Naar de inhoud

verbruikte toekomst

verbruikte toekomst
seniorennet.beseniorennet.be

nacht

ben jij het?


nachtelijk tintelt de tijd in mijn vingers
in een stilstaand uur met seconden opgeteld
graai ik in niks dat ooit iets zou zijn
loop ik in de stoet van betekenis
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 00:19 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

kat, lang haar en ik

Hij schenkt anderhalf glas Wodca in een glas.
    Oei, een schotelvod vlug! Dat was uit gulzigheid.
In het salon staat een massiefhouten tablet dat dit besmeurd aanrecht zal vervangen. Hij heeft het voor haar meegebracht. Een woord is een woord. Bovendien hebben tafels wel iets. Je zit er met je knokels op te discusiëren over recht en onrecht. Ze zijn bemorste getuigen van achterklap, gezwets  en baldadigheid.
    Omdat ik net dan in het buitenland ben kan ik niet stemmen voor de politiek. Een volmacht aan iemand geven kan ook niet.
Allé, dat kan toch niet, zegt ze.
    Jawel, zeg ik overtuigd van mijn gelijk. Zij bij mij is zich op het gemeentehuis gaan renseigneren en de rest heb ik in een kwaliteitskrant gelezen.
Zo zitten we aan een versleten aanrecht onder ons drie tien minuten over politiek te discusiëren. Twee mannen en een vrouw met beginnende sleet in de organen.
Hij reed lang geleden met een blauw afgebleekte Kever en voordien met een brommer. Af en toe mocht ik daar achterop gaan zitten en reden we samen naar school. Haar heb ik ook in die periode leren kennen. Lang geleden. Nu nog zie ik hen langs mijn overspelige weg.
    Een tas soep?
Neen, ik ga voort.
    Blijf nog wat  en drink een tas soep, zegt ze voor mijn bestwil.
Hij van de Kever van vroeger is vertrokken. Hij moet nog ergens in een bos naar iets gaan kijken.  Haar vriend is ondertussen thuis gekomen.
 Ga nu nog niet weg, zegt ze. Dat is onbeleefd.
Nog even en dan ben ik weg. Ik wil nog voor het gedonkerte thuis komen. Voor ik vertrek kus ik haar katachtig gezicht.
In het geraas van voorbijrijdend verkeer en overvliegende vliegers hoor ik nog altijd de merel fluiten. Ongestoord zit hij daar te zingen in dit lawaai.
Vanmorgen zag ik jonge hazen spelen. Ze schrokken niet eens toen ik voorbij reed.
Kinderhazen speels in roekeloosheid. Ik reed hen met rugwind en bedampte brilglazen voorbij. De zon scheen niet eens.
Nu maken vliegers lawaai en brult de samenleving langs mijn hoorapparaten in mijn kop. Ik doe ze uit. Dan is het stil. Ik hoor de merel niet meer.
Spijtig is dat.
Als een nutteloze nazaat uit de roedel van de samenleving klaag ik onmachtig hiervoor mijn medemens aan. Ik wil de merel in stilte horen zingen.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:21 Reageer op dit bericht

ik weet het

Ik weet het...


Een nieuwe ochtend in de mist.
Mist voor mijn ogen, in mijn gedachten, in mijn hart, in mijn ziel.
Een paradijs van witte parels en schimmen die langzaam opduiken en weer verdwijnen.
Vanavond zat ik met haar in een rokerig café bij hen. Zij naast mij, zij voor mij en ik tussen hen.
Ze zijn blij en nog zo jong.
    Wij worden ouder, we zijn jong, jonger dan zij die jong zijn.
Mijn woorden verdreven de rook uit haar rimpelloos gelaat.
Zij voor mij is opgewonden door ze, zij naast mij, zichzelf en ik.
De navel of het schaamhaar, kaviaar of zalm, chez sois of dit café. Het doet er niet toe, de
strijd is allang gestreden.
Ik heb over leven en dood geschreven. Nu ik de dood zo dichtbij voel ben ik blij dat mijn
woorden geen luchtkastelen zijn. Iemand zal mijn verhaal verder schrijven, met eigen
woorden, als een zilveren ruiter op een wit paard, het leven beschrijvend uit blijdschap in
alle jaargetijden. Of misschien zal die schrijver een vogel zijn en de zon zien boven de
wolken.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:34 Reageer op dit bericht

weer

Ik lag nog in bed toen zijn vriendin wenend in de slaapkamer kwam. Mijn oudste zoon stond erbij, helemaal onder het bloed met een verminkt gezicht in een hels lawaai van een overvliegend vliegtuig waarvan ik wakker werd.
Net voor het slapen gaan had ik nog vier haringen met ajuin gegeten. Daar droom je van.
Iemand heeft me verteld dat  sommige indianen ( vanuit de tijd van mijn nonkel Pie ) rauwe bizonlever aten voor het slapen gaan om visioenen te krijgen.
Bij mij gebeurt het per ongeluk. Onwaar is het vermoedelijk niet. Echter zijn het geen visioenen maar een paar bewegingen in mijn slapende kop.

