oorlog) en voorafgaand aan de dood.2

Dat alles welbeschouwd kan worden opgemerkt dat, in tegenstelling tot wat alom wordt verondersteld, namelijk dat de Antichrist een soort van duivel is, het noodzakelijk zo moet zijn dat Antichrist of Tegen-Christus duidt op de (zoals aangekondigd) in de Eindtijd wedergekeerde, enige en dezelfde Christus uit het begin der tijden.

Het geld geeft rechten in de wereld en wordt ook vaak als zodanig uitgedrukt en zo wordt aan wie met pensioen gaan de uitkering medegedeeld met het bericht dat zijn of haar 'rechten' zijn berekend. Maar de wereldse rechten die door Mammon aan zijn dienaren worden toegekend, zijn uiteraard niet dezelfde als deze die resulteren uit de goddelijke rechtspraak, zoals blijkt uit Christus' oordeel (in Mattheüs 6:5) over de huichelaars: “Zij hebben hun loon reeds ontvangen.”

(Wordt vervolgd)

(J.B., 19 maart 2024)

1Openbaring 6:5-6.




De cultus van Mammon (deel 4)

De cultus van Mammon (deel 4)

3335435-73011600c4d4164ec8eba1bb5d661739.jpg

De cultus van Mammon reduceert mensen tot in feite levenloze en vervangbare instrumenten en de verdedigers van het onverdedigbare maken zich sterk dat er uiteindelijk geen enkel verschil is tussen het levende en het levenloze, tussen mensen en andere dingen, tussen personen en robots. Er zijn wereldburgers met veel geld (en derhalve met veel invloed op de massa) maar helaas met weinig verstand, die niet alleen beweren dat mensen in feite robots zijn maar tevens dat zijzelf (uiteraard) binnenkort robots gaan maken die mensen zullen overtreffen. In feite hebben zij gelijk op het punt waar de wereldse invloed van het ruilmiddel die van de mens lijkt te overtreffen maar invloed en waarde zijn totaal andere attributen.

Het onzinnige materialisme dat achter het belachelijke geloof in “L' Homme machine”1 schuilgaat, is echter wel noodzakelijk voor wie geloven dat geld de eindwaarde van alle dingen is. Het dienaarschap van het gouden kalf betekent dat men zijn hele leven richt op het verzamelen van geld en daarin begrepen zijn uiteraard ook de opvattingen over de aard van de uiteindelijke werkelijkheid. Een simplistisch (maar afdoende) voorbeeld: geld kan men niet meenemen naar het hiernamaals en dus mag er geen hiernamaals bestaan voor wie ook echt geloven dat het geldbezit de eindwaarde is.

Het materialisme is inmiddels een verouderde opvatting waarvan enkele modernere uitlopers nog steeds aangehangen worden door een aantal hardnekkige droogstoppels. Op een nader te beschrijven ongelukkige manier hebben zij uit de theorie van het microreductionisme (die zegt dat alle materie principieel kan herleid worden tot de kleinste onderdelen) een conclusie getrokken die bijzonder kort door de bocht is, namelijk de opvatting dat, ook andersom, uit de kleinste onderdelen het geheel opnieuw kan samengesteld worden, alsof de natuurlijke groei (de schepping zo men wil) identiek was aan de 'samenvoeging' van de in en door de groei geordende elementen. Uit een in onderdelen te ontleden graantje groeit een korenaar waarin weer graantjes zitten die leven maar niemand is ooit in staat geweest om met die 'onderdelen' weer een graantje 'samen te stellen' dat groeit en vruchtbaar is.

Via een heel andere weg dan de filosofische en meer bepaald via de geneeskundige praktijk heeft de Nederlandse cardioloog Pim Van Lommel in 2001 in het gerenommeerde medische vaktijdschrift The Lancet de resultaten gepubliceerd van zijn onderzoek van dertig jaar naar BDE of Bijna Dood Ervaringen,2 in 2007 verschenen in boekvorm onder de titel Eindeloos Bewustzijn,3 waar geconcludeerd wordt dat hersenwerking en bewustzijn verschillende dingen zijn. De Vlaamse auteur Ludo Noens heeft zich gespecialiseerd in de studie van de BDE wereldwijd en doorheen de ganse geschiedenis en in onder meer zijn in 2023 verschenen “Signalen uit een verzwegen wereld”4 verdedigt hij met betrekking tot de wijsgerige opvattingen over de grondslagen van de werkelijkheid een visie die de materialistische opvatting bestrijdt dat de geest een product zou zijn van de hersenwerking. De visie van Noens is verwant aan het inzicht dat de hersenwerking veeleer beperkend dan verruimend is voor het bewustzijn omdat het bewustzijn als zodanig veel breder zou zijn dan de hersenwerking want als de hersenen werken, specificeren ze de aandacht naar slechts onderdelen van het mogelijke object van het bewustzijn.

