Etienne Vermeersch -Dirk Verhofstadt - Dawkins
Die 'boodschap' kan men als volgt samenvatten. Rond de jaren dertig van onze jaartelling leefde in Palestina een man, Jezus van Nazareth. Hij predikte, eerst in Galilea, daarna in Judea en Jeruzalem; "hij ging rond al weldoende", maar hij werd door de machthebbers van die tijd gevangengenomen, ter dood veroordeeld en hij is op het kruis gestorven en daarna begraven. Hij is echter na drie dagen uit de dood opgestaan. Hij was de Christus, de langverwachte Messias. Bovendien is hij als zoon van God tegelijk God en mens. Hij is uit liefde mens geworden en door zijn kruisdood heeft hij de zonden van de mensen uitgeboet. Wie in hem gelooft, is verlost uit de zonde en krijgt de garantie van het eeuwige leven. Hij zal terugkomen om de levenden en de doden te oordelen en zijn rijk zal geen einde kennen. De Mattheuspassie van Bach drukt op meesterlijke wijze uit welke indruk het mediteren over die 'mythe' eeuwenlang op de christenen gehad heeft: geloof, emotie, ritueel en alledaags handelen.
Historisch bewijs
Maar wat leert streng historisch onderzoek?
(a) Er bestaat over Jezus geen enkele strikt historische bron. De antieke geschiedschrijvers weten er, tweedehands dan nog, nauwelijks iets over. Flavius Josephus spreekt even over Jacobus "de broer van Jezus", maar weet verder niets. Philo van Alexandrië, een tijdgenoot van Jezus die Palestina goed kende, vermeldt hem niet. Als hij bestaan heeft (wat ik aanneem), was hij zeker geen ruim bekende figuur.
(b) We hebben wel geschriften van christelijke auteurs, maar geen enkele van hen heeft Jezus zelf gekend. De oudste van die geschriften zijn de authentieke brieven van Paulus (tussen 50 en 60). Daarna komen de evangeliën, maar die zijn minstens 40 jaar na Jezus' dood geschreven. Paulus heeft het in essentie over de verlossende dood en de verrijzenis van Christus, maar vermeldt over de historische Jezus bijna niets. De evangeliën hebben het wel over leer en leven van Jezus, maar het oudste (en bondigste), Marcus (Mc), dateert van even voor 70. Mattheus (Mt) en Lucas (Lc), die gedeeltelijk op Marcus en op een andere bron steunen, zijn te situeren rond 80-90 en Johannes (Joh) rond 90-100.
(c) Op de historicus maken die teksten geen indruk van betrouwbaarheid. Ze spreken elkaar op vele plaatsen tegen en ze vertellen mirakelverhalen die zonder meer ongeloofwaardig zijn. Wie de kindsheidsverhalen van Lucas en Mattheus naast elkaar legt, merkt onmiddellijk de tegenstrijdigheden; de passieverhalen staan vol van voorspellingen van Jezus, alsof hij alles zelf gepland heeft. Maar laten we even in detail de verrijzenisverhalen bekijken.
Stel dat iemand een film wil maken over wat na Jezus' dood gebeurd is; dan moet hij de volgende 'feiten' weergeven. Op de avond na zijn dood wordt zijn lijk behandeld door Jozef van Arimathea met honderd pond mirre en aloë en begraven (Joh 19, 39-42). Maria Magdalena en de moeder van Jozes (Mc 15,47) en nog andere vrouwen (Lc 24,10) zien dat gebeuren; toch kopen ze daarna welriekende kruiden om hem te balsemen (Mc 16,1). Toen de zon juist op was (het is dus niet meer donker) (Mc 16,2), gingen Maria Magdalena en de andere Maria (Mt 28,1) en Salome (Mc 16,1) naar het graf. Of neen, Maria Magdalena ging alleen naar het graf en het was nog donker (Joh 20,1). De drie (of de twee) vrouwen zien dat de steen is weggerold en binnen in het graf zien ze één jongeman zitten in een wit gewaad (Mc 16,5); of neen, een engel rolt voor hun ogen de steen weg en gaat daarop zitten buiten het graf (Mt 28,2); of nog beter: ze vinden de steen weggerold, zien dat het lichaam van Jezus weg is en pas daarna staan twee mannen voor hen (Lc 24,2-4).