Zelden heb ik zo van regen genoten bij het opstaan, kijkend naar een witgrijze lucht waarin wolken in kruissnelheid voorbij schuiven.
Ik ben meteen in de hof niet ver van de mesthoop aan een eerste sigaret gaan lurken en bij overmaat van weldaad is zij bij mij in haar paignoir komen staan, ook al kon ze nog een halve dag in bed blijven liggen.

Met rugwind in zachte regen rijd ik zonder capuchon op mijn hoofd naar het werk.
Omwille van de verkeerschaos die ontstaat door de bizarre omwenteling van het weer,  nemen behalve het kliekje alledaagse egoïsten nog meerdere autobomilisten de sluipweg langs de verboden veldweg waarop ik me verplaats. Ik erger me er niet meer aan. Ze doen het tenslotte uit een goedbedoelde slaafse overlevingsdrang.
Aan de campus rijden roekeloze studenten me bijna overhoop. Ze komen zij aan zij in trio met versleten fietsen gehaast in tegenrichting op me af.
Ik erger me er niet aan. Ze doen het tenslotte uit roekeloosheid.
Op het werk trek ik mijn werkschoenen aan. Dan ga ik verder en eet twee croissants met chocolade onderweg. Het regent niet meer.

Met de wind staat de stijger rond de toren opnieuw te bewegen. De steunen komen los. Niemand daar beneden weet wat daarboven gebeurt. Ze zien alleen de zeilen wapperen. Tachtig meter hoger wordt er verder getimmerd op rendement. Gasten  die spreken in dialect,  getatoueerd en met oorbellen aan.  Hoogtewerkers die klimmen in de lucht.

Nu fiets ik terug naar huis in tegenwind. Het gaat niet sneller dan acht kilometer per uur. Tussen de windvlagen in  neem ik een versnelling hoger. Dit gaat twee uur duren vooraleer ik thuis ben. In de hevigste windvlagen vloek ik het ergste uit de hel.
Maar zie, hoe betoverend is dit wuivend landschap met halfvolgroeid koren waarin je de wind kan zien als golven in de zee.
Het niet loslatend sidderend gebladerde en distels die buigen tot aan de grond.
De grijsheid onder het wolkendek toont kleuren met groen  die anders in verblindend zonlicht dit contrast in mijn  zwakke ogen niet gunnen.
Mooi is dat!
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:03 Reageer op dit bericht

nonkel pie

mijn kinderen lezen wat ik geschreven heb
ze lachen in gedachten als ik ongeschoren in mijn onderlijfje
met tranende ogen een blad papier op de keukentafel leg
en vraag: wat vind je ervan

ik kijk naar hun gezicht terwijl ze het lezen, tel de tijd der begrijpbaarheid
herkenbaarheid kan ik niet verwachten

het is een huislijk ritueel

nog iemand anders is een zielsgenoot die samen met mij op een schalie met een griffel leerde schrijven : de melkboer brengt melk
zo gaat dat

mekaar een half mensenleven vergeten om dan bij toeval verbaasd te zeggen:

ben jij het?

 

 

 

 

die oude zat daar elke zondag net voor het middaguur aan de keukentafel op zijn toegeëigende plaats

de keuken zelf lag achterin en diende tegelijk als waskot en bergplaats

waar de keukentafel stond was het benepen klein

ik herinner me vaag een ruimte van vier meter op twee

toen niet zo klein vanuit kinderogen gezien

als vrijgezel kwam hij recht vanuit het café

bobonne kon er niet om lachen

hij deed het nochtans alleen op zondag

hij zat daar in zondagskostuum met gebogen rug voor zich uit te staren

alsof hij naar iets keek dat wij niet konden zien

uit zijn neusgaten stulpten witte haartjes van ouderdom

bobonne knipte die af en toe met haar kleermakersschaar weg

als kinderen vonden we die oude tof

we konden hem van dichtbij onder tafel besluipen

en bijna hardop zeggen: nonkel pie is ne vrouwenzot

hij bleef daarbij onverstoord zitten want hij was meer dan halfdoof

bij klokslag twaalf uur in de klokkentoren was het nog even wachten op de koekoeksroep uit het houten kooitje

dan werd de kippensoep gloeiend heet opgediend

dampende groengele soep met drijvende vetplasjes

terwijl wij de soep in ons bord blazend verkoelden

lepelde hij met bevende hand het deugddoend voedsel naar zijn lippen

om het dan slurpend over de tong  door het keelgat te slokken

dat slurpen, zo schaterde hij, was om zijn tong niet te verbranden

kippensoep slurp je op zen heetst tot het vet van de kin druipt

meer dan vijftig jaar later spookt die tafel redenloos door mijn gedachten

alsof het verleden me in klaarlichte  dag wenkt

ze diende ook het naaigerief en schaar

want bobonne was een kleermaakster toenertijd

als de mensen hun kleren in aanmaak kwamen passen

gebeurde het niet zelden

dat patronen en kleermakersschaar werden geruild voor koffie en gebak op die tafel van zondagse kippensoep