Dat is overigens ook de basis van zekere oude oosterse opvattingen die dan hun religieuze praktijk vinden in onder meer meditatietechnieken waar men leert om de werking van de hersenen zo niet stop te zetten, dan toch te beheersen zodat men niet door zijn gedachten meegesleurd wordt. Het resultaat daarvan ervaart men in de praktijk en het resultaat van de toepassing blijkt geen geestloosheid of een 'niets' maar een 'zuiver bewustzijn' dat niet verengd wordt door specifieke punten die de aandacht trekken.

Misschien kan dit verduidelijkt worden met het gegeven dat ook conversaties meer zijn dan de loutere woorden die uitgewisseld worden: er zijn ook het ongezegde en het onzegbare, de totaalindruk, het begrip en het contact. De gesprekspartners moeten het doen met hun woorden, zijzelf zijn essentieel maar blijven buiten beeld; zij moeten wel verondersteld worden te bestaan, anders heeft ook het wél waarneembare (de woorden van het gesprek) uiteraard geen zin. Dat is overigens ook aan de orde waar muziek beluisterd wordt: niet de afzonderlijke zintuiglijke indrukken, de klanken, vormen de muziek omdat de muziek “tussen de noten zit”, waaronder moet verstaan worden dat (onder meer) de melodie de geheugenwerking van de luisteraar vereist om tot leven te kunnen komen en zo zal de geest van de luisteraar in feite her-samenstellen wat de componist bedoeld heeft. En uit de waarnemingspsychologie weten we overigens dat reeds de waarneming onmogelijk is zonder de activiteit van het subject. Hiermee samenhangend treedt tevens een bijzonder intrigerende kwestie naar voren inzake het werkelijkheidsgehalte van onder meer romanpersonages die ontspringen aan het scheppend vermogen van de artiest en waarmee menig denker al indrukwekkende kanten van onze realiteit aan het licht heeft gebracht, zo bijvoorbeeld in het zog van Unamuno.5

(Wordt vervolgd)

(J.B., 18 maart 2024)

1“L'Homme machine” is een werk van de Julien Offray de La Mettrie uit 1747, leerling van de wereldberoemde filosoof, theoloog, wiskundige en geneeskundige Hermanus Boerhaave, op zijn beurt leerling van de grote geneeskundige en toneelschrijver Govert Bidloo die in 1715 de Russische tsaar Peter I Aleksejevitsj Romanov (Peter de Grote) behandelde - diens neef Nicolas was al sinds 1702 lijfarts van de tsaar.

2Lommel, Pim van, Ruud van Wees, Vincent Meyers, and Ingrid Elfferich. “Near-Death Experience in Survivors of Cardiac Arrest: A Prospective Study in the Netherlands.” The Lancet 358, no. 9298 (December 15, 2001): 2039–2045.

3https://pimvanlommel.nl/?pim_van_lommel Op de webstek van d auteur vindt men tevens een verfilming van het thema.

4Ludo Noens, “Signalen uit een verzwegen wereld – het mysterie en de ontstolen dimensie”, Aspekt Soesterberg 2023.

5Zie: Costica Bradatan, “Wij zijn slechts goddelijke droombeelden. Het verhaal als

Imitatio Dei bij Miguel de Unamuno”. Zie voor een Nederlandse vertaling: http://blogimages.bloggen.be/ludonoens/attach/93208106080.pdf





De cultus van Mammon (deel 3)

De cultus van Mammon (deel 3)

3335344-27978ecc0504ac768349fe81d456e1ad.JPG

(J.B., 'Menseneter')

Met Mammon als oppergod wordt alles en iedereen gereduceerd tot zijn marktwaarde en derhalve is een mens nog zoveel waard als men bereid is daarvoor neer te tellen: de waarde van een mens is zijn (actueel en potentieel) bezit. In de economische realiteit van vandaag betekent dit concreet dat mensen nog louter elkaars (actuele en potentiële) klanten zijn en met het oog op een steeds uitgebreider cliënteel, wordt volop handel gedreven in persoonlijke data en dat is het soort van informatie die toelaat om in te schatten wie wel en wie niet tot klant kunnen gemaakt worden, wie met dat oogmerk benaderd kunnen worden en ook hoe die benadering moet verlopen. Mensen ontmoeten elkaar niet langer omdat zij voortaan alleen nog jacht maken op elkaar, alle burgers hebben elkander vogelvrij verklaard, mensen zijn voortaan alleen nog wolven voor hun medemensen.

