donderdag 17 mei 2007
Ik zorg voor een ontbijt. Het moet een verrassing zijn. Ontbijt zonder champagne of zo, en ook geen stokbrood. Er is zelfs geen konfituur meer in huis. Alleen nog een beetje geitekaas. De boter is ook al op.
Wanneer de tafel gedekt is met mooi servies zoals in het beste hotel zet ik koffie op ouderwetse manier. De dampen zoeken onzichtbaar hun weg naar boven. Ik heb met opzet de kamerdeur open laten staan. Een engel maak je niet wakker met woorden. De koffiegeur haalt haar wel uit haar dromen.
Nog voor melk en suiker op tafel staan komt ze in paignoir langs de wenteltrap beneden.
Oh, je hebt voor een ontbijt gezorgd! Ik ga eerst plassen.
Ja, en de keuken is ook opgeruimd. De hondenstronten haal ik straks uit het gras.
Ze weet dat dit ochtendtafereel een vrijgeleide voor de rest van mijn dag betekent.
De lucht is grijs in hels licht dat mijn ogen moeilijk kunnen verdragen. Het vocht hangt in de lucht. Het is windstil.
Ga je nu weeral datzelfde beschrijven?
Niets is hetzelfde. Elk moment is wat eerder toekomst was. Kijk ernaar, dan zal je wel zien.
Nu trekt ze van mijn eerste sigaret. In het struikgewas staat een rottende stoel waar haar vader en moeder ingezeten hebben.
Stoel overwoekerd door netels en Spirea. De leuningen zijn nog intact.
Stoel die in een verleden splinternieuw gekocht werd en nu in deze tuin verrot tussen het zichzelf vernieuwend kruid. Het aura van de gezetenen blijft in mijn verbeelding bestaan. Zie hen daar zitten in deze opkomende zomer.
Een halve dag later heeft de zon de tafel gedroogd. Al die tijd heb ik buiten gezeten met gekloven verstand, mijn ziel opengebroken in plooien van tijd. Roerloos is het gebladerde vandaag. De palm sterft een langzame dood hier buiten. De voorjaarsbloemen bloeien dood.
Waarom zit je altijd te beschrijven, vraagt ze terwijl ik aan mijn handpalm riek.
Moest ik dat weten zou ik het waarschijnlijk niet doen. Nu ga ik hondenstronten weghalen en het gras maaien. Daarna zien we wel.
Mijn pols riekt naar tabak en menselijkheid. Eerst nog een stukje rabarbertaart. Wil jij ook een tas koffie?
Later in de keuken, de deur is dicht, maakt ze een maaltijd klaar voor hem, ik en haar. Volle maan doet dat ook op dit moment.
Ik hoor de stem van de jongste zoon. Hij praat zacht tegen haar. Straks zitten we dierlijk aan tafel in windstilte te eten.
Het riekt hier naar gras en uitgetrokken kruid. De kleuren verdwijnen met het avondlicht. Boomstronken en uitstekende twijgen krijgen vorm in het donker. Geluiden verdrinken in het einde van deze dag. De merel fluit.