terwijl de dames het wereldnieuws van buiten de dorpsgrenzen vertelden

slopen wij onder de koffietafel

en keken onder de rokken

soms durfden we al eens in een stoutmoedige bui aan een chartel te trekken

niet om seksistische redenen

het was ons om de verrassing te doen

naar die verschrikte kreet luisteren

en dan als muizen schaterlachend

vanonder die tafel naar buiten stuiven

ik bedoel: alleen mijn broer en ik

aan die tafel werden bij feestdagen avondlijke elexiers gedronken

tenminste, als de oude erbij was

dan vertelde hij over amerika waar hij geweest was

en over weerwolven uit zijn kindertijd

hij had nog echte indianen gezien

en achter dwaallichten gezeten

zever niet man, zei bobonne

ge hebt al uw geld vanuit amerika aan de wijven verkwanselt

nietwaar, schreeuwde hij dan aangedaan

ik heb er landgoed, koeien en een varken mee gekocht

 

zonder reden denk ik aan de tafel, nonkel pie en bobonne

ze zijn allang vergaan

maar ze blijven in mijn gedachten bestaan

zou er dan toch iets onsterfelijk zijn?

 

die oude,

ja, echt waar

had zeven koeien, een os en een varken

de kippen waren er vanzelf bijgekomen zomaar vanuit het niets

een kraaiende haan op het aanrecht

ik kan het weten want bobonne ging er elke woensdag kuisen

mijn broer en ik mochten mee

in het huis waren drie kamers

de leefkamer, de slaapkamer en het salon

naast de leefkamer was een koeienstal met een houten deur

telkens als bobonne ging kuisen

slopen we naar de stal om naar de koeien te kijken

we slopen want toenertijd mocht niks

ik herinner me nog de waterput met zijn oneindige diepte

en die kleine varkensstal

dat varken zat daar niet voor het plezier ook al heette het Jhonny

het was zich om het vlees te doen

de oude maakte de varkensbrij uit patatten en selderij

een maand voor het slachten goot hij er in goede tijden wat bier bij

om het varken goede manieren te leren, zo zei hij

want het was bijna slachtrijp

in het salon stond een stoel met geklakkereerd leer en een eiken tafel

met op de kast een stenen geneverkruik

die plaats mochten we niet betreden

daar lagen de sacramenten van de oude

om gods vloek met een vierkante te verbannen

ik heb hem nooit in dat huis gezien

we zagen hem alleen op zondag bij bobonne vanaf het middaguur

op een dag hebben ze hem met een glimlach in de kruiwagen gevonden

morsdood

de pie is gestorven heette het dan

pas dan is bobonne te weten gekomen

dat hij de wijven niet kon laten

ze heeft de erfenis met zijn drie vriendinnen moeten delen

volgens mij is ze dat nooit te boven gekomen

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 21:42 Reageer op dit bericht

zatte wesp

Op zondag zit ik op het terras te lezen. De zon schijnt en plots begint het te regenen. Een glinsterend watergordijn in zonnestralen. De violen klinken op de rand van een wolkbreuk. Luttele minuten later overtrekt het in donkergrijs en gutst de regen als een waterval op de binnenkoer. Ik sta ernaar te kijken vanuit de deuropening tot het al even onverwacht opklaart en het water verdampt in de zon. Ik wordt daar gelukkig van. Het is een zeldzaam teken.
Er balanceert een wesp op de rand van een trappistglas. Eerst kruipt ze naar de overgebleven bodemfond, dan klimt ze moeizaam langs de gladde wand naar boven, en nu kruipt ze al even moeizaam eindeloze rondjes langs de rand. Vermoedelijk zijn haar vleugels met trappist doorweekt want geregeld pauzeert ze om te zoemen. Ze komt echter niet omhoog. Dan wrijft ze met haar voorpootjes over haar slanke lijf en kruipt ze verder. Zo kijk ik al een hele tijd naar een wandelende dronken wesp.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 14:23 Reageer op dit bericht