De handel in data floreert: wie beschikken over geboortedata kunnen gericht reclame voeren naar bijvoorbeeld ouderen toe om hen begrafenisverzekeringen aan te smeren en met lijsten die de namen bevatten van alle kaalhoofdigen kunnen op een meer rendabele manier haarstukjes aan de man worden gebracht. Deze voorbeelden kunnen simplistisch lijken maar de mens wordt ook heel simpel als hij in de eerste plaats een prooi is die kan worden verschalkt, gevangen en verslonden.

Mensen consumeren elkander, voortaan zijn mensen elkaars kannibalen, mensen vermoorden alleen nog hun medemensen en op die manier worden niet alleen abortus en euthanasie een goed waar zij winstgevend zijn maar ook de moord op onder meer dementen, gehandicapten, gevangenen en illegalen. Er wordt lustig gemarchandeerd in methoden om verlieslatende categorieën van mensen te demoniseren teneinde hun levensbeëindiging als een deugdelijke onderneming te kunnen wegzetten zoals dat ook gebeurde in het Derde Rijk.

Het begint met het vervangen van rechten door voorrechten (en 'narechten') of de schending van het gelijkheidsbeginsel en de retorica van de duivel of kunst van het liegen gaat functioneren om die transitie naar allerlei vormen van rechteloosheid aannemelijk te maken met 'vanzelfsprekendheden' zoals 'eigen volk eerst' en 'ziekenzorg ondermijnt de volksgezondheid'. Overbevolkingstheorieën floreren in de stormloop op Lebensraum, het territoriaal instinct krijgt de wind in de zeilen met de jacht op nieuwe territoria, het jachtinstinct en de daaraan verwante moordlust worden gesubsidieerd en een markt van sterilisatietechnieken ontplooit zich, medicijnen die de infertiliteit bevorderen worden alom aangeprezen en het leven wordt op duizend en een manieren gerelativeerd. Het bedrieglijke concept 'volksgezondheid' neemt het over van de gezondheidszorg zoals gedefinieerd door Hippocrates en alras wordt de verpleging van hulpbehoevenden vervangen door de moord op deze economisch niet (langer) rendabele mensen “omdat een gezonder volk een volk met minder zieken is”.

Allang is de waarde van een mensenleven niet langer absoluut, risicogedrag wordt het nieuwe normaal van zodra men de gevaren heeft aanvaard die bij de economische bedrijvigheid van het leven horen; wie de auto afzweren en al die andere moordtuigen, kunnen niet langer met anderen wedijveren en vallen uit de boot. Waarheid is overgegaan in waarschijnlijkheid, rechtspraak in de kunst van het compromis en wijzelf zijn enkel nog voer voor statistieken.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 17 maart 2024)





De cultus van Mammon (deel 2)

De cultus van Mammon (deel 2)

3335254-622b80a4b57dde6ecd9a14fe19693f3e.jpg

(J.B., naar J.A.D. Ingres, Zeus en Thetis, 1811)

“En de dagen verliepen, en ten twaalfden dage rees, naar hare belofte, Thetis ten grooten hemel op, en ten Olumpos. En tot Zeus gekomen, met de linkere hand omvatte ze zijne knieën, terwijl hare rechtere neemt hem bij zijnen kinne. En met woorden, zoeter dan honig, biedt ze de bede haars zoons, 'dat zwaar Agamemnoon hij straffe. Maar de wolkenverzaêmlende Zeus zweeg. - En ten tweeden male, zijn knieën beroerend, zoo sprak Thetis, lang, hare bede. (…)” (Homeros, Ilias, boek I).1

“Zeus en Thetis” is een werk in olieverf op doek uit 1811 van Jean Auguste Dominique Ingres waarop de kunstenaar uitbeeldt hoe de nimf Thetis, moeder van Achilles, in het gevlei tracht te komen bij de oppergod Zeus om het conflict tussen haar zoon en Agamemnon te beëindigen dat de Trojaanse oorlog is.

