als gevoel mijn levenslust naar binnen trekt en ondraaglijk lijkt roept de aarde terwijl zwaarte mij toedekt
ik val dan neer, haast stotend, ten gronde splijt uiteen in stervende delen van koude rillend aan overmacht gebonden
kijk stuurs nabije verte in gedragen door lijfelijke steunen, verscheurende schreeuwen doen mijn hart kreunen
het is mogen raken aan de moeder voorbij haar is er geen diepte meer ik toon mijn tranen aan haar boezem zuig haar liefde, keer op keer
*
na volle overgave spannen mijn vingers zich aan kracht rijst verstild op hoor mijn adem om evenwicht vragen
ik mag me weer, zo voel ik, aan opstaan wagen
|