ganzen


Ik struikel regelmatig en geraak moeizaam recht. In de lucht vliegen trekkende ganzen. Ik vergezel een actrice met een tatoeage op haar arm. We zijn een paar dagen op locatie. Ik slaap in een tent waarin twaalf gsm's verstopt liggen onder de slaapzak. De omgeving waar ik opgegroeid ben is onveranderd gebleven. Ook de mensen in onze straat.
Warke, Alline, Marieke, Finne, Tres, Marie-Louise, Frans, …ze zijn er allemaal nog even jong als vroeger in dit prachtig decor uit mijn kindertijd.
Dan ga ik met iemand een huis bezoeken. Het is pas gerenoveerd. Hier en daar hangt een deur uit haar hengsels. Spiegels zijn er niet en het is slecht verlicht. De actrice is verdwenen.
Met de eigenaar van het huis ga ik op restaurant de begroting bespreken. Het zit er bomvol.De meeste klanten zitten met hun rug naar ons gekeerd omdat ze naar buiten kijken.
Als ik me neerzet begin ik te kakken. Oei, dit is geen toiletstoel denk ik in men eigen. De eigenaar heeft niets gemerkt en als bij wonder is de stoel schoon gebleven. Dat kwam omdat ik droomde.
Nutteloos schrijf ik in kreupel nederlands deze onzin bij elkaar waarin figuurlijk letterlijk wordt of omgekeerd. Schrijfsel geboetseerd in een droom. Met goesting gekomen in bevende vingers.



verbruiktetoekomstboek_clip_image002_0005.jpg

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 08:37 Reageer op dit bericht

test



We hadden niet veel te vertellen. Dat hebben we al zoveel gedaan. We deden waar we al zoveel over vertelden in een matige zwijgzaamheid. En dan gooide ze ons buiten. Haar geest, haar innige bekoorlijkheid hing om ons heen.We hadden mekaar toevallig ontmoet en dan afscheid genomen. Ze had haar toekomst verbruikt. Soms vraag ik me af: waarom groeit (alles) naar boven en niet naar onder, waarom wordt (alles) groter en verkleint het niet van bij de geboorte? Weet ik wel dat dit geschrevene gelezen wordt. Ben ik op een stoel gezeten, sprakeloos, zwijgend, dan sprekend in ongelezen stilte verzwijgend. Weet ik wel als lippen sprakeloos worden en de gedachte niet uitgesproken wordt. De woorden bestaan al lang. Toch is de wereld nog vol ongeschreven verhalen.


 

ev



Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 13:22 Reageer op dit bericht

op reis

De wereld is niet zoals hij is. Hij is zoals hij in mij zit in een beweging, een geur, een kleur, als iemand die gracieus met damesachtige bewegingen verschijnt en dan met het feit der feitelijkheid in een oogwenk in het straatbeeld opnieuw verdwijnt. Zoetzeme bekoring, niets verplicht.
Niets is zo mooi als die welvende beweging, de illusie van hartstocht verwekkend.
Vier dagen gezworven en evenveel nachten buiten geslapen met volle maan in de ogen. De omgeving gezien met natte dauwvoeten en een zonverbrand gezicht. Het leek wel een eeuwigheid van genot dat uiteindelijk uitdeinde in de branding van terugkerende dagelijksheid. Daarna was het even wennen aan een wereld waarvan men denkt dat hij is wat hij is.
De woorden tollen weer in mijn kop. Ik schrijf, lees, herschrijf, herlees tot het nachtuur voorbij. Dan ga ik buiten om tot rust te komen.
Nog ga ik op banken zitten om mijn gedachten op te schrijven. Zal ik ooit sprakeloos worden? Het lukt me innerlijk niet.
Die zaterdag 28 april 2007 rond 14h30 eet ik in een schaduw kalfskop met vinaigrettesaus die ik onderweg gekocht heb.
Naast mijn rechterbeen groeit een distel en op de boomstam achter mij een scheut. Mijn voeten staan in de netels. Ik zit op een verhard tractorspoor.
Vannacht slaap ik onder een struik.
Op maandag dertig april bevind ik me op de Deurnevoetweg in Schoten. Het is me gelukt om niet verloren te rijden. Bij het krieken van de dag was ik vertrokken.
Aan de overkant van de bank waarop ik zit, zit een generatiegenoot in een fluor-oranje pak geduffeld. Hij heeft een stootkar, een schop en een bezem mee.
Eerst heeft hij zijn boterhammen opgegeten. Nu leest hij een krant. Zwijgzaam zitten we tegenover elkaar. De mistral tocht. Ik moet zien om vanavond ergens een slaapplaats te vinden. Vooraleer dat lukt in de buurt van een nachtelijk terras vraagt een meneer: 'schrijft u?'
    Ja, al meer dan twintig jaar, maar nog nooit iets gepubliceerd. Mijn broodwinning is anders. Ik ben vrij.
Amaai, dat is neig.
    Jawel, zeg dat wel. Ik vind dat ook. Mag ik vannacht in uw tuin slapen?
Geen probleem.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:35 Reageer op dit bericht