Een smeekbede om macht kan vruchten afwerpen als zij gericht is tot de oppergod bij wie men aast op zijn gunsten door hem te dienen, wat betekent dat men aan hem boven al het andere de voorrang geeft. Voor de dienaren van Mammon is het geld de eindwaarde of de ultieme referentie, de laatste parameter aan de welke alle andere waarden worden afgemeten. Waar Mammon heerst, wordt de waarde van de dingen maar uiteraard ook de waarde van de mensen uitgedrukt met een prijskaartje, wat wil zeggen dat de dingen en de mensen precies zoveel waard zijn als men bereid is daarvoor te bieden op de markt: hun waarde hangt af van het spel van vraag en aanbod.

Met Mammon als oppergod vallen alle dingen, mensen, dieren, planten en zo verder samen met hun marktwaarde, wat meebrengt dat alles en allen a priori gedegradeerd worden tot verkoopsartikelen. Het bevreemdende van die realiteit is wel dat wij dat door de band helemaal niet beseffen en dat wij heimelijk de veronderstelling blijven koesteren dat, als puntje bij paaltje komt, men ons nog wel als mensen zal erkennen.

Helaas is dat een kostelijke illusie. Nog nooit is een koninklijke hoogheid die bij zijn of haar verstand was in het huwelijk getreden met een schooier. Nog nooit heeft een kassierster aan een klant die bij het afrekenen aan de bodem van zijn portemonnee gekomen, één cent tekort kwam, hem die schuld kwijtgescholden. En wanneer mensen munten werpen in het kroesje van een schooier in de drukke winkelstraat, is het meestal omdat zij er op de een of andere manier voordeel uit putten; is het ultieme motief de beloning in het hiernamaals, dan dient te worden opgemerkt dat door de eeuwen heen ook het katholieke paradijs altijd al afkoopbaar is geweest met geld - niemand minder dan de grote Dostojevski heeft via de inquisiteur de paus zelf laten verklaren een dienaar te zijn van Lucifer. Ja, de religie zelf die het begrip van de afgod Mammon heeft ingevoerd, heeft deze afgod prompt gepositioneerd boven de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde en van al wat zichtbaar en onzichtbaar is - middels het systeem van de aflaten of anderszins - waarbij zondaren schuld afkopen en op die manier betalen voor hun plekje in het paradijs zoals de happy few dat doen voor hun plekje in de opera.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 15 maart 2024)

1Uit de Ilias van Homeros in een vertaling van Karel van de Woestijne: . Karel van de Woestijne, Verzameld werk, Deel 2, Epische poëzie, Fragmenten, Ilias-vertaling. Uitgeverij C.A.J. Van Dishoeck, Bussum, 1949. Zie: https://www.dbnl.org/tekst/woes002verz04_01/woes002verz04_01_0019.php#17



De cultus van Mammon (deel 1)

De cultus van Mammon (deel 1)

3335216-c1e24c68e297e428cd797615eaed8204.jpg(J.B., naar Evelyn De Morgan)

Op 30 augustus 1855 werd in een welgestelde kunstzinnige Londense familie de (prerafaëlitische) kunstschilderes Mary Evelyn Pickering geboren, bekend als Evelyn De Morgan. Haar thematiek werd onder meer bepaald door het pacifisme, het feminisme, het toentertijd modieuze spiritisme en de Griekse en Bijbelse mythologie en in dat kader situeert zich haar werk getiteld “De aanbidding van Mammon”. De afgod Mammon verpersoonlijkt de geldzucht en deze vorm van hebzucht is een verslaving te wijten aan de specifieke middeldoelomkering waarin een ruilmiddel het geschopt heeft tot een heuse god.

Geld wordt door de band geassocieerd met puur materialisme maar geheel onterecht: in zekere zin verbindt de cultus van Mammon het materialisme met het spiritualisme (in feite: het spiritualistisch idealisme) dat een immaterialisme is en wel omdat geld enerzijds weliswaar een materialistisch connotatie heeft maar tevens bestaat het als een volstrekt onbepaald en derhalve geestelijk wezen want als iets dat tegen ongeacht welk (materieel) goed geruild kan worden - volgens sommigen kan met geld ook het immateriële worden verwezenlijkt, zoals bij uitstek het geluk.

Geld en gewin hebben te maken met tellen en met algebra: 'al zebra' betekent 'de streepjes' (waarmee men telt). De in feite onmogelijke negatieve getallen zijn in de amorele en allerminst aan de tijd onderhevige algebra naar binnen geslopen via de werkelijkheden van schuld, tegoeden en verdienste welke thuishoren in de ethiek die het materiële overstijgt, waardoor de algebra en dus ook de cultus van Mammon (of de financiële wereld) worden verbonden met uitstel en met tijd, met schuld, boete, vrees en verlangen, die daar een cruciale rol gaan spelen.

