Het is moeilijk om bij jezelf en je gevoel te blijven. De angst om veroordeeld te worden maakt soms dat je bijna onbewust schrijft wat anderen willen horen, namelijk hoe goed je je wel voelt en hoe strijdvaardig je telkens opnieuw de dag tegemoet treedt. Je durft haast niet meer schrijven over hoe je s'morgens een bijzonder naar gevoel door de net ontwaakte strot geramd krijgt, je durft haast niet meer schrijven hoe de dag je op zulke ogenblikken niet toelacht maar toe grijnst. En hoe die eruit ziet als een onherbergzame, onbeklimbare, steile, uiterst gevaarlijke rotswand.
Je daalt de trappen af en zoals iedere morgen pomp je jezelf moed in en zeg je bij jezelf, straks wordt het beter, straks na een kop koffie. Je neemt even plaats in de frisse lucht, aan de afgespoelde terrastafel waar de regendruppels nog opzitten. Je snuift diep de zowat onbezoedelde ochtendlucht in.
Nu zit je voor je computerscherm en nog steeds houdt het innerlijk huilen aan. Je weet niet meer wat je moet. Je gokt op het schrijven van een blogje.
Ergens vermoed je dat er op een keer nog eens een flinke huilbui moet komen... maar wanneer dat zal zijn, hangt van het toeval af. Tranen zitten gekluisterd aan de rotswanden en komen zelden nog vrij.