vertrek

zaterdag 28 april 2007

9h: Drie gesoigneerde dames vertrekken.
    Oh, wat een mooie tuin.
Pas op voor de hondestronten!
Eerst drinken ze nog koffie. Nog wat kletsen. Dikke zoen en ze zijn weg.
Ook ik maak me klaar voor een driedaagse fietstocht. Het is stralend weer. Vanavond zal ik voorbij Antwerpen overnachten.
Wat ben ik blij. Wat zijn ze blij.
De doodsklokken luiden.
Zal ik eerst nog een broodje met zalm eten voor ik vertrek? Zal ik dit dagboek met pen en inktpot meenemen?
De twijfel bekruipt me. De inktpot is bijna leeg waardoor de punt van mijn nieuwe vergulde pen de bodem raakt
als ik haar erin sop. Dat slijt. Ik koop nieuwe inkt en meteen een krant.
De klokken luiden opnieuw. Stef slaapt waarschijnlijk het middaguur voorbij. Dan ben ik allang vertrokken.
Zal ik me scheren voor ik vertrek? Neen, ik heb me gisteren geschoren.
Naar het toilet, ja, dat wel. Toiletpapier en een propere zakdoek niet vergeten. De hond blaft. Ik mag niet vergeten haar eten en drinken te geven.
Op het kerkplein speelt de Jakke op zijn saxofoon. Hij is al ladderzat. Stillist met valse noten.
Hij is zelfstandig trappenmaker. Zelfstandig trappenmaker improviseert op zaterdagochtend op een plein. Je moet het maar doen.
Lang zal het niet meer duren vooraleer de klokken voor hem zullen luiden. Zijn lever is kapot.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:52 Reageer op dit bericht

warketmijm

Alles wat vandaag gebeurde was onvolmaakt en vol fouten. Absolute feilbaarheid op een vrijdagavond.
Ik voel me een mislukt filosoof in een tijdelijke vlaag van waanzin, een lamlendig mens als een dood paard in een wijnglas.
Ik las dat vijftig de jeugd van de ouderdom is. Ik ondervind het vanavond aan den lijve.
Ik kijk ernaar uit om met zeldzame vrienden het onbesprokene uit te spreken, in de sluier van mysteries te kijken diep in de nacht.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:15 Reageer op dit bericht

zwoel

Een ouwe madam met spierwit haar ( ik schat haar tussen tachtig en negentig jaar ) zet zich aan de terrastafel naast mij. Dit is de stationbuurt. Het is tropisch heet. Ze bestelt een kleine Stella. We zitten beiden voor ons uit te kijken. Ze heeft minsten dertig jaar meer dan ik meegemaakt.
Misschien is ze jong gebleven in gedachten of zijn de herinneringen gebleven. Een Stella drinkende oude vrouw naast mij. Wie weet masturbeert ze nog. Zou ze nog een minnaar willen? De straat oversteken is allang geen schijnbeweging meer.
Nu ze weggegaan is met haar krokodillen lederen handtas kijk ik naar een overblijvend straatbeeld. De zomer maakt de mensen mooi.
Jonksheid door de kleren kijken. Ze moeten maar zo schoon niet zijn.
Hun gekwetter schalmt in mijn oren. Mijn nalatenschap zal minder zijn dan deze samenleving te bieden heeft.
Ze gaan heen en weer in een zekere liefkozing van zichzelf. Soms staan ze te wachten op een bus of een trein. Ze proberen thuis te geraken.
Nu zit er iemand met wit geverfd haar en een tatoeage op haar bovenarm naast mij. Ze stinkt naar de déodorant.
Ik ga naar huis. In het veld nog even in een berm landschooien. Het riekt er naar groen.
Vanavond gaat het weeral donker worden vanuit het schemer waarin woorden nog nauwelijks leesbaar zijn. Mooi, die gloed in die warmte.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:04 Reageer op dit bericht

dagdeel3

Oh ja,
het vervolg.
Wel, rond de avond zijn we met zen vieren naar een salsafeest geweest. Zij bij mij, volle maan, zij van lang geleden en ik.
Hun mannen waren te moe om mee te gaan. Ik voelde me als een vrouwenzot.
Ter plekke kwam ik iemand tegen die ik twintig jaar niet meer gezien had.
Jawel, een vrouw. Deze avond is een en al vrouwelijkheid.
Met die rimpels in haar gelaat was ik eerst niet zeker of zij het was. Ze zat aan de toog met iemand te praten.
    Is dat Linda niet, vroeg ik aan zij bij mij.
Ja, dat is Linda, antwoordde volle maan. We gaan naar haar toe.
Smak...ik verpletter haar bijna in mijn armen.
    Dat is lang geleden. Door uw ouderdom had ik u eerst niet herkend, zei ik beneveld.
Ik twijfelde ook toen ik je zag als je binnen kwam.
Ondertussen roefelt ze door mijn haar en neemt ze een trek van de Cubaanse sigaar die ik van André gekregen heb.
André rookt ook een sigaar.
Veel hebben we niet verteld. Het was zich om de dans te doen.
Net zoals vroeger kleeft ze zich met passie tegen mijn dansend lichaam aan.
Die katachtige blik, haar onafhankelijkheid. Het lijkt of de tijd heeft stil gestaan.
Ik kon het me niet laten om haar vluchtig aan te raken. Volle maan en zij bij mij lonkten ernaar.
Ondertussen is het zondag in heet weer. Twintig meter verder ligt zij bij mij in een luirik met haar voeten op een tabouret een boek te lezen.
Ik kijk naar haar. Ik zit hier maar. We zijn hier maar. Zij in een luirik, ik aan een tafel.
Zij leest, ik schrijf.




Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 18:11 Reageer op dit bericht

dagdeel 2

13h30: In de composthoop krioelt het van het leven. Duizendpoten, mieren, heel kleine regenwormen en nog duizend andere
variëteiten zwerven door het donkerbruin overschot dat ooit keukenafval was.
Ze doen ongestoord verder, vreten alles op. Ik denk dat het hun uitwerpselen zijn die composteren.
Wat zegt het groot woordenboek der nederlandse taal?
"Compost is een meststof van fecaliën en allerlei andere dierlijke en plantaardige stoffen, met huis- en straatafval vermengd".
Deze middag is ze niet thuis gekomen. Ik eet dan maar een boterham met confituur vooraleer het leeggoed weg te doen.
De zon staat nu het hoogst. Het wordt trouwens hoog tijd om ook iets te drinken. Een glas wijn of zo. Dit is het middaguur net voorbij.
Straks begint het typisch zaterdaggeluid: grasmaaiers. Eerst begint er eentje. Dan volgen ze allemaal. Ik doe het natuurlijk met de hand.
Het autoverkeer wordt ook drukker. Met zen allen naar de supermarkt.
Mij niet gezien. Ik koop mijn waar hier vlakbij bij de bakker, de kruidenier en de beenhouwer. Een viswinkel ontbreekt hier nog.
Schandalig duur, dat wel, maar ik rijd al jaren met geen auto meer. Ik heb ronduit een grondige hekel aan wagens.
Antwerpen, Brussel, Leuven...toujour en vélo, winter en zomer.
Verdorie, nu ik eraan denk: ik moet mijn zadel nog invetten!
Het is veertien uur wanneer mijn zoon oververhit uit bed komt.
    Vanmorgen goed gefuifd zeker?
Nogal, ja.
    Je hebt het beste van de dag gemist.
Zonder iets te zeggen loopt hij mij op blote voeten voorbij, gaat naar zijn fiets ( ik heb de indruk dat hij zich wil vergewissen of er alles nog opstaat )
komt dan terug en vraagt: 'wil je mijn remmen bijregelen?'
    Als jij me helpt met de takken in de hof.
Voila. Een deal gesloten.
In feite heb ik meer zin om hier zomaar te blijven zitten.
Over de ronde tuintafel schijnt boven de middenlijn de zon en eronder ligt een schaduw.
In die schaduw zit ik hier.
Een meter verder ligt de hond uitgestrekt te slapen. Ze heeft net een brok rauw soepvlees gekregen. Zes Euro en haar gelukzaligheid waard.
Oei, de doodsklokken luiden. Weeral iemand aan zijn einde gekomen.
Nu vliegt een hommel bijna in mijn oor. Ik heb de aanraking gevoeld.
Alleen de stank van oorsmeer heeft haar gedachten veranderd. In feite heeft mijn oor de vorm van een bloem met een menselijke geur. Dat schrikt die insecten af.
Instinctmatig ( en ook uit ervaring ) weet ik dat ik nu moet ophouden met te beschrijven. Anders wordt onzin onverdraagelijk.

( wordt misschien vervolgd )
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 16:35 Reageer op dit bericht

dagdeel1

zaterdag 21 april 2007

Weeral een stralende dag. Al de ganse week schijnt de zon. Vorige week ook.
Zoals elke zaterdag zit ik 's voormiddags uitgeslapen te schrijven. In de zon, jawel. Slurpend aan de koffie.
Ik hoor een zacht getik op de deur. Het zijn getuigen van Jehova.
Nog voor ik kan zeggen dat ik geen interesse heb vaart de hond blaffend naar een van de dames die verschrikt terugdeinst.
Ik weet dat het bij blaffen blijft. De dame niet.
De zon
Ze scheen een paar keer in mijn gezicht
Op mijn gezicht ging ik af en toe gisterenavond in haar ondergang
Nu zit ik van haar warmte te genieten
Haar licht te bezingen
De schaduwen te tellen.
Wat zal ik doen voor de rest van de dag?
In de zon blijven schrijven? In de tuin keuteren?
Achteraan bij de fruitbomen is nog veel te doen. Ik ga de composthoop leegmaken. Eerst die vuil handschoenen vinden.
Mijn lederen fietszadel moet ook nog ingevet worden en het zout van de waterverzachter moet bijgevuld worden. Het deksel
zal gegarandeerd niet loskomen. Dat ding loopt altijd stroef, en de nijptang die ik ervoor nodig heb zal ik niet vinden.
Eerst naar het toilet en dan de tuin.
Of neen, ik drink eerst mijn tas koffie leeg alvorens mijn pyjama te ruilen voor buitenkledij.
Hopelijk vind ik mijn vuil broek of zal ik een short aantrekken?
Wat een heerlijke besluiteloze dag!
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 11:35 Reageer op dit bericht