Al deze elementen zijn ook duidelijk aanwezig in “De aanbidding van Mammon” van Evelyn De Morgan. Het werk in olieverf op doek beeldt een vrouw uit die zich niet langer richt op de zak met geld: haar aandacht heeft zich verplaatst van de hebzucht naar de aanbidding van macht (Mammon zelf) en aldus voltrekt zich de tragedie van haar verdoemenis. In de huidige tijd regeert deze cultus over de wereld waarbij de verpersoonlijking van het geld geëvolueerd is van een loutere abstractie naar een onloochenbare bikkelharde en 'bemande' werkelijkheid.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 14 maart 2024)







De cultus van Mammon (deel 1)

De cultus van Mammon (deel 1)

Op 30 augustus 1855 werd in een welgestelde kunstzinnige Londense familie de (prerafaëlitische) kunstschilderes Mary Evelyn Pickering geboren, bekend als Evelyn De Morgan. Haar thematiek werd onder meer bepaald door het pacifisme, het feminisme, het toentertijd modieuze spiritisme en de Griekse en Bijbelse mythologie en in dat kader situeert zich haar werk getiteld “De aanbidding van Mammon”. De afgod Mammon verpersoonlijkt de geldzucht en deze vorm van hebzucht is een verslaving te wijten aan de specifieke middeldoelomkering waarin een ruilmiddel het geschopt heeft tot een heuse god.

Geld wordt door de band geassocieerd met puur materialisme maar geheel onterecht: in zekere zin verbindt de cultus van Mammon het materialisme met het spiritualisme (in feite: het spiritualistisch idealisme) dat een immaterialisme is en wel omdat geld enerzijds weliswaar een materialistisch connotatie heeft maar tevens bestaat het als een volstrekt onbepaald en derhalve geestelijk wezen want als iets dat tegen ongeacht welk (materieel) goed geruild kan worden - volgens sommigen kan met geld ook het immateriële worden verwezenlijkt, zoals bij uitstek het geluk.

Geld en gewin hebben te maken met tellen en met algebra: 'al zebra' betekent 'de streepjes' (waarmee men telt). De in feite onmogelijke negatieve getallen zijn in de amorele en allerminst aan de tijd onderhevige algebra naar binnen geslopen via de werkelijkheden van schuld, tegoeden en verdienste welke thuishoren in de ethiek die het materiële overstijgt, waardoor de algebra en dus ook de cultus van Mammon (of de financiële wereld) worden verbonden met uitstel en met tijd, met schuld, boete, vrees en verlangen, die daar een cruciale rol gaan spelen.

Al deze elementen zijn ook duidelijk aanwezig in “De aanbidding van Mammon” van Evelyn De Morgan. Het werk in olieverf op doek beeldt een vrouw uit die zich niet langer richt op de zak met geld: haar aandacht heeft zich verplaatst van de hebzucht naar de aanbidding van macht (Mammon zelf) en aldus voltrekt zich de tragedie van haar verdoemenis. In de huidige tijd regeert deze cultus over de wereld waarbij de verpersoonlijking van het geld geëvolueerd is van een loutere abstractie naar een onloochenbare bikkelharde en 'bemande' werkelijkheid.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 14 maart 2024)

Democratie en mensenrechten (deel 8)

Democratie en mensenrechten (deel 8)

Dat de verregaande indoctrinatie, het wijdverbreide onverstand en de volstrekte afwezigheid van redelijkheid niet de democratie kenmerken maar wel de als democratie verkapte dictatuur, betekent echter niet dat een aperte dictatuur de voorkeur heeft boven een schijndemocratie. De oorlog voltrekt zich allerminst tussen naties of tussen ideologieën maar wel tussen klassen, de mens is immers een wolf voor zijn medemensen.

Het dictatoriaal systeem waarvan sprake betreft een klassenstrijd waarbij een machtsgroep welke de afzonderlijke naties te boven gaat en die momenteel bestaat uit de priesters van de religie van Mammon, regeert over acht miljard quasi volstrekt onwetende mensen zoals veehouders regeren over hun veestapel: het vee weet niet waartoe het gevoed wordt en blijft rustig totdat het de stank van bloed ontwaart bij de poorten van het abattoir; de veehouders sussen het eigen geweten (als ze dat nog hebben) met het argument dat hun varkens in tegenstelling tot hun soortgenoten die vrij in het wild leven, honger noch kou moeten lijden en zelfs de geneeskundige zorgen krijgen die anders alleen aan de menselijke soort te beurt valt.