Dissonantie
Iedereen kan deze oefening verder doorvoeren: je valt van de ene contradictie in de andere. En bedenk dan dat de oudste tekst (Paulus) niets over het graf of over de vrouwen zegt en Petrus als de eerste beschouwt die de verrezen Christus gezien heeft (1 Cor 15,3-12). Wie zo de eerste christelijke teksten analyseert, moet tot het besluit komen dat de 'mythe', de christelijke boodschap, hier geen historische grond kan vinden. Wel kan men een hypothetisch verhaal opstellen dat enigszins het ontstaan ervan kan verklaren.
Bijvoorbeeld. Er heeft in het begin van onze jaartelling in Palestina een Jeshua geleefd die, onder invloed van Johannes de Doper, predikte dat het Rijk Gods nabij was. Hij had een zeker charisma, deed genezingen en kon een kleine groep leerlingen rond zich verenigen die sterk aan hem gehecht waren. Hij trok naar Jeruzalem, werd daar door de Romeinen als een gevaarlijke 'would-be' Messias beschouwd en gekruisigd. Voor de leerlingen was dat een psychische catastrofe, een 'dissonantie' in de terminologie van Festinger. Dat ondraaglijk gevoel wordt enigszins 'gereduceerd' als ze visioenen krijgen van de 'verrezen' Jezus. Maar de vraag blijft: waarom die smadelijke kruisdood? Mijns inziens volgt dan de beslissende 'dissonantiereductie': hij is precies daarvoor gekomen, om ons door zijn lijden en dood te verlossen. Paulus heeft die gedachte verder onderbouwd en zo is de christelijke 'mythe' ontstaan.
Cognitieve dissonantie is een gevoel van inconsistentie tussen handelingen, overtuigingen, attitudes of gevoelens. Volgens de cognitieve dissonantietheorie veroorzaakt dit een onaangename innerlijk toestand die mensen proberen te reduceren door een deel van hun ervaringen opnieuw te interpreteren, zodanig dat ze consistent (in evenwicht) zijn met de overige .
Naar hedendaagse ethische normen is het verhaal van Abraham aan wie God beval zijn zoon als brandoffer te maken een voorbeeld van kindermishandeling, intimidatie en dwang binnen een asymmetrische machtsverhouding en daarbij de eerst gedocumenteerde toepassing van het verweer in Neurenberg. ' Ik voerde slechts bevelen uit. 'Toch is het verhaal een van de grote stichtingsmythen van de drie monotheïstische religies.( Dawkins )
Had Abraham niet onmiddellijk moeten zeggen " wat voor een wrede God zijt gij die mij vraagt mijn kind te doden.
Godsdienst kan een mens blijkbaar blind maken juist door de gehoorzaamheid.
Goed doen moet voortvloeien uit ons menszijn zelf en niet uit de verwachting dat men er later voor beloond of bij gebrek eraan gestrafd wordt .
(naar Dirk Verhofstadt )
Het wordt tijd voor een strijdvaardig atheïsme waarbij we duidelijk zeggen dat een aantal opvattingen die in de Bijbel en de Koran staan moeten worden verworpen omdat ze gewoonweg achterlijk, tegenstrijdig en zelfs gevaarlijk zijn in het bijzonder die teksten die schadelijk zijn voor vrouwen, homoseksuelen, andergelovigen en ongelovigen .
( Dirk Verhofstadt )
|
Als we kijken naar hun oorsprong dan blijken eigenlijk alle geloofswaarheden van de gevestigde religies een leugen. Een leugen die machthebbers als Napoleon, Bush en de paus kennen en hen al millennialang een ongekende macht geeft om de samenleving te manipuleren. Een leugen die mensen verdeelt, onderwerpt en verhindert onafhankelijk te denken. Een verstikkend klimaat waarin moraliserende religie de boventoon voert stimuleert de vorming van taboes; politieke correctheid, onderwerpen waar je niet of alleen op een bepaalde manier over praat. Vrije meningsuiting komt in verdrukking. www.anarchiel.com Hij die niet logisch wil redeneren is een dweper; hij die het niet kan is een dwaas; en hij die niet durft is een slaaf.
Maar ( en nu citeer ik E.Vermeersch )net zoals progressieve christenen erin slaagden om de Bijbel op zodanige manier te interpreteren en te relativeren dat zij zich kunnen aansluiten bij wetenschap en mensenrechten, is het niet onmogelijk dat zoiets in de islam ook kan. .De islam heeft het nog veel moeilijker dan het christendom om het tijdsgebonden en onvolmaakt karakter van de 'Openbaring' te erkennen. Juist daarom misschien is het radicalisme van Ayaan, van Ehsan Jami, van Ibn Warraq, van Wafa Sultan en anderen nodig om voor velen een middenweg zoals die van Irshad Manji vrij te maken ( E.V ). |