patersbeen

k heb een stuk patersgebeente meegebracht dat ik gekregen heb van een Pool. Een grondwerker. Hij vertelde me dat zijn land helemaal plat gebombardeerd werd. Geen enkel monument was overeind gebleven. Hij zei dat hun geschiedenis tastbaar blijft in verduurde holten van kogelgaten in de bouwsels die overbleven. Van hem heb ik een patersgebeente gekregen, een onderbeen. Hij toonde mij ook een muntstuk, vandaag gevonden bij graafwerken tegen de gevel van een kerk. Ik wreef het schoon, bekeek het aandachtig en zei: het is Belgisch, en zie, het is een frank uit de negentiende eeuw.  Geef mij dat patersgebeente en  de munt is van u.
België bestaat honderdzeventig jaar, zei hij.
Nu kijk ik ernaar terwijl ik het vasthoud in mijn rechterhand, het gebeente.
Ach zo, schrijf ik in mijn moedertaal. Ik eet een rauwe varkenspens.
Warket wart hoor ik denken
Ik verdun de mast van de parasol met raspend schuurpapier totdat hij tot boven open gaat.
    Wat gaan jullie doen vanavond?
We gaan iets koken.
    Bij haar of bij ons?
Bij haar.
De klokken luiden of denk ik het maar?
Neen, ik ben er zeker van, de klokken luiden.
Zit ik hier als een ongeschoren bohémien kousloos met sandalen aan.

zo speelden we gisteren een muziekstuk tezamen
mijn jonge schreeuw en ik
met uitgestoken armen
een partituur als voetbal met elkaar
tegen mekaar
met twijfelende zekerheid
de eerst helft
met de billen bloot
in ons lied verzonken
de kans is groot dat we beiden oud worden
in een buitenwereld die moeilijk blijft
zonder verloren tijd te moeten inhalen
we wantrouwen beiden de toekomst van het verleden
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 10:13 Reageer op dit bericht

nostalvand

Vooraleer ik binnen ga  rook ik een voorlaatste sigaret, kijkend naar de sterrenhemel. In al die tijd is daarboven niets veranderd. Het is een geruststelling, een houvast.
Ik liep met mijn broer achter onze ouders aan als we ’s avonds na een familiefeest naar huis gingen. We keken naar de sterren in een gitzwarte hemel en probeerden ze allemaal te tellen. Af en toe bleef mijn vader staan en wees hij naar de grote en de kleine beer. Dan liep hij weer verder langs het voetpad naast de kasseiweg met ons moeder, zij aan zij.
Bij elke lantaarnpaal zagen we hoe onze schaduw in het oranje lichtschijnsel bewoog, terugkeerde en opnieuw verdween. Mijn broer en ik keken er zwijgzaam naar en vroegen ons af vanwaar die schaduw kwam.
Nu ik in die sterrenhemel kijk denk ik aan toen. Niets is daarboven veranderd.

Bijna nacht. Straks zwiert jonkheid over de hekkens, als schimmen alsof ze geschapen zijn voor de zonde. Onverwoestbare vrijdagnacht.

Wij hadden thuis een zwart-wit TV waarmee we naar twee zenders konden kijken. Op zaterdagavond keken we in het kleine salon in het pikkedonker naar een western of een oorlogsfilm en aten we gebak dat ik meestal ging kopen in de winkel halverwege de straat. Kopen was een groot woord. In de winkel hielden ze de rekeningen bij, die ons moeder achteraf ging betalen. Onze nonkel en mijn grootmoeder, die hardhorig was, kwamen ook.
Alleen mijn vader mocht de TV bedienen. Ze hadden hem verteld hoe alles marcheerde. Op het toestel mocht zo weinig mogelijk sleet komen in de tijd. In die tijd van slijtbaarheid is veel veranderd. De tijd heeft hem in grootvaderschap veranderd.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 23:14 Reageer op dit bericht