Het vee wordt gedomesticeerd met het oog op zijn consumptie (vlees, melk, eieren, pluimen, wol,...), zijn lastarbeid (paarden, ezels, olifanten, rendieren,...) en de vruchten van africhting waar de prestaties van dieren deze van robots overtreffen (honden voor bewakingsdoeleinden of voor het opsporen van drugs; dolfijnen voor het transport van explosieven onder de waterspiegel; muizen, konijnen en apen voor het uittesten van vaccins en medicijnen,...). Mensen worden met gelijkaardige taken belast in ruil voor een inkomen dat de hoop op hun voortbestaan moet voeden en het betreft zowel die taken waarvan ze zich bewust zijn als deze waarvan ze helemaal niet weten dat zij ze uitvoeren.

De heersende klasse organiseert de oorlog zoals zij ook de verdeling van de wereld in naties organiseert volgens het oude en beproefde devies van “verdeel en heers” en met betrekking tot de oorlog die niets anders is dan het verlengstuk van de economie, drijft zij de concurrentie die met de hebzucht als verborgen motor de ijver aanwakkert, op de spits waardoor zij de economische concurrentieslag laat exploderen om die daarna te kunnen vernieuwen, precies zoals men een stal uitmest en ontsmet om die daarna van vers stro te voorzien. Dat gebeurt telkenmale als het nodig is, wat wil zeggen: wanneer de lasten de baten beginnen te overtreffen en wij laten het hier aan de economen over om te beschrijven onder welke voorwaarde die situatie zich voordoet waarin het bijsturen van de aan de gang zijnde bewegingen niet langer helpt.

Aan het volk aan de twee kanten van de strijdlinie wordt geleerd dat het de heilige plicht heeft om met vaderlandsliefde zijn vrijheid en die van de zijnen aan het front te gaan verdedigen met het eigen leven tegen de aanvallen van de vijand, waarbij zowel de vijand als de plichtenleer als al die andere bijkomende krachten constructies zijn waarmee de opperpriesters het ganse mensdom manipuleren of naar hun hand zetten totdat zij helemaal opgebruikt zijn. De creatie van een oorlogsfront heeft als enige bedoeling, zoals destijds volmondig uitgesproken door Adolf Hitler, “Lebensraum” te scheppen, wat betekent: een “Endlösung” te zijn voor het vraagstuk van de overbevolking, het vernieuwen van de slavenmoraal onder de druk van het te allen prijze te mijden alternatief en het opnieuw in het gareel doen lopen van de burgers.

Andermaal citeren wij de vogelvrije artiest die de genoemde priesters als bloedhonden afschilderde en die zijn naam moest veranderen en vluchten om aan vervolging te ontkomen: “Krieg und Leichen, die letzte Hoffnung der Reichen”1.

(J.B., 13 maart 2024)

Democratie en mensenrechten (deel 7)

Democratie en mensenrechten (deel 7)

Eerlang (als het niet al aan de gang is) worden de burgers van de deelstaten van de NAVO ertoe aangezet, om niet te zeggen verplicht, om de democratie te gaan verdedigen en zij zullen dat niet doen met argumenten, zoals dat in het kader van de redelijkheid passend is, maar wel met geweld en met de inzet van hun leven. Zij zullen dat ook niet doen in vrijheid en op basis van redelijk inzicht (alleen al omwille van de gigantische twijfels die moeten rijzen bij het onderzoek naar de fundamenten van de zogenaamde democratie - zie daarvoor de voorgaande afleveringen) maar op commando van de autoriteiten en onder de druk van het regime waarvan zij de dupe zijn. Ook de autoriteiten die van de burgers eisen dat zij hun leven op het spel gaan zetten voor de verdediging van de 'democratie', verdedigen de democratie niet met argumenten en zelfs niet met geweld maar wel met de inzet van andermans leven want zelf gaan zij niet vechten aan het front. Bovendien weten zij ook niet of het spel dat zij spelen met het leven van ontelbare anderen die zich aan hen hebben toevertrouwd, een andere uitkomst zal hebben dan de massamoord gepleegd door de ergste tirannen.

Alleen verregaande indoctrinatie, wijdverbreid onverstand en volstrekt afwezigheid van redelijkheid kunnen verklaren waarom, als puntje bij paaltje komt, de zogenaamde democraten zich gedwee naar het front begeven, een opleiding volgen en vervolgens alles in het werk stellen om zoveel mogelijk mensen die net zoals zijzelf zijn, te doden of kreupel te maken, waarbij zij tevens het eigen leven riskeren. En verregaande indoctrinatie, wijdverbreid onverstand en volstrekt afwezigheid van redelijkheid zijn allerminst kenmerken van de democratie: zonder enige twijfel zijn zij de attributen van een dictatoriaal systeem.

(J.B., 12 maart 2024)

Democratie en mensenrechten (deel 6)

Democratie en mensenrechten (deel 6)

Democratie houdt verband met gelijkheid, met vrijheid en met de queeste naar een evenwicht tussen die twee - een queeste die zich noodzakelijkerwijze afspeelt als een open debat omdat democratie ook te maken heeft met wetenschappelijkheid en met rechtspraak.

Rechtspraak is de basis van de wetenschappelijkheid omdat wetenschap naar waarheid zoekt terwijl de waarheid altijd zoekt om aan het licht te komen. Dit zeer in tegenstelling tot de leugen die zich voor het licht verbergt. Rechtspraak vereist recht geaarde retorica met respect voor de wetten van de logica (in tegenstelling tot een andere retorica die ook wel doorgaat voor 'de kunst van het liegen'). Logica is wiskunde in de betekenis van “wis en konstig” en zo ook retorica en wetenschappelijk onderzoek op voorwaarde dat zij zich blootstellen aan kritiek, wat betekent dat zij hun waarheden principieel als voorwaardelijk aanvaarden en dus als principieel bereid om middels (vanzelfsprekend principieel verifieerbare of falsifieerbare) argumenten weerlegd te worden door ongeacht wie, wat meteen verwijst naar de universaliteit van deze disciplines en naar de alomtegenwoordigheid van de rede als een bovenpersoonlijke werkelijkheid die door elk redelijk wezen geëerbiedigd wordt.

Er kan derhalve geen sprake zijn van democratie waar zekere standpunten de ronde doen los van personen die zich daar borg voor stellen door met die standpunten in de openbaarheid te treden waar zij die dan te verdedigen hebben. Zo bijvoorbeeld is racisme geen redelijk verdedigbaar standpunt, alleen al omdat er geen rassen bestaan, zodat al wie het racisme pogen te verdedigen, hierdoor in tegenspraak zijn met de rede zelf. Die standpunten, tenminste als men ze nog zo mag noemen, ontspringen nimmer aan redelijk overleg maar hebben onvermijdelijk een duistere of irrationele oorsprong, zoals bijvoorbeeld angst of haat. Maar stellingen zijn niet waar of onwaar omdat ze door iemand verlangd, gevreesd of gehaat worden: ze zijn waar omdat of in de mate dat ze onweerlegbaar zijn.

Irrationeel zijn derhalve die standpunten die zich ophouden in het domein van het onpersoonlijke, in de menigte of in de massa maar bijvoorbeeld ook in de irrationaliteit van verzinsels, zoals voor heilig gehouden geschriften, of in de irrationaliteit van zelfverklaarde autoriteiten, zoals profeten, zieners of religieuze leiders. Het gaat tevens om standpunten die niet in grammaticaal correcte zinnen kunnen worden verwoord omdat de grammatica redelijkheid vereist en uitspraken verdedigbaar moeten zijn. 'Irrationele overtuigingen', als dit niet al een contradictio in terminis is, kunnen slechts worden geuit als uitroepen, verzuchtingen, imperatieven, aanbevelingen en dies meer omdat ze niet refereren naar de rede maar ontspringen aan voor de redelijkheid blinde emoties en driften.

Wanneer de democratie aan iedereen stemrecht toekent of dus beslissingsmacht om zekere leiders te verkiezen, moet erkend worden dat het gehalte aan redelijkheid in de daad van het stemmen volstrekt oncontroleerbaar is, wat wil zeggen dat daar de vrije teugel wordt gelaten aan de willekeur. Niemand hoeft zich te verantwoorden voor zijn of haar stem, zij is zelfs gewaarborgd geheim, wat daar op neerkomt dat zij zich ophoudt waar de openbaarheid, die de ultieme voorwaarde is voor de redelijkheid, helemaal niet kan en ook niet mag komen. Eenzelfde drama voltrekt zich waar parlementsleden hun redelijke discussies besluiten met stemrondes over de in te nemen standpunten omdat de act van het stemmen zelf uiteraard de ontwaarding van de redelijke argumenten inhoudt. De argumenten immers hebben een zekere kwaliteit, ze zijn al dan niet verdedigbaar, maar de stemming betekent de reductie van die kwaliteiten tot een kwantiteit: niet het standpunt met de beste verdediging wint maar wel datgene met het grootste aantal stemmen.