hel

Er zijn er die heen en weer blijven lopen tussen de kelder en de toren,
zich altijd op de trappen bevinden, en de tussenliggende ruimtes overlaten aan verval en stof.
Zelf bezoek ik de boven- en benedenkamers veelvuldig.
Ze zijn volgepropt met angsten, driften en dromen, opgebaard in kartonnen dozen.
De eenzame leegte die ik daarbij voel heeft iets sacraals. Bonjour aan men eigen.
Zo bewoonde ik in een van die ruimtes een huis met haar. We hadden een relatief vriendschappelijke relatie,
maar de innigheid die we al jaren deelden was verdwenen. Ze had een vriend die mee inwoonde.
Die man had geen zeggenschap. Hij was attentvol voor haar, iets dat ze bij mij miste.
Bij hem zocht ze troost voor het gemis aan liefde die ik haar niet meer kon geven.
Ik verachtte die man. Toch stond ik zijn aanwezigheid toe.
Op een zondag hadden wandelaars zich samengeschaard in onze ruimte. Het duurde een tijd vooraleer
ik merkte dat ze een vreemde taal spraken. Ik werd volkomen genegeerd.
Toen ik haar vroeg wat hier gaande was, bleek dat mijn vader de wandelaars uitgenodigd had.
Op een bed lag een vrouw. Ze schreeuwde dat ze ongesteld was.
Plots ging ze met haar rug naar mij liggen en trok ze jammerend haar kleed over haar dijen.
Tot mijn verbijstering had ze stekelig haar op haar onderrug.
Ze wendde zich van me af en liet zich liefkozen door een bezoeker. Dan merkte ik pas
dat ze zo lelijk als de duivel was.
Iemand vertelde me: ge kunt beter niet verder gaan
maar nu ben ik halverwege in de hel
en besluit ik om er verder door te waden.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 17:17 Reageer op dit bericht

scheldekaai

Antwerpen, Scheldekaai nr...  : de zon staat nog laag als ik wakker wordt door het ochtendgeraas. Het is het geluid van een stad.
Ik wrijf de nachtslaap uit mijn ogen. Mijn spieren zijn nog klam.
Hoe ben ik vannacht op deze bank zo dicht bij het water verzeild geraakt, vraag ik me af.
Nog tachtig kilometer af te leggen. Dat zal de reden zijn.
Ik rook een sigaret om de tering uit mijn longen te bevrijden. Gelukkig is er nog overschot in de fles.
Stinkend als een dier sta ik recht in het zonlicht dat mijn ogen niet verdraagt...mijn ogen niet verdragen.
Ikzelf en mijn fiets zijn ongeschonden gebleven.
Een nieuwe dag, een uitgestelde thuiskomst.
Ontredderd met een geluksgevoel sta ik daar in de ochtend te balanceren terwijl de omgeving draaft in alledagelijksheid.
Met een landkaart in mijn hoofd kijk ik opnieuw naar de zon.
In het Oosten kan ik terecht in de woestijn en in het Noorden bij de Eskimoos. Tachtig kilometer verder in het Oosten ben ik thuis.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:34 Reageer op dit bericht

ontmoeting

Laten we nog eens bijpraten, had ze gezegd. We hadden mekaar al lang niet meer gezien. Die ochtend was ik vroeg vertrokken. Ik zou bij haar langs komen. Dat hadden we afgesproken. Ja, heel graag, had ze gezegd.

De ochtend was blauw. Voor ik vertrok nam ik een slok absint om de kilte te verdrijven. Dan dacht ik aan haar, of ze eruit zou zien als het beeld dat ik me nog herinnerde, hoe haar stem zou klinken en hoe ze woonde op het adres dat ik opgeschreven had.

Toen ik aanbelde kon ik nog net een glimp opvangen van haar nieuwe vriend die vertrok.

       Ik eet en slaap niet meer van verliefdheid zei ze meteen en ik krijg rimpels in mijn gelaat.

Ik had champagne meegebracht.

       Je bent vermagerd maar van die rimpels zie ik niks, antwoordde ik terwijl ze een champagne- en limonadeglas uit de kast nam. Je ziet er verrukkelijk uit.

Ze had van die mooie ogen als een verdwaalde ster. Nu herkende ik het weer,  die glimlach die nooit voluit ging alsof een mysterie haar tegenhield. Misschien kwam het door haar minnaars die ze een voor een als bloedende ridders achterliet op het slagveld van de sleur.

Ik mocht haar gratie verdienen door geen minnaar te zijn.

       Ik hou nog steeds van jou, zei ik in een opwelling.

Je zou mijn vader kunnen zijn, antwoordde ze onverbaasd.

       Weet ik wel, maar toch is het zo. Nog wat champagne voor het ontbijt?

Ik stond naast haar toen ze zich opfriste voor de spiegel. Ik wou weten hoe ze dat deed.

Daarna ontbeten we  aan een hoog taboeret en  keken we achteraf vanop een bank naar het water. Het had wel iets meer dan alledaagsheid.

       Heb je nog tijd om te winkelen?

Ik heb dagen tijd.

Ze wou een short dat ze in een vitrine had gezien. Toen ze uit het pashokje kwam zag ik voor het eerst haar blote benen. Het short was een maat te groot.

       Ik ben niet graag alleen, zei ze.

Ik wel. Als ik alleen ben kan ik de wereld absorberen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door warket om 22:34 Reageer op dit bericht

Meer van verbruikte toekomst

↑ Terug naar de berichten