De democratie is met andere woorden nimmer in staat om zich te bevrijden van de irrationaliteit die zij wil bannen zodat de redelijkheid die zij nastreeft, buiten haar bereik blijft vallen en derhalve ook de waarheid en het recht.

(J.B., 12 maart 2024)

Democratie en mensenrechten (deel 5)

Democratie en mensenrechten (deel 5)

Een dictator onderdrukt het volk maar in een democratie wordt hij uiteraard door het volk zelf verkozen en die paradox kan een feit worden doordat alleenheersers ook dikwijls populisten zijn: zij maken zich populair, zij weten het volk voor zich te winnen door standpunten in te nemen inzake een agenda die weliswaar gedeeld wordt door een anonieme (en derhalve onverantwoordelijke) massa maar die op de keper beschouwd helemaal niet realiseerbaar is omdat de realisatie van immorele plannen moet gebeuren door personen die daarvoor dan uiteraard de verantwoordelijkheid dragen en uiteindelijk (en meer bepaald op het ogenblik dat zij hun macht verliezen) veroordeeld zullen worden.

Die penibele situatie doet zich vaker voor waar sociale onvrede heerst en naar zondebokken wordt gezocht. De opkomst van Adolf Hitler geschiedde in de economische crisis van de jaren dertig van de voorgaande eeuw en precies zoals dat vandaag het geval is, ging een groot deel van het volk ertoe neigen om de schuld voor de malaise in de schoenen te schuiven van zekere segmenten van de bevolking zoals de joden, de Roma en nog andere groepen. Die minderheden werden dan gedemoniseerd met het oog op het vergemakkelijken van hun sociale en later ook fysieke uitschakeling.

De tragedie van de genocide die ook deze is van de oorlog situeert zich in de overgang van de immorele verzuchtingen van een anonieme massa (waarbij nog geen sprake kan zijn van schuld omdat men nu eenmaal mag denken wat men wil) naar de uitvoering daarvan door welbepaalde (door het volk verkozen) personen die dan uiteraard verplicht zijn om daarvoor de verantwoordelijkheid op te nemen en in geval van immorele daden, de schuld.

Edoch, van immoraliteit is binnen de natie in kwestie geen sprake zolang de betreffende houdingen en handelingen een wettelijke status genieten, zoals dat bijvoorbeeld het geval is met het racisme onder een racistisch regime binnen de betrokken natie. Het aan het licht brengen van die immoraliteit en de veroordeling ervan worden pas mogelijk door stemmen die van buiten de betrokken natie afkomstig zijn en meer bepaald vanuit de internationale gemeenschap, die immers ontsnapt aan de druk van het te veroordelen regime.

Worden dictators en hun trawanten van de macht verdreven, dan blijken zij meestal voet bij stuk te houden en ontkennen zij ook alle schuld omdat hun immorele handelingen zich hebben voltrokken in de legaliteit van bijvoorbeeld een fascistisch regime.

Zo wenst een anonieme massa van egoïsten aan onschuldige oorlogsvluchtelingen het asielrecht te onthouden, waarna een populist aan die massa de belofte doet dat als zij hem aan de macht brengt, hij die wens ook zal vervullen, bijvoorbeeld door hekken te gaan bouwen om migratie fysiek onmogelijk te maken. En belofte brengt schuld: eenmaal de betrokken populist verkozen is, staat hij bij de massa in het krijt en kan hij zijn schuld bij de massa pas afbetalen door zijn belofte gestand te doen door zich persoonlijk te lenen tot het effectief uitvoeren van de immorele wens van de anonieme massa. Met de van de immorele massa ontvangen macht legaliseert hij de immoraliteit waarna zich bijvoorbeeld een genocide kan voltrekken welke onbestraft blijft zolang het regime standhoudt.

Nu wordt het rijke noorden niet alleen gekenmerkt door het 'democratisch' karakter van de betrokken naties maar evenzeer en in de jongste decennia misschien wel veeleer door het verkapte populisme dat daarin in feite werkzaam is. Op die manier voltrekt zich (in het slechtste geval globaal) een sluikse metamorfose van democratie naar fascisme. Onder het voorwendsel dat de wereld gedemocratiseerd moet worden, kunnen zich dan strijdperken ontwikkelen die alleen maar resulteren in het schrikbeeld van een wereldwijd totalitarisme.

(J.B., 12 maart 2024)

Meer van Tisallemaiet

↑ Terug naar de berichten